Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Hans Hagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hans Hagen. Alle posts tonen

maandag 4 december 2017

Yuna's maan

Achterin het boek Yuna's maan van Hans Hagen zit een cd met geluid: Hans Hagen leest het verhaal voor, begeleid door muziek van Floor Minnaert. Op de website van die laatste wordt gewezen op het filmpje op Youtube met het begin van het verhaal.

Het gedrukte verhaal begint als een live verslag, in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Het laat zich heel goed voorlezen - liefst op een eiland in een klein huisje als het stormt.

Vanaf de zee zie je strand en duinen, zwaaiend helmgras, verder niets. Daarachter liggen de huizen verstopt in de nacht. Ze zijn als konijnenkeutels op de grond gesmeten. Kriskras door elkaar. Geen muur staat recht.
In de doorgezakte daken zitten slordige gaten. Het dorp ruikt naar zand en naar zout. En aan het eind van de dag naar rokerige vuurtjes en knapperend hout. En naar dampende vissoep als de mensen gaan eten.
Het eiland is klein. Alles lijkt vredig en veilig, maar door de loeiende wind en het licht van de maan kan Yuna niet slapen. Ze trekt de deken over haar hoofd en duwt het kussen tegen haar oren.
Het helpt geen steek. Nog steeds hoort ze gebulder. De vloer, het dak, het bed, alles knarst en kraakt. En ze heeft ook last van haar vader, die snurkt weer eens als een zwijn.
Yuna slaat de deken opzij en sluipt naar het raampje.Ze kijkt naar het huis van oma aan de overkant van het erf.
De maan hangt erboven, bijna vol. Was het maar vast morgenavond, denkt Yuna. Dan zit oma op de zwarte ronde steen en vertelt ze een verhaal.
De nacht van de volle maan wordt gevierd met het hele dorp, dat gebeurt al zolang Yuna het zich kan herinneren. En als het aan oma ligt, komt daar ook nooit een einde aan. Toen Yuna twaalf werd, zei oma: 'Vroeger was mijn moeder de verteller. En daarvóór zat mijn grootmoeder op de zwarte steen. En mijn betovergrootmoeder dáárvoor en mijn bet-bet-bet... allemaal maanziek, net als jij, Yuna. Later, als ik er niet meer ben, is de zwarte steen voor jou.'

Yuna piekert en piekert, ook over opa die al vier weken op zee is met zijn boot, met Harre en de vaders van Dink en Sim. Ze vonden Harre dood aan de vloedlijn... ze maken zich ongerust. Yuna valt bezweet in slaap. Volgens oma heeft ze koorts.

Op het eiland waar Yuna woont (in een niet nader omschreven wereld, waar motoren en telefoons niet bestaan, maar al wel accordeons en vissersschepen met zeilen en netten) spoelt dan een reus aan. Hij bouwt zich een hutje van wrakhout en valt in slaap.



Met volle maan echter wordt hij wakker en stapt met hengel en visnet het dorpsplein op.

'Wees niet bang. Ik kom niets roven. Ik kom niemand halen. Ik heb geen kwaad in de zin.'

Maar wel eet en drinkt hij ongelooflijk veel. Gelukkig haalt hij met één zwaai van zijn visnet genoeg vis op om iedereen heel lang te laten eten. En hij kan verhalen vertellen! Anders doet oma dat altijd, maar omdat ze opa mist, nu even niet.

Ik ga niet vertellen hoe dit verhaal verder gaat, dat zou jammer zijn. Met de citaten heb ik hopelijk voldoende indruk gegeven. De verteller slaagt erin op de een of andere manier alles met alles te verbinden, de wonderlijke verhalen vertellende reus Arp, het verlangen naar de terugkeer van de vissers, de maan en Yuna's levendige verbeelding. Twee van Arps verhalen zijn overigens, zoals achterin het boek staat vermeld, bewerkingen van eerder werk. Een mooie, rustige stijl.

