Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Nieuws jeugdliteratuur en leesbevordering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuws jeugdliteratuur en leesbevordering. Alle posts tonen

dinsdag 3 november 2026

Karl May

De Karl May Vereniging is opgericht in ...
 
Tja, je zou bijna denken, even na het overlijden van Karl May in 1912. Zo pakweg jaren '30, toen mensen afleiding nodig hadden omdat de alledaagse werkelijkheid wat tegenviel, voorzichtig uitgedrukt. Per slot werd de Karl-May-Stiftung al in 1913 opgericht en een eerste museum kwam er in 1928.
 
Wie was Karl May ook alweer? Oudere lezers zullen het weten: de schepper van verhaalfiguren als Winnetou, Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi. Reeksen goedverkochte verhalen over deze figuren, gesitueerd in landschappen waar de verbeeldingsrijke auteur zelf nooit was geweest. In Nederland deden Jan en Paul Nowee het nog eens dunnetjes (en katholieker) over met hun Arendsoog-reeks. Er kwamen decennia, jongens en meisjes, dat kinderen cowboytje speelden en achter elkaar aanrenden met namaak- of denkbeeldige pijl-en-bogen. Tevens de tijd dat kinderen nog buiten speelden, kom daar nog eens om.
 
Zéker een tijd voor een Karl May-vereniging, zou je denken. Dromen over avonturen in uitgestrekte prairies, ongehinderd door associaties met uitbuiting en kolonialisme. Want die kwamen later, toch?
 

 
Maar nee, de (Nederlandse) Karl May Vereniging werd opgericht in 2006, net een jaar voor de lancering van de iphone! En die vereniging (van vooral mannelijke verzamelaars) bestaat in 2026 dus twintig jaar! Het feest vindt (vond) plaats op 7 november in De Bron, Vogelplein 1 Amersfoort, van 9 tot 3 en op 26 april werd oprichter en spil Frits Roest het erelidmaatschap toegekend!
Het zij ze gegund. 
 

maandag 2 november 2026

Gouden Boekjes over Nederlands UNESCO Werelderfgoed

Er komt een reeks Gouden Boekjes over Nederlands UNESCO Werelderfgoed. De Stichting Werelderfgoed Nederland gaat samen met Uitgeverij Rubinstein erfgoedlocaties tot leven brengen voor kinderen en hun (groot)ouders, in woord en beeld.
 
De (oorspronkelijk Amerikaanse) Golden Books bestaan sinds 1942. In Nederland verschenen ze als Gouden Boekjes vanaf 1953 bij de Bezige Bij. Ze verdwenen een tijdje van de markt, maar vanaf 2001 worden ze opnieuw uitgegeven, nu door Rubinstein. Onderwerpen in de reeks met werelderfgoed: de Beemster, de Wadden, het Woudagemaal in Lemmer, het Planetarium in Franeker, Schokland, de Kolonie van Weldadigheid, de grens van het Romeinse rijk de Limes, een fort en molens. 
Eerste uitgave (als 'Luxe Gouden Boekje'): Hoe Jan aan zijn naam kwam. De naam van de auteur staat niet op de voorkant: Peter Smit. Raadselachtige titel. Gaat over droogmakerij De Beemster.
 

De geschiedenis van de Gouden Boekjes is te vinden in Golden legacy, how golden books won children's hearts, changed publishing forever, and became and American icon along the way door Leonard S. Marcus (Golden Books, 2007), en over de Nederlandse historie vertelt Joke Linders in Ik hou zo van ... de Gouden Boekjes, het verhaal van de Gouden Boekjes in Nederland (Rubinstein, 2010).
(E.e.a. met dank aan Jeannette Kok, die hierover schreef in haar Nieuwsbrief over de geschiedenis van kinderboeken en centrsprenten.) 

dinsdag 27 oktober 2026

Shortlist Jenny-Smelik IBBY-prijs

Wat in 1983 bijna vanzelf sprak, doet dat nu iets minder. 
Het aantal mensen dat zich bedreigd voelt door mensen met een andere huidskleur en/of taal dan zij hebben, is toegenomen. Het aantal mannen dat zich bedreigd voelt door zelfstandige vrouwen is ook toegenomen. Vaak horen die mannen tot de in vorige zin genoemde mensen. Angst voor alles dat verandert? Afijn, er zijn veel opstellen over geschreven.
Dus een prijs voor jeugdliteratuur 'waarin etnisch-culturele diversiteit vanzelfsprekend aanwezig is en de representatie authentiek' was in 1983 nog geen steen des aanstoots. Nu misschien wel, hier en daar. Helaas. Des te meer reden om met publiciteit zo'n prijs te steunen.
 
Zo'n prijs is er in Nederland en draagt de wat moeizame naam Jenny Smelik IBBY-prijs. Opgericht in 1983. Die naam heeft te maken met het legaat dat de inmiddels overleden (en zo goed als vergeten) auteur Jenny Smelik-Kiggen.naliet en dat IBBY Nederland mede in staat stelt de prijstoekenning en -uitreiking te organiseren. Zie hier voor de lijst bekroonde auteurs.
 
 
 
Voor komende uitreiking (30-10) is er een shortlist bekendgemaakt:
 
Het begon met peper
Marrit Boogaars, Annemiek de Groot, Juul Lelieveld, Liesbeth Rosendaal & Dido Drachman (ill.) (Gottmer, 2025) (besproken in dit blog, zie hier)
 
Alle dingen die mijn opa stiekem is
Gerson Main & Hedy Tjin (ill.) (Querido, 2025)
 
Het meisje met de zaadjes in het haar
Nancy Bosmans & Lisa van Winsen (ill.)(Condor, 2025)
 
Wij zijn Palestijnen
Reem Kassis & Noha Eilouti (ill.). Vertaald door Zainab Zamil (Wilde Haren, 2025)
 
In de kleur van de zon
Milouska Meulens & Floor Tinga (samenstelling) & diverse auteurs en illustratoren (Querido, 2025)
 
Daar waar werelden botsen 
Danielle Jawando. Vertaald door Nhomy Mettendaf (Moon, 2025) 
 
Op 30 oktober wordt bekendgemaakt wie de winnaar is. De jury bestaat deze keer uit Dalila Bakir, Eun Jung Blackburn, Marley Bakboord, Mohamed Metalsi, Zuwena Elshot en Martine Schaap.



IBBY, International Board on Books for Young people, 
 
is a non-profit organization which represents an international network of people from all over the world who are committed to bringing books and children together.
 
