Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Floortje Zwigtman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Floortje Zwigtman. Alle posts tonen

dinsdag 2 december 2014

Lier in de wilgen?

Een opmerkelijke tekst op Floortje Zwigtmans Facebook-pagina:

'Hier hadden uw laatste woorden kunnen staan.

Een literaire suïcide-note

Een jaar lang heb ik met veel plezier in het Vlaamse tijdschrift De Leeswelp verslag gedaan van mijn ‘jaar van publicatie’. Het jaar dat het boek dat jarenlang in de pen zat en dat eindelijk gepubliceerd zou worden. Het is er van gekomen. Het boek ligt in de winkels ‘against all odds’ en dankzij de tomeloze inzet van mijn uitgeefteam. In het laatste nummer van De Leeswelp had ik dit jaar graag afgerond met een column waarin ik terugkeek én vooruit. 
Het heeft helaas niet zo mogen zijn. Het laatste tijdschrift dat in Vlaanderen op een serieuze manier over jeugdliteratuur publiceert is ter ziele door een faillissement van de overkoepelende organisatie Vlabin-VBC vzw. Dus blijft alleen Literatuur Zonder Leeftijd nog over als enig orgaan dat over kinder- en jeugdliteratuur schrijft als ter zake doende, van waarde. Voor zolang als het duurt.

De teloorgang aan aandacht voor het kinder- en jeugdboek is hartverscheurend. Zeker als je bedenkt hoe levend en dynamisch die wereld ooit was, met De Blauw Geruite Kiel, de jeugdbijlage van Vrij Nederland en grote schrijvers als Paul Biegel die hun mooiste verhalen ooit eerst publiceerden in veel gelezen kindertijdschriften. 
Aandacht voor kinder- en jeugdboeken is een stiefkindje binnen de Nederlandse kranten die zelf weer een stiefkindje zijn binnen een medialandschap dat vooral nog aandacht aan kinderboeken besteedt als ze geschreven door een prinses of een tennismoeder zijn. Want ja, ze weten ‘wat de mensen willen’. En wat de mensen willen wordt al jarenlang door gesponsorde huis-tuin-en-keuken-programma’s bepaald met reclame voor, tijdens en na de kneuterige, Hollandse, zo-lekker-gewoon-gebleven gezelligheid.

In deze wereld is geen tijd en zeker geen geld meer voor iets wat meer aandacht en stilte kost, zoals bijvoorbeeld lezen. Nederlandse kinderen die graag lezen worden op middelbare scholen zo’n beetje gedwongen ondergronds te gaan. ‘Een boek kan uw reputatie ernstige schade toebrengen’. En zelfs docenten zeggen: Nou, die dikke boeken, daar beginnen we maar niet aan. Die lezen ze toch niet.’

We weten zo goed wie ‘ze’ zijn. ‘Ze’ dat zijn ‘wij met z’n allen’ en ‘wij’ doen allemaal ‘gezellig lekker mee’. In een wereld die steeds groter, steeds internationaler, steeds veelzijdiger zou moeten worden, neemt de eenvormigheid ironisch genoeg hand over hand toe. De mal van commercie waar we allemaal in zouden moeten passen, wordt steeds dwingender. Zelfs het ooit zo spannende genre van de YA-literatuur is nu in die mal gedwongen. Dystopia moet je schrijven, liefst met iets magisch en als je het belieft een vlucht engelen en een roedel weerwolven. En trek ook een kist vampiers open, want die trend schijnt ook nog steeds niet voorbij te zijn. Doe je best, wijk niet te veel van dit stramien af, want dan worden uitgevers en boekverkopers zenuwachtig: stel dat de lezer Het Niet Snapt! Verkoop je dan nog wel wat?

