Noem het een tik van me: lees ik een stuk met een mij onbekend woord, dan wil ik weten waar het vandaan komt. Deze keer was het een stuk in NRC 14-10-2019 en ging het over het verschijnsel doula. Nooit van gehoord, ik verkeer tegenwoordig dan ook zelden in kringen waar kinderen worden gebaard, maar het viel me op dat de journalist van dienst (Denise Hilhorst) nergens uitlegde waar het woord vandaan komt.
Ze legde wel uit wat een doula doet: 'staat vrouwen bij tijdens de bevalling, ze is geen medisch zorgverlener maar een bevallingscoach, steun en toeverlaat voor de barende vrouw'. Maar niet waar het woord vandaan komt. Ook op doula.nl vond ik het antwoord niet. Wel bij Ouders van nu: 'De term komt uit het Grieks en betekent ‘dienende vrouw’. En bij Doulaopleiding.nl:
Het woord ‘doula’ komt uit het oud-Grieks en betekent, losjes vertaald, ‘dienende vrouw’. In de oudheid was zij de oudste en meest wijze bediende in het huishouden. Waarschijnlijk hielp zij de vrouw des huizes ook bij haar bevallingen.
Vandale kent het woord niet. Het Algemeen Nederlands Woordenboek meldt kortweg:
Aard herkomst: leenwoord
Vroegste datering: 2006
Periode opkomst: 2006
Brontaal: Oudgrieks
Vorm in brontaal: doulè
Betekenis in brontaal: slavin
Hm, slavin of 'dienende vrouw', 'losjes vertaald'... De betekenis slavin vind ik terug in online woordenboeken Oud-Grieks. Zou het een vergoelijkende vorm van nieuwpraat zijn om daarvan 'dienende vrouw' te maken en haar de 'oudste en meest wijze bediende in het huishouden' te noemen?
Nog een wat onverwachte bron: Kunst-en-cultuur.infonu:
Was er al een doula bij de geboorte in het Oude Griekenland?
Een doula of bevallingscoach is een vrij recent en Amerikaans concept. In het antieke Griekenland waren er al wel slavinnen, die een barende vrouw ondersteunden. Het huidige woord doula is dan ook afgeleid van het Griekse woord doulé, dat slavin betekent. De vrouw die in het oude Griekenland de leiding had bij de bevalling, wordt echter in de regel vroedvrouw genoemd.
We komen in de buurt. Zo'n antieke vroedvrouw heette een μαιευτικη (maievtikè), geen δούλα of δούλη (doula). Dat was een slavin. Wellicht een oude wijze; wellicht ook niet. Maar ja, zo'n 'bevallingscoach' noem je natuurlijk niet majeftika.
Tot slot: wie op doulé of doulé online zoekt, komt (o.a.) terecht in een warm bad van Haïtiaanse en andere tropische muziek... Maar dat Caribische woord is ongetwijfeld niet van het Griekse δούλα afgeleid maar van het Franse douleur. Misschien vond de eerste (Amerikaanse) 'doula' die associatie mooi meegenomen.
Dit blog meandert uit over zaken die (soms wat losjes) met lezen en schrijven te maken hebben. Rode draad: jeugdliteratuur verdient aandacht.
Zoeken in deze blog
Posts tonen met het label Bijzondere woorden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bijzondere woorden. Alle posts tonen
dinsdag 15 oktober 2019
vrijdag 11 oktober 2019
Strafwerk?
Stel, je zit op een christelijk geïnspireerde school en je doet iets wat niet mag. Strafwerk. Schrijf honderd regels 'Ik mag niet...'.
Of: schrijf de Bijbel over! Daar ben je wel even zoet mee.
Maar voor de tekenaar Theo Gootjes was het geen straf.
Door toeval kwam ik er achter dat deze eigenzinnige kunstenaar, die lang Het Vrije Volk van spotprenten voorzag, geheel vrijwillig de Bijbel overschreef. Nee, overtekende! Het leverde twee zeer dikke boeken op, uitgegeven door de Althaea Pers. Het werk werd op 29 maart 2009 gepresenteerd in de Hofzaal van museum Het Markiezenhof in Bergen op Zoom. Zie over de voorgeschiedenis Jos Swiers.

(Genesis 49: 1-28.)
Het betreft overigens alleen het Oude Testament min Psalmen en de boeken Esdras, Nehemias en 1 en 2 Makabeeën, plus de Apocalyps van Johannes uit het Nieuwe Testament, dus de Gootjesbijbel is de halve, niet de hele Bijbel.

(Eva en de slang.)
Het boek is inmiddels niet meer te krijgen, zelfs niet per online veiling.
Wel is van Theo Gootjes nog zijn eveneens fraai geïllustreerde Geestige morabels te krijgen, bij uitgeverij Palmslag.
Of: schrijf de Bijbel over! Daar ben je wel even zoet mee.
Maar voor de tekenaar Theo Gootjes was het geen straf.
Door toeval kwam ik er achter dat deze eigenzinnige kunstenaar, die lang Het Vrije Volk van spotprenten voorzag, geheel vrijwillig de Bijbel overschreef. Nee, overtekende! Het leverde twee zeer dikke boeken op, uitgegeven door de Althaea Pers. Het werk werd op 29 maart 2009 gepresenteerd in de Hofzaal van museum Het Markiezenhof in Bergen op Zoom. Zie over de voorgeschiedenis Jos Swiers.

(Genesis 49: 1-28.)
Het betreft overigens alleen het Oude Testament min Psalmen en de boeken Esdras, Nehemias en 1 en 2 Makabeeën, plus de Apocalyps van Johannes uit het Nieuwe Testament, dus de Gootjesbijbel is de halve, niet de hele Bijbel.

(Eva en de slang.)
Het boek is inmiddels niet meer te krijgen, zelfs niet per online veiling.
Wel is van Theo Gootjes nog zijn eveneens fraai geïllustreerde Geestige morabels te krijgen, bij uitgeverij Palmslag.
donderdag 18 december 2014
Openbare lichamen
Ineens zag ik het staan, middenin een oninteressant artikel van Ronald Plasterk over de verhouding tussen Nederland, Curaçao, Aruba en Sint-Maarten: openbare lichamen.
Donkere nacht, neonlampen, langzaam passerende auto's, rode lichten, soms stopt er een... Drie wulps uitgedoste meiden.
Maar nee. Verkeerde associatie. De drie wulps uitgedoste meiden heten Bonaire, Saba en Statia. Ze hebben Nederlandse vlaggetjes geschilderd op hun prachtige donkere wangen.
Het zijn geen meiden, het zijn eh, bestuursorganen. Volgens de Grondwet, artikel 134, zijn ze 'bij of krachtens de wet openbare lichamen voor beroep en bedrijf en andere openbare lichamen ingesteld' en kunnen ze worden 'opgeheven'.
Mooi hè: openbare lichamen worden ingesteld krachtens de wet openbare lichamen voor beroep en bedrijf en andere openbare lichamen. Een openbaar lichaam kan worden ingesteld door een openbaar lichaam. Geboorte! Openbare geboorte!
Het is bijna Kerstmis.
Donkere nacht, neonlampen, langzaam passerende auto's, rode lichten, soms stopt er een... Drie wulps uitgedoste meiden.
Maar nee. Verkeerde associatie. De drie wulps uitgedoste meiden heten Bonaire, Saba en Statia. Ze hebben Nederlandse vlaggetjes geschilderd op hun prachtige donkere wangen.
Het zijn geen meiden, het zijn eh, bestuursorganen. Volgens de Grondwet, artikel 134, zijn ze 'bij of krachtens de wet openbare lichamen voor beroep en bedrijf en andere openbare lichamen ingesteld' en kunnen ze worden 'opgeheven'.
Mooi hè: openbare lichamen worden ingesteld krachtens de wet openbare lichamen voor beroep en bedrijf en andere openbare lichamen. Een openbaar lichaam kan worden ingesteld door een openbaar lichaam. Geboorte! Openbare geboorte!
Het is bijna Kerstmis.
woensdag 9 april 2014
Hollands Brabants
Waar geschreven of gesproken wordt over Hollands zonder dat de twee provincies Noord- en Zuid-Holland bedoeld worden, word ik wantrouwig. Hier wordt een poging gedaan mij iets op de mouw te spelden, te verkopen, of mij mee te slepen in een visie die niet de mijne is.
Reclamemakers weten precies wanneer ze de term moeten gebruiken ('Hollandse aardbeien!'), en per ongeluk neemt een journalist soms de term over, zoals in de Volkskrant van 8-4-2014: 'Hollandse robot-pr in Hannover'. Uit het stuk wordt duidelijk dat hier Nederlandse robot-pr wordt bedoeld.
Maar zoals Nederlandse aardbeien kennelijk minder lekker klinken als Hollandse aardbeien, of Hollandse tomaten als sappig worden verkocht terwijl Nederlandse tomaten waterig zijn, of er in Hollandse kaas stokjes met vlaggetjes steken en in Nederlandse kaas niet, zo is Hollandse robot-pr wellicht vlotter dan Nederlandse robot-pr.
Bonter maakt het een schoonmaakbedrijf uit Noord-Brabant, ook wel kortweg Brabant genoemd, in diezelfde krant. De gisse koppenmaker zet erboven: 'Brabants schoonmaakbedrijf pakt de zaken graag op zijn Hollands aan'. En stipt daarmee precies aan wat er zo vreemd is aan dat bijvoeglijk naamwoord Hollands. Letterlijk genomen is Brabant immers niet Hollands, zoals Holland niet Brabants is. Of is Brabants ook Hollands? Vraag dát eens aan iemand die zich als rasechte Brabander presenteert...
