Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Marita de Sterck. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marita de Sterck. Alle posts tonen

dinsdag 11 juli 2023

Harde hand

Meesterlijke titel: Harde hand. Alleen al omdat hij moeilijk vertaalbaar is. Heavy hand en Main lourde betekenen net iets anders, hard hand is een Engelse term uit het kaartspel blackjack. De Nederlandstalige lezer snapt meteen de connotatie, denkt aan slaag. (Ook al zo'n woord.)
 
Op de voorkant prijkt een hondenkop. Raadselachtig, tot je de eerste bladzijden leest.
Helaas ook tot je leest wat er op de achterkant staat. Die tekst geeft eigenlijk het verhaal in 55 woorden weg. Een bijna perfecte samenvatting.
 
Mira, een jonge twintiger, adopteert Turbo, een jachthond die met extreme angsten kampt. Mira wil de brute jager opsporen die Turbo heeft mishandeld en gedumpt.
Als ze oog in oog staat met een jager die regels en voorschriften aan zijn laars lapt, vindt ze de moed om ook haar eigen kwetsuren onder ogen te zien.

Of dat lukt, laat deze samenvatting open, dat is tenminste nog iets.
Of het lukt, laat ook het verhaal open!

Ik citeer de allerlaatste alinea's.

En dan zal het moment komen. Katrien zal de deur openmaken. Hij zal er al zitten. Geen handdruk. Zo is het afgesproken. Voldoende afstand, de tafel tussen ons in.
Ik weet dat ik zal verstijven, bevriezen. Maar dan zal ik kijken naar rechts, naar Julie, en naar links, naar Katrien. Nooit eerder waren mijn flanken zo goed gedekt. Ik zal overeind krabbelen, me herpakken, stuntelen, maar uiteindelijk zeggen wat ik te zeggen heb. En ik zal me schrap zetten en luisteren naar wat hij te vertellen heeft.
Dadelijk zal ik met eigen ogen zien dat hij niet meer boven me uittorent. En hij zal dat ook zien. Het zal hem niet ontgaan dat ik deze keer goed word omringd, dat mijn helpers niet van mijn zijde wijken.
En buiten staan mijn supporters paraat. Kobe en mijn moeder duimen met beide handen, mijn oma brandt haar kaarsen, mijn hond wacht op me. Ik weet dat Turbo me uit de ijzigste sneeuwberg opgraaft en me warm houdt tot ik de stap zet: van overleven naar leven.
Mijn nieuwe huis komt er. Steen na steen.

Einde. Zo heb ik ook wel genoeg weggegeven, want dit laatste citaat toont ook de stijl van de ene verteller, hoofdpersoon Mira. De meeste van de 27 hoofdstukjes van het verhaal is zij aan het woord, echter meestal terugblikkend, want in onvoltooid verleden tijd. Zo:

Turbo en ik waren de enigen die afstapten bij de bushalte midden in de velden. We volgden het pad dat naar een grote boerderij voerde. Het was fijn wandelweer, maar genieten zat er niet in. Het geblaf dat naar ons toe woei klonk triest, wanhopig.

(Hoofdstukje 9, 'De hondenfabriek'.)
Er is nog een andere verteller en dat is Stan, de jager.
Hier klinkt hij (hoofdstukje 8, 'Geen kogel waard'):

Ik smijt Barka weer in de kooi in het veld en zit thuis te prakkeseren. Dat mormel is nog geen kogel waard! Dat zou ook een veel te snelle dood zijn. Ik fantaseer dat ik hem meeneem naar een bos waar nooit iemand komt en hem daar vastbind aan een boom, als voer voor de wilde zwijnen. Terwijl ik bedenk dat er in dat volgebouwde apenland van ons helaas geen straffere roofdieren rondlopen, krijg ik krak op dat moment een lumineuze inval. Die ambetante spinone gaat mij helpen om mijn grootste jagersdroom waar te maken!

Iets ander vocabulaire en steeds in tegenwoordige tijd, alsof-ie hardop denkt. Alleen denk je zelf nooit 'ik fantaseer' of 'ik bedenk'. Je fantaseert of bedenkt iets, maar dat zeg je niet, hooguit wát je fantaseert of bedenkt. Ook 'ik smijt Barka weer in de kooi' hoef je niet hardop te zeggen, dat dóe je gewoon. Dit is geen innerlijke monoloog, maar een soort verslag aan, ja, aan wie?
Aan ons lezers natuurlijk, maar dat wringt hier een beetje.

Stijloefening als alternatief:
Dat mormel is nog geen kogel waard! Dat zou ook een veel te snelle dood zijn. Ik bind hem aan die ene boom, kunnen de wilde zwijnen hem opvreten. Jammer dat er geen straffere roofdieren zijn in dit apenland. Of wacht even...