Hoewel er enkele individuele leden zijn, wordt de organisatie gedragen door 84 landensecties. Een prachtig groepje, waartoe zowel de VS als Rusland horen, zowel Armenië als Azerbaidjan, en zowel Iran als de Verenigde Arabische Emiraten. In Nederland is Stichting IBBY Nederland de sectie, in België zijn het Iedereenleest(.be) en de Service Littérature jeunesse & bande dessinée (livre.cfwb.be).
 
NB. d.d. 30-10-2026: winnaar werd Daar waar werelden botsen. Eervolle vermelding ging naar Wij zijn Palestijnen.

zondag 11 oktober 2026

Oeuvreprijs voor Jutta Richter

De laatste titel van Jutta Richter in Nederlandse vertaling was De oorsprong van alles (Brandaan, 2009). Daarvoor nog De witte kat of hoe ik de eeuwigheid verloor (Lannoo, 2007). 
Kennelijk viel of valt haar werk niet erg in de smaak bij uitgeverijen in het Nederlandse taalgebied. Nochtans is ze een in Duitsland met prijzen overladen en productieve auteur, die vanaf 1978 van haar werk leeft. In 2025 verscheen bij Hanser Verlag haar meest recente titel, Rabenkonzert. Gedichte für kleine und große Menschen, 
 
Ze ontving in oktober 2026 de Sonderpreis Gesamtwerk des Deutschen Jugendliteraturpreises. Het levert haar eer, roem en 12.000 euro op. De prijs werd (als altijd) uitgereikt tijdens en op de Frankfurter Buchmesse.
De prijs wordt beheerd en uitgereikt door het (Duitse) Dachverband Jugendliteratur.



Uit het juryrapport:
 
Mit großer Konsequenz erzählt sie aus der Perspektive von Kindern und Heranwachsenden und nimmt deren Erfahrungen, Ängste und Konflikte ernst. Ihre Figuren geraten oft unverschuldet in herausfordernde Situationen, erfahren Missachtung, Gewalt, Verlust oder Verrat und finden dennoch ihren eigenen Weg. Jutta Richter verweigert sich Beschönigungen und einfachen Lösungen. Sie traut ihrer Leserschaft die Widersprüchlichkeiten dieser Welt zu, steht dabei aber immer auf der Seite der Kinder.

In einer ruhigen, verdichteten und zugleich poetischen Sprache kombiniert Jutta Richter psychologische Genauigkeit mit philosophischen Fragen. Freundschaft und Loyalität, Schuld und Verantwortung, Zugehörigkeit und Ausgrenzung verhandelt sie in all ihrer Komplexität. Der sensible Blick auf die Natur und Tiere sowie eine wiederkehrende Bildsprache, in der Landschaften, Wasser und Farben auch seelische Zustände spiegeln, prägen Jutta Richters einzigartigen literarischen Kosmos. Selbst gewichtige Themen werden darin wieder von Komik und Leichtigkeit durchzogen. 

vrijdag 9 oktober 2026

Debilisering

Vooruit, dit is echt uit mijn hart gegrepen, vooral het einde:
 
Met groep 7 lopen we dwars door Rotterdam, naar het stadhuis, voor een les over de lokale democratie. We betreden het imposante gebouw, gaan langs de beeldhouwwerken in de marmeren hal. De kinderen mogen plaats nemen aan de grootste vergadertafel van Rotterdam.

Wie is hier al eens geweest? vraagt de docent van ProDemos. Alle kinderen die bij afdeling Burgerzaken een paspoort hebben opgehaald steken hun hand op. We luisteren geduldig naar elk van hen. De kinderen die met hun ouders mee zijn geweest voor een uitkering houden daarover wijselijk hun mond.

Volgende vraag. Wat denken jullie dat hier gebeurt? Vertwijfeling. De klas bungelt. Een aantal vingers die allemaal een slecht antwoord geven. Iets met besluiten nemen. Meningen geven. Maar het is allemaal goed, of bijna goed want de lat ligt laag, zoals altijd. We wachten tot de les begint. Maar die begint niet. Een kostbaar kwartier verstrijkt.

En dan spelen we een spel waarbij we Rotterdam mogen volzetten met ziekenhuizen, scholen, of voetbalvelden, of woontorens. Een aantal kinderen vraagt nog wijselijk: wie gaat ervoor betalen, maar die vraag blijft onbeantwoord in de lucht hangen. Geld is er oneindig, er hoeft niet gekozen te worden. Politiek moet wel leuk blijven.

Het was zo’n dramatisch gemiste kans voor open doel, dat ik naar buiten wilde rennen om daar ter plekke op de Coolsingel naar Frans voorbeeld een Nederlands protest af te trappen. Voor goed onderwijs. In deze statige vergaderzaal, die is gevuld met de ernst van de macht, laten we een klas kinderen die van toeten noch blazen weten door elkaar tetteren.

En dit is een patroon. Ik zag bij de Erasmus Universiteit een filosoof met diepe kennis, die niet in staat was om die over te dragen aan een collegezaal vol kinderen omdat in Nederland altijd de dwingende neiging heerst om eerst de leek aan het woord te laten. Liefst een kind.

Niet dat die iets interessants zeggen. Het is een veelvoorkomend misverstand dat kinderen een soort pure verheven wezens zijn, die allerlei wijsheden debiteren, in plaats van dat ze met precies dezelfde zelfoverschatting dezelfde denkfouten maken als de rest van ongeïnformeerd Nederland. Maar toch laten we ze steeds eerst aan het woord. Want hiërarchie is een doodzonde. Interactie is heilig. En iedereen moet altijd iets kunnen zeggen.

Je ziet het terug in de tientallen onderwijslespakketten van organisaties die menen dat ze iets moeten met onderwijs. Van ZuivelNL tot het Oogfonds en van de slagers tot de uitvaartsector, ze hebben allemaal een lespakket gemaakt. En een heleboel daarvan zijn serieus noch ambitieus. Er is altijd iets met een filmpje, een quiz, een spelletje, Het moet vooral lollig blijven, niet schools. Kennis is saai. Altijd een obligaat werkblad, want de kinderen moeten lekker zelf aan de slag. Er is altijd en eeuwig de noodzaak om groepjes te vormen, waardoor het niveau structureel afdaalt tot de zwakste schakel. Want iedereen moet meedoen.