Verzuipen in zo’n zee van verplichte gezelligheid en truttige eenvoud, is eenvoudig. Heel wat auteurs die in de laatste jaren van de vorige eeuw prachtige boeken maakten, publiceren inmiddels niet meer of hun klassiekers zijn niet meer verkrijgbaar. (De boeken van Els Pelgrom zijn hier een schrijnend voorbeeld van.) Anderen blijven dapper tegen de stroming in roeien. Ze blijven telkens weer bewijzen dat het toch nog kan: prachtige boeken maken en er door promotie, bloed, zweet en tranen genoeg van verkopen om te kunnen blijven schrijven. Ook ik heb dat gedaan. Mijn laatste boek is met heel veel lawaai gelanceerd en ‘het is niet onopgemerkt gebleven’. Wat de pers er ook van vond, het was wel een boek dat anders was dan alle andere, een politieke roman voor jongeren: een onmogelijk boek! Het is besproken in vele kranten. En ook in de Leeswelp had een recensie kunnen staan.

Het boek is er gekomen, ‘against all odds’ en aan de vervolgdelen wordt gewerkt.
Of ze ook zullen verschijnen, daar twijfel ik sinds vanmorgen voor het eerst aan. 
Het verdwijnen van De Leeswelp, het bijna-uitsterven van een zeer bedreigde diersoort, doet me twijfelen aan de strijd die ik voer. Valt die met passie, inzet, heel hard werk en heel veel koppige dwarsigheid wel te winnen? Hoe lang wil ik nog mijn uiterste, uitputtende best blijven doen voor een wereld die zo duidelijk behoefte heeft aan rust, aan verdieping, aan empathie en inzicht maar die schrijvers, filosofen, wetenschappers en alle andere nuchtere of minder nuchtere zieners duidelijk maakt dat ze die behoefte niet erkent? De minachting voor bedachtzaamheid, voor een voorzichtig oordeel, is groot. Een wereld die ten onder gaat aan een zieke markteconomie probeert zich te genezen met de ziekte zelf. De neo-liberale waanzin ligt op de sofa bij dokter Privatisering. De wereld die smeekt om vrede vliegt elkaar zelfs in de haren om een kinderfeest.
En ondertussen prijzen wij schrijvers met liedjes en dansjes onze boeken aan.

Misschien wordt het tijd voor een andere strategie. De strategie die ontdekt is door een groep doorgeschoten idealisten voor wie de wereld nu huivert: de compromisloze strategie van alles of niets, de overwinning of de dood.

Voor mij is het moment gekomen om te beslissen: doorgaan of de plug uit de granaat trekken. Boem: geen boeken meer. Deze auteur stopt ermee. Ze kan haar geld ook elders verdienen. 
Als de wereld geen behoefte aan ons heeft, dan maar geen boeken meer. Dan maar geen verhalen. We gaan wel iets voor ons zelf doen. Over tien jaar komen we wel eens kijken hoe jullie maatschappij erbij ligt. Adieu.

Auteurs zijn net als leraren, verpleegkundigen, alle mensen met een beroep waarbij het om mensen gaat, altijd te voorzichtig te terughoudend geweest. Altijd is er geschipperd, altijd is er toegegeven. Zelden gestaakt. En zeker onder auteurs niet: want we zijn nu eenmaal niet de best georganiseerde bevolkingsgroep, met bovendien een zekere neiging om elkaar in de haren te vliegen. En dus sluiten we zelf onze kleine compromissen. Zeggen we ‘ja’, terwijl we weten dat we ‘nee’ moeten zeggen. En lever we telkens weer een klein stukje van ons inkomen en onze zelfachting in.

Stel dat we ermee zouden stoppen, wie zou er dan klaar staan om ons over te halen terug te komen, weer achter de pc te gaan zitten en te gaan schrijven? Wie zou ons genoeg missen? Wie zou er als eerste achter komen wat er verloren is gegaan?

Ik sta nu op dit punt: stoppen of doorgaan. En stoppen lijkt opeens een reële optie. Niet vanwege de jarenlange inspanning, het kluizenaarsleven dat schrijven eist. Niet vanwege opgedroogde inspiratie-inkt. Niet vanwege vermeende literaire miskenning.
Vanwege de enige conclusie die ik kan trekken: als kunst en literatuur zo belangrijk zijn als de maatschappij en de politiek met de mond belijden, laten ze dat dan maar eens bewijzen.

Ook ik zal misschien binnenkort uit de kinder- en jeugdboekenwereld verdwijnen.
Wie genoeg om me geeft om me te missen, mag dat bewijzen.'

