Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Wim Hofman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wim Hofman. Alle posts tonen

vrijdag 5 maart 2021

We vertrekken voordat het licht is

Rond mijn vijftiende merkte ik dat mijn rechterschoen altijd het eerst kapotging. Het begon met een zacht piepen. De schoen maakte dan een klagend en zielig geluid als ik liep. Daarna ging de zool langzaam maar zeker los.

Zou een mooie vraag zijn voor een literaire quiz: van wie is dit citaat?
 

Geen idee? Nog een:

Bij de vloedlijn ontelbare pantsertjes van schelpdieren, krabbenpoten, tengels en meterslange, holle stengels van stierkelp, het snelst groeiende wier van de wereld. Een eind verder een dode zeeleeuw, grijs en glad, het lichaam opgezwollen, alsof het gevuld is met water. Zijn bek met scherpe witte tanden in een afstotende grijns. Geen vliegen, geen meeuwen, geen geur. Het beest is waarschijnlijk nog niet lang dood en pas aangespoeld. Er liggen ook oude boomstammen, gebleekt door het zoute oceaanwater.

Mijn oud-redactiegenoten van Leesgoed zouden de vraag nu al goed hebben beantwoord. Maar ja, die zijn er vandaag niet bij.


Nog eentje dan:
 
Op de stoep in de Slijkstraat stond een stoel en toen ik erop zat kon ik alles eens rustig bekijken. Er was een handkar waarop met witte letters KOLENHANDE geschilderd was. Maar die hing scheef en was leeg en er ontbrak een wiel en blijkbaar ook een letter. Ik was zes en kon al lezen.
 
Hint: deze Slijkstraat is in Vlissingen. Zee en overstroming zijn belangrijke motieven.
Iets meer verbeelding?
 
Er is geen kleur ter wereld of hij zit op deze vogel; bek en poten zijn langer dan van welke vogel ook en van een buitensporig formaat in verhouding tot het lichaam, en het geluid dat hij maakt is het gezang van tientallen zwermen vogels tegelijk.
Het ei van deze vogel heeft een flink volume, is groter dan welk ei dat wij kennen, zelfs groter dan dat van de struis. 
 
Nou ja, zo blijven we bezig.


Misschien een plaatje, want daarvan staan er best veel in dit boek.


Of in kleur, zoal dit.


Of dit, dat is toch een echte Hofman:


Daarmee heb ik de naam al genoemd.
Het gaat hier over We vertrekken voordat het licht is, een bundel verhalen en afbeeldingen van Wim Hofman.

Wim Hofman is een fantastische waarnemer. Fantastisch ook letterlijk: hij kan observeren wat er in de vloedlijn of een overstroomde straat aanspoelt, maar evengoed een eiland verzinnen met bizarre wezens, of een rare vogel. Soms lijkt het alsof hij de hele wereld beziet als een aanspoelsel, vol wonderlijke zaken en gebeurtenissen.
Dat vinden we terug in zijn werk, zowel beeldend als geschreven. Hij is kien op details.
Natuurlijk is hij in principe niet zelf aan het woord, maar zijn vertellers lijken wel erg veel op hem - en op elkaar, logischerwijs.
Nog een citaat, wegens die details, dat opsommerige.

De rotssteen waar ik op ging zitten voelde koel aan.
Dat kwam goed uit, want het was zomer en ik had urenlang gelopen over een ruw pad dat voortdurend slingerde en klom en ik had het erg warm gekregen. Het stuk graniet lag langs het bergpad in de schaduw van wat donkere sparrenbomen en vormde een goede plek om even te rusten en een pijpje te roken. De steen lag bij een kruispunt van enkele paden en er stond een meer dan manshoog houten kruis, waarop verschillende figuren waren gekerfd en daarna een beetje ingekleurd. Ik zag een eenvoudig laddertje, een beker met dobbelstenen, drie flinke spijkers en een hamer, bovenaan een haan, en dan iets waarvan ik wist dat het een wond moest voorstellen, maar meer op een gekanteld mondje leek of op een vrouwelijk geslachtsdeel; een speer, een stok met een bolletje eraan, dat een spons met azijn moest voorstellen. Ik verbaasde me erover om hier, in de wildernis, van die afbeeldingen aan te treffen en ik tekende het kruis zo'n beetje na in mijn notitieboekje.