Het ging om een bedrijf waarvan de eigenaar, ene Wesley de Laat (is Wesley een typisch Hollandsche voornaam? O.k., flauw...), er rond voor uitkomt dat-ie "alleen maar Nederlanders" in dienst heeft. Daarmee bedoelt hij echter niet dat zijn medewerkers allen een Nederlands paspoort hebben. Want let op: "Of het nou Polen zijn of Turken, Marokkanen of Bulgaren, het zijn geen echte Hollanders."
Is een echte Hollander iets anders als een echte Nederlander?
De journalist van dienst (Kaya Bouma) kwam op dit item door een personeelsadvertentie. '"Gezocht: glazenwassers, schoonmakers en schilders." Met onderaan, in vette letters: "Wij zijn een Hollands bedrijf met Nederlandse werknemers".' Kaya Bouma ging op zoek en kwam op de Facebookpagina van het bedrijf nog tegen: "Voor onze nieuwe locatie zijn wij altijd op zoek naar de beste werknemers van HOLLANDSE bodem!"
Fascinerend.
Ik voel op mijn klompen aan dat brabo Wesley hier niet bedoelt dat-ie uitsluitend werknemers wil die in Nederland (of de provincies Zuid- en Noord-Holland) zijn geboren, ook al staat dat er letterlijk. En evenmin dat zijn bedrijf in Nederland is geregistreerd en dat al zijn werknemers de Nederlandse nationaliteit hebben.
Proef de zinsnede Hollands bedrijf met Nederlandse werknemers en vervang woorden:
- Nederlands bedrijf met Hollandse werknemers
- Nederlands bedrijf met Nederlandse werknemers
- Hollands bedrijf met Hollandse werknemers.
Vier verschillende bedrijven?
Bij Hollands zie ik, met dank aan onze reclamemensen, toch sneller bonkige heren met vlasblond haar en blauwe ogen, blozende bleke meisjes met wipneuzen en ronde blanke baby's (Hollands welvaren!) voor me als bij Nederlands. Ja, ook molens en tulpen, stukjes jonge kaas met mosterd en vlaggetjes, en haring met uitjes.
Is Geert Wilders een Hollandse of een Nederlandse parlementariër? Wordt de nieuwe BMW Mini in Nederland of in Holland geproduceerd? (De fabriek staat in Born, Noord-Limburg.) Zijn Leeuwarden, Maastricht en Middelburg Hollandse of Nederlandse steden? Is Willem Holleeder een Nederlandse of een Hollandse misdadiger?
Het krantestukje eindigt zo
'Voor de nieuwe vestiging die zijn bedrijf binnenkort opent in Rotterdam is hij trouwens ook op zoek naar een allochtone medewerker. "Er wonen daar veel mensen met verschillende nationaliteiten, die willen wij de kans geven bij ons te werken in plaats van de criminaliteit in te gaan."
En in Brabant? "Hier niet."'
Duidelijk: hier wordt nationaliteit verward met afkomst en/of uiterlijk. Hoewel er in Rotterdam natuurlijk redelijk wat mensen wonen met een buitenlandse nationaliteit (misschien zelfs mensen met twee nationaliteiten), vermoed ik dat onze Wesley dat niet bedoelt. Hij bedoelt dat hij in Rotterdam ook best iemand wil aannemen die een wat andere kleur huid en haar heeft en met een wat ander accent spreekt als de doorsnee-Nederlander.
Want als zo iemand niet bij Wesley komt werken, gaat-ie toch maar het verkeerde pad op.
Reclamemakers weten precies wanneer ze de term moeten gebruiken ('Hollandse aardbeien!'), en per ongeluk neemt een journalist soms de term over, zoals in de Volkskrant van 8-4-2014: 'Hollandse robot-pr in Hannover'. Uit het stuk wordt duidelijk dat hier Nederlandse robot-pr wordt bedoeld.
Maar zoals Nederlandse aardbeien kennelijk minder lekker klinken als Hollandse aardbeien, of Hollandse tomaten als sappig worden verkocht terwijl Nederlandse tomaten waterig zijn, of er in Hollandse kaas stokjes met vlaggetjes steken en in Nederlandse kaas niet, zo is Hollandse robot-pr wellicht vlotter dan Nederlandse robot-pr.
Bonter maakt het een schoonmaakbedrijf uit Noord-Brabant, ook wel kortweg Brabant genoemd, in diezelfde krant. De gisse koppenmaker zet erboven: 'Brabants schoonmaakbedrijf pakt de zaken graag op zijn Hollands aan'. En stipt daarmee precies aan wat er zo vreemd is aan dat bijvoeglijk naamwoord Hollands. Letterlijk genomen is Brabant immers niet Hollands, zoals Holland niet Brabants is. Of is Brabants ook Hollands? Vraag dát eens aan iemand die zich als rasechte Brabander presenteert...
Het ging om een bedrijf waarvan de eigenaar, ene Wesley de Laat (is Wesley een typisch Hollandsche voornaam? O.k., flauw...), er rond voor uitkomt dat-ie "alleen maar Nederlanders" in dienst heeft. Daarmee bedoelt hij echter niet dat zijn medewerkers allen een Nederlands paspoort hebben. Want let op: "Of het nou Polen zijn of Turken, Marokkanen of Bulgaren, het zijn geen echte Hollanders."
Is een echte Hollander iets anders als een echte Nederlander?
De journalist van dienst (Kaya Bouma) kwam op dit item door een personeelsadvertentie. '"Gezocht: glazenwassers, schoonmakers en schilders." Met onderaan, in vette letters: "Wij zijn een Hollands bedrijf met Nederlandse werknemers".' Kaya Bouma ging op zoek en kwam op de Facebookpagina van het bedrijf nog tegen: "Voor onze nieuwe locatie zijn wij altijd op zoek naar de beste werknemers van HOLLANDSE bodem!"
Fascinerend.
Ik voel op mijn klompen aan dat brabo Wesley hier niet bedoelt dat-ie uitsluitend werknemers wil die in Nederland (of de provincies Zuid- en Noord-Holland) zijn geboren, ook al staat dat er letterlijk. En evenmin dat zijn bedrijf in Nederland is geregistreerd en dat al zijn werknemers de Nederlandse nationaliteit hebben.
Proef de zinsnede Hollands bedrijf met Nederlandse werknemers en vervang woorden:
- Nederlands bedrijf met Hollandse werknemers
- Nederlands bedrijf met Nederlandse werknemers
- Hollands bedrijf met Hollandse werknemers.
Vier verschillende bedrijven?
Bij Hollands zie ik, met dank aan onze reclamemensen, toch sneller bonkige heren met vlasblond haar en blauwe ogen, blozende bleke meisjes met wipneuzen en ronde blanke baby's (Hollands welvaren!) voor me als bij Nederlands. Ja, ook molens en tulpen, stukjes jonge kaas met mosterd en vlaggetjes, en haring met uitjes.
Is Geert Wilders een Hollandse of een Nederlandse parlementariër? Wordt de nieuwe BMW Mini in Nederland of in Holland geproduceerd? (De fabriek staat in Born, Noord-Limburg.) Zijn Leeuwarden, Maastricht en Middelburg Hollandse of Nederlandse steden? Is Willem Holleeder een Nederlandse of een Hollandse misdadiger?
Het krantestukje eindigt zo
'Voor de nieuwe vestiging die zijn bedrijf binnenkort opent in Rotterdam is hij trouwens ook op zoek naar een allochtone medewerker. "Er wonen daar veel mensen met verschillende nationaliteiten, die willen wij de kans geven bij ons te werken in plaats van de criminaliteit in te gaan."
En in Brabant? "Hier niet."'
Duidelijk: hier wordt nationaliteit verward met afkomst en/of uiterlijk. Hoewel er in Rotterdam natuurlijk redelijk wat mensen wonen met een buitenlandse nationaliteit (misschien zelfs mensen met twee nationaliteiten), vermoed ik dat onze Wesley dat niet bedoelt. Hij bedoelt dat hij in Rotterdam ook best iemand wil aannemen die een wat andere kleur huid en haar heeft en met een wat ander accent spreekt als de doorsnee-Nederlander.
Want als zo iemand niet bij Wesley komt werken, gaat-ie toch maar het verkeerde pad op.
zondag 6 april 2014
Uitbundig hijgen van tomatensteeltjes
Wat nu, ga ik porno?
Nee, daarvoor zijn andere websites. Geen mens, maar een soort wijn 'hijgt juist weer uitbundig van tomatensteeltjes, buxus en bessen'. Aldus Onno Kleyn in de bijlage van de Volkskrant 5-4-2014.
Dat spant voorlopig de kroon. Er hebben me al heel wat wijnrecensies gepasseerd en doorgaans besteed ik er geen aandacht aan. Wat mij betreft verkoopt de supermarkt om de hoek goed drinkbare wijn, vaak voor minder dan 5 euro per fles. Soms is het zelfs omfietswijn.
Maar er zijn vast nog lekkerder wijnen, dat wil ik graag geloven (en drinken). 'Bescheiden geurend, knisperend droog en koel als de oceaan waarnaast hij wordt gemaakt'. 'Stoer en herenboerig goed', 'geurig en peredruppig' of 'klaterend fris'.
Of, en nu verlaat ik genoemd krantestukje en citeer ik van Onno Kleyn's website, 'paars glanzend in het glas, jong fruitig met kers en zwarte peper, trekt een aangenaam remspoortje tannine achter de tong'. 'Een bloemig aroma met sliertjes peer en anijs.' 'Kletsend fris' (hoe zou de smaak verschillen van klaterend fris?), met 'schuiten vol fruit', en die 'dobberen je mond in bij de eerste slok, sappige bieten, kersen, aardbeien en pruimen'.
