Zoeken in deze blog

donderdag 26 december 2019

De zee van meneer Max

Uit 2018 al dateert dit mooie prentenboek van Annette Fienieg & Koos Meinderts, De zee van meneer Max. Het is er een uit de nu twintig delen tellende reeks kunstprentenboeken die uitgeverij Leopold publiceerde in samenwerking met wat toen nog het Gemeentemuseum Den Haag heette. (Inmiddels Kunstmuseum Den Haag.)
Er was een tentoonstelling van werk van Max Liebermann (1847-1935), vandaar. Die schilder hield van water en liet zich o.a. inspireren door de Noordzee, eind 19e eeuw en begin 20e eeuw.

(Max Liebermann in Katwijk)

Dat gegeven namen illustratrice Annette Fienieg en auteur Koos Meinderts als uitgangspunt voor hun verhaal over 'meneer Max', die naar Nederland komt om te schilderen en een portret wil maken van het weesmeisje Martha.



Het vervolg is bijna voorspelbaar: meneer Max gaat met enkele weesmeisjes in een kar naar het strand. Hij maakt schetsen terwijl de meisjes zich vermaken. Ja, ze kerken ook weer braaf terug. Martha droomt van zee en strand, meneer Max schrijft een brief naar zijn vrouw.

Lief verhaal, geen top maar wel mooi. Jammer dat er geen tijdsaanduiding in staat: die weesmeisjes zien er toch duidelijk anders uit dan tegenwoordig, dus dat roept vragen op. Ook bevat het boek geen enkele weergave van een schilderij van Liebermann. Iets als dit...



... had er toch in gekund. Maar Annette Fienieg maakte een geheel eigen 'schilderij':



 Tja. Niet gek getroffen, maar geen Liebermann.



Fienieg, Annette & Koos Meinderts. De zee van meneer Max. Leopold / Gemeentemuseum, 2018. ISBN 978 90 258 7458 2.

donderdag 19 december 2019

Lezen!

Er ligt weer een laatste nummer van Lezen op het stapeltje (2019-4). Kennelijk roept zo'n laatste nummer de neiging bij me op om er iets over te schrijven, want in 2017 en 2018 gebeurde dat ook.
Lezen zou eigenlijk Lezen! moeten heten, met een uitroepteken, als een dwingend advies. Als iets Lezen kenmerkt is het wel de voortdurende benadrukking van de heilzaamheid van lezen.
Dat is natuurlijk geen wonder, want Lezen is het kwartaalperiodiek van Stichting Lezen (NL) en directeur en hoofdredacteur Gerlien van Dalen voorziet ieder nummer van een redactioneel.
Er was overigens ooit ook een Belgische (Vlaamse) Stichting Lezen, maar die heeft haar naam verandert en heet al geruime tijd Iedereen leest, een prachtige wishful thinking naam. Was het maar zo...

Zelfs als Gerlien van Dalen eens niet de noodklok luidt en zich beperkt tot de introductie van het nummer, sluipt er toch vaak nog iets verkonderigs in, zo ook in 2019-4:

Lezen is leuk, ontspant, en stimuleert mijn verbeelding, om maar eens te benoemen waarom ik zelf lezen zo waardeer. Onze nieuwe brochure Lezen loont (te vinden op lezen.nl) laat zien waarom lezen nog meer loont, zeker ook voor kinderen en jongeren. Stimuleer de kinderen in uw omgeving dus vooral om in de kerstvakantie lekker een boek (of meer) te lezen, lees ze voor en lees vooral ook zelf, om uw eigen, persoonlijke redenen. Fijne feestdagen!

Ja Gerlien, zeker en insgelijks.
Haar welgemeende advies toont iets van het wat hybride karakter van Lezen. Het is tegelijk informatief en propagandistisch bedoeld, en ruim driekwart, misschien wel vier vijfde, van de inhoud gaat over literatuur voor 'kinderen en jongeren', maar de rest over literatuur voor volwassenen. Het is net niet beschouwend genoeg en te breed voor een vakblad, maar veel informatiever dan een folder.
Het redactieteam (naast Gerlien van Dalen Daan Beeke, Eva Gerrits, Mirjam Noorduijn, Annemarie Terhell en Desirée van der Zander, van wie Daan en Désirée ook medewerkers van Stichting Lezen zijn) doet zijn best om er een leesbaar periodiek van te maken en dat levert altijd wel lezenswaardige interviews en artikelen op, zonder dat ik de neiging krijg om ieder nummer apart te bespreken.
De nummers zijn overigens ook online te lezen, zie hier bijvoorbeeld dit laatste nummer.

Eigenaardig is dat er betrekkelijk weinig praktische tips in staan. Die biedt Stichting Lezen overigens best, maar dan online, zie ook het portaal Leesbevordering in de praktijk en een door de stichting opgezette websites als Boekstart en Leesplan. In Lezen mis ik een praktisch katern zoals Boekidee dat was in het vaktijdschrift Leesgoed.

Neem een artikel als 'Geef liefde voor lezen door!' van Mirjam Noorduijn in Lezen 2019-4: een enthousiast vertoog over hoe fijn het kan zijn als grootouders voorlezen, met een vermelding van het project dat de Leescoalitie binnenkort terzake start (tip: voorzie de site van een certificaat, wordt nu als 'niet beveiligd' gemeld), maar geen vervolgartikel met voorleestips.
Of neem een interview als dat met Humberto Tan (door Eva Gerrits) over 'zijn' kinderboek (Pirouette in Paramaribo). Best leuk, maar wat kán je dan met zo'n boek op school? En hoort Tan tot de auteurs die je via de Schrijverscentrale kan uitnodigen op school of in de bibliotheek? Dan heb ik het nog niet over een grondige bespreking van zijn boek, die een echt vaktijdschrift zeker had geplaatst.

Zo zijn er meer kanttekeningen te plaatsen bij Lezen. Dat laat onverlet dat het momenteel het enige tijdschrift is dat de aandacht vestigt op recent verschenen jeugdliteratuur en daarom alleen al lof verdient, zoals ook Stichting Lezen lof verdient voor haar inspanningen.



woensdag 18 december 2019

Dikkie Dik 40 (pardon 41) jaar



Ruim een jaar te laat om alsnog de nu 41-jarige niet zo kat-achtige kat Dikkie Dik te feliciteren met zijn 40e verjaardag. De auteur, Jet Boeke, is dertig jaar ouder. De rode kater (ver neefje van die van Jan, Jans en de kinderen?) verscheen in voor het eerst in 1978 in het tv-programma Sesamstraat, dat onlangs van de buis verdween, nadat enkele jaren alleen herhalingen werden uitgezonden...
Eigenlijk is de kat ouder, want het personage Dikkie Dik was geënt op de kat Dikkie Dik van Jet Boeke. Ik neem aan dat het personage de levende kat ruimschoots heeft overleefd.

Er verschenen in 2018 allerlei jubileum-uitgaven, waaronder bijvoorbeeld Dikkie Dik lente-zomer-herfst-winter, dat al ruim een jaar verbleef onderop een stapeltje nog te bespreken boeken, maar ook Het dikke verjaardagsboek van Dikkie Dik.

Er zijn in de loop van die vier decennia heel veel boeken verschenen met de kat in de hoofdrol, er zijn theaterbewerkingen gemaakt (waaronder een satire), en een film, en ook verschijnen er nog steeds boekjes in allerlei varianten, zoals komend voorjaar Jarig met Dikkie Dik, Hoera, 2 jaar! en Jarig met Dikkie Dik, Hoera, 3 jaar!, inclusief dingetjes als een kroontje of een button.
Doorgaans geeft een kat geen melk, maar Dikkie Dik wordt aardig uitgemolken...
Ik vergeef het graag, want de voorleessessies in Sesamstraat gaven velen het goede voorbeeld.

dinsdag 17 december 2019

Anansi terug

Goed nieuws voor liefhebbers van Anansi. Komend jaar verschijnt er bij Gottmer een reeks boekjes over de spin die iedereen te slim af is en er komt een reeks animatiefilmpjes van studio Illuster, waar overigens ook een reeksje over Karel ende Elegast in voorbereiding is.


De teksten zijn  van AT5-presentator Iven Cudogham, de illustraties van Moldybird Studio. Volgens de uitgeverij wordt het een tv-serie, maar daarover kon ik geen aankondiging o.i.d. vinden. Illuster houdt het op: 'Hopelijk zal de serie eind 2019 op tv te zien zijn'. Nou, dat is het al... Het eerste boekje, Anani en de gulzige tijger, verschijnt februari 2020. De reeks is bedoeld voor lezers (en luisteraars) van 8+.

