Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label literatuuronderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuuronderwijs. Alle posts tonen

zondag 5 april 2026

Citaat van de maand (of week)

De ironisering waarvan Wallace last heeft, is dat continue commentaar op wat je doet en wat je zegt, hoe je bent en hoe je wilt zijn et cetera, et cetera ad infinitum. Het is de last van een topzwaar zelfbewustzijn, een geobsedeerd, zeg maar gerust narcistisch brein dat zichzelf geen moment uit het oog verliest.

Het Ik wordt zo een cipier die het Zelf permanent bewaakt. Tegenwoordig bestaan daar hele penitentiaire instellingen voor, ze hebben digitale namen als Instagram, Facebook, TikTok, LinkedIn, Snapchat, Bluesky, X, maar ook in Wallace’ tijd was het al benauwd genoeg in die kruipruimte tussen Ik en Mijzelf.
 
En:
 
Wie oprecht wil zijn, kan het niet meer worden. 
 
Uit het opstel 'Eerlijke eenvoud' van P.F. Thomèse, in de Volkskrant 4-4-2026, katern 'Boeken'. 
 
Wie er even niets van snapt, kan het best het hele opstel lezen. Daarvoor moet je waarschijnlijk wel abonnee zijn of worden van de Volkskrant, maar wellicht is het voor niet-abonnees voor één keer gratis. 
De plaat van Fien Jorissen die boven het opstel staat, is mooi maar verduidelijkt niets - tot je het opstel leest.


Hints: zie het al in 1998 verschenen opstel ‘E unibus pluram – Television and U.S. Fiction’ (1993), opgenomen in de essaybundel A Supposedly Fun Thing I’ll Never Do Again – Essays and Arguments (1997) van David Foster Wallace, en 'Un coeur simple' van Gustave Flaubert.

dinsdag 30 december 2025

Aleid Truijens stopt als columnist

Na twintig jaar en duizend stukjes stopt de zeer bij het Nederlands onderwijs betrokken Aleid Truijens als columnist voor de Volkskrant. Het leidde tot een interview met haar door Rik Kuiper en Jasper Daams, in de Volkskrant 30-12-2025.

Aleid Truijens, foto Pauline Niks.
 
Dat Truijens zou uitgroeien tot een van de invloedrijkste onderwijscolumnisten van Nederland – geliefd en gevreesd op scholen en universiteiten – lag niet direct voor de hand. Totdat ze de verhalen hoorde van haar man, die net zijn werk in de journalistiek had verruild voor een baan als leraar Nederlands, en van haar twee kinderen op verschillende Amsterdamse middelbare scholen.

‘Zij vertelden dat Nederlands, vroeger mijn favoriete vak – ik ben het gaan studeren – het meest gehate vak was geworden. Dat vond ik tragisch, maar het maakte me ook nieuwsgierig. Hoe was het zover gekomen?’ Truijens begon ook de parlementaire enquête van de commissie-Dijsselbloem te volgen, die de onderwijsvernieuwingen uit de jaren negentig onderzocht. ‘De conclusies waren tamelijk schokkend.’


En daar schreef ze vanaf dat moment over, niet alleen betrokken maar ook gedegen, goed ingevoerd.
 
Ze vindt dat het niet goed gaat met het onderwijs.
 
‘Ik probeer het niet somber op te schrijven. Maar het verbijstert me dat het telkens nóg slechter kan, dat de resultaten in met name lezen, maar ook schrijven en rekenen, al twintig jaar lang hard hollend achteruitgaan. Iedereen zou daarvan wakker moeten liggen.’
 
En hoe komt dat?
 
‘Door die enorm dikke bestuurslaag. Veel schoolbesturen voelen geen prikkel om zo veel mogelijk uit kinderen te halen en om leraren het beste onderwijs te laten geven. Wel om diploma’s uit te delen, en om kinderen niet te laten blijven zitten. Dat bedrijfje moet floreren en de ouders moeten tevreden zijn.

‘Leraren hebben nog maar weinig te vertellen. Ooit had je als leraar een hoge mate van vrijheid met wat je in de klas deed met je leerlingen. De leraar is vooral een uitvoerder geworden.’
 
En al die onderwijsministers?
 
‘Ze kunnen elkaar allemaal de hand schudden, want vanaf het begin van deze eeuw hebben ze zich allemaal gevoegd in een niet-werkend systeem met autonome schoolbesturen, een wegkijkende overheid en die vroege selectie.’
 
Maar verrassing, er was er een die haar wel beviel, nota bene een VVD-er. 
 
‘Dat zal je misschien verbazen: Dennis Wiersma, hoewel ik nog nooit op de VVD heb gestemd en dat van mijn leven niet zal doen. Wiersma bezocht veel scholen en hij was kritisch op bestuurders en de inspectie. Die twee machtige partijen sprak hij duchtig aan. Leraren liepen met hem weg, ongeacht politieke kleur. Hij nam het voor ze op. En uiteindelijk moest hij vertrekken vanwege beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag.’
 
Helaas, ze stopt. 
 
'Ik hoop dat ik leraren ook heb geïnspireerd en aangemoedigd, vooral als het over het belang van lezen en literatuur gaat. En dat ik op die manier een beetje mijn evangelie heb verspreid.’ 
 
We zullen je missen, Aleid. 


maandag 6 oktober 2025

Kerndoelen al dan niet functioneel

Een bericht passeerde in Biebtobieb en leidde me naar de website actualisatiekerndoelen.nl/nederlands.
Actualisatie, actualisering, kerndoelen, nee, nieuwe kerndoelen, nee, ze zijn juist al geactualiseerd, lezen we.
Want, aldus een bijdrage van Stichting Lezen op Biebtobieb, 
 
De geactualiseerde kerndoelen Nederlands leggen een basis voor rijk onderwijs voor alle leerlingen en vormen een brede opdracht voor het onderwijs. Ondersteuning van de Bibliotheek is hierbij zeer welkom. Daarom heeft Stichting Lezen in samenwerking met professionals uit de bibliotheek en het onderwijs het document Aan de slag met de Conceptkerndoelen Nederlands gemaakt. In dit inspiratiedocument doen wij suggesties over wat bibliotheken voor de scholen kunnen betekenen bij het maken van een goede vertaalslag van de conceptkerndoelen naar onderwijsactiviteiten en didactiek.

Zo zo. Nu zijn het ineens conceptkerndoelen? Geactualiseerd en al. Brede opdracht.
Zullen we die al dan niet concept- en al dan niet geactualiseerde kerndoelen er eens bijhalen?
Hm, keuze genoeg hier:
 
Welkom op het platform actualisatie kerndoelen Nederlands

Via dit platform blijf je op de hoogte van de actualisatie van de kerndoelen Nederlands.

In april 2025 leverde SLO de set definitieve conceptkerndoelen Nederlands op. Benieuwd? 
Bekijk het nieuwe kerndoelenboekje. In april 2025 leverde SLO de set functionele kerndoelen voor Nederlands op, bekijk het nieuwe kerndoelenboekje voor de functionele kerndoelen. Je kunt ook de formele opleveringsdocumenten voor de kerndoelen Nederlands en de functionele kerndoelen Nederlands bekijken.

Wil je nu al aan de slag? Op de webpagina
Aan de slag vind je tips.

Via dit platform blijf je voorlopig op de hoogte van het proces en de laatste ontwikkelingen. Meld je aan voor de automatische updates om notificaties te krijgen van het laatste nieuws.


Tjonge. Vier soorten kerndoelen... Nou, zo leer je wel lezen. Voorlopig alleen nog maar op dat nieuwe kerndoelenboekje geklikt. Het levert een pdf op getiteld Definitieve conceptkerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde herziene versie 2025.
Definitieve concepten - en nog eens herzien. Wat een scherpslijpers moeten hier aan het werk zijn geweest!
 
 
 
Wordt wellicht vervolgd. 

dinsdag 10 december 2024

Verhalen voor wie leest

Ha, de (Nederlandse) Leescoalitie heeft weer een nieuwe campagne gestart. 
Er gingen er al enkele aan vooraf: 
 
In 2013 was het thema voorlezen, in het Jaar van het Voorlezen. In 2014 en 2015 richtte de Leescoalitie zich op vaders, via Vaders Voor Lezen en in 2016 vierde de Leescoalitie het boek, tijdens 2016 Jaar van het Boek. In 2018 was het thema van de campagne Lees met andermans ogen. In 2020 en 2021 liep de campagne Lees voort!, gericht op grootouders, en in 2022 en 2023 richtte de Leescoalitie zich op leraren, met de campagne Springlezend.

Hebben die resultaat gehad? Het correcte antwoord is: dat valt niet te meten. De controlegroep ontbreekt immers. In naburige landen vinden soortgelijke acties plaats, dus zelfs met België, Duitsland en Engeland kan niet vergeleken worden. Mogelijk werd hier in Nederland zónder die campagnes nóg minder gelezen en waren de schoolresultaten (en verkiezingsuitslagen) nog bedroevender.
Wie weet.
 