Ze veranderde ook haar profielfoto:



Deze oprisping van frustratie deed me denken aan die van Sjoerd Kuyper, in 2009, vormgegeven in zijn Annie M.G. Schmidtlezing. Die eindigde wel wat strijdvaardiger:

'Daarom is het goed dat er kunst is. In kunst is één mens aan het woord. Je kunt niet gaan staan wachten tot je ook een streek op het schilderij mag zetten of ook eens op de cello mag of een eigen kwatrijn in een sonnet mag proppen. Wie naar kunst kijkt of luistert moet zwijgen, wie een boek leest moet zijn aandacht schenken aan een ander.
Soms denk ik dat kunst de enige manier is waarop mensen nog contact met elkaar kunnen hebben. Ik denk dat vaak. En dan denk ik aan Paul Biegel, die zei: ‘Het wezenlijke van een kind is niet dat het klein is, maar dat het groeit.’ Ik heb altijd goed naar Paul Biegel geluisterd.
Laten wij kinderboekenschrijvers weer kunst gaan maken. We mogen naar de kinderen zwaaien, bij voorkeur vanuit een gouden koets, maar niet voor ze buigen. Want dan groeien ze niet en wij trekken krom. De gekte moet terug in onze boeken, de bezetenheid, de speelsheid, de lol, het verkeerde been, de slapstick waarin alle serietjes en formats, alle dierencircussen en targets plat op hun bek gaan. Lachen! Literatuur is geen beschrijving van de wereld zoals ze is. We moeten verhevigen, indikken, omkeren, niet bevestigen maar ontrafelen en aanzetten tot denken en emoties oproepen dieper dan die van de herkenning, waardoor de kinderen zichzelf en anderen met nieuwe ogen gaan zien. Dus aan het werk, vrienden, vanavond nog, vannacht. Als de kunstenaars die we waren en zijn. Onze boeken kunnen van kinderen mooie grote mensen maken: mooie lezers, boekverkopers, uitgevers en recensenten, mooie schrijvers van prachtige boeken. Maar dan moeten onze boeken ook prachtig zijn.'
En eerder in zijn lezing:
'Het mag zo zijn dat tien procent van de literatuur voor volwassenen beter is dan negentig procent van de literatuur voor kinderen, ook het omgekeerde geldt: tien procent van de jeugdliteratuur is beter dan negentig procent van de literatuur voor volwassenen.'
Waarvan opnieuw akte.

Hij kwam er in 2011, tijdens de 3e Middag van het Kinderboek, nog eens op terug, in een tirade over uitgeverscontracten.

Ik kan me de frustratie levendig voorstellen en daarom vind ik het ironisch dat Floortje haar hartekreet plaatste op het icoon van de vercommercialisering van communicatie, Facebook.
Op haar eigen website is er niets van te vinden. (Ís het wel haar eigen website?)
Lezen is gevaarlijk (Annie M.G. Schmidtlezing 2013 door Floortje Zwigtman), maar schrijven kennelijk ook. Het heeft haar niet verhinderd, gelukkig, om dat eerste deel van een nieuwe trilogie te produceren: Vlam.

Doorgaan, Floortje.


NB. Over dat faillissement was vandaag nog niets te vinden op de website van Vlabin-VBC. In de 4e column van Floortje Zwigtman is een pleidooi te vinden dat ze zich zelf ter harte kan nemen.
NB2. Boekblad meldt bij monde van Sabine Kok: 'Over een doorstart op bescheiden schaal wordt op dit moment nog gesproken.'
En meldt ook: 'Terwijl er een einde komt aan Leeswelp en Leeswolf, lanceert kinderboekenbieb Boekenwolk de nieuwe spin-off Leestijd, een gratis digitaal tijdschrift over lezen op de tablet.' Maar dat is een heel ander periodiek, bedoeld voor kinderen van 9 e.o., geënt op de formule van Boekenwolk. (Zie ook hier.)
NB2. Jacques Vriens reageerde op haar hartekreet in de Volkskrant 5-12-2014, zie hier. Hij eindigde zo:
'Schrijvers moeten vooral doorgaan met mooie, grappige, spannende, zielige en wel/niet literair verantwoorde boeken te schrijven, zodat er voor kinderen een brede keus is. Als dan alle mensen die kunnen bijdragen aan het bevorderen van het leesplezier óók hun verantwoordelijkheid nemen, is het kinderboek nog niet verloren. En hoeft Floortje Zwigtman haar lier voorlopig nog niet aan de wilgen te hangen.'



