Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Lewis Carroll. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lewis Carroll. Alle posts tonen

maandag 13 juli 2026

Jacht op de sneer



Het Lewis Carroll Genootschap houdt op 26 september zijn jaarlijkse symposium en is er deze (tiende!) keer in geslaagd een interessante spreker aan te trekken: vertaler Robbert-Jan Henkes zal een toelichting geven op zijn vertaling van The Hunting of the Snark van Lewis Carroll.
Het symposium vindt plaats in het Logegebouw te Deventer, Rijkmanstraat 10. Deelname is gratis maar het Genootschap stelt het uiteraard op prijs als je begunstiger wordt en aanmelden is nodig: uiterlijk 19 september via info@lewiscarrollgenootschap.nl.
Zie hier voor het hele programma.  
 

woensdag 8 april 2026

Op jacht

Het online tijdschrift Phlizz bevat in de editie april 2026 een interessant vertoog, gedateerd op 1 april, door Franke Koksma over het vertalen van The Hunting of the Snark, die droom in ritme en rijm die op 1 april 1876 gepubliceerd werd door Lewis Carroll. 
Phlizz is een uitgave van het Lewis Carroll Genootschap. De harde kern van dit gezelschap beijverde zich jarenlang om een vertaling van dit wonderlijke gedicht, An Agony, in Eight Fits, en zou die vertaling bijna publiceren in 1977 toen er dat jaar ineens twee andere vertalingen verschenen, bijna tegelijkertijd: van Erdwin Spits, De Jacht op de Trek, en van Evert Geradts, De Jacht op de Strok.
Niet alleen daardoor kwam het vertaalproject op een lange baan, ook overleed veel later, in 2024, een van de gangmakers, Casper Schuckink Kool. Die hield zich nog steeds bezig met de jacht, schreef zelfs in 2022 nog een vertaalwedstrijd uit, zie hier. Of we dit konden vertalen:
 
I said it in Hebrew - I said it in Dutch - 
 I said it in German and Greek;
But I wholly forgot (and it vexes me much)
 That English is what you speak!
 
Inzendingen naar Casper Schuckink Kool. Helaas, dat kan dus niet meer.
In 2007 verscheen bij Polak & van Gennep nog een vertaling door Jan Kuijper, De jacht op de slaai.
 
Precies 150 jaar na verschijnen is er in Phlizz april 2026 weer aandacht voor de jacht. Franke Koksma vergelijkt onder meer enkele vertalingen van andere fits - en biedt ook een vertaling van dat laatste vers, want hij hoorde tot de mensen die aan Caspers oproep gehoor gaven. En er komt weer een nieuwe vertaling aan: Robbert-Jan Henkes, De klopjacht op de sneer. Naar verwachting komt dat boek uit in juli, bij Van Oorschot. We zien er naar uit.
 
Intussen bevat Phlizz natuurlijk meer dan deze bijdrage over de jacht op de beste vertaling, maar die springt er wel uit. 
Plus, voor wie na 6 juni 2026 naar New York reist, de tip om vooral de tentoonstelling 'Another Wonderland' te gaan zien, in het Museum of the City of New York.
 
The exhibition celebrates the rescue and decades-long restoration of Alice Of Wonderland Visiting New York, a major New Deal–era mural cycle created for the children’s ward at Gouverneur Hospital between 1938 and 1940.  Commissioned through the Works Progress Administration’s Federal Art Project, the sixteen-panel series reimagined Lewis Carroll’s beloved characters exploring 1930s New York City—from the subway and Brooklyn Bridge to Coney Island and Central Park—bringing color, fantasy, and joy to a space dedicated to healing. 
 
De maker van dat moois: Abram Charpanier. Het museum is te vinden op Fifth Avenue, zie de website.
 

 

woensdag 27 augustus 2025

Genootschap

Er bestaan in diverse landen groepen liefhebbers van het werk van Lewis Carroll, die elkaar vinden in  verenigingen, genootschappen, stichtingen e.d. Zo ook in Nederland: het Lewis Carroll Genootschap. Dat laat enkele keren per jaar van zich horen middels een nieuwsbrief, laat diverse publicaties het licht zien, bijvoorbeeld in de Phlizz-reeks, en organiseert jaarlijks een symposium, zie bijvoorbeeld hier. Die symposia bieden soms interessante bijdragen, maar zijn daarnaast ook toogdagen voor Carroll-verzamelaars met een hoog ons-kent-ons-gehalte.
 
 
Het volgende symposium vindt plaats op 20 september in de Gasthuiskapel te Zaltbommel, zie voor het programma hier. Toegang is gratis, de lunch niet (12,50). Maar Zaltbommel is een leuk stadje om in rond te wandelen, waarbij kinderboekliefhebbers de eerste keer vooral de Fiep Westendorp-collectie in het Stadskasteel niet dienen te missen.

donderdag 19 december 2024

De Kat van Ome Willem

Alice begon net te denken: 'Wat moet ik er eigenlijk mee aan als ik weer thuis ben?' toen hij plotseling zo hard knorde dat ze hem nog eens heel goed bestudeerde. Ditmaal was er geen twijfel mogelijk: het was niets meer of minder dan een biggetje, en ze vond het dan ook een beetje te veel van het goede om hem nog verder te dragen.
Dus zette ze het beestje op de grond, waarop hij tot haar opluchting kalmpjes het bos in dribbelde. 'Als hij groot was geworden,' zei ze bij zichzelf, 'was het een afschuwelijk lelijk kind geworden, maar als zwijntje best een knapperd, vind ik.' En ze dacht aan andere kinderen die het ook goed zouden doen als zwijn, en net zei ze bij zichzelf: 'Als ik maar wist hoe ik ze kon veranderen - ' toen ze tot haar verbazing, heel dichtbij, op een boomtak de Kat van Ome Willem zag zitten.

Uit welk verhaal komt deze passage? De liefhebber weet het allang: een vertaling van Alice in Wonderland, van Lewis Carroll.
Maar dit is wel het debuut van de Kat van Ome Willem op deze plek.

