Terug uit Georgië (een land met een oude en bijzondere zangtraditie, zie onder veel meer hier, hier en hier) vond ik bij de post het overlijdensbericht van Bert Kouwenberg, onder veel meer (want vooral auteur en schoolmeester) jarenlang lid van de redactie van Leesgoed.
Dat was een schok.
Vorig jaar december verscheen hij immers nog bij de presentatie van Kodo, en hij was opgewekt: het gezwel was uit zijn hoofd, hij was weer bezig.
En nu: toch dood.
Het was ook een schok omdat een goede vriendin eveneens veel sneller heen ging dan verwacht. Ja, ook kanker. Ze overleed op Hemelvaartsdag, we konden de maandag daarvóór nog net afscheid van haar nemen. Zie ook hier.
En ik dacht terug aan mijn ex-redactiegenoten Dineke Radstake, die op 9 juli 2005 sneller dan verwacht overleed, ook kort nadat ze nog een presentatie meemaakte, en Jan Smeekens, die eind 2011 het loodje legde. Beider doodsoorzaak: kanker.
Bert Kouwenberg was een rustige redacteur. Zijn bijdragen in het redactie-overleg kwamen altijd op bedachtzame toon, soms met lichte ironie. Hij was een auteur met een geheel eigen stijl, maar in mijn ogen toch vooral een gedreven onderwijzer, die al zijn talenten inzette om zijn leerlingen aan het lezen en schrijven te krijgen en te houden.
Hij was zijn hele onderwijzersloopbaan verbonden aan de De la Reyschool in Den Haag, waar hij prachtige projecten als het Verhalenatelier op touw zette en lesmateriaal voor de school maakte (met anderen). Hij werkte mee aan Zin in taal en andere methodes en schreef voor Leesgoed tal van inspirerende artikelen.
Die artikelen zijn helaas niet meer online te raadplegen. Bij het einde van Leesgoed schreef NBD Biblion nog (op 27-9-2012):
'NBD Biblion is momenteel druk bezig te bekijken of het opgebouwde archief op andere manieren ontsloten kan worden. De aanwezige content is nog steeds interessant en relevant voor mensen die werken met of interesse hebben in jeugdliteratuur.'
Daarvan is tot op heden niets gekomen. Vier van zijn artikelen had ik ooit gemeld aan Taalunieversum, zie overzicht.
Ik had Bert graag nog vele jaren gegund. Hij zou die ongetwijfeld hebben gebruikt om nog meer moois te schrijven.
Het lot is soms wreed.
Dit AI-vrije blog meandert uit over zaken die (soms wat losjes) met lezen en schrijven te maken hebben. Rode draad: jeugdliteratuur verdient aandacht.
Zoeken in deze blog
Posts tonen met het label Leesgoed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leesgoed. Alle posts tonen
maandag 18 mei 2015
zondag 10 november 2013
Boekenwurmblad 2
Mijn recensie van Boekenwurmblad had een vervolg. Op 9 november jongstleden had ik een overleg met initiator en hoofdredacteur Hanneke Koene en sindsdien redigeer ik mee. Dat is in de eerste aflevering uiteraard niet zichtbaar en misschien in de tweede ook nog niet zo, maar ik denk vanaf nu mee over invulling en uitbouw van dit online periodiek over jeugdliteratuur.
Omdat Hanneke dat al aankondigde op de Facebook-pagina van haar winkel, De Boekenwurm, met een tag op mijn eigen onderontwikkelde Facebook-pagina, doe ik dat dus ook maar.
Het is een ambitieuze onderneming: te midden van de door vrijwilligers gedreven (Leesfeest) of door subsidie in het leven gehouden (Leesplein; Jeugdliteratuur) websites een ongesubsidieerde, grotendeels alleen voor abonnees toegankelijke website over jeugdliteratuur maken.
Leesgoed ging (o.a.) ten onder aan kosten die de baten overstegen. Boekenwurmblad (wie heeft een betere naam? nu kan het nog) zou een waardige opvolger kunnen worden.
Het is een zeer bescheiden start, maar ik zag in de plannen van oprichtster Hanneke Koene veel dat overeenkomt met de ideeën die in de redactie van Leesgoed leefden. Ik doe dus mee en neem het nadeel dat ik komende afleveringen niet onbevooroordeeld kan bespreken in dit blog voor lief.
Intussen bestaat er sinds de teloorgang van Leesgoed nog maar één papieren periodiek over jeugdliteratuur: Literatuur zonder leeftijd. (Zie ook mijn bespreking van het laatste nummer of tik in dit blog op de tag LZL.) Het is een betaald abonnement, niettemin kost het maken volgens betrouwbare bronnen naast bloed, zweet en tranen veel vrije tijd.
Toen ik het mocht uitgeven bij NBD Biblion was er al vaak gedoe over de maximale omvang en toen het op last van de directie werd 'afgestoten' (zo heet dat in managerstaal) en IBBY Nederland het overnam, dacht de redactie wellicht van dat gezeur af te zijn.
Niet dus. In Nieuwsbrief 2013-48 van IBBY Nederland lees ik: 'Het voorjaarsnummer had al te veel pagina's, het zomernummer ging bijna 80 pagina's heen over het toegestane maximum heen en dat houdt in dat de redactie zich bij het winternummer een beetje moet inhouden.'
Ik hoop van harte dat IBBY Nederland zowel de eigen website online ('Deze website wordt niet meer geactualiseerd. Wij hopen eind augustus onze nieuwe website te lanceren.' posted 14 juni 2013... - en er is nog niets nieuws verschenen) als Literatuur zonder leeftijd in stand kan houden. Al raad ik het bestuur aan eens te onderzoeken of LZL niet als pdf kan worden uitgegeven.
O ja, toegegeven: het gratis periodiek Lezen, van Stichting Lezen, is officieel dan wel geen jeugdliteratuurblad, maar het staat wel voor meer dan de helft vol bijdragen over jeugdliteratuur. Met wat goede wil zijn er dus nog twéé papieren periodieken over jeugdliteratuur.
Op internet is het echter druk zat wat betreft jeugdliteratuur, rijp en groen.
De nieuwsvoorziening is vooral bij Leesplein en Jeugdliteratuur goed geregeld (en op Twitter bij Kinderboekennieuws) en het literaire e-zine Tzum houdt jeugdliteratuur ook in de gaten.
Recensies van kinderboeken vind je ook op verscheidene plaatsen, bijvoorbeeld bij Jaap leest (van Jaap Friso), Pluizer, Pluizuit (lekker verwarrend, die twee namen), Boek en jeugd, Leesfeest, en meer op de potentiële lezer gericht bij Leesplein en Boekenzoeker.
Recensies zat, nieuws genoeg. En nog gratis ook, met dank aan die noest werkende vrijwilligers, aan adverteerders (voor een heel klein deel) en aan de Nederlandse en Vlaamse belastingbetaler.
En wat je met kinderboeken nog meer kan doen dan (voor)lezen, daarover is ook al heel wat te vinden, zie bijvoorbeeld Leesplan.
Het is mij duidelijk dat een nieuw e-periodiek hier vooral niet aan verdubbeling moet gaan doen... Maar wat overzicht bieden kan alvast geen kwaad.
Omdat Hanneke dat al aankondigde op de Facebook-pagina van haar winkel, De Boekenwurm, met een tag op mijn eigen onderontwikkelde Facebook-pagina, doe ik dat dus ook maar.
Het is een ambitieuze onderneming: te midden van de door vrijwilligers gedreven (Leesfeest) of door subsidie in het leven gehouden (Leesplein; Jeugdliteratuur) websites een ongesubsidieerde, grotendeels alleen voor abonnees toegankelijke website over jeugdliteratuur maken.
Leesgoed ging (o.a.) ten onder aan kosten die de baten overstegen. Boekenwurmblad (wie heeft een betere naam? nu kan het nog) zou een waardige opvolger kunnen worden.
Het is een zeer bescheiden start, maar ik zag in de plannen van oprichtster Hanneke Koene veel dat overeenkomt met de ideeën die in de redactie van Leesgoed leefden. Ik doe dus mee en neem het nadeel dat ik komende afleveringen niet onbevooroordeeld kan bespreken in dit blog voor lief.
Intussen bestaat er sinds de teloorgang van Leesgoed nog maar één papieren periodiek over jeugdliteratuur: Literatuur zonder leeftijd. (Zie ook mijn bespreking van het laatste nummer of tik in dit blog op de tag LZL.) Het is een betaald abonnement, niettemin kost het maken volgens betrouwbare bronnen naast bloed, zweet en tranen veel vrije tijd.
Toen ik het mocht uitgeven bij NBD Biblion was er al vaak gedoe over de maximale omvang en toen het op last van de directie werd 'afgestoten' (zo heet dat in managerstaal) en IBBY Nederland het overnam, dacht de redactie wellicht van dat gezeur af te zijn.
Niet dus. In Nieuwsbrief 2013-48 van IBBY Nederland lees ik: 'Het voorjaarsnummer had al te veel pagina's, het zomernummer ging bijna 80 pagina's heen over het toegestane maximum heen en dat houdt in dat de redactie zich bij het winternummer een beetje moet inhouden.'
Ik hoop van harte dat IBBY Nederland zowel de eigen website online ('Deze website wordt niet meer geactualiseerd. Wij hopen eind augustus onze nieuwe website te lanceren.' posted 14 juni 2013... - en er is nog niets nieuws verschenen) als Literatuur zonder leeftijd in stand kan houden. Al raad ik het bestuur aan eens te onderzoeken of LZL niet als pdf kan worden uitgegeven.
O ja, toegegeven: het gratis periodiek Lezen, van Stichting Lezen, is officieel dan wel geen jeugdliteratuurblad, maar het staat wel voor meer dan de helft vol bijdragen over jeugdliteratuur. Met wat goede wil zijn er dus nog twéé papieren periodieken over jeugdliteratuur.
Op internet is het echter druk zat wat betreft jeugdliteratuur, rijp en groen.
De nieuwsvoorziening is vooral bij Leesplein en Jeugdliteratuur goed geregeld (en op Twitter bij Kinderboekennieuws) en het literaire e-zine Tzum houdt jeugdliteratuur ook in de gaten.
Recensies van kinderboeken vind je ook op verscheidene plaatsen, bijvoorbeeld bij Jaap leest (van Jaap Friso), Pluizer, Pluizuit (lekker verwarrend, die twee namen), Boek en jeugd, Leesfeest, en meer op de potentiële lezer gericht bij Leesplein en Boekenzoeker.
Recensies zat, nieuws genoeg. En nog gratis ook, met dank aan die noest werkende vrijwilligers, aan adverteerders (voor een heel klein deel) en aan de Nederlandse en Vlaamse belastingbetaler.
En wat je met kinderboeken nog meer kan doen dan (voor)lezen, daarover is ook al heel wat te vinden, zie bijvoorbeeld Leesplan.
Het is mij duidelijk dat een nieuw e-periodiek hier vooral niet aan verdubbeling moet gaan doen... Maar wat overzicht bieden kan alvast geen kwaad.
donderdag 21 maart 2013
Einde Leesgoed
Op 28 februari maakte ik er al gewag van: het laatste nummer van Leesgoed verscheen. 'Dit allerlaatste nummer is in week 9, 2013 in druk verschenen, de website wordt niet meer bijgewerkt', staat te lezen op de bijbehorende website. Het laatste laatste nieuws dateert van 11 maart. Wie nog nummers wil bestellen uit de jaargangen 2009-2011, krijgt ze voor € 5,-. 'Voor slechts € 5,- per nummer leest u spraakmakende interviews, boeiende artikelen en handige lestips uit het verleden. Reageer snel, want op=op!'