Overigens is Anansi nooit weggeweest, wat deze overlever bij uitstek wel past. Op Youtube is van alles te vinden, zie bijvoorbeeld hier en hier. En in de boekwinkel en de bibliotheek is-ie ook nog te vinden, bijvoorbeeld in Mister Anansi leert de wereld lachen van Wijnand Stomp en Lieke van Duin en Anansi van Noni Lichtveld.
Het bijzondere van de verhalen over Anansi is dat ze het perspectief van de arme maar slimme verschoppeling tonen, die moet zien te overleven in de jungle die de wereld is. Heel actueel dus... en een ander perspectief dan dat van de meeste jeugdliteratuur. Niks burgerschapsvorming, zal ik maar zeggen...

zondag 15 december 2019

Uit elkaar

Ouders die scheiden: het is voor hun kinderen doorgaans een pijnlijke, moeilijke ervaring.
Bette Westera en Sylvia Weve maakten rond dit thema een mooie bundel gedichten annex prentenboek, leesbaar voor kinderen van pakweg 8 jaar, als hun leesonderwijs tenminste geslaagd is. Voorlezen voor jonger kan ook, en kan pijnlijk en/of leerzaam zijn voor de ouders die net gescheiden zijn, ongeacht wie van hen voorleest.
Uit elkaar is prachtig vormgegeven door Bockting Design Amerang (Hans Bockting), met Japans gevouwen bladzijden, met de vouw van het vel aan de voorzijde intact, wat het mogelijk maakte de illustraties mooi van pagina naar pagina over te laten lopen.
Het valt meteen op bij de pinguïns op p. 3-5 en je hoeft maar verder te bladeren om meer toepassingen te vinden. Sylvia Weve is hier op haar best! Het spijt me dat mijn scanner het formaat niet aan kan, anders had ik graag wat getoond. Nu moet je/u (doorhalen wat niet verlangd wordt) naar de bibliotheek of (kinder)boekwinkel. Dat is geen straf.

Ook voor de teksten werkt de vormgeving goed.
Zie bijvoorbeeld op p. 7-8 dit gedicht:

Mijn vader is een lieverd,
mijn moeder is een schat,
maar dat mijn vader ooit iets
met mijn moeder heeft gehad,
dat kan ik niet begrijpen,
daar kan ik echt niet bij.
Ze hebben niets, maar dan ook
niets gemeen
behalve
(pagina omdraaien!)
mij

Zo al mooi, maar nog veel mooier door de opmaak in de omgeving van de uitbundige illustraties van Sylvia Weve (die dit jaar terecht de Max Velthuysprijs won). Een feestje, dit boek! Hoe je een ernstig onderwerp vrolijk kan brengen...
Die teksten van Bette Westera bekken overigens al lekker zonder al dat fraais eromheen. Ze zijn zoals ik al schreef goed te lezen voor mensen van acht en ouder, en uitstekend voor te dragen, de meeste zouden zelfs op muziek te zetten zijn. Tja, maak maar eens muziek in de stijl van Sylvia Weve!
Vooruit, ik citeer er nog twee, en daarna een raadsel.

Sylvester heeft twee vaders,
eentje echt en eentje stief.
En allebei die vaders
vindt Sylvester even lief.

De ene bakt op zaterdag
voor al zijn vriendjes friet.
Dat is ontzettend handig,
want de andere kan dat niet.

De andere leert hem gamen,
want daar houdt hij zelf zo van,
en schaken op de iPad,
wat de ene vader weer niet kan.

Sylvester heeft twee vaders,
en dat bevalt hem goed.
Hij wil er best nog eentje bij,
als dat van mama moet.

Uitleg overbodig. Je hoort het lied erin.
En dan bij die prachtige spin van Sylvia, of was het andersom:

Wees maar blij dat je geen Latrodectus mactans
bent / Het liefdesleven van dit kleine dier is on-
gekend: / het mannelijke spinnetje wordt na de
liefdesdaad / die ertoe dient een vrouwtje te
bevruchten met zn zaad) / onmiddellijk door
het bevruchte vrouwtje opgegeten. / Eén keertje
heeft hij het gedaan, en dat heeft hij geweten.

Dus: / Heeft je liefje je verlaten? / Is je vriendje 
vreemdgegaan? / Wil hij niet meer met je praten? /
Heb je het nog nooit gedaan?

Denk dan even aan de Latrodectus mactans-man. /
Dan weet je dat het in de liefde altijd erger kan.

Dat je 't maar weet. Eronder staat dat de Latrodectus mactans ook 'zwarte weduwe' heet. Maar het plaatje ernaast is top:



De teksten gaan wat betreft opmaak, onderwerp, toon en stemming alle kanten op, maar blijven wel trouw aan de titel van het boek. Het gaat allemaal over de toestanden die je krijgt als je vader en moeder uit elkaar gaan. Niet meer en niet minder.
Met één uitstapje, p. 44:



'Lieve Leo, wil je met me trouwen?'
'Beste Els, ik denk niet dat dat kan.'
'Echt niet?' 'Nee, jij bent getrouwd met Douwe.'
'Meen je dat? Daar weet ik niks meer van.'

O.k., nu dat raadsel.

Ik heb vannacht om kwart voor twee een tantetje gekregen.
Haar vader appte trots: een flinke meid, ze heet Marijn.
Mijn moeder is haar grote zus, ik ben haar nicht van negen.
Wie zou de vader van die pasgeboren tante zijn?

Ik heb zo'n idee...



Westera, Bette, & Sylvia Weve. Uit elkaar. Gottmer, 2019. 48 p., ISBN 978 90 257 7170 7. 









vrijdag 13 december 2019

De perfecte driehoek

Onder die titel stond er in Levende Talen Magazine 2019-8 een artikel door Victor Hernot over het 'project' 'Van kritische lezer tot volwaardig(er) burger', en dat project behelst het inzetten van literatuur bij lessen in burgerschapsvorming, waarover ik onlangs een stukje schreef.

Bij het artikel staat een charmante foto van een leerlinge, maar het artikel zelf is gortdroog en de auteur is het werkwoord nadenken kwijt. (Heeft dat vervangen door reflecteren. Tegenwoordig denken leerlingen niet meer na, maar ze reflecteren, uiteraard onder leiding van een bevoegd docent.) Het project is opgezet aan de lerarenopleiding van de Hogeschool van Amsterdam en behelst het 'geven van een nieuwe impuls aan het literatuuronderwijs door het burgerschapsonderwijs centraal te stellen'.
Dat burgerschapsonderwijs wordt opgevat zoals de Europese Commissie dat deed in een publicatie uit 2017, heel breed, zo breed en vol goede bedoelingen dat je je hart vasthoudt bij het idee dat alle docenten maatschappijleer en Nederlands dat zouden moeten gaan uitvoeren. (Ter herinnering, Hans Janmaat was ook leraar maatschappijleer.)
Uit wat volgt in het artikel blijkt dat het instrument bij uitstek van literatuur, taal, geheel ondergesneeuwd raakt. Poëzie is niet meer aan de orde, er moet vooral gepraat worden over motieven en ideeën. Literatuur blijkt daarbij ook een middel tot vermijding van al te directe gesprekken, die wellicht tegenstellingen tussen leerlingen zouden raken
Het vergt zeer bekwame en wijze docenten om hier iets moois van te maken.

donderdag 12 december 2019

Auteurs gezocht

Kluitman is kennelijk door zijn voorraad auteurs heen en zoekt een auteur door een wedstrijd uit te schrijven!

Kinderboekenuitgeverij Kluitman en voetbalmagazine GOAL! zijn op zoek naar een auteur voor een nieuwe serie voetbalboeken voor meiden. Iedereen die van voetbal en schrijven houdt, kan meedoen aan de schrijfwedstrijd die met dit doel georganiseerd wordt.

Kluitman is onder andere bekend van de vrolijke voetbalserie Koen Kampioen. GOAL! is een populair maandblad over alles wat met voetbal te maken heeft. De uitgeverij en het tijdschrift zetten zich samen in om een auteur te vinden die een fris, toegankelijk en avontuurlijk voetbalverhaal met veel humor kan schrijven. Naast vertegenwoordigers van Kluitman en GOAL! neemt een mystery guest zitting in de jury.


