Zoeken in deze blog

vrijdag 5 juli 2019

De kleine prins

Het boek Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry is in 392 talen vertaald, volgens deze site. In een op donderdag 27 juni door de Nederlandse publieke omroep (NPO) uitgezonden documentaire van Marjoleine Boonstra kwamen vier vertalers aan het woord.

Zoals Jorge Lemus, die het boek in het Nawat vertaalde, een uitstervende inheemse taal van El Salvador. 'We zien hoe de taal woord voor woord uit de laatste sprekers van het Nawat wordt getrokken en veiliggesteld in Le Petit Prince – een schitterend beeld', schreef Arjen Fortuin in NRC 28-6-2019 in een recensie. Of Kerttu Vuolab in het Samisch. Of Tashi Kyi en Noyontsang Lamokyab in het Tibetaans.
Meer over deze documentaire is te lezen op Babel.

In ieder geval vanuit Nederland valt de documentaire nog te zien op de website van de NPO.

donderdag 4 juli 2019

Goed nieuws leesbevordering op school

Op 2 juli verschenen de resultaten van de Leesmonitor van Bibliotheek op School. Zie ook hier.
Ik vis er wat lijntjes uit:
- 'Er deden 121.449 leerlingen, 16.183 leerkrachten en 1.534 leesconsulenten mee aan de monitor basisonderwijs, waarvan 17% voor het eerst de monitor invulde.'

Basisonderwijs:
- 'Leerlingen van leerkrachten die relatief veel aan leesbevorderende activiteiten doen, lezen gemiddeld met iets meer plezier en iets vaker en komen vaker in de Bibliotheek op school of de openbare bibliotheek dan leerlingen van leerkrachten die minder aan leesbevordering doen.' Wel blijkt 'dat schoolbibliotheken minder vaak open zijn'.

Voortgezet onderwijs:
- 'In 2018 zijn leerlingen en docenten over de meeste aspecten van de mediatheek/schoolbibliotheek ongeveer even positief of negatief als in 2017.'
- 'Vmbo-leerlingen uit leerjaar 1 lezen vaker en vinden het leuker om te lezen dan leerlingen uit hogere leerjaren. Leerlingen gaan in hogere leerjaren steeds minder voor hun plezier lezen en gaan ook minder naar de bibliotheek.' Dat laatste is natuurlijk oud nieuws en er blijkt tot nog toe weinig aan te doen.
- 'Op scholen die goed scoren op de collectie van de mediatheek en op de expertise van de mediathecarissen en de medewerker van de openbare bibliotheek, is het leesplezier van de leerlingen gemiddeld iets hoger dan op scholen die minder goed scoren. Leerlingen op scholen met een relatief hoge score op expertise, lezen bovendien iets vaker thuis een boek.'

Al met al mag Bibliotheek op School tevreden zijn, maar er is dus nog genoeg werk aan de winkel.
Een goede schoolbibliotheek en actieve leerkrachten zijn de basis voor leesbevordering, evenals goede jeugdbibliotheken.
Wat dat laatste betreft: ze zijn er nog, goede jeugdbibliothecarissen. Eva Orta won deze maand de NBD Biblion Jeugdspecialist-prijs.
'Ze wist de jury te overtuigen met haar kennis over jeugdliteratuur en haar kwaliteiten om dit over te brengen op kinderen en hun ouders, verzorgers en begeleiders. Daarnaast was de jury geraakt door haar bezieling en enthousiasme. Tot slot is de jury van mening dat de functie van Kinderboekoloog officieel mag worden toegevoegd aan de vele functieprofielen binnen de bibliotheeksector. De jury van 2019 bestond uit: Tanja Wallroth (NBD Biblion), Astrid van Dam (de Bibliotheek op school) en Karen Bertrams (ProBiblio).'
Kinderboekoloog, hm.

dinsdag 11 juni 2019

Het boekenboek

Het boekenboek legt '1001 onverwachte dwarsverbanden' tussen 'onmisbare jeugdboeken uit de Lage Landen'. Het verschijnen in 2016 is me ontgaan en dat vind ik jammer, want ik had het ook toen graag besproken. Alsnog aandacht, dus. Dit is zo'n boek waarvan ik licht jaloers vind dat ik het zelf ook had kunnen of willen maken.
Maar ja, ik was ook toen al lang met pensioen en men wist me niet te vinden. Mirjam Noorduijn en Veerle Vanden Bosch hebben naar mijn idee echter goed werk geleverd. Ik zou het allicht hier en daar anders hebben gedaan, maar allerhoogstwaarschijnlijk niet beter. Per slot is iedere selectie ondanks alle min of meer intersubjectieve criteria een kwestie van smaak.

Aanleiding voor het boek vormde het 'gastlandschap' van Nederland en Vlaanderen op de Frankfurter Buchmesse 2016. Er is dan ook, zoals het colofon toont, subsidie verleend, anders had dit boek vrijwel zeker niet kunnen verschijnen. Bart Moeyaert was er artistiek intendant en hij heeft dit boek van harte ondersteund en schreef een voorwoord. Het boek werd ook in het Engel vertaald (door Laura Watkinson), wel zo handig op een internationale beurs, onder de titel The Book of Children's Books.
De titel was strikt genomen niet nieuw: in 2016 verscheen in de reeks Praxisbulletin ook een Boekenboek, gemaakt door Patsboem Educatief in samenwerking met het Kinderboekenmuseum, met lessen rond kinderboeken.



Inspiratie voor Het boekenboek (let op het lidwoord) werd geput uit de Gids voor de wereldliteratuur van Jet en Pieter Steinz. Net als deze gids is Het boekenboek een bladerboek, zoals wordt uitgelegd in de Handleiding op p. 12.
Je kan het van voor naar achter lezen: achter elkaar 50 hoofdstukken waarin doorgaans een titel wordt beschreven, aangevuld met een korte biografie van de auteur of illustrator, inspiratiebronnen, citaten uit recensies en met verwante titels. Maar je kan ook heen en weer springen, geholpen door de bladwijzertjes die aangeven dat er elders in het boek meer over te lezen is. Zo'n aanpak vraagt om een uitgebreide bibliografie en registers op naam en titel en die zijn er ook. Sommige hoofdstukken gaan niet over een titel maar heten Grabbelton, en daarin zijn beschrijvingen te vinden van titels rond een thema.

Het boekenboek zal tijdens de beurs zijn waarde hebben bewezen, neem ik aan, maar ook nu is het nog een waardevol naslagboek, onderhoudend en uitermate geschikt voor wie wil kennismaken met de Nederlandstalige jeugdliteratuur 'uit de Lage Landen'.


Noorduijn, Mirjam, en Veerle Vanden Bosch. Boekenboek. Leopold, 2016. ISBN 978 90 258 7131 4, 334 p.



zondag 9 juni 2019

Zomaar een olifant

Nog zo'n prentenboek. Een simpel verhaaltje, verteld in 14 prenten, de meeste dubbelpagina en inclusief de coverprent.
Een olifant staat te wachten bij een bushalte (cover).



De bus (volgende dubbelpagina) zit aardig vol en door de raampjes zien we naast mensenkoppen ook een honden- en een kattenkop. Daarna komen colofon en titelpagina, dus de voorlezer moet even doorbladeren en de vogeltjes die van de bushalte (een bordje aan een paal) opvliegen maar laten voor wat ze zijn.
Volgen twee enkelpaginaprenten en de eerste tekst. Die rijmt, een beetje á la Dick Bruna maar met ingewikkelder woorden (voor kleuters):

Jip zat in de bus naar school, een beetje in gedachten.
'Iek!'riep Jan de buschauffeur. 'Wat staat daar nou te wachten?'

'Het is een beest! Een vreemde snuiter met een grijze kont'
Het was een grote olifant die bij de halte stond.




Die olifant staat daar inmiddels niet alleen, door zijn poten heen tel ik zeven of acht andere wachtenden.

Jan wil hem niet toelaten, maar Jip wijst op de (kennelijk alleen reizende) hond en de olifant toont een ov-chipkaart, dus mag-ie de bus in. Maar daar komt hij klem te zitten.
Hoe dat afloopt toont de prent waarvan hier een detail (!).



Hoe moet Jip nu naar school? De uit zijn beknelling bevrijde olifant biedt hem een elegant alternatief.
En zijn juf kijkt niet op van een olifant. 'Kom binnen, Olifant, en zoek maar gauw een plek.'
Hoe het gaat met de andere passagiers vermeldt het verhaal niet, evenmin wat chauffeur Jan nu met zijn beschadigde voertuig aan moet.

Detail van de prent boven, ja, want de pagina's zijn te groot voor een A4-scanner, dus excuses aan Barbara de Wolf.
Ik wou echter toch iets tonen van haar Fiep-Westendorp-achtige, mooi-karikaturale stijl, zeer expressief, die de kleuters voor wie dit verhaal is bedoeld doorgaans beslist zal aanspreken. Het zijn haar prenten die dit verhaaltje geslaagd maken, meer dan de tekst van Marjet Huiberts.
Toch valt daar ook wel iets over te zeggen. Dat de tekst lekker bekt en rijmt, zal het voorlezen vergemakkelijken en daarop lijkt de tekst gemaakt. Zelf lezen, daar zal wat leeservaring voor nodig zijn, als eerste leesboekje is dit prentenboek niet geschikt. En misschien zal álle kleuters uitgelegd moeten worden wat een ov-chipkaart is.




Een aangenaam tussendoortje, dit prentenboek. En voor sommige (veel) jongere lezers dan ik wordt het wellicht een geliefd voorleesboek.



Huiberts, Marjet, en Barbara de Wolf. Een olifant in de bus. Gottmer, 2019. 24 p, ISBN 978 90 257 7139 3.










donderdag 6 juni 2019

Zomaar wat varen

Ha, een pakje! Er zit een groot, plat prentenboek in en ik heb het zelf aangevraagd, herinner ik me. Ik leg het op tafel en blader er even in. Er valt veel te ontdekken op die bladzijdes. Een herinnering aan de prentenboeken van Anno Mitsumasa schiet door me heen. Aan Charlotte Dematons, De gele ballon. En aan de klare lijn van Joost Swarte e.a.

