Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Stichting Lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stichting Lezen. Alle posts tonen

vrijdag 3 oktober 2025

Leer- en ontwikkelgebieden

Natuurlijk, hoe meer er gelezen wordt, hoe beter. Wie niet leest, mist een hoop en is dus slechter af. Nou ja, luisteren kan ook nog, is goede tweede. Al is het maar omdat ook luisteren een vaardigheid is die lijkt af te nemen.
Niet alles wat er valt te lezen (of te beluisteren) draagt per se bij aan geluk, wijsheid en kennis. Al kun je zelfs van de berichten in hoofdletters van die ene president (met een achternaam die tot zijn geluk uit één lettergreep bestaat) iets leren, namelijk hoe vreemd zijn geest werkt.
Er wordt veel onzin en onwaarheid verspreid via de zogenoemde social media, en soms ook in andere media. Je moet echter goed kunnen lezen om zin van onzin te kunnen onderscheiden en de waarheid van beweringen te kunnen onderzoeken. 
 
Gelukkig vinden de docenten Inouk Boerma, Janneke de Jong-Slagman en Wenckje Jongstra dat 'de jeugdliteratuur in Nederland van zeer hoge kwaliteit is' (pfff, gelukkig maar, geen onvoldoende), en
 
'dus ja, er zijn veel jeugdboeken die je direct kunt inzetten in de leer- en ontwikkelgebieden. Denk aan De Wonderverteller van Lida Dijkstra over de reizen van Marco Polo als koopman en ontdekkingsreiziger. Hoe reisde hij en hoe kreeg men destijds een beeld van het Verre oosten? Naast kennis kun je je als lezer ook identificeren met het stoere en leergierige dienstmeisje Maria. Kortom, talrijke aanknopingspunten voor allerlei kerndoelen. En dan bevat het boek ook nog prachtige illustraties.'
 
Ze bedoelen het goed, maar tjonge, wat zit er veel stijfsel in de uitspraken van dit tamelijk zelfverzekerde drietal dat Mirjam Noorduijn interviewde. Laten we het ze vergeven, het zijn nu eenmaal docenten.
 
'We moeten studenten de juiste leesattitude meegeven,' aldus Boerma. 'Dat het normaal is als leerkracht boeken te lezen en je te blijven verdiepen in wat er nieuw verschijnt. Het zou echt al een grote stap zijn als er gewoon meer kinderboeken worden gelezen door studenten en leerkrachten.'
 
Waarvan akte. Het interview is te vinden in Lezen 2025-3.
Verder zijn er allerlei interessante artikelen en interviews te vinden in dit nummer. Aandacht voor Annemarie van Haeringen, vanwege de haar toegekende Max Veltuijs-prijs, voor Bette Westera wegens 25 jaar schrijverschap, voor de dit jaar overleden Aidan Chambers, voor docent Koen van Brussel die zijn leerlingen (havo/vwo) dystopiche romans voorschotelt, voor de dikke bundel poëzie over onderwijs, Er hangt iets van lente in de klas... die binnenkort ook in dit blog wordt besproken, voor Thekla Reuten die zich inzet voor Smartphonevrij Opgroeien en meer.
 
Het tijdschrift Lezen is gratis, wat voor uitgever Stichting Lezen natuurlijk een gevaar inhoudt: hoe succesvoller hoe meer oplage en daarmee meer kosten... Duur uithangbordje wordt het dan, het tijdschrift slokt nu al meer dan een kwart van het budget op. Er wordt dan ook een 'vrijwillige bijdrage' van € 15,- per jaar gevraagd. Maar ja, die is wel echt vrijwillig...
 
 
Lezen 2025-3. Stichting Lezen, 2025.   

woensdag 25 september 2024

Lezen op school

Een persbericht van Stichting Lezen: de website lezeninhetpo is vernieuwd. Ik geloof het graag, maar heb de oude versie (gelanceerd in 2022) te weinig geraadpleegd om het verschil te zien. Ik weet zelfs niet of het motto nog hetzelfde is:
 
Op de basisschool kan het verschil gemaakt worden tussen lezer en niet-lezer. Hier vind je alle bouwstenen voor effectief leesonderwijs met samenwerking als basis.

Ik dacht: op de basisschool wórdt het verschil gemaakt tussen lezer en niet-lezer. En je hoeft niet per se samen te werken voor effectief leesonderwijs, al zal het zeker helpen.

Omdat ik het verschil niet zie, citeer ik het persbericht:

Op de herziene website zijn actuele ontwikkelingen direct zichtbaar en worden relevante artikelen uitgelicht. Tools zoals een leesscan, waarmee scholen hun leesklimaat kunnen meten, informatie over scholingen voor leerkrachten en bibliotheekmedewerkers en lessuggesties bij kinderboeken zijn gemakkelijk te raadplegen. Verder beschrijft de website onder andere hoe rijke teksten kunnen worden ingezet in de klas en waar deze teksten te vinden zijn.

En:

De aanleiding voor het maken van de eerste versie van lezeninhetpo.nl (gelanceerd in 2022) zijn de scores van Nederlandse leerlingen op de basisvaardigheid ‘lezen’. Deze scores zijn tot op de dag van vandaag niet fundamenteel verbeterd.
Nederlandse kinderen en jongeren blijken in vergelijking met hun leeftijdsgenoten in het buitenland slechter te scoren op complexe begrijpend-leestaken. Wat leesmotivatie betreft, bungelen onze kinderen zelfs helemaal onderaan op de internationale ranglijsten. Om die reden zijn in tal van wetenschappelijke en meer praktijkgerichte rapporten oplossingen aangedragen om het niveau van begrijpend lezen én de leesmotivatie op te krikken.

Dan hebben die twee jaar van lezeninhetpo.nl kennelijk niet veel bijgedragen tot verandering, da's nou jammer. Hopelijk komende jaren beter. En overigens weten we natuurlijk niet hoe die 'scores van Nederlandse leerlingen op de basisvaardigheid "lezen"' er zouden hebben uitgezien zónder die website en alle andere inspanningen van leesbevorderaars. Een voormalige directeur van Stichting Lezen, Barry Wiebenga, merkte al eens terecht op dat het effect van leesbevordering moeilijk te meten is, en met leesbevordering bedoelde hij dan landelijke activiteiten als de Nationale Voorleeswedstrijd en hij had het niet over verandering van onderwijsmethoden, het is goed om dat in het oog te houden.
Want her en der zijn best voorbeelden te vinden van scholen waar het leesonderwijs met sprongen vooruit ging door een andere aanpak, veelal gestoeld op meer gewoon lezen en minder 'begrijpend lezen', zoals die school waar de bevlogen Anne Steenhoff lesgeeft. Hopelijk gaat het in 2025 bij Coutinho te verschijnen De wereld in kinderboeken, leesbevordering in de klas van Erna van Koeven, Femke Ganzeman en ondergetekende hiervoor een goede leidraad bieden.

zondag 23 juni 2024

Gerlien van Dalen vertrekt bij Stichting Lezen

 
Het haalde in ieder geval IP, vakblad voor informatieprofessional, directeur Gerlien van Dalen vertrekt na 'exact vijftien jaar', Stichting Lezen. Ik citeer:

‘Samen met het team zijn er grote stappen gezet’, licht Van Dalen toe. ‘Onder leesbevordering en literatuureducatie ligt nu een goede kennisbasis. En de effectieve aanpak van leesbevordering neemt een grote vlucht. Helemaal nu er uit het Masterplan basisvaardigheden een forse financiële impuls wordt gegeven. En structurele borging van leesbevordering staat hoog op de agenda van politiek, bibliotheeksector, onderwijs, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg en lokale politiek. Dit is voor mij een goed moment om nieuwe wegen in te slaan.’

Iets soortgelijks meldde ze in haar hoofdredactionele column in Lezen 2024-2. Daarin schrijft ze ook nog:

De ambities waarmee ik aan deze baan begon heb ik mede dankzij mijn toegewijde en ambitieuze collega's meer dan waar kunnen maken.

Dat siert haar. En laten we hopen dat de opgesomde mijlpalen een vervolg krijgen in de praktijk. Want zoiets kan wel 'hoog op de agenda' staan, nu nog zien of het gaat werken.
Aan de beleidsmakers, onderzoekers en bibliotheekmedewerkers zal het niet liggen, maar in het basisonderwijs staan meer dan ooit leerkrachten voor de klas die zelf niet of nauwelijks lezen. En we krijgen een regering gevormd door politieke partijen waarvan er een of twee doorgaans ronduit vijandig staan tegenover alles wat riekt naar onderzoek en kennis - en dus naar goed onderwijs en een hoogst verdachte bezigheid als lezen. Overigens telt een van die partijen slechts één lid; dat lid trekt echter erg veel publiciteit.