En vrijwel altijd wordt de gastdocent geïnstrueerd om vooral de kans te laten liggen op een goede eerste indruk, maar te beginnen met de vraag wat de leerlingen zelf al weten. „Wie heeft er al een bankrekening?” vragen de bankiers. „Wat weten de leerlingen al over afvalverwerking?”, vraagt de afvalbranche. „Schrijf alles op waar je bij het woord ‘molen’ aan denkt”. Letterlijk. Zie daar de complete debilisering van een generatie door ze vooral eindeloos naar elkaar te laten luisteren.

Maar zelfs bij gewichtige onderwerpen, de seksuele voorlichting tijdens de Week van de Lentekriebels van Rutgers en de GGD, waarbij er toch echt dringend behoefte is aan een volwassene met gezag die gewoon de feiten vertelt, moeten leerlingen vooral met elkaar het gesprek aangaan over wat ze al weten over menstruatie, seks en puberteit. Quelle horreur.

Het onderwijs zelf stapte grotendeels weer over op gewoon directe instructie. Lesgeven zeg maar. Maar in de rest van Nederland woekert het onderzoekende leren door, op de kaalgeslagen postmoderne vlakte van onze samenleving, waarin iedereen en niemand meer gelijk heeft en kennisoverdracht een doodzonde is.

En echt, er zijn allerlei bedreigingen voor het onderwijs, maar deze diepe overtuiging is misschien wel de belangrijkste. Ik smeek iedereen die een keer voor een klas staat: til die kinderen op. Vertel ze wat je weet. Hun breinen zijn er klaar voor. In vredesnaam: pak de kans en laat ze iets ingewikkelds zien, iets spannends, iets ernstigs. Weersta de neiging om lollig te doen, af te dalen naar hun niveau, maar houd ze iets boven het hoofd. Daar groeien ze van.
 
Dit was een column van Rosanne Herzberger, in NRC 8-10-2026. Herzberger, ja die voor NSC in de Tweede Kamer zat. Hoe kwam ze er in vredesnaam toe...? Een denkfout van een ongeïnformeerd mens? Of een beetje verliefd op Pieter Omtzigt...?

maandag 5 oktober 2026

Bokkeprop

Kijk eens, omdat het Kinderboekenweek is, in de Volkskrant 3-10-2026 zomaar een zeer genietbaar gedicht bedoeld voor kinderen, in de beste traditie van Buddinghs Blauwbilgorgel en Carrolls Wauwelwok.
 
Stork de Hombaar

Daar heb je Stork de Hombaar
Met zijn karmeloten kop
Twee schuivers aan zijn poten
En een pens vol bokkeprop

Daar heb je Stork de Hombaar
Dus berg je maar het zwart
’t Is Daverdag dus haast je wat
Want Stork snakt naar kinderhart

Daar is Storkie met zijn lokdoos
En met zijn plurk vol lijm
Zodra hij jou hoort adembeven
Zal ie drietraps bij je zijn

Dan viest hij jou met bagge nagels
Uit het kolfje van je slaap
En klokt je zonder kindervragen
In de zakhuig van zijn raap

Daar zit jij in het darmenduister
Van Stork de Hombaars barre lurven
Je zal hard om bijstand smuilen
Maar geen aardvader zal durven

Stork de Hombaar klopt zijn basthaar
En keleboert een dikke lucht
En zo, mijn lieve, lieve kleine,
Blaas jij je allerlaatste zucht.

Slotsom:

Komt Stork de Hombaar op het plat
Spoor dan maar je hazenpad
En koers vliegend heterdaad
Naar een ander dageraad

En mocht je vragen: ‘Is dit echt echt?’
Peer Wittenbols zélf heeft het gezegd!


Het is dan ook van Peer Wittenbols. In het origineel stond zowel digitaal als in de krant vrazen i.p.v. vragen, maar dat zal een slordigheid zijn.
Het kan zó op muziek gezet worden! Kijk, Jeroen Dera, dit is ook poëzie.
 

zondag 4 oktober 2026

'Wat me daar heeft geholpen, is het lezen van kinderboeken'

Een citaat uit een interview met Lucas Rijneveld in de Volkskrant 03-10-2026. Dat interview gaat uiteraard over zijn nieuwe dichtbundel Als zee uit hond, maar ook over zijn leven. Hij (nu hij, ooit zij en over de invloed van hormonen gaat het ook) trok zich een tijd terug uit 'het literaire leven', en deed intussen van alles, van hulp bij een fietsenmaker tot tuinman.
 
‘Ik ben in één tuin begonnen en toen ging het via via. Eerst in Utrecht en daarna in Bilthoven en Soest. Mensen waren zo blij met me, ik kreeg koffie en een gevulde koek. Ze leken blijer dan als ik met een nieuw boek kom.’ 
 
Verder ging hij op reis, woonde een tijdje in Frankrijk, trok daarna naar Berlijn. 
 
'Dat was moeilijker, want daar was ik alleen in een grote stad en moest ik het zelf uitzoeken. Dat viel tegen, maar ik heb er veel van geleerd, ook om beter op mijzelf te leren vertrouwen.
Wat me daar heeft geholpen, is het lezen van kinderboeken. In het appartement lag De griezels van Roald Dahl. Toen ik dat herlas, werd ik zo blij. Daarna ben ik alles van Joke van Leeuwen, Astrid Lindgren en Tonke Dragt gaan lezen, en daarna ook vertaalde kinderboeken, zoals Jefferson van de Franse schrijver Jean-Claude Mourlevat. Over een egel die naar de kapper gaat en de kapper op de grond vindt met een mes in zijn borst. Daarna wordt hij door iedereen verdacht en gaat hij daarom zelf uitzoeken wie de dader is. Ik moest vaak hardop lachen, vooral om de boeken van Van Leeuwen, die zijn zo grappig en spitsvondig. Dat was heerlijk.
Want daarvoor las ik eigenlijk alleen nog maar om mijn eigen werk beter te maken, of als iemand een quote nodig had.
Zodra de roman waarmee ik nu bezig ben af is, wil ik zelf een kinderboek gaan schrijven, en dan het liefst een reeks. Dat vind ik het leukst om te lezen.’

(Foto Valentina Vos.)
 
