Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Tonke Dragt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tonke Dragt. Alle posts tonen

zaterdag 13 juli 2024

Tonke Dragt

is gisteren, vrijdag 12 juli, overleden. Zij was een van de beste kinderboekauteurs van Nederland. Ze schreef al enige tijd niet meer, maar haar werk zal ongetwijfeld nog enige tijd in winkels en bibliotheken aanwezig zijn. Onder meer Trouw, de Volkskrant, NOS, De Telegraaf (jawel) en NRC besteedden aandacht aan haar overlijden. Citaat van Rindert Kromhout, die decennialang met haar bevriend was, uit De Telegraaf:

Kromhout verwacht dat het oeuvre van Dragt gelezen zal blijven worden. „Haar verhalen zijn zo tijdloos, ze worden al zestig jaar gelezen en dat blijft nog even zo” zegt hij. „Ik hoop dat de aandacht voor haar overlijden mensen ertoe aanzet om haar werk te gaan herlezen of anders nu te ontdekken.”

Waarvan acte. Mijn favorieten zijn De brief voor de koning, De geheimen van het Wilde Woud en De Torens van Februari.



maandag 31 januari 2022

Tonke Dragt in Top 100 best verkochte boeken

Interessant nieuwtje eind januari: in 2021 zijn er volgens de CPNB. meer boeken verkocht dan (per jaar) in 2020 en 2019, namelijk 43 miljoen boeken, voor € 647 miljoen, ofwel gemiddeld 15 euro per boek en 2,5 boek per Nederlander of ruim 5 boeken per woning. Het aandeel online verkochte boeken steeg, wat gezien de lockdowns niet alleen aan gemakzucht lag.
De brief voor de koning van Tonke Dragt (Leopold) is met de 6e plek het hoogst genoteerde oorspronkelijk Nederlandstalige kinderboek op de Top 100 best verkochte boeken. Dit boek kwam voor het eerst uit in 1962 en werd in 2021 voor de ‘Geef een boek cadeau’-campagne heruitgegeven. In totaal staan er zestien kinderboeken in de Top 100, zes meer dan in 2020. Mooi zo. Eén titel haalde zelfs de 2e plaats, De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy, vertaald door Arthur Japin (Kok Boekencentrum), met 234.000 verkochte exemplaren.

Op nummer 1 (300.000 ex.) staat De zevende zus van Lucinda Riley, vertaald door Erica Disco, Dieuwke van der Veen, Irene Goes en Anne Jongeling (Xander Uitgevers). 'Het meest populaire genre in de Top 100 was in 2021 de vertaalde literaire roman', liet de CPNB weten. Dat zijn 26 titels, waarvan 15 van Lucinda Riley en verder nog titels van Corina Bomann, Santa Montefiore en Jill Mansell, volgens recensent Toef Jaeger in NRC 28-1-2022 'opgesmukte bouquetreeksboeken', althans die laatste twee, want alleen Jonathan Frantzen en Douglas Stuart schaart zij onder het genre 'literaire roman'.
 
Tja, wat heet literatuur...
 
Opmerkelijk vind ik overigens ook dat het aandeel anderstalige (vrijwel geheel Engelstalige) boeken met 28 % steeg, met vooral titels in de categorie young adult, wat iets anders schijnt te zijn als jongvolwassenen.

maandag 27 november 2017

Het Wilde Woud

Ik geef het toe: zo'n zestig jaar geleden hoorde ik tot die kinderen die graag kaarten tekenden van fantasielanden. Ook nu nog word ik direct geboeid door kaarten. Kaarten van echte landen, maar ook van niet-echte landen. Mijn verbeelding gaat aan de gang.
Ga ik op reis, dan doe ik niets liever dan eerst de kaart bekijken - naar mijn idee bén ik dan al op reis, ik zie landschappen voor me, steden, krijg neigingen om routes te plannen.
Sla ik een boek open en zie ik een kaart, dan trekt die meteen mijn aandacht. Ik kan me niet goed voorstellen dat er mensen zijn die zo'n kaart overslaan en meteen gaan lezen.

Zo'n kaart als deze:



Dat er een ridderfiguur staat afgebeeld, boeit me dan wat minder, maar heerlijk vind ik wel dat er nóg een kaart in dit boek is:




Het plezier van de maker spat er af. De gretige lezer ontdekt de kaarten overigens in omgekeerde volgorde, want de detailkaart staat op de schutpagina's voorin, de andere achterin.