maandag 1 oktober 2012

De voort-durende strijd om het kinderboek

... staat er boven het redactioneel van Literatuur zonder leeftijd zomer 2012 (nummer 88), dat tijdens de zomerse dagen van september verscheen. Het is de ondertitel van Jeugdliteratuur bestaat niet, en ook van hoofdstuk 7 in dat boek, waaraan ik hier al de nodige aandacht heb geschonken. (Zie vervolgens ook hier en hier.) Het boek is geschreven door Peter van den Hoven, die de verschijning ervan helaas niet meer kon bijwonen.
Deze aflevering van het tijdschrift-in-boekvorm Literatuur zonder leeftijd is gewijd aan Peter van den Hoven, die jarenlang lid van de redactie was.
'Stof voor discussie bood zijn boek volop', schrijft redacteur Helma van Lierop en dat is keurig uitgedrukt. En 'de redactie heeft de handschoen die Peter van den Hoven ons door middel van zijn boek toe heeft geworpen, opgepakt in het besef dat hij zelf daar helaas niet meer op zal kunnen reageren, maar ook in de wetenschap dat hij dit zeker gewaardeerd zou hebben.'
Dat denk ik ook. Zo was-ie wel.



De aflevering telt één artikel van Peter van den Hoven en vier over of naar aanleiding van hem. Dat ene artikel van hem is 'Zonder verhaal besta je niet, over sprookjes en jeugdtheater', het dateert uit 1994 en toont Peter van den Hoven op zijn sterkst, als gepassioneerd bespreker van ontwikkelingen in het toenmalige jeugdtheater.
Volgen Helma van Lierop-Debrauwer 'over het zelfbeeld van kinderboekenauteurs', aanhakend en kanttekeningen plaatsend bij opvattingen van Peter daaromtrent; Harry Bekkering over 'Harry en Peter of het verslag van een poëticale verhouding', amusant voor wie de twee oud-redacteurs van LZL heeft meegemaakt; Sanne Parlevliet 'over de kinderboeken van Peter van den Hoven' (het zijn er drie, hij doet ze in zijn boek terecht af als 'nogal middelmatig'); maar het interessantst vond ik het vertoog van Jen de Groeve, hoofdredacteur van De Leeswolf en De Leeswelp: 'Grensverkeer? Werkelijk? Literatuurkritiek in twee werelden'. Zij gaat diep in op de door haar vastgestelde verschillen in beoordelingswijzen en prioriteitstelling tussen recensenten van volwassenenliteratuur en die van jeugdliteratuur. De titel van haar opstel dekt de lading. (Dat 'grensverkeer' slaat op een bijdrage aan Raster van Peter van den Hoven uit 1991. Zie DBNL.) Hier schrijft iemand met een scherp oog voor de raaklijnen van wetenschap en praktijk, van wensvervullend denken en de weerbarstige werkelijkheid. Zeer aanbevolen. Maar Peter zou er niet blij van zijn geworden.

De leukste opstellen uit deze aflevering komen van twee auteurs. Van Floortje Zwigtman is de column 'Leve het rommellezen'. Narrigheid tegen marktonderzoeken en meningenjagers.
'Een steekproef nemend uit het muurtje van boeken dat zich in de loop van maanden onvermijdelijk om mijn bed sluit, kom ik tot de volgende titels: Ronja de Roversdochter, Het Boek der Symbolen, Traveller's Nature Guide to Spain, Vandaag Was Ik Mezelf Liever Niet Tegengekomen van Herta Müller, An Encyclopedia of Fairies, Bonita Avenue van Peter Buwalda, Tsjik van Wolfgang Herrndorf, Der Schrecksenmeister van Walter Moers, De Welwillenden van Jonathan Littell. Kinderboeken, jeugdboeken, literatuur en fantasy, bestsellers en obscure non-fictie, boeken om van wakker te liggen en boeken om rustig bij in slaap te vallen... Wie als marktonderzoeker uit dit rijtje een conclusie wil trekken, zal wellicht gefrustreerd moeten constateren dat deze lezer niets, dan wel alles aan te smeren valt. Maar tot welke Doelgroep behoort ze dan???'