'Uiteraard zijn de nummers van de laatste jaargang, 2012, ook verkrijgbaar zolang de voorraad strekt, maar dan tegen het reguliere tarief van € 11,95 per nummer, inclusief btw, exclusief verzend- en adminisatratiekosten.'
Het is een waardig afscheidsnummer, in dubbele zin, want er wordt ook afscheid genomen van Jan Simoen, die in de nacht van 4 op 5 januari jl. overleed. Hoofdredacteur Karin Kustermans staat in haar redactioneel bij dat overlijden veel langer stil dan bij het afscheid van Leesgoed. Daarover meldt ze dit:
'In de marktlogica van het bedrijf brengt dit blad niet voldoende op. Te weinig advertenties, te weinig abonnees, te weinig geld dus. De redacties van Leesgoed en Boekidee kunnen alleen maar hopen dat ons blad jullie, onze om en bij de 1.500 abonnees en nog meer lezers, wél iets heeft opgeleverd. Inspiratie, inzicht, leestips, prikkels, schoonheid... Wij hebben dit blad elke keer weer met veel liefde en plezier voor jullie gemaakt. We hopen dat jullie ervan genoten hebben en danken onze trouwe lezers.'
Aan Jan Simoen worden vervolgens (na de gebruikelijke en mooie dubbelpagina 'Beeld', deze keer uit Een zondag met Caillebotte van Toon Tellegen en Ingrid Godon, vast niet per toeval een fraaie Nederlands-Vlaamse productie) vijf pagina's uitgetrokken, inclusief een paginavullende foto en 2,5 pagina citaat: zijn laatste nieuwsbrief, waarin hij zijn naderend einde aankondigt. Een tumor die niet meer te bestrijden valt.
Of dat niet teveel is, 5 pagina's In Memoriam? Misschien niet als je die nieuwsbrief ziet als een staaltje van zijn schrijverschap, maar ik twijfel.
De alternatieve Woutertje Pieterse Lezing (dank, Ted van Lieshout) van Stefan Bosmans vind ik wel zonde van de pagina's. Ten eerste omdat het een reactie is op een Woutertje Pieterse Lezing 2012 door Edward van de Vendel waarvan niet vermeld wordt waar je die kan vinden, hetgeen teveel ons-kent-ons vooronderstelt, ten tweede omdat volstaan had kunnen worden met de zes stellingen van Bosmans:
1. Er bestaat geen boek dat geschreven is voor elk kind.
2. Er bestaat geen kind dat gemaakt is voor elk boek.
3. Voor elk boek is er wel een lezer.
4. Voor elke lezer is er ook een boek.
5. Daarom is elk kind een potentiële lezer.
6. Een leescarrière kan je sturen, kan je doen groeien... Maar dat vraagt dan wel begeleiding.
Aan Stefan had dan gevraagd kunnen worden elk van de stellingen kort toe te lichten, en aan Edward van de Vendel om erop te reageren. Was veel interessanter geweest.
Het artikel 'Bij een afscheid' (en nu wordt dat van Leesgoed bedoeld) heb ik op 28 februari al aangestipt: 'Karin en redactiegenote Wendy de Graaff schreven een zeer lezenswaardig afscheidsartikel, een "visie" op hoe het met de jeugdliteratuur "is gesteld" (niet zo goed, ondanks of juist door de enorme aantallen titels), betogen (wat mij betreft terecht) dat er meer dan ooit behoefte is aan gezaghebbend overzicht, en laten dit artikel volgen door een naschrift van henzelf onder de titel 'Nou en?' Nog eens een fel pleidooi voor literatuur, ook voor kinderen, en voor aandacht voor die literatuur.' Ik kan me er alleen maar bij aansluiten, en wat jammer dat de tekst niet meer op de website van Leesgoed te lezen zal zijn. Dat vrees ik althans, zie boven.
Ik citeer toch maar even uit dat artikel:
'Aidan Chambers stelde in een interview in Leesgoed: "Het belang van lezen gaat echt niet alleen over een fijn tijdverdrijf, over leesplezier. Het belang van lezen hefet niets te maken met liever een boek lezen dan naar een voetbalwedstrijd of een film gaan. Het is geen keuze. Het is essentieel. Flaubert zei: ik lees om te leven. Wij zouden moeten zeggen: we lezen om te overleven."
Als het alleen maar om lezen als een leuke hobby zou gaan, dan hoefden we ons er ook helemaal niet zo druk over te maken. Maar als lezen zo belangrijk is als Chambers en vele anderen met hem beweren - en dat is het, natuurlijk - dan moeten we ook onder ogen durven te zien dat ook wat er gelezen belangrijk is. Dat het ene boek meer te bieden heeft dan het andere.
Dat kinderen recht hebben op de beste boeken die we hun kunnen bieden. Dat rommelig maakwerk een aanfluiting is van wat lezen kan betekenen. Dat een eenzijdig, door bestsellerkoorts gedicteerd aanbod jonge lezers kansen ontneemt om de genoemde voordelen te ervaren. Dat prachtige kinderboeken een cadeau voor het leven kunnen zijn.'
Dat is allereerst een stellingname tegen de veelgehoorde kreet: áls ze maar lezen, doet er niet toe wat. Teveel gefrustreerde wanhoop klinkt in zo'n kreet door.
Ten tweede is het een onomwonden stellingname voor opvoeden, voor educatie. Ja, beste aanhangers van het literaire oordeel, wie zich bezighoudt met kinderen voedt nu eenmaal op en zodra je dat beseft (zoals iedere ouder doet), kun je dat maar beter naar beste kunnen doen. Dus wie zich bezighoudt met het aanbod van boeken (en andere teksten en culturele uitingen) voor kinderen, is bezig met opvoeden, met educatie. Voor mijn part noem je dat kunsteducatie. En dan is de boekenplank geen grabbelton, dan kies je er het beste uit dat je denkt te willen aanbieden aan je kinderen - of leerlingen. Verantwoorde selectie, heet dat. Verantwoord in die zin dat je bereid bent je keuze te verantwoorden, als opvoeder en uit respect voor de kunstenaars.
Inherent aan deze stellingname is de aanname dat wij volwassenen onze kinderen iets kunnen leren. Dat betekent niet dat wij volwassenen zelf de wijsheid in pacht hebben: vermijd mensen die denken alles al te weten! Maar als het goed is, zijn wij simpelweg al een stukje verder op weg, en delen we onze ervaring met alle kinderen (en volwassenen) die ons zijn toevertrouwd. Ugh.
Als het niet goed is, tja, dan belanden we in duisterder hoeken van de samenleving.
Ten derde wordt hier geponeerd dat lezen 'essentieel' is. Die mening deel ik. Een enorm deel van onze kennis en ervaring ligt opgeslagen in teksten.
Ten vierde wordt indirect ('bestsellerkoorts') gewezen op de dubbele positie van de handelaar, in dit geval te vinden in uitgeverijen en boekwinkels. Enerzijds is er de handelaar die naar eer en geweten het beste wil bieden dat hij of zij vindt, en daarmee iets hoopt te verdienen. (Want ook handelaren willen leven.) Anderzijds is er de handelaar die zo snel mogelijk zo rijk mogelijk wil worden, doet er niet toe hoe, de handel in bedrukt papier lijkt per toeval gekozen. Het beste is in de opvatting van deze handelaar dat wat het snelst geld oplevert. Beide typen vind je soms in één bedrijf verenigd, maar de verschillen zijn duidelijk en helaas trekt in deze harde wereld de louter op winst beluste handelaar vaak aan het langste eind.
En voor alle zekerheid: de 'beste boeken' zijn niet per definitie de onleesbare boeken. Ik noem één voorbeeld: Matilda, van Roald Dahl.
Met dit artikel heb ik meteen genoemd wat er volgens mij uitspringt. Het komt, denk ik, uit de tenen van de auteurs.
De overige, nog niet genoemde bijdragen zijn lezenswaardig, maar niet spraakmakend.
Dat geldt voor de column van Marian de Smet, over het einde van een verhaal, voor de Top Tien van Gideon Samson, het interview met het duo Janneke Schotveld en Annet Schaap, het interview met (vertrekkend, al weer een einde) boekwinkelier Lia Reedijk, de recensies, de praktische en dus uitvoerenswaardige tips in Boekidee, de column 'Magie' over leren lezen van (oud-Leesgoed-redactiegenoot) Wim Hofman.
Al mogen deze bijdragen niet spraakmakend zijn, ze zijn allemaal met zorg gemaakt, en die zorg, die niet door handelsbelangen ingegeven bekommernis om het kinderboek die Karin Kustermans en Wendy de Graaff hier zo goed onder woorden brachten, die gaan we nog missen.
NB. Achteraf zag ik nog eens het interview met mij door Wendy de Graaff in Leesgoed 2010-6 terug. Ik citeer mijzelf:
'Ik vrees dat in de nabije toekomst een tijdschrift-websitecombinatie als Leesgoed zonder enige subsidie (intern of extern) of sponsoring niet meer kan bestaan.'
Waarvan helaas acte.
'Uiteraard zijn de nummers van de laatste jaargang, 2012, ook verkrijgbaar zolang de voorraad strekt, maar dan tegen het reguliere tarief van € 11,95 per nummer, inclusief btw, exclusief verzend- en adminisatratiekosten.'
Het is een waardig afscheidsnummer, in dubbele zin, want er wordt ook afscheid genomen van Jan Simoen, die in de nacht van 4 op 5 januari jl. overleed. Hoofdredacteur Karin Kustermans staat in haar redactioneel bij dat overlijden veel langer stil dan bij het afscheid van Leesgoed. Daarover meldt ze dit:
'In de marktlogica van het bedrijf brengt dit blad niet voldoende op. Te weinig advertenties, te weinig abonnees, te weinig geld dus. De redacties van Leesgoed en Boekidee kunnen alleen maar hopen dat ons blad jullie, onze om en bij de 1.500 abonnees en nog meer lezers, wél iets heeft opgeleverd. Inspiratie, inzicht, leestips, prikkels, schoonheid... Wij hebben dit blad elke keer weer met veel liefde en plezier voor jullie gemaakt. We hopen dat jullie ervan genoten hebben en danken onze trouwe lezers.'
Aan Jan Simoen worden vervolgens (na de gebruikelijke en mooie dubbelpagina 'Beeld', deze keer uit Een zondag met Caillebotte van Toon Tellegen en Ingrid Godon, vast niet per toeval een fraaie Nederlands-Vlaamse productie) vijf pagina's uitgetrokken, inclusief een paginavullende foto en 2,5 pagina citaat: zijn laatste nieuwsbrief, waarin hij zijn naderend einde aankondigt. Een tumor die niet meer te bestrijden valt.
Of dat niet teveel is, 5 pagina's In Memoriam? Misschien niet als je die nieuwsbrief ziet als een staaltje van zijn schrijverschap, maar ik twijfel.
De alternatieve Woutertje Pieterse Lezing (dank, Ted van Lieshout) van Stefan Bosmans vind ik wel zonde van de pagina's. Ten eerste omdat het een reactie is op een Woutertje Pieterse Lezing 2012 door Edward van de Vendel waarvan niet vermeld wordt waar je die kan vinden, hetgeen teveel ons-kent-ons vooronderstelt, ten tweede omdat volstaan had kunnen worden met de zes stellingen van Bosmans:
1. Er bestaat geen boek dat geschreven is voor elk kind.
2. Er bestaat geen kind dat gemaakt is voor elk boek.
3. Voor elk boek is er wel een lezer.
4. Voor elke lezer is er ook een boek.
5. Daarom is elk kind een potentiële lezer.
6. Een leescarrière kan je sturen, kan je doen groeien... Maar dat vraagt dan wel begeleiding.
Aan Stefan had dan gevraagd kunnen worden elk van de stellingen kort toe te lichten, en aan Edward van de Vendel om erop te reageren. Was veel interessanter geweest.