Wie thuis in de jeugdliteratuur is, heeft de kaarten vast meteen herkend: ze komen uit Geheimen van het Wilde Woud van Tonke Dragt, die ook de kaarten tekende, evenals de overige illustraties.
Die titel is natuurlijk ook heerlijk, prikkelt ook meteen de verbeelding, meer nog dan De brief voor de koning, waarop dit verhaal een vervolg is. Geheimen, wie wil die niet kennen?

Beide verhalen horen inmiddels tot de canon van de Nederlandstalige jeugdliteratuur. De brief voor de koning verscheen in 1962, Geheimen van het Wilde Woud in 1965. Van het eerste verscheen in 2017 de 49e druk, van het laatste de 34e druk. Mooie kloeke boeken, met nog een ouderwets omslag.


Tonke Dragt (die op 12 november jl. haar 87e verjaardag beleefde) schrijft omdat ze schrijven wil. Een mooie uitspraak in een interview met Bas Maliepaard, in 2005: 'Als je dan zo nodig een hoger doel moet hebben, is dat het misschien wel: steeds het mooiste boek van de wereld willen schrijven. Je weet niet of het lukt, maar je probeert het wel. Daarom blijf ik schrijven.'

Het is een mooi doel en het is te merken. Eveneens dat ze vanuit het niets, zonder schrijfcursus of wat dan ook, haar eigen onmiskenbare stijl ontwikkelde. Die van een verteller die bovenop haar personages zit, in het verhaal kruipt en haar lezers meesleept. En dat zonder zich zelf met het verhaal te bemoeien met wijze lessen en dergelijke, al is ze niet te beroerd om in het begin even te vertellen wat Tiuri in het voorgaande overkwam, en richt ze zich middels een brief 'aan de lezers van dit boek' rechtstreeks tot ons. De scheidslijn tussen auteur en verteller is dun, in dit geval.

Het is een wonder en een teken van meesterschap dat haar verhalen zich nog steeds makkelijk laten lezen, ondanks hier en daar een woordje dat nu zo snel niet meer in verhalen voor kinderen opduikt, zoals jongelieden of een zinnetje als Bendoe en Ewijn wachten mij in de burcht. Het gaat, zoals goede verhalen betaamt, om belangrijke zaken als vriendschap, liefde, dood en leven, goed en kwaad, gevat in een ingenieuze intrige en met karakters die gaan leven voor de lezer, en er komt geen duur woord aan te pas.



Ik moet bekennen dat ik De brief voor de koning heel lang geleden las (en genoot), maar op de een of andere manier van De geheimen van het Wilde Woud alleen een eerste stuk. Dat verzuim heb ik nu ingehaald en dat was een groot genoegen.
Ik hoef het verhaal niet samen te vatten, dat is alom gedaan en voor wie het niet kent is het zonde om de intrige uit de doeken te doen. Zelfs wie denkt niet zoveel op te hebben met ridderverhalen en gauw melig wordt van vechtende kerels op paarden, ook in een fantasiewereld met toch weer middeleeuwse trekjes, zal zich volgens mij snel gewonnen geven, want dit is een bijzonder verhaal.

Toen Ristridin en zijn schildknaap weg waren gegaan, bleven de vrienden nog een poosje staan en keken peinzend naar het onstuimige water. Piak zong zacht:

'Mijn zwaard en schild leg ik nu neer
bij de oever van de rivier.
Ik voer geen oorlog meer,'

En plotseling stond Tehalon bij hen.
'Dat is een oud lied,' zei hij. 'Telkens wordt het vergeten, maar dan herinneren de mensen het zich weer en zingen het opnieuw.' Hij zweeg even en vervolgde: 'De Hoge Brug is weer herbouwd, en straks zullen velen die zien; iedereen die zal reizen langs de grote weg, van oost naar west en van west naar oost. En wie wil, kan de brug over gaan, om de heer te begroeten die zal wonen in de Tarenburcht.' 
'De Meester van het Wilde Woud,' fluisterde Piak.
'Nee,' zei Tehalon. 'De Heer van de Tarenburcht zal niet meer Meester van het Woud zijn. Hij zal slechts leenman zijn van koning Dagonaut. Maar hij zal, net als zijn voorvader lang geleden, de koning gehoorzamen en de vrede liefhebben. Ik weet dat het zo zal zijn, want hij is mijn zoon.'
'Uw zoon? En u?' vroeg Tiuri zacht.
'Ik trek mij terug ten noorden van de Groene Rivier; daar zijn nog plaatsen die niemand kent. Nooit zullen alle geheimen van het Wilde Woud worden ontraadseld.'