Waar zou-ie dat geleerd hebben? Misschien wel op een cursus, zoals die van de Academie Culinair Schrijven, want die noemt hij en de website is niet toevallig in dezelfde stijl als die van hemzelf. Het zou me niet verbazen als hij er les gaf.
Hoe dan ook, het leest lekker, met dubbele betekenis.
Ik ga maar eens een glas wijn inschenken.
Proost.
Nee, daarvoor zijn andere websites. Geen mens, maar een soort wijn 'hijgt juist weer uitbundig van tomatensteeltjes, buxus en bessen'. Aldus Onno Kleyn in de bijlage van de Volkskrant 5-4-2014.
Dat spant voorlopig de kroon. Er hebben me al heel wat wijnrecensies gepasseerd en doorgaans besteed ik er geen aandacht aan. Wat mij betreft verkoopt de supermarkt om de hoek goed drinkbare wijn, vaak voor minder dan 5 euro per fles. Soms is het zelfs omfietswijn.
Maar er zijn vast nog lekkerder wijnen, dat wil ik graag geloven (en drinken). 'Bescheiden geurend, knisperend droog en koel als de oceaan waarnaast hij wordt gemaakt'. 'Stoer en herenboerig goed', 'geurig en peredruppig' of 'klaterend fris'.
Of, en nu verlaat ik genoemd krantestukje en citeer ik van Onno Kleyn's website, 'paars glanzend in het glas, jong fruitig met kers en zwarte peper, trekt een aangenaam remspoortje tannine achter de tong'. 'Een bloemig aroma met sliertjes peer en anijs.' 'Kletsend fris' (hoe zou de smaak verschillen van klaterend fris?), met 'schuiten vol fruit', en die 'dobberen je mond in bij de eerste slok, sappige bieten, kersen, aardbeien en pruimen'.
Waar zou-ie dat geleerd hebben? Misschien wel op een cursus, zoals die van de Academie Culinair Schrijven, want die noemt hij en de website is niet toevallig in dezelfde stijl als die van hemzelf. Het zou me niet verbazen als hij er les gaf.
Hoe dan ook, het leest lekker, met dubbele betekenis.
Ik ga maar eens een glas wijn inschenken.
Proost.
dinsdag 21 januari 2014
U of jij 2
' Mag ik jou rondleiden? Neem een kijkje in ons kantoor
Mijn naam is Merel. Sinds een jaar ben ik Content Marketeer bij Verzekeruzelf.nl. Dat betekent dat ik onder andere verantwoordelijk ben voor de inhoud van deze nieuwsbrief, de blogs, het e-zine en de teksten op de website. Samen met mijn hondje Ties stap ik elke ochtend binnen in ons vrolijke kantoor. Nu denk je misschien: Vrolijk? Hond op kantoor? Je werkt toch bij een verzekeraar? Dat klopt! Maar wel bij een bijzondere. Daarom leid ik je graag rond door ons pand en vertel ik je meer over Verzekeruzelf.nl. ' (E-bericht d.d. 8-11-2013)
Kijk, weer zo'n vertrouwelijk aandoende reclamebericht. Ben ik Merels vriendje?
Maar er is niets aan te doen. Je rukt op, u blijft achter. Ook mijn nieuwe zorgverzekeraar spreekt me soms met je aan, echter in de twee laatste e-berichten weer met u. Beleidswijziging?
Lotte Schouten en Noortje Pellikaan (Gans&Veer) pleitten in de Volkskrant 21-1-2014 voor het 'in ere herstellen' van 'het woordje u"'. Zij vinden het toenemend tutoyeren een blijk van 'steeds verdergaande respectloze omgang in de samenleving' en van onbeleefdheid.
Dit soort pleidooien lijkt me tamelijk kansloos en hun pleidooi helemaal. Ten eerste suggereert de argumentatie dat Engelstaligen geen beleefdheid zouden kennen, hun medemensen niet met respect zouden kunnen bejegenen. (En met hen iedereen die een taal spreekt met slechts één aanspreekvorm voor een ander.) Ten tweede mengen ze het met een pleidooi voor de handdruk in plaats van de 'Brabantse drieklapper', de groetzoen. Sympathiek, maar twee pleidooien mengen werkt zelden.
Die suggestie, overigens, zou weersproken kunnen worden. Want Engelstaligen kennen nu eenmaal tegenwoordig slechts één aanspreekvorm. (Thou en thee zijn enkel nog in ouderwetse teksten te vinden, met ongeveer dezelfde gevoelswaarde als gij in het Noord-Nederlands.) Maar waar nog een keuze is, heeft die keuze betekenis.
Dat je oprukt heeft volgens mij vooral met reclametaal te maken. Reclamemakers scheppen graag de illusie van vertrouwelijkheid, van gemeenzaamheid. Ze vinden u lastig, afstandelijk, ze houden er niet van als u van een afstand kritisch kijkt en luistert naar hun poging om u iets te verkopen. Ze denken dat het makkelijker is om jou iets te verkopen dan u.
Ze spelen daarbij ook in op de onzekerheid van mensen die te wankel in het leven staan om kritische afstand te bewaren en te waarderen en zich pas senang voelen onder familie, vrienden of in de voetbalkantine, die zich liever wij voelen als ik. Als je ons telefoontje of vest hebt, dan hoor je er helemaal bij!
Niet alleen reclamemakers spreken graag juist die mensen aan, ook makers van tv- en radioprogramma's. Ze denken dat ze daar de gretigste kijkers en luisteraars vinden. Voor tv- en radiostations die hun inkomsten alleen uit reclame halen, geldt dat dubbel. Na de reclamemakers zijn het journalisten die je doen oprukken. En was dat eerst alleen in gezellige familieprogramma's en interviews met sporters (voetballers!), je duikt met Powned en vergelijkbare omroepen ook op in interviews met bestuurders, volksvertegenwoordigers en andere gezagsdragers.
En daar scoren Lotte Schouten en Noortje Pellikaan een punt, lijkt me. Als een type als Rutger Castricum je aanspreekt, dan weet je dat-ie allerminste de bedoeling heeft respect te tonen of beleefd te zijn.
U bent gewaarschuwd.
Zie ook U of jij 1 (29-10-2013).
Mijn naam is Merel. Sinds een jaar ben ik Content Marketeer bij Verzekeruzelf.nl. Dat betekent dat ik onder andere verantwoordelijk ben voor de inhoud van deze nieuwsbrief, de blogs, het e-zine en de teksten op de website. Samen met mijn hondje Ties stap ik elke ochtend binnen in ons vrolijke kantoor. Nu denk je misschien: Vrolijk? Hond op kantoor? Je werkt toch bij een verzekeraar? Dat klopt! Maar wel bij een bijzondere. Daarom leid ik je graag rond door ons pand en vertel ik je meer over Verzekeruzelf.nl. ' (E-bericht d.d. 8-11-2013)
Kijk, weer zo'n vertrouwelijk aandoende reclamebericht. Ben ik Merels vriendje?
Maar er is niets aan te doen. Je rukt op, u blijft achter. Ook mijn nieuwe zorgverzekeraar spreekt me soms met je aan, echter in de twee laatste e-berichten weer met u. Beleidswijziging?
Lotte Schouten en Noortje Pellikaan (Gans&Veer) pleitten in de Volkskrant 21-1-2014 voor het 'in ere herstellen' van 'het woordje u"'. Zij vinden het toenemend tutoyeren een blijk van 'steeds verdergaande respectloze omgang in de samenleving' en van onbeleefdheid.
Dit soort pleidooien lijkt me tamelijk kansloos en hun pleidooi helemaal. Ten eerste suggereert de argumentatie dat Engelstaligen geen beleefdheid zouden kennen, hun medemensen niet met respect zouden kunnen bejegenen. (En met hen iedereen die een taal spreekt met slechts één aanspreekvorm voor een ander.) Ten tweede mengen ze het met een pleidooi voor de handdruk in plaats van de 'Brabantse drieklapper', de groetzoen. Sympathiek, maar twee pleidooien mengen werkt zelden.
Die suggestie, overigens, zou weersproken kunnen worden. Want Engelstaligen kennen nu eenmaal tegenwoordig slechts één aanspreekvorm. (Thou en thee zijn enkel nog in ouderwetse teksten te vinden, met ongeveer dezelfde gevoelswaarde als gij in het Noord-Nederlands.) Maar waar nog een keuze is, heeft die keuze betekenis.
Dat je oprukt heeft volgens mij vooral met reclametaal te maken. Reclamemakers scheppen graag de illusie van vertrouwelijkheid, van gemeenzaamheid. Ze vinden u lastig, afstandelijk, ze houden er niet van als u van een afstand kritisch kijkt en luistert naar hun poging om u iets te verkopen. Ze denken dat het makkelijker is om jou iets te verkopen dan u.
Ze spelen daarbij ook in op de onzekerheid van mensen die te wankel in het leven staan om kritische afstand te bewaren en te waarderen en zich pas senang voelen onder familie, vrienden of in de voetbalkantine, die zich liever wij voelen als ik. Als je ons telefoontje of vest hebt, dan hoor je er helemaal bij!
