Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Lezen (tijdschrift). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lezen (tijdschrift). Alle posts tonen

vrijdag 7 maart 2025

Leesbevorderd

Nieuw: leesbevorderen als werkwoord. Ik leesbevorder, jij leesbevordert, wij leesbevorderen en 'ook volwassenen verdienen het om leesbevorderd te worden'.
 
Hoe zou dat zijn, om leesbevorderd te worden? Hoe verdien je dat? En waarom is het niet geleesbevorderd?
 
Als iemand het weet, dan Romkje de Bildt, directeur-bestuurder van het Nederlands Letterenfonds, 'één van de zes rijkscultuurfondsen die namens de samenleving in culturele makers, instellingen en projecten investeren'. Want de uitspraak is van haar, in een interview door Maarten Dessing in Lezen 2025-1.
 
Lezen is, ter herinnering, het kwartaaltijdschrift van Stichting Lezen, niet een van die rijkscultuurfondsen maar wel door de regering ingesteld. Om het lezen te bevorderen, inderdaad.
Maar nu heeft het Nederlands Letterenfonds ook geld vrijgemaakt om eh, te leesbevorderen.
 
Met de pilotregeling Leesbevordering stimuleert en ondersteunt het Letterenfonds projecten op het gebied van leesbevordering, die vanwege hun vernieuwend karakter een aanvulling vormen op het bestaande aanbod. Organisaties kunnen subsidie aanvragen voor uiteenlopende activiteiten voor jong en oud: van leesclubs tot digitale projecten, en van workshops creatief schrijven of performen tot activiteiten gericht op intermediairs. Of voor projecten die nu nog niet bestaan, maar waarvan het belangrijk is dat ze in het leven worden geroepen om lezen te stimuleren.
 
De regeling is inmiddels wel 'gesloten'. Projectplannen zijn ter toetsing voorgelegd aan Stichting Lezen.
In het interview meer over de 'uiteenlopende' projecten die voor ondersteuning in aanmerking kwamen.
 
In hetzelfde nummer ook een interview met Marco Kunst, auteur van Vuile handen, dat speciaal voor de Maand van de filosofie (april) werd geschreven. Een 'filosofisch verhaal', over een jongen die radicaliseert. Uitspraak van de maand: 'Door te lezen, leer je denken.'
Past wel bij zo'n maand en vast ook wel bij Vuile handen en ander werk van Marco Kunst, maar in zijn algemeenheid is het niet waar. Veel teksten zijn puur vermaak.
 
Er staat meer lezenswaardigs in Lezen 2025-1. Lezen is gratis, maar natuurlijk kost het de stichting geld. Die vraagt daarom een 'vrijwillige bijdrage', zie hier.

 

dinsdag 8 februari 2022

Wegens succes gesloten

Ooit, zo'n vier decennia of misschien nog langer geleden, had ik een interview met de directeur van de Tilburgse openbare bibliotheek. (Ze is inmiddels allang met pensioen, mag ik aannemen.) Ze vertelde me o.a. dat de dienstverlening aan scholen afgebouwd ging worden, want die was wegens doorslaand succes te duur geworden.
Onze nationale financiën waren en zijn zo ingericht dat openbaar bibliotheekwerk en onderwijs uit verschillende potjes worden betaald, potjes met beheerders die geen rekening met elkaar houden want ze wonen in verschillende overheidshuizen. In het onderwijspotje zat niet genoeg om die dienstverlening in stand te houden, in het bibliotheekpotje evenmin. Dus hoe gewaardeerd ook, en hoe evident het ook was dat de dienstverlening door de openbare bibliotheek een grotere uitgave aan leesmateriaal door scholen onderving, het moest minder of weg.

Hieraan moest ik de denken toen ik bij Lezen 2021-4 een brief aantrof, ondertekend door Gerlien van Dalen, 'directeur-bestuurder Stichting Lezen'. Ik citeer:

Vier keer per jaar ontvangt u Lezen, het kwartaaltijdschrift van Stichting Lezen over leesbevordering en literatuureducatie. Uit de reacties weten we dat het tijdschrift hoog gewaardeerd wordt. We zijn blij met u als lezer van ons tijdschrift. En we zijn blij dat het aantal abonnees nog steeds toeneemt. Zo kunnen we onze kennis delen met steeds meer professionals in het onderwijs, de kinderopvang en de leesbevorderingswereld.
Er zit echter ook een andere kant aan. Een blad maken en verzenden is kostbaar. Met het toenemende aantal abonnees worden de kosten verhoudingsgewijs te hoog. Daarom vragen we u om een vrijwillige bijdrage van minimaal € 15,- per jaar. Dat stelt ons in staat het tijdschrift te blijven maken zoals u het kent: op papier, aantrekkelijk vormgegeven en boordevol bruikbare informatie.

Nu maakt papier zeker niet de hoofdmoot uit van de kosten om een tijdschrift te maken. Verzendkosten en drukkosten worden per nummer lager naarmate er meer gedrukt worden. 
Maar bij elkaar stijgen die kosten natuurlijk wel naarmate er meer verzendadressen zijn en kennelijk was Lezen al een begrotelijke zaak voor de stichting. Druppels en overlopende emmers en zo. Uit de jaarrekening is helaas over de kosten van Lezen niets specifieks te halen.
 
