Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label LZL. Alle posts tonen
Posts tonen met het label LZL. Alle posts tonen

woensdag 23 januari 2019

LZL 107: Joke van Leeuwen

De laatste aflevering van Literatuur zonder leeftijd (nummer 107, winter 2018) is gewijd aan Joke van Leeuwen.
Met laatste bedoel ik nu echt laatste, niet alleen meest recente. Want dit is echt de laatste aflevering van LZL.

De redactie heeft hiermee een waardig slotstuk gemaakt. Joke van Leeuwen is een van de meest veelzijdige en beste auteurs voor kinderen, auteur, illustrator en theatervrouw. Jammer dat LZL ophoudt, heel goed dat de redactie juist haar werk als thema heeft gekozen.

De pocket van 210 p. bevat 12 artikelen over haar werk en vijf bijdragen van Joke van Leeuwen, drie gedichten, een andersoortige tekst en een reeks prenten, deels in kleur. De artikelen over haar werk zijn van Eline Rottier (een interview), Annette de Bruijn (poëzie), Sander Bax (poëzie voor volwassenen, Bart Moeyaert (herinneringen aan samen optreden, mooi om daar te beginnen met lezen), Vanessa Joosen (Maar ik ben Frederik), Lieke van Duin (over grenzen heen), Bill Nagelkerke (translations), Jaap Goedegebuure (romans voor volwassenen), Truusje Vrooland-Löb (tekst en beeld), Joke Linders (reizen als vertelstructuur), Henk van Vliegen (interview met Nicole van Kilsdonk, regisseur film Toen mijn vader een struik werd) en Jen de Groeve (non-fictie).

Geen pocket om in één keer uit te lezen, hij belandt op mijn nachtkastje.

Maar wel een citaat, uit het interview dat Eline Rottier met haar hield:

Een begin

De toon was gevonden, maar een uitgever vinden bleek moeilijk. Met haar verhalen reisde Joke van Leeuwen stad en land af. Ging ze vanuit Brussel met de trein naar Bussum, bleek er niemand te zijn, stond ze tien minuten later weer buiten. 'Ik werd steeds onzekerder, op het laatste durfde ik niet eens meer naar de brievenbus. Dit had ik altijd gewild, zou het niet gaan lukken? 
Om de druk van de ketel te halen, ging ik geschiedenis studeren en tijdens die studie kwam ik via via terecht bij Uitgeverij Omniboek en ging het ineens lopen. Voordat ze wat wilden met mijn verhaal moest ik een  - in mijn ogen - zeer slecht verhaal illustreren. 
Ik herinner me de eerste recensie nog levendig. Het verhaal werd helemaal afgekraakt, maar als laatste zinnetje stond er: "De onbekende illustrator deed het beter." Dit is een begin, dacht ik. Niet lang daarna lag De Appelmoesstraat is anders (1976) in de boekhandel.'




Literatuur zonder leeftijd 107 (winter 2018). ISBN 978 94 6167 382 4, 212 p.
Bestellen: € 19,95 incl. verzendkosten, redactie-lzl@planet.nl


maandag 21 januari 2019

Exit LZL

Dat was even schrikken. Er zat een brief bij Literatuur zonder leeftijd 107 (winter 2018), gedateerd 'december 2018'.

Een half jaar geleden hebben de redactie van Literatuur zonder leeftijd en het bestuur van IBBY-Nederland na lang wikken en wegen en met pijn in het hart gezamenlijk het besluit genomen om met ingang van 1 januari 2019 te stoppen met de uitgave van Literatuur zonder leeftijd.

De briefschrijvers (Helma van Lierop als voorzitter IBBY-Nederland en Toin Duijx als eindredacteur LZL) noemen twee redenen:
(1) te weinig geld en
(2) steeds minder auteurs bereid om voor niets bij te dragen.
Wat betreft (1) stegen de kosten en daalde het aantal abonnees.
En wat betreft (2), tja, dat komt, lijkt me, voort uit 1.

Als oud-uitgever en dito hoofdredacteur van Leesgoed en als (een periode) oud-uitgever van LZL kan ik me van de financiële perikelen wel een voorstelling maken. Het is eigenlijk een wonder dat Stichting IBBY-Nederland het nog zo lang heeft volgehouden. Daar zaten heel wat onbetaalde uurtjes in... Van 2013, toen Leesgoed en De Leeswelp van het toneel verdwenen) tot en met 2018 was LZL het enige serieuze vaktijdschrift over jeugdliteratuur - al heette het dan met opzet Literatuur zonder leeftijd.

Nu is er dus geen enkel Nederlandstalig vaktijdschrift meer over jeugdliteratuur. Er is wel een handvol websites en blogs (waaronder dit). Gemeenschappelijk kenmerk: liefdewerk oud papier, nergens hoef je voor de inhoud te betalen. Geldt voor meer blogs over literatuur en zo, maar een beetje schrijnend blijft het wel. Er verschijnen in het Nederlands taalgebied honderden nieuwe kinderboeken per jaar, zowel vertalingen als oorspronkelijk Nederlandstalig werk. Er is jeugdtheater, er zijn jeugdtijdschriften - maar eróver wordt niet méér geschreven dan de afzonderlijke commentaren en recensies op diverse blogs, en de (schaarse) recensies in dagbladen. Er zijn twee universiteiten waar jeugdliteratuur deel uitmaakt van het curriculum - waar raken aankomende onderzoekers hun artikelen kwijt? Waar plaatsen de al gediplomeerde onderzoekers hun artikelen? Of vertalen die hun artikelen over Nederlandstalige jeugdliteratuur al bij voorbaat in het Engels, om kans te maken op een plekje in een Engelstalig vaktijdschrift?

Het moet de redactie van LZL zijn zwaar gevallen en al helemaal de eindredacteur Toin Duijx. In aflevering 107 zelf is niets te merken, het colofon is nog als vanouds, je zou je nog kunnen abonneren...
Het zal ook het bestuur zijn zwaar gevallen, nou ja, e.e.a. wordt ook vermeld 'met pijn in het hart'. Niet in de laatste plaats omdat LZL toch ook het smoel van IBBY-Nederland was. Het zal nu veel moeilijker worden om de activiteiten onder de aandacht te brengen. Een kwartaalbericht is niet veel...

Afijn, het is wel een mooie laatste aflevering geworden, rond Joke van Leeuwen. Daarover meer in een aparte bijdrage.

Toin

Het is overigens moeilijk om het stoppen van LZL los te zien van dat andere briefje dat in deze aflevering zat: Afscheid Toin Duijx. Het flyertje bevat twee toespraken die zijn gehouden tijdens de afscheidsceremonie op 9 november 2018, van Joke Linders en Helma van Lierop-Debrauwer.
Toin, ...




Zonder Toin Duijx als immer vlijtige en attente secretaris en eindredacteur is IBBY-Nederland als het ware een rechterhand kwijt en zou de productie van LZL een zware dobber zijn geweest. Onmisbaar is een groot woord, maar Toin kwam er dichtbij. De tekening van Alex de Wolf die het flyertje siert is treffend.
Als gewoon abonnee c.q. begunstiger ga ik me afvragen: wat gaat Toin eigenlijk doen?...




zaterdag 18 augustus 2018

'Er wordt te vaak met gemakzucht voor kinderen geschreven'

De parels in Literatuur zonder leeftijd zomer 2018 (afl. 106) bevinden zich achterin: de Annie M.G. Schmidt-lezing van Anna Woltz en de Woutertje Pieterse-lezing van Frauke Pauwels.
De eerstgenoemde is alleen in LZL te lezen, de tweede is ook online te vinden.

De Annie M.G. Schmidt-lezingen zijn een reeks lezingen door auteurs van jeugdliteratuur, geëntameerd door IBBY Nederland, met steun van o.a. het Literatuurmuseum (voorheen Letterkundig Museum) en de Universiteit van Leiden. IBBY staat voor International Board on Books for Young people.
Dit jaar werd hij gehouden door Anna Woltz en haar lezing mondde uit in een pleidooi om kinderen als publiek serieus te nemen.
Ik citeer:

Er wordt met te veel gemakzucht voor kinderen gewerkt - of laat ik me bij mijn eigen leest houden: er wordt te vaak met gemakzucht voor kinderen geschreven. Ik zeg niet dat de boeken die we schrijven literairder of ingewikkelder moeten zijn. Ik zeg wel dat elk boek met liefde gemaakt moet worden, met de volle aandacht van de schrijver en met werkelijk respect voor de lezer. Het feit dat volwassener groter zijn dan kinderen, dat ze al langer leven en meer woorden kennen, betekent niet dat ze een kinderverhaal wel even uit hun mouw kunnen schudden.