 
De nieuwe campagne past in het tijdperk van het Grote Belangrijke Ego en heet 'Wie leest heeft een goed verhaal'. Al valt uit de begeleidende tekst wellicht op te maken dat hier bedoeld werd: 'wie leest krijgt een goed verhaal'. Maar de uitdrukking 'een goed verhaal hebben' slaat nu eenmaal doorgaans op goedgebektheid, goed voor de dag kunnen komen. Nou ja, misschien wordt dat ook bedoeld. Persoonlijke Ontwikkeling, met hoofdletters.
Over de waarde van betrouwbare informatie en gedeelde levensverhalen voor de samenleving gaat het allang niet meer.
Dat hebben de marketeers die de coalitie bijstaan goed begrepen, al brengt het campagnefilmpje de samenleving er wel een ietsiepietsie in en duidt ook dit vage zinnetje

Om een groter groeiende kloof te dichten in onze maatschappij hebben we lezers nodig.

op enige aandacht voor de samenleving. Waarom 'we' lezers nodig hebben om 'een groter groeiende kloof te dichten' wordt echter niet toegelicht, evenmin welke kloof. Maar goed ook, verstrikt raken in twijfelachtigheden en scepsis ligt op de loer. Van de Donald Duck word je niet wijzer.
Laten we het houden op: Leescoalitie, succes!

woensdag 4 december 2024

Nothing is either good or bad

 but thinking makes it so.

Shakespeare, Hamlet, Act II, Scene 2. Met dank, geloof ik, aan een recensent die er onlangs in de Volkskrant mee op de proppen kwam. Bij zo'n zinnetje blijft het brein even haken.

Hieraan zij toegevoegd (leve internet) wat ene Gabe Kwakyi te berde brengt op zijn website The Musing Mind:

Human society invented such labels with helpful intentions. Establishing a common understanding of what is helpful and not helpful to human society helped establish laws, norms, values and mores that were aimed at reducing the occurrences of what we commonly label as good and bad.

That said, labeling events cannot control the world and make only good things happen or prevent bad things. However helpful in some cases, there will be others where the act of labeling in others will create life-limiting, obsessive behaviors in others. How does labeling limit our ability to live more peaceful, happier, and fulfilled lives?

This is because the act of subjective labeling events carries with it a risk: once we label something as good or bad, it’s hard to focus only on the objective learning from the experience. Rather, we tend to just think about the goodness or badness of the event.

Over de eerste alinea kunnen we wel opmerken dat mensen het soms niet eens zijn over wat we 'commonly'  als goed of slecht bestempelen. Maar inderdaad, zodra 'we' iets 'goed' vinden wordt het lastig om er onbevangen over te oordelen. Vooral als je wil oordelen in moreel of kunstzinnig perspectief.

Kijk, als we een kurkentrekker kopen en die blijkt niet naar verwachting kurken te trekken, kunnen we het snel eens zijn, tenzij we aanleiding zien om over die verwachting van mening te verschillen. We willen die kurk uit de fles, dat staat vast. Verwachtingen kunnen variëren aangaande het gemak, het geluid (de juiste plop), uiterlijk e.d.
Moeilijker wordt het al om vervolgens over de wijn te oordelen. Het moet wel wijn zijn, geen azijn, water of bier, maar of hij ook lekker is? Kwestie van smaak... Naast smaakpapillen, geurvermogen en persoonlijke voorkeuren spelen ervaring en status daarbij zeker een rol.
 
Wat is een goed verhaal? Is dat vergelijkbaar met wijn beoordelen?
Niet helemaal, volgens veel recensenten, en vooral volgens veel recensenten van verhalen en poëzie voor kinderen. Dat is geen wonder, want regelmatig krijgen die de vraag: 'wat is een goed boek voor mijn kind'. Alsof daarvoor een thermometer, een kwaliteitsmeter bestaat. Hier komen ineens opvoeding en onderwijs om de hoek kijken.
Een kinderboekverkoper kan dat oplossen door vragen te stellen, een pijlsnelle inschatting te maken en een min of meer passend boek te vinden in de winkelvoorraad. Makkelijker gaat dat wanneer kinderen zelf een boek zoeken. En een verkocht boek is al gauw een goed boek. Leven en laten leven, niet waar?
Mutatis mutandis geldt dat ook voor de jeugdbibliothecaris, maar onlangs begreep ik dat dit een uitstervende specialiteit wordt, ondanks de NBD Biblion Jeugdspecialist-prijs. Tegenwoordig moeten werknemers vooral flexibel zijn, makkelijk over te plaatsen - of te vervangen. Dat werk, onvermijdelijk in een omgeving waarin regelaars (Nederlands voor managers) zichzelf overschatten.
 
De gemiddelde recensent heeft daarvan geen last, want die is al flexibel, want eenpersoonsbedrijf. Die kiest uit het aanbod de titels die zij of hij zou willen aanbevelen en ja, dat heeft soms wel iets weg van wijnproeverij. Smaken verschillen, ook die van recensenten, ook al is er soms een 'common' overeenkomst.
Dan zijn er nog docenten die voor hun klas, school of schoolbibliotheek een keuze maken. Voor zover ze niet ondersteund worden door boekverkoper of bibliothecaris zal hun selectie erop lijken: welke boeken passen bij mijn leerlingen. Al dan niet geholpen door een website (ook een recensent) als leesbevorderingindeklas.nl.

Ten slotte hebben we nog de juryleden. Bij uitstek de mensen die 'het beste boek' uitkiezen uit een stapel ingezonden lectuur. Hoe groter die stapel, hoe meer indruk de keuze maakt, maar die indruk wordt des te groter naarmate de juryleden status hebben. Waar die status vandaan komt, lijkt er soms niet toe te doen. 'Bekend van radio en tv': ja, maar zonder veel kinderboeken gelezen te hebben. Het komt echt voor en heel erg is het niet, want hun mening kan verfrissend zijn naast die van juryleden die al jarenlang verhalen en poëzie voor kinderen lezen en met elkaar een 'common understanding' ontwikkeld hebben.
 
Nothing is either good or bad but thinking makes it so. Wat een zinnetje kan losmaken... Maar ja, het is wel Shakespeare. Status, hè...

dinsdag 16 januari 2024

Lees-app

Het was me even ontgaan: de proef-app Lees, ontworpen voor leerlingen vmbo en mbo. Meteen een account aangemaakt en ingelogd. Ik ben geen leerling, maar dat maakt de app niet uit.
 


Ik citeer uit https://www.bibliotheeknetwerk.nl/nieuws/titels-lees-app-zijn-bekend (d.d. 13 juli 2023):

Vanaf september 2023 is de nieuwe LEES-app beschikbaar met ruim 120 e-books en luisterboeken voor de doelgroep 12 tot 18 jaar. De LEES-app is primair gericht op vmbo-leerlingen en mbo-studenten en is gedurende een jaar beschikbaar. Doel van deze pilot is om een bijdrage te leveren aan leesbevordering en geletterdheid van deze jongeren. We beogen dat zij met deze gratis app makkelijker kennismaken met digitaal lezen via de bibliotheek.

De collectie van de LEES-app is gericht op jongens en meisjes in de leeftijd van 12 tot 18 jaar en specifiek voor de niveaus vmbo en mbo. In samenspraak met de doelgroep, leesconsulenten en uitgevers van deze titels is een zo relevant, divers en actueel mogelijk aanbod samengesteld. Fictie, Max Verstappen, liefde, Lubach, Lieke Mertens, spannende thrillers, bekende klassiekers; er is voor iedereen wat te vinden in de LEES-app.

Bibliotheeknetwerk.nl is natuurlijk niet voor die doelgroep, maar voor de begeleiders, de medewerkers van bibliotheken en scholen. je kunt er de titels downloaden.

Nog een citaat:

De LEES-app is een tijdelijke app, die tijdens de pilotperiode van september 2023 tot ca. september 2024 te gebruiken is. De LEES-app werkt grotendeels hetzelfde als de online Bibliotheek-app, met als grootste verschil dat er geen bibliotheeklidmaatschap nodig om gebruik te maken van deze app. De app is gratis te downloaden voor Android- en iOS-apparaten en jongeren hoeven alleen een account aan te maken met een e-mailadres en wachtwoord. Op deze manier willen we deze doelgroep een laagdrempelige toegang bieden tot een aantrekkelijke digitale collectie van circa 120 e-books en luisterboeken. De boeken zijn direct te downloaden om vervolgens te lezen of te beluisteren in de app.
 
Biebtoboeb.nl d.d. : 
De pilot LEES, de gratis app met meer dan 100 titels speciaal voor jongeren in het vmbo en mbo, is nu enkele maanden onderweg. Met succes, het aantal uitleningen staat nu op iets meer dan 38.000!
Voor een online-versie zie hier. 