Van Daan Remmerts de Vries is zijn Annie M.G. Schmidtlezing opgenomen. Die is grappig, al was het maar wegens de ode aan zijn dochter, maar ook door dit soort puntige observaties:
'Al meer dan twintig jaar maak ik boeken. Ik kan daar tot nog toe aardig van leven; al merk ik, met name de afgelopen maanden, dat dit lastiger aan het worden is.
Mijn boeken zijn over het algemeen na vier maanden uit de winkel verdwenen; en soms heb je dan ook wel het gevoel tegen de klippen op te moeten werken.'

En:
'Al tijdenlang roept iedereen dat het e-boek het gewone boek zal gaan verdringen. Omdat ik deze lezing wilde houden, ben ik me ook hierin gaan verdiepen. Voor mij was dat, nogmaals, iets tegennatuurlijks. Ik hecht, zoals de meeste schrijvers om mij heen, erg aan het ouderwetse boek. Ik hou van de geur van boeken en ik kan nergens op bezoek komen zonder even in de boekenkast te gaan staan neuzen.
Maar u kent misschien het spreekwoord: "Als je een spook negeert, wordt het groter."
Welnu, de spoken zijn voortdurend om ons heen.' Waarbij even later blijkt dat hij die spoken aardig aan het bedwingen is, want ze bieden verleidelijke mogelijkheden, die gedrukte boeken niet bieden.

En dit inkijkje in zijn schrijfpraktijk:
'Ik schrijf alsof ik een brief aan iemand ga sturen. Dat is voornamelijk mijn uitgangspunt, geloof ik. Voor die brief neem ik iemand in gedachten. En aldus is er altijd wel iemand die over mijn schouder meekijkt. Die iemand wil ik bepaalde dingen vertellen, zeker; bovendien wil ik dat diegene mijn brief tot het einde toe uitleest.
Alle schrijvers die ik waardeer schrijven eigenlijk brieven. Ik geloof verder dat je alles kunt omdraaien  Bij alles wat ik hoor denk ik onmiddellijk aan het tegendeel.
Door dit alles hoop ik, neem ik aan, dat mijn verhalen persoonlijk worden. En dat is goed.  Want het enige kenmerk van grote kunst is, wat mij betreft, dat je de wereld even via andere ogen ziet.
Even kijk je door de ogen van een kunstenaar, en daardoor wordt je blik ruimer. Daardoor kun je de dingen om je heen even anders zien dan voorheen.
Met andere woorden: dichter bij iemands meest diepe gedachten kun je nauwelijks komen.'
Een poëtica in het klein. En een onverwachte aanvulling op de rede die Guus Kuijer hield tijdens het vieren van tien jaar Stichting Lezen (Vlaanderen). (Wat me weer deed denken aan het idee dat teksten 'dialogen' met elkaar zouden kunnen aangaan, zoals Vanessa Joosen dat poneert in haar proefschrift Critical and Creative Perspectives on Fairy Tales (zie ook hier), dat ik nog steeds, bij stukjes en beetjes aan het lezen ben. En aan die lezing van György Konrád tijdens de conferentie 'Reading and Watching' in 2007, Leesgoed-abonnees, zie hier. Het is de stem van de verteller die er toe doet.)

Onderhoudend is het vertoog van Rolf Erdorf, vertaler Nederlands-Duits: 'Doch alle Lust will Ewigkeit, of pragmatischer, dat been ik wel bij'. Hoe houdt de ouder wordende vertaler zijn registers op peil? Kan-ie het nog wel bijhouden, 'bijbenen'. Ja, is het antwoord, tot nu toe wel, zelfs als Marita hem belt en meldt dat haar nieuwste boek over urban climbing gaat.