We kunnen dus nog iets moois verwachten, als het goed gaat!

vrijdag 2 oktober 2026

Wanhopige sandwich

Volgens Tamar van Gelder, hoofdredacteur Lezen, komt er alleen een 'bloeiende leescultuur op school' als er een 'leercultuur' is, jawel, met de r van leren maar dat kán een akelig tikfoutje zijn, 'waarin lezen door de hele organisatie heen leeft; niet als project van een enkele bevlogen leraar, maar als gedeelde verantwoordelijkheid'.
Zij 'noemt dat graag het sandwichmodel'. 
En somt op:
- de 'lezende leraar, die zelf leest en dat voorleeft in de klas' 
- de onderwijsassistent 'die interactief voorleest en zo'
- de leescoördinator, die 'verbindt tussen leerkrachten' en 'tussen school en bibliotheek'
- de schoolleider, die zelf leest en 'leesbevordering zichtbaar prioriteert'
- de schoolbestuurder, die 'leesonderwijs op de bestuurstafel houdt en er middelen voor vrijmaakt'
- 'en liefst ook een bibliothecaris, die de school met de wereld van boeken, verhalen en de openbare bibliotheek verbindt'.
 
'Alleen dan wordt het geen halfbakken tussendoortje, maar een echt goed belegde, stevige sandwich.' 
 
Toe maar. 
Zou het nog wat worden, met die leesbevordering op school? 
 
Het komt uit het redactioneel van Lezen 2026-3 en in dat nummer staat ook iets opwekkender kost dan die stevige sandwich (van bruin brood natuurlijk). Zo wijst Mirjam Noorduijn erop dat er in Zweden een actie gaande is 'fran skärm till pärrn', 'vrij vertaald van scherm naar boek', die overigens nog geen meetbare resultaten heeft voortgebracht maar wel refereert aan de wijdverbreide opvatting dat de verkleefdheid aan schermpjes funest zou zijn voor leesvaardigheid. En een leuk interviewtje met Harmen van Straaten, die het Prentenboek van de Kinderboekenweek maakte: Herrie in de tent.
En zo meer.
 
 
Lezen is het kwartaalblad van de (Nederlandse) Stichting Lezen. Het is gratis, maar een vrijwillige bijdrage is gewenst, want de productie slokt een flink deel van het budget op.

zaterdag 26 september 2026

Kinderen lezen niet vanzelf

Kijk, een interview met Els Pelgrom in het magazine van de Volkskrant 26-9-2026, door redacteur Laura de Jong. Aanleiding: het verschijnen van haar dagboeken in de Privé-domeinreeks van De Arbeiderspers, deel De Spaanse jaren, en van een biografie over Els Pelgrom door Sanne van Heijst, kortweg Else getiteld.
 
Meest opmerkelijke citaat is haar antwoord op de vraag wat ze 'van de ontlezing vindt'.
 
'Het is iets van altijd. Onderwijzers willen dat ze niets te doen hebben, dat kinderen vanzelf lezen. Maar dat kan niet. Als de ouders en leraren niet voorlezen, gaan de kinderen niet lezen.' 
 
Waarschijnlijk doet ze de huidige lichting 'onderwijzers' daarmee ietwat te kort. Maar in essentie is het waar. Goed voorbeeld doet volgen...
 
Laatste vraag:
Weten de mensen hier, in het seniorencomplex, dat u Els Pelgrom de kinderboekenschrijver bent?
 
Lachend: 'Nee, bij het naambordje bij de bel staat E. Koch. Ze hebben geen idee.' 
 
Dat zou na dit interview wellicht kunnen veranderen. 
 

 (Foto: Boekwijzer.)

maandag 21 september 2026

Dolfje wordt oud

 ... maar dat is niet te merken. Dolfje is namelijk in verhaal nummer 30, De geheime weerwolf, even oud als in deel 1, dertig jaar geleden.
'Met De geheime weerwolf bewijst Paul van Loon opnieuw waarom Dolfje al drie decennia lang generaties kinderen weet te boeien: een spannend avontuur vol humor, mysterie, vriendschap en een vleugje magie.' Aldus juicht de uitgeverij in haar persbericht. 
Het is waar, er zijn heel wat wolfjes over de toonbank gegaan en diverse afleveringen vielen in de smaak bij kinderjury's. En dan kon de auteur weer opdraven met zijn kenmerkende zonnebril en uitdossing in zwart. Idem dito bij de Griezelbus-reeks, die inmiddels 35 jaar oud is. In 2011 verscheen een film, er waren theaterproducties, er is een tijdschrift, kortom, Dolfje is geen koe maar wordt wel uitgemolken.
 
Tijd voor een feestje? Dat kennelijk niet, of niet openbaar, wel een logo (zie onder) en dus dat dertigste verhaal, De geheime weerwolf, dat natuurlijk net een iets ander plot heeft als al die andere Dolfje-verhalen (deze keer een weerwolfrol voor de jaloerse Valentijn) maar toch ongeveer op hetzelfde neerkomt, dezelfde personages kent en goed afloopt. Dunne karaktertjes, niet te moeilijk, vooral niet te moeilijk. Voor de jonge liefhebbers vast net zo verslavend als drop.
Op naar boekje nummer 40. Zet 'm op, Paul! Je bent pas 71 jaar, je kunt het nog.
 
 
Loon, Paul van. De geheime weerwolf. Met illustraties van Hugo van Look. Leopold, 2026. ISBN 978 90 258 9047 6, 140 p.   

donderdag 17 september 2026

Oma en opa

Het gelukkige lot wil dat uw blogschrijver op 1 september jl. grootvader is geworden. Dank je, dank je. De nieuwe wereldburger maakt het goed, vader en moeder ook.
Prompt passeerden boekjes voor en over oma's en opa's de redactietafel, aangeleverd door gulle gevers. Het onontkoombare opa en oma pluis van Dick Bruna (1950!), bedoeld om voor te lezen aan peuters, en het bij de vrolijke kleine uitgeverij Snor in 2019 (herziene uitgave) verschenen handboek voor opa's en oma's van Gerard Janssen, ook een titel zonder hoofdletter.


 
Is er nog meer voor of over opa's en oma's? Vast wel. Zoeken in jeugdliteratuur.nl op 'opa's en oma's' leverde 32 resultaten op, zowel voor als over.
Nog maar vier jaar geleden verscheen bijvoorbeeld 365 dingen om te doen met je kleinkind, doeboek voor opa's en oma's van Annemarie Bon. Dat gaat dan om kleinkinderen van vier en ouder. Ik heb nog even respijt. Maar Zo gaat de molen, liedjes van toen voor opa's en oma's van nu van Babette Harms (2009, nog steeds verkrijgbaar), daarmee kan niet vroeg genoeg begonnen worden - mits de melodie bekend is. En even onontkoombaar is natuurlijk Het enige echte voorleesboek voor opa's en oma's van het productieve stel Marianne Busser en Ron Schröder. (Marjan Busser is helaas vorig jaar overleden.)
Verder verscheen zojuist bij Lemniscaat Gruffaloma van Julia Donaldson & Axel Scheffler.
 