Lezen was en is bedoeld als uitstalkast voor de stichting. Van een onafhankelijke redactie is formeel geen sprake. De directeur-bestuurder schrijft al sinds jaar en dag het redactioneel, twee medewerkers zitten in de verder door freelancers bevolkte redactie, een eigen standpunt ten opzichte van de stichting is er niet. 
Is helemaal niet erg en doet aan de inhoud niets af, maar daarmee is het tijdschrift Lezen wel onvervreemdbaar onderdeel van Stichting Lezen, die vrijwel geheel wordt bekostigd uit openbare middelen. Het was en is in principe dan ook gratis.
 
In feite vraagt directeur-bestuurder Gerlien van Dalen ons nu dus om een vrijwillige bijdrage aan Stichting Lezen. De gulle gevers moeten maar hopen dat hun bijdrage inderdaad gericht wordt besteed aan het tijdschrift. 
Ongevraagd advies: toon in komende jaarrekeningen duidelijk waar de kosten zitten, wat deze vrijwillige bijdrage heeft opgeleverd en waaraan hij is besteed.
 
 

 
En hoe is het met Lezen? Staat het inderdaad 'boordevol bruikbare informatie'.
Toevallig is nummer 2021-4 beslist een van de betere. Een mooi portret van Daan Remmerts de Vries, een informatief artikel over leesactiviteiten in de buitenschoolse opvang, en een over non-fictie-boeken bij de 'zaakvakles' en begrijpend lezen, een interview met Els Pelgrom, van wie binnenkort na jaren stilte een nieuw boek verschijnt, en een interview met Conrad Berghoef, de docent die te fiets boeken ging rondbrengen bij zijn leerlingen (tekening hierboven van Femme ter Haar) en daarover een boek schreef, Leraar op de fiets. (Binnenkort bespreking in dit blog.) Een interview met dichter Lisa Loeb, een column door Imme Dros, een portretje van twee 'bevlogen leesbevorderaars', aankondigingen van nieuwe titels en nog meer.

Uit het interview met Lisa Loeb vis ik dit citaat:

Bijna alle wanden in het huis van mijn ouders bestonden en bestaan uit boekenkasten. Ik mocht pakken en lezen wat ik wilde. Mijn moeder las ook voor, heel veel Annie M.G. Schmidt: Pluk van de Petteflet, Minoes, Jip en Janneke. Dan draaide ze trouwens de rollen soms om. Janneke was stoer en Jip was juist de bangerik. Ja, de magie van fictie, van de vertelkunst heb ik echt wel van huis meegrekregen.

Ja, dat werkt. Weten we ook uit veel onderzoek.
Nog zo'n citaat, uit een interview met Sholeh Rezazadeh. Ze vertelt hoe ze zich het Nederlands eigen maakte.

Ik volgde een intensieve taalcursus, praatte Nederlands zodra het kon, keek tv-programma's: [Lachend] Boer zoekt vrouw, het echte Nederland. Boeken die ik in het Perzisch had gelezen, las ik in Nederlandse vertaling, en ik las Nederlandse schrijvers: Biesheuvel, Kopland. Ik bezocht culturele evenementen, vroeg op een gegeven moment of ik zelf iets mocht voordragen. Ik kende niemand, kende ook de smaak van hier niet en wilde testen wat men ervan vond.

Prachtig en hopelijk inspirerend, zo'n snelkookpan-cursus taal die deze van oorsprong Iraanse auteur zich in zes jaar tijd heeft gegeven.

Er zijn wel saaiere nummers van Lezen langsgekomen!
De greep hierboven toont wellicht ook de reikwijdte van de inhoud: van kinderopvang tot bovenbouw secundair onderwijs. De doorgaande leeslijn, het is de theoretische basis onder het werk van Stichting Lezen. 
Daarmee maakt de redactie het zich niet makkelijk, want doorgaans kiezen lezers toch hun leesgoed op basis van hun eigen bezigheden. De keuze voor veel interviews is slim: die verleiden sneller tot lezen buiten het eigen interessegebied. Ook zo'n reeks bijdragen die een kijkje biedt in het atelier van illustratoren is daarom een goede keuze.
Of Lezen daadwerkelijk leidt tot nieuwe initiatieven, dat weet ik niet, maar het is momenteel wel het enige tijdschrift in onze niche en het wordt met zorg en liefde gemaakt.
Het zou jammer zijn als Stichting Lezen zou moeten besluiten het tijdschrift wegens doorslaand succes te stoppen.
Het ware wellicht beter geweest als Stichting Lezen vanaf het begin had geholpen een tijdschrift op de markt te houden (bijvoorbeeld Leesgoed) of te brengen dat zichzelf zou kunnen handhaven, al dan niet met een klein beetje subsidie. Maar ja, dat is vermoedelijk een ver gepasseerd station.




donderdag 19 december 2019

Lezen!

Er ligt weer een laatste nummer van Lezen op het stapeltje (2019-4). Kennelijk roept zo'n laatste nummer de neiging bij me op om er iets over te schrijven, want in 2017 en 2018 gebeurde dat ook.
Lezen zou eigenlijk Lezen! moeten heten, met een uitroepteken, als een dwingend advies. Als iets Lezen kenmerkt is het wel de voortdurende benadrukking van de heilzaamheid van lezen.
Dat is natuurlijk geen wonder, want Lezen is het kwartaalperiodiek van Stichting Lezen (NL) en directeur en hoofdredacteur Gerlien van Dalen voorziet ieder nummer van een redactioneel.
Er was overigens ooit ook een Belgische (Vlaamse) Stichting Lezen, maar die heeft haar naam verandert en heet al geruime tijd Iedereen leest, een prachtige wishful thinking naam. Was het maar zo...

