... dat ik besta: een frase die de laatste decennia veel wordt gebruikt en afkomstig is van Annie M.G. Schmidt, in een liedje dat gaat over het ontbreken van liefdesliedjes voor homo's. Mooi vertolkt door o.a. Jeroen Willems, Willem Nijholt en Johan Verminnen.
De frase is overgewaaid naar andere contexten en mogelijk heeft het Bart Moeyaert door het hoofd gespeeld toen hij zijn verhaal Tegenwoordig heet iedereen sorry schreef. Het verscheen op 2 oktober 2018 en trok direct veel aandacht. Het is genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs 2019 en inmiddels al vertaald in het Duits, Frans en Italiaans.
Begrijpelijk. Heel knap hoe Bart Moeyaert in het hoofd kroop van verteller Bianca, een tegen de puberteit aanleunend meisje (vermoedelijk twaalf jaar) dat zich het liefst onzichtbaar maakt en heel weinig zegt. In tijd beslaat het verhaal een zomerdag, van 's morgens tot einde middag, aan het begin van de vakantie. Toch krijgen we in 60 hoofdstukjes, waarvan slechts één terugblikt op vroeger (55), een helder en navrant beeld van waarom en hoe. Het wordt verteld als een live verslag, in de onvoltooid tegenwoordige tijd, en wel zo goed dat de discrepantie tussen de zwijgzaamheid van de jonge verteller en het welsprekende relaas niet stoort. Ze sleurt je het verhaal in.
Ik blijf hier niet. Van dat gegiechel met z'n tweetjes wordt het altijd een beetje zwart voor mijn ogen.
Ik sla op mijn broekzak.
Heb ik mijn sleutel bij me?
Ja.
Ik maak onze huisdeur open. Daarna trek ik de deur achter me dicht.
Ik wil niet dat je denkt dat ik boos ben, maar ik vind het niet erg dat je denkt dat ik boos ben.
Iedere samenvatting doet dit verhaal te kort. Zoals in ieder goed verhaal doen de woorden ertoe en de beste samenvatting is het verhaal zelf. Sommige hoofdstukjes zijn een samenvatting op zich, zoals het ultrakorte 32.
Soms is de prop in mijn keel klein.
Soms is hij er niet.
Heel soms is hij reusachtig.
Nu is het heel soms.
Om toch een idee te geven maak ik enkele observaties en geen sluitend vertoog, om het verhaal zo min mogelijk te kort te doen.
Bianca heeft een nogal druk broertje van negen met een zwak hart - hij heeft er ooit een operatie aan ondergaan en krijgt het vaak benauwd, zijn beademingsapparaat staat klaar achter de sofa. Het helpt niet dat Alan van nature ook nog eens een druktemaker eerste klas is. Kortom, hij vergt en krijgt veel aandacht van hun moeder.
Vader is het huis uit en woont samen met ene Cruz, een jonge Spaanse vrouw, in een woongemeenschap. We krijgen hem het hele verhaal niet in beeld, behalve in voornoemde terugblik.
Ik citeer een stukje uit hoofdstuk 2.
Achter mijn rug doet de magnetron ping, maar toch zet mijn moeder niets op tafel.
Ze gaat zitten en plant haar ellebogen naast haar bord. Ze zegt dat ze iets met ons wil bespreken.
'Rustig', zegt ze tegen Alan, en ze houdt haar hand voor zijn gezicht, alsof hij al te veel heeft gepraat, terwijl Alan heel rustig is en stilzit en ademt.
Ze pakt zijn mes en zijn vork af.
Daarna zet ze haar ellebogen weer op tafel en legt ze haar kin op haar handen. Ze kijkt van mij naar een vlek op het tafelblad, hij heeft de vorm van een vis.
Ze haalt diep adem en zegt dat mijn vader en zijn Cruz het anders willen aanpakken dan vroeger.
Ik zeg: 'Mama, doe eens zonder inleiding.'
Zonder inleiding zegt ze dat papa en zijn Cruz mij onhandelbaar vinden.
Dat is geen nieuws.
Het voorstel dat erop volgt is wel nieuw.
Ze zouden het gemakkelijker vinden als ik niet meer elke week het weekend bij ze zou doorbrengen. Ze denken dat om de twee weken beter zou zijn. Of om de drie. Ze denken dat ik dat zelf ook liever heb.
Wel?
Het klinkt niet als een voorstel. Het klinkt als iets wat we gaan doen.
Toch willen ze weten wat ik ervan denk.
Ik kijk van mijn moeder naar het witte bord voor me.