Dragt, Tonke. Geheimen van het Wilde Woud. Leopold, 1965; 34e druk 2017. ISBN 978 90 258 7354 7, 473 p.




dinsdag 11 april 2017

De Zevensprong

Ingewikkelde gebouwen met trappen en spiegels en verborgen ruimtes, doolhoven, mystificaties, raadsels, kruispunten, dubbele persoonlijkheden, verwisselingen, vreemde streken, spiegelingen, parallelle werelden, het was en is een kolfje naar de hand van de oude meesteres Tonke Dragt. Haar werk zit er vol van.
Haar debuut, Verhalen van de tweelingbroers (1961, 'vrij naar Babinase balladen'), gaat over twee broers, Jiacomo en Laurenzo, die zo op elkaar lijken dat men de een vaak voor de ander aanziet. In dit verhaal zit al een tweesprong, en er zijn allerlei zaken in tweeën. Wie in tijden van verkiezingen eens naar inspiratie zoekt, kan er terecht voor de Eerste en de Laatste Partij. (Voer voor sociaal-democraten.)
(Babina, overigens, is het land van de tweelingbroers. Of het ook lijkt op de bestaande streken in India en Slowakije...?)




In De Zevensprong (1966 of 1967), dat ik onlangs ter bespreking kreeg toegestuurd, is de 'jongeman' die er de hoofdrol speelt naar omstandigheden schoolmeester Frans van der Steg of avonturier Frans de Rode. Bondgenoot Rob is soms Roberto, soms de Brozem. Ze wisselen ter plekke.
Het jaar van verschijnen lijkt me ook een mooie mystificatie. Volgens Tonke's brief aan de lezers achterin en volgens Leopold (imprint in het boek) verscheen de eerst druk in 1967, dus vijftig jaar geleden, volgens de KB en Wikipedia in 1966. 

Tonke Dragt houdt er wel van alles met alles te verbinden, zoals een goede verteller betaamt, maar liefst met veel kronkelingen en doodlopende wegen. Doolhoven zoals het Trappenhuis in De Zevensprong.
Heerlijk.
Vind ik, tenminste. Maar ik ben natuurlijk niet de enige, want ze heeft de nodige waardering gekregen, ook voor De Zevensprong. Het werd door Karst van der Meulen bewerkt tot tv-serie (1982), luisterboek en musical (2004). Er is nog een website met van allerlei, o.a. een fietsroute rond Ruurlo, waar de tv-serie werd opgenomen.

Wat die ingewikkelde gebouwen betreft, daarvan dook het eerste wel op in De Zevensprong, als ik het goed heb: het Trappenhuis. In tal van latere verhalen keerden ze terug, bijvoorbeeld in De Torens van Februari of in Zeeën van tijd, met die mooie Januaraanse Ambassade.
Al die Dragtiaanse verbeeldingsparels zijn beschreven in ABC Tonke Dragt; De werelden van Tonke Dragt, een prachtig boek van Joukje Akveld & Annemarie Terhell (2013).

Zo'n herdruk van een klassieker is fijn, vooral als het verhaal een hele tijd niet verkrijgbaar was. Dat was met De Zevensprong geenszins het geval, naar mijn indruk. Maar voor mij was het erg lang geleden dat ik het had gelezen en het leek me prettig om het opnieuw te lezen.

Dat was een plezierige en fascinerende ervaring.
Fascinerend, want aan veel woorden en zinswendingen is te merken dat De zevensprong al 50 (of 51?) jaar oud is. Gelaatsuitdrukking, brommer, een onderwijzer die zijn das rechttrekt, of een leerling in de nek pakt (als-ie dat vandaag-de-dag zou doen, zouden de boze ouders de volgende morgen op de stoep staan...) dan wel uitfoetert, of met zijn vuist op tafel slaat, en een mening huldigt en op zaterdagmorgen lesgeeft, een Brozem (woordspeling met nozem), het is niet van deze tijd.
Gevoegd bij het ontbreken van hedendaagse en in de ogen van veel jonge lezers onmisbare attributen als mobieltjes en computers, is het een wonder dat het verhaal nog steeds overeind blijft.
Dat ligt zeer waarschijnlijk aan de ingenieuze intrige (ik hoef die niet samen te vatten) en de levendige verteltrant. Dat kasteeltje in Ruurlo, bijvoorbeeld, dat een rol speelde in de tv-serie, steekt toch wat gewoontjes af bij:

een krankzinnig huis, een huis uit een nachtmerrie... vol torens en torentjes, met hoekige uitsteeksels en bultige aanbouwsels, met scheve schoorstenen en vreemde staketsels op de daken. Het zag eruit alsof het gegroeid was in plaats van gebouwd, zo grillig waren de omtrekken.