Waarvan acte, met instemming. Haar pleidooi zal door de toehoorders ongetwijfeld positief gewaardeerd zijn. Ondanks haar aankondiging níet voor eigen parochie te gaan preken en nu eens niet het nut van leesvaardigheid te benadrukken, deed ze dat (preken voor eigen parochie) met dat pleidooi uiteindelijk dus toch. Niettemin is het een genoegen haar vertoog te lezen, niet in de laatste plaats wegens haar heerlijke zijpaden.

Frauke Pauwels hield haar voordracht tijdens de uitreiking van de Woutertje Pieterse Prijs, in 2018 toegekend aan Annet Schaap wegens Lampje. Twee van de vijf titels die voor deze prijs genomineerd werden, zijn non-fictie: De zweetvoetenman. Over rechtszaken & regels (en een hoop gedoe) van Annet Huizing en Margot Westermann (Lemniscaat) en Wij waren hier eerst van Joukje Akveld (Gottmer). (Beide titels werden even later bekroond met een Zilveren Griffel.)
Frauke Pauwels hield een pleidooi voor het 'openen der poorten' voor non-fictie. Terecht, natuurlijk. Het opstel, of met zijn deftiger Engelse naam essay, hoort evengoed tot de literatuur als het verhaal (incl. de roman), de poëzie (incl. het lied) en het theater. Ook haar opstel is een genoegen om te lezen.

Het opstel hoort thuis in de retorica, die in de Oudheid al hoog gewaardeerde kunst om te overtuigen, waarbij eloquentie of welsprekendheid een rol speelt. Een goed opstel is zo geschreven dat je je als lezer eigenlijk wel wil laten overtuigen.
Het wetenschappelijk artikel is in beginsel een verslag, een boekstaving van onderzoeksresultaten. Niettemin kan de auteur van zo'n artikel zeker wel van de retorica gebruik maken. Ook hij of zij zou immers moeite kunnen doen om de lezer te overtuigen van de geldigheid van zijn of haar bevindingen. Ook onderzoeksresultaten kunnen welsprekend en overtuigend gebracht worden, zelfs binnen het stramien van het moderne wetenschapsartikel.

Het siert de redactie van LZL dat ze ruimte maakt voor opstellen als bovengenoemde. En soms ook voor columns e.d. Het is wel jammer dat de meeste artikelen in LZL in retorisch opzicht dat niveau niet halen.
Hoewel het niet meer in het colofon wordt benadrukt, is aan de artikelen wel te merken dat er een academische status wordt nagestreefd. Dat is op zich lovenswaardig, want daarmee biedt LZL een podium aan onderzoekers van jeugdliteratuur en het is op zich al prettig dát die onderzoekers er zijn. Maar het maakt de artikelen soms onnodig zwaar.

Laat me één voorbeeld bespreken van zo'n artikel. Het gaat om het artikel van Daniëlle Roestenburg over 'Ted van Lieshout in de rol van publieke intellectueel' (ondertitel), met als titel een citaat: 'Ik wil literatuur maken. Maar ik wil ook bijdragen aan de maatschappelijke discussie'.

Dat artikel begint heel essayistisch en raak met een verwijzing naar het optreden van 'bestsellerauteur' Griet Opdebeeck in een uitzending van De wereld draait door, waar ze vertelde vroeger misbruikt te zijn, gaat dan naar Mijn meneer van Ted van Lieshout en zijn optreden in een uitzending van Pauw & Witteman, en net als je denkt, hier start een fraaie beschouwing over Ted van Lieshout in de openbaarheid, zwenkt ze opzij, want er moet een verantwoorde definitie komen van het begrip publieke intellectueel. Want dat is 'niet eenvoudig te omschrijven en af te bakenen'.
Doe het dan niet, denk ik dan, we begrijpen het toch wel ongeveer.
Maar ja, dat is niet wetenschappelijk verantwoord. Dus duikt Daniëlle de vakliteratuur in, om aan te komen met een 'heuristische definitie' van Odile Heynders, hoogleraar 'Vergelijkende Literatuurwetenschappen' (meer dan 1 wetenschap?) te Tilburg - dezelfde universiteit waar Daniëlle aan studeerde. Hoe toevallig. Die 'heuristische definitie' blijkt van toepassing op allerlei auteurs 'die zich door middel van literaire strategieën, niet alleen binnen de grenzen van de tekst zelf, maar ook buiten hun romans, uitlaten over maatschappelijke ontwikkelingen of problemen'. (Heynders. Arme 'publieke intellectueel' die zich niet met 'literaire strategieën' bemoeit met de maatschappij...)
Daniëlle haalt er nog Thomas Vaessens bij, en nóg meer literaire auteurs, om dan eindelijk weer terug te keren naar haar onderwerp, Ted van Lieshout. Die ze uiteraard toetst aan 'Heynders' model'.
Die toets doorstaat hij min of meer, maar helaas, 'de intentie alleen is niet genoeg om aan de functie van publieke intellectueel te vervullen. Publieke intellectueel-zijn is immers een rol en ook afhankelijk van een publiek en media.'
Of zoals Heynders het definieert: 'de publieke intellectueel (...) creëert bewust een persona in de media die een effect heeft op het publiek.'
Je kan roepen wat je wil, als niemand luistert en antwoordt, ben je nog geen publieke intellectueel.

En dan volgt na een op zich interessant maar te kort overzicht van Ted van Lieshouts openbare handelingen en na een nog veel langere verhandeling over die toetsing het strenge oordeel:

Van Lieshout functioneert dus wel als publieke intellectueel, maar wordt niet als zodanig (h)erkend, omdat hij als jeugdschrijver de juiste culturele autoriteit lijkt te missen. Zijn goede prestaties en reputatie binnen het jeugdliteraire veld, leveren niet de publieke autoriteit en maatschappelijke erkenning op die een publieke intellectueel wel nodig heeft. Daarmee is Van Lieshout een auteur die misschien genuanceerd de heersende opinie verstoort, maar er tot nu toe niet in geslaagd is om de rol van publieke intellectueel te vervullen. Misschien moet zijn grote moment als publieke intellectueel dan nog komen.

Wat mij leert dat je volgens Daniëlle wel kan functioneren als publieke intellectueel, maar het dan nog niet bent. Rara. En dat je ook een niet-juiste culturele autoriteit zou kunnen hebben.
Of: hoe een artikel na een veelbelovend begin de mist in kan gaan. Want wat doet het er toe, of Teds openbare doen en laten voldoen aan Heynders' criteria. De toetsing ontneemt ons het zicht op de beschreven persoon, én op Daniëlle's eigen waardering. Heel jammer.

Enfin, ik laat het bij dit ene artikel.
Er staat natuurlijk nog veel meer in dit themaloze zomernummer, dat veel dikker is dan ons wordt beloofd, zie onder. Zoals recensies, en artikelen over de 'beeldvorming van Suriname in Surinaamse en Nederlandse prentenboeken', 'Bouwstenen voor een ethische benadering van life writing voor jongeren', 'Een kritische analyse van de voorstelling van dieren in de Gouden Boekjes' en (dat is wel interessant naast dat opstel!) 'Wetenschappelijke registers in fictie en non-fictie voor kinderen' van Frauke Pauwels, waarbij het onderzochte corpus overigens uit zegge en schrijve zes kinderboeken beslaat.



Literatuur zonder leeftijd verschijnt drie keer per jaar in de vorm van een boekje van circa 140 pagina’s en wordt uitgegeven door de Stichting IBBY-sectie Nederland.
Abonnementsprijzen 2018: instellingen € 47,50; particulieren € 34,50; studenten € 24,50 (bewijs van inschrijving meesturen; moet elk jaar vernieuwd worden). Abonnementen gaan in per volledig kalenderjaar (reeds verschenen nummers worden toegezonden). Losse nummers: € 19,95 per stuk.
Men kan zich als abonnee aanmelden via het secretariaat: IBBY-Nederland@planet.nl. Wie zich aanmeldt krijgt als welkomstgeschenk alle nummers van jaargang 2017. 

Literatuur zonder leeftijd 106, ISBN 978 94 6167 369 6, 192 p.






dinsdag 12 juni 2018

Karen Woets

kende ik vooral als onderzoeker van jeugdliteratuur. Ze schreef artikelen voor diverse websites (waaronder NieuwWij) en periodieken, waaronder Leesgoed en Literatuur zonder leeftijd en was ook enige tijd (2010-2012) lid van de redactie van dat laatstgenoemde tijdschrift-in-boekvorm. Bovendien was ze lid van de redactie van Verborgen talenten, jeugdliteratuur op school, het vakboek waaraan ik ook als redacteur meewerkte.