Er ligt niks op, maar hallo: kijk eens goed. Er ligt ineens een stuk taai vlees waar ik niet om heb gevraagd.
Ik zeg: 'Ik ben niet onhandelbaar. Ik ben alleen een beetje lastig soms.'
'Het zijn niet mijn woorden, Bianca', zegt mijn moeder.
'Nee,' zeg ik. 'Maar je zou ze kunnen tegenspreken.' Mijn stem trilt.
Dit maakt voor de oplettende lezer meteen veel duidelijk. Net als hoofdstukje 42, maar daaruit ga ik niet citeren, lees zelf maar. Net als zo'n mooi stukje op p. 54, in hoofdstukje 24:
Ik doe mijn armen over elkaar, en ik breng mijn linkerhand naar mijn wang. Wat is mijn hoofd zwaar.
Ik kijk om me heen zoals Ilona naar het café kijkt als ze er niet helemaal bij hoort. Haar blik is dan altijd een beetje geschokt, alsof ze denkt: wat doe ik híér?
Halverwege de dag (begint in hoofdstukje 9) komt actrice Billie King, de Ilona uit de serie Hier bij ons, op bezoek, met haar zoon Jazz. Zowel Bianca als haar moeder zijn bewonderaars. De visite verloopt met enige strubbelingen. Alan en Jazz zijn heel erg druk, bijvoorbeeld met (droog)zwemmen in de tuin. En als moeder ze nat wil spuiten, blijkt de slang lek en wordt ze vooral zelf nat. Heisa.
Tussendoor maakt Billie, die Bianca met aandacht bekijkt, een opmerking die Bianca hartverwarmend vindt: ze is een 'merkwaardig meisje' (p. 81), en dat bedoelt ze positief en staat in een hartverscheurende kleine scène. Bianca krijgt van Billie de aandacht die ze mist bij haar moeder (zie ook hoofdstukje 34).
Later komt ook nog Billie's vriendin Malika langs, die in Hier bij ons de snel uit de serie geschreven halfzus van Ilona speelt, Dagmar.
Bianca heeft een doos met foto's gevonden onder moeders bed. Ze knipt daar alle afbeeldingen van zichzelf uit. Daar krijgt ze echter spijt van als moeder na alle gedoe rond Alan haar liefdevol behandelt. Ze plakt zichzelf er weer in en schrijft er een briefje met een tekening bij: sorry. Sowieso tekent ze graag. ('Ik ben heel goed in het tekenen van bloemen en planten die niet bestaan.')
Om zich onzichtbaar te maken heeft ze een schuilplaats, een rommelig stukje tuin achter het kippenhok van de buren, toegankelijk via een smalle spleet bij hun tuinpoortje. Met een verborgen 'oud koekblik' waarin fotoboekjes, potloden, een schaar en een schriftje. In hoofdstuk 51 trekt ze zich daarin weer eens terug.
O wacht, eerst heeft ze prachtig versierde glazen met cocktails gemaakt, maar het uitserveren loopt in het honderd door het gedoe met de jongens. Ze wordt er zo boos om dat ze bijna de pan met krieken door de keuken gooit. Ze staat op een stoel met de pan in haar handen als Jazz binnenloopt en haar ziet. Dat houdt haar tegen. Ze zet de pan weer op het fornuis en trekt zich terug.
Mama zegt graag dat ik op haar lijk, toen zij zo oud was als ik. Ze noemt me graag woest. Maar hallo / hoe zit dat? Ze zegt ook graag dat Alan op haar lijkt, toen ze negen was.
Zij smeet vroeger met de deuren. Zij trok stoelen omver.
Ze vertelt trots dat ze met haar laars een keer een gat in de muur heeft geschopt. Toen zij negen of twaalf was, vloog er wel eens een bord door de kamer.
Maar luistert ze ooit naar mij?
Is het ooit bij haar opgekomen dat ik niet stil ben, maar wel stil dóé?
Er is geen plaats voor mijn lawaai.
Ik loop het zwembadje van Alan voorbij.
In de schaduw van de struiken en de bomen laat ik me met mijn rug tegen de muur naast ons tuinpoortje vallen.
Ik wacht niet tot ik rustiger word.Daar ga je, Bianca, zeg ik tegen mezelf, en ik duw mijn lichaam tussen de heg en de muur.
Ja, alleen wordt juist dan, op dat moment, het kippenhok afgebroken. (Al aangekondigd door buurvrouw in hoofdstukje 18.) Weg geheime plek. Het lijkt wel of dat een kantelmoment is. Vooral als haar moeder zegt dat ze zo graag zou willen dat ze erbij bleef als er van die moeilijke ogenblikken met Alan zijn.