Het persbericht (d.d. 10-12-2019) verwijst naar een webpagina. Daarop staat het nog vrolijker:

Kinderboekenuitgeverij Kluitman en voetbalmagazine GOAL! zijn op zoek naar een auteur voor een nieuwe serie voetbalboeken voor meiden van 9 à 10 jaar. Iedereen die van voetbal en schrijven houdt, kan meedoen aan de schrijfwedstrijd die met dit doel georganiseerd wordt. Meer weten? Lees dan snel verder!

Over honorering staat er niets. Hopen dus maar dat de uitgekozen auteur een fatsoenlijk contract krijgt aangeboden.
Een jury beoordeelt de oogst: 'Naast vertegenwoordigers van Kluitman en GOAL! zit er een mystery guest in deze jury...'. Hopelijk niet Johan Derksen.


woensdag 11 december 2019

Burgers en bouwers

Ja,die burger blijft boeiend. Hij haalde laatst de Tweede Kamer in een brief van Kamerlid Willem Moorlag aan minister Eric Wiebes (wat lijkt die naam toch op kwibus), waarin Moorlag de columns van Daphne van Paassen in het tijdschrift Eigen huis citeerde 'om te laten zien dat verduurzamen voor de burger niet bepaald eenvoudig is: "waterzijdig inregelen, tegenstrijdige adviezen, vloerisolatie die niet mogelijk is. Het is gewoon onvoorstelbaar wat de burger zoal tegenkomt."'.
En dat haal ik uit de laatste, langere column waarmee Daphne van Paassen haar reeks afsloot in Eigen huis december 2019.

En dan te bedenken dat die adviseurs, installateurs en bouwvakkers toch óók burgers zijn. Niet dan?
Of ben je enkel burger als je terzake ondeskundig en liefst ook onhandig bent?

zaterdag 7 december 2019

We doen toch zo ons best

Op 3 december ontving ik een persbericht van Stichting Lezen:

Dalende PISA-resultaten vragen om extra actie
De leesvaardigheid én het leesplezier van 15-jarigen in Nederland zijn in de afgelopen jaren afgenomen. Dit blijkt uit het gerenommeerde, internationale PISA-onderzoek. PISA meet de kennis en vaardigheden van 15-jarigen in leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen.

Dat klopt. Zie hier. En voor een overzicht 'in vogelvlucht' hier, waaruit blijkt dat onze regering in ieder geval formeel kennis heeft genomen van dit rapport. Nog korter kan ook, zie hier.




Van die resultaten word je niet vrolijk.
Van het persbericht werd ik ook niet vrolijk.

Volgens Stichting Lezen onderstrepen de uitkomsten nadrukkelijk dat het versterken van de leesbevordering noodzakelijk is.

Absoluut waar. Maar dan toch kennelijk effectiever dan tot nu toe gebeurt.
'Aan ons ligt het niet,' lijkt Stichting Lezen in dat persbericht te willen onderstrepen. Ze willen niet lezen en we doen toch zo ons best...

Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder Stichting Lezen: ‘Het is schrijnend dat in een welvarend land als Nederland 42% van de jongeren lezen tijdverspilling vindt en 24% van de jongeren mogelijk onvoldoende leesvaardig school verlaat. We kennen deze trend van ontlezing al een tijdje. We zetten programma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school en campagnes als De Nationale Voorleesdagen en De Jonge Jury in om van kinderen en jongeren gemotiveerde lezers te maken. Vandaar dat wij een leesoffensief volop steunen en meer structurele aandacht bepleiten.’

Waarvan akte en zie de twee brochures die ik toevallig kort geleden besprak, Kunst van lezen, het werkt en Lezen loont.
Maar deze activiteiten hebben kennelijk tot nu toe niet zo veel effect. Althans, niet het gewenste effect. Het kan natuurlijk zijn dat de PISA-cijfers zonder die activiteiten nog treuriger zouden zijn geweest, maar dat is niet aan te tonen.

Stichting Lezen legt zelf al een vinger op de zere plek:

Er worden in Nederland op dit moment vele succesvolle inspanningen verricht op het gebied van leesbevordering en het bestrijden van laaggeletterdheid. Deze beschrijven we in een achtergrondartikel op lezen.nl, waarin we ook de PISA-resultaten verder duiden.  

Er zijn echter ook zorgwekkende ontwikkelingen: er zijn steeds minder mediatheken in het voortgezet onderwijs en de openbare bibliotheken hebben het moeilijk. Dit ondermijnt de leescultuur. 

Zo is het. En Stichting Lezen roept in dat achtergrondartikel, begrijpelijk, om meer investering:

Om het leesplezier en de leesvaardigheid van kinderen en jongeren te vergroten, is structurele financiële steun van de landelijke overheid van belang   ̶   juist bij jongeren in het voortgezet onderwijs. 
Aansturing op deze doelgroep is door gemeenten vaak niet mogelijk, aangezien middelbare scholen vaak jongeren uit een grotere regio aantrekken. Bovendien is de lage leesvaardigheid op het vmbo een landelijk probleem. 
Stichting Lezen pleit er daarom voor om naast gemeentelijke ook landelijke sturing op leesbevordering te realiseren, zowel vanuit de overheid als vanuit Stichting Lezen. Dat zou betekenen dat de overheid met de gemeenten en het onderwijs afspraken maakt over de besteding van gelden gericht op leesbevordering. 
De Bibliotheek op school op iedere (vmbo-)school zou een wenselijke en nuttige investering zijn.

Wat dit naar mijn idee impliceert is dat deze middelen uit de onderwijsbegroting zouden moeten komen, liever dan uit de cultuur. Oud zeer in de leesbevordering: verreweg de meeste inspanningen komen steeds uit de hoek van wat beleidsmatig cultuur heet: de bibliotheken, instellingen als Stichting Lezen, CPNB, Stichting Lezen & Schrijven. Moeten ze vooral mee doorgaan.
Maar de basis blijft: scholen met goede schoolbibliotheken, met echte goede boeken naast alle digitalia, en goede, hoog opgeleide en goed betaalde docenten.
Daaraan ontbreekt het een beetje in Nederland.

NB d.d. 12 december 2019: ik vergat nog de oproep van twee ministers (gedateerd 3-12-2019) tot een 'leesoffensief'.

Ministers Van Engelshoven en Slob (onderwijs) roepen op tot een leesoffensief. De leesmotivatie en –plezier van leerlingen daalt en dat heeft invloed op de leesvaardigheid. Die trend willen de ministers van onderwijs keren met een offensief, als aanvulling op andere bestaande manieren om lezen te stimuleren. Het doel van het offensief is voorlezen en lezen onder jongeren stimuleren. Want lezen leer je door voorgelezen te worden en door zelf te lezen.

Minister Van Engelshoven: 'Nieuwe werelden ontdekken, avonturen beleven die je in het echt nooit zou meemaken en een kijkje geven in de gedachten van mensen die heel anders zijn dan jij. Lezen is prachtig! We gaan er alles aan doen om jongeren daar achter te laten komen. Daarvoor ligt er ook een rol voor ouders. Lees je kind voor!'

Opvallend is dat bijna nergens in het persbericht over investeren wordt gerept.
Er wordt verwezen naar het al eerder gepubliceerde Curriculum.nu:

Het offensief bestaat uit meerdere acties, gebaseerd op een advies van Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad. Leesplezier en –motivatie worden vaste onderdelen van het verbeterde curriculum. Op deze manier kan modern en eigentijds onderwijs helpen om het leesplezier en –motivatie op de lange termijn te verbeteren. 
Op korte termijn komt er een publicatie aan alle scholen over wat werkt om het leesonderwijs te verbeteren. 
Ook gaan de ministers samen met onderwijs- en leesorganisaties in gesprek hoe het leesplezier vergroot kan worden. Hierbij zal extra aandacht zijn voor groepen die nu achterlopen, zoals vmbo’ers, jongens en leerlingen die meertalig zijn opgevoed. 
Bibliotheken krijgen een belangrijke rol in de aanpak. Bovendien roepen de ministers ouders en grootouders op hun kinderen of kleinkinderen regelmatig voor te lezen.

Nou maar hopen dat de bibliotheken hiervoor extra budget krijgen van hun gemeentes. Want ja, bijna alles wordt in Nederland gedecentraliseerd, en voor de bibliotheken gold dat al lang.

Maar kijk, tóch nog iets over budget:

Het is niet nieuw dat de leesvaardigheid en het leesplezier onder leerlingen daalt. Er wordt op verschillende andere manieren lezen gestimuleerd. Zo krijgen ouders bij de geboorte van hun kind een jeugdlidmaatschap voor de bibliotheek. Op scholen zorgt Bibliotheek op School ervoor dat kinderen gemakkelijk boeken kunnen lenen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt waardoor er in de komende jaren veel meer jeugdboeken beschikbaar komen bij de e-bibliotheek. Ook werd eerder bekend dat er extra geld komt voor onder andere lesprogramma’s over taal op basisscholen.