‘Kind,’ zei de Gruffalo. ‘Dit wordt genieten.
Jouw Gruffaloma komt op visite.’
‘Wat spannend, papa, vertel me gauw.
Lijkt ze op mij? Lijkt ze op jou?’
 
Grappig dat het perspectief dat van de jonge Gruffelo is: hoe zal oma er uitzien?
 
De verhaaltjes in de beschrijvingen wekken geen verrassing of nieuwsgierigheid op. Het doet allemaal heel voorspelbaar aan. Nodigt niet uit tot een nadere kennismaking, laat staan bespreking in dit blog. De oude rijmpjes en versjes winnen met gemak, al dan niet gezongen.
De doe-boekjes bevatten wellicht praktische tips, hoewel dat van Gerard Janssen nogal wat overbodige rimram bevat.
De twee eerstvermelde boekjes staan vooral in de illustraties bol van de clichés. Ja, ook dat van Dick Bruna, hoewel het knap blijft hoe hij met enkele penseelstreekjes en kleurstelling het idee 'oud mens' weet op te roepen. Hieronder links een opa uit handboek voor opa's en oma's (illustrator onvermeld). Daarnaast de welbekende opa pluis van Dick Bruna. (Knutselt, en oma breit...)

Grappig is dat de zoekterm 'grootouders' heel andere resultaten opleverde. 731 hits, waaronder zo te zien veel meer fictie. Zoals van Roald Dahl De heksen en Sjakie en de chocoladefabriek. Of het grappige Sofie en de olifanten van Edward van de Vendel en Floor de Goede, of Kleine Beer gaat op bezoek van Else Holmelund Minarik, of Toen oma weg was van Ted van Lieshout (1993!). Maar ook een boekje als De leukste oma van de wereld van Marjan Berk. 
 
Zingen, het kwam hierboven al even voorbij.
Je hoeft 'liedjes voor baby's' maar in een zoekmachine in te tikken of de websites met tips vliegen je om de oren. Maar ja, zo'n scherm erbij... Uit je hoofd leren dus! 
Boekjes zijn er gelukkig ook. Het babyliedjesboek van Marjolein Heine is niet meer verkrijgbaar, hoewel de (onbeveiligde) website nog te vinden is. Daar buiten loopt een schaap (2012) en andere liedjesboeken van van Mies van Hout zijn wel verkrijgbaar, net als Zing mee met opa en oma (2015) van Harmen van Straaten, de man die sneller illustreert dan zijn schaduw, en met cd waarop Karin Bloemen te horen is. 
Er is vast nog meer, maar deze grootvader kan gelukkig voort.
 

dinsdag 15 september 2026

Leesbanken

Leuk idee van Universiteit Utrecht: ter gelegenheid van 450 jaar bestaan 25 leesbanken schenken aan de stad Utrecht. Gele banken met leuning en QR-code die toegang geeft tot fragmenten van Utrechtse schrijvers en dichters, 'voor jong en oud'.



Nee, niet schenken... 'Beschikbaar stellen', met een zekere tijdelijkheid. De berichten op de diverse websites suggereren dat de banken na november 2026 weer verdwijnen.
 
In het lustrumjaar 2026 stelt de Universiteit Utrecht 25 Leesbanken beschikbaar voor gebouwen (scholen, bibliotheekfilialen en andere locaties via partners in het Netwerk Leesoffensief) in de stad Utrecht. De Leesbanken maken interactie rond lezen mogelijk: ze vormen een ontmoetingspunt in diverse activiteiten rondom lezen, samenlezen, voorlezen, en onderzoek naar lezen. 

Deze activiteiten worden in de maanden september en oktober 2026 geprogrammeerd door de UU in samenwerking met partners uit het Netwerk Leesoffensief en Utrecht City of Literature.
(https://www.uitagendautrecht.nl/evenement/142773/utrechtse-leesbanken)
 
Jammer. De tien of twaalf lichtbakjes met 'Evening Time is Reading Time' van Allen Ruppersberg hangen nog steeds in de Korte Smeestraat. Overgebleven van een ander Utrechts kunstproject.
Natuurlijk, overdag kun je ook lezen. Toch stemt het blij. Past ook bij de status van Utrecht als UNESCO City of Literature.
 

dinsdag 8 september 2026

Leesonvaardigheid

De berichten rond 8 september logen er niet om. De Nationale Onderwijsgids, op zijn of haar beurt weer citerend uit NOS-nieuws:
 
Alarmerende cijfers uit het nieuwste PISA-onderzoek. De leesvaardigheid onder Nederlandse jongeren keldert verder. Inmiddels kan bijna 40 procent van de 15-jarigen onvoldoende lezen om fatsoenlijk mee te komen in de klas. De impact hiervan reikt verder dan de schoolbanken. Deze generatie dreigt laaggeletterd van school te komen, waardoor volwaardig meedraaien in de samenleving een enorme uitdaging wordt. Dat meldt de NOS. 
 
Tja. Nog even verder citeren:
 
De daling van de leesvaardigheid onder jongeren is al jaren aan de gang. Waar Nederlandse 15-jarigen in 2003 nog boven het Europees gemiddelde scoorden, glijden de prestaties sindsdien hard achteruit. Uit het PISA-onderzoek van 2018 bleek al dat een kwart van deze groep onvoldoende kon lezen. In 2023 groeide dit aandeel naar bijna een derde van de jongeren. Zij scoorden onder niveau 2, het absolute minimum om volwaardig mee te kunnen draaien in de maatschappij. Inmiddels is de situatie nog alarmerender. Maar liefst 39 procent kampt met een taalachterstand.

Schoolniveau

De leesvaardigheid van 15-jarigen hangt sterk samen met hun schoolniveau en de achtergrond van hun ouders. Zo presteren vwo-leerlingen op dit vlak beter dan hun leeftijdsgenoten op het vmbo. Daarnaast hebben jongeren met hoogopgeleide ouders gemiddeld een hogere leesvaardigheid.
 
Ook in Duitsland en Vlaanderen treurt men om tegenvallende resultaten.
 