Verder een mooi nummer van Lezen, met bijvoorbeeld een interview met Rian Visser, auteur en zevende kinderboekambassadeur. Ze wil zo zichtbaar mogelijk worden.

maandag 11 december 2023

Nóg bredere coalitie

Nee, dit gaat niet over Plasterks verkenningen en de lange man met geblondeerd haar.
Dit gaat over dalende leesvaardigheid en een nu al uitverkochte 'Wetenschappelijk Congres', georganiseerd door Stichting Lezen, dat op 14 december plaatsvindt in Eye Filmmuseum te Amsterdam. 
 

 
Er zal een nieuw project worden gelanceerd:
 
Tijdens het congres lanceren we het onderzoeksproject LeesEvolutie. Meer dan vijftig wetenschappers en maatschappelijke partners slaan de komende acht jaar de handen ineen om het leesonderwijs in Nederland te verbeteren en aan te passen aan het digitale tijdperk. Minister voor Primair en Voortgezet onderwijs Mariëlle Paul zal de startverklaring van het onderzoek in ontvangst nemen en het project zo officieel lanceren. Odile Heynders, hoogleraar Vergelijkende Literatuurwetenschap, trapt het congres af met een lezing over fictie en democratie. Hoogleraar leren en technologie Eliane Segers gaat vervolgens in op de rol van AI in het leesonderwijs.

Goed dat de stichting erin is geslaagd om die ruim vijftig 'wetenschappers en maatschappelijke partners' bij elkaar te krijgen om 'het leesonderwijs in Nederland te verbeteren', in een nog bredere leescoalitie dan er nu al is. Een einddatum wordt helaas niet genoemd. Het congres was ondanks de stevige toegangsprijs (€225,-) snel uitverkocht. Zie toch maar hier voor het programma.
Benieuwd of die lezing over fictie en democratie nog ergens wordt gepubliceerd.

PS d.d. 12-12. Nog aardig om te wijzen op een ingezonden brief in NRC 12-12-2023 door Sezgin Cihangir, Nederlands Mathematisch Instituut, die aldus eindigt:
 
Nog erger is het dat de verantwoordelijken voor deze catastrofe hun verantwoordelijkheid niet nemen. In plaats daarvan trekken ze de geldigheid van de PISA-cijfers in twijfel. Een voorbeeld is de VO-raad, een van de machtigste organen van ons onderwijs, waarvan voorzitter Henk Hagoort net doet alsof er niets aan de hand is. Het PISA-onderzoek is „onbruikbaar om beleid op te baseren”, meent hij. Het Centraal Planbureau bediende hem op zijn wenken met een rapport waar via een methodologische detailkritiek tot een flink eind achter de komma wordt geconcludeerd dat de PISA-cijfers niet volledig representatief kunnen worden geacht voor de Nederlandse situatie. Alsof er niet talrijke andere onderzoeken zijn (de PIRLS en TIMMS-onderzoeken, de rapporten van onze eigen Onderwijsinspectie, etc, etc.) die allemaal hetzelfde aantonen: het Nederlandse onderwijs degradeert.

De verkenner die nu de mogelijkheden voor een kabinet onderzoekt, Ronald Plasterk, is een eminente onderzoeker en oud-minister van Onderwijs en Wetenschap. Alstublieft, Plasterk, namens alle Nederlandse vijftienjarigen van nu en in de toekomst: zet de bestrijding van deze cognitieve catastrofe hoog op uw verlanglijstje, zodat Sint of de Kerstman ons ooit weer móóie PISA-cijfers brengen. 

Waarvan akte. Al valt te betwijfelen of Ronald Plasterk nu nog mag gelden als 'eminente onderzoeker'.


donderdag 12 oktober 2023

Ljubljana Manifesto

De instituties weren zich. 


EURead, waarvan Stichting Lezen naast 34 andere Europese leesbevorderingsorganisaties lid is, heeft in de Sloveense hoofdstad Ljubljana een manifest ondertekend dat oproept de teruglopende leesvaardigheid onder jongeren een halt toe te roepen. Andere ondertekenaars van het manifest zijn onder meer Poets Essayists Novelists (PEN International), International Board of Books for Young People (IBBY), the International Federation of Library Associations (IFLA).
 

 
Op genoemde site is een downloadlink naar het document opgenomen.
Waarom Ljubljana? 
Er is op de website van EURead ook een verslag te vinden, met een foto. Toen ik die nader bekeek zag ik: Slovenië is dit jaar 'Guest of Honour' ('Ehrengast') van de Frankfurter Buchmesse (18-21 oktober). 
Aha, daarom dus in Ljubljana. En daarom heet het Ljubljana Manifesto on Higher-Level Reading. Hopelijk wordt er tijdens de Buchmesse enige aandacht aan besteed.

Het is alleen maar te prijzen dat Europese leesbevorderingsinstituties elkaar hebben gevonden. Vechten tegen de bierkaai kun je ook, misschien zelfs beter, internationaal.

dinsdag 13 juni 2023

Schermen in de kinderopvang

Voor veel ouders is het dagelijkse routine: zet de kinderen voor de tv. Even rust. Officieel zou je mee moeten kijken, dan weet je wat ze zien en horen en kun je erover praten. Dat was in 2013 al het advies van media-hoogleraar Peter Nikken, toen van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Zijn advies: kijk met mate en weet wat kinderen zien. Dat was toen games en zo nog maar net in opmars waren, en TikTok nog niet bestond, weet je nog?
Het komt er niet altijd van, dat meekijken en zo. Laat staan erover praten.

In de kinderopvang deed de tv ook zijn entree, en voor de medewerkers gold bovenvermeld advies natuurlijk ook. Al snel ontwikkelde zich een bescheiden bedrijvigheid voor het maken van tv-uitzendingen voor de kleinste kinderen.
Daar heeft zich een relatief nieuw fenomeen bijgevoegd: online prentenboeken. Zoals bijvoorbeeld dit. Verdringt dat het aloude voorlezen?

Daar is in Nederland onderzoek naar gedaan door medewerkers van Erasmus Universiteit, in opdracht van Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek: Gebruik van en ervaringen met digitale prentenboeken in de kinderopvang berust op een online enquête, ingevuld door 301 pedagogisch medewerkers en locatiemanagers, en tien 'verdiepende interviews'. 
 

 
Ik citeer het persbericht (d.d. 13-6-3034):
 
Van de instellingen die anno 2022 aangeven digitale prentenboeken aan te bieden, doet bijna de helft dit ten minste wekelijks. Instellingen die geen digitale prentenboeken aanbieden, geven aan dat dit komt doordat ze er geen ervaring mee hebben, of niet beschikken over de benodigde apparatuur en boeken.
Het digitale prentenboek is blijkens het onderzoek vooral in trek om de taalontwikkeling en het leesplezier te stimuleren. Pedagogisch medewerkers zetten de digitale versie vaak in ter ondersteuning van het papieren prentenboek: de herhaling zorgt ervoor dat het taalaanbod beklijft. Hoewel driekwart van de pedagogisch medewerkers positief oordeelt over digitale prentenboeken, geven negen op de tien aan vaker papieren prentenboeken te gebruiken. Dit komt doordat ze het schermgebruik op deze leeftijd willen beperken, en positievere effecten verwachten van papieren prentenboeken op de leesmotivatie op latere leeftijd.

De voorkeur voor papier hangt mogelijk samen met een ander aspect: interactie. Zeven op de tien pedagogisch medewerkers zeggen bij het voorlezen van een digitaal prentenboek minder interactie te hebben met de kinderen dan bij een papieren prentenboek. Dit komt vooral doordat het noodzakelijk is om het afspelen van het boek tijdelijk te stoppen. Pedagogisch medewerkers vinden het moeilijk om geschikte pauzemomenten te kiezen. Hierbij speelt ook dat ze de concentratie en onderdompeling van kinderen in het verhaal niet willen verstoren.

Waarvan akte. Het valt dus nogal mee met die verdringing, als we mogen afgaan op deze bevindingen.
En lief dat ze de 'concentratie en onderdompeling van kinderen in het verhaal niet willen verstoren' - al doet me dat op de een of andere manier denken aan die ouders die tijdens het koken hun kinderen voor de tv zetten.

vrijdag 2 juni 2023

Allemaal goede voorlezers?