Nou ja, dit zijn maar enkele observaties, er vallen er veel meer te maken over dit buitengewoon rijke verhaal. Zoals die mooie vondst om Bianca nog een zelfverzonnen naam mee te geven: Perdón. Zo stelt ze zich voor aan Billie. Het is Spaans voor: pardon, sorry.
Lezen, dit schitterende verhaal!
Moeyaert, Bart. Tegenwoordig heet iedereen sorry. Querido, 2018. ISBN 978 90 214 1515 4, 134 p. E-boek: ISBN 978 90 214 1514 7.
PS. Op 2 april werd bekend dat Bart Moeyaert de Astrid Lindgren Memorial Award is toegekend.
PS2. Wat betreft de Woutertje Pieterse Prijs bleef het bij de nominatie, bleek in mei.
PS3. Zomer 2019 werd bekend dat een Zilveren Griffel is toegekend.
Dit AI-vrije blog meandert uit over zaken die (soms wat losjes) met lezen en schrijven te maken hebben. Rode draad: jeugdliteratuur verdient aandacht.
Zoeken in deze blog
Posts tonen met het label Bart Moeyaert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bart Moeyaert. Alle posts tonen
donderdag 28 maart 2019
donderdag 25 december 2014
Ode aan Bart Moeyaert
Literatuur zonder leeftijd 95, winter 2014, is een ode aan auteur Bart Moeyaert.

Achterop is een tekst afgedrukt die past bij eerdere citaten op dit blog rond de vraag: wat heet poëzie?
Namelijk:
gelukkig zullen we de stenen, keien, kiezels die jij tot tot hiertoe hebt verlegd vandaag niet tellen, en laat ons hopen dat ook niemand vraagt al dat gewicht te tillen, het lijkt mij aangenaam als we vandaag gewoon eens naar de wereld kijken, hoe jij die hebt veranderd.
Dat is natuurlijk geen poëzie. Toch?
En zo?
gelukkig zullen we
de stenen, keien,
kiezels die jij tot tot
hiertoe hebt verlegd vandaag
niet tellen, en laat ons
hopen dat ook niemand
vraagt al dat gewicht te
tillen, het lijkt mij
aangenaam
als we vandaag
gewoon eens naar
de wereld kijken, hoe jij
die hebt veranderd.
Of zo?
Tot slot: zó is het afgedrukt:

Mooi, ja. Poëzie is tekst met aandacht voor het ritme en de melodie van woorden, het dansen van zinnen. Muziek met woorden - en in dit geval ook met beeld.
Deze tekst komt niet aan de orde in de 21 bijdragen aan dit 198 pagina's tellende aflevering. Wat valt er ook aan toe te voegen? Kan iemand hem zingen of voordragen, bijvoorbeeld iemand met de huidige stem van Leonard Cohen?
Bart Moeyaert debuteerde in 1983 (dus ruim dertig jaar geleden, de aanleiding voor deze aflevering) met Duet met valse noten en heeft sindsdien een formidabel en zeer gewaardeerd oeuvre opgebouwd en gaat daarmee nog door, pas nog verscheen bij Querido De gans en zijn broer, met tekeningen van Gerda Dendooven.
Goed, wat staat er allemaal in LZL 95? Ik som op.
- Majo de Saedeleer over Bart Moeyaert als 'de dichter, de attente, de gulzige, de grappige, de zoeker, de zwemmer, de jongste', een mooi portret.
- 'Brief aan mijn twintigjarige zelf', van Bart Moeyaert zelf.
- 'Bart at fifty', van Aidan Chambers, met behartenswaardige uitspraken over vertalingen.
- Bespreking van De schepping en Het paradijs, door Freek Bakker.
- Bespreking van prentenboeken, door Jen de Groeve.
- Over Gerda Dendooven, door Ann Uleners.
- Bespreking van Wie klopt daar?, door Rita Ghesquière.
- Bespreking van De gans en zijn broer, door Karen Ghonem.
- Bespreking van Het is de liefde die we niet begrijpen, door Sander Bax.
- Over de poëzie van Bart Moeyaert, door Jan van Coillie. ('Eén grote zoektocht naar geluk.')
- Bespreking van Jij en ik en alle andere kinderen, door Jürgen Peeters.
- Beschrijving van het ontstaan van Suzanne Dantine en Wespennest, door Vanessa Joosen. (Boeiend!)
- Vier columns van Bart Moeyaert, eerder verschenen in LZL.
- Uitgever Jacques Dohmen over zijn samenwerking met Bart Moeyaert, opgetekend door Linda van Scherrenburg.