Hieronder een grafiekje van het Nederlands ministerie voor onderwijs:



 
Deze grafiek 'toont de prestaties van Nederland en een selectie andere landen in het domein Leesvaardigheid sinds 2003. Daaronder de gemiddelde prestaties en de verdeling van de Nederlandse leerlingen'. (Zie hier.) Die dalende lijn wordt in het recente rapport voortgezet.
 
Nog even verder citeren uit de (Nederlandse) Nationale Onderwijsgids:

De Leescoalitie noemt de resultaten zorgwekkend en eist dat de overheid stevig inzet op een brede leescultuur, ook buiten de schoolbanken. De organisatie pleit naast investeringen in het onderwijs en bibliotheken voor een positieve aanpak die lezen in de hele samenleving stimuleert.

Staatssecretaris Judith Tielen eist betere leerprestaties bij het volgende PISA-onderzoek. De aanhoudende internationale daling van de leesvaardigheid moet stoppen. Volgens Tielen is goed kunnen lezen onmisbaar in het dagelijks leven. Van het begrijpen van een bijsluiter tot het herkennen van nepnieuws.
 
Dat laatste is wel bizar. Een staatssecretaris die 'betere resultaten eist' (ook in diverse dagbladen). Tekenend voor politiek van grote woorden en kleine stappen? Misschien zei ze in werkelijkheid iets anders.
Op de website van de Leescoalitie was d.d. 8-9 nog niets te vinden.
 
Er is ook aandacht voor oorzaken. Zo laat NRC de Nijmeegse hoogleraar Maarten Wolbers aan het woord. Hij vindt dat er teveel naar het onderwijs wordt gekeken en te weinig naar thuis.
Maar
 
Iedereen die met een verklaring komt, redeneert vanuit zijn eigen vakgebied, zegt Wolbers. Het zou goed zijn om al die perspectieven in samenhang te onderzoeken. „Het blijft gissen welke verklaring nou meer gewicht in de schaal legt en welke minder.” 
 
Zo is het maar net. Heel goed die relativering, zeker gezien het volgend citaat:
 
De afgelopen jaren gaf Wolbers zelf een voorzet. Hij berekende dat ongeveer 10 procent van de daling in leesvaardigheid te verklaren is door een toename van het aandeel leerlingen, met name migrantenkinderen, dat thuis geen Nederlands spreekt. Zij scoren gemiddeld genomen minder goed op lezen dan kinderen voor wie Nederlands wel de ‘thuistaal’ is. Het aandeel leerlingen in het voortgezet onderwijs dat thuis Nederlands spreekt, daalde van 96 procent in 2003 naar 87 procent in 2022. „Nogal wiedes dat een gemiddeld toetsresultaat in de loop van de tijd ook daalt”, zegt Wolbers. Op het vmbo is dit effect nog sterker te zien, omdat de groep die thuis geen Nederlands spreekt daar het hardst is gegroeid. 
 
Dat kan best een soort verklaring zijn, maar die verwijst toch weer naar het onderwijs. Hoe komt het dat de scholen niet in staat blijken die leerlingen fatsoenlijk onderwijs te bieden? Te weinig middelen? Te laag opgeleide en ook nog overwerkte docenten met een te laag salaris en dito status? Ouderwetse systemen?
NRC kwam 8-9 ook met een artikel waarin enkele Ierse scholen werden geportretteerd. Natuurlijk, want Ierland (niet te vinden in de grafiek hierboven!) doet het relatief gunstig. Opmerkelijk aan het Ierse onderwijssysteem is onder meer uitstel van keuze voor vervolgonderwijs, in Nederland is die keuze inmiddels uitgegroeid tot de onverbiddelijke en rampzalige waterscheiding tussen vmbo/mavo en havo/vwo.
 
Afijn, er zal nog wel wat volgen aan reacties en verklaringen. 

donderdag 27 augustus 2026

Kinderboekambassadeur

In Lezen 2026-2 een interview door Annemarie Terhell met Astrid Sy, de nieuwe kinderboekenambassadeur benoemd door Stichting Lezen, en Jason Reynolds, toevallig op bezoek in Nederland voor een literaire tour en van 2020 tot 2022 (Amerikaans) National Ambassador for Young People's Literature. Prijs voor de charmantste paradox gaat naar Sy, voor haar antwoord op een vraag over 'moeilijke onderwerpen'.
 
Ik denk dat kinderen overal tegen kunnen. Ze zijn prima in staat te verwoorden wat ze ergens van vinden, maar ook om uit een boek te halen wat ze nodig hebben. Ik heb groot respect voor kinderen en neem ze serieus. Ik houd wel rekening met hun leeftijd natuurlijk. Als je voor jonge kinderen schrijft over de Holocaust, heb je het niet over de gaskamers.
 
Pardon? Kinderen konden toch 'overal tegen'? Flauw misschien, maar zég dat dan niet met zoveel nadruk. Kinderen kunnen in het algemeen heel wat hebben, inderdaad ook afhankelijk van hun leeftijd, maar niet altijd alles. Geldt trouwens ook voor volwassenen.
Hoe harder en vaker je gaat roepen dat je kinderen 'serieus neemt', hoe meer wantrouwen dat wekt. 
Ook Jason vindt 'het serieus nemen van jonge lezers heel belangrijk'. Dear Jason, we verwachten niet anders.
Jammer dat de interviewer niet dieper inging op Jasons commentaar op de lastige positie van een 'onpartijdige' Ambassador for Young People's Literature:
 
Het ambt was ook ingewikkeld. De positie van Youth Amassador is onpartijdig, je kunt niet politiek worden. Tegelijk leven we in zulke politieke tijden, ons hele leven is politiek! Als we boeken gaan verbannen, is het logisch dat je je daar als schrijver tegen verzet. Maar je bent aangesteld door de regering, dus ben je altijd onpartijdig en apolitiek. Dat was echt heel lastig.
 
Hopelijk krijgt Astrid Sy niet soortgelijke dilemma's voor haar kiezen.
 
In hetzelfde nummer onder meer interviews met auteur en bewerker Tiny Fisscher, die zelfs Alice in Wonderland aandurfde (zie ook hier), en met Anne Heinsbroek, oprichter van de succesvolle Voorleesexpres.
 
 

Lezen is het kwartaalblad van Stichting Lezen. Het is gratis - maar dat kost de stichting veel geld, dus vragen ze een 'vrijwillige bijdrage' van € 15,- per jaar. 

woensdag 19 augustus 2026

Pleidooi voor illustraties

Emilie Sitzia, bijzonder hoogleraar illustratie aan de Universiteit van Amsterdam, kreeg de kans om in een interview door Anke Verbeek voor de Volkskrant 19-8-2026 een pleidooi te houden voor illustraties, ter gelegenheid van de tijdelijke tentoonstelling van Fiep Westendorps werk in het Rijksmuseum (19 juni tot 13 september 2026). Het interview kreeg deze curieuze kop mee: 'Illustraties vooral geschikt voor kinderboeken? Dan heb je deze hoogleraar nog niet horen praten'.
 