Het artikel 'Bij een afscheid' (en nu wordt dat van Leesgoed bedoeld) heb ik op 28 februari al aangestipt: 'Karin en redactiegenote Wendy de Graaff schreven een zeer lezenswaardig afscheidsartikel, een "visie" op hoe het met de jeugdliteratuur "is gesteld" (niet zo goed, ondanks of juist door de enorme aantallen titels), betogen (wat mij betreft terecht) dat er meer dan ooit behoefte is aan gezaghebbend overzicht, en laten dit artikel volgen door een naschrift van henzelf onder de titel 'Nou en?' Nog eens een fel pleidooi voor literatuur, ook voor kinderen, en voor aandacht voor die literatuur.' Ik kan me er alleen maar bij aansluiten, en wat jammer dat de tekst niet meer op de website van Leesgoed te lezen zal zijn. Dat vrees ik althans, zie boven.
Ik citeer toch maar even uit dat artikel:
'Aidan Chambers stelde in een interview in Leesgoed: "Het belang van lezen gaat echt niet alleen over een fijn tijdverdrijf, over leesplezier. Het belang van lezen hefet niets te maken met liever een boek lezen dan naar een voetbalwedstrijd of een film gaan. Het is geen keuze. Het is essentieel. Flaubert zei: ik lees om te leven. Wij zouden moeten zeggen: we lezen om te overleven."
Als het alleen maar om lezen als een leuke hobby zou gaan, dan hoefden we ons er ook helemaal niet zo druk over te maken. Maar als lezen zo belangrijk is als Chambers en vele anderen met hem beweren - en dat is het, natuurlijk - dan moeten we ook onder ogen durven te zien dat ook wat er gelezen belangrijk is. Dat het ene boek meer te bieden heeft dan het andere.
Dat kinderen recht hebben op de beste boeken die we hun kunnen bieden. Dat rommelig maakwerk een aanfluiting is van wat lezen kan betekenen. Dat een eenzijdig, door bestsellerkoorts gedicteerd aanbod jonge lezers kansen ontneemt om de genoemde voordelen te ervaren. Dat prachtige kinderboeken een cadeau voor het leven kunnen zijn.'
Dat is allereerst een stellingname tegen de veelgehoorde kreet: áls ze maar lezen, doet er niet toe wat. Teveel gefrustreerde wanhoop klinkt in zo'n kreet door.
Ten tweede is het een onomwonden stellingname voor opvoeden, voor educatie. Ja, beste aanhangers van het literaire oordeel, wie zich bezighoudt met kinderen voedt nu eenmaal op en zodra je dat beseft (zoals iedere ouder doet), kun je dat maar beter naar beste kunnen doen. Dus wie zich bezighoudt met het aanbod van boeken (en andere teksten en culturele uitingen) voor kinderen, is bezig met opvoeden, met educatie. Voor mijn part noem je dat kunsteducatie. En dan is de boekenplank geen grabbelton, dan kies je er het beste uit dat je denkt te willen aanbieden aan je kinderen - of leerlingen. Verantwoorde selectie, heet dat. Verantwoord in die zin dat je bereid bent je keuze te verantwoorden, als opvoeder en uit respect voor de kunstenaars.
Inherent aan deze stellingname is de aanname dat wij volwassenen onze kinderen iets kunnen leren. Dat betekent niet dat wij volwassenen zelf de wijsheid in pacht hebben: vermijd mensen die denken alles al te weten! Maar als het goed is, zijn wij simpelweg al een stukje verder op weg, en delen we onze ervaring met alle kinderen (en volwassenen) die ons zijn toevertrouwd. Ugh.
Als het niet goed is, tja, dan belanden we in duisterder hoeken van de samenleving.
Ten derde wordt hier geponeerd dat lezen 'essentieel' is. Die mening deel ik. Een enorm deel van onze kennis en ervaring ligt opgeslagen in teksten.
Ten vierde wordt indirect ('bestsellerkoorts') gewezen op de dubbele positie van de handelaar, in dit geval te vinden in uitgeverijen en boekwinkels. Enerzijds is er de handelaar die naar eer en geweten het beste wil bieden dat hij of zij vindt, en daarmee iets hoopt te verdienen. (Want ook handelaren willen leven.) Anderzijds is er de handelaar die zo snel mogelijk zo rijk mogelijk wil worden, doet er niet toe hoe, de handel in bedrukt papier lijkt per toeval gekozen. Het beste is in de opvatting van deze handelaar dat wat het snelst geld oplevert. Beide typen vind je soms in één bedrijf verenigd, maar de verschillen zijn duidelijk en helaas trekt in deze harde wereld de louter op winst beluste handelaar vaak aan het langste eind.
En voor alle zekerheid: de 'beste boeken' zijn niet per definitie de onleesbare boeken. Ik noem één voorbeeld: Matilda, van Roald Dahl.
Met dit artikel heb ik meteen genoemd wat er volgens mij uitspringt. Het komt, denk ik, uit de tenen van de auteurs.
De overige, nog niet genoemde bijdragen zijn lezenswaardig, maar niet spraakmakend.
Dat geldt voor de column van Marian de Smet, over het einde van een verhaal, voor de Top Tien van Gideon Samson, het interview met het duo Janneke Schotveld en Annet Schaap, het interview met (vertrekkend, al weer een einde) boekwinkelier Lia Reedijk, de recensies, de praktische en dus uitvoerenswaardige tips in Boekidee, de column 'Magie' over leren lezen van (oud-Leesgoed-redactiegenoot) Wim Hofman.
Al mogen deze bijdragen niet spraakmakend zijn, ze zijn allemaal met zorg gemaakt, en die zorg, die niet door handelsbelangen ingegeven bekommernis om het kinderboek die Karin Kustermans en Wendy de Graaff hier zo goed onder woorden brachten, die gaan we nog missen.
NB. Achteraf zag ik nog eens het interview met mij door Wendy de Graaff in Leesgoed 2010-6 terug. Ik citeer mijzelf:
'Ik vrees dat in de nabije toekomst een tijdschrift-websitecombinatie als Leesgoed zonder enige subsidie (intern of extern) of sponsoring niet meer kan bestaan.'
Waarvan helaas acte.
donderdag 28 februari 2013
En nu?
Het laatste nummer van Leesgoed zat vandaag bij de post, 39e jaargang (2012) nummer 6, ietwat laat verschenen.
Mooie voorkant, en een redactioneel van Karin Kustermans waaruit blijkt dat zij dat in ieder geval na 5 januari 2013 heeft geschreven: ze staat stil bij de dood van Jan Simoen.
Karin en redactiegenote Wendy de Graaff schreven een zeer lezenswaardig afscheidsartikel, een 'visie' op hoe het met de jeugdliteratuur 'is gesteld' (niet zo goed, ondanks of juist door de enorme aantallen titels), betogen (wat mij betreft terecht) dat er meer dan ooit behoefte is aan gezaghebbend overzicht, en laten dit artikel volgen door een naschrift van henzelf onder de titel 'Nou en?' Nog eens een fel pleidooi voor literatuur, ook voor kinderen, en voor aandacht voor die literatuur.
Ik zou dat 'Nou en?' graag veranderen in: 'En nu?'
Daarmee verwijs ik naar de allereerste jaargang (1974) van Leesgoed, dat toen nog niet Leesgoed heette, maar En nu over jeugdliteratuur. Een strijdlustige titel (klemtoon op nu), verzonnen door roerganger Annie Moerkercken van der Meulen, de eerste baas van Bureau Boek en Jeugd.
Dat bestaat inmiddels ook niet meer.
Leesgoed weg.
En nu?
Dit nummer verdient een uitvoerige recensie en de bijdragen van Karin en Wendy een vervolg. Ik kom er in maart op terug.
Mooie voorkant, en een redactioneel van Karin Kustermans waaruit blijkt dat zij dat in ieder geval na 5 januari 2013 heeft geschreven: ze staat stil bij de dood van Jan Simoen.
Karin en redactiegenote Wendy de Graaff schreven een zeer lezenswaardig afscheidsartikel, een 'visie' op hoe het met de jeugdliteratuur 'is gesteld' (niet zo goed, ondanks of juist door de enorme aantallen titels), betogen (wat mij betreft terecht) dat er meer dan ooit behoefte is aan gezaghebbend overzicht, en laten dit artikel volgen door een naschrift van henzelf onder de titel 'Nou en?' Nog eens een fel pleidooi voor literatuur, ook voor kinderen, en voor aandacht voor die literatuur.
Ik zou dat 'Nou en?' graag veranderen in: 'En nu?'
Daarmee verwijs ik naar de allereerste jaargang (1974) van Leesgoed, dat toen nog niet Leesgoed heette, maar En nu over jeugdliteratuur. Een strijdlustige titel (klemtoon op nu), verzonnen door roerganger Annie Moerkercken van der Meulen, de eerste baas van Bureau Boek en Jeugd.
Dat bestaat inmiddels ook niet meer.
Leesgoed weg.
En nu?
Dit nummer verdient een uitvoerige recensie en de bijdragen van Karin en Wendy een vervolg. Ik kom er in maart op terug.
maandag 21 januari 2013
Hervertaling van jeugdliteratuur
Ofschoon ik het melden van nieuws over jeugdliteratuur liefst overlaat aan de ijverige beheerders van Leesplein, Kjoek en Villa Kakelbont, en dat over literatuur in het algemeen aan Literair Nederland en Tzum, kan ik het soms toch niet laten. Beschouw het maar als aanvulling.
Sinds jaar en dag stuurt het Centre de Recherche et d'Information sur la Littérature pour la Jeunesse (CRILJ) in Orléans mij zijn nieuwsbrief toe.
Daaruit licht ik de mededeling dat er op 7-9 februari een internationale conferentie plaatsvindt aan de universiteit van Rouen, georganiseerd door het cultureel onderzoekscentrum van die universiteit (ERIAC), met steun van het Institut Charles Perrault.
Ik leid uit het programma af dat de conferentie tweetalig is: Engels en Frans.
Veel sprekers uit Frankrijk, maar ook uit Brazilië, Engeland, Egypte, Finland, Italië, Polen, Roemenië, Turkije, Zuid-Afrika, Zweden - en uit België, te weten Jan van Coillie, met de lezing 'Nibble, nibble like a mouse/Who is nibbling at the source text’s house: Retranslating Fairy Tales'. Jan van Coillie is o.a. oud-redactiegenoot van Leesgoed.
(De website van dit mooie tijdschrift, dat per 2013 niet meer verschijnt, zie ook hier, wordt tot de laatste snik bijgehouden, heel goed Richard. Let op, men doet oude nummers van Leesgoed in de verkoop!)
Het programma:
Sinds jaar en dag stuurt het Centre de Recherche et d'Information sur la Littérature pour la Jeunesse (CRILJ) in Orléans mij zijn nieuwsbrief toe.
Daaruit licht ik de mededeling dat er op 7-9 februari een internationale conferentie plaatsvindt aan de universiteit van Rouen, georganiseerd door het cultureel onderzoekscentrum van die universiteit (ERIAC), met steun van het Institut Charles Perrault.
Ik leid uit het programma af dat de conferentie tweetalig is: Engels en Frans.
Veel sprekers uit Frankrijk, maar ook uit Brazilië, Engeland, Egypte, Finland, Italië, Polen, Roemenië, Turkije, Zuid-Afrika, Zweden - en uit België, te weten Jan van Coillie, met de lezing 'Nibble, nibble like a mouse/Who is nibbling at the source text’s house: Retranslating Fairy Tales'. Jan van Coillie is o.a. oud-redactiegenoot van Leesgoed.