Nou ja, dat zou wellicht mijn keuze zijn. Een verteller die op papier in onvoltooid tegenwoordige tijd vertelt, het blijft lastig. Maar wel doenlijk: wat een acteur op het podium kan, of achter een microfoon, dat kunnen wij lezers uiteindelijk ook, het vergt het kleine stapje dat wij als het ware die verteller worden.

Samen bouwen deze vertellers een verhaal op dat staat als het huis dat Mira wil maken.
 

De Sterck, Marita. Harde hand.  Querido, 2023. ISBN 978 90 451 2873 3, 182 p.
 

dinsdag 1 maart 2011

Onder elkaar

Je gaat als auteur, vertaler of illustrator naar de Drielandenconferentie om andere auteurs, vertalers en illustratoren te spreken. Die indruk kreeg ik sterk tijdens de meest recente Drielandenconferentie, gehouden in Antwerpen, 24 t/m 26 februari.
Het programma, rond het thema kindbeeld in jeugdliteratuur, het motto Kinderboekenkinderen - Kinderbücherkinder en gevat in lezingen en panelgesprekken, was hier niet helemaal op toegesneden.
Ik hoorde dan ook her en der kritische geluiden. 'Ze' hadden beter kringgesprekken kunnen organiseren, met meer kans voor iedereen om deel te nemen, en een ander thema kunnen nemen. En 'ze' hadden beter Engels als voertaal kunnen nemen, dat scheelde het vertragende vertalen Nederlands-Duits en vice versa.
'Ze', dat waren de IBBY-secties van Vlaanderen en Nederland, en de Friedrich Bödecker Kreis. Met name Stichting Lezen (.be; tevens Vlaamse IBBY-sectie) had zich zeer voor deze 9e editie van de Drielandenconferentie ingezet. Er was (vond ik) een dijk van een programma, inclusief auteurslezingen op scholen, een ontvangst in het sjieke stadhuis van Antwerpen, een gezamenlijk diner, een mooie voordracht door Bart Moeyaert (in het Engels, hij wel!) en op zaterdag een afsluitende lunch.
Men had zijn best gedaan om fondsen te werven, zodat de prijs (€ 130,-) naar mijn idee relatief laag was, vijf euro lager bijvoorbeeld dan wat men geacht wordt te betalen voor komende Lezen Centraal.
Belangrijk, want niet iedere auteur of illustrator heeft een bestseller op zijn of haar naam, die haar of hem een riant inkomen verschaft en declareren bij een organisatie zit er meestal ook niet in.

Gelukkig voor 'ze' hoorde ik ook tevreden geluiden.

En ik was zelf ook tevreden.
Ja, er valt altijd wel iets aan te merken, natuurlijk. Niet alle wetenschappers zijn begenadigde sprekers, dus er zaten (voor)lezingen bij (zoals die van Jens Thiele) die ik liever gewoon gelezen had. De levendige vaart waarmee Bas Maliepaard in een kwartier een state of the art gaf van de Nederlandse jeugdliteratuur, keerde helaas niet terug in de states over de Friese (!), Vlaamse en Duitse jeugdliteratuur. (Per ongeluk heette dat in het programma 'trends en tendensen in vier taalgebieden'. Ik ben zo vrij te menen dat Vlaanderen en Nederland tot hetzelfde taalgebied horen, ondanks verschillen in tongval en idioom.) Met het thema werd niet overal iets gedaan waar dat wel had gekund - mogelijk doordat illustratoren en auteurs inderdaad niet zulke sterke theoretici zijn op dat gebied. Er had soms wel een extra raampje open gemogen in de overigens mooie zaal.
Maar er waren ook hoogtepunten (zoals de bijdrage van Marita de Sterck en de al genoemde voordracht van Bart Moeyaert) en levendige debatten, en er was voldoende tijd voor informele gesprekken. Zulke ontmoetingen zijn een essentieel onderdeel van conferenties.

Ik gun auteurs, vertalers en illustratoren van harte gelegenheden om met elkaar van gedachten te wisselen en kan me voorstellen dat het programma voor een komende (10e!) drielandenconferentie iets meer op hun stiel is gericht. Niettemin is een conferentie die alleen bestaat uit een onderonsje voor een trouw groepje wat mij betreft niet interessant en ik zou juist adviseren de volgende keer opnieuw een programma te bieden dat in principe voor een bredere groep geschikt is en er dan meer reclame voor te maken dan nu.
Overigens neem ik aan, maar dat heb ik nog niet gecontroleerd, dat enkele bijdragen later in Literatuur zonder leeftijd of in Leesgoed terecht komen.