- Wanda Baeke over het vertalen van Bart Moeyaert.
- Bart Steenhout over Bart Moeyaert als liedtekstschrijver. (En daarover schrijft Bart Moeyaert zelf in van die vier columns.)
- Bespreking van Dano Bennoni, lang zal hij leven, door Sandro van der Leeuw (ja, Sandro, niet Sandra).
- Uitgever Norbert Vranckx (Altiora) over zijn samenwerking met Bart Moeyaert.
- Een kleine herinnering van illustrator (en dichter) André Sollie.
- Jan Staes over Bart Moeyaert als theatermaker.
Een waardige ode, die nóg beter zou zijn geworden als de redactie alle besprekers ertoe had gedwongen hun bijdragen in te dikken tot de helft of minder. Zoals Sander Bax prijzend (maar niet mooi) schrijft: 'De kracht van Moeyaert ligt ontegenzeggelijk in de suggestiviteit en de impliciteit.' Dat had veel scribenten tot voorbeeld gestrekt. Dan maar wat minder 'analyse'. Dat zou ons onbeholpen zinnen sparen als 'Veel belangrijker dan een analyse van de actuele gezinssituatie is het verlangen van Sus naar een conventioneel familieleven'. En zo.
Het is in een aflevering als deze ook jammer dat de uitvoering zo sober is. Begrijpelijk, want LZL zit niet ruim in de centen, maar toch jammer.
Maar laat ik niet zeuren, de redactie heeft werkelijk zijn uiterste best gedaan om een aflevering te maken die staat als een huis, ondanks de academische randversiersels.
Literatuur zonder leeftijd verschijnt drie keer per jaar in de vorm van een boekje van circa 140 pagina’s en wordt vanaf 2006 uitgegeven onder auspiciën van IBBY Nederland.
Een abonnement kostte in 2014 als volgt: instellingen € 45,00; particulieren € 32,00; studenten € 24,25 (bewijs van inschrijving meesturen; moet elk jaar vernieuwd worden). Abonnementen kunnen op elk tijdstip van het jaar ingaan.
Prijzen voor 2015 heb ik niet gevonden, ook niet op de Facebookpagina van IBBY Nederland.

Achterop is een tekst afgedrukt die past bij eerdere citaten op dit blog rond de vraag: wat heet poëzie?
Namelijk:
gelukkig zullen we de stenen, keien, kiezels die jij tot tot hiertoe hebt verlegd vandaag niet tellen, en laat ons hopen dat ook niemand vraagt al dat gewicht te tillen, het lijkt mij aangenaam als we vandaag gewoon eens naar de wereld kijken, hoe jij die hebt veranderd.
Dat is natuurlijk geen poëzie. Toch?
En zo?
gelukkig zullen we
de stenen, keien,
kiezels die jij tot tot
hiertoe hebt verlegd vandaag
niet tellen, en laat ons
hopen dat ook niemand
vraagt al dat gewicht te
tillen, het lijkt mij
aangenaam
als we vandaag
gewoon eens naar
de wereld kijken, hoe jij
die hebt veranderd.
Of zo?
gelukkig zullen we
de stenen, keien,
kiezels die jij tot tot
hiertoe hebt verlegd vandaag
niet tellen, en laat ons
hopen dat ook niemand
vraagt al dat gewicht te
tillen, het lijkt mij
aangenaam
als we vandaag
gewoon eens naar
de wereld kijken, hoe jij
die hebt veranderd.
Tot slot: zó is het afgedrukt:

Mooi, ja. Poëzie is tekst met aandacht voor het ritme en de melodie van woorden, het dansen van zinnen. Muziek met woorden - en in dit geval ook met beeld.
Deze tekst komt niet aan de orde in de 21 bijdragen aan dit 198 pagina's tellende aflevering. Wat valt er ook aan toe te voegen? Kan iemand hem zingen of voordragen, bijvoorbeeld iemand met de huidige stem van Leonard Cohen?
Bart Moeyaert debuteerde in 1983 (dus ruim dertig jaar geleden, de aanleiding voor deze aflevering) met Duet met valse noten en heeft sindsdien een formidabel en zeer gewaardeerd oeuvre opgebouwd en gaat daarmee nog door, pas nog verscheen bij Querido De gans en zijn broer, met tekeningen van Gerda Dendooven.
Goed, wat staat er allemaal in LZL 95? Ik som op.
- Majo de Saedeleer over Bart Moeyaert als 'de dichter, de attente, de gulzige, de grappige, de zoeker, de zwemmer, de jongste', een mooi portret.