De applicatie is ontwikkeld door de (Nederlandse) Koninklijke Bibliotheek. Helaas duurt de proef tot september 2024.
 
 
 
 

donderdag 7 december 2023

Leeslusteloze vijftienjarigen

En alweer een persbericht, nu eentje van Stichting Lezen, dat het landelijke nieuws haalde op 5 december jl.:

Resultaten PISA-2022: leesvaardigheid Nederlandse jongeren opnieuw drastisch gedaald

De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren is opnieuw sterk gedaald. Dit blijkt uit het gerenommeerde, internationale PISA-onderzoek. PISA meet de kennis en vaardigheden van 15-jarigen in leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen. Volgens Stichting Lezen en de Leescoalitie onderstrepen de uitkomsten de urgentie van structurele aandacht voor leesbevordering en duurzame investeringen in effectief leesonderwijs.

PISA-resultaten leesvaardigheid
Uit de
resultaten blijkt dat de prestaties van Nederlandse 15-jarigen op het gebied van leesvaardigheid tussen 2018 en 2022 opnieuw zijn gedaald. De daling is sterker dan tussen 2015 en 2018 en ook sterker dan in de OESO-landen gemiddeld. Nederland presteert voor leesvaardigheid nu voor het eerst onder het OESO-gemiddelde. Van alle 14 EU-landen die vanaf 2006 aan PISA hebben deelgenomen, heeft alleen Griekenland een lagere score voor leesvaardigheid gehaald dan Nederland. 

Effectief leesonderwijs krijgt vorm
Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder Stichting Lezen en voorzitter van de Leescoalitie: ‘De resultaten zijn zorgwekkend. De daling in leesvaardigheid die we in 2018 al zagen zet versterkt door. Uit het vorige week verschenen voortgangsrapport van het Nationaal Programma Onderwijs bleek al dat de basisvaardigheden van middelbare scholieren sinds de coronapandemie verder achteruit zijn gegaan. Nu zien we in de PISA-resultaten dat we er ook internationaal gezien slecht voor staan. Gelukkig zien we ook een omslag in het onderwijsveld: op steeds meer plaatsen werken leerkrachten hard aan effectief leesonderwijs. We weten al veel over interventies die de leesvaardigheid weer op peil kunnen brengen. Het is nu zaak om die kennis te verspreiden en te gebruiken. Daar zetten we samen met onze partners stevig op in.’

Met de aandacht in de conceptkerndoelen voor thematische contexten, een actueel aanbod van literatuur, rijke teksten en leesmotivatie, wordt een grote stap gezet om effectief leesonderwijs in het onderwijscurriculum te borgen. Leesconsulenten van de Bibliotheek op school kunnen scholen hierbij goed ondersteunen. ‘Ook daar zetten we een grote stap,’ aldus Van Dalen. ‘De Impulsregeling Masterplan basisvaardigheden biedt de komende drie jaar 140 vmbo-locaties en 45 praktijkonderwijslocaties de mogelijkheid te gaan samenwerken met de Bibliotheek via de Bibliotheek op school. Daarnaast kunnen 263 vmbo-locaties en 15 pro-locaties hun bestaande samenwerking met de lokale bibliotheek verder uitbouwen.’

Het is zorgwekkend dat 33 procent van de jongeren mogelijk onvoldoende leesvaardig school verlaat. ‘Maar we hebben goede hoop dat de stappen die nu gezet worden rond effectief leesonderwijs en leesbevordering positieve resultaten opleveren die zichtbaar zullen zijn bij een volgende meting. Dit betekent dat we gemotiveerder dan ooit in gezamenlijkheid de schouders eronder blijven zetten. En we hopen dat de door het ministerie van OCW ingezette koers ook onder een nieuw politiek gesternte overeind blijft.’


Einde persbericht.
Er is een interviewtje met Gerlien van Dalen in verwerkt. Fijn om te lezen dat ze er 'gemotiveerder dan ooit in gezamenlijkheid de schouders eronder blijven zetten'. Want minstens even zorgwekkend is dat acht jaar leesbevordering wat dit betreft dus niets tot stand heeft gebracht. Een kritische blik op de toegepaste interventies, zoals dat in het jargon heet, is op zijn plaats. 
Het kan evenwel ook zijn dat de bierkaai te sterk is en dat het met de gemiddelde leesvaardigheid van vijftienjarigen zonder alle inspanningen nog beroerder zou zijn geweest. Een controlegroep ontbreekt helaas.


zaterdag 15 juli 2023

Belabberde leesvaardigheid

'Het gaat belabberd met de leesvaardigheid in Nederland. Hoe kan het beter?' Dat is de titel van een inspirerend artikel door Enith Vlooswijk in de Volkskrant 7-7-2023.

Aan zwartgallige analyses over de staat van ons leesonderwijs geen gebrek, maar hoe valt het tij te keren? Waar ligt de oorzaak van de belabberde resultaten en welke aanpak leidt volgens wetenschappers wél tot leesvaardige burgers? 

Hier is een antwoord (met een linkje van mij):

Werken aan de woordenschat, achtergrondkennis opdoen, verbanden leggen, betrokken raken bij de tekst, waardoor je ‘kilometers gaat maken’ en nog beter leert lezen: het doet Els Stronks allemaal verdacht veel denken aan het literatuuronderwijs dat de afgelopen decennia deels het veld heeft moeten ruimen. ‘Laat leerlingen gewoon weer meer boeken lezen. Heus, dan kunnen ze aan het eind ook goed lezen, al is dat niet na een paar lessen aantoonbaar.’ 
 
Dit nuttige en overtuigende artikel verdient bekendheid.
 

dinsdag 3 januari 2023

'Hé, wie ontbreken er in het rijtje genodigden?'

Weer even aandacht voor het leesonderwijs in Nederland. Dank, Aleid Truijens, voor weer zo'n stukje dat een spijker op zijn kop slaat, in de Volkskrant van 2 januari 2023.
 
Daar gaat-ie, in zijn geheel:

Leek er toch nog íéts mee te vallen in het duistere jaar 2022. ‘De ‘leescrisis’ valt mogelijk mee’ was op 22 december te lezen in de Volkskrant. Zou het? Zo’n lichtpuntje kunnen we best gebruiken.

Helaas, het is een blindganger. Over die leescrisis valt niks hoopgevends te melden, en die aanhalingstekens kunnen wel weg. Wat is er aan de hand? Het Centraal Planbureau concludeert dat het internationale onderzoek van Pisa bij het meten van de leesvaardigheid van 15-jarigen niet optimaal accuraat is. Op de laatste wereldwijde ranglijst, uit 2018, staat Nederland op een schamele 26ste plaats, in 2003 was dat nog de achtste. De vergelijking wordt vertroebeld, zegt het CPB, doordat steeds meer landen deelnemen, wat de concurrentie vergroot. Ook is de vraagstelling veranderd, heeft Nederland een relatief lage respons en wordt er nu digitaal getoetst.

Ja, dit kan allemaal best meespelen. Enige mate van onzekerheid zit vaak in langlopende internationale onderzoeken. Misschien dat het Nederland een of twee plaatsen op de ranglijst heeft gescheeld. Zeker is dat niet eens, zegt CPB-onderzoeker Paul Verstraten; of Nederland door deze factoren lager heeft gescoord valt niet vast te stellen. Wel kan hij zeggen dat ‘de daling in 2018 een grotere mate van onzekerheid [kent] dan we van Pisa gewend zijn’. Tja. Pisa geldt internationaal inderdaad als behoorlijk betrouwbaar.

Interessanter, en bijna komisch, wordt het als we kijken naar een belangrijke oorzaak die het CPB noemt voor de scherpe daling van Nederland tussen 2015 en 2018. In 2018 werd voor het eerst het ‘kritisch evalueren’ van wat leerlingen lezen getest. Dus: begrijpen wat bedoeld wordt, erover nadenken en erop kunnen reageren. En hé, laten Nederlandse leerlingen dáár nu juist slecht in zijn! Oneerlijk hoor, om hen te vergelijken met leerlingen die dat wel kunnen en daarop af te rekenen.

Het is precies waaraan het volgens leesonderzoekers, de Onderwijsinspectie en de Onderwijsraad (zie lezen.nl en De staat van het onderwijs 2022) in Nederland schort: langere teksten begrijpen, inhoud doorgronden, diepere verbanden leggen. Écht kunnen lezen. 
Heel goed dus dat Pisa dit onderdeel heeft opgenomen. In absolute zin, in vergelijking tot andere deelnemers, mét dit onderdeel, staat Nederland helaas gewoon waar het staat: niet langer bij de landen die scoren boven Oeso-gemiddelde. 
En voor wie Pisa nu wantrouwt: ook bij Pirls, het internationale leesonderzoek onder 9-jarigen, daalde Nederland tussen 2001 en 2016 van de tweede naar de veertiende plaats. We voldoen evenmin aan nationale maatstaven. Volgens recent onderzoek van de Onderwijsinspectie haalt de helft van de achtstegroepers niet het minimale leesniveau dat nodig is om maatschappelijk te functioneren. Geen reden tot relativering.