Zie hier de bijbehorende brief aan de Tweede Kamer.

vrijdag 6 december 2019

Oorlog

Het is nogal een uitdaging, de Tweede Wereldoorlog samenvatten voor kinderen van pakweg 9 jaar en ouder (bovenbouw basisschool). Annemiek de Groot, Roos Jans, Juul Lelieveld en Liesbeth Roosendaal probeerden het in 1939-1945, Toen het oorlog was.

Het begrip oorlog lijkt me een lastig onderwerp om in de klas te behandelen, vooral wat betreft oorzaken & redenen. Het verschil tussen oorzaak en reden is trouwens ook al een punt van aandacht. Mensen kunnen redenen vinden om iets te doen, bijvoorbeeld een oorlog beginnen. Onderzoek naar waar die mensen hun redenen vinden brengt ons bij oorzaken, ketens van oorzaken. De geschiedenis toont ons lange ketens van oorzaken - al hebben we die ketens dan achteraf beschreven, terwijl men er in dat beschreven verleden soms heel anders tegenaan keek. Bij het beschrijven van menselijke handel en wandel ontkom je moeilijk aan interpretatie. Groepsdenken, wij-zij-denken, moraal, het zit beschrijven soms danig in de weg.

Wat is een oorlog? Is de almaar voortdurende reeks incidenten en raketbeschietingen in Israël en de Palestijnse gebieden een oorlog? Was de inlijving van de Krim door Rusland een oorlog? Zijn de onlusten in Bolivia een oorlog? Voeren voetbalfanaten van de ene club soms oorlog met die van de andere club? Is de West Side Story een oorlogsverhaal? Hoe zat het eigenlijk met de Kruistochten? Hoe zit het met de War on Drugs? Kunnen families met elkaar oorlog voeren? Betekent het iets dat het Van Dale Junior Woordenboek Nederlands in mijn kast (1994, 1e druk) geen lemma oorlog heeft?
Probeer het allemaal maar eens te bespreken met leerlingen zonder in versimpelingen te vervallen.
Een rollenspel kan leerlingen iets laten voelen van hoe oorlog ontstaat -  en kan als je niet oppast gierend uit de hand lopen.
The Lord of the Flies van William Golding (1954) en The Chocolate War van Robert Cormier (1974) zijn twee meesterlijke verhalen om in dit verband te noemen. Beide vertaald in het Nederlands, beide verfilmd.

Wie een boek over de Tweede Wereldoorlog schrijft voor kinderen van 9 en ouder hoeft de term oorlog eigenlijk niet toe te lichten. Het gangbare beeld: in een oorlog vecht het leger van het ene land tegen het leger van het andere. Er wordt geschoten en er vallen doden. Dat gaat geheel op voor  de Tweede Wereldoorlog. Er is bovendien een duidelijk aanwijsbare aanvaller. En de regering van het aanvallende land is ook nog eens behept met de neiging om een bepaalde bevolkingsgroep uit te roeien, 'kalt te stellen', om het eens in de taal van de aanvallers te zeggen, en die neiging berust op de overtuiging dat sommige mensen beter zijn dan andere, ongeacht hun ideeën en daden.
Maar er waren schaduwen en nuances. Meelopers en overlopers in de aangevallen landen, uit opportunisme of overtuiging of allebei. Regeringen die zich voegden bij de aanvallers, zonder per se hun opvattingen over de suprematie van bepaalde groepen te delen, opvattingen die onder de noemer antisemitisme overigens ook welig tierden in andere landen, ook in aangevallen landen, en ook al veel eerder. Mensen die zich gingen verzetten, en daarbij andere mensen hebben gedood. Verraders. Mensen die probeerden hun eigen bestaan voort te zetten zo goed en kwaad als het ging, door vooral alles te laten wat onwelgevallig zou zijn in de ogen van de aanvallers. Slachtoffers van bombardementen, die werden uitgevoerd door de verdedigende partijen, die allengs ook in aanvallers veranderden en daarbij soms hardhandig optraden. (Denken we even aan het Rode Leger in Polen.) Nou ja, vul maar aan.

Dat dus allemaal behandelen in een boek voor kinderen over de Tweede Wereldoorlog.
Zijn de makers van dit boek daarin geslaagd?
Het korte antwoord: ja.

Het lange antwoord begint met het verstandige nawoord onder de kop 'Keuzes maken', achterin, vóór het register, de lijst geraadpleegde bronnen en de fotoverantwoording. Dit nawoord begint zo:

Bij het maken van dit boek moesten we kiezen. Er is zoveel gebeurd in de Tweede Wereldoorlog, we kunnen niet alles vertellen.

Zo is het en het valt zeer te prijzen dat dit wordt vermeld.
Maar er is meer.

Helaas zijn er ook erg veel gruwelijke dingen gebeurd tijdens de Tweede Wereldoorlog. We vertellen een beetje over de Holocaust en de kampen in Nederlands-Indië, maar sommige dingen zijn eigenlijk té erg. Daar kun je beter over lezen als je wat ouder bent. Veel mensen die het meegemaakt hebben, konden er lang niet over praten, zó afschuwelijk was het. Nog steeds komen er nieuwe verhalen naar boven.

En:

We laten zien dat mensen in de oorlog keuzes moesten maken. Er zijn mensen die moedige dingen hebben gedaan en mensen die vreselijke dingen hebben gedaan. Maar de meeste mensen zaten daar tussenin. Bedenk dat het in de oorlog niet duidelijk was wie er zou winnen. Niemand wist hoe het af zou lopen. Aan alle keuzes die je kon maken, zaten gevaren en voordelen vast.

En:

We proberen ook uit te leggen hoe de oorlog begonnen is. Want daar kun je van leren. Als je snapt hoe het toen ging, zie je misschien dingen die daar nu, in onze tijd, op lijken. Als je dat herkent, dan kun je daar iets aan doen.

Dat laatste moeten we maar hopen, natuurlijk, maar het is een nobel doel voor zover bedoeld wordt dat kinderen kunnen helpen oorlogstoestanden te voorkomen.

De inhoudsopgave beslaat vier pagina's en dat is niet teveel want hij biedt ook een inleiding bij de hoofdstukken. Zie bv. de tweede van die vier pagina's:



Die hoofdstukken zijn:
Waarom je dit eerst moet lezen
Tijdlijn
1. Hoofdrolspelers
2. Vechten
3. Techniek
4. Symbolen
5. Vriend of vijand
6. Overleven
7. Moord
8. Dieren
9. Nog niet voorbij (over de laatste maandenoorlog in Azië) (mijn toevoeging)
10. Nooit meer.

Dat voorwoord 'Waarom je dit eerst moet lezen' bevat o.a. 'de belangrijkste vragen over de Tweede Wereldoorlog', waaronder (gelukkig) ook waarom-ie zo heet. Maar ook: 'Wat is Joods zijn?', 'Waarom wilde Hitler de Joden weg hebben uit het Duitse rijk?', 'Vonden alle Duitsers Hitler een goede leider?' ('zeker niet'), 'Waar werd gevochten?', 'Wat is de Gestapo?' (en idem SS, Wehrmacht, nazi, SD) en meer feitelijkheden.

De tijdlijn is duidelijk en voorzien van afbeeldingen, zie de vierde van de vijf pagina's tijdlijn:



Waarbij terzijde opgemerkt dat het boek zo fors is dat het maar net in mijn scanner paste, dus excuses aan de opmaker en de verzekering dat het een uiterst verzorgd boek is!

Het wordt me teveel om per hoofdstuk de inhoud op te sommen en te bespreken. Ik licht er één stukje tekst als voorbeeld uit, die over prins Bernhard in het hoofdstuk 'Hoofdrolspelers':

Prins Bernhard was de man van prinses Juliana, de dochter van koningin Wilhelmina. Hij was geboren in Duitsland. Tijdens de oorlog was het voor Bernhard ingewikkeld: hij was een Duitser in een Nederlands koningshuis.
Later bleek dat hij als student lid was geweest van de nazipartij en zich zelfs had aangemeld voor de SA, een nazi-organisatie. Ook had hij, voor hij met Juliana trouwde, twee brieven geschreven aan Adolf Hitler.
Toen de oorlog begon, zette prins Bernhard zich in voor Nederland. Samen met zijn schoonmoeder Wilhelmina verbleef hij in Londen om van daaruit de Nederlandse bevolking te steunen. Wilhelmina gaf hem in 1944 de taak om de groepen die in Nederland verzet pleegden te helpen. Door zijn werk voor Nederland tijdens de oorlog werd prins Bernhard voor sommige mensen een held. Maar anderen konden zijn verleden in nazi-Duitsland niet vergeten.