Nog wat plaatjes:


Boven in dit fraaie gebouw, Hof van Liere, van de Universiteit van Antwerpen was het onthaal.
















Van links naar rechts: vertaler Marianne Holberg, Benny Lindelauf, Els Beerten en Helma van Lierop-Debrauwer.










Van links naar rechts: Ingrid Godon, Susanne Rotraut Berner, Charlotte Dematons en Vanessa Joosen.










Bart Moeyaert voor zijn lezing over schrijversschap...
















... met inleidend citaat:




zaterdag 12 februari 2011

Goed zo, meisje

'Nog nooit heb ik zo'n verhaal op school gehoord.' Al 25 jaar verzamelt Marita de Sterck volksverhalen uit de hele wereld. Ze bundelde een zestigtal in Stoute meisjes overal, volksverhalen over liefde en lef (Meulenhoff/Manteau, 2009).
Onlangs werden de verhalen voorgelezen voor leerlingen van een beroepsopleiding in Vlaandseren. Reacties van leerlingen en docent werden gefilmd.
Duidelijk is dat de verhalen sommige luisteraars niet onberoerd lieten. Volgens de docent maakten ze 'sommige dingen bespreekbaar', in een 'veilige context van fictieve verhalen'.
'Een beetje seksuele voorlichting, maar dan op een andere manier gebracht', zoals een jongen laconiek zei.
'Vroeger, als iemand over menstruatie praatte, vond ik dat raar.'[...] 'Ik ben nog klein, ik wil dat niet horen,' aldus een meisje. 'Toen ik mijn eerste menstruatie kreeg, was mijn moeder heel beschaamd. Ik kon er niemand iets over vertellen.'
'Je moet je niet laten profiteren door een ander, want het is jouw lichaam,' zei een ander meisje.
'Ik krijg het gevoel, er zit een boodschap in,' sprak een jongen.
Zo is het maar net. Maar geen moderne boodschap zoals die door goedwillende pedagogische auteurs in verhalen wordt gelegd, maar een oeroude.
'Ik wil weten hoe dat vroeger was, bij hun, wat ze mochten en niet,' zo geeft weer een ander meisje de distantie aan die het mogelijk maakt om juist 'niet geforceerd' (de docent) over 'die dingen' te spreken. Het gaat hier niet over wat mooi is of niet, maar wat verhalen teweeg kunnen brengen. Een door recensenten soms wat veronachtzaamd verschijnsel.


vrijdag 15 oktober 2010

Ongetemde verhalen

Inspirerend verslag door Marita de Sterck over de 'Conference on Reading Promotion and Storytelling for children’ op 6 oktober 2010 in Pretoria. Verhalen voor kinderen - met alles wat het leven kan brengen, dus ook seks en dood. Initiatie in de wereld. Ze deed haar verslag op Villa Kakelbont, zie hier, gedateerd vrijdag 15 oktober.
Marita verzamelde zulke verhalen: zie Stoute meisjes overal, volksverhalen over liefde en lef, of, in de versie voor volwassenen: Bloei, zestig volksverhalen uit de hele wereld die van meisjes vrouwen maken (Manteau).
Het hele congres was een pleidooi voor 'ongetemde verhalen', zoals de Palestijnse vertelster Denes Asad ze noemt, verhalen met zout en peper, eros en thanatos, als 'a cunning reply to the Disneyfication of children’s culture'.
Je kan er het verlangen in lezen naar een wereld waarin kinderen nog naast hun ouders luisterden naar oude verhalen. Die wereld bestaat nog, her en der - maar in Europa en Noord-Amerika wel steeds meer verborgen. De meeste mensen daar vertellen alleen familieverhalen en moppen, de rol van de oude vertellers is overgenomen door boek en film.
Niet alle boeken en films worden geproduceerd door grote bedrijven die met het oog op hun omzet rekening houden met waslijsten al dan niet vermeende gevoeligheden en daardoor nogal gestandaardiseerde en soms versuikerde verhalen leveren, waaruit seks is verbannen en eros en thanatos omzichtig behandeld worden. Maar die grote bedrijven zijn wel smaakmakend.
We hebben een periode achter de rug waarin volwassenen zich inspanden om kinderen te doen opgroeien in hun eigen, zorgvuldig omheinde wereld, een Heile Welt zoals dat in het Duits heette.
Als je Marita's verslag mag geloven, zouden we die periode definitief achter ons hebben gelaten. Enkele gesprekken met gelovige volwassenen volstaan om te beseffen dat dit niet zo is.