Zelfs als Gerlien van Dalen eens niet de noodklok luidt en zich beperkt tot de introductie van het nummer, sluipt er toch vaak nog iets verkonderigs in, zo ook in 2019-4:

Lezen is leuk, ontspant, en stimuleert mijn verbeelding, om maar eens te benoemen waarom ik zelf lezen zo waardeer. Onze nieuwe brochure Lezen loont (te vinden op lezen.nl) laat zien waarom lezen nog meer loont, zeker ook voor kinderen en jongeren. Stimuleer de kinderen in uw omgeving dus vooral om in de kerstvakantie lekker een boek (of meer) te lezen, lees ze voor en lees vooral ook zelf, om uw eigen, persoonlijke redenen. Fijne feestdagen!

Ja Gerlien, zeker en insgelijks.
Haar welgemeende advies toont iets van het wat hybride karakter van Lezen. Het is tegelijk informatief en propagandistisch bedoeld, en ruim driekwart, misschien wel vier vijfde, van de inhoud gaat over literatuur voor 'kinderen en jongeren', maar de rest over literatuur voor volwassenen. Het is net niet beschouwend genoeg en te breed voor een vakblad, maar veel informatiever dan een folder.
Het redactieteam (naast Gerlien van Dalen Daan Beeke, Eva Gerrits, Mirjam Noorduijn, Annemarie Terhell en Desirée van der Zander, van wie Daan en Désirée ook medewerkers van Stichting Lezen zijn) doet zijn best om er een leesbaar periodiek van te maken en dat levert altijd wel lezenswaardige interviews en artikelen op, zonder dat ik de neiging krijg om ieder nummer apart te bespreken.
De nummers zijn overigens ook online te lezen, zie hier bijvoorbeeld dit laatste nummer.

Eigenaardig is dat er betrekkelijk weinig praktische tips in staan. Die biedt Stichting Lezen overigens best, maar dan online, zie ook het portaal Leesbevordering in de praktijk en een door de stichting opgezette websites als Boekstart en Leesplan. In Lezen mis ik een praktisch katern zoals Boekidee dat was in het vaktijdschrift Leesgoed.

Neem een artikel als 'Geef liefde voor lezen door!' van Mirjam Noorduijn in Lezen 2019-4: een enthousiast vertoog over hoe fijn het kan zijn als grootouders voorlezen, met een vermelding van het project dat de Leescoalitie binnenkort terzake start (tip: voorzie de site van een certificaat, wordt nu als 'niet beveiligd' gemeld), maar geen vervolgartikel met voorleestips.
Of neem een interview als dat met Humberto Tan (door Eva Gerrits) over 'zijn' kinderboek (Pirouette in Paramaribo). Best leuk, maar wat kán je dan met zo'n boek op school? En hoort Tan tot de auteurs die je via de Schrijverscentrale kan uitnodigen op school of in de bibliotheek? Dan heb ik het nog niet over een grondige bespreking van zijn boek, die een echt vaktijdschrift zeker had geplaatst.

Zo zijn er meer kanttekeningen te plaatsen bij Lezen. Dat laat onverlet dat het momenteel het enige tijdschrift is dat de aandacht vestigt op recent verschenen jeugdliteratuur en daarom alleen al lof verdient, zoals ook Stichting Lezen lof verdient voor haar inspanningen.



dinsdag 7 juli 2015

De mens leest zich de wereld in

Coen Simons bracht met deze zin de waarde van lezen onder woorden, aldus Gerlien van Dalen, directeur Stichting Lezen (NL), in Lezen 2015-2.
Ik had net (eindelijk) het zomernummer van Literatuur zonder leeftijd doorgenomen en besproken, zie hier. Het verschil is heel groot, de enige overeenkomst dat beide periodieken over jeugdliteratuur gaan.

De 200 pagina's van LZL zou ik eigenlijk nog van kaf tot kaft moeten lezen, dat heb ik nu alleen in stukjes bij beetjes gedaan. LZL heeft academische aspiraties en dat merk je, het merendeel van de artikelen volgt een keurig academisch patroon, hooguit ontbreken de summaries, en ook de recensies zijn gedegen en uitvoerig en tonen een enkele keer wat academische wijsneuzigheid, waar een mening als feit wordt gepresenteerd.
Omdat ik me het grootste deel van mijn werkend leven met kinderboeken heb beziggehouden, kan ik alleen maar lof hebben voor de nijvere onderzoekers die allerlei jeugdliteraire onderwerpen uitspitten. Maar het is soms wel taaie en droge kost, niet alle onderzoekers hebben een even heldere stijl en de conclusies zijn niet altijd even schokkend.
Het is niet verrassend dat LZL nooit meer dan 600 abonnees heeft geteld - ik zeg het nog voorzichtig. Je kan het ook anders brengen: het is nog altijd zeer verrassend dat zo'n vier- à vijfhonderd abonnees (althans, dat schat ik op grond van ervaring uit 2011) ernaar uitzien om LZL te ontvangen.