In januari 2016 stapte ze uit het leven, 49 jaar oud. (Op 2 juni 2016 zou ze vijftig zijn geworden.) Ze liet drie kinderen na.

Binnen de wereld van het onderzoek naar jeugdliteratuur was Karen Woets (eerder: Karen Ghonem-Woets) welbekend. Ze schreef niet alleen, maar gaf ook lezingen en was anderszins actief, zie boven. Een vriendelijke, zachtaardige, gewetensvolle en ietwat zwaarmoedige vrouw, die haar werk altijd zorgvuldig voorbereidde en afleverde.
Ik kende haar niet goed genoeg om te begrijpen waarom ze haar leven beëindigde. Het was voor ons al een grote schok, laat staan voor haar kinderen en ex.

Een goed idee van de redactie van Literatuur zonder leeftijd (LZL) om een aflevering aan haar te wijden. Het is aflevering 105, voorjaar 2018.
En helemaal een goed idee om het openingsartikel ('Veelzijdig en geëngageerd, de persoonlijke en academische drijfveren van Karen Woets) te vragen aan collega Coosje van der Pol, die haar sporen vooral in onderzoek naar de rol van prentenboeken bij leren lezen heeft verdiend. Een portret van de onderzoeker Karen Woets, gelardeerd met herinneringen van vakgenoten.
Ze gaat niet in op de persoonlijke achtergrond van Karens betrokkenheid bij religie en filosofie. Karen had zich bekeerd tot de Islam. Of dat vóór of in verband met haar huwelijk met een Egyptenaar was, is mij niet bekend. Het weerhield haar zeker niet van onderzoek naar de rol van andere religies in de jeugdliteratuur. Zo verscheen van haar in 2011 Boeken voor de katholieke jeugd, verzuiling en ontzuiling in de geschiedenis van Zwijsen en Malmberg. Een handelseditie van de dissertatie waarop ze in 2005 promoveerde. Ze had toen inmiddels al meegewerkt aan Woord zoekt Woord, Joden, Christenen en Moslims in gesprekken over teksten en tradities (Ankh-Hermes, 2010).
Het verklaart natuurlijk wel Coosje's observatie dat Karens bibliotheek (ze had enorm veel boeken) 'nauwelijks klassieke Nederlandse romans bevat. We zagen er wel enkele, maar hun aantal staat in geen verhouding tot het aantal romans uit het Midden-Oosten, in het bijzonder Egypte en de Maghreb-landen.' Natuurlijk, denk ik. Daar lag haar belangstelling.

Het daaropvolgend artikel is geschreven door Karen Woets, ook een mooie greep: ' Over een ongelovige dichter en haar moslimprins, over Polleke van Guus Kuijer'. Het verscheen eerder in Eeuwige jeugd, boeken voor Rita Ghesquiere, Leuven, 2007.)
Dan volgt een reeks artikelen die alle een aspect van haar onderzoek en recensiewerk belichten. Met tot slot herinneringen aan Karen Woets door Piet Mooren, ooit haar docent aan de Universiteit van Tilburg en hoofdredacteur van Verborgen talenten.

Zoals gebruikelijk eindigt de aflevering met enkele recensies.
Literatuur zonder leeftijd verschijnt drie keer per jaar in de vorm van een boekje van rond 140 pagina’s en wordt uitgegeven onder auspiciën van de Stichting IBBY-sectie Nederland.
De abonnementsprijzen: instellingen 47,50; particulieren 34,50; studenten 24,50 (bewijs van inschrijving meesturen; moet elk jaar vernieuwd worden). Abonnementen gaan in per volledig kalenderjaar (reeds verschenen nummers worden toegezonden).
Bestellingen voor losse nummers (19,95 euro per stuk) en abonnementen kunnen gericht worden aan het secretariaat van IBBY-Nederland.

Men kan zich als abonnee aanmelden via het secretariaat: IBBY-Nederland@planet.nl. Wie zich aanmeldt krijgt als welkomstgeschenk alle afleveringen van jaargang 2017.














maandag 11 juni 2018

... dat zijn de anderen

Bijzonder kopje boven de redactionele inleiding van Literatuur zonder leeftijd 103 (zomer 2017). Inleidster Sanne Parlevliet laat het onverklaard en neemt kennelijk aan dat alle lezers het kunnen thuisbrengen als het eind van de beroemde zin uit de eenakter Huis clos (Gesloten deuren) van Jean-Paul Sartre: 'L'enfer c'est les autres', de hel dat zijn de anderen.
Mooi staaltje lezersverwachting: LZL is een tijdschrift voor o.a. literatuurwetenschappers en dan vooral gespecialiseerd in jeugdliteratuur.
Of zoals op de website staat: LZL 'is grensverleggend en probeert in verschillende artikelen de traditionele grenzen van de kinder- en jeugdliteratuur te verkennen, waarbij gedacht kan worden aan de grenzen tussen:

– Literatuur voor kinderen en voor volwassenen
– Literatuurwetenschap en pedagogiek – Literatuur en andere kunstuitingen voor kinderen – Informatieve en verhalende boeken
– Literatuur en lectuur '
Nou, dan ken je je Sartre ook wel... Verklaring overbodig, dacht Sanne kennelijk.

Het is een wat cynisch motto voor een aflevering die gewijd is aan 'diversiteit in de jeugdliteratuur'!
En dat terwijl uit de bijdragen blijkt dat auteurs van jeugdliteratuur doorgaans heel goed met die diversiteit overweg kunnen. Hooguit zijn er gemeten naar de samenstelling van de bevolking hier te lande opvallend weinig auteurs en hoofdpersonen met een kleurtje of anderszins verschillend van wat sommige Nederlandse politieke leiders plegen aan te duiden als de 'gewone Nederlander'.
Wat dat ook moge zijn. Ik citeer graag de Nederlandse koningin: dé Nederlander bestaat niet.
Nederlander zijn is een predikaat dat eerst en vooral te maken heeft met het recht om een Nederlands paspoort te hebben of opgenomen te worden in het dito paspoort van zijn of haar ouders. De rest is mythevorming of jurisdictie. Idem België.

Natuurlijk speelt rond dit thema het dilemma dat fraai is verwoord door Rindert Kromhout, in zijn Annie M.G. Schmidtlezing, die integraal in deze aflevering is opgenomen.
Op p. 173:
'Wie een boek schrijft, denkt niet aan hoe nuttig dat voor de lezers zou kunnen zijn, hij of zij denkt slechts aan het verhaal dat hij wil vertellen en hoe dat zo mooi mogelijk op papier te krijgen. Verhalen die zijn bedoeld om nuttig te zijn, zijn zonder uitzondering oninteressant.'
Op p. 164:
'Een bekende uitspraak van Jella Lepman, de oprichtster van IBBY, luidt: "Boeken bouwen bruggen." En zo is het, boeken en verhalen en al die andere cultuuruitingen bouwen bruggen en verbinden.'

De paradox is, als we Rindert Kromhout even volgen, dat juist verhalen die idealiter niet geschreven zijn om nuttig te zijn, van nut zijn voor de samenleving.
Het is een overbrugbare paradox, want schrijvers van het type dat Rindert bedoelt, hoeven zich helemaal niet bezig te houden met bruggen bouwen. Laat ze lekker schrijven.
Bruggen bouwen, dat doen dan de lezers en bemiddelaars, de vele volwassenen die kinderboeken inzetten voor dit doel. Een internationale vereniging als IBBY is hiervoor al zo'n zestig jaar bezig.

De scheiding hoeft niet zo strikt: dat bewijst (o.a.) Marit Törnqvist. Zij maakt mooie prentenboeken, mooi genoeg om ook door Rindert Kromhout interessant gevonden te worden (neem ik aan). En ze zet die vervolgens in om bruggen te bouwen. Ik doel op haar project Een boek voor jou. Eline Rottier interviewde haar hierover voor LZL.

Schrijvers kunnen, Rindert nogmaals volgend, vooral schrijven om dat wat ze in hun hoofd hebben zo goed mogelijk te verwoorden, voor lezers, en dan vooral jonge lezers, maakt het uit welk type hoofdpersonen ze tegenkomen in hun boeken. 'Een Surinaamse moeder vertelde aan [Bas] Maliepaard dat haar dochter lang heeft gedacht dat alleen blonde meisjes prinsesjes konden zijn totdat ze de prentenboeken over het zwarte prinsesje Arabella van de Nederlands-Amerikaanse schrijfster Mylo Freeman in handen kreeg.'