(De website van dit mooie tijdschrift, dat per 2013 niet meer verschijnt, zie ook hier, wordt tot de laatste snik bijgehouden, heel goed Richard. Let op, men doet oude nummers van Leesgoed in de verkoop!)
Het programma:
La
retraduction en littérature de jeunesse / Retranslating Children’s Literature
Colloque
international
les
jeudi 7, vendredi 8 et samedi 9 février 2013
Maison de
l’Université, Université de Rouen, France
organisé par
l’ERIAC, avec le soutien de l’Institut International Charles Perrault
International Conference
Thursday,7th, Friday, 8th and Saturday 9th, February,
2013
Maison de
l’Université, University of Rouen, France.
Organized by ERIAC, with the support of Institut International Charles
Perrault
Jeudi 7 février / Thursday, February 7th
(Présidence
de séance/Chair : Florence Cabaret,
Université de Rouen)
.
13:30 : Accueil/Welcome
.
13:50 : Ouverture/Opening words
par
Miguel Olmos et Marc Martinez, directeurs de l’ERIAC
.
14:00 : Introduction
par
Florence Cabaret, Université de
Rouen
. 14:15
Changing Views of Children and Children’s Literature: A Case Study of Historical
Comparisons of Re-Translations of Children’s Literature from English to Swedish with BJ Epstein, University
of East Anglia
. 14:40
Retranslation in Afrikaans Children’s Literature
with
Marietjie Fouché, Université de
Stellenbosch, Afrique du Sud
.
15:05 : Discussion
.
15:20 : Pause/Coffee break
.
15:35
Du relief de
l’étrangeté à sa signalisation : deux parcours possibles dans The Jungle Book de
Rudyard Kipling en français pour le jeune lecteur contemporain
par
Françoise Thau-Baret, Université de
Paris – Est Créteil Val de Marne
.
16:00
Comment on
retraduisit les Just So Stories
de Rudyard Kipling : étude comparative
par
Audrey Coussy, Université de Paris
III – Sorbonne Nouvelle
.
16:25
The
Lion, the Witch and the Wardrobe : un
roman pour trois générations d’enfants
with
Paola Artero, Université de
Montpellier III
. 16:50 : Discussion
Vendredi 8 février / Friday, February 8th
Matin/Morning
(Présidence
de séance/Chair : Catherine Delesse,
Université de Nancy)
. 9:00 : Accueil/Welcome
. 9:30
Nibble, nibble like a mouse/Who is nibbling at the source text’s house:
Retranslating Fairy Tales
with Jan Van
Coillie, University of Leuven Association, Belgium
…/…
…/…
.
9:55
La littérature d’enfance
et de jeunesse et la retraduction entre quête de légitimation et adéquation au(x)
destinataire(s) : le cas des (re)traductions des contes de Perrault en italien
par
Roberta Pederzoli, Université de
Bologne, Italie
.
10:20
La retraduction des
contes français en roumain et leur changement de statut –
par
Muguraş Constantinescu, Université
Ştefan cel Mare, Roumanie
. 10:45 : Discussion
. 11:00 : Pause/Coffee break
. 11:15
Tove Jansson’s picturebooks : A Story about Direct and Indirect
Translation with Chiara Galletti, University of Tampere ,
Finland
.
11:40
Rétrographisme. Les
albums retraduits sont-ils formellement réactionnaires ?
par
Loïc Boyer, graphiste indépendant et
directeur de collection chez Didier Jeunesse
.
12:05 : Discussion
.
12:20 : Déjeuner/Lunch
Après-midi/Afternoon
(Présidence
de séance/Chair : Rose-May Pham Dinh,
Université Paris XIII-Nord)
.
14:00
Tomi Ungerer : la
traduction palimpseste
par
Anne Schneider, IUFM de Strasbourg,
et Thérèse Willer, Conservatrice du
Musée Tomi Ungerer, Strasbourg
. 14:35
The Swedish Translations of Alice
in Wonderland
with Björn
Sundmark, Malmö
University , Sweden
. 15:00
A Strange Case of Kubuś Puchatek and Fredzia Phi-Phi: The Polish
Translations of Milne’s Winnie-the-Pooh
with Monika
Woźniak, University La Sapienza , Italy
.
15:25 : Discussion
.
15:40 : Pause/Coffee break
.
15:55
Retraduire Little
Women de Louisa May Alcott (1832-1888) : la reconnaissance d’un grand roman
américain ?
par
Anne-Laure François, Université Paris Ouest Nanterre La Défense
.
16:20 :
Retraduire Le Petit
prince en arabe
par
Sahar Samir Youssef, Université Al
Azhar du Caire, Égypte
. 16:45 : Discussion
Samedi 9 février / Saturday, February 9th
Matin/Morning
(Présidence
de séance/Chair : Monique Chassagnol,
Paris Ouest Nanterre La Défense)
. 9:00 : Accueil/Welcome
. 9:30
US and THEM : Fragmenting Discourse in Islamic Retranslations of
Children’s Classics with Neslihan Kansu-Yetkiner, Izmir
University of Economics, Turkey
…/...
.../...
.
9:55
Retraductions
polonaises de la littérature de jeunesse française dans les années 1918-2012 :
quoi, quand et pourquoi ?
par
Natalia Paprocka, Université de
Wrocław, Pologne
. 10:20 :
Anne of Green Gables – Towards the Ideal or Mass Production of
Translations ?
with Anna
Derelkowska-Misiuna, University of Warsaw , Poland
.
10:45 : Discussion
.
11:00 : Pause/Coffee break
.
11:15 :
Faut-il retraduire
Le Seigneur des Anneaux de Tolkien ?
par
Joachim Zemmour, Université de
Bordeaux III
. 11:40
“And they lived horribly ever after” – Translating, Rewriting and Retranslating
the Story of Shrek
with Stefania
Gandin, University
of Sassari , Italy
.
12:05 : Discussion
.
12:20 : Déjeuner/Lunch
Après-midi/Afternoon
(Présidence
de séance/Chair : Virginie Douglas,
Université de Rouen)
.
14:00
La retraduction :
miroir magique, boîte catoptrique ou kaléidoscope. Poil de Carotte et les sept versions roumaines
par
Daniela Hăisan, Université Ştefan
cel Mare, Roumanie
.
14:25
Sans famille en
roumain : retraductions et rééditions
par
Raluca-Nicoleta Balatchi, Université
Ştefan cel Mare, Roumanie
.
14:50 : Discussion
.
15:05 : Pause/Coffee break
.
15:20
Traduire et
retraduire Cuore
par
Mariella Colin, Université de Caen
.
15:45
Machado de Assis
retraduit pour les enfants
par
Emilie Audigier, Universidade
Federal de Santa Catarina, Brésil
.
16:10 : Discussion
.
16:25 : Conclusion
par
Virginie Douglas, Université de
Rouen
Télécharger le
formulaire d’inscription à cette adresse
avant le 28 janvier
2013.
contacts
ou
maandag 14 januari 2013
Van Grimm tot Grumpy
In Leesgoed 2012-5, dat op 12 januari 2013 in de brievenbus lag, een artikel door Vanessa Joosen over Sneeuwwitje volgens Disney. Dat de filmbewerking van het Disney-bedrijf een grote invloed had op zowel volgende bewerkers als het publiek was al bekend en het is goed dat weer eens beschreven te hebben. Aardig om te weten dat er ook vóór Disney bewerkingen waren met soortgelijke trekjes. Vanessa wijst bijvoorbeeld op de illustraties in de uitgave van A.W. Sijthoff in 1907, waarin Sneeuwwitje een van de dwergen knuffelt zoals een moeder dat zou doen.
De Disney-bewerking viel bij de meeste sprookjesexpers en recensenten niet in goede aarde. Het bedrijf maakte er een ander verhaal van dan dat van de gebroeders Grimm. De dwergen zouden volgens Jack Zipes zelfs 'symbool staan voor het arbeidsethos en de behoudende waarden die Disney wilde promoten in de nasleep van de Amerikaanse depressie', aldus Vanessa Joosen.
Vanessa Joosen heeft er een boek over geschreven: Wit als sneeuw, zwart als inkt: de sprookjes van Grimm in de Nederlandstalige literatuur (Lannoo Campus, 2012).
Genoeg reden kennelijk om haar ook nog eens te interviewen. In dat interview (door Karin Kustermans) wijst Vanessa Joosen er andermaal op dat de versie van de gebroeders Grimm ook een bewerking was. Sprookjes zijn zo oud dat we niet meer kunnen achterhalen wat ooit de 'oorspronkelijke' versie was. We moeten het doen met de eerste schriftelijke weergaven.
De beste Nederlandstalige Grimm-bundel is volgens haar de uitgave door Lemniscaat in 2005, haar favoriete bewerking die van Wim Hofman, Zwart als inkt is het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen (Querido, 1997).
Karin Kustermans tekende ook voor het interview met vertaalster Annelies Jorna. Over vertalen, natuurlijk, de 'diepste en nauwkeurigste vorm van lezen'.
Nog een citaat:
'In onze beroepsgroep is het pijnlijk merkbaar dat uitgeverijen minder buitenlandse boeken aankopen. Dat heeft te maken met marktwerking en commercie. De vertaalrechten zijn duur, zodat er meer gegokt wordt op auteurs en boeken die in het buitenland ook goed verkopen. Hypes zijn commercieel nog interessanter voor uitgeverijen. Als een boek hier niet binnen een paar maanden een verkoopsucces blijkt te zijn, verdwijnt het min of meer geruisloos. Hoe goed een buitenlandse auteur ook is, zijn of haar werk wordt dan niet meer zo gemakkelijk het voordeel van de twijfel gegund. Boeken gaan nu ook veel sneller de ramsj in, of een deel van de voorraad wordt vernietigd.'
Verder nog in dit nummer een wat lang uitgevallen recensie van Wie klopt daar? van Bart Moeyaert en Gerda Dendooven, na een intro waarin wat meer Sinterklaasboeken worden genoemd. Dit artikel door An Stessens kwam ruimschoots te laat. Een teken dat de redactie toch wel had gepland om het nummer vóór december 2012 te doen verschijnen...
En Kathy Mathys geeft onder de kop 'Van woord tot flikkering op het doek' een bespreking van een tiental filmbewerkingen van kinderboeken.
Daarnaast natuurlijk de recensies en de tips van Boekidee, en de twee pagina's 'In beeld', deze keer van Marit Törnqvist, Groter dan een droom, een prachtige plaat, waarvan hieronder een detail:
In het colofon ín kader de 'belangrijke mededeling': 'uitgever NBD Biblion heeft het besluit genomen met Leesgoed, inclusief de bijbehorende website aan het einde van de 39e jaargang te stoppen; Leesgoed 2012-5 is het een-na-laatste nummer'.
Hoofdredacteur Karin Kustermans besteedt er in haar redactioneel geen woord aan. Dat komt wellicht in het laatste nummer.
Zie hierover in dit blog ook hier (d.d. 28-9) en hier (15-12). Ik geef argumenten voor een doorstart. Heb aangegeven dat ik als oud-hoofdredacteur daarin energie zou willen steken. Maar ik ga niet in mijn eentje op weg. En ik zou het blad ook niet in zijn huidige vorm willen voortzetten.
De Disney-bewerking viel bij de meeste sprookjesexpers en recensenten niet in goede aarde. Het bedrijf maakte er een ander verhaal van dan dat van de gebroeders Grimm. De dwergen zouden volgens Jack Zipes zelfs 'symbool staan voor het arbeidsethos en de behoudende waarden die Disney wilde promoten in de nasleep van de Amerikaanse depressie', aldus Vanessa Joosen.