Het lijkt me een volstrekt pretentieloos prentenboek. Dit zal niet meedingen naar Woutertje Pieterse of Nienke van Hichtum Prijs. Er zal waarschijnlijk geen Penseel aan worden toegekend. Niet dat die prijzen alleen aan pretentieuze werken worden toegekend, en de in vorige alinea genoemde illustratoren zijn beiden bekroond, maar ik vermoed dat de stijl van Varen! buiten de artistieke boot gaat vallen.

Maar ik vind het een leuk boek. Het verhaal begint al op het voorplat. Motorschip Louise legt aan. Op de volgende dubbelpaginaplaat gaan mensen aan boord. En een dier. Er is geen kaartje voor gekocht en het is even zoeken voor je de verstekeling vindt. Op de volgende dubbelpaginaplaat (het zijn allemaal dubbelpaginaplaten) vaart het schip door een onwaarschijnlijk nauw kanaal, daarna is er weer een aanlegplaats, waar een kudde schapen aan boord komt, en op de plaat daarna is een dwarsdoorsnede van het schip te zien. De schapen zijn overal en het opnieuw een sport om de verstekeling te vinden. Nee, het is niet de scheepspapegaai.
Vervolgens is er nog een aanlegplaats, waar sommige schapen van boord gaan, ietwat wanordelijk en tot in het zwembad toe, dan volgt een wat bredere vaart (met de schapen weer aan boord) en op de laatste plaat meert het schip aan een kade waar een havenfeest wordt gehouden. Het is dan avond. De schapen gaan nu echt aan wal - net als de verstekeling en de passagiers. Op het achterplat worden de personages voorgesteld.

Geen drama, geen verhaal met kop en staart, wel een verzameling kleine verhaaltjes, want er gebeurt van alles op die platen, met soms vervolgen. Die verstekeling is er een van, de kudde schapen een ander, de speedboot die tegen een boom eindigt is er een, net als de kinderen in de varkensmodderpoel en de varkens in het bloembed, de aangebrande gehaktballetjes en de auto die de tomatenkar aanrijdt.
De opschriften zijn in het Nederlands en het schip heeft (o.a.) een Nederlands vlaggetje aan de mast, zoals ook de politieboot die halverwege langskomt een Nederlandse vlag heeft en het opschrift 'Politie'.
Toch is het van origine een Duitstalig boek (Der Flussfahrt, verschenen bij Beltz & Gelberg, niet de minste Duitse uitgeverij) en er is dus veel zorg besteed aan de co-editie. In de Duitse editie heeft het schip bijvoorbeeld een Duits vlaggetje in top, zoals hieronder te zien is.



Sowieso is dit boek met zorg gemaakt; hoe langer je het bekijkt, hoe meer je dat ziet. Jammer dat ik niet meer prenten kan tonen, het boek is ruimschoots te groot voor mijn scanner.

Het moet een feest zijn om dit boek met kleuters te bekijken.

Overigens is het niet het eerste 'zoek- en ontdekboek' dat door Doro Göbel en Peter Knorr is gemaakt, dit boek is er een uit een reeks. Hiervoor verschenen Aan het werk! (Was machen die da?), Circus! (Im Zirkus), Een huis vol (Unser Zuhause) en Der Ausflug (niet vertaald) in dezelfde stijl.



Göbel, Doro en Peter Knorr. Varen! Een zoek- en ontdekboek. Ploegsma, 2019. 12 p., ISBN 978 90 216 7829 0.




woensdag 5 juni 2019

De lezer is niet dood

… maar wel stervende, als ik Alex Boogers mag geloven. Aan het eind van zijn ‘schotschrift’ De lezer is niet dood kreeg ik een vermoeden van de aanleiding: een ongelukkig verlopen schoolbezoek.
Daarvoor vroeg ik me verbaasd af wat-ie nu eigenlijk wou betogen.

Dat begint al met de eerste alinea, een merkwaardige opsomming.

De lezer is niet dood omdat er minder boeken worden verkocht. De lezer is niet dood omdat er minder interesse is voor literatuur of omdat de moderne uitvindingen die ons leven moeten veraangenamen het boek hebben omgebracht. De lezer is niet dood omdat er boekhandels zijn verdwenen. De lezer is niet dood omdat hij het boek heeft verruild voor iets anders. De lezer is niet dood omdat er minder verhalen zijn die gehoord moeten worden of omdat de lezer zich niet met het boek wil voeden.

Waarom is de lezer dan wel dood?

Nou, hij is niet dood. Maar er is wel van alles aan de hand met lezers en schrijvers, althans met déze schrijver.

Na die eerste alinea volgt een lang en soms warrig betoog, met steeds terugkerende onderwerpen.
De commercie krijgt er herhaaldelijk van langs, evenals schrijvers die zich voegen in het mediacircus en/of zich in hun werk willen richten op de ‘massa’.
Want dat moet niet, daar is volbloed-romanticus Boogers heel stellig in.

Ik wil geloven dat er zonder wrijving geen glas is, of dat een diamant schittert doordat hij langdurig wordt geslepen en voortdurend onder druk staat. Een meesterwerk is geen etiket dat vanuit de commercie wordt opgeplakt, maar dat door strenge lezers wordt gevoeld, omdat elke bevochten centimeter op weg naar het einde een pad is waar de lezer op getrokken wordt, omdat hij voelt dat het niet anders kan, omdat hij weet dat hij geen keus meer had zodra hij het werk opensloeg, zoals de schrijver geen keus had toen hij aan het werk begon.

Zo, die zit.

Nog zo’n citaat:

Wie het werk maakt zonder dat hij weet of er een publiek is, wordt door het verhaal voortgejaagd. Zulke waanzin is noodzakelijk. Wie het werk maakt zonder dat hij rekening houdt met zijn publiek is onbevreesd. Hij komt zichzelf tegen en durft zichzelf te vloeren, omdat hij weet dat hij ook weer opstaat. Wie het werk maakt voor de massa is van nature angstig. Een producent van content.

Ook zijn afkomst komt herhaaldelijk terug. Herhaaldelijk schetst hij een beeld van een groep schrijvers en lezers die zich allen rekenen tot een bevoorrechte, goed opgeleide klasse, die geen andere lezers en schrijvers toelaat en die het mediacircus beheerst.
Hier spreekt de underdog, die niet gehoord wordt, die zich een weg heeft moeten banen. Vechten en rammen zijn hier sleutelwoorden. De gymzaal als decor, de training als metafoor.
Bij zijn beschrijving van de schrijver die ‘in de valkuil van het mediacircus valt’  moest ik even denken aan Jep Gambardella uit de film La grande bellezza

Pas aan het eind van dit betoog komt er lijn in, als hij een vlammend pleidooi houdt voor betrokken docenten. Hear, hear...
Maar dat maakt dit 'schotschrift' helaas nog niet tot het schotschrift dat ik me als leesbevorderaar zou wensen, hoe vurig het ook is en hoe doorspekt met citabele frasen. Daarvoor verloopt de betoogvoering me te wonderlijk en gaat het me teveel over Alex Boogers.
Het verwondert me niet dat we na 2015 weinig meer hebben gehoord over dit boekje.



Boogers, Alex. De lezer is niet dood. Schotschrift. Podium, 2015. 64 p., ISBN 978 90 575 9790 9.

maandag 13 mei 2019

Illustratiebiënnale Bratislava

Vanouds zijn er banden tussen de tweejaarlijkse wereldomspannende tentoonstelling van illustraties in Bratislava (Bienále Ilustrácií Bratislava / Biennale of Illustrations Bratislava) en de International Board on Books for Young people (IBBY). Zo worden de inzendingen voor deze tentoonstelling, met bijbehorende bekroningen) geregeld door de in totaal 78 nationale secties van IBBY.
Die van Nederland regelde dus de inzending van Nederlandse illustratoren.




Uit het persbericht van de Nederlandse sectie:

De Nederlandse selectiecommissie, ingesteld door het bestuur van IBBY-Nederland, bestond dit jaar uit Toin Duijx (voorzitter), Liesbeth ten Houten, Susan Venings en Annette de Bruijn (secr.).
De selectiecommissie ontving maar liefst 81 boeken die aan de criteria voldeden. Na grondig overleg is de commissie tot een unaniem gedragen selectie van 15 illustratoren/ boeken gekomen waarmee Nederland goed vertegenwoordigd zal zijn in Bratislava. Over de werkwijze en beslissing van de selectiecommissie wordt niet gecorrespondeerd.

Waarbij deze illustratie (van Matúš Maťátko) was geplaatst. Bedoeld als toelichting op de werkwijze van de commissie...? Nou, nee, vermoedelijk niet, de afbeelding begeleidt de info over de BIB op de Slowaakse website.


De selectie:

Geertje Aalders
- met illustraties uit Arabische sprookjes (Gottmer, 2017)
Henriëtte Boerendans
- met illustraties uit Pulletje (Gottmer, 2018)
Charlotte Dematons
- met illustraties uit Van wie is die sok? (Gottmer, 2018)
Myra Emmen Riedel
- met illustraties uit De verwende prinses (Paolo, 2018)
Annemarie van Haeringen
- met illustraties uit En toen, Sheherazade, en toen? (Leopold, 2017)
Martijn van der Linden
- met illustraties uit Jij & ik en al het moois om ons heen (Davidsfonds Infodok, 2018)
Sanne te Loo
- met illustraties uit Dit is voor jou (Lemniscaat, 2017)
Merlijne Marell
- met illustraties uit Volle Muil (Loopvis, 2018)
Floor Rieder
- met illustraties uit De cycloop (Gottmer, 2017)
Ingrid en Dieter Schubert
- met illustraties uit Konijnentango (Hoogland & Van Klaveren, 2017)
Hanneke Siemensma
- met illustraties uit Kleine wijze wolf (Hoogland & Van Klaveren, 2017)
Connie Snoek
- met illustraties uit Cas de kat (Snoek i.s.m. Het KattenKabinet, 2017)
Marije en Ronald Tolman
- met illustraties uit Het boek (Querido, 2017)
Marit Törnqvist
- met illustraties uit Het gelukkige eiland (Querido, 2018)
Sylvia Weve
- met illustraties uit Jawlensky – Haar ogen (Leopold/ Gemeentemuseum Den Haag, 2018)  

Uit het persbericht:

Voorafgaand aan de opening van de BIB beoordeelt een internationale jury de illustraties die van over de hele wereld zijn ingezonden. De jury kent verschillende prijzen toe: 1 Grote Prijs, 5 Gouden Appels en 5 Medailles. De Grote Prijs werd in 2017 gewonnen door Ludwig Volbeda voor De vogels (Leopold/ Gemeentemuseum Den Haag, 2016). Als winnaar van de vorige editie mag hij tijdens de BIB 2019 een individuele expositie van zijn werk verzorgen.
We hopen van harte dat de jury ook dit jaar de hoge kwaliteit van de Nederlandse kinderboekenillustratie zal erkennen.

