Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label SGKJ. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SGKJ. Alle posts tonen

zaterdag 9 november 2024

Einde SGKJ


Het was aan Frits Booij om de zwanenzang te houden, vrijdag 8 november in Amsterdam. In de centrale vestiging van de OBA vond de laatste studiedag plaats van de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur (SGKJ). Die Stichting heeft besloten zich op te heffen, bij gebrek aan nieuwe bestuursleden met 'een relevant netwerk en inhoudelijke expertise waaruit geput kan worden bij de organisatie van studiedagen en excursies', zie ook hier. Na Booij's zwanenzang (met lichtbeelden, mooi oud woord) was er een borrel en dat was dat. De stichting werd opgericht in 1993 en zie verder hier. Of er werkelijk geen mensen meer rondlopen met 'een relevant netwerk en inhoudelijke expertise' zou ik niet durven beweren maar kennelijk had het bestuur geen zin om te gaan trekken en duwen, en ja, de zaal zag er qua hoofdhaar zeer grijs uit.
Lichtpuntjes voor wie zich graag bezighoudt met de geschiedenis van het kinderboek: de nieuwsbrief wordt voortgezet door Jeanette Kok en de website door Aernout Borms.
 
Deze laatste studiedag verliep verder behoorlijk goed. Er waren zo'n 80 begunstigers komen opdagen en het programma was onderhoudend.
Margreet van Wijk gaf een mooie presentatie van kinderboeken waarin Amsterdam een rol speelt. Marijke Troelstra (net met pensioen) gaf een geschiedenis van het jeugdbibliotheekwerk in Amsterdam en vergat niet te wijzen op het legendarische werk van Jannie Daane, die ook Jacques Vriens op zijn beurt noemde en roemde in zijn bijdrage, een ode aan Theo Thijssen - ook een Amsterdammer. En Dirk Tang belichtte de geschiedenis van de Amsterdamse uitgever J. Vlieger, die in de 19e eeuw zoveel prentenboeken produceerde. En ten slotte werd de laatste Hiëronymus van Alphen Prijs uitgereikt aan Karin Vingerhoeds, collectiespecialist oude kinderboeken van de Koninklijke Bibliotheek en een van de jongste aanwezigen.
 


NB. Het profiel van Amsterdam is van Nelly Bodenheim. Het aapje heet Bobo en is getekend door Marie Hildebrandt.

zondag 23 april 2023

Oude kinderboeken

De Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur (SGKJ) bezorgt haar begunstigers excursies en studiedagen en reikt een prijs uit, de Hieronymus van Alphenprijs.
Vrijdag 21 april 2023 was er weer zo'n studiedag, deze keer met tweelingen en andere duo's als thema. Die vond plaats in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht, locatie Science Park, dat vroeger De Uithof heette.

Over die prijs meldt het persbericht:
'Om degenen die erg veel aan beheer, voorlichting, onderzoek en publicaties betreffende de geschiedenis van de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur hebben gedaan, te eren en anderen te stimuleren om ook tot bijzondere resultaten op dit terrein te komen, heeft de Stichting Geschiedenis Kinder en Jeugdliteratuur in 2000 de Hieronymus van Alphenprijs ingesteld, thans bestaande uit een toepasselijk beeldje van beeldend kunstenaar Marion Ruting en een oorkonde. Daarnaast krijgt de laureaat een geldbedrag van duizend euro. De prijs wordt sinds 2008 eens om de twee jaar uitgereikt. Voor meer informatie zie: https://www.hetoudekinderboek.nl/over-de-sgkj/hieronymus-van-alphen-prijs

De jury voor de Hieronymus van Alphenprijs 2023 bestond uit Jo Thijssen (overleden op 25 juni 2022), Aernout Borms en Nelly Witte. Het volledige juryrapport zal vanaf 23 april op de website van de stichting (www.hetoudekinderboek.nl) te vinden zijn.'

Het laatste klopt, al is het juryrapport een download, en Jacques Dane (links op de foto) was de gelukkige ontvanger.
 