Voorspelbaar genoeg gebeurt dat wel, juist door degenen die medeverantwoordelijk zijn voor de ramp en de oplossing. Henk Hagoort, voorzitter van de VO-Raad, grijpt het nieuwsbericht gretig aan om op Twitter de kanttekeningen van het CPB ‘onthutsend’ te noemen en Pisa-onderzoek ‘onbruikbaar om beleid op te baseren’ te verklaren. De VO-Raad zal dus rustig doorgaan met het faciliteren van falend leesonderwijs.

De VO-Raad plaatste een oproep voor het VO-Lagerhuisdebat op 25 januari, met ‘leerlingen, schoolleiders, bestuurders én ambtenaren van het ministerie’. Onderwerp: ‘Basisvaardigheden: wie bepaalt wat we op school leren?’ 
Hé, wie ontbreken er in het rijtje genodigden? 
Natuurlijk, de leraren, degenen die leerlingen basisvaardigheden moeten bijbrengen! De leraren aan wie onderwijsminister Dennis Wiersma, die wél doordrongen is van de ernst van de leescrisis, zeggenschap wil teruggeven. Die hebben ze er liever niet bij. Het illustreert waarom verbetering van het leesonderwijs, ondanks inspanningen van velen, voorlopig een wensdroom blijft.

dinsdag 13 december 2022

Over verbeelding, citaat van de week

Of ik werkelijk een reeks citaten van de week begin, weet ik niet.

Maar hier is er een:

Ik denk niet dat ik veel heb verzonnen, maar ik heb me wel veel verbeeld.

Van Giuliano da Empoli, opgetekend door journalist Laura de Jong in de weergave van een interview voor de Volkskrant van 10-2-2022. Aangezien Giuliano da Empoli geen Nederlands kent zal het een vertaling zijn uit het Frans of Engels.
Hoe dan ook intrigerend.
Als je iets opschrijft wat je je verbeeldt, dan ben je toch iets aan het verzinnen? Dacht ik...

zondag 30 oktober 2022

BN'ers

Soms voel ik me een beetje oud. Als ik jarig ben, ja, maar ook als er een persbericht langskomt waarin verwezen wordt naar 'BN'ers' die mij totaal onbekend voorkomen.
 
Ik citeer:
 
Drie BN’ers: Shirma Rouse, Phi Nguyen en Dorentina trappen De Weddenschap feestelijk af in de week van 1 november. Samen met (v)mbo-klassen en praktijkonderwijs zullen zij in Woerden, Lisse en Maastricht hun handtekening zetten onder het contract van De Weddenschap, de leesbevorderingscampagne voor (v)mbo en pro leerlingen. Daarmee leggen zij officieel vast dat zij zich gaan inzetten om gedurende de campagne drie boeken in zes maanden te lezen. Behalve de rol van uitdager nemen de BN’ers ook de rol van leescoach op zich. Zij coachen de deelnemers naar de eindstreep van drie boeken. De Weddenschap eindigt eind april 2023.
 
De spelling is ook al aangepast: (v)mbo en pro leerlingen. Het kostte me twee tellen voordat ik begreep dat een pro leerling een leerling praktijkonderwijs is en geen professionele leerling.
Shirma Rouse, Phi Nguyen en Dorentina? Nooit van gehoord. Ik moest ze op internet vinden en dat ligt echt aan mij.
De Weddenschap is inmiddels toe aan de 12e editie en heeft dus kennelijk enig positief effect.
Waar gaat dat contract over? 

Tijdens de aftrap tekenen ze het bekende contract van De Weddenschap. Ze gaan met de leerlingen en docenten de uitdaging aan en lezen 3 boeken in 6 maanden. 
 
Drie (3) boeken in zes (6) maanden, één boek per twee maanden... Moet te doen zijn. Welke boeken, dat doet er kennelijk niet toe, ze mogen best heel dun zijn.
Op de website is wel een Top Tien Meestgekozen boeken te vinden en daarin zit echt van alles, van De tunnel van Anna Woltz tot Voltreffer van Jef Kinney. Ook zijn er recensies te vinden, maar die zijn wel, eh, heel erg kort.

Verheugend is de mededeling dat

Stichting Lezen ook docenten, mentoren en stagebegeleiders nadrukkelijk oproept om zelf boeken te lezen en zo als leesrolmodel te fungeren.

Heel fijn. Liefst meer dan zes boeken per jaar. Zie ook hier. Docenten doen ertoe.

dinsdag 30 augustus 2022

Twee soorten recensies

Voor ik het vergeet even noteren. In De Groene Amsterdammer 11-8-2022 trof ik op p. 56 en 57 twee recensies die in opzet elkaars tegengestelde zijn.
Op p. 56 bespreekt Kees 't Hart Bergen aan zee van Pauline Slot. 
Het is het verslag van een leeservaring. Er wordt geen enkele andere titel in genoemd, niet verwezen naar eventueel ander werk van Pauline Slot, Kees 't Hart beschrijft nauwkeurig hoe hij na aanvankelijke reserve zich liet meeslepen door dit verhaal, dat als hoofdpersoon de echtgenote van een bergbeklimmer (Berend) heeft. Zijn reserve betrof die bergbeklimmer en bergbeklimmers in het algemeen. Het is vooral de stijl die hem overtuigt, de mooie zinnen.

Ik was blij dat ik schrok, wat een zin! En deze prachtige scène: 'Ik lag met mijn hoofd op zijn schouder. Ik hoorde zijn lage hartslag, voelde de rust die daarvan uitging. Mijn eigen hart sloeg mee met de seconden, ging sneller.' Hij had meer tijd! Ik geef toe: deze roman ontroerde me, ja zelfs Berend ontroerde me. Wat een lul, maar toch...
 
Op p. 57 staat de recensie door Graa Boomsma over De tovenaar van Colm Tóibín, 'een roman over Thomas Mann (1875-1955)'.
Ook een leeservaring natuurlijk, zoals elke recensie, maar hier maakt de recensent me snel duidelijk dat hij het werk van Thomas Mann kent, dat hij veel heeft gelezen over Thomas Mann en zijn familie, en ook minstens één andere titel van Tóibín kent, namelijk 'zijn James-roman De meester'. Dat zal dan wel Henry James zijn, dacht ik, want zo ongeletterd ben ik nou ook weer niet. (Het klopt.)
Maar zo belezen als Graa Boomsma ben ik niet, dat besef ik. Van Thomas Mann heb ik alleen ooit Der Tod in Venedig gelezen. Prachtig verhaal.
Deze recensent is van het type omgevallen boekenkast. Op zich niets tegen, je kan er iets van leren, krijgt een stukje literatuurgeschiedenis mee. Maar een nadeel is er ook.
Hij eindigt zo: 

Die kerndagen in Manns leven tot een roman verheffen, zou dat niet beter zijn geweest? Zeker, er staan fascinerende passages in De tovenaar en ook hilarische, bijvoorbeeld over de snobistische Alma Mahler ('En kijk mij nou, ik trouw met de ene na de andere Jood') die uit Europa wil vluchten met 23 koffers... Maar staat er voor de Mann-lezer iets nieuws in De tovenaar? Helaas.
 
Onder meer blijkt uit deze recensie van Graa Boomsma het verhaal heeft gelezen als een biografie, niet als een roman, en hij laat mij achter met het idee dat ik nog wat zou moeten inhalen. Helaas...

maandag 7 maart 2022

Ach, voor ons bent u goed genoeg, meneer

Zie! Een docent die soms aan zichzelf twijfelt en dat toont:
 
Toen ik tijdens een les weer eens verzuchtte dat ik het graag eens anders zou willen brengen, dat ik het ook wel eens saai vond en dat ik zo graag een onvergetelijke docent zou willen zijn, bracht zij het terug tot de kern en had ze gelijker dan gelijk toen ze zei: 'Ach, voor ons bent u goed genoeg, meneer.' (p. 103)

Wat zit er al niet in zo'n kort citaat! Bijvoorbeeld: dat de docent vertelt hoe zeer hij zijn best wil doen voor zijn studenten en ronduit verzucht dat hij wel eens tekort schiet. Dat zijn student zich bewust is van de status van ROC-studenten.

Leraar op de fiets is een ontroerend en blij stemmend boek door een dijk van een docent, zo een die je leerlingen graag gunt. En dan vooral leerlingen of studenten van lbo en mbo, want juist zij hebben, denk ik, behoefte aan zulke docenten. Ze staan voor hun vak maar vooral ook voor hun leerlingen, bijna niet kapot te krijgen extraverte rasvertellers die naast vakkennis hun enthousiasme en betrokkenheid inzetten om iets goeds te maken van het onderwijs. Ze vinden lesgeven het fijnste wat er is.
Conrad Berghoef is zo'n docent. Dat blijkt wel uit deze verzameling anekdotes uit de moeilijke jaren 2019-2021, toen er ook op het ROC Friese Poort in Drachten, waar hij werkt, ineens op afstand onderwijs gegeven moest worden, moeizaam via platforms als Teams en Zoom.