Het is feest: een nieuwe vertaling. Dubbel feest: vertaler Robbert-Jan Henkes zette achterin het boek achttien pagina's 'aantekeningen' over de keuzes en alternatieven bij het vertalen, en nog een nawoord.
Bij p. 54, waar de Kat van Ome Willem voor het eerst verschijnt (op de vloer bij de Hertogin), staan op p. 237 zestien regels aantekeningen, waarin hij onder meer veel voorgaande vertalingen opsomt, tot en met de Kolderkat van Sofia Engelsman en de Say Cheesekat van Imme Dros, en ook uitlegt waardoor Cheshire Cat zo moeilijk te vertalen is.
Hij vertelt dan weer niet waarom hij pig als zwijn vertaalt en niet als varken, wat m.i. best had gekund als je nagaat hoe Alice even liep te dromen hoe ze sommige klasgenoten in een zwijn zou veranderen - die kinderen zouden het als varken misschien nog beter doen. En ook niet waarom het beestje een hij is.
Voor wie zich (jongere generatie?) nu verbaasd afvraagt waar Robbert-Jan die kat vandaan haalde: zie hier. Op dat liedje zinspeelde Henkes in deze passage:

'Ik wist niet dat de Kat van Ome Willem altijd grijnsde. Eigenlijk wist ik niet eens dat katten konden grijnzen.'
'Alle katten grijnzen,' zei de Hertogin, 'als ze naar Parijs zijn geweest.'
'Dat wist ik niet,' zei Alice beleefd, maar blij dat het gesprek op gang was gekomen.
'Jij weet niet veel,' zei de Hertogin, 'dat staat vast.'

In de origine tekst staat dit:

“I didn’t know that Cheshire cats always grinned; in fact, I didn’t know that cats could grin.”
“They all can,” said the Duchess; “and most of ’em do.”
“I don’t know of any that do,” Alice said very politely, feeling quite pleased to have got into a conversation.
“You don’t know much,” said the Duchess; “and that’s a fact.” 

Die Kat van Ome Willem is een voorbeeldige vertaalvondst.
 


De verleiding is groot om verder te gaan vergelijken.
Bijvoorbeeld die passage over het lesrooster uit het befaamde gesprek met de Griffioen (door iedereen zo vertaald) en de ja, de wat? Bij Henkes wordt de Mock Turtle de Aardappelschilpad.
De passage is die waarin de Mock Turtle en de Gryphon uitleggen dat ze op school elke dag een uur minder les hadden:
 
‘Ten hours the first day,’ said the Mock Turtle, ‘nine the next, and so on.’ ‘What a curious plan!’ exclaimed Alice. ‘That's the reason they're called lessons,’ the Gryphon remarked, ‘because they lessen from day to day’.
 
In mijn recensie van Imme Dros' vertaling in 2023 heb ik e.e.a. opgesomd, met dank aan Judith van den Berg, en dat neem ik voor het gemak hier over:

Mann, 1887:  
‘Wat een gek plan,’ zei Alice.
‘Dat vind ik volstrekt niet; gij hebt ook altijd wat te zeggen.’

 
Ten Raa, 1899:
‘Ja, zie je, [...] als je vooruit wilt gaan, moet je steeds achteruit gaan,’ merkte de Griffioen op.
 
Van Oven-van Doorn, 1934:
‘Zeker, zeker, we hadden iedere dag een uur korter les,’ zei de Griffioen, ‘iedere dag... een uur... korter...
 
 Kossmann en Reedijk, 1947:
‘Helemaal niet raar,’ zei de Griffioen, ‘we gingen er heen om onderwijs te genieten en daar geniet je iedere dag minder van.’
 
Andreus, 1968:  
‘Helemaal niet gek,’ zei de Griffioen, ‘want omdat hij meester was, begon hij met het meeste. Dat is toch logisch!

Matsier, 1989:  
‘Zo lesten we onze dorst naar kennis steeds sneller,’ merkte de Griffioen op, ‘vandaar de uitspraak lest best.’
 
Engelsman, 1999:  
‘Het was een verkorte opleiding,’ merkte de Griffioen op, ‘en dus was elke dag een uur korter.’

Imme Dros, 2023:
'Wat een raar rooster!' riep Alice uit.
'Het was een spoedcursus,' zei de Griffioen. 'Elke dag kreeg je wat meer spoed.'

Robbert-Jan Henkes:
'Wat een vreemd rooster!' riep Alice uit.
'Daarom heet het ook onderwijs,' legde de Griffioen uit. 'Omdat de wijzer van de klok steeds naar onder wijst.'
 
En dat is ook een mooie vondst. Zelf vindt hij die van Andreus (na de zijne, neem ik aan) de beste.


Een fijne graadmeter is natuurlijk 'Jabberwocky', het fenomenale vers uit Alice through the Looking-Glass.
Dat ziet ze eerst zo:
 
.YKCOWREBBAJ

  sevot yhtils eht dna, gillirb sawT’
ebaw eht ni elbmig dna eryg diD
     ,sevogorob eht erew ysmim llA
    .ebargtuo shtar emom eht dnA

Maar ze beseft heel snel: 'Why, it’s a Looking-glass book, of course!', houdt het voor de spiegel en leest:
 
JABBERWOCKY.

’Twas brillig, and the slithy toves
    Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
    And the mome raths outgrabe.

“Beware the Jabberwock, my son!
    The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
    The frumious Bandersnatch!”

He took his vorpal sword in hand:
    Long time the manxome foe he sought—
So rested he by the Tumtum tree,
    And stood awhile in thought.

And as in uffish thought he stood,
    The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
    And burbled as it came!

One, two! One, two! And through and through
    The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
    He went galumphing back.

“And hast thou slain the Jabberwock?
    Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!”
    He chortled in his joy.

’Twas brillig, and the slithy toves
    Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
    And the mome raths outgrabe.
 

Het epos is uiteraard ook te horen, want poëzie is om voor te dragen, al is het maar voor jezelf. Luister hier (met tekst!) of hier (met mooie tekenfilm!)
Een heldenepos in zeven coupletten, met zijn eigen Wiki-pagina, Tientallen, zo niet honderden vertalers hebben hun best hierop gedaan. Ook Imme Dros:

't Was brulig en de sluikse toof
trok slijms een slinkse glimsterstreep
miesmoedig klonk de papegoof.
En de gloom daas ontgreep.