Ja, dat notitieboekje! Er komen veel notitieboekjes voorbij in die verhalen. En er wordt veel in genoteerd. Sommige verhalen lijken ook op notities uit zo'n boekje.

Het verhaal waaruit het laatste citaat komt (het begint ermee) loopt trouwens mooi af, met een echt einde. Een verhaal met kop en staart, al bestaat de staart min of meer uit een giechelend meisje en een zwaaiende moeder. Priester tegen wil en dank vindt meisje in zijn bed.

Sommige verhalen echter lopen ineens af, alsof de verteller aan het eind van zijn boekje was, of geen zin meer had:

Zo, dit is meer dan genoeg over onze oppasser.

... staat er dan en daarmee moeten we het als lezer maar doen.
Ook het sterke openingsverhaal 'Natuurhistorisch Museum of De stagiaire' eindigt min of meer zo.

                         Hoofdstuk 14
 
Slot, omdat wij niet weten hoe het verderging.

Het laatst verschenen boek van Wim Hofman stamt uit 2014, Puzemuze, of op weg naar Rothko. Ik was verrast door deze nieuwe uitgave, maar de verantwoording achterin leerde me dat het gaat om een bundel eerder verschenen verhalen. Alleen het verhaal 'Peperkoek' 'werd speciaal voor deze bundel uitgebreid'. Ik vermoed dat de bundel een soort cadeau is: Wim Hofman werd op 2 februari 2021 tachtig jaar.

Wie verhalen met veel actie en ingewikkelde intriges met dramatische ontknopingen verwacht, kan deze bundel beter laten liggen, al zijn sommige ontknopingen beslist onverwacht.
Voor wie houdt van Borges-achtige bizarre vondsten, zéér onderkoelde en soms macabere humor en al even ingehouden melancholie verscholen onder (ik schreef het al) vondsten aan de vloedlijn, is in deze bundel beslist iets moois te vinden.


Wim Hofman. We vertrekken voordat het licht is; Hofmans vertellingen. Querido, 2021. ISBN 978 90 214 2542 9, 240 p.
 

NB. De titel zou ontleend zijn aan een door Wim Hofman vertaalde tekst van ene Henriette d'Ouissant, geciteerd op p. 35.
Opdracht: zoek uit wie Henriette d'Ouissant is. Kijk niet raar op als je eerder in Vlissingen uitkomt dan in Wissant.

maandag 16 september 2013

Wim Hofman

Voor wie geen abonnement heeft op de Volkskrant wijs ik graag op het interview dat Pjotr van Lenteren voor de editie 14-9-2013 had met Wim Hofman, naar aanleiding van de Max Velthuijsprijs die hem is toegekend (en 19 september wordt uitgereikt), en naar aanleiding van de tentoonstelling 'Onbegrensd', die tot en met 13 oktober in de expositieruimte van kunstcentrum De Willem 3, Oranjestraat 4 te Vlissingen is te zien.
Het is een typerend interview geworden: weinig over de man, veel over de kunst, in dit geval vooral over de bronnen van zijn inspiratie.