Gevoelig onderwerp, uitgewogen tekst - vind ik. Deze voorzichtige benadering kenmerkt het boek.

Mooi zijn ook de blokjes met zaken 'om over na te denken'. Zoals:

Wat als Hitler de Tweede Wereldoorlog had gewonnen?
De mensen in dit hoofdstuk (het gaat over de hoofdrolspelers, hv) hebben het leven van miljoenen mensen bepaald. De een ging de geschiedenisboeken in als held, terwijl een ander een misdadiger werd. Hitler kwam uit een eenvoudig gezin. Hij maakte zijn school niet af. Niets wees erop dat hij de machtigste man van Duitsland zou worden. Hij verloor de oorlog en staat nu in dit boek als grote misdadiger. Wat denk jij, hoe zou dit boek eruit hebben gezien als Hitler de Tweede Wereldoorlog had gewonnen?

Dat zet inderdaad aan tot nadenken.
Zo zijn er meer kadertjes met nadenkertjes of wetenswaardigheden.

Ik toon, ondanks het geworstel met mijn scanapparaat, nog drie pagina's om een indruk van het boek te geven:







Opmerkelijk is het hoofdstuk over dieren in de oorlog, ongetwijfeld ingelast omdat verondersteld werd dat kinderen daarvoor belangstelling hebben en vaak begaan zijn met het lot van dieren. Het gaat hier niet om slakken, spinnen of wormen (ook niet de wormen die gegeten werden door de dwangarbeiders die aan de Birmaanse spoorweg werkten), maar om dieren uit de meer aaibare sector: zoogdieren en vogels. Mascottes en postduiven komen voorbij, evenals de gevolgen van het bombardement op Rotterdam voor diergaarde Blijdorp en het lot van de dieren in andere dierentuinen, inclusief die van Berlijn.




Het hoofdstuk 'Moord' verdient speciale vermelding omdat ook hier naar mijn idee zeer doordacht verteld wordt hoe de moordmachine van de nazi's werkte. De illustratie hierboven (p. 127) is overigens van Irene Goede en de enige in het boek die een indruk geeft van hoe het er toeging in de concentratiekampen - de sfeer is juist getroffen. Met name voor dit hoofdstuk geldt dat er met zorg gekozen is wat wél en wat niet te vertellen.

Mijn slotsom luidt dat 1939-1945, Toen het oorlog was een zeer goed documentair boek voor kinderen is, dat in geen enkele schoolbibliotheek zou mogen ontbreken.


Groot, Annemiek de, Roos Jans, Juul Lelieveld en Liesbeth Rosendaal. 1939-1945, Toen het oorlog was. Met ills. van Irene Goede. Gottmer, 2019, 180 p., ISBN 978 90 257 7144 7.

donderdag 5 december 2019

Annie M.G. Schmidt in het Kinderboekenmuseum

Het belang van het Kinderboekenmuseum voor de Nederlandse jeugdliteratuur kan moeilijk overschat worden. Sinds de heropening in 2010 stegen de jaarlijkse bezoekersaantallen gestaag, de 100.000 werd gehaald in 2017 en voor 2019 wordt het aantal 120.000 zeker gehaald.
Tot mijn verrassing maken schoolbezoeken slechts een tiende uit van die aantallen, de rest is particulier: kinderen en hun ouders, grootouders e.d. Er worden veel verjaardagsfeestjes gevierd in het museum.
Dat hoorde ik op 3 december jl., tijdens een perspresentatie van de 'semi-permanente' tentoonstelling 'De eigenwijze kinderen van Annie M.G. Schmidt'. Sanne Kappert en directeur Aad Meinderts leidden ons rond, terwijl hier en daar nog monteurs bezig waren.

 


De tentoonstelling bevindt zich in een soort zijzaal, naast het recent ingerichte museumcafé, en de jonge bezoekers hoeven het niet te laten bij kijken, zoals naar het portret van een jonge Annie bij de ingang met haar eigen typemachine, maar kunnen ook allerlei spelletjes doen.

 

 

Zo zijn er bijvoorbeeld de Tosbus waarin je liedjes kan horen, een opnamestudio'tje waarin je je eigen 'poezenvlog' kan maken, een hoekje waarin je op een typemachine kan schrijven ('een printer die meteen print!', schijnt een kind te hebben geroepen), een boodschappentas waarin je aan de gang kunt met een woordmixer en je kunt een quiz doen met hulp van een slurper. Philip Hopman, een van de weinige illustratoren van haar werk die nog leeft, leverde bijdragen aan de lift van Abeltje, waarin je kan opstijgen uit het museum.


Als je naar de vloer kijkt, zie je het ook, eigenlijk nog mooier. Kijk maar:


Met excuses voor het geroezemoes op de achtergrond.


 

De muren zijn versierd met afbeeldingen, grotendeels van Fiep Westendorp. Komt er dan ook aandacht voor de illustratoren van het werk van Annie M.G. Schmidt? Jawel, aldus Sanne Kappert, 'op de huid' van de zaal, namelijk aan de andere kant, zullen van tijd tot tijd tentoonstellingen komen gewijd aan Wim Bijmoer, Carl Hollander, Philip Hopman en uiteraard ook Fiep Westendorp.

De teksten zijn tweetalig. Dat is nieuw. Onze rondleiders hadden geen idee van aantallen, maar hebben wel de indruk dat er nogal wat 'expats' met hun kinderen op bezoek komen. Vandaar.

Het was een prettige kennismaking met deze nieuwe tentoonstelling, die na eerdere tijdelijke tentoonstellingen in 1995 en 2011 wel een ode mag heten aan de bekendste en meest geprezen Nederlandse kinderboekenauteur.
Een mooie geste bij het 25-jarig bestaan van het Kinderboekenmuseum op 7 december 2019. De tentoonstelling is open vanaf 8 december 2019.

dinsdag 3 december 2019

Lezen loont

Tegelijk met de brochure Kunst van Lezen werkt bracht Stichting Lezen een brochure Lezen loont! uit.
Uit het voorwoord::

Lezen is een vaccin tegen laaggeletterdheid; een onmisbare vaardigheid om als mens te kunnen functioneren en groeien.
Lezen loont!

Lezen als prettig medicijn, het is geen nieuwe beeldspraak. Jacob Cats had het al over Wormcruyt met suiker en D.L. Daalder nam dat als titel voor zijn in 1950 verschenen boek over jeugdliteratuur, te vinden in de onvolprezen Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

Na die inleiding volgt tekst onder de zelfverzekerde kop 'De feiten: voordelen, bedreigingen en kansen' en ik citeer de eerste drie alinea's met bronvermelding:

De waarde van lezen

Naarmate een bevolking meer leest, is het aantoonbaar beter gesteld met de volksgezondheid en de vitaliteit van het cultureel-maatschappelijk leven. Lezen is in wezen een sociale activiteit. Wie bijvoorbeeld leest over een verdrietig personage, gebruikt daarbij dezelfde hersendelen als wie verdriet ziet bij een mens van vlees en bloed. Zo maakt lezen mensen empathischer en toleranter en draagt het bij aan burgerschapsvorming. Ook heeft lezen een positief effect op concentratie, intelligentieniveau en cognitieve vermogens. Vooral literair lezen loont. Literatuur houdt mensen een spiegel voor en zet aan tot nadenken. Literair taalgebruik prikkelt het inlevingsvermogen sterker dan alledaagse taal en is uitdagender wat betreft zinsbouw en woordgebruik. 

Lezen loont niet alleen in sociaal-cultureel opzicht. Lezen en schrijven speelt nu al een rol in 80% van het werk op de Nederlandse arbeidsmarkt. Door de digitalisering neemt dit percentage alleen maar toe. In de digitale samenleving kan niemand meer functioneren zonder de vaardigheden om teksten te doorzoeken, te begrijpen en te verwerken. Een geringe leesvaardigheid gaat vaak samen met werkloosheid, een laag loon, een slechtere gezondheid, beperkte carrièrekansen en bijbehorende maatschappelijke problemen. 