Essentieel is dat zijn toon na het eerste hoofdstuk iets verandert: ineens vertelt hij vanaf dat moment in verteltijd, ofwel onvoltooid verleden tijd. In die tijd, in het tweede hoofdstuk en verder, komt de reus op het eiland. Aan het eind vertrekt hij, over het water.




Achter Arp begon het water te deinen. Naar links en naar rechts, steeds wijder. Twee rollende golven in de vorm van een v. En ineens verscheen op een van de golven... Iets geels! Het rolde het licht in. Een zeil met een cirkel!
'Eindelijk!' riep Yuna. 'Ik wist het. Opa! Opaaa!

'Yuna!'
Yuna voelt een hand op haar schouder, maar ze duwt hem weg.

Dat (p. 104/105) is het moment waarop de verteller weer in de tegenwoordige tijd verder gaat, zoals-ie begon. En uit wat volgt blijkt dat oma van geen Arp weet - wat ons lezers de indruk geeft dat Yuna het allemaal gedroomd heeft, in één enorme koortsdroom. Daar moet je als lezer even aan wennen en dat is dus knap gedaan. Juist doordat begin en eind al zo sprookjesachtig lijken, vindt al wat er gebeurt op het eiland makkelijk op zijn plaats. Ook dat oma Yuna ziet als haar opvolger als verteller op de zwarte steen op het dorpsplein. Mooi, verhalen in een verhaal in een verhaal. Een ode aan het vertellen van verhalen.
Dat verhaal eindigt met een liedje waarvan het eerste couplet ook in Yuna's droom (als ik het zo mag noemen) voorkomt:

In uit - af aan
Strak los - span aan
Geef mee - haal in één twee
en laat maar weer gaan.
In uit - af aan.

De zee neemt,
de zee geeft.
Het zeil gaat omhoog,
het zeil wordt gereefd.

Begeleid door Wiert op de accordeon.
Nu wou ik eens horen hoe die op de cd klonk, maar helaas, de cd bleek het niet te doen in mijn cd-speler. Geen wonder, want de bestanden zijn in mp3-formaat opgenomen (zoals ook netjes achterin het boek vermeld wordt), en mijn laptop had er geen moeite mee. En ja, Wiert speelt op zijn accordeon! Luister.

De cd bevat het hele verhaal, voorgelezen door Hans Hagen, als één groot bestand maar ook per hoofdstuk, met muziek aan ieder eind en soms tussendoor, precies passend bij de tekst. Ook de liedjes worden gezongen. Hans Hagen is een precieze, rustige en duidelijke voorlezer, met een heldere stem, en hij kan nog zingen ook. Iets meer donkerte en gruis in de stem had het verhaal goed gedaan, volgens mij, maar er is verder niets mis met Hans' stem.
Ik heb veel genoegen beleefd aan het afluisteren van de cd tijdens een lange autorit (gelukkig speelt mijn autoradio ook mp-3 af, dat was een criterium bij het zoeken van een auto!) en ik vind dat de cd heel zorgvuldig is samengesteld. Floor Minnaert heeft prachtige muziek gecomponeerd, tekst en muziek gaan goed samen. Dat-ie meer instrumenten inzet dan Wierts accordeon, zij hem vergeven, het resultaat is uitstekend.

Even terug naar het boek, want de hoofdstukken worden gescheiden door dubbelpagina-illustraties van Martijn van der Linden die er ook mogen zijn.



Ze laten zich als meer dubbelpagina-illustraties lastig scannen, maar de drie afbeeldingen hierboven en die hieronder geven een indruk. Ze versterken het dromerige karakter en hun tinten passen perfect bij het verhaal.



Hagen, Hans. Yuna's maan; met illustraties van Martijn van der Linden en mp3-cd met muziek van Floor Minnaert. Querido, 2016, ISBN 978 90 451 1915 1, 110 p.