Persbericht van Stichting Lezen:

'Moeders zijn nog altijd de voornaamste leesopvoeders: zij hebben meer kennis van (recente) kinderliteratuur dan vaders, opa’s en oma’s en kunnen hun kinderen dus ook het beste toegang bieden tot interessante boeken. Voor het overige zijn er geen verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke opvoeders en ook niet tussen ouders en grootouders in de interactie bij het voorlezen. Ouders en grootouders, en mannelijke en vrouwelijke opvoeders, doen gemiddeld ongeveer evenveel inhoudelijke, cognitief uitdagende uitingen tijdens het voorlezen. Dit blijkt uit het onderzoek Twee generaties, een verhaal van Roel van Steensel, hoogleraar Leesgedrag voor Stichting Lezen.

De vraag naar de rol van de grootouders is relevant omdat zij een grote rol in opvoeding en dus ook in de leesopvoeding spelen. Dat er geen verschillen in voorleesinteractie bestaan, betekent dat moeders, vaders, opa’s en oma’s hun (klein)kinderen evenveel stimuleren tijdens het voorlezen. Wel zouden grootouders en vaders meer kennis over actuele kinderliteratuur aangereikt kunnen krijgen. ‘Het mooie van dit onderzoek is dat blijkt dat alle opvoeders, zowel ouders als grootouders, goed kunnen voorlezen’, aldus Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder Stichting Lezen.
'

Dat laatste is een verrassende uitspraak, die ik niet terugvind in de korte samenvatting van het onderzoek. Het zou heel goed nieuws zijn: alle opvoeders in Nederland kunnen goed voorlezen. De Voorleesexpress kan wel ophouden...
Helaas vermoed ik dat Gerlien van Dalen bedoelde dat grootouders gemiddeld even goed voorlezen als ouders.

donderdag 23 maart 2023

Scriptieprijs leesbevordering

De Scriptieprijs Leesbevordering 2020-2022 is gewonnen door Marie Buesink, een student uit Leiden, die eerder Japans studeerde en vervolgens een masteropleiding 'Book and Digital Media Studies' - kennelijk moet dat in het Engels. Zij deed voor in haar masterscriptie onderzoek naar otome, een soort Bouquet-reeksachtige verhalen voor spelcomputers.
De scriptie heet A Novel, a Game, or a ‘Glorified PowerPoint Slideshow’? Otome Visual Novels as Contemporary Ergodic Literature, en werd gemaakt voor haar masteropleiding. Ze onderzocht of otome nu literaire teksten zijn of videogames, en of ze bijdragen aan leesbevordering. Antwoorden: allebei; ja.
 


Buesink denkt dat zulke 'visuele romans' in het bijzonder relevant kunnen zijn voor kinderen en jongeren die weinig lezen of hier moeite mee hebben. ‘De hulpmiddelen in de vorm van beeld en geluid die helpen te snappen wat er wordt verteld, maken lezen toegankelijker. Dat kan een opstapje zijn naar de traditionele literatuur.’
Tja, dat werd en wordt over strips en de Bouquet-reeks ook gezegd. Ik zal de laatste zijn om de mogelijkheid te ontkennen, al vermoed ik dat dit opstapje naar 'de traditionele literatuur' (!) niet vaak gebruikt wordt.
Maar de prijs zij haar van harte gegund.
 
Eervolle vermeldingen waren er voor Sophie Scharff en Thibaut Duthois.
Sophie Scharff studeerde af in Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht met haar masterscriptie Op weg naar een inclusieve leeslijst: een verkennend onderzoek naar evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwelijke auteurs en auteurs van kleur in het literatuuronderwijs. Dat leverde haar de eervolle vermelding op.
Thibaut Duthois deed tijdens zijn lerarenopleiding ervaring op in het OKAN-onderwijs – onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in België. Met zijn masterscriptie Het effect van interactief voorlezen op de leesmotivatie van OKAN-leerlingen: een mixed-method onderzoek studeerde hij af in Pedagogiek en Onderwijskunde aan de Universiteit Gent. Dat leverde hem de eervolle vermelding op.

donderdag 16 maart 2023

Stichting Lezen maakt de balans op

Dat gaat dan niet zoals in de kerken, waar Kerkbalans staat voor een inzamelactie. Als de kerken de balans opmaken, komen ze kennelijk steeds tekort.
Het is wellicht meer een balans waarin Stichting Lezen nagaat wat ze heeft bereikt met de beschikbare middelen. 
 


 
Nee, niet helemaal, aldus het persbericht (d.d. 16-2-2023) over komend jubileumcongres 'Lang zullen ze lezen! Leesbevordering toen, nu en in de toekomst' (5 april, Utrecht). Iedereen die aan leesbevordering doet wordt erin betrokken.
 

 
Het jubileum is een goede reden om de balans op te maken van meer dan drie decennia leesbevordering. Welke ontwikkeling hebben we gezien in het leesgedrag, de leesmotivatie en de leesvaardigheid van kinderen en jongeren? Hoe hebben ouders en professionals zich ingezet om kinderen te laten opgroeien tot lezer?

Naast een korte terugblik en een overzicht van de stand van zaken, is Lezen Centraal vooral gericht op de toekomst. Het doel is weliswaar al 35 jaar hetzelfde, de opgave daarentegen verandert voortdurend. Daarom gaan we in op veranderingen in het basis- en voortgezet onderwijs en in de kinderopvang, zoals de bijstelling van de kerndoelen en eindtermen en de toegenomen aandacht voor basisvaardigheden. Ook de betekenis van onderzoek voor de leesbevordering komt aan bod. Tot slot bespreken we hoe we leesbevordering toekomstbestendig kunnen maken. 

 
Die laatste zin is verrassend. Want, zo merkt directeur Gerlien van Dalen op in het redactioneel van Lezen 2023-1:

Het liefst zouden we alle leesbevorderingsorganisaties, inclusief Stichting Lezen, opheffen bij gebrek aan noodzaak.

Dus leesbevordering moet niet toekomstbestendig worden, maar juist gericht op verdwijnen wegens bereiken van gestelde doelen.
Maar ja, alweer volgens Gerlien van Dalen in dat redactioneel:

Zover zijn we nog zeker niet. De leestijd, leesmotivatie en leesvaardigheid zijn immers niet op niveau.

Vechten tegen de bierkaai, lijkt het wel. 35 jaar bestaan, en nog geen einddoel bereikt. Wat zit het toch tegen... En dat ondanks De Nationale Voorleeswedstrijd, De bibliotheek op school, Boekstart en wat niet al, niet te vergeten ook het kwartaalblad Lezen, waarvan onlangs nummer 2023-1 verscheen.
Met in dit nummer o.a. interviews door Mirjam Noorduijn met diezelfde Gerlien van Dalen en met Coen Peppelenbos (het valt wel mee met die ontlezing, vindt hij), en veel andere artikelen en boekbesprekingen.

Lezen. Verschijnt vier keer per jaar. Gratis, vrijwillige bijdrage van € 15,- per jaar.


dinsdag 8 februari 2022

Wegens succes gesloten

Ooit, zo'n vier decennia of misschien nog langer geleden, had ik een interview met de directeur van de Tilburgse openbare bibliotheek. (Ze is inmiddels allang met pensioen, mag ik aannemen.) Ze vertelde me o.a. dat de dienstverlening aan scholen afgebouwd ging worden, want die was wegens doorslaand succes te duur geworden.
Onze nationale financiën waren en zijn zo ingericht dat openbaar bibliotheekwerk en onderwijs uit verschillende potjes worden betaald, potjes met beheerders die geen rekening met elkaar houden want ze wonen in verschillende overheidshuizen. In het onderwijspotje zat niet genoeg om die dienstverlening in stand te houden, in het bibliotheekpotje evenmin. Dus hoe gewaardeerd ook, en hoe evident het ook was dat de dienstverlening door de openbare bibliotheek een grotere uitgave aan leesmateriaal door scholen onderving, het moest minder of weg.

Hieraan moest ik de denken toen ik bij Lezen 2021-4 een brief aantrof, ondertekend door Gerlien van Dalen, 'directeur-bestuurder Stichting Lezen'. Ik citeer:

Vier keer per jaar ontvangt u Lezen, het kwartaaltijdschrift van Stichting Lezen over leesbevordering en literatuureducatie. Uit de reacties weten we dat het tijdschrift hoog gewaardeerd wordt. We zijn blij met u als lezer van ons tijdschrift. En we zijn blij dat het aantal abonnees nog steeds toeneemt. Zo kunnen we onze kennis delen met steeds meer professionals in het onderwijs, de kinderopvang en de leesbevorderingswereld.
Er zit echter ook een andere kant aan. Een blad maken en verzenden is kostbaar. Met het toenemende aantal abonnees worden de kosten verhoudingsgewijs te hoog. Daarom vragen we u om een vrijwillige bijdrage van minimaal € 15,- per jaar. Dat stelt ons in staat het tijdschrift te blijven maken zoals u het kent: op papier, aantrekkelijk vormgegeven en boordevol bruikbare informatie.