Van lezen word je beter in taal. En hoe beter in taal, hoe beter de prestaties in andere vakken. De leesvaardigheid van jongeren gaat echter achteruit. Dat kan het welzijn en de welvaart van komende generaties schaden. Laaggeletterdheid kost de Nederlandse samenleving nu al 1 miljard euro per jaar. Dat kun je beter voorkomen dan genezen. Het programma Tel mee met Taal beoogt met tal van middelen laaggeletterdheid terug te dringen. Tegelijkertijd wil Tel mee met Taal voorkomen dat nieuwe laaggeletterdheid ontstaat bij de generatie die nu opgroeit. Leesbevordering gericht op kinderen en jongeren heeft grote waarde. 
Bronnen: Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden 2013, PWC 2017, Stichting Lezen 2016, Fisser & Van der Hoeven 2014, Ritchie, Bates & Plomin 2015, Koopman 2016, SCP 2018. 

Jammer overigens dat die bronnen niet zijn terug te vinden in een literatuurlijstje. Daarvoor zul je het internet moeten doorzoeken.
Het zal tekenend zijn voor ons tijdsgewricht dat hier vooral de waarde van lezen voor onze persoonlijke ontwikkeling wordt benadrukt, meer dan het deelnemen aan een gezamenlijke cultuur. De 'waarde van het lezen' mogen we hier gerust als het 'nut van lezen' opvatten.
Begrijpelijk, want het doel is het overhalen van beleidsmakers en onderwijsgevenden om dat lezen te bevorderen, en daarmee is geld gemoeid. Dat wordt nu eenmaal officieel niet aan nutteloze zaken besteed.
Toch krijg ik de neiging er een ander citaat naast te zetten, volgens NRC 2-12-2019 van de op 1-12-2019 overleden dirigent Mariss Janssons:

Wie zijn ziel níet voedt met kunst, leidt een leven gevuld met eten, werken en slapen; de matte, primitieve monotonie van een beest. Daarom zeg ik: kunst moet. Alleen dan maak je mensen bewust van hun menselijkheid.

Er worden in de brochure verder wat cijfers gepresenteerd over de daling van die bereidheid tot lezen onder kinderen en jongeren.

Van alle 15-jarigen is 18 % laaggeletterd. Op het vmbo-basis geldt dit voor 62% van de leerlingen; op het vmbo-kader voor 35%. Laaggeletterdheid is een groot en groeiend probleem, dat bovendien van generatie op generatie wordt doorgegeven. Een kind met laaggeletterde ouders heeft een driemaal hogere kans dan andere kinderen om laaggeletterd te worden.

En:

Het Nederlandse leesonderwijs doet het echter steeds minder goed in vergelijking met andere landen. 
[...]
Nog maar 8% van de Nederlandse kinderen behaalt het geavanceerde leesniveau.

Ook weer met bronvermelding. Geen wonder, denk ik dan als ik dat lees, want ik vermoed dat onze onderwijsgevenden zelf steeds minder lezen.

En dat terwijl:

Lezers worden gemaakt, niet geboren. Onderzoek toont aan dat wie plezier heeft in lezen, meer leest en het daardoor beter en sneller leert. Ook het omgekeerde is waar. Mensen die lezen niet leuk vinden, doen het minder vaak en leren het minder goed en krijgen er daardoor een nog grotere hekel aan.
Nederlandse jongeren hebben in vergelijking met hun leeftijdsgenoten in andere landen erg weinig plezier in lezen. Dat heeft een negatieve invloed op hun leesprestaties.
Op de basisschool vinden acht op de tien kinderen lezen nog leuk. Naarmate kinderen ouder worden, neemt het leesplezier zienderogen af. Bijna de helft van de 15-jarigen leest nooit voor de lol, ook al leest 20 % van hen dagelijks nog steeds 30 minuten of meer.

Nou, daar kunnen onze opvoeders en onderwijzers het mee doen.
Genoeg gewaarschuwd, dachten de brochureschrijvers. Op naar het vaccin. De brochure vervolgt met een samenvatting van de activiteiten van Stichting Lezen.
Indrukwekkende cijfertjes:

Landelijke campagnes helpen om het (voor)lezen in het zonnetje te zetten. Bovendien geven ze bibliotheken, scholen, kinderopvang en het boekenvak aanleiding om met regelmaat extra werk te maken van leesbevordering en samen te werken. Voor alle leeftijdscategorieën van 0 tot en met 20 is er een jaarlijkse campagne met een landelijke uitstraling en een fijnmazig lokaal bereik.
• De website van Stichting Lezen trok in 2018 circa 100.000 bezoekers. 
• 99 % van de basisbibliotheken neemt producten af die (mede) door Stichting Lezen zijn ontwikkeld; 
• Ruim 50 % van de basisscholen en 39 % van de middelbare scholen werkt met een of meer producten van Stichting Lezen. 
• Driekwart van de Nederlanders is bekend met De Nationale Voorleesdagen; 70 % van de bevolking vindt het een belangwekkende campagne; 
• De scholen die meedoen met De Nationale Voorleeswedstrijd hebben een beter leesklimaat dan scholen die niet meedoen.

Die activiteiten zijn niet nieuw. De Nationale Voorleeswedstrijd bijvoorbeeld startte in 1993. De Nationale Voorleesdagen zijn er sinds 2004. De Kinderboekenweek (niet genoemd want, denk ik, geen initiatief van Stichting Lezen) is er al sinds 1954. Desalniettemin doet de brochure het voorkomen alsof er nu pas echt aan de weg getimmerd gaat worden. 'Alle hens aan dek'.

Een bloeiende leescultuur is van veel factoren en actoren afhankelijk. Het is alle hens aan dek om ervoor te zorgen dat ieder kind plezier in lezen krijgt. Daarom brengt Stichting Lezen het fijne van lezen en de voordelen van een goede leesvaardigheid overal en steeds opnieuw onder de aandacht. Daarvoor zet Stichting Lezen Kinderboekenambassadeurs in en heeft zij de Leescoalitie opgericht.
De Leescoalitie is een samenwerkingsverband van Stichting Lezen, de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, Stichting Lezen & Schrijven, het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum, het Nederlands Letterenfonds en de Bibliotheken (de Koninklijke Bibliotheek en Vereniging Openbare Bibliotheken).


Fijn. Vooral blijven doen. Aan het werk. Gebruik ieder geldpotje dat onze stuntelende regering aanreikt.
Maar over de effectiviteit heb ik mijn sombere twijfels. Ik mis het onderwijs in die coalitie. En het zal toch echt op school moeten beginnen, met ondersteuning van de bibliotheek.


Lezen loont. Stichting Lezen, 2019.

PS d.d. 3-12-2019. Pal na publicatie van bovenstaande bijdrage krege ik een persbericht van Stichting Lezen dat verwijst naar 'alarmerende' gegevens uit het PISA-onderzoek 2018 over de leesvaardigheid en de trek in lezen van Nederlandse vijftienjarigen. Zie hier. Ik hoop er binnenkort meer over te schrijven.

maandag 2 december 2019

Kunst van lezen: het werkt

Kunst van Lezen werkt is een brochure 'om iedereen die lezen meer systematisch aandacht wil geven en daarvoor anderen enthousiast wil maken te voorzien van recente informatie'.
De titel suggereert de conclusie. Of dat ook zo is, wordt in de brochure echter vooral getoond met cijfers.
Zie bijvoorbeeld p. 8:




Of bijvoorbeeld p. 12:



Op de tegenoververliggende pagina staat in een cirkeltje in een foto van een moeder die haar kind voorleest: 'Kinderen die worden voorgelezen hebben een grotere woordenschat'.
Of dat zo is, moeten we maar geloven...
De cijfers zijn indrukwekkend, maar het is jammer dat er aan de effectiviteit nauwelijks aandacht wordt gegeven.

Misschien staat daarover meer in de gelijktijdig uitgebrachte brochure Lezen loont?



Stichting Lezen. Kunst van Lezen werkt. [z.j.] (2019)

donderdag 28 november 2019

Duurt het nog lang?

Na Het hele soepzootje nu een documentair prentenboek van Floor Bal over zwangerschap. Oók een ontstaansverhaal, maar nu in één mens.Met een andere illustrator: Iris Deppe.