- 'Brief aan mijn twintigjarige zelf', van Bart Moeyaert zelf.
- 'Bart at fifty', van Aidan Chambers, met behartenswaardige uitspraken over vertalingen.
- Bespreking van De schepping en Het paradijs, door Freek Bakker.
- Bespreking van prentenboeken, door Jen de Groeve.
- Over Gerda Dendooven, door Ann Uleners.
- Bespreking van Wie klopt daar?, door Rita Ghesquière.
- Bespreking van De gans en zijn broer, door Karen Ghonem.
- Bespreking van Het is de liefde die we niet begrijpen, door Sander Bax.
- Over de poëzie van Bart Moeyaert, door Jan van Coillie. ('Eén grote zoektocht naar geluk.')
- Bespreking van Jij en ik en alle andere kinderen, door Jürgen Peeters.
- Beschrijving van het ontstaan van Suzanne Dantine en Wespennest, door Vanessa Joosen. (Boeiend!)
- Vier columns van Bart Moeyaert, eerder verschenen in LZL.
- Uitgever Jacques Dohmen over zijn samenwerking met Bart Moeyaert, opgetekend door Linda van Scherrenburg.
- Wanda Baeke over het vertalen van Bart Moeyaert.
- Bart Steenhout over Bart Moeyaert als liedtekstschrijver. (En daarover schrijft Bart Moeyaert zelf in van die vier columns.)
- Bespreking van Dano Bennoni, lang zal hij leven, door Sandro van der Leeuw (ja, Sandro, niet Sandra).
- Uitgever Norbert Vranckx (Altiora) over zijn samenwerking met Bart Moeyaert.
- Een kleine herinnering van illustrator (en dichter) André Sollie.
- Jan Staes over Bart Moeyaert als theatermaker.
Een waardige ode, die nóg beter zou zijn geworden als de redactie alle besprekers ertoe had gedwongen hun bijdragen in te dikken tot de helft of minder. Zoals Sander Bax prijzend (maar niet mooi) schrijft: 'De kracht van Moeyaert ligt ontegenzeggelijk in de suggestiviteit en de impliciteit.' Dat had veel scribenten tot voorbeeld gestrekt. Dan maar wat minder 'analyse'. Dat zou ons onbeholpen zinnen sparen als 'Veel belangrijker dan een analyse van de actuele gezinssituatie is het verlangen van Sus naar een conventioneel familieleven'. En zo.
Het is in een aflevering als deze ook jammer dat de uitvoering zo sober is. Begrijpelijk, want LZL zit niet ruim in de centen, maar toch jammer.
Maar laat ik niet zeuren, de redactie heeft werkelijk zijn uiterste best gedaan om een aflevering te maken die staat als een huis, ondanks de academische randversiersels.
Literatuur zonder leeftijd verschijnt drie keer per jaar in de vorm van een boekje van circa 140 pagina’s en wordt vanaf 2006 uitgegeven onder auspiciën van IBBY Nederland.
Een abonnement kostte in 2014 als volgt: instellingen € 45,00; particulieren € 32,00; studenten € 24,25 (bewijs van inschrijving meesturen; moet elk jaar vernieuwd worden). Abonnementen kunnen op elk tijdstip van het jaar ingaan.
Prijzen voor 2015 heb ik niet gevonden, ook niet op de Facebookpagina van IBBY Nederland.
zaterdag 10 december 2011
Jeugdliteratuur is literatuur
In De Balie in Amsterdam gaat op dinsdag 13 december Bart Moeyaert in gesprek met recensente Joukje Akveld. Bart Moeyaert zal volgens Leesplein ' de stelling verdedigen dat jeugdliteratuur geen afzonderlijke behandeling verdient '.
' Op 13 december kunt u luisteren naar het verhaal van zijn schrijverschap, zijn denk- en schrijfwereld, waarbij hij juist geen etiketten plakt maar laat zien dat literatuur als geen ander genre grenzeloos en voor alle leeftijden en voor iedereen is.
Joukje Akveld, journaliste en recensente,zal hierna met hem en het publiek in gesprek gaan. ' Aldus de SLAA.
Foto: Diego Franssens.
De avond vormt de afsluiting van het vak ´Geschiedenis en theorie van de jeugdliteratuur´ en wordt georganiseerd door de opleiding Nederlandse taal & cultuur van de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA).
Interessante stelling. Ik zal er helaas niet bij kunnen zijn en dat vind ik jammer, want ik had graag gehoord hoe Bart Moeyaert deze mening verdedigt.