Waarvan akte.

Bratislava is overigens een stad met een mooi centrum, zo'n 1200 km ver, twee dagen rijden (of treinen). De tentoonstelling is te zien op de 2e verdieping van het Kasteel van Bratislava, vanaf 25 oktober 2019 tot en met 5 januari 2020 en is voor iedereen toegankelijk.
Voor symposium, prijsuitreikingen e.d. moet je je aanmelden.
De biënnale wordt georganiseerd door Bibiana International House of Art for Children (Medzinárodný dom umenia pre deti), Panská 41, Bratislava, vlakbij het centrum.

Bratislava is ook de hoofdstad van Slowakije. Een voormalig 'Oostblok'-land waar onlangs voor de verandering eens een fatsoenlijke regeringsleider werd gekozen (Zuzana Caputová), en niet zo'n eng type als Orbán of Kaczyński.
Goede redenen om er eens heen te gaan.

maandag 22 april 2019

Globish

Ik dacht dat het een 1-aprilgrap was, maar dat is het niet. Jean-Paul Nerrière meende het, toen hij in 2004 Globish beschreef. Hij was toen vice-president marketing bij IBM. Maxim Februari besteedde er in NRC 16-4-2019 een column aan, daardoor kwam ik Globish op het spoor. (Een stukje door Peter de Waard zes jaar geelden in de Volkskrant had ik kennelijk gemist.)
Steenkolen-Engels, zou ik het voordien hebben genoemd, of Creole-English. Maar gewichtige zakenlieden als Jean-Paul Nerrière spreken natuurlijk geen steenkolen-Engels of Kreools, zij willen net zo correct zijn als hun zakenkostuum. Geen misverstanden, vooral geen misverstanden. Eenduidige helderheid in vijftienhonderd Engelse woorden en een eenvoudige basisgrammatica.

Tongue-in-cheek (dat is geen Globish) schrijft Maxim Februari:

Vandaag bereiden we ons voor op de taal van de toekomst. Het staat wel vast… Nou ja… Het is hoogst waarschijnlijk… Dat wil zeggen… Ik denk dat ik in de nabije toekomst op deze plek in het Engels moet schrijven.
[...]
In die toekomst, die nabij is, zal ik niet alleen schrijven voor een wereldwijd publiek. Ik zal ook wereldwijd worden gelezen, ik zal viraal gaan en geshared worden. Om klaar te zijn voor het oordeel van de wereld moet ik me derhalve als de wiedeweerga gaan gedragen. Mensen die mij niet kennen, die zelfs ons land niet kennen, die nog nooit van Nederland hebben gehoord, zullen zich over mijn woorden buigen en ze wegen. Geen grapjes, dus, geen overdrijvingen, geen ironie, niets wat kan leiden tot misverstand en ergernis aan de andere kant van de globe.

Globish, dus, concludeert hij.

Jezelf vertalen naar de 21e eeuw vraagt om helderheid en eenduidigheid. Zodat de vertaalmachines je verstaan en de globale gemeenschap je niet misverstaat. Wil je goed Globish spreken, dan moet je niet alleen je woordenschat tot vijftienhonderd woorden indikken. Je moet je stilistische repertoire intomen. Je temperament bedwingen. En, ja, ik weet het, ik heb persoonlijk nog een lange weg te gaan; maar als het me vandaag weer niet is gelukt me verstaanbaar te maken tegenover Google en de globe, dan lukt het me morgen. Ik beloof u oprecht dat ik mijn uiterste best ga doen.

Dit is natuurlijk niet zijn hele column, hij maakt o.a. nog een omweg langs Raymond Queneau en zijn Exercices de Style. Waar Queneau een ontmoeting in een tram op 99 manieren beschreef, kan dat in Globish slechts op één manier. En geen grappen, vooral geen grappen.

Globish haalde de Engelstalige Wikipedia en daaruit leer ik dat er meer pogingen zijn gedaan om een soort standaard-versimpeld-Engels te beschrijven. Charles Kay Ogden schreef bijvoorbeeld al in 1930 zijn Basic English: A General Introduction with Rules and Grammar.

Van deze pogingen gaat Globish het verst, geholpen door internet. Op de site kun je je eigen (Engelstalige) teksten door een scanner halen om te zien of het Globish is.
Ik twijfel nog. Mijn frase

I am going to make a walk. I hope I do not find bears on my path.

bleek perfect Globish. (Mits ik I'm en don't find veranderde in I am en do not find.)
Toch kan ik mij voorstellen dat ik aan een vergadertafel in pakweg Zoetermeer, Reykjavik of Brussel wat besmuikt of verontrust zou worden aangekeken als ik dat te berde bracht.
Misschien zouden ze het in Moskou begrijpen.

vrijdag 19 april 2019

VoorleesExpres succesvol

De VoorleesExpres is een initiatief dat in 2006 te Utrecht werd gestart door Anne en Marieke Heinsbroek. Bedoeling: voorlezen aan kinderen in gezinnen waar doorgaans weinig of niet wordt (voor)gelezen. Het groeide en bloeide en nu zijn er op zo'n tachtig plekken mensen die dit doen.

Tijd om eens te onderzoeken of het ook nut heeft, vonden onderzoekers Aike Broens en Roel van Steensel (bijzonder hoogleraar van Stichting Lezen). Op 17 april verscheen een persbericht van Stichting Lezen dat de resultaten samenvatte:

In gezinnen die meedoen aan de VoorleesExpress wordt de leesomgeving thuis en de taalontwikkeling verrijkt, zo blijkt uit een effectstudie van de Erasmus Universiteit Rotterdam in opdracht van Stichting Lezen. Ouders gaan naar eigen zeggen vaker voorlezen en de boekenkennis en het verhaalbegrip van kinderen groeien. Optimalisering van het programma is wenselijk om de taalontwikkeling duurzaam te stimuleren. 

Succes, dus, maar er valt nog iets te verbeteren.

Ik citeer verder uit het persbericht:

In totaal namen 176 kinderen deel aan de effectstudie: 95 in de experimentgroep en 81 in de controlegroep (een wachtlijstgroep). De effecten van de interventie zijn tijdens, direct na, en enkele maanden na afloop in kaart gebracht. De onderzoekers keken naar woordenschat, verhaalbegrip, boekenkennis van het kind, intensiteit van voorlezen door ouders en betrokkenheid bij voorlezen door het kind.

Vooruitgang in verhaalbegrip en boekenkennis
De resultaten wijzen uit dat de VoorleesExpress werkt. De kinderen gaan niet vooruit in woordenschat, maar wel in verhaalbegrip en het aantal boeken dat ze kennen. Hun ouders gaan naar eigen zeggen bovendien intensiever voorlezen. De stijgende lijn in de boekenkennis van kinderen en het voorleesgedrag van ouders zet door nadat de interventie na twintig wekelijkse bezoeken eindigt.

Verduurzaming interventie
Onderzoekers Aike Broens en Roel van Steensel, bijzonder hoogleraar van Stichting Lezen, concluderen dat de VoorleesExpress de taalontwikkeling positief kan beïnvloeden, maar dat verbetering van de interventie wenselijk is. Het effect op het verhaalbegrip zwakt na een aantal maanden namelijk af. Mogelijk komt dit doordat het voordoen van voorlezen door de vrijwilliger aan de ouder onvoldoende van de grond komt. Een indicatie hiervoor is dat niet alle ouders tijdens de wekelijkse sessies de hele tijd aanwezig zijn. Zij kunnen hierdoor niet de ondersteuning bieden die de voorlezer biedt om het voorlezen na twintig weken op hetzelfde niveau te continueren.

De onderzoekers adviseren daarom de interventie te verrijken met aanvullende activiteiten. Anne Heinsbroek, directeur van de VoorleesExpress, ziet hierin mogelijkheden. “We zijn, met onze partners, druk bezig om te zorgen voor een ruimer meertalig aanbod. Ouders kunnen hiermee in hun moedertaal de taalontwikkeling van hun kind stimuleren. Daarnaast gaan onze vrijwilligers aan ouders meer mogelijkheden aanreiken om met drukke peuters op een speelse manier met taal bezig te zijn.

Waarvan akte. Hier is het onderzoek te downloaden.
Let ook op het modewoord interventie.



woensdag 17 april 2019

Boel taarten met Haring

De Week van het Geld is allang voorbij als dit stukje klaar is, maar dat hoeft me er niet van te weerhouden om wat aandacht te geven aan geld en die fantastische wetenschap economie.
Of die week een succes was? Geen idee, maar in 2020 is er weer een.
In de dagbladen die me onder ogen kwamen las ik er niets over.