Vermijd de Kwebbelgnok, mijn zoon!
De knauw die kwetst, de klauw die kletst!
Ontwijk de Hiphuphop en hoon
de donderse Denderpest.

Enzovoort. Robbert-Jan Henkes maakt er dit van:

't Was brillicht en de slyze toofs
  vergaayden griemend in het weegst:
gans mimsisch was de bormansgroof,
  en 't momse rafft bedreegst.

'Vrees voor de Jabberwrok, myn kind!
  Zyn kakenklap, zyn klauwengraay!
De vogel Jubjub, vrees! - en slint
  de frummse Bandersnaay!'

Kies maar.
 


We keren terug naar dat treurige tweetal bij de zee, de Griffioen en de Aardappelschilpad dan wel Soepschildpad (Dros) of Nepschildpad (Engelsman). 

Lewis Carroll:
'If I'd been the whiting,' said Alice, whose thoughts were still running on the song, 'I'd have said to the porpoise, "Keep back, please: we don't want you with us!"'
'They were obliged to have him with them,' the Mock Turtle said: 'no wise fish would go anywhere without a porpoise.'
'Wouldn't it really?' said Alice in a tone of great surprise.
'Of course not,' said the Mock Turtle: 'why, if a fish came to me, and told me he was going a journey, I should say "With what porpoise?"'
'Don't you mean "purpose"?' said Alice.
'I mean what I say,' the Mock Turtle replied in an offended tone. And the Gryphon added 'Come, let's hear some of your adventures.'


Sofia Engelsman:

'Als ik die witvis was,' zei Alice, die nog steeds met het liedje bezig was, 'had ik tegen die haring gezegd: "Ga eens een eindje naar achteren. We willen je niet mee hebben."'
'Ze moesten hem wel meenemen,' zei de Nepschildpad. 'Elke weldenkende vis neemt wat haringen mee, als hij op reis gaat.'
'Echt?' vroeg, Alice, heel verbaasd.
'Natuurlijk,' zei de Nepschildpad. 'Hoe moet hij anders zijn tentje opzetten?'
'Ik denk dat je je vergist,' zei Alice.
'Ik vergis me helemaal niet,' antwoordde de Nepschildpad beledigd. En de Griffioen zei: 'Vertel jij eens wat over je avonturen.'

 
Imme Dros:
 
 'Als ik die platvis was geweest,' zei Alice met haar gedachten nog steeds bij het lied, 'dan zou ik tegen de inktvis hebben gezegd: Ga alsjeblieft wat achteruit, jij: we willen jou er niet bij hebben.'
'Ze waren wel verplicht hem erbij te hebben,'zei de Soepschildpad. 'Geen vis met gezond verstand zou ergens heen gaan zonder inktvis.'
'Echt niet?' zei Alice stomverbaasd.
'Natuurlijk niet,' zei de Soepschildpad. 'Als een vis mij kwam vertellen dat hij op reis ging, zou ik allereerst vragen: Met welke inktvis?'
'Maar waarvoor?' vroeg Alice.
'Hoe kan hij me anders schrijven,' antwoordde de Soepschildpad kriegel.
En de Griffioen voegde eraan toe: 'Kom, laat nu maar eens wat van jouw avonturen horen.'

Robbert-Jan Henkes:

'Als ik de haring was geweest,' zei Alice, die met haar gedachten nog bij het liedje was, 'dan had ik de narwal gezegd dat hij me niet achterna moest komen. Waarvoor moest hij ook met ze mee?'
'Ze waren verplicht hem mee te nemen,' zei de Aardappelschilpad, 'want een vis op reis heeft altijd een narwal nodig.'
'Is dat zo?' vroeg Alice verbaasd.
'Natuurlijk,' zei de Aardappelschilpad, 'je moet de vissen horen roepen: Narwal! Narwal!'
'Je bedoelt zeker Naar wal! Naar wal!' zei Alice.
'Ik bedoel wat ik zeg,' zei de Aardappelschilpad enigszins beledigd, en de Griffioen voegde daaraan toe: 'Kom, nu willen we jouw avonturen horen.'

Kies maar.
Geen haalt het bij het origineel.
 


Dat geldt wat mij betreft ook voor de tekeningen van de negentiende-eeuwse cartoonist John Tenniel, hoewel sommige illustratoren een heel eind kwamen, zoals recent nog Floor Rieder in de uitgave van Gottmer met de vertaling van Sofie Engelsman - die komend jaar april weer in herdruk verschijnt! 
In de uitgave van Van Oorschot met de vertaling van Robbert-Jan Henkes zijn Tenniels tekeningen ingekleurd door Floris Tilanus.
De keuze voor de ene of de andere illustrator is wellicht doorslaggevender dan die tussen de vertalers...
 

Carroll, Lewis. Alice in Wonderland & in Spiegelland. Vertaald door Robbert-Jan Henkes. Van Oorschot, 2024. ISBN 978 90 282 4311 8, 264 p. Oorspr.: Alice's Adventures in Wonderland (1863) en Through the Looking-Glass and What Alice Found There, The Centenary Edition, edited with an introduction and notes by Hugh Haughton, Penguin Classics, Penguin Books, London etc, 1998.  


dinsdag 2 juli 2024

Hoe kun je je haren opzetten als je kletsnat bent?

Het Lewis Carroll Genootschap (NL) is een ietwat in zichzelf gekeerd genootschap van Carroll-liefhebbers. Ik mag me er ook toe rekenen. Het werd opgericht in 1976 en is na een slapend bestaan van ruim 30 jaar sinds 2017 weer actief, wat vooral te danken is aan voorzitter Bas Savenije.
Het houdt ieder jaar in september een symposium annex ruilbeurs en publiceert een online tijdschrift, Phlizz. Voor wie belang stelt in anecdotiek of uitlegkunde rond Lewis Carroll een onderhoudend geval en soms weet de redactie verrassende bijdragen binnen te halen.
Zo ook in Phlizz juli 2024.
Daarin laat namelijk vertaler Robbert-Jan Henkes niet alleen zijn licht schijnen over het relatief zouteloze, aan Carroll toegeschreven hoofdstuk 'The Wasp in the Wig', dat dus waarschijnlijk helemaal niet door Carroll is geschreven, maar ook over verhaaltechnische slordigheidjes in Alice’s Adventures in Wonderland en Through the Looking-Glass and What Alice Found There.
 