Wim Hofman wordt vaak aangeduid als 'kinderboekenschrijver', zo ook op Wikipedia, maar is in feite een beeldend kunstenaar en dichter, die ook proza en poëzie voor kinderen schrijft en tekent (of schildert). Hij is zuinig met woorden, kan daardoor soms juist boeiend vertellen.
Een van de eerste keren dat ik hem meemaakte was tijdens een lange en saaie vergadering op het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum (NBLC, authentieke spelling lektuur).
Ik weet niet meer hoe hij daar terechtkwam. Het duurde lang en werd nogal ongestructureerd heen en weer gepraat. Ineens haalde Wim een hamer uit zijn tas en legde die voor zich op tafel.
Iedereen keek even, praatte toen weer door. Maar de hamer was er. Wie weet duurde het gepraat daardoor korter.
Hij was toen, dacht ik, nog geen lid van de redactie van Leesgoed.

Dat is-ie wel jaren geweest, tot eind 2010. Ook daar; zuinig met woorden. En wat-ie zei, was zinnig.

Die zuinigheid met woorden is terug te vinden in zijn werk.
Veel zeggen met weinig woorden en weinig beelden, daar is Wim Hofman een meester in. Hij heeft al vroeg een zeer eigen, herkenbare stijl ontwikkeld.
In 1991 werd hij al geëerd met De kleine Hofman, Wim Hofmans werk van A-Z, uitgegeven door de Openbare Bibliotheek Vlissingen bij de gelijknamige tentoonstelling in het Zeeuws Museum in Middelburg.
Wat mij betreft verdient hij de Max Velthuijsprijs ten volle.


donderdag 19 januari 2012

Helden, idolen en iconen 3

Op woensdag 18 januari vond in Theaters Tilburg het 26e symposium over jeugdliteratuur plaats van Tilburg University. Men was wegens verbouwing aan de universiteit uitgeweken naar de schouwburg. Er waren bij aanvang ongeveer 200 mensen, veel te weinig om de grote schouwburgzaal te vullen. Gelukkig was de belichting zo geregeld dat het misschien op het podium nog wat leek. Zie bijvoorbeeld deze (slechte, sorry) foto:

Wim Hofman (de man die met wat goede wil achter het spreekgestoelte te zien is) begon en eindigde met echte Hofman-helden, hoewel gecreëerd door Edward Lear, de Jumblies, ofwel de Haspels, die in een zeef te zee gingen.

Maar eerst Echte Helden. Die waren vastberaden, onverschrokken, standvastig, vasthoudend, moedig, dapper, enzovoort - Wim Hofman had uit diverse bronnen een verzameling epitheta opgedoken. Voorbeelden gaf-ie ook, niet toevallig bijna allemaal uit Vlissingen en niet alleen Michiel de Ruyter.
Wat ze niet waren: bescheiden, eerlijk, voorzichtig, nederig, onbaatzuchtig, gereserveerd, en zo nog wat deugden van mensen die, aldus Hofman, 'stilletjes in het stof van de geschiedenis verdwenen'. 'Voor hen geen standbeeld of praalgraf.' Eigenlijk zijn er twee rijtjes deugden: die van de ridder, en die van de wijze.
Na WO II is het beeld wat gekanteld. Men gaat niet meer 'voor vorst en vaderland', zoals de helden voor wie die praalgraven en standbeelden zijn gemaakt, maar voor genot en gewin, en in het kader van de consumptiemaatschappij wordt dat als deugd beschouwd. Veel van de oude heldendeugden worden nu geassocieerd met macho's en hooligans, slechts achter het scherm van het war game kan men zich nog even oude held wanen.

Na deze inleiding, hier wellicht wat kort door de bocht samengevat, kon men kiezen uit vijf 'thema's', met ieder drie lezingen. Ik kon mij niet opdelen, dus van de vijftien (min een, wegens ziekte) lezingen heb ik er drie bijgewoond.
Floortje Zwigtman (alias van Andrea Oostdijk) pakte onbedoeld Wim Hofmans heldendraad op met haar vertoog over 'de zwarte kant van boekenhelden'. Want na een zeer onderhoudende omzwerving over o.a. oude leeservaringen (steeds teleurgesteld: waarom werkte het leven niet als in de verhalen die ze las?), Melvin Burgess (antiheld Gemma, in Junk), en de redders van de wereld (er zijn er veel te veel van in boeken) kwam ze terecht bij ware held Sam, in The Lord of the Rings. Want Sam weet, anders dan Frodo, de verleiding van de Ring te weerstaan, door het besef van zijn beperkingen.