Het verhaal wordt verteld in episodes van 42 weken, verdeeld over 32 bladzijden met dubbelpagina-illustraties, en de metafoor is een reis. Zie dit detail (!):



Dat iets is feitelijk niet helemaal juist, er waren immers al een eitje en een zaadje.
In week 2 gaat het zo:



Wederom een detail: de bladzijden van dit prentenboek zijn te groot voor mijn scanner.
Het gaat me om de tekst, maar intussen toont dit detail ook de stijl van de illustraties.
Hier hebben we dus dat zaadje en dat eitje. Hoe die in de buik en bij elkaar komen, blijft onvermeld. Zonder nadere uitleg bestaat de kans dat de jonge luisteraar (dit boek is duidelijk bericht op kinderen die nog niet toe zijn aan leesonderwijs) aanneemt dat de vrouw die heeft gegeten. Dat is immers voor peuters en kleuters de gangbare manier waarop iets in de buik terecht komt. Aan de voorlezer de eer om wat seksuele voorlichting te geven.
Gemiste kans, dus. Alleen al de spannende reis (!) van dat zaadje op weg naar en in dat ei...
'Een nieuw leven ontstaat.' Plechtig hoor. Misschien iets te abstract voor een jonge kleuter.

In week 3 reist 'dat beetje leven dagenlang door de buik'. En 'zodra het de juiste plek vindt, plakt het daar vast'. Die juiste plek moet dan wel 'een kleine zak met water' zijn, want daarin bevindt het 'stipje' zich in week 4. Ja, als je je richt tot kleuters, moet je het eenvoudig houden. Toch is dit wel erg eenvoudig. Maar ja, dat krijg je als je niet wil vertellen hoe dat zaadje bij dat eitje komt en welke weg dat eitje vervolgens aflegt door de eileider naar die 'zak met water', waar het zich innestelt.

Wat na enkele bladzijden al opvalt is bovendien dat dit 'stipje' of 'korreltje rijst' (week 5) of 'kleine ding' (week 6) heel makkelijk van buik wisselt. Van moeder dus. In week 1 heeft moeders rood haar en groene ogen, in week 2 zwart haar en bruine ogen, in week 3 en 4 is ze niet te zien tenzij de twee daar afgebeelde vrouwen ervoor moeten doorgaan in week 5 heeft ze stroblond haar (en gesloten ogen, sorry), in week 6 zwart kroeshaar en een heel donkere huid, enzovoort. Dat stipje volbrengt uitzinnige verplaatsingen! Magie! Kun je zeker wel een reis noemen...
Gelukkig is de uitdrukking eigenlijk steeds ongeveer hetzelfde, er komt geen chagrijnige moeder voor in dit prentenboek, en ook alle vaders zijn opgewekt, net als hun eerste kind, want op alle bladzijden dartelt er ook een kleuter rond, ongeveer zo oud als de bedoelde luisteraar.
Hieronder een detail van week 21:



Andere ogen en mondjes als deze kan of wil Iris Deppe niet tekenen. Dat houdt het fijn herkenbaar voor de jonge kijker/luisteraar, en zelfs de beesten doen mee:



Ik zal dat maar het Disney-effect noemen. Ja, beide details stammen van tegenover elkaar geopende bladzijden, een dubbelpagina-illustratie dus zoals bijvoorbeeld deze:



Of moeders er goed aan doet om te schaatsen, laat ik in het midden. Wel apart overigens dat het zich met zoveel talent van moeder naar moeder verplaatsende 'nieuwe leven' zijn of haar eigen kleur houdt. Dat kan echter wel: het is een misverstand dat donkerhuidige mensen al in de baarmoeder een donkere huid hebben. In ieder geval in week 25 nog niet, heb ik begrepen. Of dat in week 32 ook nog een 'glad, roze huidje' is, weet ik niet. Laat ik over aan de deskundigen, die ik erop wijs dat het kindje in week 39 lichtbruin is, als het zich in een donkerhuidige moeder bevindt - wat volgens mij wel klopt. Ik hoop maar dat verder alle details betreffende de ontwikkeling kloppen. Dat geldt in ieder geval voor de momenten dat de baby kan horen en zien.
Een baby, ja, want zo heet het 'stipje' vanaf week 11 in dit boek, afgewisseld door kind (voor het eerst in week 12).

Nu is het merkwaardig dat niet wordt verteld hoe zaadje eitje bereikt, maar wel hoe baby de buik verlaat. Het wachten daarop begint hier in week 37 en de geboorte vindt plaats in week 40.
Ineens verplaatst de tot dan anonieme verteller zich in het kind!



Dat is apart! Is dit een poging om te vermijden hoe de bevalling moeder bevalt? In week 41 en 42 (laatste week) gaat de verteller wat hybride door, half van een afstand, half zich verplaatsend.




Geboren worden valt nog niet mee, maar dat blijkt niet uit het beeld. Daar is het babyleed kennelijk al geleden en kijkt de baby met blauwe (!, zie vader) zijn of haar zusje (broertje?) aan.

Is dit het ideale boek om voor te lezen aan een broertje of zusje in spe?
Ik heb niet alle boeken bekeken. Het zou kunnen dat Een baby'tje op komst van Christie Watts Kelly en Martha & William Sears meer informatie biedt en dat Wat zit er in je buik, mama? van Sam Lloyd (voor peuters) grappiger is. Wij krijgen een baby van Katja Reider en Marijke ten Cate, waarin moeder van alles uitlegt, is zeer informatief maar het kan wat verwarrend kan zijn als (andere) moeder voorleest. Zie hier over Baby'tje in mama's buik van Bette Westera en Jan Jutte, bedoeld voor een iets oudere leeftijdsgroep.
En dan hebben we nog Kaatje en mama’s buik van Liesbet Slegers, zeker niet slecht (en daar wisselt de foetus in ieder geval niet van moeder!), Bobbi wordt grote broer van Ingeborg Bijlsma en Monica Maas, Kleine beer en de baby van Harmen van Straaten (met dieren als personages, in dit kader niet zo fijn) en Er komt een baby bij van het oude talentvolle duo John Burningham en Helen Oxenbury, maar dan zijn we definitief in de fictie belandt en dan vergelijken we appels met peren.

Duurt het nog lang? is in ieder geval als documentair (non-fictie) boek voor peuters en kleuters zeker niet slecht. Maar ik vind die hele trits van wisselmoeders een vergissing, ik vind het jammer dat er zo preuts gedaan wordt over conceptie en bevalling en Deppe's oogjes, ach.



Bal, Floor, & Iris Deppe. Duurt het nog lang? Gottmer, 2019, ISBN 978 90 257 7194 2.


woensdag 27 november 2019

Burgerschapsvorming

Na diverse stukjes over burgers kan ik een notitie over burgerschapsvorming natuurlijk niet onbesproken laten. Vooral niet als die van Stichting Lezen komt: Boek en burgerschap (2018). Want alleen al op grond van de titel vermoed ik dat er iets instaat over het belang van (jeugd)literatuur bij burgerschapsvorming. Op 11 juni 2018 vond er een door Stichting Lezen georganiseerde 'expertmeeting' over dit onderwerp plaats. Vandaar.

Ik licht er wat citaten uit.

(P. 9) Het wetenschappelijk onderzoek naar burgerschapsonderwijs is lange tijd schaars geweest. Pas in de afgelopen tien jaar is er substantiëler empirisch onderzoek naar burgerschapsonderwijs gedaan.
[...]
Ten tweede laat onderzoek zien dat docenten het verschil kunnen maken.
[...]
Ten slotte laat onderzoek zien dat een enkel project of kortdurende projecten weinig effect sorteren.

(P. 10) Het begrip ‘burgerschap’ wordt niet eenduidig gebruikt. Door de decennia heen zijn er verschillende zaken mee aangeduid. Daarom expliciteren we hier eerst die verschillende zaken die ‘burgerschap’ worden genoemd.
Einde citaat. Nou, dat valt een beetje tegen, in feite wordt hier alleen het formele staatsburgerschap opgediend, met wat geschiedenis. Zie toevoeging onderaan.

(P. 11) Decennialang heeft de Tweede Kamer met de normatieve discussie over burgerschap geworsteld (zie bijlage II voor een toelichting). Pas na de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh kwam daar verandering in. In 2006 werd burgerschapsvorming een expliciete wettelijke opdracht voor scholen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. In de huidige wetgeving voor het primair en voortgezet onderwijs staat:
Het onderwijs:
- gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving,
- is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en
- is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

(P. 12) Scholen in het primair onderwijs, voorgezet onderwijs en middelbaar onderwijs zijn overigens niet verplicht om deze onderwijsdoelen te realiseren. Ze zijn louter verplicht om een inspanning te doen. [...] Minimumeisen worden er niet gesteld door de wetgever.
[...]
Het is dan ook niet verrassend dat zowel de Onderwijsraad als de Inspectie van het Onderwijs als internationale onderzoeken laten zien dat het burgerschapsonderwijs nog niet ten volle tot bloei is gekomen.
Zo stelt de Onderwijsraad “dat de ontwikkeling en implementatie van burgerschapsonderwijs een complexe opgave voor scholen blijkt. Er zijn nog weinig bewezen effectieve methoden en instrumenten voorhanden en de wetgeving is onduidelijk.”
Het internationaal vergelijkende onderzoek ICCS laat bovendien zien dat Nederlandse 14-jarigen relatief weinig burgerschapskennis hebben, dat zij relatief negatieve houdingen ten opzichte van gelijke rechten voor migranten hebben, en dat er een relatief grote ongelijkheid in burgerschapskennisniveau is tussen vmbo- en vwo-leerlingen.