Niet alleen reclamemakers spreken graag juist die mensen aan, ook makers van tv- en radioprogramma's. Ze denken dat ze daar de gretigste kijkers en luisteraars vinden. Voor tv- en radiostations die hun inkomsten alleen uit reclame halen, geldt dat dubbel. Na de reclamemakers zijn het journalisten die je doen oprukken. En was dat eerst alleen in gezellige familieprogramma's en interviews met sporters (voetballers!), je duikt met Powned en vergelijkbare omroepen ook op in interviews met bestuurders, volksvertegenwoordigers en andere gezagsdragers.
En daar scoren Lotte Schouten en Noortje Pellikaan een punt, lijkt me. Als een type als Rutger Castricum je aanspreekt, dan weet je dat-ie allerminste de bedoeling heeft respect te tonen of beleefd te zijn.
U bent gewaarschuwd.
Zie ook U of jij 1 (29-10-2013).
vrijdag 20 december 2013
Wie en waar is de burger?
Een bloemlezing uit de afgelopen maanden, met aan het eind het klapstuk.
Mijn buurtkrantje meldde de oprichting van een nieuwe partij in de gemeente. De oprichter meent volgens de verslaggever dat 'burgers weer het voortouw moeten nemen' en zet zich af tegen de plaatselijke politici.
Volgens mij worden burgers politici zodra ze zich met politiek gaan bezighouden.
De 'linkse bal' (koppenmaker de Volkskrant) Theo de Roos, op 8 juni 2013 geïnterviewd door Wil Thijssen wegens zijn vertrek als hoogleraar (pensioen), vindt het 'heel belangrijk dat rechters helder en transparant communiceren naar de burger'.
Zijn rechters zelf dan geen burgers?
Martin Sommer eindigde zijn column op dezelfde dag met 'Niet de burger in Nederland is in de war, maar het openbaar bestuur'.
Bestuurders zijn dus geen burgers? (Is er trouwens ook nog een niet-openbaar bestuur?)
Eerder al haalde hij het begrip burgerkracht aan. Dat zou gehanteerd worden onder gemeentebestuurders en die bedoelen daarmee niet zichzelf. Maar als VNG-voorzitter Annelies Jorritsma in haar toespraak (d.d. 5-6-2013) tot gemeentebestuurders dus de beeldspraak 'zeventien miljoen ambtenaren' hanteert, blijven er helemaal geen burgers over (laat staan burgerkracht). Immers, ambtenaren zijn overheidsdienaren en dus (?) geen burgers.
In en bijdrage op 15 juni 2013 ('De lantaarnpalen van W. Bos') stelde Sommer dat volgens Sharon Dijksma (in haar roemruchte nota Vooruit met de natuur) 'burgers, bedrijven en boeren zélf de natuur gaan onderhouden en meedenken met de natuurinrichting.' Hier zijn bedrijven (is ook iedereen die er werkt?) en boeren dus geen burgers.
Paul Polman, de voor bedrijsbestuursvoorzitters behoorlijk idealistische voorman van Unilever, beweerde in een interview (8-6-2013, de Volkskrant) dat 'we niet genoeg invloed hebben op overheden om verschil te maken. Je hebt ook bedrijven en de stem van burgers nodig.'
Werken er bij bedrijven geen burgers? Is Polman zelf eigenlijk een burger?
Bert Wagendorp schreef (8-6-2013, de Volkskrant) over de gigantische databank van NSA in Bluffdale (de naam lijkt uit een verhaal te komen maar de plaats bestaat echt) over 'wat ombudsman Alex Brenninkheijer onlangs omschreef als het diepe wantrouwen van de overheid jegens de burger. Dat is een Nederlands verschijnsel, maar eveneens een mondiaal. En het is niet iets van onze era, maar van alle tijden. De burger, redeneert de staat, is een oproerkraaier in het diepst van zijn gedachten en daarom is het maar beter om hem scherp in de gaten te houden.'
De staat, de overheid: er zijn geen burgers bij. Maar wie is de staat, en wie is de overheid?
De kop boven een artikel van Hans Wansink in de Volkskrant 6-7-2013: 'De burger die zijn hand ophoudt bij de overheid moet een handje gaan helpen'. (Chapeau: 'Comeback van de liefdadigheid'.)
Ín dat artikel:
'Een simpelweg terugtrekken van de overheid uit het domein van de zorg, het welzijn en de sociale zekerheid leidt niet spontaan tot burgerinitiatieven en een opbloei van het maatschappelijk middenveld. Vandaar dat de overheid burgers via een combinatie van verplichtingen, bezuinigingen én overreding wil laten geloven dat het mooi en fijn is om meer te zorgen, en dat het bovendien een vrije keuze is.
Op dit principe van "afffectief burgerschap" is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gebaseerd.'
Ook hier bestaat de overheid dus niet uit burgers.
In diezelfde krant van 6-7-2013 stelde John Knieriem, baas van hostingbedrijf Intermax, dat hij zich 'als ondernemer' niet veel belang heeft bij de mate waarin 'de overheid' gebruik maakt van de gegevens die regelmatig worden opgehaald. 'Maar ik ben ook een burger en een democraat, en ik wil inzicht.'
Welk verschil wordt hier gemaakt tussen ondernemer, burger en democraat?
Bankiers zijn ook geen burger, want 'Burgers zijn banken beu en beginnen eigen coöperatie', kopte een artikel in de Volkskrant 1-8-2013.
In Dwingeloo verzetten 'burgers' zich volgens de Volkskrant 10-8-2013 tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt. 'Wij worden niet gehoord als burgers. De lelietelers en de gemeente zeggen dat alles binnen de wettelijke normen gebeurt. De omwonenden zijn de pineut.'
Dat betekent dus dat lelietelers en gemeentemedewerkers geen burgers zijn. 'Omwonenden' wel.
Idem in Noord-Brabant, blijkens een kop in de Volkskrant 26-8-2013: 'Brabander neemt het over van gemeente'. Een 'zorgboer': 'De overheid kan niet alles meer betalen. Daarom moeten burgers oppakken wat blijft liggen.' De overheid bestaat dus niet uit burgers. Maar hier is minimaal één boer wél een burger.
Jonathan Witteman, in de Volkskrant 27-7-2013, citeerde politicoloog Ivan Krastev: 'De burger was niet alleen kiezer, maar ook soldaat, arbeider en consument. Aan die combinatie ontleende hij zijn macht, de staat had hem immers nodig. Maar nu zijn er professionele legers en drones, bedrijven outsourcen werk naar lagelonenlanden of halen goedkope arbeidskrachten naar hier, en op het vlak van de consumptie zie je hetzelfde: de grootste Amerikaanse bedrijven zijn voor hun prestaties inmiddels niet meer afhankelijk van de consumptie op de Amerikaanse markt.'
Beroepssoldaten zijn dus geen burgers (over die drones heb ik het even niet), 'goedkope arbeidskrachten' van elders evenmin en niet-Amerikanen zijn ook geen burgers. Even later lijkt het alsof hij de burger ziet in de 'bedreigde middenklasse'. Journalist Witteman laat hem lekker voort razen.
Jonathan van het Reve deed in de Volkskrant 7-9-2013 verslag van zijn onderzoek naar de politiecamera vlakbij zijn huis, en meteen maar naar zulke camera's in het algemeen. 'De brave burger moet altijd vrezen in beeld te zijn, maar kan er nooit op rekenen.' Politie-agenten zijn geen burgers, leid ik hieruit af. Amusant verslag trouwens, met een mooi einde.
Ook internationaal is het zoeken. Volgens Carlijne Vos in de Volkskrant 25-9-2013 'moeten multinationals verantwoordelijk worden gehouden voor eerlijke en duurzame productie, overheden voor het leveren van basale dienstverlening zoals onderwijs, zorg en infrastructuur. Doen ze dat niet, dan moeten burgers hun mond opentrekken.' Dus bij multinationals en overheden werken geen burgers.
In Amersfoort daarentegen is of was de burger zo zichtbaar dat-ie met een hoofdletter wordt geschreven. Ene Hans van Wegen van de Burger Partij Amersfoort meldde op 20-9-2013 als commentaar bij een bericht van RTV Utrecht over het dienstautogebruik van burgemeester Bolsius 'Jammer, jammer voor Amersfoort en jammer voor de CDA burgemeester. Dit snapt de stad niet, en sommige Burgers worden zelfs boos.'. Op de openingspagina van de partij gaat het ook over Burgers, met hoofdletter. En deze partij beweert ook: 'De Burger is namelijk niet in dienst van Het Stadhuis, maar Het Stadhuis is er ten dienste van de Burger.' Dat houdt in dat stadhuisbewoners zich niet tot burgers kunnen rekenen. Dat wordt nog lastig als daar ooit 'Burgers' van die partij een bestuurstaak krijgen.
Ook teksten rond het Burgernet gaan ervan uit dat er bij gemeente en politie geen burgers werken.
In een ingezonden brief over zeearenden in de Oostvaardersplassen van boswachter Hans Breeveld in de Volkskrant 12-11-2013, repte deze over 'goed geïnformeerde burgers, groeperingen én deskundige journalisten'. Waaruit blijkt dat journalisten geen burgers zijn (zoals de meeste beroepsgroepen geen burgers blijken, stelde ik al vast), en burgers ook niet tot 'groeperingen' horen.
Dat blijkt diezelfde dag in dezelfde krant ook uit een stuk van Carlijne Vos over 'sms voor een betere toekomst'.
'Het mobiliseren van burgers moet een van de belangrijkste instrumenten worden, zo is de consensus binnen de internationale hulpindustrie. Rijke landen moeten niet langer hulp opleggen, maar werken vanuit de kracht van burgers in ontwikkelingslanden zelf. Zij zijn degenen die hun bestuurders kunnen aanspreken op sociale misstanden of publieke dienstverlening opeisen.'