 
Carroll, 24 jaar. Foto Lewis Carroll.

Hier een kleine lijst met zestien dingen die ondanks de strenge en strikte logica van Carroll mij voor vraagtekens plaatsen, dertien over Alice’s Adventures in Wonderland, twee over Through the Looking-Glass and What Alice Found There en één over allebei. Als er Carrollianen zijn met antwoorden, ik hou me aanbevolen, op rjhenkes apestaartje xs4all punt nl. 

Ik zal ze niet alle zestien citeren, zie daarvoor Phlizz.
Een selectie:

4 (II.21) Als Alice het over poes Dinah heeft tegen de zwemmende Muis, raakt die geheel van streek: de Muis is bristling all over staat er, maar hoe kun je je haren opzetten als je kletsnat bent? 

6 (VIII.70) Als Alice drie schoppen-hoveniers in de tuin ziet, zijn die de witte bloemen van een large rose-tree rood aan het verven: We put a white one in by mistake, leggen ze Alice uit, we hebben per ongeluk een witte geplant, of er een witte tussengezet. Het zou kunnen dat de rozen net uitgekomen zijn en dat ze nu het verschil pas zien, want anders is het vreemd dat je een volwassen rozenboom (getuige de illustratie) plant, of hij had op de tekening in een pot moeten staan. Hoe zit dat?

8 (VIII.75-76) Als Alice hoort hoe de Koningin tijdens het croquetten al drie van de spelers ter dood heeft veroordeeld for having missed their turns, komt die mededeling niet lang nadat er is gezegd dat er helemaal geen beurten zijn: The players all played at once, without waiting for turns (VIII.74). Zijn er nu wel of geen beurten?

15 (VI.184) Homptie Domptie vraagt aan Alice hoe oud dat ze zei dat ze was en dan staat er: Alice made a short calculation, and said “Seven years and six months.” – terwijl ze nog maar heel kort geleden, op het vorige Veld, haar leeftijd al genoemd had aan de Rode Koningin: I’m seven and a half, exactly (V.174). Dan zou ze op Homptie Dompties vraag niet meer hoeven uitrekenen, maar kon er staan: ‘Daar hoefde Alice niet lang over na te denken,’ of iets dergelijks.

Tja, de arme Charles Lutwidge Dodgson leeft niet meer, wie zal het weten... Maar hij zou zeker gereageerd hebben.


maandag 1 januari 2024

Overzicht Engelstalige edities Alice in Wonderland

In Nederland houdt het Lewis Carroll Genootschap zich al jaren bezig met Lewis Carroll en zijn werk. Wie er meer van wil weten, doet er goed aan om het 'online magazine' Phlizz te volgen. Begunstiger worden stelt het genootschap uiteraard ook op prijs.
 
In de laatste editie van Phlizz een nieuwtje. Niet alleen bestaat er een in 2015 verschenen driedelig volledig overzicht van vertalingen van Alice in Wonderland en Alice through the Looking Glass, maar sinds kort is er ook een overzicht van alle Engelstalige edities. Monnikenwerk verricht door Jon Lindseth en Lenny de Rooij.
Alice in a World of Wonderlands: The English Language Editions of the Four Alice Books Published Worldwide is als luxe-editie en komt (bij Barnes and Noble) als gewone editie in print en als e-boek te koop. Zie ook hier.

zaterdag 2 december 2023

Soldaten in klaverjassen en andere vertaalvondsten

Er verscheen onlangs een nieuwe vertaling van Alice in Wonderland en Through the Looking-glass van Lewis Carroll door niemand minder dan Imme Dros en die verdient het om besproken te worden, al stamt het origineel uit 1865. Een goede vertaling van deze verhalen met hun vele woordspelingen en toespelingen op inmiddels onbekende versjes is namelijk een huzarenstukje. Diverse vertalers gingen Imme Dros voor, waaronder na WO II het duo Kees (Cornelis) Reedijk en Alfred Kossman (1948), Hans Andreus (1968), Nicolaas Matsier (1989), Sofia Engelsman (1999), Akkie de Jong (2005) en John Sillevis (2008).
 


Hoe heeft Imme Dros het gedaan?
 
Laat ik beginnen met een citaat waarvoor eerdere vertalingen bij elkaar zijn gezocht, door Judith van den Berg voor Literatuur zonder leeftijd (2003).
 


De moeilijkste taalgrap moet wel de passage zijn waarin de Mock Turtle en de Gryphon uitleggen dat ze op school elke dag een uur minder les hadden:
 
‘Ten hours the first day,’ said the Mock Turtle, ‘nine the next, and so on.’ ‘What a curious plan!’ exclaimed Alice. ‘That's the reason they're called lessons,’ the Gryphon remarked, ‘because they lessen from day to day’.
Als men de eerder genoemde vertalingen vergelijkt, blijkt het dat de gedane vondsten kwalitatief sterk verschillen:
 
Mann, 1887:  
‘Wat een gek plan,’ zei Alice.
‘Dat vind ik volstrekt niet; gij hebt ook altijd wat te zeggen.’
 
Ten Raa, 1899: 
‘Ja, zie je, [...] als je vooruit wilt gaan, moet je steeds achteruit gaan,’ merkte de Griffioen op.
  
Van Oven-van Doorn, 1934: 
‘Zeker, zeker, we hadden iedre dag een uur korter les,’ zei de Griffioen, ‘iedre dag... een uur... korter...
 
 Kossmann en Reedijk, 1947: 
‘Helemaal niet raar,’ zei de Griffioen, ‘we gingen er heen om onderwijs te genieten en daar geniet je iedere dag minder van.’
 
Andreus, 1968:  
‘Helemaal niet gek,’ zei de Griffioen, ‘want omdat hij meester was, begon hij met het meeste. Dat is toch logisch!
 
Matsier, 1989:  
‘Zo lesten we onze dorst naar kennis steeds sneller,’ merkte de Griffioen op, ‘vandaar de uitspraak lest best.’
 