Het boek kwam tot stand als vervolg op een bijzondere actie eind 2020 van een van zijn klassen, VP19EF, ja, ik verzin het niet, zo'n naam. (Hij legt het ergens uit.)
Ik citeer Omrop Fryslan:
 
De docent zat klaar voor zijn webcam, om les te geven aan klas VP19EF in Drachten, toen één van de leerlingen vroeg om het op te nemen. Reden: een andere leerling was niet aanwezig en wilde de les achteraf wel graag bekijken. Wat Berghoef echter niet wist, was dat de leerlingen een verrassing voor hem hadden voorbereid, en ze wilden dit graag op video vastleggen.

Toen de les begon had iedereen z'n camera uit, tot frustratie van Berghoef. Maar toen ze ineens gezamenlijk de camera aan deden, hadden de leerlingen allemaal een briefje met dankwoorden voor hun docent voor de camera.
 
Het leverde een ontroerend filmpje op, dat vervolgens zoals dat heet viraal ging. Zie de link hierboven of Berghoefs Twitter-account. Hij zette het erop ná toestemming van zijn klas. Zo'n docent, dus.
Met een lastig vak: Nederlands. Doorgaans niet zo populair in het mbo. Conrad Berghoef slaagde er ook helemaal niet in om zijn vak ineens wél geliefd te maken, maar hij slaagde er wel in om zijn studenten aan het lezen te krijgen en waardering op te wekken voor de inspanning die hij zich getroostte (en nog). Hij laste bij elke les (tweewekelijks dubbel) een twintig minuten leespauze in. Wat ze lazen deed er niet toe, áls ze maar lazen en menig leerling sloeg voor het eerst in haar of zijn leven een boek open. Hij gaf uiteraard desgevraagd wel tips en legde een verzameling boeken aan, eerst wat lukraak, later dankzij een voucher en gesteund door een in 'young adult' gespecialiseerde boekverkoper (van boekhandel Van der Velde in Drachten) een behoorlijke collectie.
 
En toen er geen leerling meer op school mocht komen vanwege covid, bracht Conrad de boeken naar ze toe - per fiets, want toevallig is deze man ook nog een enthousiaste fietser. Honderden kilometers legde hij af. Hoe dat ging, valt ook te lezen in Leraar op de fiets, maar daarnaast en naast de mooie anekdotes heeft hij ook nog wel wat onderwijsheid te bieden.
Een citaat (p. 153), ik kan het niet laten.

Het is een effect van online lessen dat ik al eerder heb gehoord. Ik voel me er ook wel wat schuldig over. Inmiddels heb ik me tot groot tegenstander van online lessen verklaard. Laatst las ik over een instelling die er een oplossing in zag voor het lerarentekort. De school werd weggehoond op social media, en ik huilde mee met de wolven in het bos. Sta ik nog steeds achter: dit soort 'oplossingen' zijn een eufemisme voor 'bezuinigingen', weet ik uit ervaring. Dat klinkt misschien cynisch, maar ik heb net wat te veel 'onderwijsvernieuwing' meegemaakt. Investeer gewoon in mensen, in aantrekkelijkheid van het beroep, in salarissen, arbeidsomstandigheden. Het is even wachten, maar de mensen die leraar willen worden komen dan wel.
Maar online onderwijs is natuurlijk voor veel jongeren een uitkomst, en dat moeten we niet onderschatten.

En zo meer, bijvoorbeeld de fraaie tirade die hij op p. 96 afsteekt (en terecht, denk ik) tegen het zogeheten competentiegericht onderwijs.

Docenten, aanstaande docenten - en verder iedereen: léés dit boek! Hoop in donkere dagen.
 

Berghoef, Conrad. Leraar op de fiets, verhalen van een leraar in bijzondere tijden. Spectrum, 2021. ISBN 978 90 0003 8009 1, 174 p.

dinsdag 15 februari 2022

Rijke teksten

De term duikt de laatste jaren steeds vaker op: rijke teksten.
Laatst nog in de aankondiging door Stichting Lezen van het symposium Lezen Centraal, 'over de mogelijkheden van het gebruik van rijke teksten in het leesonderwijs en de leesbevordering'.
Woordgrapje als kop boven het persbericht en op de site: Lezen Centraal 2022: Lees je rijk!
 

 
In de tekst van de aankondiging kwam de term zes keer voor.

Wat zijn rijke teksten? Ik citeer de stichting, die het op haar beurt weer ontleende aan Curriculum.nu.

Luisterboeken, griffelboeken, nieuwsberichten, die ene geïllustreerde Bosatlas met prachtige verhalen, poëziebundels en interactieve e-books: rijke teksten zijn overal te vinden. Het zijn authentieke teksten, literair of zakelijk, met een uitdagende inhoud en rijke vorm. Ze maken nieuwsgierig, stimuleren de motivatie om verder te lezen, te kijken of te luisteren en bevorderen de ontwikkeling van kennis van de wereld en diep begrip.

Rijke zakelijke teksten zijn inhoudelijk samenhangend en hebben een heldere tekststructuur met gevarieerde zinsstructuren, samengestelde zinnen en verwijs- en verbindingswoorden.

Rijke literaire teksten (fictie, non-fictie en poëzie) bevatten wisselingen in vertelperspectief en chronologie. Er is sprake van gelaagdheid, verschillende stijlen en verhaallijnen, variatie in taalregisters en afwisseling in beschrijving en dialoog.

Dit vertoog kun je met goed fatsoen geen definitie noemen. In ieder geval geen mooie, sluitende definitie.
Niettemin vond ik hem hier en daar herhaald, niet alleen in deze aankondiging, ook bij de SLO, die er nog een heel rijtje kenmerken aan toevoegde:

De inhoud en taalkwaliteit bepalen of een tekst een rijke tekst is.
- De verhouding tussen de hoeveelheid nieuwe informatie en de al bekende informatie is in evenwicht. Hierdoor kan nieuwe informatie geïntegreerd worden met al bestaande voorkennis.
- De tekst biedt ruimte tot meerdere interpretaties en mogelijkheden tot opgaan in een andere wereld.
- De tekst is authentiek en origineel van vorm en inhoud.
- Tekst, beeld, illustraties en geluid versterken elkaar.
- Zowel eenvoudige als complexe relaties komen voor, zoals chronologische relaties, oorzaak-gevolgrelaties, middel-doelrelaties en vergelijkingen.
- Het taalgebruik is gevarieerd, zo veel mogelijk authentiek en zo min mogelijk vereenvoudigd.
- Er komen onbekende en laagfrequente woorden voor in verschillende zinsverbanden.
- Ook bevatten ze abstract en figuurlijk taalgebruik.
- Rijke zakelijke teksten zijn inhoudelijk samenhangend en hebben een heldere tekststructuur met gevarieerde zinsstructuren, samengestelde zinnen en verwijs- en verbindingswoorden.
- Rijke literaire teksten (fictie, non-fictie en poëzie) bevatten wisselingen in vertelperspectief en chronologie. Er is sprake van gelaagdheid, verschillende stijlen en verhaallijnen, variatie in taalregisters en afwisseling in beschrijving en dialoog. 
 
Dit is nog vager, redundanter en lelijker ('Er is sprake van' e.d.). Wat een woordkramers zijn sommige docenten(-opleiders) toch...
 
De docentopleiders Anneke Smits en Erna van Koeven gebruiken de term ook graag en verwerkten hem met een variant zelfs in de titel van hun boek Rijke taal (2020).
In hun blog Geletterdheid en schoolsucces maakten ze het op 6 april 2019 helemaal bont door eerst te gaan omschrijven wat rijke teksten niet zijn.
 
Vaak krijgen we de vraag wat dat nu eigenlijk zijn, rijke teksten. Omdat er zo ontzettend veel verarmde teksten zijn in het onderwijs lijkt het makkelijker om te vertellen wat verarmde teksten zijn:

- teksten die herschreven zijn op basis van AVI/CLIB normen (een bepaalde gemiddelde zinslengte en een bepaalde gemiddelde woordlengte)
- teksten die geschreven zijn op basis van specifieke woorden die er in voor moeten komen naar aanleiding van onderwijsdoelstellingen (bijvoorbeeld: aquarium, aquarel, enquête) (technisch lezen, TULE-doelen voor zaakvakken)
- teksten die geschreven zijn om specifieke woordenschat te kunnen oefenen (bijvoorbeeld: ondoordacht, ontegenzeggelijk, teisteren, winkelketen)
- teksten die geschreven zijn om leesstrategieën te oefenen (bijvoorbeeld: voorspellen, woordbetekenis ontlenen aan de tekst, vragen stellen)
- teksten die geschreven zijn om een specifieke moraal over te brengen (in methodes voor sociaal-emotionele ontwikkeling en levensbeschouwing)
- teksten waarbij marketingoverwegingen een sterke rol spelen: er moeten nu eenmaal 365 verhaaltjes in een boek passen of er moet zo snel en zo goedkoop mogelijk een grote berg boeken over die ene kinderheld geproduceerd worden. 