Die bestuurders zijn dus ook al geen burgers en burgers kunnen geen bestuurder worden óf verliezen dan hun burgerschap. Het lijkt er trouwens op dat in die 'internationale hulpindustrie' evenmin burgers werken.
Jos van der Lans ziet juist overal krachtige burgers. Hij schreef (o.a.) in 2005 het boek Koning Burger, in 2011 Burgerkracht en in 2013 Burgerkracht in de wijk. Zou hij zelf een burger zijn?
Alle burgers zijn mensen, maar zijn alle mensen burgers?
Klapstuk van dit jaar verscheen 20-12: minister Asscher verzon dat mensen uit Bulgarije en Roemenië, maar eigenlijk iedereen die zich in Nederland wil vestigen of er een tijdje wil werken, een Participatieverklaring zou moeten ondertekenen. De voorgestelde tekst:, in 2014 als 'pilot' in gebruik te nemen:
'Welkom in Nederland!
U bent net komen wonen in Nederland of u woont hier al een tijdje. Wij willen u graag informeren over het samenleven in Nederland en de dingen die hier belangrijk zijn. Participatie vinden we in Nederland heel belangrijk. Evenals de waarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Met deze waarden hangen rechten samen waarop u een beroep kunt doen.
In Nederland mag iedereen denken, doen en zeggen wat hij wil. Dit betekent dat:
Iedereen zijn eigen mening mag uiten.
Iedereen een eigen geloof of leefstijl mag hebben.
Iedereen recht heeft op eigen keuzen en zelfstandigheid (zelfbeschikkingsrecht)
Hieraan zitten wel grenzen. Wat iemand doet of zegt mag nooit in strijd zijn met de wet. Je mag bijvoorbeeld niet iemand met opzet beledigen, discrimineren of aanzetten tot haat.
Gelijkwaardigheid:
In Nederland worden alle burgers gelijk behandeld. Alle burgers hebben dezelfde rechten en plichten: mannen, vrouwen, homoseksuelen, hetero's, gelovigen, niet gelovigen etc. Discriminatie wordt niet geaccepteerd.
Solidariteit:
In Nederland vragen we burgers elkaar te helpen en bij te staan als dat nodig is. Burgers zijn samen verantwoordelijk voor de samenleving. Burgers hebben recht op een veilige leefomgeving, fatsoenlijke huisvesting, eerlijke arbeidsvoorwaarden en minimumloon bij werk, goed onderwijs en goede medische zorg. De overheid heeft de plicht mensen te beschermen tegen uitbuiting en ongelijke behandeling. Burgers moeten in principe in hun eigen levensonderhoud voorzien. Als dat niet op eigen kracht lukt, en er is niemand die kan helpen, dan biedt de overheid hulp.
Participatie:
In Nederland vragen we alle burgers bij te dragen aan een prettige en veilige samenleving, bijvoorbeeld door te werken, naar school te gaan of door vrijwilligerswerk toe doen. Dat kan in de wijk, op school of in een vereniging. Het spreken van de Nederlandse taal is hierbij heel belangrijk.
Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van bovengenoemde waarden van de Nederlandse samenleving, en dat ik ze graag zal helpen uitdragen. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte en medewerking krijg van mijn medeburgers.
[__-__-____], te [____________],
Naam:
Geboortedatum:
Handtekening:'
'In Nederland vragen we burgers elkaar te helpen en bij te staan als dat nodig is.'
Wie zijn 'we'? Minister Asscher met zijn ploeg bestuurders en ambtenaren? Zijn zij dan geen burgers? Of is 'we' wij allen, dus alle Nederlanders? Wie zijn dan toch in vredesnaam die burgers? Waar zijn ze?
NB. Het Financieele Dagblad had volgens Onze Taal wel een idee omtrent het verdwijnen van burgers:
'McDonald's zet klanten weer Britse burgers voor'. (Taalkalender 2013, 10/11 augustus.)
NB2. Ik ga maar even voorbij aan de politieke betekenis van deze kleutertje-luister-tekst. Dit blog gaat over lezen en schrijven.
(Heel even was ik iemand die thuis geen baan kon vinden en geen spaarpotje had. Op zoek naar werk in het buitenland kwam ik een bedrijfje tegen dat mensen ronselde voor werk in Nederland. Ik had geen keus, al had ik snel door dat het onbetrouwbare woekeraars waren. Aangekomen in Nederland kreeg ik door een gemeente-ambtenaar deze tekst ter ondertekening aangeboden... 'Burgers hebben recht op een veilige leefomgeving, fatsoenlijke huisvesting, eerlijke arbeidsvoorwaarden en minimumloon bij werk, goed onderwijs en goede medische zorg. De overheid heeft de plicht mensen te beschermen tegen uitbuiting en ongelijke behandeling.'
Nou, nog niets van gemerkt. Het ritselt hier van de uitbuiters en als simpele bouwvakker ben ik aan hen overgeleverd. Die Nederlandse 'overheid' doet zwaar aan plichtsverzuim.)
Burgers: zijn het misschien bordkartonnen figuren op het bureau van een onderwijsambtenaar?
Mijn buurtkrantje meldde de oprichting van een nieuwe partij in de gemeente. De oprichter meent volgens de verslaggever dat 'burgers weer het voortouw moeten nemen' en zet zich af tegen de plaatselijke politici.
Volgens mij worden burgers politici zodra ze zich met politiek gaan bezighouden.
De 'linkse bal' (koppenmaker de Volkskrant) Theo de Roos, op 8 juni 2013 geïnterviewd door Wil Thijssen wegens zijn vertrek als hoogleraar (pensioen), vindt het 'heel belangrijk dat rechters helder en transparant communiceren naar de burger'.
Zijn rechters zelf dan geen burgers?
Martin Sommer eindigde zijn column op dezelfde dag met 'Niet de burger in Nederland is in de war, maar het openbaar bestuur'.
Bestuurders zijn dus geen burgers? (Is er trouwens ook nog een niet-openbaar bestuur?)
Eerder al haalde hij het begrip burgerkracht aan. Dat zou gehanteerd worden onder gemeentebestuurders en die bedoelen daarmee niet zichzelf. Maar als VNG-voorzitter Annelies Jorritsma in haar toespraak (d.d. 5-6-2013) tot gemeentebestuurders dus de beeldspraak 'zeventien miljoen ambtenaren' hanteert, blijven er helemaal geen burgers over (laat staan burgerkracht). Immers, ambtenaren zijn overheidsdienaren en dus (?) geen burgers.
In en bijdrage op 15 juni 2013 ('De lantaarnpalen van W. Bos') stelde Sommer dat volgens Sharon Dijksma (in haar roemruchte nota Vooruit met de natuur) 'burgers, bedrijven en boeren zélf de natuur gaan onderhouden en meedenken met de natuurinrichting.' Hier zijn bedrijven (is ook iedereen die er werkt?) en boeren dus geen burgers.
Paul Polman, de voor bedrijsbestuursvoorzitters behoorlijk idealistische voorman van Unilever, beweerde in een interview (8-6-2013, de Volkskrant) dat 'we niet genoeg invloed hebben op overheden om verschil te maken. Je hebt ook bedrijven en de stem van burgers nodig.'
Werken er bij bedrijven geen burgers? Is Polman zelf eigenlijk een burger?
Bert Wagendorp schreef (8-6-2013, de Volkskrant) over de gigantische databank van NSA in Bluffdale (de naam lijkt uit een verhaal te komen maar de plaats bestaat echt) over 'wat ombudsman Alex Brenninkheijer onlangs omschreef als het diepe wantrouwen van de overheid jegens de burger. Dat is een Nederlands verschijnsel, maar eveneens een mondiaal. En het is niet iets van onze era, maar van alle tijden. De burger, redeneert de staat, is een oproerkraaier in het diepst van zijn gedachten en daarom is het maar beter om hem scherp in de gaten te houden.'
De staat, de overheid: er zijn geen burgers bij. Maar wie is de staat, en wie is de overheid?
De kop boven een artikel van Hans Wansink in de Volkskrant 6-7-2013: 'De burger die zijn hand ophoudt bij de overheid moet een handje gaan helpen'. (Chapeau: 'Comeback van de liefdadigheid'.)
Ín dat artikel:
'Een simpelweg terugtrekken van de overheid uit het domein van de zorg, het welzijn en de sociale zekerheid leidt niet spontaan tot burgerinitiatieven en een opbloei van het maatschappelijk middenveld. Vandaar dat de overheid burgers via een combinatie van verplichtingen, bezuinigingen én overreding wil laten geloven dat het mooi en fijn is om meer te zorgen, en dat het bovendien een vrije keuze is.
Op dit principe van "afffectief burgerschap" is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gebaseerd.'
Ook hier bestaat de overheid dus niet uit burgers.
In diezelfde krant van 6-7-2013 stelde John Knieriem, baas van hostingbedrijf Intermax, dat hij zich 'als ondernemer' niet veel belang heeft bij de mate waarin 'de overheid' gebruik maakt van de gegevens die regelmatig worden opgehaald. 'Maar ik ben ook een burger en een democraat, en ik wil inzicht.'
Welk verschil wordt hier gemaakt tussen ondernemer, burger en democraat?
Bankiers zijn ook geen burger, want 'Burgers zijn banken beu en beginnen eigen coöperatie', kopte een artikel in de Volkskrant 1-8-2013.
In Dwingeloo verzetten 'burgers' zich volgens de Volkskrant 10-8-2013 tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt. 'Wij worden niet gehoord als burgers. De lelietelers en de gemeente zeggen dat alles binnen de wettelijke normen gebeurt. De omwonenden zijn de pineut.'