Engelsman, 1999:  
‘Het was een verkorte opleiding,’ merkte de Griffioen op, ‘en dus was elke dag een uur korter.’

Ik voeg die van Imme Dros toe:
 
'Wat een raar rooster!' riep Alice uit.
'Het was een spoedcursus,' zei de Griffioen. 'Elke dag kreeg je wat meer spoed.'
 
Kan ermee door, hoewel ik die van Hans Andreus net iets beter vind en die van Sofia Engelsman even goed.

John Tenniel - Alice Swimming in Pool of Tears

Nog zo'n vergelijking door Judith van den Berg, nu ook met dank aan Martin Gardner (The Annotated Alice, Definite Edition, 2000) voor het origineel:
 
How doth the little Busy Bee
improve each shining hour
And gather honey all the day
from every opening flower.


Carroll (1865):
How doth the little Crocodile
improve his shining tail,
and pour the waters of the Nile
on every golden scale.


Mann (1887):
Hoe dankbaar is mijn kleine hond
voor beentjes en voor vleesch.
Hij kwispelstaart en springt in 't rond
en danst op mijnen schoot.


Ten Raa (1899):
Wat poetst de kleine krokodil
zijn glinsterenden staart.
En plast het water van den Nijl
op 't lichaam, naar zijn aard

Van Oven-van Doorn (1934):
Zie ginds komt de stoomboot uit kattenland aan,
ik zie Kater Mauw op een driewieler gaan,
hoe huppelt hij minzaam het dek op en neer!
Hij zwaait als een bromtol al heen en al weer!
Hij wuift met zijn schooltas en roept ons al toe:
‘Wie mij aan mijn staart trekt, krijgt vast met een roe!’


Judith van den Berg vindt die van Van Oven-van Doorn de slechtste.
 
Hier komt Imme Dros:
Op een grote paddenstoel
rood met witte stippen
zat een krokodilletje
heen en weer te wippen
 
Waarmee ze net als Carroll én vertaler Van Oven speelt met een bekend kinderversje. 

Jammer dat Judith van den Berg slechts het eerste couplet citeert en vergelijkt. Het originele brave 19e-eeuwse vers, 'Against Idleness and Mischief' van Isaac Watts, telt vier coupletten en Carroll parodieert de eerste twee daarvan, niet een.
 
How doth the little busy bee
   Improve each shining hour,
And gather honey all the day
   From every opening flower!

How skilfully she builds her cell!
   How neat she spreads the wax!
And labours hard to store it well
   With the sweet food she makes.
 
Dat wordt bij Carroll:
 
How doth the little Crocodile
improve his shining tail,
and pour the waters of the Nile
on every golden scale.
 
How cheerfully he seems to grin,
How neatly spreads his claws,
And welcomes little fishes in
With gently smiling jaws!
 
En de complete Dros:
 
Op een grote paddenstoel
rood met witte stippen
zat een krokodilletje
heen en weer te wippen
 
KRAK! Het krokodilletje
kwakte op de grond.
En één krokobilletje
raakte zwaargewond
 
Dat is spitsvondig, Al staat er iets compleet anders dan bij Carroll, de essentie van diens parodie is bewaard gebleven en dat zal kinderen die dit verhaal lezen of voorgelezen krijgen meer raken dan parodieën die heden ten dage nergens op slaan - wat ook voor het origineel geldt want genoemd vers van Watts bijvoorbeeld wordt in Engeland niet meer gehoord.

Die spitsvondigheid zit in meer vertaalvondsten, veel te veel om hier te noemen.
Toch nog enkele dan.
 
Attempted Bloggery: A Mad Tea Party
 
Uit de Mad Tea Party ('Idiote theevisite') bij de Hoedenmaker, de Maartse Haas en de Zevenslaper:

'If you knew time as well as I do,' said the Hatter, 'you wouldn't talk about wasting it. It's him.'
'I don't know what you mean,' said Alice.
'Of course you don't,' the Hatter said, tossing his head contemptuously. 'I dare say you never ever spoke to Time.'
'Perhaps not,' Alice cautiously replied; 'but I know I have to beat time when I learn music.'
'Ah! That accounts for it,' said the Hatter. 'he won't stand beating. [...].'

Dat wordt bij Imme Dros:

'Als je tijd zo goed kende als ik,' zei de Hoedenmaker, 'zou je weten dat Tijd niet met zich laat sollen en zich zeker niet laat verspillen.'
'Ik weet niet wat u bedoelt,' zei Alice.
'Natuurlijk niet!' zei de Hoedenmaker, minachtend zijn hoofd schuddend. 'Ik durf te wedden dat jij zelfs nog nooit met Tijd hebt gepraat!'
'Misschien niet,' antwoordde Alice voorzichtig, 'maar ik weet dat de tijd kruipt als ik op school zit en vliegt als ik vrij ben.'
'Ah! Dat verklaart veel,' zei de Hoedenmaker. 'Je kunt hem niet volgen [...].'

Soepel en vindingrijk. Niet letterlijk, nee... Maar dat van it en him (het en hem) zou in het Nederlands nergens op slaan, en wij slaan de maat, niet de tijd. Dus moet je als vertaler een equivalent zoeken.
 


Als Alice eindelijk de tuin bereikt die ze eerder door een te klein deurtje zag, komt ze bij enkele tuinlieden die een witte roos rood verven, de kleur die hij eigenlijk moest hebben. Ze worden onderbroken door de Koningin en

ten soldiers carrying clubs.

Wordt bij Dros:

tien soldaten in klaverjassen.
 
Van de betekenis van het Engelse club (naast club ook klaver in kaartspel en knuppel) gaat de zo bij soldaten passende knuppel helaas verloren maar klaverjassen verwijst knap naar de betekenis van gezelschap, club.
De tuiniers hebben overigens schoppen op hun lijf. Voor wie dit niet snapt en Alice dus nog nooit heeft gelezen: alle figuren in deze tuin zijn speelkaarten, behalve Alice, de hertogin en de Cheshire Cat, die door Imme Dros is omgedoopt in de Say Cheesekat omdat wij evenals de hedendaagse Britten helemaal niets kunnen met dit beroemde beest, een grijnzende kat die goed langzaam kan verdwijnen, zelfs tot er enkel een grijns over blijft.
 