Om vervolgens toch nog relatief beknopt het antwoord te geven op wat rijke teksten dan wél zijn.

En wat zijn dan wel rijke teksten? Dat zijn authentieke teksten, teksten die geschreven zijn met een authentiek inhoudelijk doel, om lezers plezier te brengen, te informeren, om argumenten te geven voor een stelling, om iemand te leren hoe je een kast in elkaar zet, een recept kunt omzetten in een gerecht of iets te leren over economie of CO2-uitstoot. Als je door de krant bladert, zie je alleen maar rijke teksten. 

Relatief beknopt, schreef ik.
Té beknopt, dachten ze kennelijk zelf. Want ze vervolgen:

In een tekst van Oxford University Press ELT worden vier vragen gesteld waarmee je kunt bepalen of een tekst inhoudelijk rijk genoeg is om in het onderwijs mee aan het werk te gaan.

1. Does the text contain information that can be of use in the real world outside the classroom?
2. Does the content help students relate their experiences, situation, and country to the world as a whole?
3. Is the text generative and can productive tasks be tailored to students' needs?
4. Is the content of the text authentic and does it lend itself to further research and exploration?

Je kunt daarnaast ook kijken naar de wijze waarop een tekst geschreven is:

1. Gaat het om langere zinnen met verbindingswoorden?
2. Is er sprake van een elementaire verhaalstructuur? (zie Newkirk, 2012)
3. Is er een gevarieerde woordenschat met voldoende laagfrequente woorden?
4. Worden er (causale) verbanden gelegd tussen tekstgedeelten?
5. Gaat het om een doorlopende tekst en niet om losse fragmenten?
6. Ondersteunen eventuele illustraties de tekst of zijn ze alleen ter verlevendiging?

Help. 
Moet het antwoord op de vraag wat rijke teksten zijn echt zo ingewikkeld zijn?
Kennelijk, want het kortste antwoord dat ik zelf kan bedenken levert nieuwe vragen op: rijke teksten zijn rijk aan betekenis.

Juf, wat is betekenis?
Hoe ruikt dat, kun je het zien? Kun je het eten?
Word je rijk van lezen?
 






vrijdag 4 februari 2022

Leescoalitie in actie

Lang niets van de Leescoalitie gehoord, maar daar is dan toch ineens een persbericht. Ik citeer:

Op donderdag 3 februari 2022 overhandigden Paul van den Broek, Christine Espin en Anne Helder van het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden het rapport Sturen op begrip: Effectief Leesonderwijs in Nederland aan de Vaste Kamercommissie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de motie Rog c.s. Daarin staat het voorstel om onderzoek te (laten) doen naar de oorzaken van de afgenomen leesvaardigheid van leerlingen in het funderend onderwijs. En om advies uit te brengen over de noodzakelijke interventies om de leesvaardigheid weer op peil te brengen.

In het rapport geven de onderzoekers aan dat de begripsvaardigheid van alle leerlingen verbeterd kan worden, ongeacht leesniveau of achtergrond. Het onderzoek bevestigt recente bevindingen van de Taalraad Begrijpend Lezen en de Kennistafel Effectief Leesonderwijs.

Het persbericht opende, vermoed ik, met een samenvatting van dat rapport. Ik citeer:

De ingrediënten voor effectief leesonderwijs zijn bekend. Waarom hebben kinderen en jongeren dan toch moeite met verdiepend lezen? Uit onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat leraren vooral zelf een activerende leesles moeten samenstellen door de succesvolle elementen uit leesmethodes te combineren met andere activiteiten en didactisch handelen. School en leesbevorderingsinstanties, zoals bibliotheken en Stichting Lezen, moeten voor de randvoorwaarden zorgen. En ook ouders betrekken bij de lees- en taalontwikkeling van hun kinderen. Volgens de Leescoalitie onderstrepen de uitkomsten opnieuw dat effectief leesonderwijs mogelijk is. Maar dat hiervoor structureel beleid, middelen en goede randvoorwaarden nodig zijn.

En de staart van het persbericht:
 
De conclusies uit het rapport sluiten ook aan bij de Oproep tot een ambitieus Leesoffensief van de Leescoalitie. Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder Stichting Lezen en voorzitter van de Leescoalitie: ‘De onderzoekers benadrukken dat effectief leesonderwijs vraagt om een gezamenlijke aanpak. Met scholen, de bibliotheek en de thuissituatie als belangrijkste plekken om deze zorgwekkende trend ten positieve te keren. Hiermee sluiten zij aan bij de visie van Stichting Lezen, zoals beschreven in de beleidsnotitie De doorgaande leeslijn (2020). Daarin staan de leesontwikkeling en effectief en motiverend leesonderwijs beschreven.’

‘Het is noodzakelijk dat nu de stap gezet wordt naar structureel beleid. Daar hoort bij dat effectief leesonderwijs in samenhang met leesbevordering daadwerkelijk in het curriculum komt te staan. Zorg dat er geoormerkt geld voor scholen komt om een goede schoolbibliotheek op elke school op te zetten en te onderhouden. Betrek leesexperts van binnen en buiten school bij het leesonderwijs. De Leescoalitie roept het kabinet dan ook op voorrang te geven aan het bevorderen van lezen en geletterdheid. Laten we voorkomen dat de jongeren van nu de laaggeletterden van de toekomst worden. Gezamenlijk met de overheid en de onderwijsorganisaties gaan de leden van de Leescoalitie graag aan de slag.’

 
Voor het laatst, deze actie? Hij doet zo benauwend denken aan voorgaande acties, zoals de publicatie van genoemd manifest in 2020. Ik vraag me soms wat ongerust af wat Stichting Lezen gaat doen als over acht jaar blijkt dat ze geen moer is opgeschoten met dat manifest, en met het ijveren voor verbetering van het leesonderwijs en het bevorderen van het lezen, waarbij overigens de volwassenen al een tijd geleden zijn losgelaten, kennelijk al dan niet in goed overleg overgelaten aan Stichting Lezen en Schrijven. (De vraag gaat uiteraard ook hen aan.)
Natuurlijk doet Stichting Lezen zegenrijk werk, bijvoorbeeld middels projecten als Boekstart en De bibliotheek op school, en oud-directeur Barry Wiebenga merkte ooit op dat het nu eenmaal lastig is om effect te meten in een samenleving als je geen controlegroep hebt. 
Zonder genoemde projecten stond het er wellicht beroerder voor. We zullen het niet weten. Geldt ook voor een prachtproject als de Kinderboekenweek, zelfs wanneer per flater het schrijven van het kinderboekenweekgeschenk aan een Australisch duo wordt overgelaten, dat van de Waanzinnige boomhut.

Maar de alarmistische opzet van de Leescoalitie wekt verwachtingen: de toon is van doe het NU, anders is het TE LAAT. Tja. En als het dan te laat is, wat dan?


maandag 31 januari 2022

Tonke Dragt in Top 100 best verkochte boeken

Interessant nieuwtje eind januari: in 2021 zijn er volgens de CPNB. meer boeken verkocht dan (per jaar) in 2020 en 2019, namelijk 43 miljoen boeken, voor € 647 miljoen, ofwel gemiddeld 15 euro per boek en 2,5 boek per Nederlander of ruim 5 boeken per woning. Het aandeel online verkochte boeken steeg, wat gezien de lockdowns niet alleen aan gemakzucht lag.
De brief voor de koning van Tonke Dragt (Leopold) is met de 6e plek het hoogst genoteerde oorspronkelijk Nederlandstalige kinderboek op de Top 100 best verkochte boeken. Dit boek kwam voor het eerst uit in 1962 en werd in 2021 voor de ‘Geef een boek cadeau’-campagne heruitgegeven. In totaal staan er zestien kinderboeken in de Top 100, zes meer dan in 2020. Mooi zo. Eén titel haalde zelfs de 2e plaats, De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy, vertaald door Arthur Japin (Kok Boekencentrum), met 234.000 verkochte exemplaren.

Op nummer 1 (300.000 ex.) staat De zevende zus van Lucinda Riley, vertaald door Erica Disco, Dieuwke van der Veen, Irene Goes en Anne Jongeling (Xander Uitgevers). 'Het meest populaire genre in de Top 100 was in 2021 de vertaalde literaire roman', liet de CPNB weten. Dat zijn 26 titels, waarvan 15 van Lucinda Riley en verder nog titels van Corina Bomann, Santa Montefiore en Jill Mansell, volgens recensent Toef Jaeger in NRC 28-1-2022 'opgesmukte bouquetreeksboeken', althans die laatste twee, want alleen Jonathan Frantzen en Douglas Stuart schaart zij onder het genre 'literaire roman'.
 