Nu maakt papier zeker niet de hoofdmoot uit van de kosten om een tijdschrift te maken. Verzendkosten en drukkosten worden per nummer lager naarmate er meer gedrukt worden. 
Maar bij elkaar stijgen die kosten natuurlijk wel naarmate er meer verzendadressen zijn en kennelijk was Lezen al een begrotelijke zaak voor de stichting. Druppels en overlopende emmers en zo. Uit de jaarrekening is helaas over de kosten van Lezen niets specifieks te halen.
 
Lezen was en is bedoeld als uitstalkast voor de stichting. Van een onafhankelijke redactie is formeel geen sprake. De directeur-bestuurder schrijft al sinds jaar en dag het redactioneel, twee medewerkers zitten in de verder door freelancers bevolkte redactie, een eigen standpunt ten opzichte van de stichting is er niet. 
Is helemaal niet erg en doet aan de inhoud niets af, maar daarmee is het tijdschrift Lezen wel onvervreemdbaar onderdeel van Stichting Lezen, die vrijwel geheel wordt bekostigd uit openbare middelen. Het was en is in principe dan ook gratis.
 
In feite vraagt directeur-bestuurder Gerlien van Dalen ons nu dus om een vrijwillige bijdrage aan Stichting Lezen. De gulle gevers moeten maar hopen dat hun bijdrage inderdaad gericht wordt besteed aan het tijdschrift. 
Ongevraagd advies: toon in komende jaarrekeningen duidelijk waar de kosten zitten, wat deze vrijwillige bijdrage heeft opgeleverd en waaraan hij is besteed.
 
 

 
En hoe is het met Lezen? Staat het inderdaad 'boordevol bruikbare informatie'.
Toevallig is nummer 2021-4 beslist een van de betere. Een mooi portret van Daan Remmerts de Vries, een informatief artikel over leesactiviteiten in de buitenschoolse opvang, en een over non-fictie-boeken bij de 'zaakvakles' en begrijpend lezen, een interview met Els Pelgrom, van wie binnenkort na jaren stilte een nieuw boek verschijnt, en een interview met Conrad Berghoef, de docent die te fiets boeken ging rondbrengen bij zijn leerlingen (tekening hierboven van Femme ter Haar) en daarover een boek schreef, Leraar op de fiets. (Binnenkort bespreking in dit blog.) Een interview met dichter Lisa Loeb, een column door Imme Dros, een portretje van twee 'bevlogen leesbevorderaars', aankondigingen van nieuwe titels en nog meer.

Uit het interview met Lisa Loeb vis ik dit citaat:

Bijna alle wanden in het huis van mijn ouders bestonden en bestaan uit boekenkasten. Ik mocht pakken en lezen wat ik wilde. Mijn moeder las ook voor, heel veel Annie M.G. Schmidt: Pluk van de Petteflet, Minoes, Jip en Janneke. Dan draaide ze trouwens de rollen soms om. Janneke was stoer en Jip was juist de bangerik. Ja, de magie van fictie, van de vertelkunst heb ik echt wel van huis meegrekregen.

Ja, dat werkt. Weten we ook uit veel onderzoek.
Nog zo'n citaat, uit een interview met Sholeh Rezazadeh. Ze vertelt hoe ze zich het Nederlands eigen maakte.

Ik volgde een intensieve taalcursus, praatte Nederlands zodra het kon, keek tv-programma's: [Lachend] Boer zoekt vrouw, het echte Nederland. Boeken die ik in het Perzisch had gelezen, las ik in Nederlandse vertaling, en ik las Nederlandse schrijvers: Biesheuvel, Kopland. Ik bezocht culturele evenementen, vroeg op een gegeven moment of ik zelf iets mocht voordragen. Ik kende niemand, kende ook de smaak van hier niet en wilde testen wat men ervan vond.

Prachtig en hopelijk inspirerend, zo'n snelkookpan-cursus taal die deze van oorsprong Iraanse auteur zich in zes jaar tijd heeft gegeven.

Er zijn wel saaiere nummers van Lezen langsgekomen!
De greep hierboven toont wellicht ook de reikwijdte van de inhoud: van kinderopvang tot bovenbouw secundair onderwijs. De doorgaande leeslijn, het is de theoretische basis onder het werk van Stichting Lezen. 
Daarmee maakt de redactie het zich niet makkelijk, want doorgaans kiezen lezers toch hun leesgoed op basis van hun eigen bezigheden. De keuze voor veel interviews is slim: die verleiden sneller tot lezen buiten het eigen interessegebied. Ook zo'n reeks bijdragen die een kijkje biedt in het atelier van illustratoren is daarom een goede keuze.
Of Lezen daadwerkelijk leidt tot nieuwe initiatieven, dat weet ik niet, maar het is momenteel wel het enige tijdschrift in onze niche en het wordt met zorg en liefde gemaakt.
Het zou jammer zijn als Stichting Lezen zou moeten besluiten het tijdschrift wegens doorslaand succes te stoppen.
Het ware wellicht beter geweest als Stichting Lezen vanaf het begin had geholpen een tijdschrift op de markt te houden (bijvoorbeeld Leesgoed) of te brengen dat zichzelf zou kunnen handhaven, al dan niet met een klein beetje subsidie. Maar ja, dat is vermoedelijk een ver gepasseerd station.




vrijdag 4 februari 2022

Leescoalitie in actie

Lang niets van de Leescoalitie gehoord, maar daar is dan toch ineens een persbericht. Ik citeer:

Op donderdag 3 februari 2022 overhandigden Paul van den Broek, Christine Espin en Anne Helder van het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden het rapport Sturen op begrip: Effectief Leesonderwijs in Nederland aan de Vaste Kamercommissie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de motie Rog c.s. Daarin staat het voorstel om onderzoek te (laten) doen naar de oorzaken van de afgenomen leesvaardigheid van leerlingen in het funderend onderwijs. En om advies uit te brengen over de noodzakelijke interventies om de leesvaardigheid weer op peil te brengen.

In het rapport geven de onderzoekers aan dat de begripsvaardigheid van alle leerlingen verbeterd kan worden, ongeacht leesniveau of achtergrond. Het onderzoek bevestigt recente bevindingen van de Taalraad Begrijpend Lezen en de Kennistafel Effectief Leesonderwijs.

Het persbericht opende, vermoed ik, met een samenvatting van dat rapport. Ik citeer:

De ingrediënten voor effectief leesonderwijs zijn bekend. Waarom hebben kinderen en jongeren dan toch moeite met verdiepend lezen? Uit onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat leraren vooral zelf een activerende leesles moeten samenstellen door de succesvolle elementen uit leesmethodes te combineren met andere activiteiten en didactisch handelen. School en leesbevorderingsinstanties, zoals bibliotheken en Stichting Lezen, moeten voor de randvoorwaarden zorgen. En ook ouders betrekken bij de lees- en taalontwikkeling van hun kinderen. Volgens de Leescoalitie onderstrepen de uitkomsten opnieuw dat effectief leesonderwijs mogelijk is. Maar dat hiervoor structureel beleid, middelen en goede randvoorwaarden nodig zijn.

En de staart van het persbericht:
 
De conclusies uit het rapport sluiten ook aan bij de Oproep tot een ambitieus Leesoffensief van de Leescoalitie. Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder Stichting Lezen en voorzitter van de Leescoalitie: ‘De onderzoekers benadrukken dat effectief leesonderwijs vraagt om een gezamenlijke aanpak. Met scholen, de bibliotheek en de thuissituatie als belangrijkste plekken om deze zorgwekkende trend ten positieve te keren. Hiermee sluiten zij aan bij de visie van Stichting Lezen, zoals beschreven in de beleidsnotitie De doorgaande leeslijn (2020). Daarin staan de leesontwikkeling en effectief en motiverend leesonderwijs beschreven.’

‘Het is noodzakelijk dat nu de stap gezet wordt naar structureel beleid. Daar hoort bij dat effectief leesonderwijs in samenhang met leesbevordering daadwerkelijk in het curriculum komt te staan. Zorg dat er geoormerkt geld voor scholen komt om een goede schoolbibliotheek op elke school op te zetten en te onderhouden. Betrek leesexperts van binnen en buiten school bij het leesonderwijs. De Leescoalitie roept het kabinet dan ook op voorrang te geven aan het bevorderen van lezen en geletterdheid. Laten we voorkomen dat de jongeren van nu de laaggeletterden van de toekomst worden. Gezamenlijk met de overheid en de onderwijsorganisaties gaan de leden van de Leescoalitie graag aan de slag.’