Daarvóór hoorde ik Annette de Bruijn een pleidooi houden voor 'de zin van onzin', ofwel hoe je met de prachtige nonsens-verzen van Annie M.G. Schmidt iets zinnigs in het leesonderwijs kan doen, welke plek dit werk inneemt in de traditie van nonsens-poëzie. De bedoeling was ook iets te zeggen welke relatie het heeft met mondeling overgeleverde poëzie, maar dat kwam niet helemaal uit de verf.
En Farriba Schulz (Humboldt Universität) zag ik plaatjes tonen uit prentenboeken die met hulp van de computer tot stand kwamen. Leuke plaatjes (o.a. uit werk van Katje Kamm, Lauren Child, Blexbolex en Wouter van Reek), maar ze was slecht verstaanbaar en weinig systematisch, vond ik.

Gelukkig komt er voor de deelnemers nog een bundel waarin alle bijdragen zijn opgenomen.

Dan was er ook nog wat muziek te beluisteren: de vrolijke liedjes van Erik van Os en Paracetamol, en Sandra  Coelers, de laatste als omlijsting van Herman (vader, echtgenoot) en Marieke (dochter) Coenen, die vertelden hoe De groene pompoen tot stand kwam.
Borrel na, altijd prettig om mensen te spreken.

Zo hoorde ik dat men zich bij IBBY Nederland zorgen maakt om Literatuur zonder leeftijd. Zorgen die ik daags daarop bevestigd vond in de meest recente nieuwsbrief van IBBY Nederland en die ook IBBY Nederland betreffen.
Wat IBBY betreft, meldde men blij te zijn dat het Nederlands Letterenfonds 'voor 2011 en 2012' de internationale contributie van de Nederlandse sectie wil betalen. Het zou evenwel te gek voor woorden zijn als in 2013 moest blijken dat die contributie niet betaald kan worden. Het gaat om een nuttige internationale organisatie, waarvan ook secties uit landen als Bolivia, Chili, Cuba, Ghana, Haïti, Letland, Libanon, Maleisië, Nepal, Portugal, Servië, Slovenië en Venezuela lid zijn, naast buren als België, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk e.d. En Nederland, nog altijd een van de rijkste landen ter wereld, zou geen contributie kunnen opbrengen?
Wat betreft LZL: het kost teveel. Dat kan ik mij voorstellen. De vier- à vijfhonderd abonnees op dit periodiek-in-boekvorm zijn met te weinig om de kosten op te brengen. Er moeten dus abonnees bij. Wie eens zo'n aflevering wil lezen, ' Afleveringen uit 2009 en eerdere jaargangen (voor zover nog beschikbaar) zijn voor 5 euro verkrijgbaar bij het IBBY-secretariaat.' Maar daarnaast zal er structureel iets moeten veranderen, denk ik.

Al met al ziet het tijdschriftenlandschap rond de jeugdliteratuur er tamelijk somber uit. Voortzetting LZL in 2013 onzeker, voortzetting Leesgoed idem, Jeugdliteratuur in praktijk verdwenen, in 2010 Leeskraam verdwenen... Er blijven naast (hoe lang?) het recensietijdschrift De Leeswelp enkel websites over, waarvan de nieuwsbron bij uitstek, Leesplein, voor 100 % gesubsidieerd wordt - en dat biedt tegenwoordig geen zicht op continuïteit.
Nog even en de kinderboekmensen kunnen zich voelen als de Haspels die in een zeef ter zee gingen.

Zie ook: Helden, idolen en iconen 2 (bespreking LZL 86), en Helden, idolen en iconen (1) (aankondiging symp.).