 
Cheshire Cat volgens John Tenniel
 
Hier wreekt zich in de nu besproken Nederlandse uitgave dat er veel te weinig plaatjes in staan. De grijns staat er bijvoorbeeld niet in, maar evenmin de genoemde tuiniers en soldaten. De paar plaatjes die er wél in staan zijn van Linde Faas en dat kom je pas te weten door het colofon achterin te lezen. De afbeeldingen hierboven zijn uit de oorspronkelijke edities en van de onovertroffen John Tenniel.
 
Say-cheese-kat volgens Linde Faas

Er staan niet alleen te weinig plaatjes in, die weinige staan ook nog eens op de verkeerde plekken, namelijk als vignetjes voor of na hoofdstukjes of lukraak tussen paragrafen, waarbij het bovendien raar is dat juist in Alice en haar avonturen door de spiegel vignetjes van speelkaarten (klaveren, hartjes, schoppen, ruitjes) zijn geplaatst terwijl die daar geen enkele rol spelen. Terwijl wel aan het begin en eind van het verhaal enkele schaakstukken zijn afgebeeld. 
Gemiste kans. Had Leopold geen geld meer? Linde Faas is vaardig genoeg, wie weet hoe graag ze zich op de twee Alice-verhalen had willen en kunnen uitleven, de omslagillustratie geeft al een hint. John Tenniel mag dan wat mij betreft onovertroffen zijn, er zijn hier te lande toch illustratoren genoeg die een zeer verdienstelijke poging hebben gedaan hem te evenaren, in 2008 bijvoorbeeld Pat Andrea en in 2014 nog Floor Rieder, zie recensie, waarin ik ook de vertaling door Sofia Engelsman bespreek.

Ik kan het niet laten de citaten van toen aan te vullen met wat Imme Dros ervan maakte.
 


De Jabberwocky:

't Was brulig en de sluikse toof
trok slijms een slinkse glimsterstreep
miesmoedig klonk de papegoof.
En de gloom daas ontgreep.

Vermijd de Kwebbelgnok, mijn zoon!
De knauw die kwetst, de klauw die kletst!
Ontwijk de Hiphuphop en hoon
de donderse Denderpest.

Niet slecht! Zie voor het vervolg p. 115.

En tot slot komen we weer terug bij de Griffioen en de Soepschildpad, die bij Sofie Engelsman Nepschildpad heet. 

Lewis Carroll:
'If I'd been the whiting,' said Alice, whose thoughts were still running on the song, 'I'd have said to the porpoise, "Keep back, please: we don't want you with us!"'
'They were obliged to have him with them,' the Mock Turtle said: 'no wise fish would go anywhere without a porpoise.'
'Wouldn't it really?' said Alice in a tone of great surprise.
'Of course not,' said the Mock Turtle: 'why, if a fish came to me, and told me he was going a journey, I should say "With what porpoise?"'
'Don't you mean "purpose"?' said Alice.
'I mean what I say,' the Mock Turtle replied in an offended tone. And the Gryphon added 'Come, let's hear some of your adventures.'

Sofia Engelsman:

'Als ik die witvis was,' zei Alice, die nog steeds met het liedje bezig was, 'had ik tegen die haring gezegd: "Ga eens een eindje naar achteren. We willen je niet mee hebben."'
'Ze moesten hem wel meenemen,' zei de Nepschildpad. 'Elke weldenkende vis neemt wat haringen mee, als hij op reis gaat.' 
'Echt?' vroeg, Alice, heel verbaasd.
'Natuurlijk,' zei de Nepschildpad. 'Hoe moet hij anders zijn tentje opzetten?'
'Ik denk dat je je vergist,' zei Alice.
'Ik vergis me helemaal niet,' antwoordde de Nepschildpad beledigd. En de Griffioen zei: 'Vertel jij eens wat over je avonturen.'
 
Imme Dros:
 
 'Als ik die platvis was geweest,' zei Alice met haar gedachten nog steeds bij het lied, 'dan zou ik tegen de inktvis hebben gezegd: Ga alsjeblieft wat achteruit, jij: we willen jou er niet bij hebben.'
'Ze waren wel verplicht hem erbij te hebben,'zei de Soepschildpad. 'Geen vis met gezond verstand zou ergens heen gaan zonder inktvis.'
'Echt niet?' zei Alice stomverbaasd.
'Natuurlijk niet,' zei de Soepschildpad. 'Als een vis mij kwam vertellen dat hij op reis ging, zou ik allereerst vragen: Met welke inktvis?'
'Maar waarvoor?' vroeg Alice. 
'Hoe kan hij me anders schrijven,' antwoordde de Soepschildpad kriegel.
En de Griffioen voegde eraan toe: 'Kom, laat nu maar eens wat van jouw avonturen horen.'

Carrolls mooie taalspel met porpoise (bruinvis) / purpose (doel) (klinkt nagenoeg hetzelfde) is schier onvertaalbaar, dat blijkt, net als dat met de Mock Turtle, als je bij Gardner leest dat mock turtle soup een van kalfsvlees gemaakte imitatie is van turtle soup, wat ook verklaart hoe de mock turtle er uitziet.
Wat mij betreft wint Sofia Engelsman hier, met haar haringen en nepschildpad.

Dat neemt niet weg dat Imme Dros met haar vertaling, die lekker wegleest, een goede prestatie heeft geleverd. In een mooi uitgegeven boek, dat echter passende illustraties mist. Als er niet genoeg budget was om Linde Faas haar gang te laten gaan, of liever nog een wat meer cartoonesk tekenende illustrator als bijvoorbeeld Joep Bertrams of The Tjong Khing, had dan de rechtenvrije plaatjes van Tenniel genomen.
 

 
Met de titel is overigens ook iets vreemds. Er zijn twéé verhalen vertaald, zowel Alice's Adventures in Wonderland (1865) als Alice Throug the Lokking-Glass and What Alice Found There (1871), maar de voor- en achterkant en de titelpagina vermelden slechts een van de twee. 
In zo'n chique vormgegeven boek, met leeslint, had dat beter gekund.