Het minst boeiende artikel vind ik dat van Britta C. Jung, en toch is het onderwerp boeiend genoeg: 'Op de sporen van een echt mentsj, Mirjam Presslers poging om het vertrouwen in de wereld te herstellen'. Tja, is dit nu een opstel (essay) of een academisch artikel? Ik vraag me dat vaker af bij teksten in de literatuurwetenschap, en zeker bij teksten in LZL. De scheidslijn tussen wetenschap en recensie is soms flinterdun, zo'n artikel als dat van Britta Jung bevindt zich aan beide kanten, en stilistisch is het ook niet sterk. Met de kanttekening dat als dit haar eerste Nederlandstalige artikel is, ze desondanks een pluim verdient, ook al moet ze nog leren dat een uiteenzetting niet helemaal hetzelfde is als een Auseinandersetzung.
Ze wordt gered door haar onderwerp. Want Mirjam Pressler is een gedreven en vaardig auteur en vertaler (o.a. uit het Nederlands), door velen gewaardeerd: ze won in 2010 al de Sonderpreis van de Deutsche Jugendliteraturpreis voor haar gehele werk. Interessant genoeg dus om over te lezen.
Verder geleerd dat je narratief kan tegenspreken. Wat me ook weer aan Critical and Creative Perspectives on Fairy Tales (zie boven) deed denken. Waar je dan in mee moet gaan is het opvatten van een verhaal als een argument in een dialoog. De retorica laat daarvoor zeker ruimte, maar de kans is groot dat daardoor het verhaal als woord- en/of beeldkunst onderbelicht blijft. Jung illustreert dat door ondanks de lengte van de beschouwing (grotendeels besteed aan Presslers nieuwe roman Een boek voor Hanna2011) nergens te beschrijven hoe Pressler haar lezers overtuigt. Het maakt voor haar beschouwing ook niet uit of ze de oorspronkelijk Duitse versie (Ein Buch für Hanna, ook 2011) of de Nederlandse vertaling bespreekt, en dat blijft dan ook in het midden.


Literatuur zonder leeftijd 88 (zomer 2012). Amsterdam, IBBY Nederland, 2012. ISBN 978 94 6167 109 7, NUR 610. Redactie: Toin Duijx, Karen Ghonem-Woets, Vanessa Joosen, Helma van Lierop-Debrauwer, Sanne Parlevliet en Bea Ros (hoofred.).


Bestellingen voor losse nummers (€ 19,95 per stuk) en abonnementen kunnen gericht worden aan het secretariaat van IBBY-Nederland.






donderdag 19 januari 2012

Helden, idolen en iconen 3

Op woensdag 18 januari vond in Theaters Tilburg het 26e symposium over jeugdliteratuur plaats van Tilburg University. Men was wegens verbouwing aan de universiteit uitgeweken naar de schouwburg. Er waren bij aanvang ongeveer 200 mensen, veel te weinig om de grote schouwburgzaal te vullen. Gelukkig was de belichting zo geregeld dat het misschien op het podium nog wat leek. Zie bijvoorbeeld deze (slechte, sorry) foto:

Wim Hofman (de man die met wat goede wil achter het spreekgestoelte te zien is) begon en eindigde met echte Hofman-helden, hoewel gecreëerd door Edward Lear, de Jumblies, ofwel de Haspels, die in een zeef te zee gingen.

Maar eerst Echte Helden. Die waren vastberaden, onverschrokken, standvastig, vasthoudend, moedig, dapper, enzovoort - Wim Hofman had uit diverse bronnen een verzameling epitheta opgedoken. Voorbeelden gaf-ie ook, niet toevallig bijna allemaal uit Vlissingen en niet alleen Michiel de Ruyter.
Wat ze niet waren: bescheiden, eerlijk, voorzichtig, nederig, onbaatzuchtig, gereserveerd, en zo nog wat deugden van mensen die, aldus Hofman, 'stilletjes in het stof van de geschiedenis verdwenen'. 'Voor hen geen standbeeld of praalgraf.' Eigenlijk zijn er twee rijtjes deugden: die van de ridder, en die van de wijze.
Na WO II is het beeld wat gekanteld. Men gaat niet meer 'voor vorst en vaderland', zoals de helden voor wie die praalgraven en standbeelden zijn gemaakt, maar voor genot en gewin, en in het kader van de consumptiemaatschappij wordt dat als deugd beschouwd. Veel van de oude heldendeugden worden nu geassocieerd met macho's en hooligans, slechts achter het scherm van het war game kan men zich nog even oude held wanen.