Een echt Dragt-huis. Tekenen kon ze het ook:


Dragtiaans is ook het spelen met verwisselingen en mystificaties. Die dubbele persoonlijkheden noemde ik al, maar mooi is dat hoofdpersoon Frans, meester in het vertellen van zelfverzonnen verhalen aan zijn leerlingen, pas langzaam beseft dat hij nu in een verhaal terechtgekomen is dat hij niet zelf heeft verzonnen, en ook langzaam het idee krijgt dat iemand anders hém in een verhaal plaatst, ja, dat misschien zijn leerlingen er meer van weten.

'Misschien toch wel,'zei Frans langzaam. 'Ik ben er helemaal niet zeker meer van dat het Verhaal van de Zevensprong echt is gebeurd...'
'Meester!'zei Maarten ontsteld. 'U hebt het toch niet verzonnen? Van Gr... Gr... en de schat... van Roberto en zijn kanon, en...'
Frans haalde zijn schouders op. 'Daar laat ik me niet over uit,' zei hij. En hij dacht: Als dit verhaal verzonnen is, heb ik het toch zeker niet zelf gedaan! Ik kan wel wat beters fantaseren. Maar wie deed het dan wel? En hoe kan het dat ik het heb beleefd?

Dit spel met werkelijkheid en fantasie is typerend - en fascinerend.
Heerlijk, nogmaals.



Tonke Dragt. De Zevensprong. Leopold, 33e druk, 2017. 304 p., ISBN 978 09 258 7213 7.

NB. Mooi hè, die 7 aan het eind van het ISBN...




maandag 1 december 2014

'Uitgevers springen soms achteloos om met oud goud in hun fonds'

Op 21 november vond in Den Haag een symposium plaats, georganiseerd door de Jan Campert-stichting, over 'vijf klassieke kinderboeken'.
Die vijf:




Aad Meinderts prees in zijn inleiding natuurlijk de Jan Campert-stichting. Eigenlijk prees hij dus (mede) zichzelf, als voorzitter van het bestuur van die stichting, die zou zijn als een 'ANWB-bord dat wijst naar beloofde land van mooie boeken'.

Helma van Lierop gaf meteen een periodekader aan die vijf klassiekers, door te verwijzen naar een eerste symposium van de Jan Campert-stichting over jeugdliteratuur in 1991, 'Literatuur zonder leeftijd', door Anton Korteweg voorzien van het motto 'Het woelt hier om verandering'.
Vervolgens keerde ze terug naar het congres Boek en Jeugd in 1951 en schoot ze in sneltreintempo door zo'n veertig jaar jeugdliteratuur, te beginnen met en Annie M.G. Schmidt en Han G. Hoekstra, en eindigend bij Els Pelgrom.
Annie M.G. Schmidt en Han G. Hoekstra trokken aandacht met hun werk. Die aandacht werd, aldus Helma van Lierop, vastgehouden door Miep Diekmann, 'de Cassandra van de jeugdliteratuur', en An Rutgers van der Loeff-Basenau.

Volgden de namen Paul Biegel, Tonke Dragt, als 'high fantasy'-achtige auteurs temidden van oprukkend sociaal-realisme en engagement, het soort verhalen dat Willem Wilmink zou verleiden tot het opstel Van elfenland tot echtscheiding. Ze refereerde nog even aan de Griffel der Griffels (2004), die werd toegekend aan De brief voor de koning van Tonke Dragt.
Na dat 'onverbloemde realisme' en de werkgroepen die zich bezighielden met wereldbeelden en wat dies meer zij belandde ze bij Guus Kuijer en zijn Madelief, volgens de auteur 'bekroond om de verkeerde reden', aldus Helma van Lierop, en ze verwees nog even naar Kuijer als pamflettist (Het geminachte kind) en zijn pleidooi voor de 'geïnfantiliseerde volwassene'.
Vervolgens kwam er 'ruimte voor verwondering', met bijvoorbeeld Joke van Leeuwen en Toon Tellegen, en kwamen er auteurs als Imme Dros en Wim Hofman. En er kwam een prijs als de Woutertje Pieterse Prijs, met opzet vernoemd naar een dwars hoofdpersoon.