Carroll, Lewis. Alice in Wonderland. Vertaald door Imme Dros. Leopold, 2023. ISBN 798 90 2588465 9, 216 p.
 
PS. Jabberwocky blijkt ook als lied gebracht. Muziek: Sam Pottle.

zondag 2 oktober 2022

A Bojum, you see

                                                
 
Het Lewis Carroll Genootschap is openbaar en niet geheim en er lopen in het Nederlands taalgebied vast honderden liefhebbers van Carrolls werk rond. Toch kent het slechts 43 Vrienden en op het symposium dat 30 september jl. plaatsvond waren er zo'n 25 aanwezig. Het was het 6e symposium van het genootschap en net als in 2021 vond het onderdak in de Gasthuiskapel te Zaltbommel, een fraaie en zeer bereikbare plek. Helaas heb ik er in 2021 geen verslag van gedaan, terwijl Carroll-vertaler Nicolaas Matsier daar toch een onderhoudend vertoog afstak over interpunctie bij Carroll. 
Over het 4e symposium berichtte ik wél, zie hier.
 


Als nog steeds relatieve buitenstaander kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat het een soort ons-kent-ons-feestje was en dat lag voor de hand met zo weinig deelnemers. De sfeer was daardoor familiair en gemoedelijk, zelfs tijdens het toch wat scherpe debatje over de noodzaak van een boek over man en schrijver Dodgson & Carroll.
Daarover wordt al enkele jaren gepraat in het Genootschap, maar niet iedere Vriend zit het zitten, dat werd me wel duidelijk. Zie de column van Liliane Waanders voor een idee van wat dat boek zou moeten worden.
 
Het programma bestond uit mogelijkheden om verzamelingen te bewonderen en oude boeken te verhandelen, een zeer amusante vertaalquiz, een presentatie van muziekfragmenten geïnspireerd door Alice en The Hunting of the Snark (zie ook hier), een kort huishoudelijk deel en twee presentaties die ik nader toelicht.


 
 
Mohana van den Kroonenberg was uitgenodigd om iets te vertellen over haar Dodo. Dat verhaal gaat over een jongen die danig last heeft van stotteren, zelfs zo dat-ie bij de eerste voorstelronde in de brugklas niet verder komt dan i (van ik) en uiteindelijk Dodo (van Dorian). Hij wordt het buitenbeentje van de klas en redt zich door een verbeeldingsvolle verhouding met de opgezette vogel die hij in het museum aantreft, inderdaad, de dodo. Een verhaal vol autobiografische elementen, begreep ik.
Haar vertoog was informatief: zo weet ik dat ze eerst een vier-, toen een negenjarige hoofdpersoon in gedachten had, maar op advies van de uitgever besloot er een twaalfjarige brugklasser van te maken. Juist omdat er zoveel persoonlijks in het verhaal zit, besloot ze er een ik-verhaal van te maken: Dorian (Dodo) is tevens verteller. Dat was dus geen slaafse opvolging van een tip van de Schrijversvakschool. En ook de beslissing om geen illustraties toe te laten, wist ze met verve te verdedigen: liever geen herhaling van wat al in woorden wordt beschreven.


 
En dan de markante antiquaar Casper Schuckink Kool. Hij had op de voorste rij al van zich laten horen met ongezouten commentaar bij het boekplan en sprak het publiek met krakende doch luide stem toe over vertalingen van The Hunting of the Snark. Hij deelde zijn ervaringen met het publiek door van diverse citaten verschillende vertalingen te tonen, en het tekent het vertrouwelijk clubsfeertje dat één van die vertalers, Henri Ruizenaar, ook in de zaal zat - en nog wel op de voorste rij.
 

Casper Schuckink Kool eindigde zijn voordracht met de bekentenis dat hij zichzelf, nu 77,5 jaar oud, de belofte had gedaan vóór zijn 80e met een eigen vertaling van The Hunting of the Snark te komen en hij vroeg het publiek om daaraan alvast mee te werken door de volgende regels te vertalen:

I said it in Hebrew - I said it in Dutch - 
 I said it in German and Greek;
But I wholly forgot (and it vexes me much)
 That English is what you speak!

Hoefde niet ter plekke, kan nog steeds, vertaling graag sturen naar casper.schuckink.kool@gmail.com.
Voor de context van het citaat, zie hier.

dinsdag 22 maart 2022

Alice onder water

Alice's Adventures in Wonderland (1865) en Through the Looking-Glass (1871) van Lewis Carroll behoren tot de beroemdste boeken. Vertaald in vele talen, honderden keren bewerkt.
Je moet lef hebben om een derde boek over Alice te maken, in Carrolls stijl. 


Die lef had Lenny de Rooy en dat resulteerde in Alice's Adventures under Water, dat in 2021 verscheen, met illustraties in Tenniels stijl door Robert Louis Black. In eigen beheer uitgegeven bij Millennyum Publications.

Om zoiets te doen, moet je een Alice-tik hebben. Die heeft ze en ze is niet de enige, want ik trof haar op een bijeenkomst van het Lewis Carroll Genootschap en uit dat feit mag je gerust afleiden dat ik ook zo'n tik heb. (Ja, men schrijft doorgaans tic, dat weet ik ook wel.) (Getict of getikt, wat maakt het uit? De een is ernstiger geraakt dan de andere, misschien dat.)

Is het wat, Alice's Adventures under Water?
Het is heel wat. 
Om te beginnen is het geschreven in het Engels, niet Lenny's moedertaal - neem ik aan. Ook al een blijk van lef. Maar ja, als je Carroll wil navolgen, moet je wel. En als je buiten ons taalgebied wil verkopen, dan ook.
Toch vind het ook een zwakte. Carroll schreef in zijn eigen taal en daarin was hij heel erg thuis. Er was iets voor te zeggen om nou juist dat na te volgen - en nog steeds aannemend dat Nederlands de moedertaal van Lenny de Rooy is zou dat dus gepleit hebben voor die taal.
Lastig vind ik het ook. Ik kan me aardig redden in het Engels - maar niet zo goed als in mijn moerstaal en zolang ik niet verhuis naar Engelstalige contreien zal dat wel nooit veranderen. Dat maakt het beoordelen op poëtisch niveau heikel. So let's skip it, for the moment.