Geld, economie en kinderen: er is doorgaans weinig spannends te beleven. Voor kinderen onder de 12 herinner ik me brave boekjes, die veel uitleggen - maar ook veel niet.
Als ik geld intoets in de catalogus van De Jeugdbibliotheek (de website die het oude Leesplein en Boekenjeugdonline heeft vervangen, een aanzienlijke verarming maar daarover misschien een andere keer) krijg ik duizenden resultaten en als ik toespits op non-fictie nog altijd een tweeduizend. Maar daarbij zit echt van alles, ook verhaaltjes waarin geld een rol speelt, en de annotaties zijn helaas miniem.
Een verschijnsel dat onlangs nog de kranten haalde, namelijk het hoge bedrag aan schulden dat wereldwijd uitstaat (243.200 miljard US$, zo'n 34.000 per wereldbewoner), wordt in dat soort boekjes en websites nooit uitgelegd.
Evenmin vind je er argumenten in waarom het goed of slecht zou zijn dat een groeiend deel van de Nederlandse kinderopvang in handen is van grote, naar winst strevende bedrijven. (Zie NRC 5-4-2019, deel Economie, 'Private equity verovert kinderopvang'.)
Of hoe het kan dat een groot Amsterdams ziekenhuis ineens wegens faillissement zijn poorten sluit. En dat een tramverbinding tussen het centraal station van Utrecht en een universiteit gebied buiten de stad heel erg veel duurder wordt dan begroot.
Toch zijn het juist zulke zaken die economie een boeiend vak maken.

Laat ik nu toevallig in een winkel voor tweedehands boeken een vondst doen die me in combinatie met de toen nog aanstaande geldweek tot kopen bracht: Waarom cola duurder is dan melk van Bas Haring, verschenen in 2016, dus nog niet zo heel erg oud, toch slechts € 5,-. En verder ligt er al een tijdje een boek op de stapel te bespreken dat me ooit ter kennisname is toegestuurd: Wat kost dat?! Wat je wilt weten over geld & economie.

Met die twee uitgaven is de kous, waaraan ik al eerder was begonnen (zie bv. hier, hier, hier en hier), natuurlijk niet af. Zo staat Immer das Geld van Hans Magnus Enzensberger nog op mijn lijstje.

Maar eerst Bas Haring.
Kaas en de evolutietheorie (2001) was zijn debuut, won de Gouden Uil categorie jeugdliteratuur en werd expliciet een boek 'voor nieuwsgierige mensen van 9 tot 99' genoemd.
In of over Waarom cola duurder is dan melk staat zoiets nergens vermeld. Dat is 'een boek over economie voor hen die het ook maar ingewikkeld vinden'. Het is echter zo toegankelijk geschreven dat dit met recht een boek 'voor nieuwsgierige mensen van 12 tot 99' genoemd zou mogen worden.

Er valt wel iets te mopperen over dit boek. Bas Haring schrijft als een babbelkous, met veel gebroken zinnetjes en onnodige woorden. Net alsof de hoofdstukken bestaan uit de weergave van opnames van colleges, zonder veel redactie.
Voorbeeld is Bas' eigenaardige synoniem voor veel, namelijk een boel. Ander voorbeeld is zijn neiging om zinnen op te knippen.

En die situatie doet zich voor tijdens een recessie. Naar het schijnt.

Of:

Maar wat is eigenlijk een ramp? In financiële zin.

Of:

Ik heb een hypotheek van tweeëneenhalve ton en in mijn hoofd heb ik nog een halve ton speelruimte. Voor het geval ik een nieuwe auto wil kopen of een keer een lange reis wil maken.

En dit is een voorbeeld van zijn wat babbelende stijl.

Gelukkig begrijp ik ondertussen genoeg van economie om te weten dat de redenering niet klopt en dat er geen beperkte, vaste hoeveelheid rijkdom op de wereld is. De wereld kan er in zijn totaliteit heus een stuk rijker op worden dan-ie nu is. Als Congolezen en Liberianen rijker worden, dan gaat dat niet ten koste van ons. Toch? Dat ziet iedereen vrij gemakkelijk in.

Nog zo'n babbelstukje (p. 159):

Geld verdienen dankzij het hebben van bezittingen is misschien minder vreemd dan ik in eerste instantie dacht en er is zelfs een woord voor: kapitalisme. Dat is grappig. Ik heb nooit geweten wat 'kapitalisme' eigenlijk precies was. Iets met een nare bijsmaak. Tijdens mijn middelbareschooltijd had ik zelfs een sticker met 'Weg met het kapitalisme' op mijn agenda. Zonder te weten wat kapitalisme was. Maar nu begrijp ik het dus. Bezittingen die je kunt gebruiken om geld mee te verdienen heten 'kapitaal'. En de negatieve klank die aan het begrip hangt is vermoedelijk een gevolg van het feit dat je via kapitaal een inkomen kunt verkrijgen zonder dat je iets hoeft te doen.

Een klank die aan een begrip hangt, hm.
Dit soort passages vind ik wel wat afdoen aan de leesbaarheid, maar anderzijds weet hij vakjargon te vermijden, vindt hij originele en effectieve vergelijkingen en is hij goed te volgen, niet alleen door mij maar ook door pientere lezers van 12 en ouder.

Van belang vind ik wat hij op p. 225 schrijft over economen, nadat hij eerst het woord verhaal heeft geïntroduceerd voor theorie:

Ze bedenken een verhaal en toetsen dat aan de hand van beschikbare gegevens. Het is dan niet zo vreemd dat economen met elkaar overhoop kunnen liggen. Er kunnen meerdere verhalen naast elkaar bestaan die stuk voor stuk, min of meer, bij de data passen. Zoals er ook meerdere verdachten passen bij de gegevens die je voorgeschoteld krijgt in een tv-detective.
Bovendien zijn veel van die verhalen stiekem gebaseerd op ideologische aannames. Er zijn economen met een diep, diep wantrouwen jegens de overheid. Zulke economen zullen eerder met verhalen komen die vertellen dat de overheid steeds vreselijke fouten maakt. Gestaafd met gegevens.
Terwijl andere economen helemaal niet zo'n wantrouwen hebben en met evenveel bewijzen laten zien dat de overheid juist goede dingen kan doen.

De distantie die hieruit blijkt had hij ook kunnen gebruiken voor wat hij op p. 233 schrijft over de veertigurige werkweek, want dat getuigt van weinig historisch inzicht.

En gaan we korter werken? Meer vakantie hebben? Dat lijkt logisch, als robots ons werk overnemen, dan kunnen wij lekker in het gras gaan liggen. Maar ook dit gaat, denk ik, niet gebeuren. Onze veertigurige werkweek heeft niets te maken met de hoeveelheid dingen die we in veertig uur voor elkaar kunnen krijgen maar is simpelweg een gevolg van het feit dat we per week ongeveer veertig uur kunnen besteden aan anderen in plaats van aan onszelf.

Nou, 'we' hebben er de afgelopen twee eeuwen toch heel hard voor moeten zwoegen om die veertig uur in de plaats te krijgen van een achtenveertigurige of nog langer durende werkweek. Daar is menige staking (en soms oproer) aan voorafgegaan.
Dan zie ik maar af van commentaar op de aanname dat de tijd die we niet werken (= aan anderen besteden) uitsluitend voor onszelf is.
Er zijn meer passages in dit boek die mij tot het idee brengen dat onze Bas weinig aandacht heeft voor geschiedenis en voor de aloude tegenstelling tussen kapitaal en arbeid. Terwijl hij toch heel relevante zaken schrijft over hen die verdienen door bezit en hen die verdienen door werk - vaak werk voor hen die bezitten.
Hij schrijft wel vaker over 'we', alsof 'wij' mensen een harmonieus samenlevend clubje zijn. Een retorisch trucje dat graag door politici gebruikt wordt.
Ook vind ik het erg naïef dat hij er het hele boek van blijft uitgaan dat wat 'we' verdienen een uitdrukking is van hoe 'de samenleving' (dat zijn wij zelf ook) ons waardeert. Al merkt hij op p. 132 terecht op dat wat we verdienen in ieder geval geen uitdrukking is van onze opleiding, als hij erop wijst dat opleidingen tot goudsmid of balletdanser minstens zo lang duren en moeilijk zijn als die van huisartsen en hoogleraren, terwijl goudsmeden of balletdansers veel minder verdienen, ongeveer zoveel als de tuinman die hij her en der laat opdraven. Gelukkig maakt hij ergens nog wel een opmerking over topmanagers die veel te zeggen hebben over hun eigen inkomen.
Minstens zo naïef vind ik zijn introductie van 'gelukspunten' als eenheid voor het meten van hoe tevreden we zijn.

Zijn aanpak was: een lijstje vragen, en daarmee aan de gang. Hij is colleges gaan volgen, en heeft tientallen boeken en artikelen tot zich genomen, opgesomd achterin het boek (waaronder Piketty). Het is een aanpak die me aanstaat: vanuit onwetendheid vertrekken en zien hoeveel inzicht je kan verwerven.
Soms is-ie me al te 'onwetend' (hij zal toch ook wel eens een krant lezen), maar deze aanpak is beter, of in ieder geval onderhoudender, dan die van de docent die ons onderwijst wat hij net heeft geleerd met het air van een allesweter.
Dat leidt tot rake observaties als bijvoorbeeld het verschil tussen lenen door een regering en lenen door een mens: een mens gaat dood, een regering niet. Dus kan een regering steeds maar doorgaan met lenen en aflossen. (Hij heeft het wel over inflatie, maar laat historische kanttekeningen met verwijzingen naar de Weimar-republiek en het huidige Venezuela achterwege.)

En waarom is cola nou duurder dan melk? Volgens Bas Haring doordat er zoveel geld wordt gestoken in de reclame voor cola.

En een mooi stukje is dat over de gewenste verdeling van inkomen. Het is een van de twee plekken waar hij grafieken te hulp roept. Op p. 154-155 staan 'een boel taarten' afgebeeld.

 

Hij gaat uitvoerig in op wat volgens hem de juiste verdeling zou zijn en daaruit blijkt dat hij niet zoveel voelt voor een enorm verschil tussen arm en rijk, maar het ook niet erg vindt als de een iets meer verdient dan de ander.

Zo zijn er meer passages die tot nadenken en een standpunt kiezen uitnodigen. Een babbelkous, o.k., maar wel een die zinnige zaken aanroert.

Maar nou nog dat boek dat zonder moeilijker te zijn toch dieper gaat.


Haring, Bas. Waarom cola duurder is dan melk, een filosoof over economische zaken. Nijgh & Van Ditmar, 2016. 240 p., ISBN 978 90 388 0192 6.