Ze eindigde zoals gemeld met Els Pelgrom en de vraag wat een kinderboek klassiek maakt.
En daarop had ze (gelukkig) geen pasklaar antwoord.

Klassiek is in dit verband een tekst die vele jaren na verschijnen nog wordt gelezen en gewaardeerd. Hoe dat komt, dat is niet eenvoudig te verklaren. Het ligt voor de hand dat zo'n tekst appelleert aan door velen gedeelde ervaringen en gevoelens, maar welke ervaringen en gevoelens, zie dat maar eens sluitend onder woorden te brengen.

Bregje Boonstra hield een spitse inleiding over de drie meest geprezen titels van Els Pelgrom, te weten De kinderen van het Achtste Woud, De eikelvreters en Kleine Sofie en Lange Wapper, stipte de 'oerthema's' armoede, onrecht, dood en nieuwsgierigheid aan, kwam uit bij het menselijk vermogen als Pelgroms belangrijkste thema en vond dat eigenlijk Kleine Sofie en Lange Wapper hier als klassieke titel vermeld had moeten worden. Ze vermeldde ook dat zowel De kinderen van het Achtste Woud als De eikelvreters niet meer verkrijgbaar zijn. 'Uitgevers springen soms achteloos om met oud goud in hun fonds.'

Sterker, tijdens het interview dat Harry Bekkering later met haar hield, zei Els Pelgrom dat onlangs 800 exemplaren van De eikelvreters door de papierversnipperaar zijn gehaald. Dat kreeg ze te horen toen het al gebeurd was.

Na de gesproken column van haar broer Herman Koch, kwam Harry Bekkering aan het woord over Krassen in het tafelblad, met mooie citaten ('Mevrouwen hebben haar waarmee ze naar de kapper moeten') en een bespreking van de 'kinderblik' als term van de literatuuronderzoeker Maria Lypp. De erkenning van die blik, de waardering ervan, daar gaat het om in goede jeugdliteratuur - zoals Krassen in het tafelblad.
Floortje Zwigtman ('geboren in het jaar van Kruistocht in spijkerbroek', en klassieker die ontbrak in dit rijtje) volgde met een gesproken column over Krassen in het tafelblad. 'Hoe zou het zijn om als volwassene een klassiek kinderboek te lezen dat ik als kind niet las.' En over het 'pijnlijkste moment na een leven van zwijgen', de vergeving aan het eind: 'Stil maar jongen'.

De lunchtijd bood de gelegenheid om het Kinderboekenmuseum weer eens te bekijken.

 

Links een van de zitjes, rechts een geraamte met op tafel glazen voor bloedslobberwijn. Nog nooit gezien, dit museum? Ga vooral eens, liefst met kinderen. Begin met de film Papiria en de inktpotvraat.

In het al genoemde interview, na de lunchpauze, kwamen uiteraard niet alleen die 800 exemplaren van De eikelvreters in de papierversnipperaar langs, maar ook boerderij Herikhuizen en eigen herinneringen als basis voor De kinderen van het Achtste Woud, het compliment dat Annejet van der Zijl ('toen nog onbekend') ooit in NRC Handelsblad gaf voor Kleine Sofie en Lange Wapper, 'Dante voor beginners', en dat ze De eikelvreters eigenlijk bedoeld had voor lezers van zestien en ouder, maar de uitgeverij (Querido) oordeelde daar anders over. 'Maar als jullie er "vanaf tien" op zetten, trek ik het terug'.
En over de veelgehoorde opmerking dat Kleine Sofie en Lange Wapper meer voor volwassenen zou zijn dan voor kinderen: 'Heel vervelend en idioot'.

Annemarie Terhell schetste vervolgens in grote streken een beeld van vier illustratoren: Carl Hollander ('een van de meest vergeten illustratoren van zijn generatie'), Fiep Westendorp, Mance Post en Tonke Dragt. Die laatste was treffend gekozen, want dat Dragt ook illustreert blijft vaak ongenoemd. (Gelukkig niet in ABC Dragt, de werelden van Tonke Dragt.)