Interessante aflevering dus, zomer 2017. Er staat natuurlijk nog meer in dan ik boven noemde. Enkele lange besprekingen (o.a. van de biografie over Cissy van Marxveldt), de Woutertje Pieterse-lezing van Nasim Miradi, een onderzoek 'vanuit een postkoloniaal perspectief' naar de vraag 'hoe politiek correct zijn Pippi, Kuifje en Babar?', een interview met vier wannaars van de Jenny Smelik IBBY-prijs, en meer.

Literatuur zonder leeftijd verschijnt drie keer per jaar in de vorm van een boekje van rond 140 pagina’s en wordt uitgegeven onder auspiciën van de Stichting IBBY-sectie Nederland.
De abonnementsprijzen zijn in 2018: instellingen 47,50; particulieren 34,50; studenten 24,50 (bewijs van inschrijving meesturen; moet elk jaar vernieuwd worden). Abonnementen gaan in per volledig kalenderjaar (reeds verschenen nummers worden toegezonden).
Bestellingen voor losse nummers (19,95 euro per stuk) en abonnementen kunnen gericht worden aan het secretariaat van IBBY-Nederland.

Men kan zich als abonnee aanmelden via het secretariaat: IBBY-Nederland@planet.nl. Wie zich aanmeldt krijgt als welkomstgeschenk alle afleveringen van jaargang 2017.







dinsdag 6 maart 2018

Edward van de Vendel

is onderwerp van aflevering 104 (winter 2017) van Literatuur zonder leeftijd.

Niet voor het eerst kiest de redactie een alom gewaardeerd auteur om in een hele aflevering in het zonnetje te zetten. Recentelijk waren dat Harrie Geelen, Imme Dros, Bart Moeyaert, Jacques Vriens en Ted van Lieshout. Nu dus Edward van de Vendel.


(Foto Jota Chabel.)

Soms is er een aanleiding voor zo'n feestnummer, zoals bij dat over Jacques Vriens (40 jaar schrijverschap) of Ted van Lieshout (werd 60 jaar), soms niet, zoals nu. Hoewel: misschien begon de redactie in 2016 met plannen voor dit nummer, 30 jaar na Betrap me, het debuut van Edward van de Vendel.

Hoewel LZL in principe een academische statuur nastreeft, en daarmee heel wat jonge onderzoekers de kans biedt om te publiceren, komen er in zo'n overzichtsaflevering zoveel lovende woorden voorbij dat het bijna hagiografisch wordt. Ik gebruikte niet voor niets hierboven de uitdrukkingen 'in het zonnetje zetten' en 'feestnummer'.
Mogelijk zou dat wat minder worden als de redactie verder de geschiedenis induikt, anderzijds vermindert dat natuurlijk de actualiteit.

Hoe het ook zij, het is weer een volle aflevering. Na het redactioneel gaan er direct 35 pagina's heen met twee lange bijdragen van Thomas de Veen en Annette de Bruijn, resp. 'Edward van de Vendel over leven en werk' en zijn 'poëzie tussen beeld en geluid'.

Wie Edward van de Vendel weleens gedichten heeft horen voordragen, weet dat klank, ritme en toon een belangrijke rol spelen. Dat is ook niet vreemd gezien het feit dat hij vanuit het schrijven van liedteksten bij de poëzie terechtkwam.

Aldus Annette de Bruijn. Met dat 'geluid' bedoelt ze niet muziek, maar klank op zich, de klank van zijn poëzie. Ze lijkt te suggereren dat liedteksten geen poëzie zijn.

Dan is er op p. 46-47 ruimte voor een gedicht van Edward van de Vendel, waarna nog meer bijdragen volgen.

Waaronder:
- Michel De Dobbeleer over de drie bundels 'stripgedichten' (idee: Kidsweek) van Edward van de Vendel en Floor de Goede
- Kyra Fastenau over Dagen van de bluegrassliefde, Ons derde lichaam en Oliver en dan specifiek 'het contrast tussen private en publieke ruimte, tussen stad en natuur'
- Vanessa Joosen over 'griezelmeisjes in de sprookjesbewerkingen van Edward van de Vendel en Isabelle Vandenabeele
- Jan van Coillie over Edward van de Vendel als vertaler

en dan hebben we het wetenschappelijk deel wel zo ongeveer gehad, met de kanttekening dat Thomas de Veen de auteur interviewde en dat alleszins lezenswaardig interview is allerminst wetenschappelijk.
Die andere vijf zijn dat wel en redelijk uitgebreid. Ze vergen wat welwillende aandacht en leesbereidheid, ook omdat de conclusies niet wereldschokkend zijn.
Ik citeer Fastenau:

Van de Vendel gebruikt het contrast tussen natuur en stad en ook enkele stereotypen (voetbal, Eurovisie) om zijn verhaal en personages een bepaalde richting uit te duwen. Ze roepen vragen op bij de lezer over de rol die de omgeving speelt bij het vormen van je identiteit. Is het leven maakbaar? Kun je jezelf buiten de maatschappij plaatsen? In hoeverre kun je veranderen, in hoeverre kun je verandering tegenhouden?
Ik sloot de boeken Ons derde lichaam en Oliver met meer vragen dan antwoorden. En dat vind ik een fijne leeservaring. Het toont voor mij aan dat de auteur heeft begrepen dat mensen complexe wezens zijn. En dat hij zijn lezer over die complexe wezens wil laten nadenken.

Tja. Waarempel.
En is dit nu het slot van een wetenschappelijke analyse of van een recensie?

Maar niet getreurd want natuurlijk weet je na het lezen van al die stukken méér over het werk van Edward van de Vendel dan daarvóór.

Toch is het leuker om bijvoorbeeld de 'brief aan Edward, persoonlijk' van Jacques Dohmen te lezen. Met een passage die waarschijnlijk heel veel zegt over de auteur Edward van de Vendel:

Ik zit opeens in mezelf te grinniken. Want je bent daarnaast natuurlijk ook een geweldige lastpost, dat weet je ook wel. Iedereen gaat het liefst lekker door op bekende paden, op de automatische piloot, ook jouw uitgevers, zeker in deze woelige tijden: 'een beetje van dit, een beetje van dat, niet te veel zus en vooral niet te veel zo, dan lopen we minder risico.' En dan kom jij zachtaardig en beminnelijk als altijd op de uitgeverij en zegt zachtjes: 'Maar ik ehh, ik wil wel natuurlijk... ik bedoel, als het kan hoor... Zus. En... ehhh ja dat kan écht niet zonder Zo!' En als het dan even stil blijft zeg je: 'Eigenlijk het liefst met véél Zo.' En dan blijkt dat innemende hoofd van jou een keiharde schedel te hebben. Goedschiks of kwaadschiks, het komt er: een zusboek met veel zo. Gesigneerd Edward van de Vendel. Binnenkort in de boekhandel.

Zo dus. En wat valt het te prijzen dat de redactie van LZL ruimte maakt voor zulke niet per se wetenschappelijke bijdragen. Van ex-uitgeverijredacteur Dohmen, maar ook van vertalers Rolf Erdorf en David Colmer, en anderen.

Literatuur zonder leeftijd is in weerwil van zijn naam een tijdschrift-in-boekvorm over jeugdliteratuur, met drie afleveringen per jaar. Het wordt uitgegeven door IBBY Nederland, de Nederlandse sectie van de International Board on Books for Young people. Een abonnement kostte in 2017 € 34,50 per jaar voor particulieren, € 24,50 als die particulieren een studentenkaart kunnen tonen en € 47,50 voor instellingen.




LZL, Literatuur zonder leeftijd winter 2017, ISBN 978 94 6167 341 1, 180 p.





maandag 10 juli 2017

Schrijven over het leven

Wat is Engels toch een soepele taal. Hoe zou je life writing (niet te verwarren met live writing: dat bestaat ook) moeten vertalen? Het is meer dan een leven beschrijven, kan ook een deel ervan, een dag, een uur. Wikipedia beschrijft het zo: 'the recording of memories, and experiences, whether one's own or another's. This applies to many genres and practices, under which can be found autobiography, biography, memoir, diaries, letters, testimonies, personal essays and, more recently, digital forms such as blogs and email'.