 

Dagvoorzitter (en SGKJ-bestuurslid) Janneke van der Veer riep in haar openingstoespraakje op vooral leeservaringen met oude kinderboeken naar de redactie van de SGKJ-berichten te sturen... reacties naar toin@duijx.net of hhommaster@gmail.com.
Gé Vaartjes belichtte het leven van Top Naeff, auteur van School-idyllen en, jawel, De tweelingen. Haar strenge ouders, zorgzame grootvader en zielloze huwelijk keerden in veel werk terug.
Marco van Egmond, gastheer en conservator van de universiteitsbibliotheek, vertelde iets over de collectie en leidde een bezichtiging van mooie oude boeken in een zaal waar minstens zo mooie oude kaarten en wereldbollen te zien waren.
Toin Duijx hield een exposé over Saskia en Jeroen van Jaap ter Haar, met veel cijfers en aandacht voor de minstens vier bewerkingen waarmee gepoogd werd de verhalen te actualiseren.
Jos van Waterschoot haalde Bulletje en Bonestaak voor het voetlicht, met oog voor details als naakt dan wel met zwembroek in de vijver van Hyde Park zwemmen e.d.
Karin Vingerhoets, ten slotte, nam De olijke tweeling onder de loep, en daarna werd de Hieronymus van Alphenprijs uitgereikt.

Grote kans dat de lezingen van het programma in de SGKJ-berichten terechtkomen.


maandag 12 april 2021

'Een gemankeerde antiquaar'

In SGKJ-Berichten nr. 99 (voorjaar 2021) staat een lezenswaardig interview met emeritus-hoogleraar Piet Buijnsters door Bea Ros. Het interview is overgenomen uit de website Radboud Erfgoed van de Radboud Universiteit.

SGKJ-Berichten is het gedrukte (maar ook online te lezen) orgaan van de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur en waarmee die zich bezighoudt is al in de naam gegeven, al blijft het veronderstelde onderscheid tussen kinder- en jeugdliteratuur rijkelijk vaag, nog vager dan dat tussen jeugdliteratuur en volwassenenliteratuur. De club is springlevend en organiseert o.a. twee keer per jaar een excursie of/en studiebijeenkomst, al heeft het coronavirus SARS-CoV-2 daar even een hindernis voor opgeworpen. Onder de begunstigers vindt men zowel antiquaars als onderzoekers.
Wie Nederlands als moedertaal heeft en zich interesseert voor de geschiedenis van kinderboeken, raad ik van harte aan zich aan te sluiten bij de SGKJ.

In de Berichten is doorgaans van alles te vinden over oude kinderboeken en verzamelaars of onderzoekers van jeugdliteratuur en in de persoon van Piet Buijnsters komt dat mooi bij elkaar. Deze specialist 18e- en 19e-eeuwse letterkunde heeft grote belangstelling voor de jeugdliteratuur uit die periode en verzamelt graag, o.a. oude kinderboeken, maar ook stuiversromannetjes als bijvoorbeeld Berigt omtrent het leven, het karakter en de laatste godsdienst-aandoeningen der beruchte vergiftigster Hester Rebekka Nepping, het soort geschriftjes dat hij zelf 'schurkenlevens' noemt, en tegenwoordig overigens alleen maar 'zestiende-eeuwse grafiek'. 
Uit het interview blijkt dat zijn huis propvol boeken staat. De interviewer krijgt vanwege corona geen rondleiding, maar 'Overal staan boeken, verzekert Buijnsters me. "Alleen op de wc niet."' Zijn vrouw, Leontine Buijnsters-Smet, deelt zijn belangstelling. Samen schreven ze Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800 (1979), Lust en leering. Geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw (2001) en Papertoys. Speelprenten en papieren speelgoed in Nederland (1640-1920) (2005).

Zijn vrouw komt niet aan het woord, maar Piet Buijnsters, die zichzelf op een gegeven moment 'een gemankeerde antiquaar' noemt, lijkt me een onderhoudende verteller. Bea Ros weet in ieder geval smakelijk weer te geven hoe hij vertelt over een van zijn grote helden, de verzamelaar ('boekenjager'), Michel Buisman:

Veel van mijn collega's dachten dat hij allang dood was en schreven over 'wijlen' M. Buisman. Maar ik bezocht hem elke maand in zijn villa in Ede. Alleen, want hij was vrijgezel en bepaald niet gesteld op vrouwen. Hij woonde in een kast van een huis, helemaal vol boeken. Buisman zat daar innig vergenoegd tussen. Hij had nooit meer dan een kwartje voor een boek betaald.
Ik vroeg hem wel eens of ik er een paar mocht overnemen. Maar meer dan één tegelijk wilde hij nooit kwijt en ik moest daarna ook altijd meteen weggaan. Na jaren zei ik: meneer Buisman, er werd nooit getutoyeerd, dat snapt u wel, 'meneer  Buisman, die boeken van u, waar gaan die straks naartoe? Ik ben erin geïnteresseerd.'
Toen hij is overleden, werd ik opgebeld door de notaris. Alles overnemen kon niet, dan had ik er twee huizen bij moeten kopen. Maar ik ben er met mijn Opel Record naartoe gereden en ik heb die helemaal volgeladen. De rest is op een veiling verkocht. Ik heb ook de hele correspondentie van Buisman gekregen. Daar zaten nog briefjes bij van leerlingen nadat hij een ongeluk met de tram had gekregen. 'Lieve meester, hoe gaat het nu met uw been?'