Lezen heb je in een uur uit. Nou vooruit, twee uur als je heel intensief leest.
Zoals steeds vraag ik bij dit tijdschrift af voor wie het eigenlijk bestemd is. De redactie geeft daarop wel een antwoord: 'ieder die zich bezig houdt met lezen, taal of leesbevordering'.
Dat zijn heel erg veel mensen.
Het is ook nog gratis, dus zou ik verwachten dat vooral de activiteiten van Stichting Lezen voor het voetlicht komen. Dat is niet zo. En waar Stichting Lezen een rol speelde, bijvoorbeeld bij de financiering van de Diaraphte Literatour Prijs, blijkt dat niet uit het artikel. Anderzijds wordt wel uitgebreid bericht over de komende (Frank Elderson)  en gaande (Eddy Schuyer) bestuursvoorzitter van Stichting Lezen.

Lezen is positief ingesteld. Het is bijna een soort sjieke reclamefolder en er valt geen onvertogen woord, verantwoorde kritiek is er doorgaans ook niet te vinden. Er zijn vriendelijk getoonzette interviews, en positief getoonzette besprekingen. Ruim driekwart van de inhoud gaat over jeugdliteratuur en pogingen om de jeugd aan het lezen te krijgen, de andere kwart gaat over volwassenenliteratuur. Die scheiding is soms wat vaag, natuurlijk. Striptekenaar Marcel Ruijters maakt strips, pardon, graphic novels, voor volwassenen, maar heel wat van zijn werk zal ook voor 15 en ouder te appreciëren zijn.

Achter deze opzet van Lezen schuilt het theorema van de 'doorgaande leeslijn', maar hoezeer dat in wetenschappelijk en beleidsmatig perspectief ook te verdedigen valt, er rolt een tijdschrift uit dat in de praktijk van basis- en voortgezet onderwijs vrijwel niet en in de leesbevorderingspraktijk in de bibliotheken niet optimaal te gebruiken is. Het blijft dus een bladertijdschrift met weetjes en hier en daar een leuk interview (zoals in dit nummer de interviews met Martha Heesen en Jan Paul Schutten, de nieuwe kinderboekambassadeur), en dan vooral voor hen die zich al dusdanig geletterd mogen noemen dat de subsidie die erin gestoken wordt beter aan andere doelen besteed had kunnen worden.

Nou, dat is misschien te negatief. Want al grasduinend in die positief getoonzette teksten rijst wel een beeld op dat ons toeroept: kijk eens hoe interessant en leuk de literatuur is. In ieder nummer is er wel enige aandacht, hoe bescheiden ook, voor Stichting Lezen en voor eenieder 'die zich bezig houdt met lezen, taal of leesbevordering' staat in deze sjieke reclamebrochure wel iets van zijn of haar gading. Het is dure promotie, maar wel promotie.

zondag 21 december 2014

Stichting Lezen: voor kinderen en jongeren




Voorop Lezen 2014-4 prijkt een mooie prent van Philip Hopman. Een jongetje leest Boer Boris temidden van kippen. Er staat een interview met hem (door Joukje Akveld) in dit nummer, vandaar. Het is een van de lezenswaardige bijdragen in dit nummer, dat vrijwel geheel over jeugdliteratuur gaat.

Dat is geen wonder. Op de website van Stichting Lezen, de uitgever van Lezen, staat nog dat 'Stichting Lezen het lezen bevordert in de Nederlandse en Friese taal en een bijdrage levert aan het verbeteren van het leesklimaat en de leescultuur'.
Maar op de pagina in Lezen 2014-4 waar de Leescoalitie wordt voorgesteld, verkondigt directeur Gerlien van Dalen: 'Stichting Lezen wil ervoor zorgen dat alle kinderen en jongeren de kans krijgen om het plezier in lezen te ontdekken'.
Dat legt de focus formeel op de jeugd, en de voorbeelden die ze noemt onderstrepen dat: BoekStart, de Nationale Voorleesdagen, de Nationale Voorleeswedstrijd, Bibliotheek op school en de Jonge Jury.

Kennelijk laat deze stichting de volwassenen over aan die andere stichting, Stichting Lezen & Schrijven, ook lid van de coalitie. Die wil volgens Lezen 'laaggeletterdheid helpen voorkomen en verminderen', en afficheert zich met projecten als Taal voor het Leven, Taal voor Thuis, Taal Werkt en Taal Maakt Gezonder. Maar houdt zich blijkens de website ook bezig met Vaders voor lezen en Lezen en schrijven met Dolfje Weerwolfje. De overlapping is dus nog niet helemaal opgelost.

Dat stukje over de Leescoalitie is overigens rijkelijk laat: de coalitie werd opgericht in 2012, zie hier.
De andere partners zijn de CPNB, het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB, vanaf 1-1-2015 dus de KB, zie ook hier), en de Vereniging Openbare Bibliotheken.