Helma van Lierop-Debrauwer kwam er niet uit en nam, als zovele taal-luie onderzoekers, de Engelse term over in naar inleiding van Literatuur zonder leeftijd (LZL) nr. 102 (voorjaar 2017). Deze aflevering heeft life writing als thema.
En dus krijgt het eerste artikel (ook van haar) onder de fraaie titel 'Echt gebeurd?' de lelijke ondertitel 'Life writing in de Nederlandstalige jeugdliteratuur' mee. Háár definitie van dit begrip ontleent ze aan het boek Reading Autobiography, A Guide for Interpreting Life Narratives van Sidonie Smith en Julia Watson (2010): 'We understand life writing as a general term for writing that takes  a life, one's own or another's, as its subject. Such writing can be biographical, novelistic, historical or explicitly self-referential and therefore autobiographical.'
De kop is fraai omdat die precies aanstipt wat er aan schrijven over het leven vooral onderzocht kan worden: is het echt gebeurd? En wat is dat dan, dat echte gebeuren? Hoe beschrijf je dat als onderzoeker zonder je eigen interpretatie erin te mengen?
Dat gaat verder dan de feitencontrole die sommige dagbladen in rubriekjes toepassen (wat dan weer in vernederlands Engels factchecking heet), omdat de beschrijver, de life writer, onvermijdelijk ook selecteert en interpreteert. Helma komt direct met het mooie voorbeeld van Anne Frank, die in 1944 haar dagboek herschreef met het oog op mogelijke publicatie. Tweemaal 'echt gebeurd'? Ja als het om de feiten gaat, maar er is zoveel meer dan enkel feiten, een dagboek is geen logboek.
Uiteraard passeren nog andere titels de revue in haar artikel.

Feiten, meningen, interpretatie: hier raakt de biograaf wetenschappelijke thema's. Dat is het onderwerp van het tweede artikel in deze aflevering, door Annette de Bruijn, met de lange titel 'De kunst van de biografie: tussen literatuur en wetenschap', ondertitel 'Vier biografen aan het woord over opvattingen, bronnen, valkuilen en zonden'. De vier biografen zijn Joep Boerboom, Joke Linders, Monica Soeting en Janneke van der Veer. Die geven 'in hun antwoorden allemaal blijk van een duidelijk bewustzijn dat het in biografie gaat om hun structurering en interpretatie, om hun constructie van het leven van hun onderwerp.'

En zo volgt er nog een reeks van min of meer interessante artikelen, van Aart Broek, Monica Soeting, Ingrid van der Heijden & Helma van Lierop-Debrauer, Chris Bulcaen, Sanna Lehtonen (in English), Sara Van Meerbergen, Harry Bekkering, Frauke Pauwels, Tiny la Roi en Britta Jung (wier onderzoek door Harry Bekkering overigens grondig wordt bekritiseerd).

Een dijk van een aflevering, deze keer geheel zonder columns e.d. Maar wel met een mooi (en toepasselijk) gedichtje van Ienne Biemans achterop.



Literatuur zonder leeftijd 102, zomer 2017. IBBY Nederland, ISBN 978 94 6167 309 1, 174 p.

donderdag 23 februari 2017

Jacques Vriens

Het is een goede greep van de redactie van Literatuur zonder leeftijd (zie ook Facebook) om van tijd tot tijd een auteur of illustrator als onderwerp voor een aflevering te kiezen. Recentelijk waren dat Harrie Geelen, Imme Dros, Bart Moeyaert en Ted van Lieshout.

Jacques Vriens

Voor aflevering 101 (winter 2016) werd het Jacques Vriens. Aanleiding was Die rotschool met die fijne klas - want dat verscheen in 1976 en dus is Jacques Vriens veertig jaar schrijver. In die periode zag hij kans om ruim 90 titels te produceren, rond te reizen met eigen theatervoorstellingen en ook nog eens talloze keren als leesbevorderaar op te treden - deels als Kinderboekambassadeur (vanaf 2013; nu: Jan Paul Schutten). En daarnaast schreef hij diverse artikelen over het nut en de vreugde van lezen. Zijn BTW haalde ooit de kolommen van Leesgoed en is nu (terecht) te vinden in LZL 101 en op internet.

Ook anderen ontging dat veertigjarig schrijversschap niet: in februari was Achtstegroepers huilen niet voor € 2,- te koop in de actie Geef mij maar een boek.

BTW staat voor Bereikbaarheid, Toegankelijkheid en Waardering, want daarom gaat het volgens Jacques Vriens bij leesbevordering. Zie LZL 101 p. 19-20, vooral voor de tips. Nog steeds een prachthandleiding voor leesbevordering op school, in twee pagina's. De BTW wordt gevolgd door De Lijst van Vriens, zestig titels jeugdliteratuur die iedere aankomende leraar basisonderwijs zou moeten lezen. Leg die naast die van de huidige Kinderboekambassadeur (zie ook hier) en je hebt helemaal een prachtlijst. Ze overlappen elkaar uiteraard wel.

Verder in dit nummer onder meer een interview met Jacques Vriens door Helma van Lierop, herinneringen aan hem als adviseur voor Van Holkema & Warendorf door Martine Schaap, als schoolmeester door Annemarie Bon en als ambassadeur door Gerlien van Dalen, herinneringen aan hem door illustratrice Annet Schaap en door de auteurs Sjoerd Kuyper en Mirjam Oldenhave, besprekingen van zijn theaterwerk door Selma Niewold en van zijn serieboeken door Susan Venings, en enkele langere studies over het werk van Jacques Vriens door Jacques Dane, Sanne Parlevliet, Helma van Lierop en Ann Uleners.
En last but not least ook nog een heel verhaal ('Tinus-in-de-war') en gedichten van Jacques Vriens, die het als liedteksten voor een schoolmusical goed zouden kunnen doen.

Heel wat te lezen dus, voor de liefhebber.



Literatuur zonder leeftijd 101. ISBN 978 94 6167 294 0, 196 p.



woensdag 12 oktober 2016

Ach ja, de jaren zeventig

Ik had Literatuur zonder leeftijd aflevering 100 al gerecenseerd, terwijl aflevering 99 nog lag te wachten. Vreemd, maar waar.
Niettemin biedt aflevering 99 ook veel lezenswaardigs. Het thema: jeugdliteratuur in de jaren zeventig, volgens de redactionele inleiding (door Helma van Lierop-Debrauwer) de 'kraamkamer van de hedendaagse jeugdliteratuur'.
Een krachtige uitdrukking, waarmee alle jeugdliteratuur van vóór die jaren tot ongeboren spul wordt verklaard. Nou ja, zo bedoelde ze het natuurlijk niet, wel dat de jeugdliteratuur zoals die er nu uitziet zo ongeveer in die tijd vorm kreeg. 'Wij blikken dus volop terug in dit nummer.'

Grappig dat er zowel wordt teruggeblikt door mensen die die jaren hebben meegemaakt als door mensen die toen nog kind waren of later werden geboren, zoals Sara Van den Bossche, die schrijft over 'de jaren zeventig als bakermat van het ideologiekritisch jeugdliteratuuronderzoek in Nederland en Vlaanderen'. Eric Hulsens (zie ook hier), Lea Dasberg, Peter van den Hoven...
Of Eefje Buenen, die schrijft over 'de wedergeboorte van de historische jeugdroman', over Thea Beckman. Eefje is voor mij de verpersoonlijking van de jonge garde: zij startte haar loopbaan op kinderboekenvlak met artikelen in Leesgoed, het tijdschrift dat ik van 1977 tot en met 2010 onder mijn hoede had.
Of zij met meer distantie terugblikken dan de oudere garde?
In ieder geval ontbreken bij hen persoonlijke ervaringen zoals Joke Linders die beschrijft in 'een persoonlijke visie op een decennium met veel gezichten'. Zij eindigt zo:

De ware emancipatie, dat wil zeggen streven naar een volwaardige plaats in de samenleving vanuit een achtergestelde positie, heeft de meeste kans van slagen als die van binnenuit komt, in dit geval dus vanuit de kinderboekenschrijvers en -illustratoren zelf. Vanuit mijn bejaarde uitkijktoren heb ik de indruk dat de jaren zeventig de voorwaarden hebben geleverd om het kinderboek rijker, veelzijdiger, interessanter en geëmancipeerder te maken. Of ik daar gelijk in heb, zal de tijd bewijzen. De verschillende deelstudies in dit themanummer van Literatuur zonder leeftijd kunnen de inzichten van de lezer op dit punt wellicht verder helpen.

Voorzichtiger zou ik het niet kunnen opschrijven.