Dat betekent dus dat lelietelers en gemeentemedewerkers geen burgers zijn. 'Omwonenden' wel.
Idem in Noord-Brabant, blijkens een kop in de Volkskrant 26-8-2013: 'Brabander neemt het over van gemeente'. Een 'zorgboer': 'De overheid kan niet alles meer betalen. Daarom moeten burgers oppakken wat blijft liggen.' De overheid bestaat dus niet uit burgers. Maar hier is minimaal één boer wél een burger.
Jonathan Witteman, in de Volkskrant 27-7-2013, citeerde politicoloog Ivan Krastev: 'De burger was niet alleen kiezer, maar ook soldaat, arbeider en consument. Aan die combinatie ontleende hij zijn macht, de staat had hem immers nodig. Maar nu zijn er professionele legers en drones, bedrijven outsourcen werk naar lagelonenlanden of halen goedkope arbeidskrachten naar hier, en op het vlak van de consumptie zie je hetzelfde: de grootste Amerikaanse bedrijven zijn voor hun prestaties inmiddels niet meer afhankelijk van de consumptie op de Amerikaanse markt.'
Beroepssoldaten zijn dus geen burgers (over die drones heb ik het even niet), 'goedkope arbeidskrachten' van elders evenmin en niet-Amerikanen zijn ook geen burgers. Even later lijkt het alsof hij de burger ziet in de 'bedreigde middenklasse'. Journalist Witteman laat hem lekker voort razen.
Jonathan van het Reve deed in de Volkskrant 7-9-2013 verslag van zijn onderzoek naar de politiecamera vlakbij zijn huis, en meteen maar naar zulke camera's in het algemeen. 'De brave burger moet altijd vrezen in beeld te zijn, maar kan er nooit op rekenen.' Politie-agenten zijn geen burgers, leid ik hieruit af. Amusant verslag trouwens, met een mooi einde.
Ook internationaal is het zoeken. Volgens Carlijne Vos in de Volkskrant 25-9-2013 'moeten multinationals verantwoordelijk worden gehouden voor eerlijke en duurzame productie, overheden voor het leveren van basale dienstverlening zoals onderwijs, zorg en infrastructuur. Doen ze dat niet, dan moeten burgers hun mond opentrekken.' Dus bij multinationals en overheden werken geen burgers.
In Amersfoort daarentegen is of was de burger zo zichtbaar dat-ie met een hoofdletter wordt geschreven. Ene Hans van Wegen van de Burger Partij Amersfoort meldde op 20-9-2013 als commentaar bij een bericht van RTV Utrecht over het dienstautogebruik van burgemeester Bolsius 'Jammer, jammer voor Amersfoort en jammer voor de CDA burgemeester. Dit snapt de stad niet, en sommige Burgers worden zelfs boos.'. Op de openingspagina van de partij gaat het ook over Burgers, met hoofdletter. En deze partij beweert ook: 'De Burger is namelijk niet in dienst van Het Stadhuis, maar Het Stadhuis is er ten dienste van de Burger.' Dat houdt in dat stadhuisbewoners zich niet tot burgers kunnen rekenen. Dat wordt nog lastig als daar ooit 'Burgers' van die partij een bestuurstaak krijgen.
Ook teksten rond het Burgernet gaan ervan uit dat er bij gemeente en politie geen burgers werken.
In een ingezonden brief over zeearenden in de Oostvaardersplassen van boswachter Hans Breeveld in de Volkskrant 12-11-2013, repte deze over 'goed geïnformeerde burgers, groeperingen én deskundige journalisten'. Waaruit blijkt dat journalisten geen burgers zijn (zoals de meeste beroepsgroepen geen burgers blijken, stelde ik al vast), en burgers ook niet tot 'groeperingen' horen.
Dat blijkt diezelfde dag in dezelfde krant ook uit een stuk van Carlijne Vos over 'sms voor een betere toekomst'.
'Het mobiliseren van burgers moet een van de belangrijkste instrumenten worden, zo is de consensus binnen de internationale hulpindustrie. Rijke landen moeten niet langer hulp opleggen, maar werken vanuit de kracht van burgers in ontwikkelingslanden zelf. Zij zijn degenen die hun bestuurders kunnen aanspreken op sociale misstanden of publieke dienstverlening opeisen.'
Die bestuurders zijn dus ook al geen burgers en burgers kunnen geen bestuurder worden óf verliezen dan hun burgerschap. Het lijkt er trouwens op dat in die 'internationale hulpindustrie' evenmin burgers werken.
Jos van der Lans ziet juist overal krachtige burgers. Hij schreef (o.a.) in 2005 het boek Koning Burger, in 2011 Burgerkracht en in 2013 Burgerkracht in de wijk. Zou hij zelf een burger zijn?
Alle burgers zijn mensen, maar zijn alle mensen burgers?
Klapstuk van dit jaar verscheen 20-12: minister Asscher verzon dat mensen uit Bulgarije en Roemenië, maar eigenlijk iedereen die zich in Nederland wil vestigen of er een tijdje wil werken, een Participatieverklaring zou moeten ondertekenen. De voorgestelde tekst:, in 2014 als 'pilot' in gebruik te nemen:
'Welkom in Nederland!
U bent net komen wonen in Nederland of u woont hier al een tijdje. Wij willen u graag informeren over het samenleven in Nederland en de dingen die hier belangrijk zijn. Participatie vinden we in Nederland heel belangrijk. Evenals de waarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Met deze waarden hangen rechten samen waarop u een beroep kunt doen.
In Nederland mag iedereen denken, doen en zeggen wat hij wil. Dit betekent dat:
Iedereen zijn eigen mening mag uiten.
Iedereen een eigen geloof of leefstijl mag hebben.
Iedereen recht heeft op eigen keuzen en zelfstandigheid (zelfbeschikkingsrecht)
Hieraan zitten wel grenzen. Wat iemand doet of zegt mag nooit in strijd zijn met de wet. Je mag bijvoorbeeld niet iemand met opzet beledigen, discrimineren of aanzetten tot haat.
Gelijkwaardigheid:
In Nederland worden alle burgers gelijk behandeld. Alle burgers hebben dezelfde rechten en plichten: mannen, vrouwen, homoseksuelen, hetero's, gelovigen, niet gelovigen etc. Discriminatie wordt niet geaccepteerd.
Solidariteit:
In Nederland vragen we burgers elkaar te helpen en bij te staan als dat nodig is. Burgers zijn samen verantwoordelijk voor de samenleving. Burgers hebben recht op een veilige leefomgeving, fatsoenlijke huisvesting, eerlijke arbeidsvoorwaarden en minimumloon bij werk, goed onderwijs en goede medische zorg. De overheid heeft de plicht mensen te beschermen tegen uitbuiting en ongelijke behandeling. Burgers moeten in principe in hun eigen levensonderhoud voorzien. Als dat niet op eigen kracht lukt, en er is niemand die kan helpen, dan biedt de overheid hulp.
Participatie:
In Nederland vragen we alle burgers bij te dragen aan een prettige en veilige samenleving, bijvoorbeeld door te werken, naar school te gaan of door vrijwilligerswerk toe doen. Dat kan in de wijk, op school of in een vereniging. Het spreken van de Nederlandse taal is hierbij heel belangrijk.
Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van bovengenoemde waarden van de Nederlandse samenleving, en dat ik ze graag zal helpen uitdragen. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte en medewerking krijg van mijn medeburgers.
[__-__-____], te [____________],
Naam:
Geboortedatum:
Handtekening:'
'In Nederland vragen we burgers elkaar te helpen en bij te staan als dat nodig is.'
Wie zijn 'we'? Minister Asscher met zijn ploeg bestuurders en ambtenaren? Zijn zij dan geen burgers? Of is 'we' wij allen, dus alle Nederlanders? Wie zijn dan toch in vredesnaam die burgers? Waar zijn ze?
NB. Het Financieele Dagblad had volgens Onze Taal wel een idee omtrent het verdwijnen van burgers:
'McDonald's zet klanten weer Britse burgers voor'. (Taalkalender 2013, 10/11 augustus.)
NB2. Ik ga maar even voorbij aan de politieke betekenis van deze kleutertje-luister-tekst. Dit blog gaat over lezen en schrijven.
(Heel even was ik iemand die thuis geen baan kon vinden en geen spaarpotje had. Op zoek naar werk in het buitenland kwam ik een bedrijfje tegen dat mensen ronselde voor werk in Nederland. Ik had geen keus, al had ik snel door dat het onbetrouwbare woekeraars waren. Aangekomen in Nederland kreeg ik door een gemeente-ambtenaar deze tekst ter ondertekening aangeboden... 'Burgers hebben recht op een veilige leefomgeving, fatsoenlijke huisvesting, eerlijke arbeidsvoorwaarden en minimumloon bij werk, goed onderwijs en goede medische zorg. De overheid heeft de plicht mensen te beschermen tegen uitbuiting en ongelijke behandeling.'
Nou, nog niets van gemerkt. Het ritselt hier van de uitbuiters en als simpele bouwvakker ben ik aan hen overgeleverd. Die Nederlandse 'overheid' doet zwaar aan plichtsverzuim.)
Burgers: zijn het misschien bordkartonnen figuren op het bureau van een onderwijsambtenaar?
zaterdag 6 april 2013
Boer en burger
En toen kwam deze kop voorbij, een klein cadeautje na mijn notitie van gisteren. Hij stond boven een artikel in De Groene Amsterdammer 04-04-2013 over onenigheid in Noord-Brabant over varkensstallen.