 
Het is geïllustreerd - maar niet zo goed, helaas. Robert Black is vaardig genoeg, dat toont zijn website, waarop hij zich een 'traditional artist' noemt, whatever that means, Het kán aan de afdrukkwaliteit liggen, maar zijn 'forty-two illustrations' lijken wél op, en halen het daardoor juist niet bij die van John Tenniel. Wil je die evenaren, dan kun je beter geheel je eigen stijl volgen. Zie vele pogingen, laatst nog die van Floor Rieder.

De intrige is gebaseerd op een bordspel en lijkt daarin op die van Through the looking-glass. Daar is het een schaakwedstrijd en als je het niet te nauw neemt, klopt die. 'Alice onder water' heeft het stramien ontleend aan een zeeslag-wedstrijd:
 


Het is voorzien van lange gedichten, ja, goed afgekeken. Al was dat in Carrolls tijd wat gewoner dan tegenwoordig, nu geen enkel kind meer verzen uit het hoofd moet leren. (Sterker, nu er eigenlijk sowieso niets meer uit het hoofd moet, hooguit wat besognes omdat die hoofden zo vol raken.) Toch laat Lenny's anonieme verteller weer beesten opdraven die echt wel de tijd nemen om iets voor te dragen. En je kan ze niet overslaan, want bijvoorbeeld de Queen Bee's Scuttleflot (p. 37) is essentieel voor het verhaal, dus daar gaan we, zes vierregelige coupletten:

Queen Bee had a Scuttleflot,
It looked much like a boat;
And every time it dived forgot
That it could only float.

Enzovoort.

Het is spitsvondig. Neem nu dat vers hierboven. Nu voel ik mij als Nederlandstalige lezer eens in het voordeel, al sloeg ik er bijna geen acht op. Eerst vond ik vooral scuttle grappig gevonden voor een vlot, vervolgens vroeg ik ineens af of flot eigenlijk wel een Engels woord is. Nee dus, alleen in flotsam, ook een geestig woord in dit verband, zijnde het deel van het schip dat blijft drijven na een schipbreuk. En daarna vroeg ik me af wat een Engelstalige lezer ervan zou vinden.
Er zijn meer van die spitsvondigheden, daar is Jenny de Rooy beslist bedreven in.
Van dezelfde orde als hierboven is het grapje op p. 42.
Daaraan gaat iets vooraf.
 
Alice did not look back and made sure she got far away from the gate as quickly as she could, before the creatures changed their minds and came up with yet another impossible assignment. After having walked on for some time, she came upon a rock on which a catlike creature was standing. It stood straight up on its hind paws, peering intently over the area. Then it looked at her.
'Duck!' it said.
Alice looked around, but didn't see any ducks.
'Duck!', it said once more.
For a moment Alice thought it was mistaking her for a duck. But then, a shell shot through the water at high speed, barely missing her head.
 

'You have very good eyes, to see that one coming,' gasped Alice.
A shell rose up from beside her and propelled out of the water with the same speed the other had engterred through. This time thouhg, she thought she could hear a small explosion further off as well.
'I wish it would stop doing that,' muttered Alice.
The creature just continued to stand straight up on the rock, looking at her disapprovingly.


 
'Thank you for trying to warn me. Who are you, and what are you doing in this lake?' asked Alice. 'Did you fall in, just like me?'
'My name is Villikins,' he answered. 'And I live in this lake, because I'm a meerkat.'
'But you don't look like a meerkat,' said Alice, quite forgetting the conversation she had had with the Seahorse. 'And they don't live in a lake either.'
'Actually, they do,' said the Meerkat. 'But I'm used to people getting confused. I'm originally from the Netherlands, you see.'

Nederlandstalige lezers zullen het woord meerkat waarderen: een kat in het meer, inderdaad. En misschien kennen ze ook het Afrikaanse en daarmee vrijwel Nederlandse én Engelse woord meerkat, dat duidt op het beest met de mooie wetenschappelijke naam Suricata suricatta.
Het grapje Duck - duik hoef ik Nederlandstalige lezers ook niet uit te leggen, maar is ook aardig voor Engelstalige lezers, want duck heeft inderdaad een dubbele betekenis.

Het is traag. Net als Carrolls verhalen heeft het een negentiende-eeuwse traagheid, en bij tijden kan die weldadig aandoen. De helft bestaat uit gesprekken, van het soort die voor hoofdpersoon Alice best vermoeiend zijn, maar voor de lezer onderhoudend, tenminste als die lezer van woord- en denkspelletjes, fantastische rariteiten en spitsvondigheden houdt. Wie gaat voor vliegende vaart moet dit vooral niet lezen - maar dat geldt ook voor Carroll en hardlopers zijn doodlopers. 

Het is een droom. Natuurlijk, vanouds een entree voor een verhaal waarin van alles gebeurt dat in de dagelijkse werkelijkheid niet zou kunnen plaatsvinden. Surrealisme pur sang, ook Dali's schilderijen lijken ontsproten aan dromen. Net als in Wonderland ontwaakt Alice en ontdekt ze dat ze gedroomd heeft. In dit geval wordt ze wakker door een plensbui en dat is eveneens geestig gevonden, aangezien het hele verhaal zich onder water afspeelt. Ook wordt ze aan het eind van haar droom aangevallen door een horde vissen onder leiding van de Queen Bee.

 
Komt me bekend voor... Zie Wonderland.
 
Heeft Lenny de Rooy Carroll geëvenaard? Nee, dat niet. Carroll maakte het net wat spannender. Misschien is het te lang. Maar ze komt een heel eind, het is onderhoudend en ze voegde er haar geheel eigen grappen aan toe. Ze was volgens mij nog verder gekomen als ze geen illustrator had gevraagd die Tenniel probeerde te emuleren, maar iemand met een veel spetterender stijl - om bij het verhaal te blijven, en ook een iets levendiger vormgeving had toegepast.
 

Rooy, Lenny de. Alice's Adventures under Water. With forty-two illustrations by Robert Louis Black. Millennyum Publications, 2021. ISBN 978 90 9034 615 1, 142 p.