Het boek werd in 2017 bekroond met een Vlag-en-Wimpel van de Griffeljury.
Dat smijten met konijnenkeutels (derde zin van het begin) vergeef ik hem graag, al is het een vreemd beeld. Ooit iemand zien doen? Niet de konijnen!



woensdag 13 augustus 2014

Ik zoek een woord

Er moet een reden zijn dat een tekst als gedicht wordt afgedrukt; dat een gedicht een gedicht is en niet een als gedicht vermomd gedrukte prozatekst.
Het gedicht dat dit heel goed toont is 'Vliegen' van Joke van Leeuwen.



Maar ook 'Veertien hoeden' van K. Schippers mag er zijn.



Deze twee gedichten staan in Ik zoek een woord, een bundel van '167 gedichten over taal' , verzameld door Hans & Monique Hagen, resp. p. 11 en 145 en iedereen ziet onmiddellijk de dwingende reden om deze teksten zo af te drukken.
Er zijn er meer van dit soort in deze bundel.

Er zijn er ook van het type spreuk-aan-de-wand:

Spreken is zilver,
zwijgen is goud.

Schreeuwen is ijzer,
zingen is hout.

Huilen is water,
lachen is vuur.

Spreken en zwijgen
vind ik wel duur.

Dat was 'Duur', van Bas Rompa. Wij zijn gewend zulke (on)wijsheden in een lijstje te zetten. Dat kan dus ook een bladzijde zijn. Soms is dat teveel, terwijl een klein beetje wit, een klein lijstje, op zijn plaats zou zijn.

Hij schreef een klein gedichtje
het had niet veel om om handen
maar het had iets van een lichtje
dat in het donker brandde.

Van Toon Hermans, ja, wie anders. 'Gedichtje' heet het.

Veel wit rond een tekst betekent dat die tekst extra aandacht verdient, volgens de auteur, of opmaker, of uitgever.
Dat wit kan bewondering uitdrukken, of tot stilte manen, het lezen vertragen, wat niet al. Poëzie is een pleidooi voor traag en aandachtig lezen, is voor luie, oplettende lezers.

Helaas brengt dat wit soms ook met zich mee dat de lezer bij voorbaat al denkt: oei, zware woorden. Zijn die woorden dan zo licht als een veertje, dan kan dat een mooi ironisch effect hebben:

'k Had niet veel sjans.
'k Had niet veel charme.
Maar 'k lig als boek
tóch in jouw armen!

('Troost', van Lévi Weemoedt.)
Een variant op die als het ware in te lijsten quasispreuken zijn de opsommingen, zoals bijvoorbeeld 'Ceci c'est un poème' van Hendrik Jan Bosman.

Het is niet alles goud wat blinkt
Het is niet alles stront wat stinkt
Het is niet alles kol wat slinkt
Het is niet alles lood wat zingt

Het is niet alles mank wat hinkt
Het is niet alles zat wat drinkt
Het is niet alles hol wat klinkt
Het is niet alles fat wat schminkt

Het is niet alles traan wat pinkt
Het is niet alles schoft wat linkt
Het is niet alles stoer wat flinkt
Het is, dit alles, niets dan inkt.

Er staan er meer van in deze bundel.
Het komt echter ook voor dat de lezer teleurgesteld denkt: nou nou, zoveel wit voor een grapje. Neem nou dit, van niemand minder dan Harry Mulisch:

Sommige vragen zijn zo goed dat het jammer zou zijn ze met een antwoord te verknoeien.

Mooie gedachte, die ik hier met opzet niet in de drieregelige opmaak van het boek weergeef. Mooie gedachte van meneer Mulisch, maar om daar nu een hele pagina voor te reserveren...
Ook bij het verhaal van Herman Brusselmans, 'Verliefdheid is sterk', kun je je afvragen waarom dat als gedicht is weergegeven. Ik geef het hier als verhaal:

Ik was twaalf jaar en verliefd op het mooiste meisje van heel ons dorp. Wij hadden nog nooit een woord met elkaar gesproken, tot ik haar vroeg of ze mijn vriendinnetje wilde worden.
Toen ze 'Ja, heel graag' zei hoorde ik dat ze heel erg stotterde.
En meteen werd ik ook nog 'ns verliefd op het meisje met het mooiste spraakgebrek van heel ons dorp.