 
Voor het laatst, deze actie? Hij doet zo benauwend denken aan voorgaande acties, zoals de publicatie van genoemd manifest in 2020. Ik vraag me soms wat ongerust af wat Stichting Lezen gaat doen als over acht jaar blijkt dat ze geen moer is opgeschoten met dat manifest, en met het ijveren voor verbetering van het leesonderwijs en het bevorderen van het lezen, waarbij overigens de volwassenen al een tijd geleden zijn losgelaten, kennelijk al dan niet in goed overleg overgelaten aan Stichting Lezen en Schrijven. (De vraag gaat uiteraard ook hen aan.)
Natuurlijk doet Stichting Lezen zegenrijk werk, bijvoorbeeld middels projecten als Boekstart en De bibliotheek op school, en oud-directeur Barry Wiebenga merkte ooit op dat het nu eenmaal lastig is om effect te meten in een samenleving als je geen controlegroep hebt. 
Zonder genoemde projecten stond het er wellicht beroerder voor. We zullen het niet weten. Geldt ook voor een prachtproject als de Kinderboekenweek, zelfs wanneer per flater het schrijven van het kinderboekenweekgeschenk aan een Australisch duo wordt overgelaten, dat van de Waanzinnige boomhut.

Maar de alarmistische opzet van de Leescoalitie wekt verwachtingen: de toon is van doe het NU, anders is het TE LAAT. Tja. En als het dan te laat is, wat dan?


woensdag 10 maart 2021

Lezen in nieuwe outfit

Het meest intrigerend aan Lezen 2021-1 vind ik de omslagillustratie.


 
Niet alleen omdat het een grappige afbeelding is, ook omdat ik er in dit nummer nergens iets over vermeld vond tót ik op p. 32 op twee pagina's over Margot Westerman stuitte. De eerste aflevering van een nieuwe rubriek, 'Op de cover', die de voorgaande rubriek 'Atelierbezoek' gaat vervangen. Begrijp ik. Want op p. 6-8 wordt 'teruggeblikt' op vijftien jaar 'Atelierbezoek', door acht ateliers nog eens te bezoeken. Toen en nu vergeleken. 
 
Er gaat wel eens wat mis, óf het is de bedoeling: op p. 32 staat 'Op de cover', maar in de inhoudsopgave staat '32 Atelierbezoek Margot Westerman'... En de terugblik ontbreekt. Er ging, geloof ik, meer mis, zo start de nieuwe rubriek 'Blikveld' (korte recensies en berichten) op p. 13 en niet op p 12.
 
Lezen 2021-1 is een jubileumnummer, want vijftien jaar bestaand. Tijd voor een nieuwe opmaak, dacht men kennelijk bij Stichting Lezen, de uitgever van dit kwartaalblad 'voor leesbevordering en literatuureducatie', onder hoofdredactie van de directeur van de stichting, Gerlien van Dalen, die zelf aan haar twaalfde jaar bij Stichting Lezen bezig is.
Ik herken in de opmaak het dilemma van de redactie: enerzijds veel levendigheid en kleur wensen, anderzijds veel tekst kwijt willen in de kolommen. De gekozen opmaak (van Erik olde Hanhof en Judith Schoffelen) is mooi en levendig zat, maar de broodletter is aan de kleine kant, je hebt er een goede leeslamp voor nodig.

De variatie in rubrieken toont dat de inhoudelijke opzet niet is veranderd. Stichting Lezen is van alle leesbevordering en dus vind je in Lezen aandacht voor babyboekjes als Ukkie (van Lu Fraser en Kate Hindley) tot en met Confrontaties van Simone Atangana Bekono en de P.C. Hooftprijs voor Alfred Schaffer. Ofwel, 'Blikveld' reikt van 0 tot 18 jaar en zoals we weten beperken intelligente en leesvaardige achttienjarigen zich niet tot wat in de boekwinkel en bibliotheek onder jeugdliteratuur wordt verstaan.
Het is allemaal best lezenswaardig, de redactie (ook nog Daan Beeke, Eva Gerrits, Mirjam Noorduijn, Annemarieke Terhell en Desirée van der Zanden) doet zijn best. Leuke interviews vooral, in dit nummer bv. met Jaap Friso (van Jaapleest) en Bas Maliepaard (recensent jeugdliteratuur bij Trouw) over hun Grote Vriendelijke Podcast.

Dat er inhoudelijk veel herkenbaar is sluit dan aan bij wat Gerlien van Dalen in haar redactioneel schrijft:
 
De afgelopen 59 nummers doorbladerend kunnen we wel constateren dat er veel is veranderd wat lezen en leesbevordering betreft, maar dat er één ding niet is veranderd: de noodzaak tot het stimuleren van het lezen blijft groot.

En dan verwijst ze naar het leesoffensief waarover eerder werd bericht, ook in dit blog (zie hier en hier).
 
Wat dan echter weer een beetje triest kan stemmen is de vraag of al die leesbevordering dan echt niets heeft uitgehaald. Of zou (bewijs uit het ongerijmde) het er zonder die activiteiten nog beroerder voorstaan?
Mijn dagblad vergaste me een dezer dagen weer eens met een somber bericht over de gemiddelde lees- en schrijfvaardigheden waarmee leerlingen de basisschool verlaten. Het zoveelste bericht in een reeks. Zeer benieuwd of dat leesoffensief nog iets gaat verbeteren.


Lezen 2021-1. Stichting Lezen, 2021. ISSN 1570-9698, 36 p.

woensdag 11 maart 2020

Alle hens aan dek: bevorder de leesbevordering

Als ik een aflevering ontvang van Lezen, het tijdschrift van Stichting Lezen, weet ik wat ik ongeveer kan verwachten: een redactioneel waarin het belang en/of de aantrekkelijkheid van lezen wordt benadrukt, gevolgd door artikelen of interviews die dat min of meer onderstrepen, met relatief veel portretten van auteurs en illustratoren.
Maar met Lezen 2020-1 (maart) is iets bijzonders. Gerlien van Dalen luidt de noodklok. Dat deed ze, althans Stichting Lezen (waarvan ze directeur is) eigenlijk al eerder, 3 december vorig jaar, zie hier. Aanleiding is het PISA-rapport met zorgwekkende cijfers over de leesvaardigheid en leesbereidheid van Nederlandse jongeren.
In een interview met Mirjam Noorduijn in Lezen 2020-1 blijkt ze 'geschrokken' en 'licht gefrustreerd', maar springt ze meteen in de bres voor Stichting Lezen:

Als het gaat om leesbevordering en literatuureducatie en het verspreiden van kennis hebben we een centrale rol, maar wij zijn niet zelf de leesbevorderaars. Dat zijn de leraren, de medewerkers op school en in de kinderdagverblijven, en natuurlijk de ouders. De PISA-resultaten onderstrepen voor mij dat we onze aanpak met campagnes, en vooral het actieprogramma Kunst van Lezen dat we met bibliotheken uitvoeren om laaggeletterdheid te bestrijden, de komende jaren onverminderd moeten voortzetten.

Aan de bezigheden van Stichting Lezen hoeft volgens haar dus niets te veranderen. Wel anders moet het 'begrijpend leesonderwijs':

Er moeten rijkere teksten worden gelezen - meer kinder- en jeugdliteratuur - en er is meer leestijd nodig.

En

Het aantal pabostudenten dat zelf niet graag leest is te groot.

Dat laatste ben ik geheel met haar eens, jammer echter dat de interviewer haar geen gelegenheid geeft om daarop dieper in te gaan, want hoe komt dat?
Ja, ik weet het antwoord ook niet, al vermoed ik dat het o.a. iets te maken heeft met het toelatingsniveau. Ze wil 'optimistisch blijven' en benadrukt dat 'op een aantal pabo's lezen inmiddels heel expliciet het uitgangspunt van beleid is' (wat dat ook moge betekenen, denk ik dan) en dat een kwart van de pabo's meedoet 'met pilots van de Bibliotheek op School'.
Op de vraag 'waar de oplossing ligt' heeft ze wel een antwoord en daarin legt ze alles bij het onderwijs.