PS. Op die andere aangeroerde zaken hoop ik in volgende stukjes terug te komen.


dinsdag 16 april 2019

Hieronymus van Alphen prijs 2019 voor Helma van Lierop-Debrauwer

Een persbericht d.d. 12 april 2019:

De Hieronymus van Alphen prijs 2019 is toegekend aan prof. dr Helma van Lierop-Debrauwer en gisteren uitgereikt tijdens de studiedag van de stichting in Leeuwarden.

Uit het juryrapport:

Met grote volharding, doorzettingsvermogen en geloof in het belang van wetenschappelijke aandacht voor de jeugdliteratuur wist zij aan de Tilburg University een masterstudie Jeugdliteratuur te realiseren, een unicum in Nederland. (….) Jaarlijks volgen zo’n vijftien tot twintig studenten de masteropleiding en bijna allemaal weten zij na hun masterthesis een positie in het kinderboekenvak te verwerven. Helma van Lierop is het boegbeeld van de opleiding, zowel binnen als buiten de universiteit. Ze weet jonge en oudere studenten te inspireren. Niet zelden hoor je die studenten zeggen: ‘Ik studeer bij Helma!’ in plaats van ‘Ik doe de master Jeugdliteratuur in Tilburg’. Het demonstreert hoe dicht zij bij haar studenten staat.

Helma is docent, onderzoeker en auteur van talloze wetenschappelijke en semiwetenschappelijke publicaties op het gebied van jeugdliteratuur voor Nederlandse én internationale boeken en tijdschriften. (…) Samen met Vanessa Joosen en Rita Ghesquière wist zij het nieuwe standaardwerk voor de jeugdliteratuur te realiseren, Een land van Waan en Wijs.

De veelzijdigheid, het doorzettingsvermogen en de passie van Helma van Lierop hebben de studie van, kennis over en liefde voor de jeugdliteratuur een goed eind op weg geholpen.

Over de Hieronymus van Alphen prijs:

Om degenen die erg veel aan beheer, voorlichting, onderzoek en publicaties betreffende de geschiedenis van de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur hebben gedaan, te eren en anderen te stimuleren om ook tot bijzondere resultaten op dit terrein te komen, heeft de Stichting Geschiedenis Kinder en Jeugdliteratuur in 2000 de Hieronymus van Alphen Prijs ingesteld, thans bestaande uit een toepasselijk beeldje van de beeldend kunstenaar Marion Ruting en een oorkonde. De prijs wordt sinds 2008 eens in de twee jaar uitgereikt. Voor meer informatie zie hier.
De jury voor de Hieronymus van Alphen prijs 2019 bestond uit Joke Linders, Christine Sinninghe Damsté en Marit van der Veer. Het volledige juryrapport zal vanaf 16 april op de website van de stichting te vinden zijn.

Einde persbericht.

Helma van Lierop-Debrauwer


Het zij Helma van harte gegund! De citaten uit het persbericht kan ik onderschrijven. Het persbericht is inderdaad te vinden op de website van Stichting Geschiedenis Kinder en Jeugdliteratuur, zie hier.
Over die stichting:
'De Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur (SGKJ) is een non-profit organisatie. De doelstelling is de bevordering en verbreiding van kennis over de geschiedenis van kinder- en jeugdliteratuur, alsmede het behoud en de ontsluiting van oude kinder- en jeugdboeken en kinderprenten als cultureel erfgoed, zowel vanuit de alledaagse werkelijkheid, als vanuit cultuurhistorisch en sociaal-wetenschappelijk perspectief. De stichting heeft zelf geen kinderboekencollectie.'

Een respectabel doel van een heel actieve club. Het overzicht van activiteiten gaat terug tot 2005, maar de stichting is ouder en het overzicht zou dus uitgebreid kunnen worden. De Hieronymus van Alphen Prijs bijvoorbeeld is in 2000 ingesteld.
Kind en jeugd is natuurlijk strikt genomen een tautologie. Vermoedelijk steekt hierachter de aanname dat kinderen na de start van hun puberteit eigenlijk geen kinderen meer zijn, maar ook nog geen volwassenen. Tussen servet en tafellaken, wat je zegt, en voor die periode is een arsenaal aan termen bedacht, tieners, pubers, adolescenten enzovoort. En ook jeugd dus, de jongens en meisjes die vroeger samenschoolden in het jeugdhonk, een al lang geleden wegbezuinigd fenomeen.


donderdag 11 april 2019

Lezen in het vmbo

Dat is toevallig! Slechts enkele dagen na mijn berichtje over dat onderzoekje over taalgericht techniekonderwijs ontving ik een persbericht van Stichting Lezen.

Er is een website speciaal over lezen in het vmbo. De officiële 'lancering' vindt 12 april plaats, maar hij is al online.

Uit het persbericht:

Voor veel vmbo-leerlingen is lezen geen vanzelfsprekendheid. Deze website is een handvat voor vmbo-docenten die werk willen maken van goed leesonderwijs. Over lezen in het vmbo is namelijk veel informatie beschikbaar, maar die informatie staat versnipperd en verspreid op internet en/of is niet makkelijk raadpleegbaar. Op de website staat de informatie over leescompetentie, leesmotivatie en leesplezier in het vmbo overzichtelijk bij elkaar. 

Wat kunt u vinden op lezeninhetvmbo.nl
Resultaten en aanbevelingen uit lees- en taalonderzoek, een quickscan om als team de stand van zaken rondom het leesonderwijs op school in kaart te brengen, handreikingen voor het inrichten van lees- en taalbeleid en praktische aan-de-slag-informatie in de vorm van beproefde lessenseries, goede praktijken en landelijke leescampagnes. 

Aan de slag, dus.
Grappig, het persbericht spreekt lezers met u aan, de website houdt het op je.


maandag 8 april 2019

Een boer zoekt een vrouw

Op p. 37 van Levende Talen Magazine april 2019 trof ik een mooi column van Peter-Arno Coppens.

Die vond ik niet op internet, dus citeer ik hem in zijn geheel:

Conclusies zijn slecht voor de redenering

Een van de klassieke argumenten voor het ontleedonderwijs is dat het de redeneervaardigheden van de leerlingen zou bevorderen. 
Ik heb dat altijd een sympathiek argument gevonden, in weerwil van het feit dat het nooit door empirisch onderzoek onomstotelijk is vastgesteld. 
Misschien omdat er zo'n opzichtige vanzelfsprekendheid in zit: om taal te ontleden moet je redeneringen opzetten, en als je veel oefent met redeneren is dat goed voor je redeneervaardigheden. Dat kan niet anders dan juist zijn, tenminste als de uitgangspunten kloppen.

Helaas blinken de meeste ontleedmethoden uit in talloze strategieën om het redeneren te vermijden. Trucjes en ezelsbruggetjes moeten leerlingen snel (liefst zonder nadenken) naar het goede antwoord op de toets leiden, en zinnetjes waarbij het gevaar bestaat dat je moet nadenken of discussiëren, worden zonder pardon uit het onderwijs geschrapt ('Daar moeten we de leerlingen niet mee willen lastíg vallen'). Het is haast een wonder dat er in experimenten toch nog soms positieve effecten van grammaticaonderwijs worden aangetroffen.

Er is niets dodelijker voor je redeneervermogen dan de zekerheid van een goed antwoord. Een simplistische visie op redeneren is dat het bestaat uit het trekken van conclusies uit de analyse van gegevens, maar dit suggereert een rechtlijnigheid die in elke niet-triviale redenering ontbreekt. Een redenering is altijd een afweging van mogelijke interpretaties van analyse-resultaten. Zelfs in de meest exacte rekensom kun je eigenlijk alleen van redeneren spreken als er in de berekening verschillende stappen tegen elkaar worden afgewogen.
Maar leent een gewone schoolontleding zich daar wel voor? Jazeker wel.

lk was laatst op een taalcongres waar de taalkundige Martin Haspelmath opmerkte dat de deÍinitie van vrijwel elke taalkundige term problematisch wordt bij nader onderzoek.
Een eenvoudig voorbeeld is de definitie van het onderwerp van de zin. In veel talen is dat het zinsdeel dat congrueert met het werkwoord. 
In andere talen heb je geen persoon- of getalsmarkering, en daar wordt het onderwerp dan bijvoorbeeld bepaald door de betekenis (de handelende, levende of menselijke persoon). Weer andere talen hebben naamvalsmarkering, en daar is dat dan beslissend. En ten slotte zijn er talen waar het onderwerp altijd vooraan staat.

Het aardige is dat al die criteria een rol kunnen spelen. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse zin Een boer zoekt een vrouw. Strikt genomen kun je hier geen congruentie vaststellen, omdat je met een zekere nadruk en context iets kunt hebben als Een bóér zoeken (alleen) vrouwen. En ook degene die zoekt kan in zo'n geval niet met zekerheid bepaald worden. Zelfs met naamvallen kom je er niet goed uit omdat Een boer zoekt zij net zo goed is als Hij zoekt een vrouw.
Er is eigenlijk maar één criterium dat ervoor zorgt dat de meest waarschijnlijke analyse is dat een boer het onderwerp is: het staat vooraan.
De ontleding van het onderwerp zou dus altijd een afweging moeten zijn van alle criteria. Je kunt wel ophouden als je congruentie hebt vastgesteld, maar de andere criteria geven een dieper inzicht in de vraag hoe 'onderwerpachtig' het onderwerp is, en dus ook wanneer dat verwarring kan opleveren.

Kern is natuurlijk dat taalonderwijs inzicht in taal zou moeten opbrengen. Daarmee ben ik het van harte eens. Ontleding als trukendoos levert dat inzicht niet op en zou dus geschrapt kunnen worden. Krijgt de docent ook wat meer tijd voor literatuur...

Al was het maar voor de gedichten van Hans Vlek, met wie ik ooit een tweede klas middelbare school heb gedeeld. Hij wist onze leraar Nederlands tot wanhoop te drijven door met klem (en in nasaal Amsterdams) te betogen dat in de zin De zaal loopt vol de zaal toch onmogelijk onderwerp kan zijn. 'Die saal doet helemaal niks, meneer, dus hoe kan die saal nou onderwerp sijn...?' Onze leraar wist het ons niet uit te leggen en stuurde hem tenslotte maar naar de rector. Hoe die oordeelde over dit staaltje taalkunde, dat weet ik niet meer.