Tja, wat heet literatuur...
 
Opmerkelijk vind ik overigens ook dat het aandeel anderstalige (vrijwel geheel Engelstalige) boeken met 28 % steeg, met vooral titels in de categorie young adult, wat iets anders schijnt te zijn als jongvolwassenen.

zaterdag 2 oktober 2021

Derde persoon

Vaak wijs ik er in recensies op dat er soms iets mis lijkt met de verteller in een verhaal, met name als die verteller een kind is. Zo'n verteller drukt zich welsprekend uit, terwijl dat niet past bij zijn of haar leeftijd en karakter.
Was dan ook blij toen ik het volgende tegenkwam in een interview door Hans Bouman met Jonathan Frantzen in de Volkskrant 2-10-2021:

Ik ben van mening dat je dichter bij een personage komt wanneer die in de derde persoon tot je komt, dan via de ik-vorm. In de regel schept de eerste persoon juist afstand, omdat er verwarring bestaat tussen auteur en personage. In de derde persoon is het duidelijk: er is een auteur, maar die is totaal onzichtbaar, dus word je als lezer op een directe wijze in contact gebracht met het bewustzijn van iemand anders. Ik denk dat vertellen in de derde persoon een van de geweldigste artistieke uitvindingen is in de geschiedenis van de mensheid.
 
Zou graag willen weten wat Jonathan Frantzen echt zei of schreef, want dit is natuurlijk een vertaling door Hans Bouman. 
Toch steunt het me in mijn idee dat auteurs van jeugdliteratuur te vaak kiezen voor een vertellend hoofdpersonage in plaats van een anonieme verteller.
Of dat 'vertellen in de derde persoon een van de geweldigste artistieke uitvindingen in de geschiedenis van de mensheid' is, ach, dat vind ik wat overdreven. Maar helaas gaat de interviewer daarop niet in.


vrijdag 25 juni 2021

Twee leesproblemen

Nederland heeft niet één maar twee problemen met lezen, betoogde Bibi Dumon Tak in haar jongstleden Albert Verwey-lezing, een hartekreet die vooral (aanstaande) onderwijzers zich ter harte zouden kunnen nemen. De lezing is dankzij NRC (verkort) hier te vinden, onder de kop 'Jonge ouders, er is méér dan Tonke Dragt of Pietje Bell'. Bekijk trouwens even de url (uniform resource locator ofwel webadres) van de link en geniet even van 'wipneus-en-zijn-schimmelige-vriendje-pim'.
De gedrukte versie stond in NRC 25-6-2021.

Ik citeer het begin:
 
Ik las verschillende oproepen op de sociale media waarin werd gevraagd naar goede boeken. Eén oproep sprong eruit. ‘Wie weet er nog een boek voor mij om samen met mijn achtjarige dochter te lezen? Geen klassiekers, want die kennen we al.’

Ik zag dat er tweehonderdachtenzestig reacties op de vraag van deze vader waren gekomen. Ik besloot ze allemaal te lezen om er eventueel ook mijn voordeel mee te kunnen doen. Ik was geen acht meer, maar wel acht geweest, en om mijn achtjarige te voeden, lees ik graag nog weleens een kinderboek. Ik zette een potje thee en installeerde me op de bank. Er joeg een verheuggolf door mijn lichaam heen.

De eerste tien boeken die door de volgers van de betreffende twitteraar werden geopperd waren, houdt u vast: 1. Matilda. 2. Harry Potter. 3. Lord of the Rings. 4. Kruistocht in spijkerbroek. 5. De vijf. Zit u nog? 6. De brief voor de koning. 7. De kleine kapitein. 8. De Grote Vriendelijke Reus. 9. Animal Farm en 10. De kleine Johannes.

Natuurlijk waren er nog tweehonderdachtenvijftig reacties te gaan, maar toch was mijn surfersgeluk reeds te pletter geslagen tegen een stel scherpe rotsen van teleurstelling. Hoe kon het dat deze enthousiaste volgers alleen maar klassiekers noemden terwijl daar expliciet niet om werd gevraagd? Ik scrolde nog even verder, houdt u zich maar weer goed vast: Pinkeltje, Dik Trom, W.G. van de Hulst, Wipneus en dat rotvriendje Pim, Het kleine huis op die eindeloze pleuris prairie, zal ik nog even doorgaan? Als je het op zijn tweeduizendeenentwintigst zou moeten zeggen klonk het in mijn hoofd telkens: Hoe dan!

Nederland heeft een leesprobleem, dat wisten we al, maar sinds die dag kon ik het ook aantonen. En ik zal nog meer vertellen: Nederland heeft er twee.


Die twee problemen zitten al verscholen in dit citaat. Ik gun je even een witregel om ze te ontdekken.

Het eerste probleem is dat al die reageerders niet goed kunnen lezen. Er stond duidelijk 'Geen klassiekers, want die kennen we al', toch komen ze met louter klassiekers aanzetten. Bibi noemt het 'een begrijpend-lezenprobleem'.
Ik citeer haar wederom: 
 
Waarschijnlijk omdat de lezers van de oproep de concentratie voor de rest van het bericht al niet meer konden opbrengen. Je kan de situatie vergelijken met: kent iemand nog een leuk restaurant? Geen vleesrestaurants, want we zijn al jaren vegetariër. En dat er vervolgens driehonderdvijfenveertig reacties komen met voorstellen als: The Meatclub, El gaucho, The Rodeo Grill all you can eat en The ribsfactory en niet te vergeten Boro’s Balkan Grill. 
 
Het tweede probleem is dat er na en naast die klassiekers zoveel mooie kinderboeken zijn verschenen en die worden niet genoemd.
Bibi:

De reageerders noemden boeken die tenminste een halve eeuw oud zijn. Alsof er nadien niets nieuws meer is verschenen. Je wilt voor je kinderen naast klassiekers toch ook actuele boeken die antwoord geven op actuele vragen?

Weet iemand nog een leuk cadeau voor mijn achtjarige nichtje? Ja hoor: een springtouw, een tol, klikklaks, een punnikpaddenstoel, sillyputty, Electro of een viewmaster.

Deze twee zaken: niet begrijpend kunnen lezen én niet op de hoogte zijn van nieuwe kinderboeken, hebben denk ik met elkaar te maken.


En dan komt het venijn. Want Bibi Dumon Tak legt een verband tussen dit gebrek aan kennis en sowieso de afnemende leeslust in Nederland en het brave, treurige en vooral saaie leesonderwijs, grotendeels aan de hand van een methode die ook nog eens Veilig leren lezen heet. (Bibi: 'kun je dan ook onveilig lezen?')
Ze pleit voor een avontuurlijker leesonderwijs, dat ruimte laat voor verdwalen en ontdekken.

Zoals deze verkorte versie van haar lezing afsluit:

Intussen wijzen de statistieken uit dat we er juist harder op achteruit gaan. We moeten ons losmaken uit de greep van de huidige leesdictatuur. Weg met de bedenkers van lesjes en codes. Daarnaast zouden al die leerkrachten zelf leesonderwijs moeten gaan volgen, want ook zij zijn besmet met het veiligheidsvirus.

We vergeten dat een vangrail een functie heeft. En wij volwassenen moeten een vangrail zijn voor kinderen die leren lezen. Misschien lopen we allemaal wat butsen op, misschien zijn er kinderen die onderuitgaan en die we weer op weg moeten helpen, maar dat doen we met mooie verhalen, dat doen we door ze telkens weer opnieuw op pad te sturen. Door te schragen. Terug het avontuur in waar een onbekende wereld op hen wacht. De wereld van toen, maar ook de wereld van nu. Daar is alleen maar een beetje durf voor nodig en een beetje avontuurlijkheid.

Waarvan akte, met enige instemming. Enige, want er is niets tegen stap voor stap leren lezen en dat vergt een goede aanpak, maar het is de basis en op zich dus niet genoeg.
Een goede school heeft een uitgebreide, up-to-date gehouden bibliotheek of/en een goede werkrelatie met de plaatselijke openbare bibliotheek, en leerkrachten die er de weg in kennen.
 