 


dinsdag 12 november 2019

Klassieke kinderboeken

Natuurlijk, er zijn (m.i. beklagenswaardige) mensen die nooit iets gelezen hebben.
Maar vraag iemand om een kinderboek te noemen dat hem of haar is bijgebleven, en doorgaans krijg je wel een titel, met bijbehorende herinneringen.
Dat kan een titel zijn die verder haast nooit wordt genoemd, zoals De schildknaap van Outre-Mer van Ronald Welch, maar vaker wordt een titel genoemd die velen kennen, zoals Alleen op de wereld van Hector Malot. (Ik noem maar even twee boeken die ik zelf desgevraagd zou noemen.)

Een favoriet boek is nog geen klassiek boek.
Maar hoe vaker favoriete titels worden genoemd, des te meer kans dat ze ooit het predikaat klassiek krijgen.
Alleen, wat ís klassiek dan?




Die vraag werd eigenlijk alleen impliciet gesteld tijdens een studiedag die de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur (dat laatste is eigenlijk een tautologie, maar ach, wie stoort zich eraan) organiseerde op 1 november.
Een klassiek boek is een boek dat steeds opnieuw wordt gelezen en steeds weer het lezen waard wordt gevonden. Voor dat steeds opnieuw en steeds weer mag in decennia gerekend worden. Dat maakte ik op uit de diverse inleidingen.
Eerste inleider Helma van Lierop wees er terecht op dat ‘het beste boek’ niet bestaat en memoreerde waarom Anne de Vries zijn werk Wat heten goede kinderboeken heeft genoemd en niet ‘Wat is een goed kinderboek’. Voor klassieke boeken geldt eigenlijk hetzelfde. Ze haalde Italo Calvino aan ('een klassiek boek helpt de lezer met het definiëren van zichzelf'') en deed toch een poging om wat kenmerken van klassiek genoemde verhalen te noemen: die
- zijn vooral ‘verhalenvertellers’
- zijn vernieuwend
- bevatten een visie op wat kinderen vermogen. Beeld: het ‘competente kind’.

Tweede inleider Erna van Koeven (zie ook hier) schetste wat er in vier generaties in haar eigen (protestants-christelijke) omgeving werd gelezen: vier vrouwen die ‘steeds minder protestants’ werden. Van oma die christelijk geïnspireerde gedichten las naar W.G. van de Hulst, die ze zelf door haar moeder voorgeschoteld kreeg, tot De boze heks van Hanna Kraan (haar dochter).

Sanne Parlevliet nam ons na de lunch mee naar een reeks mogelijke klassieke boeken, in de hoop niet de ‘hete adem’ van de aanwezige ‘experts’ in haar nek te voelen. Ze vervlocht haar vertoog met soms licht bewerkte citaten met de vraag naar herkenning, en jawel, dat lukte met dit publiek zonder veel moeite. De aanwezige 'experts' waren namelijk vooral verzamelaars, liefhebbers en veellezers (en, niet of). Ook zij waagde zich natuurlijk niet aan een definitie.

Een soortgelijke exercitie ondernam Margreet van Wijk, maar dan op het vlak van de illustraties. Ook hier herkende het publiek meer dan de '320 mensen van diverse leeftijden' die zij op de korrel had genomen. Opmerkelijk: niemand van die 320 herkende een illustratie van Tonke Dragt, uit het toch vaak klassiek genoemde boek Een brief voor de koning.

Tussendoor trad nog Ger Tielen op, van de Karl May-vereniging, en kregen diverse begunstigers van de Stichting gelegenheid om hun favoriete 'klassieke' boek te presenteren. Wat natuurlijk de verwarring klassiek/favoriet niet verkleinde, maar wel heel begrijpelijk was in dit aimabele gezelschap, en zeker niet verkeerd, zie aanhef.

Wie 'iets heeft' met jeugdliteratuur, en dan vooral het oude kinderboek, kan zich aansluiten bij dit gezelschap. Zie hier.