Ik pleit voor minder vrijblijvendheid in de invulling van het vak Nederlands en het leesonderwijs. Dat de overheid een sterk signaal moet afgeven dat het onderwijs onmisbaar is in het faciliteren van goed leesonderwijs, is voor mij evident.
Nu is het zo dat we de politiek en het onderwijs steeds maar weer moeten overtuigen van het belang van leesbevordering, voordat ze bereid zijn daar middelen voor vrij te maken.
Maar als de rijksoverheid zou eisen dat elke school een volwaardige schoolbibliotheek met deskundige leesspecialisten moet hebben, en een deel van de onderwijsfinanciering voor dit doel zou bestempelen, dan voer je direct een heel ander gesprek.

Waarna ze de prestaties van Stichting Lezen als 'kenniscentrum' maar weer eens benadrukt. Hoewel:

We richten ons nu vooral op het vertalen van onze kennis naar praktische handvatten voor leesprofessionals. Maar we zullen ervoor moeten zorgen dat het belang van lezen door meer mensen op meer niveaus gedragen wordt.

Dat klinkt ambitieus. Gevraagd naar 'waar lezend Nederland over vier jaar staat' wordt ze dan ook voorzichtig en wijst ze op de bezuinigingen in het openbaar bibliotheekwerk en de 'fragiliteit' van de 'infrastructuur voor leesbevordering'.
Wat heet. Verderop in het tijdschrift portretteert Annemarie Terhell (die heel veel artikelen in dit nummer voor haar rekening nam) twee voorbeeldige basisscholen onder de kop 'Je leert lezen door véél te lezen', maar ze noteert tussen neus en lippen wel dat er in 2014 op driekwart van de basisscholen een leesplan was en nu nog op de helft, en dat in 2014 op tweederde van de basisscholen een 'leescoördinator' was en nu nog maar op de helft.

Dat is zonde, want met een boekenkast alleen ben je er nog niet.

De gegevens stammen uit het rapport Stand van zaken, leesbevordering basisonderwijs 2019, dat in opdracht van Stichting Lezen werd gemaakt door DUO Onderwijsonderzoek & Advies en het artikel is te downloaden.


Lezen 2020-01 (maart 2020). ISSN 1570-9698, 36 p. Hier online.


donderdag 19 december 2019

Lezen!

Er ligt weer een laatste nummer van Lezen op het stapeltje (2019-4). Kennelijk roept zo'n laatste nummer de neiging bij me op om er iets over te schrijven, want in 2017 en 2018 gebeurde dat ook.
Lezen zou eigenlijk Lezen! moeten heten, met een uitroepteken, als een dwingend advies. Als iets Lezen kenmerkt is het wel de voortdurende benadrukking van de heilzaamheid van lezen.
Dat is natuurlijk geen wonder, want Lezen is het kwartaalperiodiek van Stichting Lezen (NL) en directeur en hoofdredacteur Gerlien van Dalen voorziet ieder nummer van een redactioneel.
Er was overigens ooit ook een Belgische (Vlaamse) Stichting Lezen, maar die heeft haar naam verandert en heet al geruime tijd Iedereen leest, een prachtige wishful thinking naam. Was het maar zo...

Zelfs als Gerlien van Dalen eens niet de noodklok luidt en zich beperkt tot de introductie van het nummer, sluipt er toch vaak nog iets verkonderigs in, zo ook in 2019-4:

Lezen is leuk, ontspant, en stimuleert mijn verbeelding, om maar eens te benoemen waarom ik zelf lezen zo waardeer. Onze nieuwe brochure Lezen loont (te vinden op lezen.nl) laat zien waarom lezen nog meer loont, zeker ook voor kinderen en jongeren. Stimuleer de kinderen in uw omgeving dus vooral om in de kerstvakantie lekker een boek (of meer) te lezen, lees ze voor en lees vooral ook zelf, om uw eigen, persoonlijke redenen. Fijne feestdagen!

Ja Gerlien, zeker en insgelijks.
Haar welgemeende advies toont iets van het wat hybride karakter van Lezen. Het is tegelijk informatief en propagandistisch bedoeld, en ruim driekwart, misschien wel vier vijfde, van de inhoud gaat over literatuur voor 'kinderen en jongeren', maar de rest over literatuur voor volwassenen. Het is net niet beschouwend genoeg en te breed voor een vakblad, maar veel informatiever dan een folder.
Het redactieteam (naast Gerlien van Dalen Daan Beeke, Eva Gerrits, Mirjam Noorduijn, Annemarie Terhell en Desirée van der Zander, van wie Daan en Désirée ook medewerkers van Stichting Lezen zijn) doet zijn best om er een leesbaar periodiek van te maken en dat levert altijd wel lezenswaardige interviews en artikelen op, zonder dat ik de neiging krijg om ieder nummer apart te bespreken.
De nummers zijn overigens ook online te lezen, zie hier bijvoorbeeld dit laatste nummer.

Eigenaardig is dat er betrekkelijk weinig praktische tips in staan. Die biedt Stichting Lezen overigens best, maar dan online, zie ook het portaal Leesbevordering in de praktijk en een door de stichting opgezette websites als Boekstart en Leesplan. In Lezen mis ik een praktisch katern zoals Boekidee dat was in het vaktijdschrift Leesgoed.

Neem een artikel als 'Geef liefde voor lezen door!' van Mirjam Noorduijn in Lezen 2019-4: een enthousiast vertoog over hoe fijn het kan zijn als grootouders voorlezen, met een vermelding van het project dat de Leescoalitie binnenkort terzake start (tip: voorzie de site van een certificaat, wordt nu als 'niet beveiligd' gemeld), maar geen vervolgartikel met voorleestips.
Of neem een interview als dat met Humberto Tan (door Eva Gerrits) over 'zijn' kinderboek (Pirouette in Paramaribo). Best leuk, maar wat kán je dan met zo'n boek op school? En hoort Tan tot de auteurs die je via de Schrijverscentrale kan uitnodigen op school of in de bibliotheek? Dan heb ik het nog niet over een grondige bespreking van zijn boek, die een echt vaktijdschrift zeker had geplaatst.

Zo zijn er meer kanttekeningen te plaatsen bij Lezen. Dat laat onverlet dat het momenteel het enige tijdschrift is dat de aandacht vestigt op recent verschenen jeugdliteratuur en daarom alleen al lof verdient, zoals ook Stichting Lezen lof verdient voor haar inspanningen.



dinsdag 19 maart 2019

Te mooi om waar te zijn

Onder deze fraaie titel organiseert Stichting Lezen een symposium in de reeks Lezen Centraal, op 10 april in Utrecht, TivoliVredenburg.

De mensen van SL zijn erin geslaagd een aantrekkelijk programma te maken en zowaar (dat is de stichting wel toevertrouwd) met veel aandacht voor jeugdliteratuur.
Sterker nog, jeugdliteratuur speelt de hoofdrol. Toonzettende lezingen door Joke Hermsen en Bas Maliepaard, illustrator Kris Nauwelaerts, de kinderboekambassadeux (geen tikfout) Hans en Monique Hagen, en ook de deelsessies zijn gericht op mensen uit primair en secundair onderwijs.

De prijs vind ik aan de hoge kant: € 190,-. Voor deelnemers die soms niet kunnen declareren, zoals 'medewerkers in de kinderopvang, leraren (po t/m hbo)' (deel van de beoogde doelgroep) is dat mogelijk een beletsel.
Maar studenten kunnen op vermelding van het nummer van hun collegekaart, een kaartje voor € 40,- bemachtigen. Da's dan weer mooi.



woensdag 12 december 2018

Lezers op de Titanic?

Eergisteren zat Lezen 2018-4 bij de post.
Er lagen al wat voorgaande nummers op het stapeltje te bespreken. Ik kwam er niet toe, misschien ook doordat die nummers een beetje op elkaar leken. Wat nieuws (vooral jeugdliteratuur), wat prettig  enthousiasmerende interviews en artikelen, kijkjes in het atelier van illustratoren (zoals dit nummer Leo Timmers)...
Maar nummer 4 is toch bijzonder, want daaruit klinkt weer eens het geluid van een noodklok.

Associaties dienden zich aan met de ondergang van de Titanic (al lezend verglijden in de golven), met een bekende boektitel (De laatste der Mohikanen) en met een bekend stripverhaal, dat altijd begint en eindigt in dat ene dorp in Gallië dat nog niet bezet is.

Hoofdredacteur Gerlien van Dalen, tevens directeur-bestuurder Stichting Lezen, in haar redactioneel:

In veel gesprekken en beleidsstukken neemt de dalende leestijd en de lage leesmotivatie een prominente plaats in. De situatie is zorgelijk en er moet iets gebeuren, is de boodschap. Terecht, er is alle aanleiding voor zorg. En er gebeurt ook al veel: u en ik werken dagelijks aan leesbevordering; er zijn effectieve leesbevorderingsprogramma's opgezet zoals Boekstart en de Bibliotheek op school en er zijn leesbevorderende campagnes. Maar in ons volle, drukke leven is leesbevordering steeds meer leestijdbevordering.