De gehele lezing is 'in beperkte oplage' uitgegeven door Querido onder de titel Wipneus en zijn schimmelige vriendje Pim en kost € 7,50. De tekst daarvan heb ik gekregen en dus ga ik eerstdaags lezen of er belangrijke verschillen zijn met de in de krant gepubliceerde tekst.
NB. 13-7-2021. Er zijn verschillen - en die doen niets af aan de strekking van het vertoog, maar maken het net wat scherper.

donderdag 27 mei 2021

Standaardnederlands

Van tijd tot tijd las ik in het onlangs verschenen boek Taalwetten maken en vinden, het ontstaan van het Standaardnederlands, geschreven door Nicoline van der Sijs. Ik moest er een goede leespositie voor vinden, want het 622 bladzijden tellende boek is licht van toon maar zwaar van gewicht.
Licht van toon, maar dat wil niet zeggen dat het een immer onderhoudende tekst is. Inleiding, Hoofdstuk 1 en 2 las ik van voor naar achter uit, maar bij hoofdstuk 3 begon ik stukjes over te slaan. Het is hier en daar wel erg veel. Zo worden bijvoorbeeld álle psalmberijmingen behandeld, tsja, dan zie ik toch uit naar een samenvatting - en die zit er dan ook in.
 
Toch vond ik het verrassend te vernemen dat al in de 17e eeuw, ten tijde van de Republiek, werd gezocht naar een geschreven Nederlands (of Nederduits, dat verschil vond men toen niet zo groot) dat voor inwoners uit alle gewesten in de Republiek te lezen viel. 
En dat volgens de auteur, en ze draagt er veel bewijs voor aan, Nederduitse dialecten uit naburige landen in het (toen nog) Heilige Roomse Rijk daarop een grotere invloed hadden dan het idioom van de Zuidnederlanders, hoewel die toch in groten getale naar Noordnederlandse steden trokken. 
En dat men zich toen al druk maakte over spelling, ja, wanneer niet. Nou, in de Middeleeuwen...
En ook de geschiedenis van onze voornaamwoorden voor de tweede persoon is boeiend om te lezen: van du en ghi naar jij en u, met wat omwegen en nog steeds bestaande varianten, met name in Vlaanderen.
 
Ook vond ik het boeiend om te lezen hoe men in die tijd sprak, voor zover dat valt af te leiden uit berijmingen en beschrijvingen uit die tijd en uit het Afrikaans, dat uit het 17e-eeuwse Hollands is voortgekomen. En eindelijk weet ik waarom de Engelstaligen het over double u hebben als ze w bedoelen.
 
Halverwege besloot ik dat ik ging bladeren, hoewel ik een flink deel van hoofdstuk 8 ('Beregeling van de grammatica') en 10 ('Besluit: vorming, verbreiding, onderhoud en verruiming van de standaardtaal') heb doorgelezen, en ook de passages over de zeventiende-eeuwse dichters en toneelschrijvers in hoofdstuk 9 ('De rol van literaire schrijvers'), waar vooral de rol van Bredero me deed terugdenken aan wat ik ooit aan de universiteit leerde.

De laatste alinea van het laatste hoofdstuk (10):

'Nu onze reis ten einde is, willen we de zeilen strijken, de steven naar land wenden, en de haven in lopen, met deze woorden tot besluit [...]: Leef lang, vaar wel, en als je het beter kunt dan ik, publiceer het dan gerust; zo niet, stem dan in met mijn opvattingen.' - met deze woorden eindigde Arnold Moonen in 1706 zijn grammatica, en ik sluit me graag bij hem aan.

Ik ben zo bescheiden om te denken dat ik het niet beter kan. Taalwetten maken en vinden is een monumentaal standaardwerk, en ook nog naslagwerk.
Wie er iets in wil opzoeken, wordt na ruim dertig bladzijden voetnoten en vijfentwintig bladzijden bibliografie geholpen door een index op personen geheten 'Dramatis personae' van vijf bladzijden met naar ruwe schatting zo'n 250 namen, en voorin een zeer uitgebreide inhoudsopgave.
Ik weet zeker dat ik er van tijd tot tijd iets in zal zoeken.
 
En omdat neerlandici soms lekker kunnen haarkloven, citeer ik ook maar het eerste van de drie citaten naast de titelpagina:

'Tot de kwaadwillige lezer.

Ik voel nu al hoe ze mijn boek belasteren,
't Neuswijze gespuis, dat niemand kan behagen.
Want hoe of wat men schrijft, in 't Nederlands, Latijn of Grieks,
Het mishaagt hun allemaal, honing is bij hen venijn.
Al wat een ander doet, durven ze vrijelijk te laken,
Maar zelf schrijven ze niet, ja, ze zouden het niet kunnen.
Daarom zeg ik vrijmoedig: Gij neuswijze haarklovers,
Laat zelf eens iets het licht zien voor gij van mij tol heft.'

(Willem Baudart, 1605, slotfrase van zijn inleiding bij zijn Apophthegmatus Christiana Ofte Ghedenck-weerdighe, Leersaeme ende aerdighe Spreucken.)


Sijs, Nicoline van der. Taalwetten maken en vinden, het ontstaan van het Standaardnederlands. Sterck & De Vreese, 2021. ISBN 978 90 5615 713 6, 622 p.

dinsdag 8 december 2020

Slechte gewoontes

Het lag even onderaan een stapel: de brief van 'een coalitie van hoogleraren Nederlands en onderwijsdeskundigen' in NRC Next 4-11 (en ook online te vinden), waarin ze 'de overheid' aansporen om te 'breken met een aantal hardnekkige gewoontes'.
 
De coalitie bestond uit Jacqueline Bel, Geert Buelens, Peter-Arno Coppen, Yra van Dijk, Marc van Oostendorp, Els Stronks (hoogleraren Nederlands), Karin Echten (docent Nederlands), Sezgin Cihangir (Nederlands Mathematisch Instituut) en Anna Bosman (hoogleraar pedagogiek primair onderwijs).

Kan me voorstellen dat het gezelschap zich 'coalitie' noemde als reactie op die andere coalitie, de Leescoalitie, waaraan het refereert. Dat kwam immers in oktober met een manifest dat 'de oplossing zoekt in het verhogen van het zogeheten "leesplezier"'.
 
'Het is echter de vraag of de oplossing specifiek gezocht moet worden in het bevorderen van plezier; dat laat zich immers slecht afdwingen door het onderwijs. En het is vooral het onderwijs dat gelijk zou moeten trekken wat in de omgeving van de kinderen zo kan wisselen – de aandacht voor het geschreven woord. Welke ingesleten gewoontes moet de overheid loslaten om verbetering te bereiken?'

Nou, daar komen ze, de gewoontes:
 
1
dat we de laatste jaren – ook in het manifest – leren lezen te veel afhankelijk maken van het gezin en de familie. 
Leesvaardigheid mag niet bepaald worden door de kennis en het geld van je ouders. Alle leerlingen hebben recht op onderwijs dat ervoor zorgt dat zij bij het verlaten van de school voldoende leesvaardig zijn. 
 
Waarvan akte. Op dit moment kan minstens tien procent van de schoolverlaters niet voldoende lezen. Zie ook de documentaire Klassen.

2 
dat we op het terrein van technisch lezen (klank-lettercombinaties aanleren en die automatiseren) geen absolute en/of ambitieuze norm hanteren. 

3
dat begrijpend lezen als zelfstandig vak wordt gedoceerd, al in het primair onderwijs. In het voortgezet onderwijs is het vooral een zaak van het schoolvak Nederlands, waar veel aandacht uitgaat naar een beperkt aantal leesstrategieën. 
Om teksten te kunnen begrijpen, is kennis van die strategieën handig maar intussen sneeuwt onder waar leesonderwijs over gaat: nieuwe kennis tot je leren nemen via lezen en leren nadenken, praten en schrijven over wat je leest. 
Bij alle schoolvakken, niet alleen bij Nederlands.
 
4
dat we begrijpend lezen te weinig bouwen op de kracht van fictie; voor het lezen van romans en verhalen is in het Nederlandse onderwijs steeds minder tijd. 
Het PISA-onderzoek laat zien dat in (Europese) landen waar tieners veel fictie lezen de leesvaardigheid significant beter is. Ook leesplezier neemt dan overigens toe.
 
5
dat het vak Nederlands op de middelbare scholen niet meer over de Nederlandse taal en cultuur gaat. Sinds de laatste grote hervorming van het schoolvak, in de jaren ’90, is het accent meer op alledaagse taalvaardigheid dan op taal en cultuur gelegd. Alledaagse taalvaardigheid brengt je echter heel beperkt in contact met de collectieve, culturele en historische kennis waarop onze samenleving is gebouwd. Dit maakt het lezen van teksten die deze kennis vooronderstellen frustrerend, omdat ze moeilijk te begrijpen zijn. 

Nou, daarmee kunnen onze beleidsmakers het doen. Deze aanbevelingen schoffelen de oproep van de Leescoalitie niet onderuit, maar vullen hem aan. Leuke boeken voorlezen is niet genoeg. Mag ik nog aanvullen dat die 'teksten die deze kennis vooronderstellen' liefst op school aanwezig zouden moeten zijn, in een goede biblio- dan wel mediatheek.
 
'Met gewoonten breken is lastig, maar niet onmogelijk', schrijft de geleerde coalitie nog. Zo is het. Nu de politieke wil nog.