Grappig. Maar een gedicht? Waarom moet deze tekst in achttien regels met vier witregels ertussen worden afgedrukt? In dit geval lijkt het verhaal in zes regels sterker, het heeft meer vaart, de pointe komt beter tot zijn recht. Als gedicht wordt het hakkelend, en dat was niet de bedoeling.

Er is nog zo'n tekst.

Alles wat van mij houdt gaat dood, mijn hond, mijn vriend, de vogels die ik voer geef als het vriest.
Daarom houd ik van dode dingen, van porselein, een schilderij, van een gedrukt gedicht.

Maar misschien heeft dit juist te veel vaart. Dus drukken we het zo af:

Alles wat van mij houdt
gaat dood, mijn hond,
mijn vriend, de vogels die
ik voer geef als het vriest.

Daarom houd ik
van dode dingen,
van porselein, een schilderij,
van een gedrukt gedicht.

En daarvoor is dan iets te zeggen. Het lezen vertraagt door de afbrekingen, je wordt er stil van - en die stilte wordt weerspiegeld door het wit eromheen, om dit gedicht van C.O. Jellema, dat ironisch 'Tijdverblijf' heet.

Weer andere gedichten zijn op het papier slecht op hun plaats. Ze horen uitgesproken te worden, voorgedragen, gezongen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het bekende 'Oote' van Jan Hanlo, voor een gedicht als 'Recht op vrije meningsuiting' van Jan Boerstoel, 'De wandeling' van Bram Vermeulen, 'De Nederlandse taal' van Willem Wilmink, 'Mooie woorden' van Koos Meinderts, en ook 'Want er zijn dingen die kun je niet zeggen' van Els Pelgrom kan goed gezongen worden.

Deze bespiegelingen leiden me tot de vraag hoe deze bundel met 167 gedichten is ingedeeld. Er zijn geen afdelingen, de bundel begint gewoon. Eerst is er een voorwoord, 'Van A', en tot slot een nawoord, '... tot Z'.
Daartussen worden de gedichten als kralen aan een ketting geregen en wie goed leest, ziet toch dat de ene kraal soms iets van die ernaast weg heeft en dat het wellicht geen toeval is dat 'Poep- en piesmenuet' van Hans Dorrestijn volgt op 'Een koning...' (die voor zijn plezier gedichten op toiletpapier schreef) van Marianne Busser en Ron Schröder. Sla de bladzij om en verdomd, er is nóg een toilet, verscholen in 'De boekdrukkunst' van Ivo de Wijs.
Het is vast ook geen toeval dat 'Lttrs' van Marion van de Coolwijk naast 'Wij w88888888' van Kurt Schwitters staat, evenmin dat 'Ei-vers' van Frank van Pamelen naast 'de kippen in het kippenhok' van Toon Hermans staat of dat op p. 38-43 zes gedichten staan die min of meer naar school verwijzen en op p. 120-121 twee gedichten waarin vrede gesloten wordt.
Maar heel duidelijk of ordelijk is dit niet. Het is verleidelijk om overeenkomsten te zoeken tussen gedichten die naast elkaar staan, maar het is te betwijfelen of je die verbanden zou zien als ze niet naast elkaar zouden staan.
En er zijn per slot ook overeenkomsten tussen gedichten die níet naast elkaar staan. Zo staan er op p. 77, 80 en 106 drie gedichten met een recept...
De titel, overigens, komt van een gedicht van Hans & Monique Hagen zelf (p. 126).