(Ill. Karst-Janneke Rogaar.)

Mirjam Noorduyn vraagt in een artikel onder de kop 'We moeten alles doen om tieners aan het lezen te krijgen' aandacht voor het initiatief van auteurs Hans Hagen en Ted van Lieshout om samen met BruuTAAL de Gouden Lijst overeind te houden, nadat de CPNB besloot die prijs niet langer uit te reiken. Vechten tegen de bierkaai? Of toch de Asterix en Obelix van de leesbevordering, die moedig en succesvol standhouden tegen de oprukkende legers der niet-lezers?
Ze verwijst naar een rapport van het SCP, waaruit blijkt dat het aantal lezers onder dertien- tot negentienjarigen daalde van 65 procent in 2006 naar 40 procent in 2016. Noch hoogleraar Roel van Steensel, noch Ted van Lieshout laten zich in het artikel optimistisch uit.

In een interview door Eva Gerrits met auteur Alex Boogers, die de twee schotschriften De lezer is niet dood en Lang leven de lezer schreef, laat die zich ook al wat zorgelijk uit. 'Ongeïnteresseerde leerlingen bereiken is een gevecht dat Boogers vaak voert.' En hij zegt:

Tijdens schoolbezoeken ontmoet ik steeds dezelfde auteurs: een Jaap Robben, Maartje Wortel, Özcan Akyol en nog een handvol. Wie ik er nooit tref: journalisten en auteurs die kranten vullen met artikelen over jongeren die niet meer lezen. [...]

Preek een keer niet voor eigen parochie, maar ga op een school met jongeren in gesprek, vertel waarom je bent gaan schrijven, waarom je leest;  bedrijf literatuur met ze. Als later een van hen op zoek gaat naar een boek, heb jij daarvoor de kiem helpen planten. Wat plant je nou met cultuurpessimistische geluiden in een krant?

Waarvan akte.
Met natuurlijk de aantekening dat het deze bezorgde lezers en schrijvers gaat om boeken, liefst met een ruime woordenschat, om verhalen die de verbeelding prikkelen. Die ruim drie uur die tieners tegenwoordig volgens het SCP doorbrengen met hun mobieltje, bestaat natuurlijk voor een flink deel uit lezen en schrijven: al die berichtjes die worden uitgewisseld. Heel gezellig, maar hun woordenschat wordt er niet door verrijkt, noch maken ze kennis met andere geesten dan het vriendenkringetje.


dinsdag 7 juli 2015

De mens leest zich de wereld in

Coen Simons bracht met deze zin de waarde van lezen onder woorden, aldus Gerlien van Dalen, directeur Stichting Lezen (NL), in Lezen 2015-2.
Ik had net (eindelijk) het zomernummer van Literatuur zonder leeftijd doorgenomen en besproken, zie hier. Het verschil is heel groot, de enige overeenkomst dat beide periodieken over jeugdliteratuur gaan.

De 200 pagina's van LZL zou ik eigenlijk nog van kaf tot kaft moeten lezen, dat heb ik nu alleen in stukjes bij beetjes gedaan. LZL heeft academische aspiraties en dat merk je, het merendeel van de artikelen volgt een keurig academisch patroon, hooguit ontbreken de summaries, en ook de recensies zijn gedegen en uitvoerig en tonen een enkele keer wat academische wijsneuzigheid, waar een mening als feit wordt gepresenteerd.
Omdat ik me het grootste deel van mijn werkend leven met kinderboeken heb beziggehouden, kan ik alleen maar lof hebben voor de nijvere onderzoekers die allerlei jeugdliteraire onderwerpen uitspitten. Maar het is soms wel taaie en droge kost, niet alle onderzoekers hebben een even heldere stijl en de conclusies zijn niet altijd even schokkend.
Het is niet verrassend dat LZL nooit meer dan 600 abonnees heeft geteld - ik zeg het nog voorzichtig. Je kan het ook anders brengen: het is nog altijd zeer verrassend dat zo'n vier- à vijfhonderd abonnees (althans, dat schat ik op grond van ervaring uit 2011) ernaar uitzien om LZL te ontvangen.




Lezen heb je in een uur uit. Nou vooruit, twee uur als je heel intensief leest.
Zoals steeds vraag ik bij dit tijdschrift af voor wie het eigenlijk bestemd is. De redactie geeft daarop wel een antwoord: 'ieder die zich bezig houdt met lezen, taal of leesbevordering'.
Dat zijn heel erg veel mensen.
Het is ook nog gratis, dus zou ik verwachten dat vooral de activiteiten van Stichting Lezen voor het voetlicht komen. Dat is niet zo. En waar Stichting Lezen een rol speelde, bijvoorbeeld bij de financiering van de Diaraphte Literatour Prijs, blijkt dat niet uit het artikel. Anderzijds wordt wel uitgebreid bericht over de komende (Frank Elderson)  en gaande (Eddy Schuyer) bestuursvoorzitter van Stichting Lezen.

Lezen is positief ingesteld. Het is bijna een soort sjieke reclamefolder en er valt geen onvertogen woord, verantwoorde kritiek is er doorgaans ook niet te vinden. Er zijn vriendelijk getoonzette interviews, en positief getoonzette besprekingen. Ruim driekwart van de inhoud gaat over jeugdliteratuur en pogingen om de jeugd aan het lezen te krijgen, de andere kwart gaat over volwassenenliteratuur. Die scheiding is soms wat vaag, natuurlijk. Striptekenaar Marcel Ruijters maakt strips, pardon, graphic novels, voor volwassenen, maar heel wat van zijn werk zal ook voor 15 en ouder te appreciëren zijn.

Achter deze opzet van Lezen schuilt het theorema van de 'doorgaande leeslijn', maar hoezeer dat in wetenschappelijk en beleidsmatig perspectief ook te verdedigen valt, er rolt een tijdschrift uit dat in de praktijk van basis- en voortgezet onderwijs vrijwel niet en in de leesbevorderingspraktijk in de bibliotheken niet optimaal te gebruiken is. Het blijft dus een bladertijdschrift met weetjes en hier en daar een leuk interview (zoals in dit nummer de interviews met Martha Heesen en Jan Paul Schutten, de nieuwe kinderboekambassadeur), en dan vooral voor hen die zich al dusdanig geletterd mogen noemen dat de subsidie die erin gestoken wordt beter aan andere doelen besteed had kunnen worden.

Nou, dat is misschien te negatief. Want al grasduinend in die positief getoonzette teksten rijst wel een beeld op dat ons toeroept: kijk eens hoe interessant en leuk de literatuur is. In ieder nummer is er wel enige aandacht, hoe bescheiden ook, voor Stichting Lezen en voor eenieder 'die zich bezig houdt met lezen, taal of leesbevordering' staat in deze sjieke reclamebrochure wel iets van zijn of haar gading. Het is dure promotie, maar wel promotie.

zondag 1 maart 2015

Jongeren...

Lezen is een merkwaardig periodiek. Het wordt (tot nu toe) gratis verspreid door Stichting Lezen, maar het werk van die stichting blijft relatief onderbelicht. Het betitelt zich niet als tijdschrift over jeugdliteratuur, maar zo'n driekwart van de inhoud gaat daar wel over. Het houdt het midden tussen berichtenbulletin, uithangbord en vakblad, met korte artikelen en interviews, als regel positief gestemd.




Het verraste me dan ook in nummer 2015-1 ineens wat kritiek te vinden. Eigenlijk verraste me mijn verrassing; op dat moment besefte ik dat Lezen haast nooit kritisch is. Nu eens wel, verborgen in een artikel door Annemarie Terhell over de tentoonstelling bij De verbeelders in het Kinderboekenmuseum en het Meermanno. Formeel een tentoonstelling in twee musea, maar het viel me op dat het Kinderboekenmuseum er op zijn website geen aandacht aan besteedt.
De kritiek: Annemarie Terhell miste verdieping, vooral als je het boek niet hebt gelezen: dan moet je 'raden naar het hoe en waarom van de in zes tijdvakken gepresenteerde selectie'.
En: 'Waarom ontbreken er zoveel getalenteerde hedendaagse illustratoren, terwijl er wel een zeeprinses van Marlies Visser rondzwemt?'
Een compliment heeft ze overigens ook: lof voor de 'royale vitrine met werk van Carl Hollander'.