(P. 16) 3 Taalontwikkeling, lezen en burgerschap
Welke rol kan lezen spelen bij de bevordering van burgerschap in het onderwijs? We verkennen eerst welke burgerschapsdoelen zich goed lenen voor het inzetten van lezen als onderwijsinstrument. Vervolgens bespreken we wetenschappelijke inzichten over de relatie tussen taalontwikkeling, lezen en burgerschapsvorming. Ten slotte bespreken we een aantal praktijkvoorbeelden en ontwerpprincipes voor toekomstige combinaties van leesonderwijs en burgerschapsonderwijs.

(P. 17) Hoewel de termen ‘actief burgerschap’ en ‘sociale integratie’ niet nader gedefinieerd zijn, is het kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen een taak die via het lezen van boeken plaats zou kunnen vinden.
Te meer daar niet iedere klas of school de volle diversiteit aan achtergronden en culturen van leeftijdgenoten bevat die de Nederlandse samenleving rijk is.
Naar verwachting zal in toekomstige wetgeving nog meer nadruk liggen op een set van sociale en maatschappelijke competenties die mede-ontwikkeld kunnen worden door leesonderwijs, zoals het kunnen omgaan met verschillende perspectieven op sociale, maatschappelijke of politieke vraagstukken.

(P. 17) Het meeste onderwijskundig wetenschappelijk onderzoek richt zich op afzonderlijke vaardigheden en competenties, zoals lezen, rekenen, metacognitieve ontwikkeling of burgerschapsontwikkeling. Hoe deze vaardigheden en competenties aan elkaar gerelateerd zijn, wordt veel minder onderzocht.

(P. 18) Relatief recente publicaties laten zien dat lezen tevens een specifieke bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van burgerschapscompetenties. De meest voor de hand liggende manier is dat via het lezen kennis over de wereld kan worden opgedaan, en dus ook over democratische en maatschappelijke thema’s.
Daarnaast kan het ervaren van een hoge mate van betrokkenheid en persoonlijke relevantie tijdens het lezen van fictie het empathisch vermogen vergroten. Ook het lezen van in het bijzonder narratieve fictie heeft een empathieverhogend effect (Bal & Veltkamp, 2013; Koopman, 2017). Empathie hangt weer samen met het vermogen tot prosociaal en coöperatief gedrag, die bouwstenen zijn voor burgerschapsgedrag (Stocks, Lishner, & Decker, 2009).

(P. 19) De Statenschool in Dordrecht is een good practice als het gaat om burgerschapsonderwijs. Als openbare basisschool voor Jenaplanonderwijs heeft de school extra aandacht voor de brede ontwikkeling van leerlingen.
Als sinds de jaren negentig ziet de school het voorbereiden van leerlingen op hun rol in de democratische samenleving als een centraal leerdoel. Wat deze school bijzonder maakt, is dat de leerlingpopulatie een grote diversiteit kent, zowel in sociaal-economisch als in etnisch opzicht (Nieuwelink et al., 2016).
Link door mij aangebracht en er volgen meer van zulke voorbeelden, zoals:

(P. 21) De meest vergaande combinatie van lezen en burgerschap wordt op dit moment ontwikkeld door het Deltion College, in samenwerking met Hogeschool Windesheim. In plaats van de leerdoelen in afzondering te bezien en de verschillende methodes te volgen, ontwerpen docenten hier hun eigen, geïntegreerd curriculum. Door de teksten uit de methodes Nederlands te vervangen door boeken of teksten die burgerschapsthema’s belichten, worden twee vliegen in één klap geslagen. Leerlingen gaan de teksten als persoonlijk relevanter ervaren, ze ontwikkelen hun leesvaardigheid, en kunnen zo met meer diepgang hun eigen burgerschapscompetenties ontwikkelen.

De notitie eindigt met wat tamelijk abstracte aanbevelingen, waaruit ik citeer:

(P. 25) Er is een discrepantie tussen enerzijds de ambities van onderwijsinstellingen, politiek en maatschappij op het gebied van burgerschapsonderwijs en anderzijds de gebrekkige facilitering daarvan.
Zolang er niet meer formele prioriteit en facilitering van overheidswege komt, blijven docenten zoeken naar mogelijkheden om binnen de status quo de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs te verhogen.

De experts zien hier 'een belangrijke rol' weggelegd voor Stichting Lezen.



Eidhof, Bram. Boek en burgerschap. Stichting Lezen, 2018.

PS d.d. 6-12-2019. In NRC 3-12-2019 trof ik een twee pagina's tellend artikel over het wetsvoorstel wijziging burgerschapsonderwijs dat op 28 november naar de Tweede Kamer is gestuurd en in januari 2020 zou worden behandeld. Bram Eidhof, de auteur van de hierboven besproken publicatie, wordt in het artikel geciteerd. Hij vindt de voorgestelde wet een verbetering, maar nog te onduidelijk. Die mening wordt gedeeld door Coen Gelinck, voorzitter van de Vereniging van Leraren Maatschappijleer.

Toevoeging (p. 10):
Staatsburgerschap is de formele juridische status die een natuurlijk persoon tot burger van een natie maakt. Het staatsburgerschap heeft door de eeuwen heen een ontwikkeling doorgemaakt. Marshall schetst de grote lijnen van de invulling van het begrip in de afgelopen eeuwen (Marshall, 1963).
In de 18e eeuw werd de toegang tot de rechter, de gelijkheid voor de wet, en de wet boven alles van steeds groter belang geacht. De problematische beperking die in deze opvatting besloten lag, is dat wetten doorgaans niet neutraal waren en bepaalde groepen achterstelden, en dat inspraak in de wetgeving was voorbehouden aan een kleine elite van burgers. In de 19e eeuw volgde daarom in veel landen de toegang tot de politiek, in de vorm van verkiezingen. Hiermee werd de mogelijkheid om de gang naar de rechter te maken volwaardiger: men had immers inspraak gehad in de wetgeving. Maar ook dat was nog niet genoeg om tot een volledig volwaardig burgerschap te komen, volgens Marshall. Een stem is immers niet veel waard wanneer je niet geïnformeerd bent over maatschappij en politiek, of wanneer je sterk afhankelijk bent van anderen. Burgers die zich, bijvoorbeeld, iedere dag zorgen moesten maken over of ze die avond wel te eten zouden hebben, zouden niet voldoende tijd of urgentie ervaren om zich betrokken te voelen bij de democratie of de publieke zaak.
Daarom gaan er tegenwoordig met de formele status van staatsburger rechten en plichten gepaard. Dat zijn in Nederland burgerrechten zoals vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en sociale rechten (bijvoorbeeld het recht op onderwijs en het recht op een uitkering). Daarnaast zijn er aan het staatsburgerschap ook plichten verbonden – in algemene zin samen te vatten als de plicht om je aan de wetten van het land te houden, en daaruit voortvloeiende plichten zoals het betalen van belasting en de leerplicht.

Opvattingen over burgerschap

Binnen deze set van juridische rechten en plichten zijn er vele mogelijkheden om je als burger te manifesteren. Daar zijn ook uiteenlopende ideeën over in de politieke theorie (zie bijlage I). In politieke discussies over burgerschap en burgerschapsonderwijs worden vaak de verschillen in normatieve uitgangspunten van verschillende politieke partijen benadrukt. Dat bemoeilijkt het vormen van consistent en effectief beleid. Het vinden van consensus over het wát is een moeilijk proces, toch zijn politieke partijen eensgezind over dát het onderwijs een burgerschapsvormende taak heeft.

Einde citaat. De genoemde bijlage omschrijft vier opvattingen over burgerschap in de 'politieke theorie', maar zegt niets over de betekenissen van de woorden burger en burgerlijk in de alledaagse taal. Laat staan over het onderscheid boeren, burgers en buitenlui, of dat tussen burgers en militairen of politie. Of burgers en overheid, enz.