Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Alles is weg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alles is weg. Alle posts tonen

maandag 29 juni 2015

Boeken opruimen

Heel moeilijk, boeken opruimen. En dat terwijl het verzamelen om het verzamelen me vreemd is. Ik hoef geen collecties te koesteren. Maar boeken, dat was mijn werk en bij elk boek dat ik al opruimend door mijn handen laat gaan denk ik: zou ik het niet eens herlezen, of kan ik het nog gebruiken voor een stukje of studie.

Dat schiet niet op, natuurlijk. Het opruimen gaat dan ook heel langzaam.
Het moet wel, vind ik. Mijn kasten puilen uit, er staan stapels boeken vóór in plaats van erin, ik heb een vliering vol kinderboeken waarvan ik het grootste deel nooit meer inzie. Het stof verzamelt zich tussen de stapels.
Soms moet ik te lang zoeken naar een boek waarvan ik weet dat ik het heb, en dat is, meer dan dat stof, het sein om met opruimen te beginnen.

Ik ben begonnen met die stapels. De grootste stapel ontstond na het leegruimen van mijn moeders huis in 2011. Zoveel mooie boeken, ik wou ze allemaal misschien lezen, vond het zonde om ze weg te doen. Een flinke portie daarvan ligt nog steeds ongelezen te wezen. Deels los ik dat op door verplaatsen, in het besef dat dit geen opruimen is. De delen uit de Joop ter Heul-serie gaan naar de vliering - die later opgeruimd zal worden. Maar Raadpleeg de meerval van Anton Koolhaas gaat toch maar de doos in. Idem De pianoman van Bernlef. Het doet een beetje zeer, want beide zijn toch mooie verhalen.
Maar ik heb alleen maar mooie verhalen! Als ik zo begin, die ik niets weg. Boeken die me niet bevielen, zijn allang het huis uit. Zal ik ze ooit herlezen? Zelfs dat is een te zwak criterium, want het antwoord is: dat weet ik niet.
Misschien leuk voor een ander? Dat is al helemaal geen goed criterium, want dan blijft alles staan en anderzijds is dat juist het criterium om boeken in de roulatie te gooien, hup, de kast uit.
Zal ik er ooit nog iets mee doen op dit blog, of voor een andere studie? Dat blijkt wel een werkbaar criterium, en daar gaan Koolhaas en Bernlef. Maar ook hier spelen twijfels bij vele titels. Anna Enquist heeft toch mooie poëzie geschreven, de twee bundels Hier was vuur en Soldatenliederen komen uit de kast van mijn moeder. Die ga ik vast weer eens doornemen, ik heb iets met poëzie. Ze blijven. Bijkomend voordeel is dat poëziebundels meestal dun zijn, dat bewaart makkelijker. (Maar de verzamelde poëzie van J.A. Emmens zal ik ook nooit wegdoen, al is het maar vanwege 'Hard facts'.)

Een makkelijk begin was de rij boeken (die stond deels wel in de kast) die ik heb helpen verschijnen, of de buitenlandse originelen. Boeken als The Periodic Table, Elements with Style en Aha! The most intersting book you'll ever read about intelligence. Op de mooiste na (daar begint het al...) zitten die nu in dozen. Ik ga er een mooie bestemming voor vinden, een liefdadigheidsboekenmarkt of Biblionef o.i.d.

Kinderboeken, ja, daar heb ik iets mee, dat was (en is nog een beetje) mijn werk. Maar die liggen op genoemde vliering, ze komen nog aan de beurt en ik hoef me nog niet het hoofd te breken over wat wel en wat niet weg gaat. Vooralsnog gaat er meer naar die vliering dan er af komt, het is een soort stadslandschap van stapeltjes geworden. Wordt onvermijdelijk vervolgd.
Alhoewel, ik kom in zo'n andere stapel, voor de boekenkast, wel Mijnheer Van Dale en juffrouw Scholten tegen, dat mooie kinderboekenweekgeschenk uit 1983, van Kees Fens en Margriet Heymans. Wegdoen? Nou nee, dat gaat (ook) naar de vliering... 'Woorden kun je niet stelen.' Het bevat een onbetaalbaar goed opstel van Kees Fens, dit boekje.