Genuanceerde overwegingen trof ik aan in het artikel van Mirjam Noorduijn over de Literatour. Niet over dit nieuwe initiatief, wel over het begrip jongerenliteratuur. 'Dé jongere bestaat dus niet, evenmin als de volwassene. De doelgroep proberen te definiëren is daarom net zo'n discutabele bezigheid als het zoeken naar een antwoord op de vraag wat jongerenliteratuur is.'
Waarvan akte, met instemming.

Maar dan moet ik wel zo eerlijk zijn om het vervolg ook te citeren:
'Evengoed blijkt uit de nominaties de afgelopen vijf jaar' (voor de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs, hv) 'dat er over de vraag wat jongerenliteratuur behelst wel een zekere consensus bestaat. Heel algemeen zou je kunnen stellen dat het merendeel van de genomineerde boeken draait rond thema's die we kennen uit de vroegere ontwikkelings- of bildungsromans: verhalen over jonge rebellen die zoals Holden Caulfield uit Salingers The Catcher in the Rye in hun zoektocht naar eigenheid constant dwarsliggen. Of geboren twijfelaars die, denk aan Kees de jongen of Goethe's Werther, vrolijk of vervaarlijk balanceren op de rand van een existentiële crisis.
Dat dit soort boeken over met zichzelf worstelende opgroeiende jeugdigen tegenwoordig ook specifiek voor jongeren wordt uitgegeven is te danken aan de Angelsaksische wereld waar 'Young Adult' al zeker zo'n tien jaar booming business is.'
En daarna volgen nog wat behartenswaardige uitspraken over de vage grens 'tussen dat wat voor en door jongeren en volwassenen wordt geschreven en gelezen'. Al met al behoorlijk relativerende kanttekeningen bij een initiatief als de Literatour. Dat is, overigens, 'de nieuwe campagne voor jongeren die leesplezier vooropstelt en middelbare scholieren helpt een boek te vinden dat bij hen past'. Waarmee meteen de eigenlijke doelgroep is omschreven.

Verder in dit nummer van alles en nog wat, zoals een interview met hoogleraar Louis Tavecchio over de mooie rol van vaders bij voorlezen, met Pieter Steinz over het boekenweekessay Waanzin in de wereldliteratuur, de Jonge Jury op school, een portret van Mirjam Mous en een kijkje in het atelier van Mark Janssen, de illustrator van (o.a.!) Kodo.

En er was een bijlage: Leesmonitor maart 2015. Die biedt voldoende leesgoed voor een afzonderlijke bespreking. Zie hier.

NB. 'Formeel een tentoonstelling in twee musea, maar het viel me op dat het Kinderboekenmuseum er op zijn website geen aandacht aan besteedt.' Maar wel het Letterkundig Museum...


zondag 21 december 2014

Stichting Lezen: voor kinderen en jongeren




Voorop Lezen 2014-4 prijkt een mooie prent van Philip Hopman. Een jongetje leest Boer Boris temidden van kippen. Er staat een interview met hem (door Joukje Akveld) in dit nummer, vandaar. Het is een van de lezenswaardige bijdragen in dit nummer, dat vrijwel geheel over jeugdliteratuur gaat.

Dat is geen wonder. Op de website van Stichting Lezen, de uitgever van Lezen, staat nog dat 'Stichting Lezen het lezen bevordert in de Nederlandse en Friese taal en een bijdrage levert aan het verbeteren van het leesklimaat en de leescultuur'.
Maar op de pagina in Lezen 2014-4 waar de Leescoalitie wordt voorgesteld, verkondigt directeur Gerlien van Dalen: 'Stichting Lezen wil ervoor zorgen dat alle kinderen en jongeren de kans krijgen om het plezier in lezen te ontdekken'.
Dat legt de focus formeel op de jeugd, en de voorbeelden die ze noemt onderstrepen dat: BoekStart, de Nationale Voorleesdagen, de Nationale Voorleeswedstrijd, Bibliotheek op school en de Jonge Jury.

Kennelijk laat deze stichting de volwassenen over aan die andere stichting, Stichting Lezen & Schrijven, ook lid van de coalitie. Die wil volgens Lezen 'laaggeletterdheid helpen voorkomen en verminderen', en afficheert zich met projecten als Taal voor het Leven, Taal voor Thuis, Taal Werkt en Taal Maakt Gezonder. Maar houdt zich blijkens de website ook bezig met Vaders voor lezen en Lezen en schrijven met Dolfje Weerwolfje. De overlapping is dus nog niet helemaal opgelost.

Dat stukje over de Leescoalitie is overigens rijkelijk laat: de coalitie werd opgericht in 2012, zie hier.
De andere partners zijn de CPNB, het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB, vanaf 1-1-2015 dus de KB, zie ook hier), en de Vereniging Openbare Bibliotheken.

In Lezen 2014-4 verder onder meer een interview met vertrekkend hoogleraar Dick Schram, zie ook hier. En uiteraard aandacht voor de laatste uitgave onder zijn hoede, De aarzelende lezer onder zijn hoede. Annemarie Terhell had een interview met John Boyne, die in Nederland was om de verkoop van De jongen die zijn vader zocht (vertaling van Stay where you are & then leave) te helpen bevorderen, en besteedt ook aandacht aan de nieuwe uitgaven van drie klassiekers:
- Andersen, sprookjes en verhalen (met illustraties van Jan Jutte, vertaling Annelies van Hees, Lemniscaat),
- Alice in Wonderland en Alice in Spiegelland (Floor Rieder, vertaling Sofia Engelsman, Gottmer)
- en, niet eerder in het Nederlands vertaald, Het wonderbaarlijke Snergenland (Sylvia Weve, vertaling Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes, niet de minsten, zie Finnigans Wake, Moon).
Het wonderbaarlijke Snergenland is een verhaal van Edward Wyke-Smith, zou Tolkien hebben geïnspireerd, en de oorspronkelijke versie, The Marvellous Land of Snergs, verscheen in 1927, met prenten van George Morrow. Ik ga het ter bespreking opvragen, net als die nieuwe vertalingen van Alice.

Ik noem nog enkele bijdragen, tussen alle korte nieuws en besprekingen. Joukje Akveld had ook een interview met cabaretier Erik van Muiswinkel over zijn leesgeschiedenis (Nico van Suchtelen, Gödel, Escher, Bach, Nils Holgersson, Annie M.G. Schmidt, Finnigans Wake). Mirjam Noorduyn besteedt aandacht aan de Slash-reeks (Querido), en Annemarie Terhell nam een kijkje in het atelier van Linde Faas.

Over Lezen:

'Een abonnement op tijdschrift Lezen is voor lezers in Nederland kosteloos. Vul uw gegevens in op het aanmeldformulier en u ontvangt tijdschrift Lezen vanaf het eerstvolgende nummer.
Lezen, tijdschrift over leesbevordering en literatuureducatie, verschijnt vier keer per jaar in een oplage van 13.000. Lezen richt zich op professionals in Nederland die werken met kinderen en jongeren van 0-18 jaar, die het leesbevorderingswerk dagelijks in de praktijk vormgeven, in de kinderopvang, op school, in de boekhandel en bibliotheek.
Lezen bevat informatie over specifieke doelgroepen van baby's tot adolescenten, maar ook algemene informatie. Professionals blijven zo niet alleen op de hoogte van zaken die hen direct raken maar houden ook zicht op wat anderen doen. Lezen bericht elke drie maanden over leesbevorderingsprojecten, manifestaties, tentoonstellingen, films en voorstellingen die met lezen verband houden. Lezen schenkt aandacht aan boeken, schrijvers en illustratoren die interesse en enthousiasme verdienen van eenieder die bij leesbevordering en literatuureducatie is betrokken.
Professionals op het gebied van leesbevordering en literatuureducatie ontvangen Lezen gratis door zich hier aan te melden. Voor adreswijzigingen (vermeld oud en nieuw adres) en afmeldingen kunt u een mail sturen.'

Het is na het verdwijnen van Leesgoed en De Leeswelp naast Literatuur zonder leeftijd en Licht op lezen het enige periodiek dat ruimschoots (maar nog niet uitsluitend) aandacht schenkt aan jeugdliteratuur.
De gratis uitgave moet een lieve cent kosten. Een oplage van 13000 (zoveel professionals zijn er kennelijk volgens Stichting Lezen), dus 52000 exemplaren per jaar, plus redactiekosten... Met de meest voorzichtige schatting kom ik toch op zo'n € 150.000,-. Betaald uit het geld voor leesbevordering dat Stichting Lezen namens de Nederlandse regering beheert.

De vraag is dus: bevordert Lezen het lezen...