In Lezen 2014-4 verder onder meer een interview met vertrekkend hoogleraar Dick Schram, zie ook hier. En uiteraard aandacht voor de laatste uitgave onder zijn hoede, De aarzelende lezer onder zijn hoede. Annemarie Terhell had een interview met John Boyne, die in Nederland was om de verkoop van De jongen die zijn vader zocht (vertaling van Stay where you are & then leave) te helpen bevorderen, en besteedt ook aandacht aan de nieuwe uitgaven van drie klassiekers:
- Andersen, sprookjes en verhalen (met illustraties van Jan Jutte, vertaling Annelies van Hees, Lemniscaat),
- Alice in Wonderland en Alice in Spiegelland (Floor Rieder, vertaling Sofia Engelsman, Gottmer)
- en, niet eerder in het Nederlands vertaald, Het wonderbaarlijke Snergenland (Sylvia Weve, vertaling Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes, niet de minsten, zie Finnigans Wake, Moon).
Het wonderbaarlijke Snergenland is een verhaal van Edward Wyke-Smith, zou Tolkien hebben geïnspireerd, en de oorspronkelijke versie, The Marvellous Land of Snergs, verscheen in 1927, met prenten van George Morrow. Ik ga het ter bespreking opvragen, net als die nieuwe vertalingen van Alice.

Ik noem nog enkele bijdragen, tussen alle korte nieuws en besprekingen. Joukje Akveld had ook een interview met cabaretier Erik van Muiswinkel over zijn leesgeschiedenis (Nico van Suchtelen, Gödel, Escher, Bach, Nils Holgersson, Annie M.G. Schmidt, Finnigans Wake). Mirjam Noorduyn besteedt aandacht aan de Slash-reeks (Querido), en Annemarie Terhell nam een kijkje in het atelier van Linde Faas.

Over Lezen:

'Een abonnement op tijdschrift Lezen is voor lezers in Nederland kosteloos. Vul uw gegevens in op het aanmeldformulier en u ontvangt tijdschrift Lezen vanaf het eerstvolgende nummer.
Lezen, tijdschrift over leesbevordering en literatuureducatie, verschijnt vier keer per jaar in een oplage van 13.000. Lezen richt zich op professionals in Nederland die werken met kinderen en jongeren van 0-18 jaar, die het leesbevorderingswerk dagelijks in de praktijk vormgeven, in de kinderopvang, op school, in de boekhandel en bibliotheek.
Lezen bevat informatie over specifieke doelgroepen van baby's tot adolescenten, maar ook algemene informatie. Professionals blijven zo niet alleen op de hoogte van zaken die hen direct raken maar houden ook zicht op wat anderen doen. Lezen bericht elke drie maanden over leesbevorderingsprojecten, manifestaties, tentoonstellingen, films en voorstellingen die met lezen verband houden. Lezen schenkt aandacht aan boeken, schrijvers en illustratoren die interesse en enthousiasme verdienen van eenieder die bij leesbevordering en literatuureducatie is betrokken.
Professionals op het gebied van leesbevordering en literatuureducatie ontvangen Lezen gratis door zich hier aan te melden. Voor adreswijzigingen (vermeld oud en nieuw adres) en afmeldingen kunt u een mail sturen.'

Het is na het verdwijnen van Leesgoed en De Leeswelp naast Literatuur zonder leeftijd en Licht op lezen het enige periodiek dat ruimschoots (maar nog niet uitsluitend) aandacht schenkt aan jeugdliteratuur.
De gratis uitgave moet een lieve cent kosten. Een oplage van 13000 (zoveel professionals zijn er kennelijk volgens Stichting Lezen), dus 52000 exemplaren per jaar, plus redactiekosten... Met de meest voorzichtige schatting kom ik toch op zo'n € 150.000,-. Betaald uit het geld voor leesbevordering dat Stichting Lezen namens de Nederlandse regering beheert.

De vraag is dus: bevordert Lezen het lezen...

maandag 15 september 2014

Van leesdwang naar leeswil


Lezen 2014-3 opent met een behartenswaardig redactioneel van Gerlien van Dalen, directeur van Stichting Lezen. Blij verrast met een achttienjarige zoon die ineens ging lezen: 'Dat hij de stap van moeten lezen naar willen lezen zelf heeft genomen, doet mij als moeder én als leesbevorderaar deugd.
Van leesdwang naar leeswil. Schrijfster Lydia Rood sprak op een recente expertmeeting bij Stichting Lezen met docenten en leesbevorderaars: "We duwen leerlingen te veel. 'Jij moet lezen', dat werkt niet. Natuurlijk willen we dat ze lezen, maar we moeten ze verleiden. Minder duwen, meer trekken dus."' [...]
'Maak daarnaast lezen structureel onderdeel van het schoolprogramma: neem tijd voor vrij lezen, voorlezen, gesprekken over boeken, zorg dat er voldoende geschikte boeken zijn - en voor je het weet spreekt lezen vanzelf en kunnen en willen leerlingen niet meer zonder. Dat is geen fictie, dat kán - goede voorbeelden te over.'

Na zo'n prachtig redactioneel verwachtte ik een nummer vol goede voorbeelden.
Dat viel tegen. Het interview door Annemarie Terhell met Klaas van Kruistum (nota bene van de EO) kwam het dichtst in de buurt, misschien ook het interview (ook weer door Terhell, zij levert veel artikelen voor Lezen) met Kees Broekhof, over taal en lezen in het vmbo. Ook het artikel van Pjotr van Lenteren over 'Jongens, hoe krijgen we jullie aan het lezen?' ligt in de lijn.

De overige bijdragen gaan vooral óver auteurs en illustratoren: Marit Törnqvist, Sieb Posthuma (in memoriam), Jaap Robben, Patrick Ness, Henriette Boerendans. Plus een interview door Jowi Schmitz met Tamara Bos, die het scenario schreef voor de film Wiplala, die november dit jaar in roulatie gaat, en een artikel (alweer door Annemarie Terhell) over WO I in jeugdliteratuur, Hans Kuyper, Guido Bottinga, Marita de Sterck en Do van Ranst.
Allemaal heel lezenswaardig, daar niet van.