Emilie Sitzia heeft haar keerstoel te danken aan de Fiep Westendorp Foundation, enig verband is er dus wel... Daarnaast werkt ze aan de universiteit van Maastricht, bij een afdeling die ondanks klikken op 'Nederlands' nog 'Faculty of Arts and Social Sciences' heet. En werkte mee aan een tentoonstelling over de gebroeders Grimm die hier nog steeds te zien is.
 
Vanuit haar onderzoekspositie aan de UvA bestudeert ze boeken, tekenkunst, kunstgeschiedenis en literatuurtheorie. Een van haar vele specialiteiten zijn 20e-eeuwse illustraties van vrouwelijke illustratoren. Maar naar haar colleges kunstgeschiedenis nemen studenten van alles mee: van politieke karikaturen tot manga en van theateraffiches tot Efteling-sprookjesprenten.
Over de recente aandacht voor het vakgebied zegt de hoogleraar dat het tijd werd. ‘Illustratie is zo lang niet gezien als de volwassen en autonome kunstvorm die het is. En soms nog steeds. Mensen denken vaak aan een onaffe schets, een illustratie voor een technische handleiding of een kindertekening.’
 
Voor het interview nam ze vijf illustraties mee om de rol van illustraties toe te lichten. Zoals deze, van Tove Jansson:


Die komt volgens de bronvermelding uit De Moemins en de grote overstroming (Clavis, 2014).
 
Uit het interview:
 
Ziet u dat activisme ook terug in dit beeld uit De Moemins en de grote overstroming?

‘Dat denk ik zeker. Het boek werd gepubliceerd in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal gaat over een natuurlijke catastrofe, maar ook over een door de mens veroorzaakte ramp, de Tweede Wereldoorlog. De beelden vertellen een verhaal over vluchten, samenwerken en solidariteit. In een omgeving die behoorlijk vijandig is, zijn de Moemins samen, houden ze elkaars hand vast, staan ​​ze zij aan zij en helpen ze elkaar. Dit idee van solidariteit in het licht van een ramp was destijds een krachtig statement.’

Een politiek statement in een kinderboek dus?

‘Mensen vergissen zich hier vaker in, maar kinderboeken zijn serious business. Daar mag best wat meer aandacht voor komen. Kinderboeken vertellen jonge mensen wat wij belangrijk vinden in de samenleving.
 
Jansson nam, als schrijver en als illustrator, haar lezers – van welke leeftijd dan ook – en haar personages zeer serieus. Door geen enkel ‘moeilijk’ onderwerp te schuwen, heeft ze het genre naar een hoger niveau getild. Ze werd een voorbeeld voor veel illustratoren in Europa. Haar verfijnde stijl, de diepgang van haar personages en de complexe situaties waarin ze hen plaatst, hebben de weg vrijgemaakt voor vele andere illustratoren.’
 
Waarvan acte. 
 

donderdag 23 juli 2026

'Dat lezen een ziekte is, besefte ik nog niet'

Die zin om op te kauwen staat in de bijdrage die Kees 't Hart leverde voor het reeksje herinneringen aan in pubertijd gelezen boeken door recensenten van De Groene Amsterdammer, in De Groene Amsterdammer 6-7-2026, datzelfde nummer waarin ook dat mooie portret van Astrid Lindgren stond.
 
Het volledig citaat:
 
Ik las natuurlijk op mijn zestiende alles door elkaar, niet in deze volgorde: Arendsoog, Dostojevski,  Vicky Baum, Nietzsche ('Also sprach...'), Dick Bos, Eeuwig zingen de bossen, Jan de Hartog, Sartre, Arthur van Schendel, Moby Dick (strip), Kapitein Rob, Hella Haasse, Graham Greene, Don Quichotte (helemaal) en honderden andere boeken. Duizenden. Ze gingen altijd over anderen, wat ik een sterk voordeel van lezen vond, dan kon ik fijn over mezelf blijven dromen. Dat lezen een ziekte was, besefte ik nog niet. Helemaal niet waar die mee te maken had. Ik dacht toen nog dat boeken verhalen bevatten, die toevallig uit zinnen bestonden.
Toen was er ineens Bint (1934) van Bordewijk, waar ik zowel alles als niets van snapte.
 
En wie wil weten hoe dit verder gaat, kope het weekblad. (Leuk ouderwets, zo'n aanvoegende wijs.) (Gebruikten reclamemakers die maar wat vaker, in plaats van al die gebiedende aansporingen.)
 
De elf recensenten komen met zeer uitleenlopende titels aanzetten. Georges Bataille, De geschiedenis van het oog; Édouard Levé, Zelfmoord; Wissily Kandinski, Het abstracte in de kunst; Annelies Jorna, Tarantella; Franz Kafka, Het Proces; Donna Tartt, De verborgen geschiedenis; Christinae F., Felscherinov; Yukio Mishima, Forbidden Colours; Tonke Dragt, Ogen van tijgers; Anaïs Nin, Dagboek 1931-1934 en dus Bordewijks Bint.
En hun verhalen erbij zijn al even uiteenlopend en daardoor een feestje om te lezen.
 

 

maandag 20 juli 2026

Werkgroep is geen werkgroep meer

Sinds 1955 verenigde de Arbeitskreis für Jugendliteratur iedereen die zich in de Bondsrepubliek Duitsland met kinderboeken bezighield. Na de vereniging met de DDR breidde de Arbeitskreis zich zonder veel moeite uit. Onwennigheid was het grootste probleem tijdens het eerste internationale congres over jeugdliteratuur na de val van de muur in 1989: dat was het IBBY-congres in 1992, nog gepland vóór de 'Wende', uitgevoerd erna, in een locatie in voormalig Oost-Berlijn. Ik had een hotel in West en laveerde elke dag door niemandsland langs de brokken van de muur - de eerste keer om de tulpenbollen af te leveren bedoeld om reclame te maken voor het IBBY-congres in Groningen (1996).