Hij sluit aan bij een inmiddels al decennialange traditie waarin auteurs en recensenten betogen dat jeugdliteratuur ook literatuur is en dus op dezelfde manier kan worden beoordeeld als volwassenenliteratuur. Bestaat het verschil tussen jeugd- en volwassenenliteratuur wel, lijken sommigen zich af te vragen.
Achter deze positie schuilt een nog oudere frustratie over gebrek aan waardering voor jeugdliteratuur. Peter van den Hoven was een ijverige vertegenwoordiger van zulke recensenten, zie zijn laatste boek, Jeugdliteratuur bestaat niet. De titel van het academische tijdschrift-in-boekvorm Literatuur zonder leeftijd verwijst naar een soortgelijke stellingname.
Tja, wat is bestaan, wat is zijn. Bestaan goden?
Feit is dat vrijwel alle bibliotheken en boekwinkels een aparte afdeling voor kinderen hebben. Zouden ze die moeten opheffen? Ik vrees dat bezoekende kinderen in zeer korte tijd de weg kwijt raken en niet meer terugkomen.
Men mag de stelling verdedigen dat alle literatuur voor iedereen is, maar de stelling dat alle literatuur voor kinderen begrijpelijk is, lijkt me lastiger te verdedigen. Finnigans Wake aanbieden aan een kleuterklas?
Natuurlijk, volwassenen die denken dat jeugdliteratuur uitsluitend interessant is voor kinderen, missen iets. Veel kinderboeken hebben volwassenen ook iets te bieden en niet alleen classics als Alice in Wonderland. Gebrek aan belangstelling en waardering voor jeugdliteratuur hebben iets te maken met gebrek aan belangstelling voor de manier waarop kinderen naar kunst en naar de wereld kijken, maar ook met gebrek aan openheid voor kunst die niet meteen als Belangrijke Grotemensenkunst is geëtiketteerd.
Maar dat lijkt me geen argument om te ontkennen dat er literatuur is die speciaal voor kinderen wordt gemaakt of dat er literatuur is die vooral kinderen aanspreekt.
Afijn, ga vooral luisteren. Ik hoop dat Bart Moeyaert en Jouke Akveld een volle zaal trekken.
donderdag 14 april 2011
Dag Gouden Uil
Bericht uit Vlaanderen: de Gouden Uil 'vliegt weer uit'! In 2012!
En de jeugdliteratuur dan? Boek.be:
' Boekenleeuw en Boekenpauw vervangen Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs
Verontwaardiging is her en der al geuit.
Bart Moeyaert (volgens De papieren man) in De Morgen: ´ De verdwijning van de Jeugd Gouden Uil noem ik een belediging voor de jeugdliteratuur én een verarming. Je moet weten dat de Jeugd Gouden Uil veel media-aandacht genereerde. Een vakjury bekeek en beoordeelde zorgvuldig het hele scala. Al kwam de Jeugd Gouden Uil er op tv bekaaid vanaf, toch was het publiek verplicht om kennis te nemen van wat er leefde in de kinderboekenwereld. Dat valt nu allemaal weg. Boek.be pakt graag uit met de stijgende verkoopcijfers van het kinder- en jeugdboek, 6 procent hier, 12 procent daar. Dan spelen we mee, om de cijfers op te fleuren. Daar word ik woest van. Er is wel meer dan Geronimo Stilton en Twilight. En dat schiet er vaak bij in. ´
Reactie van Geert Joris namens Boek.be:
' Je moet toch toegeven dat de Jeugd Gouden Uil helemaal ondergesneeuwd zat in het hele Gouden Uilverhaal? Herinnert iemand zich nog de laatste winnaars van de Jeugd Gouden Uil? Nu hebben we wel een nieuwe sponsor voor de Boekenleeuwen en Pauwen, die het huidige prijzengeld van tweemaal 2.500 euro fors zal optrekken. Mét veel meer aandacht, geloof me. En de link tussen kinderboekenauteur en illustrator zal nauwer zijn. '
Ted van Lieshout op zijn blog: ' Tja, als Joris gelooft dat daar verbetering in zal komen door de Gouden Uil (die hier in Nederland wel kon rekenen op belangstelling) af te schaffen, en de Boekenleeuw en -Pauw te herwaarderen, kan hij bedrogen uitkomen. De Boekenleeuw en Boekenpauw zijn in Nederland weinig bekend omdat wij iets soortgelijks van onszelf hebben, namelijk de Griffels en Penselen. Daarom zijn prijzen als de Woutertje Pieterseprijs en de Gouden Uil zo mooi, omdat die het min of meer nationale karakter van de Griffels, Penselen, Leeuw, Pauw, Welpen en Pluimen doorbreken.