Het is een bonte kralenketting die Monique & Hans ons presenteren, van onderling heel verschillende teksten, en wat mij betreft ook van rijp en groen.
Uit het nawoord blijkt dat ze begonnen in hun eigen boekenkast, daarna 'alles lazen wat bij familie en vrienden op de plank stond', en vervolgens op zoek gingen in twee bibliotheken: die van Hilversum en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, waar mijn oud-collega Jeanette Kok (in het boek heet ze per ongeluk Jeannine) en Karin Vingerhoets de boeken 'uit het magazijn tevoorschijn toverden'.
De illustraties van Deborah van der Schaaf zijn bescheiden, soms niet meer dan bladversiering, soms treffend geplaatst bij een gedicht. Zoals bij 'Op een tonijn' van Kees Stip:



Bij Noordwijk zwom een nat konijn
te midden van een school tonijn.
'Tsja,' sprak het beest, 'dat tomt er van
als men de ta niet zeggen tan.'

Ik zou als docent wel raad met dit boek weten. Veel bladeren, en voor de juiste momenten de juiste gedichten uitkiezen. Ook puur voor eigen genoegen is dit een prettig blader- en leesboek. Vergeet vooral niet soms de teksten hardop te lezen, voor te lezen, voor te dragen (uit het hoofd) of te zingen.



Hans & Monique Hagen (samenstellers). Ik zoek een woord, 167 gedichten over taal om van A tot Z te verslinden. Ills. Deborah van der Schaaf. Querido, 2013. ISBN 978 90 451 1538 2, 199 p.

vrijdag 8 november 2013

Poëzie geen literatuur?

Waarachtig wel: poëzie is de kern van alle woordkunst. Een grootmeesteres in poëzie en poëtische verhalen won onlangs nog een mooie prijs (de AKO Literatuurprijs): 'zzp-er' Joke van Leeuwen.
Daarom kan ik mij voorstellen dat Hans Hagen zich verbaasde toen hij meende waar te nemen dat poëzie niet meetelde voor De Jonge Jury. Hij uitte zijn verbazing in een stukje op zijn website, eerst in juni 2013, later nog eens d.d. 29-10-2013. Ik citeer:
' Op de site van de Jonge Jury staat: “Voor de Jonge Jury 2014 kan je stemmen op alle jeugdboeken die in 2012 zijn verschenen.” Maar dat “alle” klopt niet. Poëziebundels zijn niet opgenomen in de lijst, en daar kan dus niet op worden gestemd. Niet interessant genoeg voor jongeren volgens de organisatie. Of zouden poëziebundels geen boeken zijn?

De organisatie van de Jonge Jury is al jaren in handen van Passionate Bulkboek. Deze week hoorde ik dat deze organisatie een deel van de boeken voor 12-15 “in principe” uitsluit van deelname. Op de groslijst is geen plaats voor jeugdpoëzie en informatieve boeken. De Jonge Jury vraagt deze genres doelbewust niet aan bij uitgevers. Ik vind dat een discutabele gang van zaken bij een landelijk leesbevorderingsproject.

Een fragment uit de brief aan de uitgeverijen: “Ten behoeve van de Jonge Jury 2014, de gezamenlijke promotie, de selectie van kerntitels, thematips en verder lezen-tips stellen wij een groslijst samen met alle vertaalde en oorspronkelijk Nederlandstalige jeugdboeken die voor het eerst zijn uitgekomen in 2012, geschikt voor de leeftijd van 12 t/m 15 jaar. Het gaat in principe om jeugdboeken met NUR-code 283, 284 en 285…” De organisatie heeft de NUR-codes in de brief onderstreept. Poëzie en informatieve boeken vallen dus buiten deze leesbevorderingsboot. Ze komen niet op de groslijst terecht en dus zeker niet op de lijst met kerntitels: twintig boeken die extra in het zonnetje worden gezet. '

Hij kreeg reacties (zie o.a. een greep daaruit in Tzum), er werd gepraat, aanvankelijk leek het er op dat Passionate Bulkboek en opdrachtgever Stichting Lezen poëzie en non-fictie alsnog tot de literatuur zouden toelaten, daarna toch weer niet, toen toch weer wel, zie onder.