 
Nu is het gedaan met de Arbeitskreis. Althans, met de naam.
Vanaf heden luidt de nieuwe naam Dachverband Jugendliteratur (DJL). Het blijft een vereniging, een 'eingetragener Verein'. De website blijft hetzelfde: jugendliteratur.org. Ook verder gaat alles als vanouds, inclusief de uitreiking van de Deutsche Jugendliteraturpreis tijdens de Frankfurter Buchmesse op 9 oktober 2026. Genomineerd o.a.: Regenwurm und Anakonda, Was Tiere über sich erzählen van Bibi Dumo Tak, categorie Sachbuch (nonfictie).

zondag 19 juli 2026

Autoriteiten: hup, de boom in

Bijna over het hoofd gezien: een mooi portret van Astrid Lindgren in De Groene Amsterdammer 9-7-2026. Aanleiding: het is een 'dubbeldik zomernummer' met jeugd als thema en kennelijk vond de redactie dat er dan iets over de schepper van Pippi in moest.
Irene van der Linde, lid van de redactie, kweet zich voortreffelijk van haar taak. (Heerlijk oud woord, kwijten.) Astrids jeugd in Vimmerby, haar moeizaam bestaan als alleenstaande moeder, haar huwelijken, het komt allemaal voorbij. Pippi als droom van vooral de auteur zelf, die in 1974 nog zou hebben gezegd: 'Ik ben pessimistisch maar probeer dat eronder te houden. Hoe meer je ziet wat er in de wereld gebeurt, hoe pessimistischer je wordt.'
Ook een mooie uitspraak, uit 1952, in Perspektiv: 'Niets is zekerder dan dat het lot van de wereld in de kinderkamers wordt beslist'. 
Wereldwijd zijn er niet zoveel kinderkamers, dus of het nog iets wordt met dat lot... Nog afgezien van wat er in kinderkamers gebeurt.
 
Volgens Irene van er Linde had Astrid Lindgren vooral oog voor de 'eenzaamheid van kinderen'. Dat kón te maken hebben met de wederwaardigheden van haar eigen zoon Lasse, die de eerste drie jaar van zijn leven bij pleegouders in Kopenhagen doorbracht. Pippi woont helemaal alleen. Dat lijkt haar niet te deren, maar toch. En niet voor niets (mijn toevoeging, Irene noemt hem niet) vond Lindgren ook het troostrijke kereltje Karlsson van het dak uit.
 
Ze eindigt met deze anekdote, inclusief citaat:
 
Als je macht hebt, moet je lief zijn, vindt Pippi, hoe boos ze ook is, ze blijft vriendelijk glimlachen. Dus als ze boer Bloemveld zijn uitgemergelde paard dat met kar en al in een greppel is beland, met een zweep ziet slaan, gooit ze hem vier, vijf, zes keer de lucht in, laat hem dan zelf met een zware zak lopen en trekt de kar met de andere zakken naar zijn boerderij.
 
'Ja, lief voor Bloemveld ben ik in ieder geval wel geweest,' zei ze. 'Helemaal gratis vliegen!' 
'Daarvoor zijn we op de wereld,' ging de juffrouw verder. 'Om lief en vriendelijk tegen andere mensen te zijn.'
'O, en waarom zijn die andere mensen dan op de wereld?', zei Pippi terwijl ze op de rug van haar paard ging staan en met haar benen zwaaide.'

maandag 13 juli 2026

Jacht op de sneer



Het Lewis Carroll Genootschap houdt op 26 september zijn jaarlijkse symposium en is er deze (tiende!) keer in geslaagd een interessante spreker aan te trekken: vertaler Robbert-Jan Henkes zal een toelichting geven op zijn vertaling van The Hunting of the Snark van Lewis Carroll.
Het symposium vindt plaats in het Logegebouw te Deventer, Rijkmanstraat 10. Deelname is gratis maar het Genootschap stelt het uiteraard op prijs als je begunstiger wordt en aanmelden is nodig: uiterlijk 19 september via info@lewiscarrollgenootschap.nl.
Zie hier voor het hele programma.  
 

woensdag 17 juni 2026

Boeken in de prullenbak

Een  bijzonder berichtje op het platform Biebtobieb:
 
Je vindt een stapel boeken in de prullenbak. Wat doe je?

Het klinkt als een hypothetische situatie. Maar voor steeds meer leesmediaconsulenten en educatiemedewerkers is het de realiteit. Scholen maken bezwaar tegen titels over genderidentiteit of diversiteit. Medewerkers schuiven boeken stilletjes door de shredder. Of een school weigert de collectie simpelweg van tevoren al.
En dan? Houd je voet bij stuk? Of beweeg je mee om betrokken te blijven?

Op 24 september gaat Ingrid van Osch samen met Esther Erdtsieck-Blaaser, Arjanne Mastenbroek en theoloog Janneke Stegeman dit gesprek aan: het gesprek dat je in jouw bibliotheek ook een keer gaat voeren. Want de signalen zijn er al.
Na deze sessie ga je naar huis met iets wat je meteen kunt gebruiken: de woorden om je eigen standpunt te verwoorden en te verdedigen. Naar scholen, naar samenwerkingspartners en naar jezelf.
 
Deze sessie is er speciaal voor leesmediaconsulenten, educatiemedewerkers en managers die werken aan de schoolbibliotheek of jeugdcollectie.
 
Het Kennisfestival Democratie & Burgerschap op 24 september 2026, Prodentfabriek, Amersfoort, 'is er voor bibliotheekprofessionals die merken dat hun werk verandert en die daar niet alleen over willen praten, maar mee aan de slag willen'.
Tickets hier.
 
Sympathiek: men gaat er op voorhand vanuit dat bibliotheekmedewerkers tegen het verwijderen van boeken 'over genderidentiteit of diversiteit' zijn. Kennelijk zijn er geen bibliotheekmedewerkers van ultraconservatieve annex zwaargelovige snit, of die zijn niet aangesloten bij Biebtobieb, platform voor bibliothecarissen.
Waarbij zij aangetekend dat een goed verhaal nooit over 'over genderidentiteit of diversiteit' gaat, maar over het wel en wee van personages, over vreugde en verlies, leven en dood. Maar als motief kan het wel meespelen, natuurlijk. En goede non-fictie over seksualiteit, identiteitsbeleving of huidskleur verwijderen, tja... dan zijn we ver van huis.
Of zulke zeer conservatieve dan wel zeer nationalistische onderwijsgevenden dan ook het nieuwe 'bouwstenenpakket' voor werken met het nieuwkomersonderwijs van Bibliotheek op school afwijzen...? Wie weet.