Vanessa Joosen heeft er een boek over geschreven: Wit als sneeuw, zwart als inkt: de sprookjes van Grimm in de Nederlandstalige literatuur (Lannoo Campus, 2012).
Genoeg reden kennelijk om haar ook nog eens te interviewen. In dat interview (door Karin Kustermans) wijst Vanessa Joosen er andermaal op dat de versie van de gebroeders Grimm ook een bewerking was. Sprookjes zijn zo oud dat we niet meer kunnen achterhalen wat ooit de 'oorspronkelijke' versie was. We moeten het doen met de eerste schriftelijke weergaven.
De beste Nederlandstalige Grimm-bundel is volgens haar de uitgave door Lemniscaat in 2005, haar favoriete bewerking die van Wim Hofman, Zwart als inkt is het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen (Querido, 1997).
Karin Kustermans tekende ook voor het interview met vertaalster Annelies Jorna. Over vertalen, natuurlijk, de 'diepste en nauwkeurigste vorm van lezen'.
Nog een citaat:
'In onze beroepsgroep is het pijnlijk merkbaar dat uitgeverijen minder buitenlandse boeken aankopen. Dat heeft te maken met marktwerking en commercie. De vertaalrechten zijn duur, zodat er meer gegokt wordt op auteurs en boeken die in het buitenland ook goed verkopen. Hypes zijn commercieel nog interessanter voor uitgeverijen. Als een boek hier niet binnen een paar maanden een verkoopsucces blijkt te zijn, verdwijnt het min of meer geruisloos. Hoe goed een buitenlandse auteur ook is, zijn of haar werk wordt dan niet meer zo gemakkelijk het voordeel van de twijfel gegund. Boeken gaan nu ook veel sneller de ramsj in, of een deel van de voorraad wordt vernietigd.'
Verder nog in dit nummer een wat lang uitgevallen recensie van Wie klopt daar? van Bart Moeyaert en Gerda Dendooven, na een intro waarin wat meer Sinterklaasboeken worden genoemd. Dit artikel door An Stessens kwam ruimschoots te laat. Een teken dat de redactie toch wel had gepland om het nummer vóór december 2012 te doen verschijnen...
En Kathy Mathys geeft onder de kop 'Van woord tot flikkering op het doek' een bespreking van een tiental filmbewerkingen van kinderboeken.
Daarnaast natuurlijk de recensies en de tips van Boekidee, en de twee pagina's 'In beeld', deze keer van Marit Törnqvist, Groter dan een droom, een prachtige plaat, waarvan hieronder een detail:
In het colofon ín kader de 'belangrijke mededeling': 'uitgever NBD Biblion heeft het besluit genomen met Leesgoed, inclusief de bijbehorende website aan het einde van de 39e jaargang te stoppen; Leesgoed 2012-5 is het een-na-laatste nummer'.
Hoofdredacteur Karin Kustermans besteedt er in haar redactioneel geen woord aan. Dat komt wellicht in het laatste nummer.
Zie hierover in dit blog ook hier (d.d. 28-9) en hier (15-12). Ik geef argumenten voor een doorstart. Heb aangegeven dat ik als oud-hoofdredacteur daarin energie zou willen steken. Maar ik ga niet in mijn eentje op weg. En ik zou het blad ook niet in zijn huidige vorm willen voortzetten.
zaterdag 15 december 2012
Leesgoed, zwanenzang?
Op 28 september schreef ik een stukje over Leesgoed, 'hét blad over kinder- en jeugdliteratuur en leesbevordering. Over boeken voor lezers van nul tot en met vijftien jaar, over lezen en nieuwe media, leesbevordering, leesonderwijs en onderzoek naar leesgedrag', aldus uitgever NBD Biblion op zijn website, d.d. 9-12-2012. Om pal daaronder te vermelden: 'NBD Biblion stopt per 1 januari 2013 met de uitgave van Leesgoed. De nummers Leesgoed 2012-5 en 2012-6 zullen nog worden uitgebracht. De laatste zal begin 2013 verschijnen.'
Abonnees kregen dit bericht op 29 september jl., na nummer 4.

Ik citeer mijzelf d.d. 28-9:
'Volgens mij hoeft dat niet. De koppen moeten maar eens bij elkaar worden gestoken. Wat ik hoop is: wordt vervolgd. Het eerste telefoontje dienaangaande kreeg ik vanmorgen al.
Wel is me duidelijk dat een vervolg-Leesgoed er anders zou moeten uitzien als nu, om kosten en baten in evenwicht te houden.'
De redactie bezwoer me nog geen actie te ondernemen. Dat ging ze zelf doen.
Daaraan heb ik me gehouden. Op 8 oktober had ik nog een gesprekje met een redactielid, met opnieuw de boodschap dat er naar doorstartmogelijkheden werd gezocht. Sindsdien bleef het stil en onlangs begreep ik dat men veel morele maar geen financiële steun ontmoette.
Dat laatste zou me niet verrassen als de redactie pogingen heeft gedaan Leesgoed in zijn huidige gedaante voor te zetten. Dat is naar mijn mening een doodlopende weg: een (te?) mooi uitgevoerd papieren tijdschrift met een afkalvende, niet goed bijgehouden website, met momenteel te weinig abonnees om kosten en baten in evenwicht te kunnen houden. Dat vergt subsidie en het is dezer dagen niet makkelijk om subsidie te krijgen.
Voortzetting zou volgens mij kunnen
1. door te fuseren met een tijdschrift als Lezen en dus voor in ieder geval 4 jaar verzekerd te zijn van subsidie (van Stichting Lezen NL). Fusie met De Leeswelp (Vlabin) zou ook te overwegen zijn. De grootste mogelijkheden tot het vinden van voldoende abonnees liggen echter in Nederland en Vlaanderen samen, niet uitsluitend in Vlaanderen of Nederland. Klein hobbeltje: partijen als Stichting Lezen of Vlabin moeten er wel zin in hebben... Ander hobbeltje: fuseren is niet hetzelfde als voortzetten.
2. door een tijdschriftenuitgeverij te vinden die bereid is mee te denken over een exploitabele uitvoering, bv. Otto Cramwinckel, van Informatie professional en andere periodieken, of Scala, van o.a. Luister. Voor een exploitabele uitvoering zullen de kosten van de eindredactie omlaag moeten, en er moet een opmaakformaat gekozen worden waar de kopij zonder veel gedoe online ingebracht en opgemaakt kan worden. En verder zal de website een belangrijkere rol moeten gaan vervullen, bv. door naast het tijdschrift alle nieuws, recensies en Boekidee-tips voor abonnees toegankelijk te maken, en een aantrekkelijk deel voor (nog) niet-abonnees te creëren. Op termijn moet dan de website belangrijker worden dan het papieren blad, dat hoofdzakelijk de artikelen zal bieden. Deze optie zou ik kiezen, en dan zou het zeer meegenomen zijn als NBD Biblion bereid zou zijn afstand te doen van de URLs. (En liefst ook van de inhoud ervan.)
3. door Leesgoed in eigen beheer uit te geven. In wiens beheer? Daartoe zouden een stichting of/en een bedrijf moeten worden opgericht, geen sinecure maar wel te realiseren. En verder geldt alles wat ik bij de vorige optie schreef. Plus eventueel het vinden van een adequaat stichtingsbestuur.
Ja, en welke rol zou ik er zelf in willen vervullen, als oud-hoofdredacteur genietend van pensioen ofwel permanent betaald verlof tot het einde van mijn leven?
Dat weet ik nog niet. Het gaat me aan het hart dat Leesgoed op deze wijze verdwijnt, maar om dat permanent betaald verlof nu ineens weer met veel werk te vullen... Ik zou wel willen meewerken, maar niet in mijn eentje een zware kar gaan trekken.
NB. Toevoeging 19-12: het is toch treurig dat een tijdschrift als Leesgoed verdwijnt op een moment dat een campagne als De bibliotheek op school net op gang komt.
Abonnees kregen dit bericht op 29 september jl., na nummer 4.

Ik citeer mijzelf d.d. 28-9:
'Volgens mij hoeft dat niet. De koppen moeten maar eens bij elkaar worden gestoken. Wat ik hoop is: wordt vervolgd. Het eerste telefoontje dienaangaande kreeg ik vanmorgen al.
Wel is me duidelijk dat een vervolg-Leesgoed er anders zou moeten uitzien als nu, om kosten en baten in evenwicht te houden.'
De redactie bezwoer me nog geen actie te ondernemen. Dat ging ze zelf doen.
Daaraan heb ik me gehouden. Op 8 oktober had ik nog een gesprekje met een redactielid, met opnieuw de boodschap dat er naar doorstartmogelijkheden werd gezocht. Sindsdien bleef het stil en onlangs begreep ik dat men veel morele maar geen financiële steun ontmoette.
Dat laatste zou me niet verrassen als de redactie pogingen heeft gedaan Leesgoed in zijn huidige gedaante voor te zetten. Dat is naar mijn mening een doodlopende weg: een (te?) mooi uitgevoerd papieren tijdschrift met een afkalvende, niet goed bijgehouden website, met momenteel te weinig abonnees om kosten en baten in evenwicht te kunnen houden. Dat vergt subsidie en het is dezer dagen niet makkelijk om subsidie te krijgen.
Voortzetting zou volgens mij kunnen
1. door te fuseren met een tijdschrift als Lezen en dus voor in ieder geval 4 jaar verzekerd te zijn van subsidie (van Stichting Lezen NL). Fusie met De Leeswelp (Vlabin) zou ook te overwegen zijn. De grootste mogelijkheden tot het vinden van voldoende abonnees liggen echter in Nederland en Vlaanderen samen, niet uitsluitend in Vlaanderen of Nederland. Klein hobbeltje: partijen als Stichting Lezen of Vlabin moeten er wel zin in hebben... Ander hobbeltje: fuseren is niet hetzelfde als voortzetten.
2. door een tijdschriftenuitgeverij te vinden die bereid is mee te denken over een exploitabele uitvoering, bv. Otto Cramwinckel, van Informatie professional en andere periodieken, of Scala, van o.a. Luister. Voor een exploitabele uitvoering zullen de kosten van de eindredactie omlaag moeten, en er moet een opmaakformaat gekozen worden waar de kopij zonder veel gedoe online ingebracht en opgemaakt kan worden. En verder zal de website een belangrijkere rol moeten gaan vervullen, bv. door naast het tijdschrift alle nieuws, recensies en Boekidee-tips voor abonnees toegankelijk te maken, en een aantrekkelijk deel voor (nog) niet-abonnees te creëren. Op termijn moet dan de website belangrijker worden dan het papieren blad, dat hoofdzakelijk de artikelen zal bieden. Deze optie zou ik kiezen, en dan zou het zeer meegenomen zijn als NBD Biblion bereid zou zijn afstand te doen van de URLs. (En liefst ook van de inhoud ervan.)
3. door Leesgoed in eigen beheer uit te geven. In wiens beheer? Daartoe zouden een stichting of/en een bedrijf moeten worden opgericht, geen sinecure maar wel te realiseren. En verder geldt alles wat ik bij de vorige optie schreef. Plus eventueel het vinden van een adequaat stichtingsbestuur.
Ja, en welke rol zou ik er zelf in willen vervullen, als oud-hoofdredacteur genietend van pensioen ofwel permanent betaald verlof tot het einde van mijn leven?
Dat weet ik nog niet. Het gaat me aan het hart dat Leesgoed op deze wijze verdwijnt, maar om dat permanent betaald verlof nu ineens weer met veel werk te vullen... Ik zou wel willen meewerken, maar niet in mijn eentje een zware kar gaan trekken.
NB. Toevoeging 19-12: het is toch treurig dat een tijdschrift als Leesgoed verdwijnt op een moment dat een campagne als De bibliotheek op school net op gang komt.
vrijdag 5 oktober 2012
Hallo wereld!