Als Nederlanders de Boekenleeuw kunnen winnen, kan dat de waarde die de prijs heeft voor Vlaamse makers flink onderuithalen, en wie wil dat nou? Ik ben er een voorstander van dat de Boekenleeuw en Boekenpauw Vlaams blijven, omdat ik meen dat op die manier de kwaliteit van de Vlaamse kinder- en jeugdboeken het best gediend is. Maar het wordt mij min of meer onmogelijk gemaakt om dat te vinden, omdat ik dan tegelijkertijd vind dat Nederlanders nooit een Vlaamse prijs zouden moeten kunnen krijgen, en dat gaat me te ver.
Het is afwachten geblazen. Hoe gaan de Boekenleeuw en Boekenpauw nieuwe stijl eruitzien? Krijgen we het binnenkort te horen, of moeten we daar op wachten? En als het ons niet zint? Zijn er dan alternatieven of is dat dan te laat? '
Ik ben, anders dan Ted van Lieshout, geneigd het een voordeel te vinden dat ook Nederlandse auteurs en illustratoren van jeugdliteratuur een Boekenleeuw of -Pauw kunnen krijgen, zoals Vlaamse auteurs en illustratoren in aanmerking kunnen komen voor een Griffel of Penseel.
Het is dan zaak om te letten op de kleine lettertjes. Die Griffel of Penseel krijgen ze alleen als hun werk formeel in Nederland is verschenen. gaat dat vice versa ook gelden voor de Boekenleeuw enz.? Als importeurs ook mogen inzenden is dit geen probleem. En dan is het twee keer prijs, in het voorjaar (het seizoen van Jeugdboekenweek, Boekenleeuw en Boekenpauw) en het najaar (Kinderboekenweek, Griffels & Penselen).
Voor het overige vind ik het te betreuren dat de Gouden Uil voor jeugdliteratuur verdwijnt, al was het maar omdat de winnende auteur naast eer en roem ook een fors geldbedrag ontving. En ik bewaar goede herinneringen aan de periode dat ik in de jury zat en we zeer gedegen maar soms verhitte discussies hadden over de selectie, inclusief de bloedspannende zaterdagmiddag dat we (in 1996) moesten beslissen tussen twee favorieten: Blote handen van Bart Moeyaert en Het boek van Bod Pa van Anton Quintana. De uitkomst van die beraadslaging moest diezelfde avond voor tv worden meegedeeld en toegelicht...
' Met De Gouden Boekenuil krijgt de belangrijkste literatuurprijs in Vlaanderen een tweede adem. Nederlandstalige literaire werken die in 2011 verschijnen, zowel van Vlaamse als van Nederlandse auteurs, kunnen meedingen naar de titel van De Gouden Boekenuil. De vakjury, voorgezeten door Phara de Aguirre, bepaalt wie de prijs in de wacht sleept. De juryleden zijn vier literaire recensenten uit Vlaanderen en Nederland en één academicus. De namen van de leden van de vakjury worden meegedeeld zodra ze bekend zijn. ', aldus Boek.be, dat hiermee tevens bekendmaakt dat recensenten kennelijk geen academici zijn. (De link over De Aguirre heb ik aangebracht.)
De oude sponsors zijn niet helemaal verdwenen: ' Mediapartners zijn Humo, Canvas, Radio 1, Cobra.be en De Standaard; Stad Gent is ondersteunende partner. '
En de jeugdliteratuur dan? Boek.be:
' Boekenleeuw en Boekenpauw vervangen Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs
In overleg met de boekensector (waaronder Stichting Lezen, Vlaams Fonds voor de Letteren en Canon Cultuurcel) besliste Boek.be om de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs niet langer uit te reiken. Boek.be wil de Boekenleeuw en de Boekenpauw – de prijzen voor resp. de beste auteur en illustrator van kinder- en jeugdboeken – in de toekomst verder verruimen en opwaarderen uitbouwen omdat ze naast oorspronkelijk Nederlandstalig werk van kinder- en jeugdboeken-auteurs ook vertaald werk en illustratoren bekronen. Het prijzengeld wordt opgetrokken en de prijs wordt opengesteld voor Nederlandse auteurs.
Met de vernieuwde Gouden Boekenuil, Boekenleeuw en Boekenpauw hoopt Boek.be een nieuw evenwicht van de literaire prijzen in Vlaanderen tot stand te brengen. '
Ik vermoed eerder dat de nieuwe sponsor Fintro geen geld wou steken in de categorie jeugdliteratuur en de nieuwe organisator Boek.be heeft zich dat laten aanleunen.