En passant ontdekte Hans Hagen dit:
' Waarschijnlijk hangt het ‘uitstel’ van beslissen samen met het feit dat de Jonge Jury een andere opzet krijgt. In de huidige vorm is het project niet levensvatbaar, er doen steeds minder jongeren mee, vooral van het vmbo, en daarom wordt er in de toekomst samengewerkt met een commerciële partij, uitgeverij Thieme.
De lessen bij de kerntitels sluiten straks nauw aan bij een nieuwe taalmethode van Thieme, zodat ze deel uitmaken van het curriculum. Doel is dat meer docenten de lessen opnemen in hun lespraktijk, dat het Jonge Jury-materiaal niet meer als aanvullend-dus-overbodig-en-lastig wordt gezien en om die reden terzijde wordt geschoven. “Als u lesbrief X van de Jonge Jury gebruikt, kunt u les Y uit de taalmethode overslaan, en het past binnen de kerndoelen.” Zoiets wordt het. Handig voor de docenten. Het aantal deelnemers aan de Jonge Jury kan erdoor stijgen.
Maar: bestaat er op deze manier niet het gevaar dat de opzet van de taalmethode de keuze van de kerntitels bij de Jonge Jury gaat bepalen? Passen poëzie en non-fictie daar wel in? En wie bepaalt dat? De Stichting Lezen, Passionate Bulkboek of uitgeverij Thieme?
Een ander probleem zou de inhoud van de boeken kunnen zijn. Ik heb zelf aan een taalmethode voor het basisonderwijs meegewerkt en in die methode waren sprookjesfiguren, duivels, geesten en vloeken ten strengste verboden. Want: voor christelijke scholen kunnen dergelijke zaken een reden zijn om de methode links te laten liggen en er moeten zoveel mogelijk schoolboeken over de toonbank gaan.
Bij Jonge Jury-boeken komen er nog een aantal taboe-onderwerpen bij: boeken met seks & drugs & rock&roll, met abortus, homoseksualiteit, reïncarnatie en noem maar op? Een uitgever die in de eerste plaats lesmethodes wil verkopen is misschien helemaal niet blij met verwijzingen naar boeken waarin deze zaken worden beschreven. Krijgt Thieme invloed op de keuze van de kerntitel-boeken die voor de lessen worden verkozen? Hoe wordt uitgesloten dat het verkoop-belang van de taalmethode meespeelt?
Kortom:
• Ik hoop dat de Jonge Jury alle genres aan bod laat komen, proza, poëzie en informatieve boeken, ongeacht de inhoud.
• Een commerciële partij is misschien nodig om de Jonge Jury te laten voortbestaan, maar elke inhoudelijke invloed vanuit die hoek moet voorkomen worden.  '

Met opzet (en instemming!) heb ik ook Hans Hagens commentaar geciteerd. Je kan er nog over twisten of non-fictie woordkunst (dus literatuur) is. maar poëzie is het onbetwist. Overigens, dat van die samenwerking met Thieme was al te vinden op de website van de methode Op niveau (Thieme Meulenhoff), zie hier. Geen echt nieuws dus.

Wat staat er op de site van De Jonge Jury?
' Ben je tussen de 12 en 16 jaar lees dan tussen half augustus en eind februari mee en breng daarna je stem uit op jouw favoriete boek. Lees alles waar je zin in hebt, maar vooral ook zoveel mogelijk. Let er wel op dat je boeken uit 2012 leest. Omdat de lijst met boeken heel lang is, heeft een speciale jury alvast twintig titels uitgekozen. Die boeken noemen we de kerntitels. Let op, want voor de Prijs van de Jonge Jury 2014 kun je dus niet alleen stemmen op die twintig kerntitels, maar op alle boeken voor twaalf jaar en ouder die in 2012 zijn uitgekomen!  ' (Link DJJ)