Niet alleen het motto van Kinderboekenweek 2012 en de titel van een lied van Kinderen voor Kinderen, ook het motto van Leesgoed 2012-4 en een strip van Pieter Geenen in Vrij Nederland 6-10-2012.
Ik toon een deel van die strip:
'
En wie wil weten hoe het afloopt, kope Vrij Nederland.
Die strip valt wellicht ietwat uit de toon. Interessant is de gemeenplaats Binkie en Bonkie: hoeveel van zulke reeksen met een tweetal in de titel en de hoofdrol, voor en na Tup en Joep, zullen er verschenen zijn? Kennelijk 'staat' zoiets voor 'kinderboek'. 'Marc en Diederik in het Binnenhof', zoiets zou goed een titel van een doorsnee kinderboek kunnen zijn.
Binkie en Bonkie in Syrië. Toen ik twaalf was, had ik warempel enkele afleveringen van zo'n soort reeks op mijn boekenplankje: De jonge reizigers (Van der Peet, vertaald uit het Engels) De jonge reizigers in Rusland, in India, enzovoort. (De landen weet ik niet meer precies.) Serieuze factie, die nu onnoemelijk braaf zou worden gevonden. Enfin, ik dwaal af.
Het lied past goed bij de Kinderboekenweek: een en al veiligheid en geliktheid en goede boodschap en je kan nog iets winnen ook ('Win jij met de Gouden Wikkel?').
In het 'vak' (in dit geval het boekenvak of het bibliotheekvak) heet zo'n actie professioneel, d.w.z. doeltreffend gericht op maximale omzet en inloop. Ik zal het niet bestrijden. Maar ik maak er verder geen woord aan vuil.

Ik besteed wel woorden aan, als het slecht afloopt, het op-twee-na-laatste nummer van Leesgoed, nummer 4. Het Kinderboekenweekmotto staat op het omslag.
Dat wordt waargemaakt door
- een interview door Wendy de Graaff met Tosca Menten, auteur van het Kinderboekenweekgeschenk ('Dat grappige past bij mij, ik ben een echte pleaser'),
- een onbevredigende rondgang door Elselien Dijkstra langs diverse verhalen voor kinderen die in verre landen spelen (3 titels van Hans Hagen en dat is het, Elselien? kom, kom) dan wel waarvan de auteur uit verre landen komt, of beter: de vraag waarom die nauwelijks te vinden zijn,
- een artikel door Ann Moens en Inge Umans over de rol van boeken in een schoolklas met 'kinderen uit de hele wereld' (een onthaalklas van de Spectrumschool te Borgerhout),
- de nodige aandacht in de praktische rubriek Boekidee,
- tien verzonnen werelden bijeengeraapt door Richard Thiel, beheerder van Kjoek,
- en een informatief interview door Inger Bos met Agnes Vogt van het Nederlands Letterenfonds over het verkopen van Nederlandse jeugdliteratuur aan buitenlandse uitgevers.
Je zou wensen dat er verwezen kon worden naar de website om Boekidee te downloaden (voor abonnees of tegen betaling), en dat de uitgeverij eens alles op alles zou zetten om ter gelegenheid van de Kinderboekenweek nieuwe abonnees te vinden. Niet dus.
Er zijn er die vinden dat Lezen, het bulletin van Stichting Lezen (zie onder), actueler zou zijn dan Leesgoed. Onbegrijpelijk - behalve voor de afdeling nieuws, want daarvoor moet je sinds twee jaar niet meer bij Leesgoed zijn. Gelukkig hebben we nog altijd Laten lezen, dat wat betreft actualiteit op het gebied van jeugdliteratuur en leesbevordering alle papieren periodieken met gemak verslaat.
Buiten het thema nog een lang interview door hoofdredacteur Karin Kustermans met Michael de Cock, de theatermaker die enkele jaren geleden 'toevallig' begon met schrijven voor kinderen en meteen in de prijzen viel.
'Als ik de eerste hoofdstukken van Rosie en Moussa nu herlees, lijkt het alsof het schrijven geen moeite heeft gekost. Maar dat was elke keer een week werken voor tweeduizend tekens. Eerst schreef ik de ruwe tekst, dan begon ik te schrappen en te polijsten tot er geen woord teveel stond.'
Achterop een advertentie van NBD Biblion, al was het maar om te tonen dat er in Leesgoed geadverteerd kan worden (nog 2 nummers minstens), en voorin de twee pagina's In beeld, deze keer de kleurige beesten van Mattias de Leeuw in Dertien rennende hertjes van Edward van de Vendel.

Lezen, ik noemde het hierboven, is dan volgens mij niet actueler dan Leesgoed, dat maakt het nog niet tot een oninteressant periodiek. Informatief is bijvoorbeeld in het laatste nummer (2012-3) een artikel over leesbevordering in Zweden, lezenswaard zijn ook een interview met Sjoerd Kuyper (winnaar van de Theo Thijssenprijs 2012), een kijkje in het atelier van Tonke Dragt, en meer. Dat gaat, indachtig de 'doorlopende leeslijn' waarmee Stichting Lezen zich heeft geëngageerd, tot en met het artikel 'Van blog tot boek' door Eva Gerrits.
En dan was er nog die suggestie van Joukje Akveld, in Vrij Nederland 3-10-2012, dat auteurs de jeugdliteratuur langzaamaan inruilen voor werk voor volwassen lezers. Voorbeelden die ze noemt: David Almond (de enige anderstalige auteur in haar vertoog), Laura Broekhuysen (schreef overigens maar 1 jongerenroman, Zand erover), Lieneke Dijkzeul, Bibi Dumon Tak (werkt aan Wolfskwint, 'een duik in het "enorme diepe"'), Judith Eiselin, Theo Hoogstraaten, Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout, Bart Moeyaert, Francine Oomen, Daan Remmerts de Vries, Carry Slee, Rita Verschuur, Simone van der Vlugt. De jeugdliteratuur voorbij, als het ware.
Wie weet!
Vorig jaar bleken ze al niet van hun publiek te houden. Opnieuw Joukje, ook in Vrij Nederland, zie hier.
Interessant is dat alle auteur duidelijke verschillen noemen. Schrijven voor kinderen is iets anders dan schrijven voor volwassenen, volgens hen. Waarvan akte. Zie ook Jeugdliteratuur bestaat!.
Ik toon een deel van die strip:
'
En wie wil weten hoe het afloopt, kope Vrij Nederland.
Die strip valt wellicht ietwat uit de toon. Interessant is de gemeenplaats Binkie en Bonkie: hoeveel van zulke reeksen met een tweetal in de titel en de hoofdrol, voor en na Tup en Joep, zullen er verschenen zijn? Kennelijk 'staat' zoiets voor 'kinderboek'. 'Marc en Diederik in het Binnenhof', zoiets zou goed een titel van een doorsnee kinderboek kunnen zijn.
Binkie en Bonkie in Syrië. Toen ik twaalf was, had ik warempel enkele afleveringen van zo'n soort reeks op mijn boekenplankje: De jonge reizigers (Van der Peet, vertaald uit het Engels) De jonge reizigers in Rusland, in India, enzovoort. (De landen weet ik niet meer precies.) Serieuze factie, die nu onnoemelijk braaf zou worden gevonden. Enfin, ik dwaal af.
Het lied past goed bij de Kinderboekenweek: een en al veiligheid en geliktheid en goede boodschap en je kan nog iets winnen ook ('Win jij met de Gouden Wikkel?').
In het 'vak' (in dit geval het boekenvak of het bibliotheekvak) heet zo'n actie professioneel, d.w.z. doeltreffend gericht op maximale omzet en inloop. Ik zal het niet bestrijden. Maar ik maak er verder geen woord aan vuil.

Ik besteed wel woorden aan, als het slecht afloopt, het op-twee-na-laatste nummer van Leesgoed, nummer 4. Het Kinderboekenweekmotto staat op het omslag.
Dat wordt waargemaakt door
- een interview door Wendy de Graaff met Tosca Menten, auteur van het Kinderboekenweekgeschenk ('Dat grappige past bij mij, ik ben een echte pleaser'),
- een onbevredigende rondgang door Elselien Dijkstra langs diverse verhalen voor kinderen die in verre landen spelen (3 titels van Hans Hagen en dat is het, Elselien? kom, kom) dan wel waarvan de auteur uit verre landen komt, of beter: de vraag waarom die nauwelijks te vinden zijn,
- een artikel door Ann Moens en Inge Umans over de rol van boeken in een schoolklas met 'kinderen uit de hele wereld' (een onthaalklas van de Spectrumschool te Borgerhout),
- de nodige aandacht in de praktische rubriek Boekidee,
- tien verzonnen werelden bijeengeraapt door Richard Thiel, beheerder van Kjoek,
- en een informatief interview door Inger Bos met Agnes Vogt van het Nederlands Letterenfonds over het verkopen van Nederlandse jeugdliteratuur aan buitenlandse uitgevers.
Je zou wensen dat er verwezen kon worden naar de website om Boekidee te downloaden (voor abonnees of tegen betaling), en dat de uitgeverij eens alles op alles zou zetten om ter gelegenheid van de Kinderboekenweek nieuwe abonnees te vinden. Niet dus.
Er zijn er die vinden dat Lezen, het bulletin van Stichting Lezen (zie onder), actueler zou zijn dan Leesgoed. Onbegrijpelijk - behalve voor de afdeling nieuws, want daarvoor moet je sinds twee jaar niet meer bij Leesgoed zijn. Gelukkig hebben we nog altijd Laten lezen, dat wat betreft actualiteit op het gebied van jeugdliteratuur en leesbevordering alle papieren periodieken met gemak verslaat.
Buiten het thema nog een lang interview door hoofdredacteur Karin Kustermans met Michael de Cock, de theatermaker die enkele jaren geleden 'toevallig' begon met schrijven voor kinderen en meteen in de prijzen viel.
'Als ik de eerste hoofdstukken van Rosie en Moussa nu herlees, lijkt het alsof het schrijven geen moeite heeft gekost. Maar dat was elke keer een week werken voor tweeduizend tekens. Eerst schreef ik de ruwe tekst, dan begon ik te schrappen en te polijsten tot er geen woord teveel stond.'
Achterop een advertentie van NBD Biblion, al was het maar om te tonen dat er in Leesgoed geadverteerd kan worden (nog 2 nummers minstens), en voorin de twee pagina's In beeld, deze keer de kleurige beesten van Mattias de Leeuw in Dertien rennende hertjes van Edward van de Vendel.

Lezen, ik noemde het hierboven, is dan volgens mij niet actueler dan Leesgoed, dat maakt het nog niet tot een oninteressant periodiek. Informatief is bijvoorbeeld in het laatste nummer (2012-3) een artikel over leesbevordering in Zweden, lezenswaard zijn ook een interview met Sjoerd Kuyper (winnaar van de Theo Thijssenprijs 2012), een kijkje in het atelier van Tonke Dragt, en meer. Dat gaat, indachtig de 'doorlopende leeslijn' waarmee Stichting Lezen zich heeft geëngageerd, tot en met het artikel 'Van blog tot boek' door Eva Gerrits.
En dan was er nog die suggestie van Joukje Akveld, in Vrij Nederland 3-10-2012, dat auteurs de jeugdliteratuur langzaamaan inruilen voor werk voor volwassen lezers. Voorbeelden die ze noemt: David Almond (de enige anderstalige auteur in haar vertoog), Laura Broekhuysen (schreef overigens maar 1 jongerenroman, Zand erover), Lieneke Dijkzeul, Bibi Dumon Tak (werkt aan Wolfskwint, 'een duik in het "enorme diepe"'), Judith Eiselin, Theo Hoogstraaten, Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout, Bart Moeyaert, Francine Oomen, Daan Remmerts de Vries, Carry Slee, Rita Verschuur, Simone van der Vlugt. De jeugdliteratuur voorbij, als het ware.