En toen vond ik in Onze taal 2019-4 nóg een column, en wel van de Taalprof. Hé, dat hoofd ken ik: het is Peter-Arno Coppens.

Wordt het nog wat met dat grammaticaonderwijs op school? Ik voer al jaren een campagne tegen de vuistregels en de ezelsbruggetjes waar de schoolontleding van vergeven is. Op een congres hoorde ik laatst van promovendus Gijs Leenders weer zo'n mooi voorbeeld dat het failliet van de trucjes aantoont.

Bekend onderwerp. Misschien wel zelfde congres. Maar deze keer brak de vaas. Of Jan. Jan brak de vaas. Wie of wat brak...? Heel spitsvondig, want breken kan zowel overgankelijk (iets breken) als onovergankelijk (iets breekt).
Nog zo'n zinnetje: Het was druk in het zwembad.

Wie of wat was druk? 'Het zwembad,' zei een van de leerlingen, en geef hem eens ongelijk.

Die leerling, het hád Hans Vlek kunnen zijn...


zaterdag 6 april 2019

Taalgericht techniekonderwijs

Je moet toch wat om een artikel aan een academische standaard te helpen.

Maar eerst dit. Uit onderzoek is gebleken dat veel leerlingen in het voortgezet technisch onderwijs moeite hebben met het begrijpen van hun leerboeken. Dan doe je daar toch iets aan, dacht Elena Schutjes en ze zette een onderzoekje op waarbij leerlingen van twee klassen 6 van het (Vlaamse) primair onderwijs aangepast leermateriaal kreeg aangeboden. Hielp het? Ja, een beetje. 'Signifcant' genoeg, vooral in de klas waar meerdere moedertalen werden gesproken. Dat is fijn om te weten.

Elena Schutjes is onderzoeker en had dus de keuze: een praktisch of een academisch artikel of beide. Of dat laatste ervan gekomen is weet ik niet, maar het academische onderzoeksverslag is te vinden in Levende Talen Tijdschrift april 2019 (20-1). Dat is opgebouwd zoals dat hoort. Probleemstelling, eerste verwijzing naar eerder onderzoek (Hellemans & Haesen, 2017), aanpassing lessenpakket, methode, resultaten met keurige tabellen, 'conclusie en discussie', noten en literatuuropgave.
Wat ik miste is net wat ik had willen zien: hoe dat lessenpakket is aangepast. Het wordt wel beschreven, maar in algemene termen, zonder voorbeelden. Daarentegen zijn al die tabellen een sta-in-de-weg voor wie met de conclusies aan de slag zou willen. Een in academisch opzicht zorgvuldig artikel met een wat magere uitkomst en zonder concrete tips.
Jammer. Dit zal samenstellers van lesmateriaal niet meteen inspireren, denk ik.

vrijdag 5 april 2019

Gedeformeerde literatuurlessen

Op 4 april kreeg ik dankzij Taalpost een stukje van oud-hoogleraar Marita Mathijsen onder ogen. Omdat ik eerder aandacht heb besteed aan het geringe aantal inschrijvingen voor studies Nederlands (zie hier en hier), vind ik het de moeite waard om op haar bijdrage te wijzen.

Die is hier te vinden.

Ik citeer twee passages:

Op 1 april heb ik bij de HOVO aan de VU de cursus Nederlandse literatuur (over de Tachtigers) afgesloten. 49 studenten hadden zich ervoor ingeschreven, en dit is geen aprilgrap. Ik heb niet naar hun leeftijd gevraagd, maar zo te zien was er niemand bij die jonger dan 60 was. Het waren geweldige studenten, die zich verdiepten in de stof, die de werken lazen die ik aanbeval en die goede vragen stelden waar ik vaak geen kant-en-klaar antwoord op kon geven. Ja, ouderen kunnen dus wél Nederlands studeren aan de VU, voor de jongeren is dat niet meer weggelegd.

[...]

Zijn er lessen te trekken uit de belangstelling van ouderen voor neerlandistiek, in dit geval dus specifiek de aandacht voor Nederlandse literatuur? Lessen die voor aanwas van reguliere studenten zouden kunnen zorgen? 
Niet veel denk ik. 
De senioren komen naar de literatuurcolleges omdat ze vroeger goed literatuuronderwijs gekregen hebben. Ze willen de kennis uit het verleden die nog met brokstukken in hun geheugen zit restaureren, en aanvullen met de kennis die ze tientallen jaren lang opdeden. 
Dat zijn jaren  waarin ze los en vast literatuur lazen, meestal naar aanleiding van stukken in NRC of De Groene, of omdat ze een aanbeveling hoorden zaterdagochtend op NPO 1 of zondagochtend bij VPRO Boeken. Ze zoeken naar verbanden tussen dat wat hun geheugen van de middelbare school behouden heeft en dat wat er allemaal bijgekomen is.

Dat is niet de motivatie van de weinige eindexamenkandidaten die wel voor Nederlands gekozen hebben. Zij hebben gedeformeerde literatuurlessen gekregen en legden een mechanisch in te vullen eindexamen af. Alleen als zij een bevlogen leraar hadden, of misschien een grootmoeder die colleges bij de HOVO volgde, kiezen zij nog voor neerlandistiek. Eén les slechts kan ik de huidige Neerlandistiek meegeven vanuit mijn ervaring bij de HOVO:  geneer je niet om te laten merken dat je door  literatuur bewogen kunt raken. Want dat is waar we toch eigenlijk allemaal naar zoeken.

Waarvan akte, met name die gedeformeerde literatuurlessen.

donderdag 4 april 2019

500.000 koffertjes

Een mooi bericht, dat de landelijke dagbladen niet haalde, geloof ik. (Lees ze niet allemaal.)

'Dinsdag 5 februari werd het 500.000e BoekStartkoffertje uitgeleverd, precies tien jaar na de start van het succesvolle leesbevorderingsprogramma voor 0-4 jaar.

Dat betekent dat er in tien jaar tijd 500.000 baby's lid zijn geworden van de Bibliotheek. Hiermee werd 40 % van de baby's bereikt.

Het BoekStartkoffertje
Ouders krijgen, als hun baby ongeveer drie maanden is, van de gemeente een brief over het belang van voorlezen en een waardebon voor het BoekStartkoffertje. Met deze waardebon kunnen zij hun kind gratis lid maken van de Bibliotheek en ontvangen zij het gratis BoekStartkoffertje met twee boekjes en informatie over vroeg beginnen met voorlezen. Met de lidmaatschapspas kunnen zij gebruik maken van de collectie en leuke nieuwe boekjes met hun baby ontdekken. 

Vroeg beginnen met voorlezen
Ouders worden met BoekStart in de Bibliotheek, het consultatiebureau en de kinderopvang voorgelicht over het belang van lezen en aangemoedigd om hun kinderen zo jong mogelijk (vanaf circa 3 maanden) in aanraking te brengen met boeken en om samen met boeken bezig te zijn. Hiermee ontstaat een leescultuur in het gezin en wordt de vanzelfsprekende aanwezigheid van boeken in jonge gezinnen bevorderd.'

Een rustige, niet heel dure en niet spectaculaire maar wel effectieve vorm van leesbevordering. Zo'n aantal vind ik wel spectaculair.

Aldus een persbericht van Boekstart.

vrijdag 29 maart 2019

Invloed van het boek in de samenleving

Onder de titel Impact van het boek is in drievoud een rapport samengesteld door KVB Boekwerk verschenen over de positie van het boek in de Nederlandse samenleving. Dat werd op 28 maart 2019 bekendgemaakt. Het hele rapport is hier te downloaden. In drievoud: de drie delen zijn met wat doorklikken hier te downloaden, ze heten Mens en maatschappij, Boekhandels en Economie, hier op te vatten als in financiële termen beschreven bedrijvigheid, niet als wetenschap.

Er hoort een plaatje bij, in modieus New-Nederlandish visual geheten:



Het is een mooi plaatje, want het toont de conclusie.
Die kun je vervolgens gaan bekijken en interpreteren.

Zo blijkt dat er volgens dit onderzoek rond 25.000 mensen bezig zijn met boeken, van auteurs tot boekhandelaars. Een aantal vergelijkbaar met de inwonersaantallen van de gemeenten Baarn, Beuningen en Buren. Daarvan zijn dan ruim 22.000 schrijvers en vertalers, de rest medewerkers van uitgeverijen en boekwinkels. Of die schrijvers en vertalers voltijds aan het werk zijn of er nog een baantje bij hebben, vermeldt het rapport niet, althans niet in de conclusie.
Behalve dan dit:

Slechts 55 auteurs verdienen een modaal inkomen of meer met hun royalty’s. Nog eens zestig auteurs verdienen met hun royalty’s een bedrag tussen het minimuminkomen en modaal. 
Maar zij hebben veel meer soorten inkomsten: inkomsten uit nevenrechten voor gebruik van het boek (leenrecht, reprorecht, vergoeding voor het lenen van e-boeken in bibliotheken, thuiskopieheffing en inkomsten uit abonnementen van e-boeken), subsidies en prijzen van het Letterenfonds, inkomsten uit lezingen, optredens, uitvoeringen en gages en inkomsten uit rechtenverkoop van boeken (zoals voor boekbewerking, vertaling of theaterbewerking). 
Dat maakt dat de totale omzet van de auteurs en vertalers wordt geschat op € 34,3 miljoen. De omzet voor auteurs en vertalers is qua omvang vergelijkbaar met de omzet uit Nederlandse films in Nederlandse bioscopen.  '

Daar worden we natuurlijk even stil van.

Bij een omzet van € 34 miljoen voor de schrijvers en vertalers, € 244 miljoen voor de uitgevers en € 498 miljoen voor de boekverkopers bedraagt de totale toegevoegde waarde van het boekenvak aan de Nederlandse economie (Bruto Binnenlands Product) in 2017 bijna een kwart miljard euro.  '

Juist. Tja. Het bruto nationaal product van Nederland was in 2014 zo'n 700 miljard euro. Die toegevoegde waarde van het boekenvak is daar dus nog geen 1 % van, om preciezer te zijn 0,00035 %.
Geeft niet hoor, maar dat klinkt anders dan een kwart miljard... Hier nog meer cijfers.