Tot slot twee fijne citaatjes die elkaar echoën, over schrijverschap:
- 'Het was voor het eerst dat ik een verhaal in mezelf naar boven heb getrokken. Normaal gesproken dient het zich zo dwingend aan dat ik het niet meer kan tegenhouden.' (Marit Törnqvist, p. 9)
- 'Een boek komt bij Robben voort uit een gevoel of gedachte die zo dwingend is dat hij er dag en nacht mee bezig wil zijn.' (over Jaap Robben, p. 25)

dinsdag 15 april 2014

Meneer heeft weer eens een boek gelezen


staat in het wolkje boven de linker egel in de tekening van Floor Rieder op de voorkant van Lezen 2014-1. Het kijkje in haar atelier was voor mij de verrassing van dit nummer, ik kende haar werk nog niet. Het is onder meer te bewonderen in Het raadsel van alles wat leeft van Jan Paul Schutte. Lezers van het Amsterdamse dagblad Het Parool moeten naar kennen van de reeks getekende interviews, begrijp ik.
Er zal daar ongetwijfeld geen witte zweem doorheen lopen, zoals hier - tijd voor een nieuw scanapparaat?




Lezen 2014-1 biedt, zoals gebruikelijk, artikelen en nieuws voor wie zich bezighoudt het bevorderen dat medemensen van alle leeftijden aan het lezen blijven. Hoewel het, en dat is ook gebruikelijk, soms meer weg heeft van een literair tijdschrift: er staat meer in over boeken, auteurs en illustratoren dan over leesbevorderingsprojecten.
Soms is zo'n bijdrage zeer informatief, zoals die van Annemarie Terhell over Floor Rieder of Pieter Steinz over reisboeken, soms wat magertjes, zoals het mini-interview van Pjotr van Lenteren met Rob Ruggenberg, auteur en een van de sprekers op aanstaande Lezen Centraal. Overigens een mini-interviewtje dat het in een publicatie voor kinderen wel goed zou doen.

Lezen is gratis voor leesbevorderaars en verschijnt vier keer per jaar. Het wordt uitgegeven door Stichting Lezen, die geheel bekostigd wordt door onze regering.


zondag 10 november 2013

Boekenwurmblad 2

Mijn recensie van Boekenwurmblad had een vervolg. Op 9 november jongstleden had ik een overleg met initiator en hoofdredacteur Hanneke Koene en sindsdien redigeer ik mee. Dat is in de eerste aflevering uiteraard niet zichtbaar en misschien in de tweede ook nog niet zo, maar ik denk vanaf nu mee over invulling en uitbouw van dit online periodiek over jeugdliteratuur.
Omdat Hanneke dat al aankondigde op de Facebook-pagina van haar winkel, De Boekenwurm, met een tag op mijn eigen onderontwikkelde Facebook-pagina, doe ik dat dus ook maar.

Het is een ambitieuze onderneming: te midden van de door vrijwilligers gedreven (Leesfeest) of door subsidie in het leven gehouden (Leesplein; Jeugdliteratuur) websites een ongesubsidieerde, grotendeels alleen voor abonnees toegankelijke website over jeugdliteratuur maken.
Leesgoed ging (o.a.) ten onder aan kosten die de baten overstegen. Boekenwurmblad (wie heeft een betere naam? nu kan het nog) zou een waardige opvolger kunnen worden.
Het is een zeer bescheiden start, maar ik zag in de plannen van oprichtster Hanneke Koene veel dat overeenkomt met de ideeën die in de redactie van Leesgoed leefden. Ik doe dus mee en neem het nadeel dat ik komende afleveringen niet onbevooroordeeld kan bespreken in dit blog voor lief.

Intussen bestaat er sinds de teloorgang van Leesgoed nog maar één papieren periodiek over jeugdliteratuur: Literatuur zonder leeftijd. (Zie ook mijn bespreking van het laatste nummer of tik in dit blog op de tag LZL.) Het is een betaald abonnement, niettemin kost het maken volgens betrouwbare bronnen naast bloed, zweet en tranen veel vrije tijd.
Toen ik het mocht uitgeven bij NBD Biblion was er al vaak gedoe over de maximale omvang en toen het op last van de directie werd 'afgestoten' (zo heet dat in managerstaal) en IBBY Nederland het overnam, dacht de redactie wellicht van dat gezeur af te zijn.
Niet dus. In Nieuwsbrief 2013-48 van IBBY Nederland lees ik: 'Het voorjaarsnummer had al te veel pagina's, het zomernummer ging bijna 80 pagina's heen over het toegestane maximum heen en dat houdt in dat de redactie zich bij het winternummer een beetje moet inhouden.'
Ik hoop van harte dat IBBY Nederland zowel de eigen website online ('Deze website wordt niet meer geactualiseerd. Wij hopen eind augustus onze nieuwe website te lanceren.' posted 14 juni 2013... - en er is nog niets nieuws verschenen) als Literatuur zonder leeftijd in stand kan houden. Al raad ik het bestuur aan eens te onderzoeken of LZL niet als pdf kan worden uitgegeven.
O ja, toegegeven: het gratis periodiek Lezen, van Stichting Lezen, is officieel dan wel geen jeugdliteratuurblad, maar het staat wel voor meer dan de helft vol bijdragen over jeugdliteratuur. Met wat goede wil zijn er dus nog twéé papieren periodieken over jeugdliteratuur.