Na deze inleiding, hier wellicht wat kort door de bocht samengevat, kon men kiezen uit vijf 'thema's', met ieder drie lezingen. Ik kon mij niet opdelen, dus van de vijftien (min een, wegens ziekte) lezingen heb ik er drie bijgewoond.
Floortje Zwigtman (alias van Andrea Oostdijk) pakte onbedoeld Wim Hofmans heldendraad op met haar vertoog over 'de zwarte kant van boekenhelden'. Want na een zeer onderhoudende omzwerving over o.a. oude leeservaringen (steeds teleurgesteld: waarom werkte het leven niet als in de verhalen die ze las?), Melvin Burgess (antiheld Gemma, in Junk), en de redders van de wereld (er zijn er veel te veel van in boeken) kwam ze terecht bij ware held Sam, in The Lord of the Rings. Want Sam weet, anders dan Frodo, de verleiding van de Ring te weerstaan, door het besef van zijn beperkingen.

Daarvóór hoorde ik Annette de Bruijn een pleidooi houden voor 'de zin van onzin', ofwel hoe je met de prachtige nonsens-verzen van Annie M.G. Schmidt iets zinnigs in het leesonderwijs kan doen, welke plek dit werk inneemt in de traditie van nonsens-poëzie. De bedoeling was ook iets te zeggen welke relatie het heeft met mondeling overgeleverde poëzie, maar dat kwam niet helemaal uit de verf.
En Farriba Schulz (Humboldt Universität) zag ik plaatjes tonen uit prentenboeken die met hulp van de computer tot stand kwamen. Leuke plaatjes (o.a. uit werk van Katje Kamm, Lauren Child, Blexbolex en Wouter van Reek), maar ze was slecht verstaanbaar en weinig systematisch, vond ik.

Gelukkig komt er voor de deelnemers nog een bundel waarin alle bijdragen zijn opgenomen.

Dan was er ook nog wat muziek te beluisteren: de vrolijke liedjes van Erik van Os en Paracetamol, en Sandra  Coelers, de laatste als omlijsting van Herman (vader, echtgenoot) en Marieke (dochter) Coenen, die vertelden hoe De groene pompoen tot stand kwam.
Borrel na, altijd prettig om mensen te spreken.

Zo hoorde ik dat men zich bij IBBY Nederland zorgen maakt om Literatuur zonder leeftijd. Zorgen die ik daags daarop bevestigd vond in de meest recente nieuwsbrief van IBBY Nederland en die ook IBBY Nederland betreffen.
Wat IBBY betreft, meldde men blij te zijn dat het Nederlands Letterenfonds 'voor 2011 en 2012' de internationale contributie van de Nederlandse sectie wil betalen. Het zou evenwel te gek voor woorden zijn als in 2013 moest blijken dat die contributie niet betaald kan worden. Het gaat om een nuttige internationale organisatie, waarvan ook secties uit landen als Bolivia, Chili, Cuba, Ghana, Haïti, Letland, Libanon, Maleisië, Nepal, Portugal, Servië, Slovenië en Venezuela lid zijn, naast buren als België, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk e.d. En Nederland, nog altijd een van de rijkste landen ter wereld, zou geen contributie kunnen opbrengen?
Wat betreft LZL: het kost teveel. Dat kan ik mij voorstellen. De vier- à vijfhonderd abonnees op dit periodiek-in-boekvorm zijn met te weinig om de kosten op te brengen. Er moeten dus abonnees bij. Wie eens zo'n aflevering wil lezen, ' Afleveringen uit 2009 en eerdere jaargangen (voor zover nog beschikbaar) zijn voor 5 euro verkrijgbaar bij het IBBY-secretariaat.' Maar daarnaast zal er structureel iets moeten veranderen, denk ik.