Die onenigheid laat ik voor wat-ie is, maar hier kwam de burger alweer voorbij - maar deze keer blijken boeren geen burgers, sterker nog, de koppenmaker of journalist Marten van de Wier heeft het over een 'Brabantse oorlog tussen boer en burger'.
En op p. 33 komt zelfs de reeks 'boeren, burgers, milieubeweging en politiek' voor, waaruit zou kunnen blijken dat milieu-activisten en politici ook al geen burgers zijn.
De buitenlui ontbraken. Als ik de notitie van gisteren erbij neem, zullen boeren kennelijk geen last hebben van de diversiteit in gemeentediensten waarvoor Piet Hein Donner waarschuwde.
Dat politici geen burgers zijn, maakte in datzelfde blad ook Marcel ten Hooven duidelijk in zijn bespiegeling over de Nederlandse politiek ('Nu nog wat meer theater, graag'): 'Door de technocratische logica die de eenwording nu beheerst komt het Europese project steeds verder af te staan van de werkelijkheid van de menselijke ervaring, met als gevolg dat de stappen die de beleidsmakers zetten voor de Europese burgers onnavolgbaar worden en het project zijn legitimatie verliest.
Dat zal zeker gebeuren als de Europese leiders openlijk tonen liever geen last van de burgers te hebben.'
Wel van boeren?
Hierna zwijg ik weer een tijdje over de burger. Ben ik zelf eigenlijk wel een burger?
vrijdag 5 april 2013
Burger en overheid
Ja! Daar was-ie weer! De burger... Zowel in de Volkskrant als NRC Handelsblad mocht Piet Hein Donner als lid van de Raad van State (maar ook als burger?) uitleggen dat hij wrijvingen ziet aankomen tussen 'burger' en 'overheid', als allerlei voorheen bij het rijk aangeboden diensten worden uitbesteed aan gemeentes.
Want dan zou 'de burger' in de ene gemeente meer rechten hebben dan in de andere.
Met name in het interviewtje in NRC Handelsblad is, hoe heerlijk, een echte regent aan het woord die in zijn tekst impliciet laat weten dat 'de burger' die ander is, niet hijzelf. Hij zal niet zeggen dat wij verschillend zullen worden behandeld door onze in gemeentedienst werkende medeburgers, alnaargelang de gemeente waarin we wonen.
Hij hoort daar niet bij, dat is duidelijk.
Het is zelfs de vraag of hij wel bij 'de overheid' hoort, want daarover heeft-ie het met dezelfde afstand. Toch heeft-ie het wel een keer over 'wij': de Raad van State.
Nu kwam en komt 'de burger' natuurlijk wel vaker langs, hij is bijna een stoplap geworden in teksten van politici en journalisten - die het dan nooit over zichzelf hebben.
Maar ik heb geen zin in turven en laat het dus bij notities als deze. Zie ook 'De burger en de premier', 'Burgers en Europa', 'Burgers, bestuurders en verzorgers', 'Het volk spreekt', 'Russen zijn geen burgers' en 'Maartje Bakker ontmoet de burger'.
Want dan zou 'de burger' in de ene gemeente meer rechten hebben dan in de andere.
Met name in het interviewtje in NRC Handelsblad is, hoe heerlijk, een echte regent aan het woord die in zijn tekst impliciet laat weten dat 'de burger' die ander is, niet hijzelf. Hij zal niet zeggen dat wij verschillend zullen worden behandeld door onze in gemeentedienst werkende medeburgers, alnaargelang de gemeente waarin we wonen.
Hij hoort daar niet bij, dat is duidelijk.
Het is zelfs de vraag of hij wel bij 'de overheid' hoort, want daarover heeft-ie het met dezelfde afstand. Toch heeft-ie het wel een keer over 'wij': de Raad van State.
Nu kwam en komt 'de burger' natuurlijk wel vaker langs, hij is bijna een stoplap geworden in teksten van politici en journalisten - die het dan nooit over zichzelf hebben.
Maar ik heb geen zin in turven en laat het dus bij notities als deze. Zie ook 'De burger en de premier', 'Burgers en Europa', 'Burgers, bestuurders en verzorgers', 'Het volk spreekt', 'Russen zijn geen burgers' en 'Maartje Bakker ontmoet de burger'.
woensdag 13 maart 2013
Schoon en groot
Twee lastige woorden in het Nederlands. Onlangs kwam ik groot nog tegen in Wikipedia bij de beschrijving van Multatuli, in verband met de Woutertje Pieterse prijs. Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker) kwam ooit in een tv-programma De grootste Nederlander terecht op de 34e plaats. 'Door middel van een verkiezing werd vastgesteld wie volgens het Nederlandse publiek de grootste Nederlander aller tijden is.'
Top tien:
Pim Fortuyn (politicus) [feitelijk tweede.]
Willem van Oranje (Vader des Vaderlands), [feitelijk eerste.]. Feitelijk geen Nederlander maar Duitser.
Willem Drees (premier in vier naoorlogse kabinetten)
Antoni van Leeuwenhoek (baanbrekend cel- en microbioloog met microscoop)
Desiderius Erasmus (filosoof, humanist)
Johan Cruijff (een van 's werelds grootste voetballers en coaches)
Michiel de Ruyter (Nederlands admiraal, groot zeeheld)
Anne Frank (Joods meisje, omgekomen in Tweede wereldoorlog; Geboren Duitse, vanaf 1941 staatloos.
Rembrandt van Rijn (schilder)
Vincent van Gogh (schilder)
Nou gaat het me even niet om de rariteit van de gekozen namen (Cruijff naast Erasmus, bien étonné!), maar om dat grote. Anne Frank was helemaal niet zo groot en kreeg helaas de kans niet om tot volwassen grootte door te groeien. Ook Willem van Oranje was, meen ik, niet zo'n grote man. Fortuyn was wel redelijk lang.
De Britten hebben hier niet zo'n last van. De greatest Briton hoeft niet per se de tallest Briton te zijn. Een great painter is beslist niet altijd een big of tall painter. Ook de Duitsers doen het anders: hún versie van dit tv-programma heette Unsere Besten. Helmut Kohl, beslist ein großer Mann, staat op nummer 13. Maar uit een artikel als 'Hitler, ein großer Mann?' (Der Spiegel, 1-2-1989) blijkt dat ook het Duits de dubbele betekenis kent.
De Fransen kennen eveneens de verwarring, hun plus grand français (ook al zo'n tv-programma, er is in de periode 2000-2005 erg leentjebuur gespeeld) zou ook de langste Fransoos kunnen zijn: het was namelijk Charles de Gaulle en die was inderdaad aan de grote kant.
Een groot schrijver of een grote schrijver? Hier horen we het verschil wel. Maar mocht je je afvragen wie de grootste schrijver ooit was: wat of wie bedoel je?
Schoon is ook een vervelend woord. Of misschien vooral schoonheid.
Leuk om te vermoeden dat ook Bregje Boonstra worstelde met dit naar zeepsop klinkende woord toen ze een van haar boeken Wat een mooite! noemde (Querido, 2009). Wat klinkt dat directer, onbekommerder en eh, mooier dan Wat een schoonheid!.
Schoon is je huis na een stevige poetsbeurt en alleen in het zuidelijk deel van ons taalgebied betekent schoon ook nog mooi, zoals in het Duits (schön). In het noordelijk deel krijgt het woord alleen die betekenis in een bepaalde context en klinkt het altijd wat plechtig en ouderwets. In een schoon kleedje splitsen zich Noord- en Zuid-Nederlands (ofwel Vlaams) tussen een versgewassen vloerkleedje en een welgekozen kledingstuk.
Over de schoonheid van een huis na een poetsbeurt wordt echter zelden gesproken. Ondanks de dappere poging van Bregje heeft men het nog altijd over de schoonheid van een kunstwerk en daarmee bedoelt men niet dat het zojuist is afgestoft. Tussen een mooi kunstwerk en de schoonheid van een kunstwerk treedt plechtigheid aan, die slechts ontbreekt als een mooie dame (of heer) de loftuiting schoonheid krijgt toegeroepen.
Intussen toont deze bespiegeling dat er veel mooite schuilt in taal.
Top tien:
Pim Fortuyn (politicus) [feitelijk tweede.]
Willem van Oranje (Vader des Vaderlands), [feitelijk eerste.]. Feitelijk geen Nederlander maar Duitser.
Willem Drees (premier in vier naoorlogse kabinetten)
Antoni van Leeuwenhoek (baanbrekend cel- en microbioloog met microscoop)
Desiderius Erasmus (filosoof, humanist)
Johan Cruijff (een van 's werelds grootste voetballers en coaches)
Michiel de Ruyter (Nederlands admiraal, groot zeeheld)
Anne Frank (Joods meisje, omgekomen in Tweede wereldoorlog; Geboren Duitse, vanaf 1941 staatloos.
Rembrandt van Rijn (schilder)
Vincent van Gogh (schilder)
Nou gaat het me even niet om de rariteit van de gekozen namen (Cruijff naast Erasmus, bien étonné!), maar om dat grote. Anne Frank was helemaal niet zo groot en kreeg helaas de kans niet om tot volwassen grootte door te groeien. Ook Willem van Oranje was, meen ik, niet zo'n grote man. Fortuyn was wel redelijk lang.