In mijn eigen bijdrage aan deze aflevering, 'Verbeter de wereld en begin met het kinderboek, terugblik op "de werkgroepen"', (ook met persoonlijke terugblikken...) was ik iets stelliger.

Nogmaals, het lijkt me buiten kijf vaststaan dat de werkgroepen het kritisch denken over kinderboeken in de jaren ’70 en ’80 flink gestimuleerd hebben, in het kielzog van andere maatschappelijke ontwikkelingen.

En daarop liet ik de volgende slotpassage volgen:

Inmiddels kan eveneens worden vastgesteld dat deze ontwikkelingen plaatsvonden in een periode van stijgende welvaart, waarin bovendien de boekdruktechniek zich spectaculair ontwikkelde en daardoor bijvoorbeeld steeds mooiere prentenboeken voortbracht. Er werden steeds meer boeken verkocht en de bibliotheken hadden middelen om met kracht aan leesbevordering te doen. De jeugdliteratuur ging steeds meer variatie vertonen. En dat kinderboeken een belangrijke rol kunnen spelen in het leesonderwijs is daardoor inmiddels ook een algemeen gedeeld inzicht, een project als ‘Bibliotheek op school’ speelt daar goed op in.

Helaas stijgt de laatste decennia de welvaart niet meer (behalve voor de happy few), boekverkopen zakken per jaar, de gemiddelde boekomloop wordt steeds korter en in de bibliotheken is zeer fors bezuinigd. Uitgeverijen moeten hard aan de weg timmeren om te kunnen voortbestaan en wagen zich niet meer zo makkelijk aan uitgeefavonturen met ongewisse opbrengst. 
We mogen ons gelukkig prijzen dat er nog steeds een gestage stroom aan goede jeugdliteratuur verschijnt, van betrokken en hun kunst serieus nemende auteurs en illustratoren en hun uitgevers, maar onvermijdelijk is er ook een berg boeken die geen ander doel lijken te hebben dan de uitgeverijen (niet toevallig vaak onderdeel van grote bedrijven) draaiend te houden. Op zijn best nog braaf werk, maar inderdaad ‘zo voorzichtig allemaal dat we soms denken, waar hebben we nu in vredesnaam voor gestreden’ (...).


Genoeg reden om niet tevreden achterover te leunen, terugkijkend op al die prachtige boeken die er sinds de jaren ’70 zijn verschenen, maar de vinger aan de pols te houden, de krenten uit de pap onder de aandacht te brengen en van tijd tot tijd die pap zelf eens goed te zeven. Werk aan de winkel voor een kritisch tijdschrift.

Dat laatste is natuurlijk een hint voor de redactie van LZL, zoals Literatuur zonder leeftijd in kinderboekkringen kortweg wordt genoemd.
En wie wil weten wie of wat er wordt bedoeld met 'de werkgroepen', zal het artikel moeten lezen...

Er staan uiteraard nog veel meer lezenswaardige bijdrage in deze aflevering. Ik noem:
- Bea Ros over 'criteria bij bekroningen in de zeventiger jaren'. Zoals ik in mijn recensie van LZL 100 al schreef: 'Ik begrijp dat we binnenkort een promotie-onderzoek van haar mogen verwachten over 'de jeugdliteraire kritiek in dagbladen in de periode 1950-2015'. Ik zie er naar uit.'

- Harry Bekkering, die zich afvraagt 'Hoe "jaren zeventig" is Madelief eigenlijk?'. Niet heel erg, vindt hij, veel werk van Guus Kuijer is 'tijdloos', met name Krassen in het tafelblad.

- Sanne Parlevliet (nog iemand van de jongere garde) met 'Wie weet waren ze het niet, Wim Hofman debuteert met drie boeken vol grillige fantasie'.

- Lieke van Duin over Peter van Gestel, onder de mooie kop 'Er komt godzijgeprezen geen normaal kind in voor', Een citaat van de beschreven auteur uiteraard, uit 1985.

- Anne de Vries over de liedjes van het Schrijverscollectief, met de fraaie openingszinnen:

De belangrijkste kinderpoëzie van de jaren zeventig werd destijds niet als poëzie opgemerkt. Het ging om liedjes voor televisieprogramma's en die worden nu eenmaal niet op de literatuurpagina gerecenseerd.

Maar, merkt hij terecht op:

Wie aan deze kinderpoëzie voorbijgaat, krijgt een vertekend beeld van het klimaat van de jeugdliteratuur van de jaren zeventig.

Zo is 't maar net.

- Karen Woets over het 'tijdgebonden succes van Henk Barnard'. Tijdgebonden, want zijn werk zou meer een pamflet zijn dan woordkunst. Voor de inhoud van dat pamflet kan Karen Woets echter wel waardering opbrengen.

En zo nog wat artikelen.

LZL is, zoals ik in menig eerdere recensie al schreef, geen periodiek voor wie voor zijn of haar beroepspraktijk naar relevante titels van of informatie over kinderboeken zoekt. Zo'n lezer zal overdonderd worden en kan bij gebrek aan ander periodiek beter terecht in de bibliotheek of (kinder)boekwinkel.
Het is een periodiek met academische ambitie, met vaak lange, doorwrochte artikelen. Hier wordt vaker wetenschap bedreven dan wetenschapsjournalistiek, hoewel dat in dit themanummer nogal meevalt - of tegenvalt, 't is maar wat je verlangt.
Maar voor wie eenmaal 'in de kinderboeken' zit, is het een onmisbare uitgave.



Abonnement op LZL? Prijzen 'zijn in 2017 als volgt: Instellingen 47,50; Particulieren 34,50; Studenten 24,25 (bewijs van inschrijving meesturen; moet elk jaar vernieuwd worden). Abonnementen gaan in per volledig kalenderjaar (reeds verschenen nummers worden toegezonden).'
Voor die prijs krijg je drie afleveringen per jaar, bij elkaar ruim 700 pagina's.
Losse nummers? 'Bestellingen voor losse nummers (19,95 euro per stuk) en abonnementen kunnen gericht worden aan het secretariaat van IBBY-Nederland.' ISBN LZL 99: 978 90 6167 275 9.
De ontwerpen voor het omslag zijn van Ted van Lieshout.








vrijdag 12 augustus 2016

100 keer Literatuur zonder leeftijd

Verhalen vertellen is van alle tijden.
Vroeger was het een belevenis als er een verhalenverteller langskwam. Toen er boeken kwamen, werden die langzamerhand een aanvulling op de vertellers van weleer. Toen er radio kwam, kwekten er ineens verhalen uit een kastje. Toen kwam er film, tv, internet - en nu worden we bedolven onder verhalen. Het is een wonder dat het boek standhoudt. Het is een nog groter wonder dat het kinderboek standhoudt.

Het aantal mensen dat zich heeft bezig gehouden met het maken, verspreiden en beoordelen van boeken voor kinderen is altijd relatief overzichtelijk gebleven, in ieder geval in vergelijking tot de aantallen mensen die zich bezig hielden met boeken voor volwassenen. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor radio, film, tv en internet.

Het is niet al te overdreven om het een Gideonsbende te noemen, de mensen die zich beijveren om het vertellen van verhalen aan kinderen op een hoger plan te tillen. Dat geldt voor film, theater, tv en zeker ook voor het kinderboek.

En dat terwijl de vorige eeuw wel eens de Eeuw van het Kind is genoemd en er een ware explosie aan kennis over kinderen was. De eeuw kan met recht ook de Eeuw van de ontwikkelingspsychologie genoemd worden. Helaas ook de Eeuw van de postmoderniteit, waarin er geen hoger of lager plan meer was en alles (dus niets) van gelijke waarde was, totdat uiteindelijk alleen de waarde van getallen gold. De waarde van de marktkoopman: een leuk boek is een boek dat goed verkoopt. Andere waarden zijn vooral een kwestie van smaak geworden en smaken kunnen verschillen, niet waar? Als jij dat nou leuk vindt… Gelukkig blijft het mogelijk om over die verschillen van smaak iets diepgaander te communiceren.

Hoe dan ook houden volwassenen zich als het om kunst (dus ook literatuur) gaat liever bezig met kunst voor henzelf en de meeste kunst wordt ook niet specifiek voor kinderen gemaakt. Alleen als die volwassenen kinderen krijgen ontdekken ze soms dat ze hun kinderen diezelfde ervaring gunnen als zij zelf hebben. Op zulke  momenten komt kunst voor kinderen (dus ook jeugdliteratuur) in beeld. Ze gaan met hun kinderen naar musea, naar jeugdtheater en naar de kinderboekwinkel en de jeugdbibliotheek en zorgen dat er soms een goede film voor hun kinderen te zien is.