Al met al ziet het tijdschriftenlandschap rond de jeugdliteratuur er tamelijk somber uit. Voortzetting LZL in 2013 onzeker, voortzetting Leesgoed idem, Jeugdliteratuur in praktijk verdwenen, in 2010 Leeskraam verdwenen... Er blijven naast (hoe lang?) het recensietijdschrift De Leeswelp enkel websites over, waarvan de nieuwsbron bij uitstek, Leesplein, voor 100 % gesubsidieerd wordt - en dat biedt tegenwoordig geen zicht op continuïteit.
Nog even en de kinderboekmensen kunnen zich voelen als de Haspels die in een zeef ter zee gingen.

Zie ook: Helden, idolen en iconen 2 (bespreking LZL 86), en Helden, idolen en iconen (1) (aankondiging symp.).

donderdag 26 mei 2011

Lezen: gevaarlijk!

Gisteren, woensdag 25 mei, hield Floortje Zwigtman de 12e Annie M.G. Schmidtlezing in Leiden. De Lokhorstkerk was vol...



... , even vol als voorgaande keren (2010: Marita de Sterck, 2009: Sjoerd Kuyper).
Voor wie er nog nooit van gehoord heeft: de Annie M.G. Schmidtlezing wordt jaarlijks gehouden en is ingesteld vanwege de bijzondere leerstoel voor jeugdliteratuur (officieel de 'Annie M.G. Schmidt-leerstoel voor kinder- en jeugdliteratuur') aan de Universiteit Leiden, sinds 1998 bekleed door Helma van Lierop...



..., die ook aan de Universiteit van Tilburg is verbonden en daar o.a. met Toin Duijx de enige masterstudie jeugdliteratuur in Nederland verzorgt. Hand- en spandiensten worden verleend door IBBY Nederland en als regel verschijnt de lezing in een aflevering van Literatuur zonder leeftijd. Dat de lezing plaatsvindt tijdens de door uitgeverij Querido ingestelde Annie M.G. Schmidtweek (dit jaar zelfs een maand, want op 20 mei werd AMGS 100 jaar geleden geboren, zie ook hier) is geen toeval, maar een kwestie van afstemming.



Floortje Zwigtman dus. (De naam is een pseudoniem van Andrea Oostdijk.) Haar werk zal bekend zijn bij wie meer dan gemiddeld belang stelt in jeugdliteratuur: Wolfsroedel, Spelregels, Schijnbewegingen, Tegenspel, Kersenbloed, Leeuwenmoed, Spiegeljongen en meer. Haar trilogie over Adrian Mayfield (Schijnbewegingen, Tegenspel, Spiegeljongen) kreeg zeer lovende recensies. En zie ook het interview met Floortje Zwigtman in Leesgoed 2007-5.
Een auteur die zo diep gaat, zal wel iets te vertellen hebben, was de verwachting. Wat mij betreft stelde ze niet teleur. Rode draad was de vraag welk nut het schrijven van literatuur heeft, en die vraag mondde uit in een visie waarin verhalen de wereld openen en ruimte laten voor twijfel. En de wereld openen, dat vinden sommige mensen gevaarlijk, vooral diegenen voor wie slechts één waarheid bestaat. Ironische uitroep: 'Pas op, lezen is gevaarlijk.' Want: 'Schrijven is de deur open zetten.'
Nu was ze ruim een uur aan het woord, want die rode draad werd vernuftig gesponnen door een reeks bespiegelingen die leidden van de zusjes Brontë (Emily, Charlotte en Anne) via Hans Christian Andersen en James Baldwin naar Annie M.G. Schmidt, jawel, en verder, en van inspirerende voorbeelden en drang tot schrijven ('zonder de zelfoverschatting van de nog-niet-debutant zou geen verhaal geschreven worden') tot schrijversvraagstukken. (Moet ik kiezen tussen werkelijkheid en verbeelding? 'Leven op papier heeft zijn prijs: geen tijd voor het ware leven.') Met mooie zij-observaties, bijvoorbeeld over Andersen, die zichzelf in zijn verhalen vol zelfspot kon karikaturaliseren, maar als levend persoon geen enkele zelfreflectie kende en behoorlijk irritant kon zijn.
Al luisterend wist ik: deze toespraak is de moeite waard om (nog eens) te lezen. En dat kan: in het zomernummer van Literatuur zonder leeftijd.