Op internet is het echter druk zat wat betreft jeugdliteratuur, rijp en groen.
De nieuwsvoorziening is vooral bij Leesplein en Jeugdliteratuur goed geregeld (en op Twitter bij Kinderboekennieuws) en het literaire e-zine Tzum houdt jeugdliteratuur ook in de gaten.
Recensies van kinderboeken vind je ook op verscheidene plaatsen, bijvoorbeeld bij Jaap leest (van Jaap Friso), Pluizer, Pluizuit (lekker verwarrend, die twee namen), Boek en jeugd, Leesfeest, en meer op de potentiële lezer gericht bij Leesplein en Boekenzoeker.
Recensies zat, nieuws genoeg. En nog gratis ook, met dank aan die noest werkende vrijwilligers, aan adverteerders (voor een heel klein deel) en aan de Nederlandse en Vlaamse belastingbetaler.
En wat je met kinderboeken nog meer kan doen dan (voor)lezen, daarover is ook al heel wat te vinden, zie bijvoorbeeld Leesplan.
Het is mij duidelijk dat een nieuw e-periodiek hier vooral niet aan verdubbeling moet gaan doen... Maar wat overzicht bieden kan alvast geen kwaad.

vrijdag 5 oktober 2012

Hallo wereld!

Niet alleen het motto van Kinderboekenweek 2012 en de titel van een lied van Kinderen voor Kinderen, ook het motto van Leesgoed 2012-4 en een strip van Pieter Geenen in Vrij Nederland 6-10-2012.
Ik toon een deel van die strip:
'
En wie wil weten hoe het afloopt, kope Vrij Nederland.

Die strip valt wellicht ietwat uit de toon. Interessant is de gemeenplaats Binkie en Bonkie: hoeveel van zulke reeksen met een tweetal in de titel en de hoofdrol, voor en na Tup en Joep, zullen er verschenen zijn? Kennelijk 'staat' zoiets voor 'kinderboek'. 'Marc en Diederik in het Binnenhof', zoiets zou goed een titel van een doorsnee kinderboek kunnen zijn.
Binkie en Bonkie in Syrië. Toen ik twaalf was, had ik warempel enkele afleveringen van zo'n soort reeks op mijn boekenplankje: De jonge reizigers (Van der Peet, vertaald uit het Engels) De jonge reizigers in Rusland, in India, enzovoort. (De landen weet ik niet meer precies.) Serieuze factie, die nu onnoemelijk braaf zou worden gevonden. Enfin, ik dwaal af.

Het lied past goed bij de Kinderboekenweek: een en al veiligheid en geliktheid en goede boodschap en je kan nog iets winnen ook ('Win jij met de Gouden Wikkel?').
In het 'vak' (in dit geval het boekenvak of het bibliotheekvak) heet zo'n actie professioneel, d.w.z. doeltreffend gericht op maximale omzet en inloop. Ik zal het niet bestrijden. Maar ik maak er verder geen woord aan vuil.



Ik besteed wel woorden aan, als het slecht afloopt, het op-twee-na-laatste nummer van Leesgoed, nummer 4. Het Kinderboekenweekmotto staat op het omslag.
Dat wordt waargemaakt door
- een interview door Wendy de Graaff met Tosca Menten, auteur van het Kinderboekenweekgeschenk ('Dat grappige past bij mij, ik ben een echte pleaser'),
- een onbevredigende rondgang door Elselien Dijkstra langs diverse verhalen voor kinderen die in verre landen spelen (3 titels van Hans Hagen en dat is het, Elselien? kom, kom) dan wel waarvan de auteur uit verre landen komt, of beter: de vraag waarom die nauwelijks te vinden zijn,
- een artikel door Ann Moens en Inge Umans over de rol van boeken in een schoolklas met 'kinderen uit de hele wereld' (een onthaalklas van de Spectrumschool te Borgerhout),
- de nodige aandacht in de praktische rubriek Boekidee,
- tien verzonnen werelden bijeengeraapt door Richard Thiel, beheerder van Kjoek,
- en een informatief interview door Inger Bos met Agnes Vogt van het Nederlands Letterenfonds over het verkopen van Nederlandse jeugdliteratuur aan buitenlandse uitgevers.
Je zou wensen dat er verwezen kon worden naar de website om Boekidee te downloaden (voor abonnees of tegen betaling), en dat de uitgeverij eens alles op alles zou zetten om ter gelegenheid van de Kinderboekenweek nieuwe abonnees te vinden. Niet dus.
Er zijn er die vinden dat Lezen, het bulletin van Stichting Lezen (zie onder), actueler zou zijn dan Leesgoed. Onbegrijpelijk - behalve voor de afdeling nieuws, want daarvoor moet je sinds twee jaar niet meer bij Leesgoed zijn. Gelukkig hebben we nog altijd Laten lezen, dat wat betreft actualiteit op het gebied van jeugdliteratuur en leesbevordering alle papieren periodieken met gemak verslaat.