Wie weet!
Vorig jaar bleken ze al niet van hun publiek te houden. Opnieuw Joukje, ook in Vrij Nederland, zie hier.
Interessant is dat alle auteur duidelijke verschillen noemen. Schrijven voor kinderen is iets anders dan schrijven voor volwassenen, volgens hen. Waarvan akte. Zie ook Jeugdliteratuur bestaat!.
zondag 30 september 2012
Rouwadvertenties?
De aankondiging van NBD Biblion ('maakt lezen voor iedereen toegankelijk') dat Leesgoed ('hét blad over kinder- en jeugdliteratuur en leesbevordering' volgens NBD Biblion in ieder geval nog op 30-9-2012) gaat verdwijnen (zie het officiële persbericht) (en zie mijn voorgaande reactie) heeft wat losgemaakt.
Zie afgezien van herhalingen van het persbericht (tot nu toe) Verteleens.be en blog Ted van Lieshout.
Op Teds blog kwam ik nog een opvallende mededeling tegen van Norma Meeuwissen:
'Na het invullen van de abonnee-enquete had ik gehoopt dat Leesgoed juist zou besluiten door te gaan. Ik ben al jaren abonnee, mens van de praktijk en leesbevorderaar op de basisschool. Leesgoed heeft er best wel toe bijgedragen dat ik leesbevordering serieus heb opgepakt.
Maar ik ben het ook met de kritiek van Herman en Hanneke eens. Leesgoed mist steeds meer de aansluiting met de praktijk. Dit is ook niet gemakkelijk in een snel veranderende digitale omgeving.
Maar als leerkrachten basisonderwijs de hoofddoelgroep waren, dan heb ik goed nieuws. Want ik ga morgen (1 oktober) een nieuwe website lanceren voor die doelgroep. Het doel is om boeken die de moeite waard zijn – in de volledige betekenis waarover Hanneke het had – op een makkelijkere manier bij de kinderen in de klas te brengen.
In mijn werk maak ik het steeds weer mee: kinderen willen best lezen en krijgen er nog lol in ook, als je ze maar met iets weet te raken en jouw boekendeskundigheid weet te vertalen naar het kind dat voor je staat. En daarbij moet je ook niet bang zijn voor moderne media als internet of twitter. Die kunnen een prima aanvulling zijn om hetzelfde doel te bereiken…..Wat mij betreft gaat in ieder geval het onderwijs-gedeelte van Leesgoed gewoon over in mijn website!'
Dan hoop ik voor haar dat ze het niet voor noppes in de avonduren doet. Met alle respect en dank voor de complimenten: het zijn o.a. die met liefdewerk-oudpapier (en liefde) gemaakte gratis toegankelijke recensiewebsites die een poging om zonder subsidie een tijdschrift+website draaiend te houden moeilijker maken.
Maar doe het vooral hoor, Norma, zet 'm op. In een levendig (jeugd)literair klimaat moet er ruimte zijn voor dit soort initiatieven en als je het goed doet, groeit dat initiatief vanzelf dusdanig dat je het in je eentje in de avonduren niet meer voor elkaar krijgt en naar bronnen moet zoeken - als je dat al niet gedaan hebt. (Zie o.a. Leesfeest voor een vergelijkbaar initiatief.)
Als je maar weet dat Boekidee ('het onderwijs-gedeelte van Leesgoed'?) voorlopig niet klakkeloos gekopieerd mag worden. Er rust copyright op. Anders heb ik die redactie voor niets een (karig) honorarium doen toekomen. Al ga ik daar natuurlijk sinds eind 2010 niet meer over...
Het bericht op Verteleens.be en met name het bittere stukje van Jürgen Peeters maakte een stroom van reacties los, alle met spijt en verontwaardiging.
Hartverwarmend. Maar als er niets gebeurt, worden deze berichten vanzelf vergelijkbaar met rouwadvertenties. Tot ons groot verdriet is heengegaan...
Ik citeer Inger (Inger? Mijn ex-collega Inger Bos, inmiddels zelf ook niet meer in dienst bij NBD Biblion?)
'NBD/Biblion, hoe kan het dat je eerst Leeskraam laat verdwijnen? Daarna Jeugdliteratuur in de praktijk? En nu Leesgoed?
Waarvan akte, al verwijs ik ook naar de kritische kanttekeningen bij die nieuwe vorm, van o.a. Ted.
Nog wrang-grappig (nou ja...) om te melden dat pal onder het nieuwtje bij Tzum.info het nieuws stond dat Tzum stopt met het papieren tijdschrift. Echter met andere motieven.
Nou maar hopen dat ik boven mijn volgend blogbericht de kop Nieuwe initiatieven voor Leesgoed mag schrijven.
Als niemand anders iets doet, ga ik zelf iets ondernemen. Denk ik.
NB. Vond nog een prachtreactie van Conny Reijngoudt op haar blog.
NB2, 8-10-2012: Norma Meeuwissen (zie boven) heeft inderdaad haar website gestart, Schoolbieboporde. Geen vervanging voor Leesgoed, lijkt me.
NB3, 18-10-2012: Leesgoed is volgens NBD Biblion nog steeds ('hét blad over kinder- en jeugdliteratuur en leesbevordering', aldus de website.
Zie afgezien van herhalingen van het persbericht (tot nu toe) Verteleens.be en blog Ted van Lieshout.
Op Teds blog kwam ik nog een opvallende mededeling tegen van Norma Meeuwissen:
'Na het invullen van de abonnee-enquete had ik gehoopt dat Leesgoed juist zou besluiten door te gaan. Ik ben al jaren abonnee, mens van de praktijk en leesbevorderaar op de basisschool. Leesgoed heeft er best wel toe bijgedragen dat ik leesbevordering serieus heb opgepakt.
Maar ik ben het ook met de kritiek van Herman en Hanneke eens. Leesgoed mist steeds meer de aansluiting met de praktijk. Dit is ook niet gemakkelijk in een snel veranderende digitale omgeving.
Maar als leerkrachten basisonderwijs de hoofddoelgroep waren, dan heb ik goed nieuws. Want ik ga morgen (1 oktober) een nieuwe website lanceren voor die doelgroep. Het doel is om boeken die de moeite waard zijn – in de volledige betekenis waarover Hanneke het had – op een makkelijkere manier bij de kinderen in de klas te brengen.
In mijn werk maak ik het steeds weer mee: kinderen willen best lezen en krijgen er nog lol in ook, als je ze maar met iets weet te raken en jouw boekendeskundigheid weet te vertalen naar het kind dat voor je staat. En daarbij moet je ook niet bang zijn voor moderne media als internet of twitter. Die kunnen een prima aanvulling zijn om hetzelfde doel te bereiken…..Wat mij betreft gaat in ieder geval het onderwijs-gedeelte van Leesgoed gewoon over in mijn website!'
Dan hoop ik voor haar dat ze het niet voor noppes in de avonduren doet. Met alle respect en dank voor de complimenten: het zijn o.a. die met liefdewerk-oudpapier (en liefde) gemaakte gratis toegankelijke recensiewebsites die een poging om zonder subsidie een tijdschrift+website draaiend te houden moeilijker maken.
Maar doe het vooral hoor, Norma, zet 'm op. In een levendig (jeugd)literair klimaat moet er ruimte zijn voor dit soort initiatieven en als je het goed doet, groeit dat initiatief vanzelf dusdanig dat je het in je eentje in de avonduren niet meer voor elkaar krijgt en naar bronnen moet zoeken - als je dat al niet gedaan hebt. (Zie o.a. Leesfeest voor een vergelijkbaar initiatief.)
Als je maar weet dat Boekidee ('het onderwijs-gedeelte van Leesgoed'?) voorlopig niet klakkeloos gekopieerd mag worden. Er rust copyright op. Anders heb ik die redactie voor niets een (karig) honorarium doen toekomen. Al ga ik daar natuurlijk sinds eind 2010 niet meer over...
Het bericht op Verteleens.be en met name het bittere stukje van Jürgen Peeters maakte een stroom van reacties los, alle met spijt en verontwaardiging.
Hartverwarmend. Maar als er niets gebeurt, worden deze berichten vanzelf vergelijkbaar met rouwadvertenties. Tot ons groot verdriet is heengegaan...
Ik citeer Inger (Inger? Mijn ex-collega Inger Bos, inmiddels zelf ook niet meer in dienst bij NBD Biblion?)
'NBD/Biblion, hoe kan het dat je eerst Leeskraam laat verdwijnen? Daarna Jeugdliteratuur in de praktijk? En nu Leesgoed?
Alsof kinder- en jeugdliteratuur er niet toe doet.
Alsof de intermediair die zo’n grote en belangrijke rol heeft er niet toe doet.
Alsof achtergrond, verdieping, overzicht, recensies, lestips en nog veel meer er niet toe doen.
Alsof de intermediair die zo’n grote en belangrijke rol heeft er niet toe doet.
Alsof achtergrond, verdieping, overzicht, recensies, lestips en nog veel meer er niet toe doen.
De enquête gaf mij, zoals Toin dat ook had, al een onbestemd gevoel. Je kon aan de vraagstelling al zien dat er helemaal geen toekomst was voor Leesgoed.
Wel investeren in een nieuwe vormgeving (prachtig), in een nieuwe redactie (die geweldig werk heeft geleverd!), maar niet in de website, niet in promotie. Zo’n ontzettend gemiste kans!
Eeuwig zonde dat Leesgoed stopt.'Waarvan akte, al verwijs ik ook naar de kritische kanttekeningen bij die nieuwe vorm, van o.a. Ted.
Nog wrang-grappig (nou ja...) om te melden dat pal onder het nieuwtje bij Tzum.info het nieuws stond dat Tzum stopt met het papieren tijdschrift. Echter met andere motieven.
Nou maar hopen dat ik boven mijn volgend blogbericht de kop Nieuwe initiatieven voor Leesgoed mag schrijven.
Als niemand anders iets doet, ga ik zelf iets ondernemen. Denk ik.
NB. Vond nog een prachtreactie van Conny Reijngoudt op haar blog.
NB2, 8-10-2012: Norma Meeuwissen (zie boven) heeft inderdaad haar website gestart, Schoolbieboporde. Geen vervanging voor Leesgoed, lijkt me.
NB3, 18-10-2012: Leesgoed is volgens NBD Biblion nog steeds ('hét blad over kinder- en jeugdliteratuur en leesbevordering', aldus de website.
vrijdag 28 september 2012
Zwanenzang?
Op 27 september een telefoontje van Karin Kustermans, mijn opvolger (sinds eind 2010) als hoofdredacteur van Leesgoed. Dat tijdschrift wordt per 2013 niet meer door NBD Biblion gepubliceerd. Ze houden ermee op.
Het schijnt tijdens de receptie bij de uitreiking van de Theo Thijssenprijs (aan Sjoerd Kuyper) als een lopend vuurtje te zijn rondgegaan.
Heb een maand of zo geleden nog een enquête ingevuld over Leesgoed. Ik vermoed (met Karin) dat de beslissing eigenlijk al was genomen. Met die enquête is waarschijnlijk niets gedaan.
Leesgoed?
Als u, argeloze lezer verdwaald op dit blog, niet weet wat dat is, neem ik het u niet kwalijk. Op zijn hoogtepunt had het ruim 2000 abonnees en toen kon het al nauwelijks rondkomen. (En dat moest van de directie van NBD Biblion. Er was enige coulantie, maar het moest zichzelf in principe bekostigen.)
Een vakblad over jeugdliteratuur, wie leest dat nou...