Strikt genomen doet poëzie dus wel mee. Bovendien staat op de website De Jonge Jury onder 'uitgevers' (sinds kort?):
'Voor de Prijs van de Jonge Jury komen alle boeken in aanmerking die het jaar ervoor verschenen zijn. Uitgevers worden verzocht alle vertaalde en oorspronkelijk Nederlandstalige jeugdboeken en dichtbundels die voor het eerst zijn uitgekomen in het betreffende jaar en geschikt zijn voor de leeftijd van 12-16 jaar (NUR-codes 283, 284, 285, 292 en 293) in te sturen voor de Jonge Jury.'
Poëzie voor 12+ valt onder de NUR-codes 292 en 293. Nonfictie en strips (!) vallen er nog steeds buiten. Niks 'alle boeken' dus.

Die kerntitels zijn allemaal verhalen, of romans zo je wil. Geen poëzie, laat staan songteksten, geen non-fictie.
Bovendien staat er op de site een 'groslijst' met als aankondiging 'alle boeken waarop gestemd kan worden voor de Jonge Jury'.
Ik betwijfel zeer of dat alle in 2012 verschenen boeken voor 12-16 jaar zijn. Ik heb er enig begrip voor dat je mensen van 12+ niet bejegent als literatuurexperts (hoewel, zouden ze snappen wat met referentieniveau wordt bedoeld?), de indeling in 'genres' als fantasie, real life, spanning & avontuur, meiden, sciencefiction, liefde, thriller en oorlog laat ik ook maar voor wat-ie is (diep door de knieën, heel diep), maar je moet niet onjuist voorlichten. Die 'groslijst' is óf een verkapte tweede kernlijst óf hij klopt niet. Of het is een lijst van alle door uitgevers ingestuurde titels - maar ook dan klopt de lijst volgens mij niet met de bewering dat alle in 2012 verschenen boeken die 'geschikt zijn voor de leeftijd van 12-16 jaar' in aanmerking komen voor bekroning. Voor alle duidelijkheid: het stemformulier laat geen ruimte voor keuze van een andere titel dan die in de groslijst.

Over het werken met poëzie in het voortgezet onderwijs vond ik nog een mooie presentatie (in Powerpoint) van Didy Pijpker & Kim Weeber. Iets voor de organisatoren van De Jonge Jury?

Ik eindig met een citaat uit dat beroemde 'rapport van Meijerink', Over de drempels met taal, inderdaad, dat van die referentieniveaus:

' Gedurende de onderzoeksperiode is op de onderzoeksscholen de literaire ontwikkeling van een cohort havo­- en vwo­leerlingen gevolgd. In deze periode steeg het percentage leerlingen met een positieve attitude voor literatuur van 63% naar 87%. Het daadwerkelijke beginniveau in havo en vwo 4 bleek echter lager te zijn dan de docenten hadden verwacht: 43% begon onder het verwachte startniveau (niveau 2). 
Dat betekent dat deze leerlingen op dat moment nog niet toe zijn aan het lezen en verwerken van zeer eenvoudige literatuur. 
Een verklaring voor het lage niveau bij de start is dat een richtniveau voor havo 3 en vwo 3 ontbreekt. Er worden in de onderbouw geen kwantitatieve en kwalitatieve eisen gesteld. 
Bovendien blijken docenten Nederlands in het voortgezet onderwijs niet goed in staat te zijn om de overgang van jeugdliteratuur naar volwassenenliteratuur te begeleiden omdat deze kennis bij hen ontbreekt. Dikwijls zijn ze ook niet goed op de hoogte van jeugdliteratuur zodat ze evenmin de leerlingen in het begin van de onderbouw goed kunnen adviseren (Van Lierop­Debrauwer & Bastiaansen­Harks, 2005; Bos, 2006). '
Waarvan akte, het vet is van mij.