Bart Moeyaert (volgens De papieren man) in De Morgen: ´ De verdwijning van de Jeugd Gouden Uil noem ik een belediging voor de jeugdliteratuur én een verarming. Je moet weten dat de Jeugd Gouden Uil veel media-aandacht genereerde. Een vakjury bekeek en beoordeelde zorgvuldig het hele scala. Al kwam de Jeugd Gouden Uil er op tv bekaaid vanaf, toch was het publiek verplicht om kennis te nemen van wat er leefde in de kinderboekenwereld. Dat valt nu allemaal weg. Boek.be pakt graag uit met de stijgende verkoopcijfers van het kinder- en jeugdboek, 6 procent hier, 12 procent daar. Dan spelen we mee, om de cijfers op te fleuren. Daar word ik woest van. Er is wel meer dan Geronimo Stilton en Twilight. En dat schiet er vaak bij in. ´
Reactie van Geert Joris namens Boek.be:
' Je moet toch toegeven dat de Jeugd Gouden Uil helemaal ondergesneeuwd zat in het hele Gouden Uilverhaal? Herinnert iemand zich nog de laatste winnaars van de Jeugd Gouden Uil? Nu hebben we wel een nieuwe sponsor voor de Boekenleeuwen en Pauwen, die het huidige prijzengeld van tweemaal 2.500 euro fors zal optrekken. Mét veel meer aandacht, geloof me. En de link tussen kinderboekenauteur en illustrator zal nauwer zijn. '
Ted van Lieshout op zijn blog: ' Tja, als Joris gelooft dat daar verbetering in zal komen door de Gouden Uil (die hier in Nederland wel kon rekenen op belangstelling) af te schaffen, en de Boekenleeuw en -Pauw te herwaarderen, kan hij bedrogen uitkomen. De Boekenleeuw en Boekenpauw zijn in Nederland weinig bekend omdat wij iets soortgelijks van onszelf hebben, namelijk de Griffels en Penselen. Daarom zijn prijzen als de Woutertje Pieterseprijs en de Gouden Uil zo mooi, omdat die het min of meer nationale karakter van de Griffels, Penselen, Leeuw, Pauw, Welpen en Pluimen doorbreken.
Als Nederlanders de Boekenleeuw kunnen winnen, kan dat de waarde die de prijs heeft voor Vlaamse makers flink onderuithalen, en wie wil dat nou? Ik ben er een voorstander van dat de Boekenleeuw en Boekenpauw Vlaams blijven, omdat ik meen dat op die manier de kwaliteit van de Vlaamse kinder- en jeugdboeken het best gediend is. Maar het wordt mij min of meer onmogelijk gemaakt om dat te vinden, omdat ik dan tegelijkertijd vind dat Nederlanders nooit een Vlaamse prijs zouden moeten kunnen krijgen, en dat gaat me te ver.
Het is afwachten geblazen. Hoe gaan de Boekenleeuw en Boekenpauw nieuwe stijl eruitzien? Krijgen we het binnenkort te horen, of moeten we daar op wachten? En als het ons niet zint? Zijn er dan alternatieven of is dat dan te laat? '
Ik ben, anders dan Ted van Lieshout, geneigd het een voordeel te vinden dat ook Nederlandse auteurs en illustratoren van jeugdliteratuur een Boekenleeuw of -Pauw kunnen krijgen, zoals Vlaamse auteurs en illustratoren in aanmerking kunnen komen voor een Griffel of Penseel.
Het is dan zaak om te letten op de kleine lettertjes. Die Griffel of Penseel krijgen ze alleen als hun werk formeel in Nederland is verschenen. gaat dat vice versa ook gelden voor de Boekenleeuw enz.? Als importeurs ook mogen inzenden is dit geen probleem. En dan is het twee keer prijs, in het voorjaar (het seizoen van Jeugdboekenweek, Boekenleeuw en Boekenpauw) en het najaar (Kinderboekenweek, Griffels & Penselen).
Voor het overige vind ik het te betreuren dat de Gouden Uil voor jeugdliteratuur verdwijnt, al was het maar omdat de winnende auteur naast eer en roem ook een fors geldbedrag ontving. En ik bewaar goede herinneringen aan de periode dat ik in de jury zat en we zeer gedegen maar soms verhitte discussies hadden over de selectie, inclusief de bloedspannende zaterdagmiddag dat we (in 1996) moesten beslissen tussen twee favorieten: Blote handen van Bart Moeyaert en Het boek van Bod Pa van Anton Quintana. De uitkomst van die beraadslaging moest diezelfde avond voor tv worden meegedeeld en toegelicht...
Abonneren op:
Posts (Atom)