De waarde van het boek strekt zich evenwel verder uit dan alleen die cijfers.

Zie de inleiding bij Mens en maatschappij. Die is indrukwekkend. Ik citeer passages:

Lezen is goed voor de mens. Zeker het lezen van boeken. Telkens weer blijkt uit onderzoek dat mensen die boeken lezen in vergelijking met niet-lezers beter geïnformeerd zijn en zich daardoor beter staande kunnen houden in de maatschappij. [...] En ten slotte, niet onbelangrijk: het lezen van boeken is buitengewoon plezierig en draagt daardoor bij aan persoonlijk geluk en welbevinden.

[...]

Er zijn in de loop der jaren talloze onderzoeken gedaan naar de impact van het lezen van boeken, vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals de letterkunde, de (neuro)psychologie en de economie. 
Door een groot aantal van deze onderzoeken te combineren, ontstaat een helder overzicht van het effect van het lezen van boeken. Uit de analyse van de beschikbare data komen vier thema’s steeds weer naar voren: burgerschap, werknemerschap, gezondheid en zingeving. Voor elk van deze thema’s is in beeld gebracht waarom de positieve effecten niet alleen van invloed zijn op het individu, maar ook op de maatschappij.

1. Burgerschap
Voor de samenleving is het belangrijk dat mensen zich gedragen als goede burgers en hun steentje bijdragen. Mensen die rekening houden met elkaar, begrip tonen voor de ander en ook naar anderen omkijken. Het is aannemelijk dat het lezen van boeken in het algemeen en literatuur in het bijzonder bijdraagt aan de ontwikkeling van de motivatie en de vaardigheden die daarvoor nodig zijn.
[...]
De vaardigheden die mensen ontwikkelen of versterken doordat zij lezen, dragen kortom bij aan de manier waarop zij de wereld om hen heen begrijpen en de wijze waarop zij zelf een bijdrage leveren. In de huidige samenleving is dat belangrijk voor de verbinding tussen mensen. Kennisnemen van andere werelden, anderen willen begrijpen, ontmoeting en contact zijn nodig in het doorbreken van echokamers en filterbubbels. En ook de participatiesamenleving ontstaat niet vanzelf. Inlevingsvermogen, empathie en een positief zelfbeeld verlagen de drempel om zelf in actie te komen.

2. Werknemerschap
[...]
Samengevat: digitalisering op de arbeidsmarkt vraagt om andere vaardigheden. De arbeidsmarkt globaliseert, wordt competitiever en krijgt de vorm van een netwerkomgeving. De nieuwe banen vragen om vaardigheden als empathie, creativiteit, leiderschap en kritisch denken. Vaardigheden die je met lezen verwerft of versterkt. Of die je zelfs meer ontwikkelt met lezen dan met andere activiteiten, zoals het denken in scenario’s.

3. Gezondheid
Het lezen van boeken leidt niet uit zichzelf tot een betere gezondheid, maar uit onderzoek blijkt dat er wel een sterke correlatie bestaat tussen het lezen van boeken en gezondheid. Lezers hebben ruim 25 procent meer kans om gezond te zijn dan niet-lezers, ook als dit gecorrigeerd werd voor zaken als opleiding, inkomen en leeftijd. [...]

4. Zingeving
Laten we het belangrijkste van lezen niet over het hoofd zien: lezen doen we vooral omdat we er plezier aan beleven. De een leest om zich te verliezen in een boeiend verhaal en zich mee te laten slepen naar een andere wereld, de ander leest om zich vrolijk te maken of om troost te vinden, weer iemand anders pakt een boek om er iets van op te steken. Allemaal redenen die maken dat je een boek pakt om je leven op een plezierige en zinvolle manier invulling te geven.

[...] Slechts zes minuten lezen is genoeg om het stressniveau met twee derde te verminderen.

Mensen gebruiken het lezen van boeken ook als afleiding of troost. Wanneer mensen iets moeilijks meemaken, kan het helpen om te lezen over fictieve personages die in een vergelijkbare situatie zitten. [...]

Onderzoek wijst verder uit dat het lezen van boeken een positieve invloed heeft op het voorstellings- en inlevingsvermogen van mensen, dat op zijn beurt weer bijdraagt aan het persoonlijk welbevinden en het ervaren van geluk.

Ten slotte heeft het lezen van boeken effect op het zelfbeeld. Door ons in te leven in de personages, zijn we even niet gebonden aan de restricties van ons ‘zelf’ en kunnen ons inbeelden dat we wie ook maar zijn. Dit helpt de grenzen van wat je denkt over jezelf op te rekken, stellen de onderzoekers.

Lezen leidt kortom op een heel directe manier tot geluk: het biedt positieve ervaringen. Mensen lezen voor hun plezier. Door het specifieke fenomeen van meegesleept te worden, draagt lezen ook bij aan vaardigheden die verband houden met een ‘gelukkiger’ leven. Ontspanning, goed kunnen omgaan met emoties en met druk, een hogere emotionele intelligentie en een positief zelfbeeld zijn zaken die bijdragen aan het persoonlijk welzijn.

De bronverwijzingen zijn indrukwekkend, zij het grotendeels Engelstalig.
Daar worden we óók stil van, toch?

Ik ga meteen weer een boek lezen.
Bovenop mijn stapeltje: Bas Haring, Waarom cola duurder is dan melk. Daaronder: Alex Boogers, De lezer is niet dood. Net gelezen: Bart Moeyaert, Tegenwoordig heet iedereen sorry.












donderdag 28 maart 2019

Sorry

... dat ik besta: een frase die de laatste decennia veel wordt gebruikt en afkomstig is van Annie M.G. Schmidt, in een liedje dat gaat over het ontbreken van liefdesliedjes voor homo's. Mooi vertolkt door o.a. Jeroen Willems, Willem Nijholt en Johan Verminnen.
De frase is overgewaaid naar andere contexten en mogelijk heeft het Bart Moeyaert door het hoofd gespeeld toen hij zijn verhaal Tegenwoordig heet iedereen sorry schreef. Het verscheen op 2 oktober 2018 en trok direct veel aandacht. Het is genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs 2019 en inmiddels al vertaald in het Duits, Frans en Italiaans.

Begrijpelijk. Heel knap hoe Bart Moeyaert in het hoofd kroop van verteller Bianca, een tegen de puberteit aanleunend meisje (vermoedelijk twaalf jaar) dat zich het liefst onzichtbaar maakt en heel weinig zegt. In tijd beslaat het verhaal een zomerdag, van 's morgens tot einde middag, aan het begin van de vakantie. Toch krijgen we in 60 hoofdstukjes, waarvan slechts één terugblikt op vroeger (55), een helder en navrant beeld van waarom en hoe. Het wordt verteld als een live verslag, in de onvoltooid tegenwoordige tijd, en wel zo goed dat de discrepantie tussen de zwijgzaamheid van de jonge verteller en het welsprekende relaas niet stoort. Ze sleurt je het verhaal in.

Ik blijf hier niet. Van dat gegiechel met z'n tweetjes wordt het altijd een beetje zwart voor mijn ogen.
Ik sla op mijn broekzak.
Heb ik mijn sleutel bij me?
Ja.
Ik maak onze huisdeur open. Daarna trek ik de deur achter me dicht.
Ik wil niet dat je denkt dat ik boos ben, maar ik vind het niet erg dat je denkt dat ik boos ben.

Iedere samenvatting doet dit verhaal te kort. Zoals in ieder goed verhaal doen de woorden ertoe en de beste samenvatting is het verhaal zelf. Sommige hoofdstukjes zijn een samenvatting op zich, zoals het ultrakorte 32.

Soms is de prop in mijn keel klein.
Soms is hij er niet.
Heel soms is hij reusachtig.
Nu is het heel soms.

Om toch een idee te geven maak ik enkele observaties en geen sluitend vertoog, om het verhaal zo min mogelijk te kort te doen.
Bianca heeft een nogal druk broertje van negen met een zwak hart - hij heeft er ooit een operatie aan ondergaan en krijgt het vaak benauwd, zijn beademingsapparaat staat klaar achter de sofa. Het helpt niet dat Alan van nature ook nog eens een druktemaker eerste klas is. Kortom, hij vergt en krijgt veel aandacht van hun moeder.
Vader is het huis uit en woont samen met ene Cruz, een jonge Spaanse vrouw, in een woongemeenschap. We krijgen hem het hele verhaal niet in beeld, behalve in voornoemde terugblik.

Ik citeer een stukje uit hoofdstuk 2.

Achter mijn rug doet de magnetron ping, maar toch zet mijn moeder niets op tafel.
Ze gaat zitten en plant haar ellebogen naast haar bord. Ze zegt dat ze iets met ons wil bespreken.
'Rustig', zegt ze tegen Alan, en ze houdt haar hand voor zijn gezicht, alsof hij al te veel heeft gepraat, terwijl Alan heel rustig is en stilzit en ademt.
Ze pakt zijn mes en zijn vork af.
Daarna zet ze haar ellebogen weer op tafel en legt ze haar kin op haar handen. Ze kijkt van mij naar een vlek op het tafelblad, hij heeft de vorm van een vis.
Ze haalt diep adem en zegt dat mijn vader en zijn Cruz het anders willen aanpakken dan vroeger.
Ik zeg: 'Mama, doe eens zonder inleiding.'
Zonder inleiding zegt ze dat papa en zijn Cruz mij onhandelbaar vinden.
Dat is geen nieuws.
Het voorstel dat erop volgt is wel nieuw.
Ze zouden het gemakkelijker vinden als ik niet meer elke week het weekend bij ze zou doorbrengen. Ze denken dat om de twee weken beter zou zijn. Of om de drie. Ze denken dat ik dat zelf ook liever heb.
Wel?
Het klinkt niet als een voorstel. Het klinkt als iets wat we gaan doen.
Toch willen ze weten wat ik ervan denk.
Ik kijk van mijn moeder naar het witte bord voor me.
Er ligt niks op, maar hallo: kijk eens goed. Er ligt ineens een stuk taai vlees waar ik niet om heb gevraagd.
Ik zeg: 'Ik ben niet onhandelbaar. Ik ben alleen een beetje lastig soms.'
'Het zijn niet mijn woorden, Bianca', zegt mijn moeder.
'Nee,' zeg ik. 'Maar je zou ze kunnen tegenspreken.' Mijn stem trilt.