Blijft de rest van die stapel over, en de andere stapels ernaast.
Joop, een verzameling tekeningen van Opland, uit 1988. Als ik het mijn zoon voorleg, zal hij verbijsterd bladeren. Wie was die Joop? Waar slaan al die spotprenten op? Dit is definitief geschiedenis. Nee, nog niet weg, gaat naar de afdeling non-fictie (een stel werkelijk volgepropte planken, het kan er nog bovenop).
Reisgidsen, verspreid in die stapeltjes op en voor rijen boeken in de kast, en deels ervoor. Die van Nepal en Bulgarije, wegdoen? Nou, toch maar niet, je weet nooit... hoewel Nepal na die aardbeving nooit meer hetzelfde zal zijn, vrees ik, veel van de beschreven tempels zijn nu puinhopen. En de Veluwe-wandelgids uit 1995 gaat onherroepelijk de doos in, die zal echt verouderd zijn.
Romans, Godenslaap van Edwin Mortier, net gelezen, kan weg? Eh, nee, nog even niet.
Ebbenhout, van Ryszard Kapuściński? Zeer genoten van zijn reisverhalen, die evenwel gedeeltelijk bij elkaar verzonnen bleken. Hij had zich echter zo goed voorbereid dat wat niet waar gebeurd is waar gebeurd had kunnen zijn. Maar dat geldt ook voor veel compleet verzonnen verhalen, dat noemen we fictie. Alleen daarom al: bewaren.

Enzovoort.

Moeilijk hoor, boeken opruimen.


vrijdag 7 januari 2011

Waar gebeurd?

Alles is weg van Ank en Lieke Kranendonk (Querido, reeks Slash) is typische jongerenliteratuur, geschreven in een would-be jongerenstijl, met een verteller die dicht op, zeg maar in de huid zit van de hoofdpersoon. In het werk van de auteur nieuw: ze schreef eerder verhalen voor jongere kinderen en een hele reeks eerste leesboekjes.
Derde titel in de Slash-reeks: die wordt gepresenteerd als een reeks verhalen gebaseerd op ‘waar gebeurd’. Een auteur van naam neemt op zich om zo’n ‘waar gebeurd’ verhaal in een roman te verwerken.

Muis is de opgewekte branie van een groep jongeren. Door een ongeluk komt hij om het leven. Het kost zijn vrienden veel moeite om hier overheen te komen.
Tja, het drama maakt natuurlijk indruk. En dan ook nog gebaseerd op iets dat waar gebeurd is.
Dat moet deze roman helemaal maken. Daarom begint het verhaal met een terugblik. Als de groep naar een feest is, herinnert hoofdpersoon Fae zich Muis en valt bijna flauw.

Dat kleurt wat volgt, maar wat volgt is tót het ongeluk niet meer dan een reeks gebeurtenissen en gebeurtenisjes die Muis tonen als een vrolijke, maar erg impulsieve branie, die de ene streek na de andere uithaalt en waarin de personages vooral bezig zijn met zichzelf en wie met wie gaat.
Zo bijvoorbeeld:
De hele dub uit Baarn is er, en iedereen zit lekker dicht bij elkaar: PrissiIa, die als eerste uit het dorp een tattoo heeft laten zetten, Marith met haar nieuwe skatevriendje, Mo, met zijn voetbal, Truc, Dammetje, Charley met een iPod vol hiphop, Gonneke met een veel te kleine bikini omdat ze zo trots is op haar borsten, Dolores, die nog even blijft staan omdat ze op zoek is naar een nieuw vriendje. Patrique hoeft ze niet, die heeft ze al drie keer gehad, met Billy is het ook allang weer uit, de anderen zijn ook al aan de beurt geweest, haar hoop is nu gevestigd op Mo, de mooiste Turkse jongen van het dorp, die ook nog eens geweldig kan voetballen. Het enige nadeel aan Mo is dat hij nog geen seconde naar haar heeft gekeken, misschien niet eens bewust is van haar aanwezigheid.
Uitdagend legt ze haar handdoek vlak hij Mo neer, maar het heeft geen zin. Hij praat met Truc over de nieuwe trainer van zijn selectieteam.
Dan maar naar een ander uitkijken. Nu ze allemaal op verschillende middelbare scholen zitten, is de vriendengroep zo groot geworden, dat er wel iets voor Dolores bij moet zitten.
'Wo,' zegt Muis meens. '0 ho, wist je dat?'
'Wat?' Billy ligt een beetje voor zich uit te staren terwijl zijn vriend hem kietelt.
'Moet je kijken: zegt Muis. 'Die tieten.'

De verteller volgt vooral hoofdpersoon Fae, kruipt als het ware in haar huid en vertelt het verhaal als een live-verslag, in de tegenwoordige tijd.
Dan valt Muis van de brug en begint de rouw. De vertelstijl verandert niet, wel de gebeurtenissen en geuite emoties. Hier blijkt de zeer directe vertelstijl een voordeel (net als in de beschrijving van het ongeluk zelf) en het verhaal toont op overtuigende manier de diverse reacties op het ongeluk en met name hoe schuldig Fae zich voelt. Zij krijgt het idee dat ze Muis had kunnen redden als ze hem nog net op tijd had kunnen beetpakken. De vaardige beschrijving van deze reacties en de ontwikkeling daarin tilt dit verhaal uit boven het niveau van het gemiddelde onderhoudende maar onbeduidende tienerverhaal.