Nou, veel medewerkers van jeugdbibliotheken en schoolbibliotheekdiensten, een honderdtal enthousiaste leerkrachten, tientallen onderzoekers, recensenten, boekwinkeliers, beleidsmedewerkers van het lezen bevorderende instellingen. Op een mager moment enkele jaren geleden nog altijd ruim 1500 abonnementen.
Niet het Grote Publiek, nee... En ook niet alle lesgevenden, want ondanks alle enthousiasme is de inzet van jeugdliteratuur op de basisschool nog niet zo algemeen als voorvechters zich wensen.
Leesgoed ontstond in 1987 jaren uit voorloper En nu over jeugdliteratuur, mededelingenbulletin van Bureau Boek en Jeugd, later dienst Boek en Jeugd van het NBLC. Nee, ik ga nu niet de hele geschiedenis uit de doeken doen. Bij Boek en Jeugd was het perfect op zijn plaats. Toen dat in 1997 helaas werd opgedoekt, gingen de publicaties (*) naar Stichting NBLC, later Biblion b.v., afdeling Biblion Uitgeverij, later NBD Biblion b.v., opnieuw afdeling Biblion Uitgeverij. Daar was een continu streven om behoorlijke vakliteratuur over jeugdliteratuur en leesbevordering uit te geven, maar de laatste jaren kwam daarin de klad door de nieuwe zakelijkheid binnen NBD Biblion, door concurrentie van gratis websites en door een gratis bulletin als Lezen (Stichting Lezen). Het aantal publicaties verminderde, tijdschriften (zoals Leeskraam) werden opgedoekt.
Leesgoed redde het dus tot en met 2012 bij NBD Biblion.
Leesgoed was een vakblad dat er van uit ging
- dat verhalen, poëzie en non-fictie voor kinderen de moeite waard zijn om over te schrijven, om te lezen, om onder de aandacht te brengen, en om erop te wijzen dat literaire kunst ook kunst is en dus onder de noemer kunsteducatie een plaats verdient in het onderwijs,
- dat ze bovendien nog buitengewoon nuttig en prettig kunnen zijn in andere onderwijsdomeinen (zie ook het juist verschenen boek Verborgen talenten, maar zie ook het katern Boekidee in Leesgoed,
- dat jeugdliteratuur een boeiend kruispunt is van woord- en beeldkunst, en van opvoeding en ontsnapping aan opvoeding,
- dat in veel verhalen en poëzie voor kinderen stemmen klinken die minstens even interessant zijn en minstens evenveel te zeggen hebben als die in verhalen en poëzie voor volwassenen en
- dat je kinderen dus onrecht doet als je hun keuze uit leesgoed beperkt tot wat er in de schappen van de supermarkt of kantoorboekhandel te vinden is.
Nu zijn er enkel nog De Leeswelp, dat vooral recensies bevat, en Literatuur zonder leeftijd, dat een academische benadering van jeugdliteratuur presenteert. Geen slecht woord over beide periodieken, ze worden met zorg en liefde gemaakt, maar een vakblad als Leesgoed past daar precies tussen (zoals Leeswelp-hoofdredacteur Jen de Groeve in Literatuur zonder leeftijd 88 ook zegt, bespreking in dit blog volgt spoedig), met én nieuws én recensies, én praktische suggesties voor het onderwijs, én interviews én kritische beschouwingen, én een bijpassende website. Niet academisch, vooral mikkend op een publiek dat beroepshalve met jeugdliteratuur werkt.
Nu zou dat dus gaan verdwijnen?
Volgens mij hoeft dat niet. De koppen moeten maar eens bij elkaar worden gestoken. Wat ik hoop is: wordt vervolgd. Het eerste telefoontje dienaangaande kreeg ik vanmorgen al.
Wel is me duidelijk dat een vervolg-Leesgoed er anders zou moeten uitzien als nu, om kosten en baten in evenwicht te houden.
NB. Mij als 'gewone' abonnee bereikte de brief 29 september:
Interessante mededeling: 'NBD Biblion is druk bezig te bekijken of het opgebouwde archief op andere manieren ontsloten kan worden. De aanwezige content is nog steeds interessant en relevant voor mensen die werken met of interesse hebben in jeugdliteratuur.'
Dat kan ik beamen, met dank namens de redactie voor het compliment, maar die relevantie neemt rap af als je die inhoud niet aanvult met recent materiaal. De huidige website van Leesgoed levert daarvan het bewijs.
In mijn laatste jaren als hoofdredacteur annex adjunct-uitgever bij Biblion Uitgeverij was ik al bezig plannen hiertoe te formuleren. Die zijn helaas nooit uitgevoerd. Ze behelsden onder meer een verschuiving van recensies, Boekidee en nieuws naar de website, de recensies en Boekidee alleen toegankelijk voor abonnees. Uiteindelijk zouden alleen artikelen (ook) nog in druk verschijnen - bijna iedereen heeft de ervaring dat artikelen van een goed opgemaakt en gedrukt blad lezen prettiger is dan van scherm lezen.
(*) De enorme collectie kinderboeken van Boek en Jeugd ging naar het Letterkundig Museum, en vervolgens naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, waar de boeken als erfgoed in zeer goede handen zijn. Maar de KB is (nog?) niet te vergelijken met (bijvoorbeeld) de Bibliothèque Nationale de France, waar het Boek en Jeugd van Frankrijk, la Joie par les Livres, uiteindelijk terechtkwam, compleet met het gerenommeerde tijdschrift La revue des livres pour enfants.
Het schijnt tijdens de receptie bij de uitreiking van de Theo Thijssenprijs (aan Sjoerd Kuyper) als een lopend vuurtje te zijn rondgegaan.
Heb een maand of zo geleden nog een enquête ingevuld over Leesgoed. Ik vermoed (met Karin) dat de beslissing eigenlijk al was genomen. Met die enquête is waarschijnlijk niets gedaan.
Leesgoed?
Als u, argeloze lezer verdwaald op dit blog, niet weet wat dat is, neem ik het u niet kwalijk. Op zijn hoogtepunt had het ruim 2000 abonnees en toen kon het al nauwelijks rondkomen. (En dat moest van de directie van NBD Biblion. Er was enige coulantie, maar het moest zichzelf in principe bekostigen.)
Een vakblad over jeugdliteratuur, wie leest dat nou...
Nou, veel medewerkers van jeugdbibliotheken en schoolbibliotheekdiensten, een honderdtal enthousiaste leerkrachten, tientallen onderzoekers, recensenten, boekwinkeliers, beleidsmedewerkers van het lezen bevorderende instellingen. Op een mager moment enkele jaren geleden nog altijd ruim 1500 abonnementen.
Niet het Grote Publiek, nee... En ook niet alle lesgevenden, want ondanks alle enthousiasme is de inzet van jeugdliteratuur op de basisschool nog niet zo algemeen als voorvechters zich wensen.
Leesgoed ontstond in 1987 jaren uit voorloper En nu over jeugdliteratuur, mededelingenbulletin van Bureau Boek en Jeugd, later dienst Boek en Jeugd van het NBLC. Nee, ik ga nu niet de hele geschiedenis uit de doeken doen. Bij Boek en Jeugd was het perfect op zijn plaats. Toen dat in 1997 helaas werd opgedoekt, gingen de publicaties (*) naar Stichting NBLC, later Biblion b.v., afdeling Biblion Uitgeverij, later NBD Biblion b.v., opnieuw afdeling Biblion Uitgeverij. Daar was een continu streven om behoorlijke vakliteratuur over jeugdliteratuur en leesbevordering uit te geven, maar de laatste jaren kwam daarin de klad door de nieuwe zakelijkheid binnen NBD Biblion, door concurrentie van gratis websites en door een gratis bulletin als Lezen (Stichting Lezen). Het aantal publicaties verminderde, tijdschriften (zoals Leeskraam) werden opgedoekt.
Leesgoed redde het dus tot en met 2012 bij NBD Biblion.
Leesgoed was een vakblad dat er van uit ging
- dat verhalen, poëzie en non-fictie voor kinderen de moeite waard zijn om over te schrijven, om te lezen, om onder de aandacht te brengen, en om erop te wijzen dat literaire kunst ook kunst is en dus onder de noemer kunsteducatie een plaats verdient in het onderwijs,
- dat ze bovendien nog buitengewoon nuttig en prettig kunnen zijn in andere onderwijsdomeinen (zie ook het juist verschenen boek Verborgen talenten, maar zie ook het katern Boekidee in Leesgoed,
- dat jeugdliteratuur een boeiend kruispunt is van woord- en beeldkunst, en van opvoeding en ontsnapping aan opvoeding,
- dat in veel verhalen en poëzie voor kinderen stemmen klinken die minstens even interessant zijn en minstens evenveel te zeggen hebben als die in verhalen en poëzie voor volwassenen en
- dat je kinderen dus onrecht doet als je hun keuze uit leesgoed beperkt tot wat er in de schappen van de supermarkt of kantoorboekhandel te vinden is.
Nu zijn er enkel nog De Leeswelp, dat vooral recensies bevat, en Literatuur zonder leeftijd, dat een academische benadering van jeugdliteratuur presenteert. Geen slecht woord over beide periodieken, ze worden met zorg en liefde gemaakt, maar een vakblad als Leesgoed past daar precies tussen (zoals Leeswelp-hoofdredacteur Jen de Groeve in Literatuur zonder leeftijd 88 ook zegt, bespreking in dit blog volgt spoedig), met én nieuws én recensies, én praktische suggesties voor het onderwijs, én interviews én kritische beschouwingen, én een bijpassende website. Niet academisch, vooral mikkend op een publiek dat beroepshalve met jeugdliteratuur werkt.
Nu zou dat dus gaan verdwijnen?
Volgens mij hoeft dat niet. De koppen moeten maar eens bij elkaar worden gestoken. Wat ik hoop is: wordt vervolgd. Het eerste telefoontje dienaangaande kreeg ik vanmorgen al.
Wel is me duidelijk dat een vervolg-Leesgoed er anders zou moeten uitzien als nu, om kosten en baten in evenwicht te houden.
NB. Mij als 'gewone' abonnee bereikte de brief 29 september:
Interessante mededeling: 'NBD Biblion is druk bezig te bekijken of het opgebouwde archief op andere manieren ontsloten kan worden. De aanwezige content is nog steeds interessant en relevant voor mensen die werken met of interesse hebben in jeugdliteratuur.'
Dat kan ik beamen, met dank namens de redactie voor het compliment, maar die relevantie neemt rap af als je die inhoud niet aanvult met recent materiaal. De huidige website van Leesgoed levert daarvan het bewijs.
In mijn laatste jaren als hoofdredacteur annex adjunct-uitgever bij Biblion Uitgeverij was ik al bezig plannen hiertoe te formuleren. Die zijn helaas nooit uitgevoerd. Ze behelsden onder meer een verschuiving van recensies, Boekidee en nieuws naar de website, de recensies en Boekidee alleen toegankelijk voor abonnees. Uiteindelijk zouden alleen artikelen (ook) nog in druk verschijnen - bijna iedereen heeft de ervaring dat artikelen van een goed opgemaakt en gedrukt blad lezen prettiger is dan van scherm lezen.
(*) De enorme collectie kinderboeken van Boek en Jeugd ging naar het Letterkundig Museum, en vervolgens naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, waar de boeken als erfgoed in zeer goede handen zijn. Maar de KB is (nog?) niet te vergelijken met (bijvoorbeeld) de Bibliothèque Nationale de France, waar het Boek en Jeugd van Frankrijk, la Joie par les Livres, uiteindelijk terechtkwam, compleet met het gerenommeerde tijdschrift La revue des livres pour enfants.
Abonneren op:
Posts (Atom)