De Britten hebben hier niet zo'n last van. De greatest Briton hoeft niet per se de tallest Briton te zijn. Een great painter is beslist niet altijd een big of tall painter. Ook de Duitsers doen het anders: hún versie van dit tv-programma heette Unsere Besten. Helmut Kohl, beslist ein großer Mann, staat op nummer 13. Maar uit een artikel als 'Hitler, ein großer Mann?' (Der Spiegel, 1-2-1989) blijkt dat ook het Duits de dubbele betekenis kent.
De Fransen kennen eveneens de verwarring, hun plus grand français (ook al zo'n tv-programma, er is in de periode 2000-2005 erg leentjebuur gespeeld) zou ook de langste Fransoos kunnen zijn: het was namelijk Charles de Gaulle en die was inderdaad aan de grote kant.
Een groot schrijver of een grote schrijver? Hier horen we het verschil wel. Maar mocht je je afvragen wie de grootste schrijver ooit was: wat of wie bedoel je?
Schoon is ook een vervelend woord. Of misschien vooral schoonheid.
Leuk om te vermoeden dat ook Bregje Boonstra worstelde met dit naar zeepsop klinkende woord toen ze een van haar boeken Wat een mooite! noemde (Querido, 2009). Wat klinkt dat directer, onbekommerder en eh, mooier dan Wat een schoonheid!.
Schoon is je huis na een stevige poetsbeurt en alleen in het zuidelijk deel van ons taalgebied betekent schoon ook nog mooi, zoals in het Duits (schön). In het noordelijk deel krijgt het woord alleen die betekenis in een bepaalde context en klinkt het altijd wat plechtig en ouderwets. In een schoon kleedje splitsen zich Noord- en Zuid-Nederlands (ofwel Vlaams) tussen een versgewassen vloerkleedje en een welgekozen kledingstuk.
Over de schoonheid van een huis na een poetsbeurt wordt echter zelden gesproken. Ondanks de dappere poging van Bregje heeft men het nog altijd over de schoonheid van een kunstwerk en daarmee bedoelt men niet dat het zojuist is afgestoft. Tussen een mooi kunstwerk en de schoonheid van een kunstwerk treedt plechtigheid aan, die slechts ontbreekt als een mooie dame (of heer) de loftuiting schoonheid krijgt toegeroepen.
Intussen toont deze bespiegeling dat er veel mooite schuilt in taal.
donderdag 21 juni 2012
Allemansendes en influentials
Kwam ik me deze week toch minstens twee prachtige woorden tegen die ik nog niet kende. Op 21 juni kwam influentials langs, in een bericht van ene Isabelle Egerer, die me uitnodigde mee te doen aan een enquête in verband met een ' onderzoek naar het communicatieproces tussen PR-professionals en influentials (o.a. journalisten en bloggers) '. Meteen gegoogled op dat woord. Bovenaan stonden Klout en een blog Infuentials. Op dat laatste blog een definitie zonder bronvermelding: ' those that
are of considerable online importance or influence '. Ene Rocco plaatste daar op 15 juni een bericht dat aldus begint: ' PR Newswire heeft onlangs een interessante infographic gedeeld, die ingaat op de 1-9-90 regel voor influential marketing. Ze laten zien dat influentials grofweg in te delen zijn in drie groepen. Elk met zijn voor’s en tegen’s '.
Die link naar PR Newswire plaatste ik.
A ha, marketing. Hoe zet je mensen aan tot kopen. Ik had al zo'n vermoeden...
Hit 3 en 4 brachten me naar Marketingfacts, 'platform voor interactieve marketing'.
Onder het kopje 'Influentials en Word of Mouth anno 2008' (29-8, Robert Witteman, Sanoma Media): ' De invloedrijke consument, beter bekend misschien als influential of opinion leader, laat van zich horen. Hij geeft vaker zijn mening en wordt vaker om advies gevraagd dan de volgers, zeg maar de overige 90 procent van de consumenten. Beïnvloeding vindt plaats door persoonlijk contact via Word of Mouth (WoM) communicatie en electronic Word of Mouth (eWoM). '
Onder het kopje 'De nieuwe online influentials' (Omar Kbiri, 25-5-2011): ' Lange tijd wordt er al gesproken over online influentials en dat dit een belangrijke groep is. Een groep die een grote invloed zou kunnen hebben op mensen. Maar veelal was het zo in Nederland dat er niet echt online influentials bestonden, in mijn ogen tenminste. Degene die wel invloed hadden waren meestal mensen die al in de offline wereld een waarde hadden (denk BN’ers). Maar in het afgelopen jaar is er veel veranderd en zie je ze als mooie paddenstoelen de grond uitkomen. ' En zo verder, het gaat over ene Nalden, van wie ik net als Matthijs van Nieuwkerk (DWDD, 2009) nooit had gehoord. Een mooie paddenstoel. Nalden 'is een merk', geen naam. Wel een merk met een gezicht.
Dat fragment van DWDD was overigens door 'Nalden' zelf op Youtube gezet, met als commentaar ' I was invited in one of the biggest (live) talkshows on the Dutch TV. Do not underestimate the power of 'old media' hahaha '. Waar hij zich overigens geen trendwatcher wil noemen, maar 'gewoon een oplettende jongeman'.
De wondere wereld van marketing, merken, en mensen die zich definiëren in een wereld waarin alles om kopen en verkopen, om sales, retail en consumers draait. Money makes the world go round, zeg dat wel. Geef mij maar een halfje bruin.
Tijd voor het allemansend. Volgens Wiki is dat het touw waarmee vroeger de scheepsklok werd geluid. Volgens de scheurkalender 2012 van het Historisch Nieuwsblad, 14 juni, en ook genoemd als tweede, 'omstreden' betekenis op Wiki, is het een touw met als kwast uitgeplozen einde waarmee zeelieden hun achterwerk schoonveegden na gedane behoefte. Het hing over de reling, het einde slingerde in het zoute water en zo bleef het mooi schoon. Een eindje touw voor iedereen. Voorbeelden zouden te zien zijn op de Batavia.
Kan trouwens ook een knoop zijn.
Over dat omstredene op Kombuispraat een lange discussie van scheepvaart-enthousiastelingen.
Die link naar PR Newswire plaatste ik.
A ha, marketing. Hoe zet je mensen aan tot kopen. Ik had al zo'n vermoeden...
Hit 3 en 4 brachten me naar Marketingfacts, 'platform voor interactieve marketing'.
Onder het kopje 'Influentials en Word of Mouth anno 2008' (29-8, Robert Witteman, Sanoma Media): ' De invloedrijke consument, beter bekend misschien als influential of opinion leader, laat van zich horen. Hij geeft vaker zijn mening en wordt vaker om advies gevraagd dan de volgers, zeg maar de overige 90 procent van de consumenten. Beïnvloeding vindt plaats door persoonlijk contact via Word of Mouth (WoM) communicatie en electronic Word of Mouth (eWoM). '
Onder het kopje 'De nieuwe online influentials' (Omar Kbiri, 25-5-2011): ' Lange tijd wordt er al gesproken over online influentials en dat dit een belangrijke groep is. Een groep die een grote invloed zou kunnen hebben op mensen. Maar veelal was het zo in Nederland dat er niet echt online influentials bestonden, in mijn ogen tenminste. Degene die wel invloed hadden waren meestal mensen die al in de offline wereld een waarde hadden (denk BN’ers). Maar in het afgelopen jaar is er veel veranderd en zie je ze als mooie paddenstoelen de grond uitkomen. ' En zo verder, het gaat over ene Nalden, van wie ik net als Matthijs van Nieuwkerk (DWDD, 2009) nooit had gehoord. Een mooie paddenstoel. Nalden 'is een merk', geen naam. Wel een merk met een gezicht.
Dat fragment van DWDD was overigens door 'Nalden' zelf op Youtube gezet, met als commentaar ' I was invited in one of the biggest (live) talkshows on the Dutch TV. Do not underestimate the power of 'old media' hahaha '. Waar hij zich overigens geen trendwatcher wil noemen, maar 'gewoon een oplettende jongeman'.
De wondere wereld van marketing, merken, en mensen die zich definiëren in een wereld waarin alles om kopen en verkopen, om sales, retail en consumers draait. Money makes the world go round, zeg dat wel. Geef mij maar een halfje bruin.
Tijd voor het allemansend. Volgens Wiki is dat het touw waarmee vroeger de scheepsklok werd geluid. Volgens de scheurkalender 2012 van het Historisch Nieuwsblad, 14 juni, en ook genoemd als tweede, 'omstreden' betekenis op Wiki, is het een touw met als kwast uitgeplozen einde waarmee zeelieden hun achterwerk schoonveegden na gedane behoefte. Het hing over de reling, het einde slingerde in het zoute water en zo bleef het mooi schoon. Een eindje touw voor iedereen. Voorbeelden zouden te zien zijn op de Batavia.
Kan trouwens ook een knoop zijn.
Over dat omstredene op Kombuispraat een lange discussie van scheepvaart-enthousiastelingen.
maandag 30 augustus 2010
Lederen bekleding
Ja, nog zoiets.
Ik heb een leren jas en een leren zadel op mijn fiets, en in de stoelen van mijn auto is leer verwerkt - en kunstleer, en om het stuur zit ook leer.
Maar in de showroom heeft de auto lederen bekleding en het rijwiel een lederen zadel. Van eersteklas leder.
Ik heb een leren jas en een leren zadel op mijn fiets, en in de stoelen van mijn auto is leer verwerkt - en kunstleer, en om het stuur zit ook leer.
Maar in de showroom heeft de auto lederen bekleding en het rijwiel een lederen zadel. Van eersteklas leder.
Als ik lederen zie, weet ik dat iemand me iets wil verkopen.
Geplaatst op 5-5-10
Abonneren op:
Posts (Atom)