Dit maakt voor de oplettende lezer meteen veel duidelijk. Net als hoofdstukje 42, maar daaruit ga ik niet citeren, lees zelf maar. Net als zo'n mooi stukje op p. 54, in hoofdstukje 24:

Ik doe mijn armen over elkaar, en ik breng mijn linkerhand naar mijn wang. Wat is mijn hoofd zwaar.
Ik kijk om me heen zoals Ilona naar het café kijkt als ze er niet helemaal bij hoort. Haar blik is dan altijd een beetje geschokt, alsof ze denkt: wat doe ik híér?

Halverwege de dag (begint in hoofdstukje 9) komt actrice Billie King, de Ilona uit de serie Hier bij ons, op bezoek, met haar zoon Jazz. Zowel Bianca als haar moeder zijn bewonderaars. De visite verloopt met enige strubbelingen. Alan en Jazz zijn heel erg druk, bijvoorbeeld met (droog)zwemmen in de tuin. En als moeder ze nat wil spuiten, blijkt de slang lek en wordt ze vooral zelf nat. Heisa.
Tussendoor maakt Billie, die Bianca met aandacht bekijkt, een opmerking die Bianca hartverwarmend vindt: ze is een 'merkwaardig meisje' (p. 81), en dat bedoelt ze positief en staat in een hartverscheurende kleine scène. Bianca krijgt van Billie de aandacht die ze mist bij haar moeder (zie ook hoofdstukje 34).
Later komt ook nog Billie's vriendin Malika langs, die in Hier bij ons de snel uit de serie geschreven halfzus van Ilona speelt, Dagmar.
Bianca heeft een doos met foto's gevonden onder moeders bed. Ze knipt daar alle afbeeldingen van zichzelf uit. Daar krijgt ze echter spijt van als moeder na alle gedoe rond Alan haar liefdevol behandelt. Ze plakt zichzelf er weer in en schrijft er een briefje met een tekening bij: sorry. Sowieso tekent ze graag. ('Ik ben heel goed in het tekenen van bloemen en planten die niet bestaan.')
Om zich onzichtbaar te maken heeft ze een schuilplaats, een rommelig stukje tuin achter het kippenhok van de buren, toegankelijk via een smalle spleet bij hun tuinpoortje. Met een verborgen 'oud koekblik' waarin fotoboekjes, potloden, een schaar en een schriftje. In hoofdstuk 51 trekt ze zich daarin weer eens terug.
O wacht, eerst heeft ze prachtig versierde glazen met cocktails gemaakt, maar het uitserveren loopt in het honderd door het gedoe met de jongens. Ze wordt er zo boos om dat ze bijna de pan met krieken door de keuken gooit. Ze staat op een stoel met de pan in haar handen als Jazz binnenloopt en haar ziet. Dat houdt haar tegen. Ze zet de pan weer op het fornuis en trekt zich terug.

Mama zegt graag dat ik op haar lijk, toen zij zo oud was als ik. Ze noemt me graag woest. Maar hallo / hoe zit dat? Ze zegt ook graag dat Alan op haar lijkt, toen ze negen was.
Zij smeet vroeger met de deuren. Zij trok stoelen omver.
Ze vertelt trots dat ze met haar laars een keer een gat in de muur heeft geschopt. Toen zij negen of twaalf was, vloog er wel eens een bord door de kamer.
Maar luistert ze ooit naar mij?
Is het ooit bij haar opgekomen dat ik niet stil ben, maar wel stil dóé?
Er is geen plaats voor mijn lawaai.
Ik loop het zwembadje van Alan voorbij.
In de schaduw van de struiken en de bomen laat ik me met mijn rug tegen de muur naast ons tuinpoortje vallen.
Ik wacht niet tot ik rustiger word.Daar ga je, Bianca, zeg ik tegen mezelf, en ik duw mijn lichaam tussen de heg en de muur.

Ja, alleen wordt juist dan, op dat moment, het kippenhok afgebroken. (Al aangekondigd door buurvrouw in hoofdstukje 18.) Weg geheime plek. Het lijkt wel of dat een kantelmoment is. Vooral als haar moeder zegt dat ze zo graag zou willen dat ze erbij bleef als er van die moeilijke ogenblikken met Alan zijn.

Nou ja, dit zijn maar enkele observaties, er vallen er veel meer te maken over dit buitengewoon rijke verhaal. Zoals die mooie vondst om Bianca nog een zelfverzonnen naam mee te geven: Perdón. Zo stelt ze zich voor aan Billie. Het is Spaans voor: pardon, sorry.
Lezen, dit schitterende verhaal!



Moeyaert, Bart. Tegenwoordig heet iedereen sorry. Querido, 2018. ISBN 978 90 214 1515 4, 134 p. E-boek: ISBN 978 90 214 1514 7.

PS. Op 2 april werd bekend dat Bart Moeyaert de Astrid Lindgren Memorial Award is toegekend.













dinsdag 19 maart 2019

Te mooi om waar te zijn

Onder deze fraaie titel organiseert Stichting Lezen een symposium in de reeks Lezen Centraal, op 10 april in Utrecht, TivoliVredenburg.

De mensen van SL zijn erin geslaagd een aantrekkelijk programma te maken en zowaar (dat is de stichting wel toevertrouwd) met veel aandacht voor jeugdliteratuur.
Sterker nog, jeugdliteratuur speelt de hoofdrol. Toonzettende lezingen door Joke Hermsen en Bas Maliepaard, illustrator Kris Nauwelaerts, de kinderboekambassadeux (geen tikfout) Hans en Monique Hagen, en ook de deelsessies zijn gericht op mensen uit primair en secundair onderwijs.

De prijs vind ik aan de hoge kant: € 190,-. Voor deelnemers die soms niet kunnen declareren, zoals 'medewerkers in de kinderopvang, leraren (po t/m hbo)' (deel van de beoogde doelgroep) is dat mogelijk een beletsel.
Maar studenten kunnen op vermelding van het nummer van hun collegekaart, een kaartje voor € 40,- bemachtigen. Da's dan weer mooi.



woensdag 13 maart 2019

Kinderboekfestival

Nee, ik ben er niet geweest, maar afgaand op het filmpje dat op de website van het Mooie Kinderboekenfestival staat, is dat een heel spektakel. Jammer alleen dat het filmpje wordt begeleid door stampende muziek, slechts onderbroken door korte interviewtjes. Ik had graag ook het geluid van het festival gehoord in plaats van een hey hey roepende groep zangers.

Het is een bijzondere en heel moderne vorm van leesbevordering, ver uitstijgend boven het concept van een tuperwareparty. Vermaak en nog eens vermaak, zelf dingen kunnen doen, dat is de lokker. Tussendoor voorleessessies, en kennismaking met een selectie kinderboeken.
Kennelijk waren de eerste (21 mei 2017) en de tweede editie (27 mei 2018, het filmpje geeft een indruk) een groot succes, want voor 2019 worden er drie festivals aangekondigd: 26 mei in Amsterdam (Tolhuistuin), 16 juni in Den Bosch (Verkadefabriek) en 23 juni in Hoogeveen (Tamboer).

Het Mooie Kinderboekenfestival is bedoeld voor 'kinderen van 4 tot en met 10 jaar, en hun ouders, verzorgers, opa’s, oma’s, ooms en tantes'. En ik citeer verder:

Ieder jaar verschijnen er veel nieuwe kinderboeken, die zich afspelen in spannende, grappige, interessante of geheimzinnige werelden. Achttien van deze mooie kinderboeken komen tot leven tijdens de derde editie van Het Mooie Kinderboekenfestival. Na twee uitverkochte edities in Amsterdam, breidt het Mooie Kinderboeken-festival zich in 2019 uit naar Den Bosch en Hoogeveen.

De ontdekkingsreis langs achttien kinderboeken voert bezoekers door alle hoeken, zalen en gangen van de festivallocatie, zowel binnen als buiten. 

Zo kunnen de kleinste bezoekers in een reusachtig doolhof op zoek gaan naar de verstopte olifant uit Heb jij misschien olifant gezien? of de Konijnentango leren dansen op een spiegelvloer. Oudere kinderen mogen stop motion filmpjes maken in het sprookjesachtige decor van Vosje, of opstijgen in een heuse raket en leren over het ontstaan van de aarde in Het hele soepzootje. Kinderen vanaf acht jaar worden rechter voor een dag in de rechtbank van De Zweetvoetenman of volgen een workshop graffiti spuiten rondom het bizarre boek ZEB.

Aanwezige schrijvers en illustratoren zijn onder anderen Marije Tolman, Janneke Schotveld, Koos Meinderts en Hans & Monique Hagen. Het volledige programma is medio april op deze website te vinden.

De selectie van achttien festivaltitels is dit jaar gemaakt door Mylo Freeman (schrijfster), Bas Maliepaard (recensent) en Merel de Vink (Leesvink).

Door wie:

Het Mooie Kinderboekenfestival wordt georganiseerd door Stichting Kleine Lettertjes in coproductie met Paradiso, De Verkadefabriek en de Bibliotheek Hoogeveen en mede mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds, het VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds 21, het Amsterdams Fonds voor de Kunst, Stadsdeel Noord, Gemeente Den Bosch en Gemeente Hoogeveen. Het festivalbeeld werd ontworpen door illustrator Noëlle Smit.

Een bijzonder initiatief van Stichting Kleine Lettertjes, die ten doel heeft: 'De Nederlandstalige jeugdliteratuur en haar rijkdom onder de aandacht brengen'.
Lijkt me een mooi doel.