Buiten het thema nog een lang interview door hoofdredacteur Karin Kustermans met Michael de Cock, de theatermaker die enkele jaren geleden 'toevallig' begon met schrijven voor kinderen en meteen in de prijzen viel.
'Als ik de eerste hoofdstukken van Rosie en Moussa nu herlees, lijkt het alsof het schrijven geen moeite heeft gekost. Maar dat was elke keer een week werken voor tweeduizend tekens. Eerst schreef ik de ruwe tekst, dan begon ik te schrappen en te polijsten tot er geen woord teveel stond.'
Achterop een advertentie van NBD Biblion, al was het maar om te tonen dat er in Leesgoed geadverteerd kan worden (nog 2 nummers minstens), en voorin de twee pagina's In beeld, deze keer de kleurige beesten van Mattias de Leeuw in Dertien rennende hertjes van Edward van de Vendel.




Lezen, ik noemde het hierboven, is dan volgens mij niet actueler dan Leesgoed, dat maakt het nog niet tot een oninteressant periodiek. Informatief is bijvoorbeeld in het laatste nummer (2012-3) een artikel over leesbevordering in Zweden, lezenswaard zijn ook een interview met Sjoerd Kuyper (winnaar van de Theo Thijssenprijs 2012), een kijkje in het atelier van Tonke Dragt, en meer. Dat gaat, indachtig de 'doorlopende leeslijn' waarmee Stichting Lezen zich heeft geëngageerd, tot en met het artikel 'Van blog tot boek' door Eva Gerrits.

En dan was er nog die suggestie van Joukje Akveld, in Vrij Nederland 3-10-2012, dat auteurs de jeugdliteratuur langzaamaan inruilen voor werk voor volwassen lezers. Voorbeelden die ze noemt: David Almond (de enige anderstalige auteur in haar vertoog), Laura Broekhuysen (schreef overigens maar 1 jongerenroman, Zand erover), Lieneke Dijkzeul, Bibi Dumon Tak (werkt aan Wolfskwint, 'een duik in het "enorme diepe"'), Judith EiselinTheo HoogstraatenJoke van LeeuwenTed van Lieshout, Bart Moeyaert, Francine Oomen, Daan Remmerts de VriesCarry Slee, Rita VerschuurSimone van der Vlugt. De jeugdliteratuur voorbij, als het ware.
Wie weet!
Vorig jaar bleken ze al niet van hun publiek te houden. Opnieuw Joukje, ook in Vrij Nederland, zie hier.

Interessant is dat alle auteur duidelijke verschillen noemen. Schrijven voor kinderen is iets anders dan schrijven voor volwassenen, volgens hen. Waarvan akte. Zie ook Jeugdliteratuur bestaat!.


dinsdag 12 juni 2012

Van Charles Dickens tot Babar

Twee nummers van het gratis blad Lezen liggen op mijn bureau: de nummers 1 en 2 van 2012.




Gratis, schreef ik?
Ja, de notie dat ze uiteindelijk niet gratis zijn want betaald uit de staatskas is veel te abstract. Je meldt je aan en krijgt Lezen, voor niks, da's de ervaring. Stichting Lezen betaalt het uit haar budget, da's mooi. Zal ongeveer tussen een halve en hele ton kosten, schat ik.
Overigens moet je wel een 'professional' zijn op het gebied van de leesbevordering: ' Professionals op het gebied van leesbevordering en literatuureducatie ontvangen Lezen gratis door zich hier aan te melden.  '

Waarom?
Dat is een heel andere vraag. Stichting Lezen ziet het zo: ' Lezen bevat informatie over specifieke doelgroepen van baby's tot adolescenten, maar ook algemene informatie. Professionals blijven zo niet alleen op de hoogte van zaken die hen direct raken maar houden ook zicht op wat anderen doen.  ' Past keurig bij het principe van de 'doorgaande lijn' van Stichting Lezen. Ik heb mij wel afgevraagd of het wijs is om openbare middelen (uit het budget van Stichting Lezen, pakweg 2 à 2,5 miljoen per jaar) te besteden aan een periodiek dat concurreert met vergelijkbare periodieken die het zonder zo'n gulle subsidiëring moeten stellen.
Maar eenmaal ontvangen ga ik het natuurlijk lezen.
Wat me opvalt is dat er weinig over de praktijk van leesbevordering is te vinden. Hooguit 1 of 2 pagina's per nummer. Merkwaardig, voor een blad van een leesbevorderingsinstelling.
Wat overblijft is een zeer gevarieerde verzameling vlot geschreven artikelen en interviews over onderwerpen als het digitale kinderboek (op het tablet), kinderboekenschrijvers met werk voor volwassenen en vice versa, blikken in de ateliers van illustratoren (Alex de Wolf en Loes Riphagen), Meg Rosoff, Tom Lanoye, Joost Swarte ('Ik ben een groot fan van Jean de Brunhoff'), Scholieren.com, media-opvoeding, John Green, Guus Kuijer (hommage wegens ALMA, heel alert van de redactie), Charles Dickens, huisdieren in kinderboeken, de film Boven is het stil, kortom een wijd palet aan auteurs en literaire onderwerpen, aangenaam gepresenteerd, met tussendoor de nodige weetjes en berichten. Ook de discussie wordt niet geschuwd: reacties van drie auteurs op de Woutertje Pieterse-lezing van Edward van de Vendel.

Prettig blad wel, Lezen. Maar of ik er als professional veel mee zou opschieten voor de leesbevorderingspraktijk? Ik denk van niet. Geef me dan Leesplan maar, van diezelfde Stichting Lezen.