Een klein aantal mensen blijft zich op dit gebied bewegen. Dat hoeft niet altijd aan hun kinderen te liggen, die interesse kan ook ergens anders vandaan komen, al is het maar beroepshalve. (Hulde voor de lichtingen jeugdbibliothecarissen die kinderen de weg hebben gewezen naar ervaringen voorbij Floortje Bellefleur en De Vijf.)

Zo ontstond die Gideonsbende, die veel kabaal maakte en maakt om die kunst voor kinderen onder de aandacht te brengen. Om me te beperken tot jeugdliteratuur: niet alleen genoemde bibliotheekmedewerkers, ook boekhandelaren (kinderboekwinkeliers), recensenten en ook de makers zelf, auteurs en illustratoren.

Sommige bendeleden lijken zich echter vooral te richten op elkaar. Nu kun je onderzoekers nauwelijks kwalijk nemen dat ze wat minder ketelmuziek produceren: dat is niet hun roeping, ook al moeten zij (juist zij) vaak roepen om gehoord te worden en een plekje in het bolwerk van de wetenschap te krijgen. Dat lukt soms ternauwernood en en waar op de ene plek wat gewonnen wordt (een master in Tilburg) gaat op de andere plek wat verloren (een bijzonder hoogleraarschap in Leiden).

Juist deze groep heeft kans gezien om nog een periodiek in stand te houden: Literatuur zonder leeftijd. Afgelopen maand verscheen aflevering 100 en terecht besteedt de redactie in deze aflevering aandacht aan de geschiedenis van dit tijdschrift-in-boekvorm.

Aan LZL is te zien dat het ons voor ons is (en soms ons kent ons). Er zijn weinig middelen, maar zelfs met de beschikbare middelen ziet men kans om een uiterlijk saai drukwerk te maken, duidelijk met de bedoeling er zoveel mogelijk tekst in te stoppen. Geld voor kleur is er niet, dus als het om illustraties gaat, moeten we het doen met zwartwit afbeeldingen. De hoofdartikelen hebben vaak academische pretenties, dus zijn ze lang en soms taai: hier wordt geen wetenschapsjournalistiek bedreven, maar wetenschap. (Gelukkig bevatten deze artikelen haast altijd een samenvatting aan het eind.)

Aangezien er in ons taalgebied hooguit enkele tientallen onderzoekers met jeugdliteratuur bezig zijn, is het te danken aan de solidariteit van genoemde Gideonsbende (ik reken me er zelf ook toe) dat LZL toch enkele honderden abonnees heeft.

LZL mag dan ons voor ons zijn, een echt incrowdperiodiek, dat het nog bestaat verdient een dik compliment. Niet alleen omdat het op dit moment nog het enige periodiek op dit gebied is, ook omdat de redactie met niet aflatende ijver tracht om in ieder geval wat betreft het onderzoek naar jeugdliteratuur in ons taalgebied up-to-date te blijven. en zich daarnaast inspant om ook nog de teksten te publiceren van lezingen die ertoe doen, plus recensies (die soms ‘analyse’ heten) en columns.
Wie zich intensief met kinderboeken bezighoudt doet zich tekort als de afleveringen ongelezen worden opgeborgen (of bij het oud papier belanden).

Goed, iets over de geschiedenis van LZL.
Aflevering 100 wordt gepresenteerd als aflevering 100 maar in feite is het aflevering 75 onder deze naam. De voorafgaande 25 afleveringen droegen de naam Documentatieblad kinder- en jeugdliteratuur en werden gepubliceerd door de op 9 april 1986 opgerichte Stichting Landelijk Platform Kinder- en Jeugdliteratuur. Het eerste nummer van Documentatieblad kinder- en jeugdliteratuur verscheen medio 1986.
Op 6 november 1992 vond een symposium plaats met de naam 'Literatuur zonder leeftijd' en dat had gevolgen: ten eerste werd de Stichting ter Bevordering van de Studie van Kinder- en Jeugdliteratuur opgericht, ten tweede werd het Documentatieblad kinder- en jeugdliteratuur  omgedoopt in Literatuur zonder leeftijd. De eerste aflevering verscheen in 1993 en kreeg het nummer 26.
In het voorwoord meldt toenmalig redacteur Joke Linders:
'Literatuur zonder leeftijd heeft eenzelfde doel maar wil verder gaan en plaats bieden aan discussies over de eigenaardigheden, kwaliteiten en grenzen van de kinder- en jeugdliteratuur. De titel is de eerste aanzet voor die discussie. Staat literatuur in principe niet los van welke leeftijd dan ook?'
Die discussies kwamen er.
Het periodiek wisselde twee keer van uitgever: na de stichting-met-de-lange-naam kwam Biblion Uitgeverij (onderdeel van NBD Biblion, het imprint is inmiddels opgeheven) (nummers 60-83), vervolgens IBBY Nederland.

Wat is er te lezen in Literatuur zonder leeftijd 100?
Allereerst een vijftal terugblikken.
- Een algemene terugblik op 100 nummers Literatuur zonder leeftijd door Bea Ros, met een lijst redacteurs. Daaraan ontleende ik bovenstaande data.
- Een terugblik op 'jeugdliteratuuronderzoek in Literatuur zonder leeftijd', door Helma van Lierop-Debrauwer, die o.a. teleurgesteld vaststelt dat de aandacht voor jeugdliteratuur in de wetenschap de laatste vijftien jaar is gedaald, maar tevreden vaststelt dat Literatuur zonder leeftijd een belangrijke rol speelt.
- Een terugblik door Bea Ros op artikelen over het beoordelen van jeugdliteratuur, draaiend rond 'des Pudels Kern: is of kan de jeugdliteraire kritiek hetzelfde zijn als die voor volwassenenliteratuur of is er sprake van een gradueel of zelfs wezenlijk verschil?'
Die discussie draait vooral om het verschijnsel dat kinderen doorgaans geen recensies lezen, althans niet die van volwassen recensenten die niet expliciet voor hen schrijven. Voor wie schrijft de recensent? Welk doel stelt hij zich? Wordt nog steeds vervolgd.
Bea Ros heeft al eens gepubliceerd over het beoordelen van jeugdliteratuur en ik begrijp dat we binnenkort een promotie-onderzoek van haar mogen verwachten over 'de jeugdliteraire kritiek in dagbladen in de periode 1950-2015'. Ik zie er naar uit.
- Een terugblik door Sara Van den Bossche over 'jeugdliteratuur en andere cultuuruitingen in Literatuur zonder leeftijd, eenrichtingsverkeer of kruisbestuiving?' 'Zoals al gebleken is, komen andere media voornamelijk aan bod als uitloper van het boek'  en 'Literatuur zonder leeftijd blijft dan ook een tijdschrift dat in de eerste plaats op literatuur in de traditionele, schriftgebonden zin van het woord is en blijft.' Hear, hear. Het is jammer, maar ik begrijp de praktische kant.
- Lat but not least buigt Nathalie Bierhuizen zich over de vraag ' Wat is "literatuur zonder leeftijd" en kan jeugdliteratuur een label krijgen? Een overzicht van de reflectie op deze vraag in honderd nummers Literatuur zonder leeftijd.' De vraag wordt niet beantwoord, ze wijst op de aandacht voor 'cross-over-literatuur' en stelt vast dat Literatuur zonder leeftijd 'gehoor geeft aan verschillende stemmen binnen het grensverkeerdebat en de eigen naam niet gebruikt als een keurslijf om alleen artikeln met een zelfde standpunt te publiceren.' Ik vind dat een compliment voor Literatuur zonder leeftijd.

We zijn dan aanbeland op pagina 88 van deze aflevering van 172 p.
Van de overige bijdragen vermeld ik het interview met uitgever Marita Vermeulen (De Eenhoorn) en redacteur Dik Zweekhorst (Querido) en dat met Jet Manrho, onlangs terecht geridderd voor haar activiteiten rond BoekieBoekie, het prachtige tijdschrift voor kinderen waarvan ook 100 nummers verschenen - en dat nu stopt. Althans, het wordt vervangen door een jaarboek.
En natuurlijk is het fijn dat zowel de Woutertje Pieterse-lezing van Floortje Zwigtman als de Annie M.G. Schmidtlezing van Harm de Jonge in deze aflevering te lezen zijn, al was het maar omdat ik beide lezingen heb gemist. Ze zijn allebei zeer het lezen waard, die van Floortje Zwigtman vond ik echter bijzonder omdat ze precies het punt raakt waarmee ik deze bespreking begon: het vertellen van verhalen. (Overigens is deze lezing ook op de website van de prijs te lezen - en te beluisteren!)

Nog een heel klein positief kanttekeningetje: het viel me op dat de in Literatuur zonder leeftijd vanouds gebezigde tautologie 'kinder- en jeugdliteratuur' (zijn kinderen geen jeugd?) in de titels van de beschreven artikelen is verdwenen. Dat mag ook wel in een periodiek dat Literatuur zonder leeftijd heet.



Literatuur zonder leeftijd. Uitgave Stichting IBBY-Nederland. Verschijnt 3 x per jaar, als boekje van rond 140 p.  Voor 2016 zijn de abonnementsprijzen als volgt: Instellingen 45,00; Particulieren 32,00; Studenten 24,25 (bewijs van inschrijving meesturen; moet elk jaar vernieuwd worden). Abonnementen gaan in per volledig kalenderjaar (reeds verschenen nummers worden toegezonden). 

dinsdag 22 maart 2016

'Proberen om de best mogelijke boeken te maken'

Ted van Lieshout wordt van diverse kanten belicht, zeg maar in het zonnetje gezet, in Literatuur zonder leeftijd 98 (winter 2015), ter gelegenheid van zijn 60e verjaardag (21-12).
Bijdragen van Pjotr van Lenteren ('Dertien keer Ted'), Jan van Coillie ('een biografie van de dichter Ted van Lieshout'), Tiny la Roi ('Een onvergetelijke liefde, het "grote verhaal" van Ted van Lieshout', uiteraard vooral over Mijn meneer), Vanessa Joosen ('De verrassende omgang met sprookjes en ouderdom in Driedelig paard), Aidan Chambers ('Particells of Ted'), Karel Eyman (een briefje over vroeger, met een rake typering aan het eind), Joke Linders (bespreekt Gebr.), Philip Hopman ('Hoe ik Ted leerde kennen'), Jacques Dohmen ('Ted van Lieshout als Mensch', en als staalborstel met troostend vilt), Selma Niewold ('Doodgaan doe je niet expres', gedichten onder de loep)
Liselotte Dessauvagie belicht 'Ted van Lieshout als bevlogen leesbevorderaar', Rolf Erdorf komt als vertaler aan het woord, Sander Bax belicht nog meer gedichten, Kris Nauwelaerts geeft commentaar op Ted van Lieshout als illustrator, Linda van Scherrenberg interviewde oud-uitgeefster Henny Bodenkamp over haar ervaringen met Ted,  Dolf Verroen biedt nog enige herinneringen, Jan Kok idem, aan Ted als auteur voor Sesamstraat,

En dan komt Ted van Lieshout zelf óók nog aan het woord, tussen deze bijdragen door. Zijn complete Mosse-lezing 2012 staat erin. Met 'Vitus in het bad' presenteert hij een onuitgegeven verhaal op rijm, dat een Gouden Boekje had kunnen worden. Te erg, vond de uitgever. Vier als het ware uit het leven gegrepen columns over 'Twee heren', gepresenteerd als vier interviews van iemand met hem. Het eerste gaat over het schrijven van boeken en daaruit is de kop boven dit bericht getild. En tussen p. 156 en 157 nog een ongepagineerd reeksje fijne tekeningen.




Nou, als verjaardagscadeau misstaat dit kloeke nummer (236 p.) absoluut niet! Daarvoor verdient de redactie een groot compliment.
Er kwam ook veel herkenbaars langs. Eigenlijk zou ik het Ted van Lieshout nog eens gunnen om een Ted-lezing te mogen houden, over het maken van het beste boek.

Hoe deze verjaardagspocket te lezen? Een goede tip lijkt me om te beginnen met de bijdragen van Ted zelf en daarvan dan weer allereerst 'Vitus in bad' en de vier columns. Vervolgens die van Aidan Chambers, Jacques Dohmen en Pjotr van Lenteren. Daarna Karel Eykman en Philip Hopman. Daarna de rest.
Er zit nogal wat machtige kost tussen die rest, maar uiteraard staat het de lezer geheel vrij om naar zijn of haar zin al te lang uitgesponnen analyses voor later te bewaren.

Literatuur zonder leeftijd wordt uitgegeven door IBBY Nederland. Een abonnement kost instellingen € 45,-, particulieren € 32,- en studenten € 24,25 (bewijs van inschrijving meesturen; moet elk jaar vernieuwd worden). Abonnementen gaan in per volledig kalenderjaar, reeds verschenen nummers worden toegezonden.
Nieuwe abonnees ontvangen als welkomstgeschenk het boek An elephant came by, een boek met ruim 100 illustraties uit prentenboeken van 24 bekende Nederlandse kinderboek-illustratoren.
Men kan zich als abonnee aanmelden via het secretariaat: IBBY-Nederland@planet.nl.
Een los nummer (zoals dit) kost € 19,95.





donderdag 3 september 2015

Onderzoek jeugdliteratuur

De International Board on Books for Young people (IBBY) is een internationale vereniging die zich ten doel stelt:
- to promote international understanding through children's books
- to give children everywhere the opportunity to have access to books with high literary and artistic standards
- to encourage the publication and distribution of quality children's books, especially in developing countries
- to provide support and training for those involved with children and children's literature
- to stimulate research and scholarly works in the field of children's literature
- to protect and uphold the Rights of the Child according to the UN Convention on the Rights of the Child.

Allemaal behartenswaardige doelen, vind ik. IBBY is een vereniging van op dit moment 77 nationale verenigingen en instellingen, die ze nationale secties noemt.
De Nederlandse sectie is actief met diverse projecten en het uitgeven van Literatuur zonder leeftijd, een academisch vaktijdschrift in boekvorm.
Een van die projecten is het uitloven van prijzen, onder meer voor onderzoek naar jeugdliteratuur. En omdat die sectie niet heel erg veel begunstigers telt, citeer ik voor deze prijs de oproep die secretaris Toin Duijx onlangs verstuurde.

De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek wordt tweejaarlijks uitgereikt aan de auteur(s) van de beste Nederlands- of Engelstalige masterthesis op het gebied van de studie van de kinder- en jeugdliteratuur. Onderwerpen kunnen zowel literatuurtheoretisch als -historisch van aard zijn. Onderzoek expliciet naar leesvaardigheid, functies van lezen, leesattitude of lezen in relatie tot audio-visuele en/of digitale media komt niet in aanmerking voor deze prijs.

De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek bedraagt 750 euro. Naast het toekennen van de prijs, zijn twee eervolle vermeldingen mogelijk. Gestreefd wordt naar het publiceren van een artikel n.a.v. de bekroonde thesis in de publicatiereeks over de studie van de kinder- en jeugdliteratuur: Literatuur zonder leeftijd.

De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek is een voortzetting van de LM Boerlage-prijs, die tot 2007 werd uitgereikt door het Letterkundig Museum en in goed overleg is overgedragen aan de stichting IBBY-Nederland. In 2014 ging de prijs naar Marloes Schrijvers voor haar masterthesis  Life writing through text and image in children’s literature. A multimodal analysis of authenticity and dual address in autobiographical picture books.

Reglement voor 2016

De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek wordt in het voorjaar 2016 uitgereikt voor een masterthesis die aan een Nederlandse of Vlaamse universiteit is voltooid in de academische jaren 2013-2014 en 2014-2015
De masterthesis dient vóór 15 oktober 2015 in viervoud te zijn ingediend bij het secretariaat van de stichting IBBY-Sectie Nederland.
Het bestuur van de stichting IBBY-sectie Nederland stelt een deskundige jury in die de inzendingen zullen beoordelen op onder meer de volgende aspecten: de mate waarin de thesis belangwekkende nieuwe informatie bevat, de methodologische kwaliteit, de wetenschappelijke waarde en de helderheid van de argumentatie/onderbouwing.
De beraadslagingen van de jury zijn geheim en zullen uitmonden in een rapport, waarin duidelijk de keuze van de winnaar wordt gemotiveerd. Als de jury tot het besluit komt dat niet één van de ingezonden theses aan de verwachtingen voldoet, kan zij beslissen de prijs niet toe te kennen.

De masterthesis dient vóór 15 oktober 2015 in viervoud te worden gestuurd naar:

Fac. FSW, afd. AGP
IBBY-Nederland
t.a.v. Toin Duijx
Wassenaarsweg 52
2333 AK Leiden