Pjotr van Lenteren liet zijn licht schijnen over De kleine kapitein van Paul Biegel - hij veronderstelde, bij wijze van grap, dat hij daarvoor was uitgekozen wegens zijn lengte. Hij kwam uitgebreid terug op de recensie die Kees Fens ooit schreef over dat boek, waarin hij het 'afbrak tot aan de grond'. Zijn vertoog is nu al te lezen op zijn blog. Mooi citaat van Biegel, hij zou gezegd hebben dat zijn fantasie een 'loeiende koe is die iedere dag gemolken moet worden'.

Na de gesproken column van Eva Rovers over De kleine kapitein (met aandacht voor Bange Toontje, 'de enige die een ontwikkeling doormaakt'), kwam nog eens Annemarie Terhell over Tonke Dragt aan het woord. Ze memoreerde o.a. haar opgroeien tussen de Indische wouden en ridderverhalen, de heimwee naar die omgeving. En uiteraard werd vermeld dat het boek The letter for the king (2013! vertaling Laura Watkinson) in Engeland een groot succes is.
Regisseur Pieter Verhoeff vertelde vervolgens in een amusant vertoog de ontstaansgeschiedenis van de film De brief voor de koning. Dat begon als 'troostproject' na het vervallen van de verfilming van het prachtige verhaal Ali en Nino van Kurban Said.

En toen moest ik er vandoor. Daardoor miste ik helaas o.a. de uiteenzetting door Joke Linders over Jip en Janneke.

De lezingen worden gepubliceerd in het Jaarboek 2015 van de Jan Campertstichting, dat in januari 2015 verschijnt.

zaterdag 20 april 2013

Tonke Dragt

Tonke Dragt heeft een zeer eigen plaats in de Nederlandstalige jeugdliteratuur en De brief voor de koning prijkte lang op rijtjes lievelingsboeken van veel jonge lezers, net als (misschien in iets lagere aantallen) Geheimen van het Wilde Woud en Torenhoog en mijlenbreed.


Nu is er een mooi boek verschenen over haar: ABC Dragt, de werelden van Tonke Dragt, 'mede tot stand gekomen dankzij een bijdrage van het Nederlands Letterenfonds'. Auteurs: Joukje Akveld en Annemarie Terhell, een tweetal dat eerder Thé Tjong-Khing – van strip tot sprookje (2010) en Het Gottmer prenten(doe)boek (2011) voortbracht.

Het is zo geschreven dat alle liefhebbers van het werk van Tonke Dragt van 10 tot 100 en ouder er iets aan hebben en dat vind ik knap.
Een ABC, jawel, maar intussen zo opgezet dat het zich ook min of meer chronologisch laat lezen. De A van 'Andere werelden' is dan een soort inleiding, waarna onder B 'Batavia' en 'Boot' volgen, de start van Tonke Dragts leven, onder C 'Collage', D 'Dubbeltalent', 'Driehoeksverhoudingen', 'Dubbelgangers' en 'Dwaas van de Boshut'. Het eindigt met de Z van Zevensprong en Zeeën van tijd, waaruit mag blijken dat de chronologie niet helemaal gehandhaafd kon worden. Maar dat geeft niet, want tussen D en Z bespreekt het tweetal vooral thema's en boeken. Ze hebben hun best gedaan er biografische elementen doorheen te vlechten en de thema's zo te verbinden met de persoon Tonke Dragt. Maar het is wel duidelijk dat Tonke Dragt relatief weinig over zichzelf en vooral veel over haar werk kwijt wou.
Een intrigerende vraag zou bijvoorbeeld kunnen zijn welke de gevolgen van het verblijf in een Jappenkamp (eerst Kramat, daarna Tjideng) heeft gehad. Ze was twaalf toen ze er in terecht kwam en vijftien toen ze het verliet en wat ze erover meldt is zeer beknopt. Of hoe het komt dat de expressieve en levendige Tonke Dragt haar leven lang vrijgezel lijkt te zijn gebleven en vooral de waarde van vriendschap benadrukt (zie p. 155). Een diepte-interview zat er kennelijk niet in. Het dichtst bij de persoon Tonke komen we onder 'Heimwee', p. 61-62. Dat de auteur zich nogal afschermt wordt fraai beschreven onder 'Xantippe', p. 168-169. En zie ook het karige blokje 'Hoe het verder ging' op p. 73. Verder moeten we het doen met haar leven in foto's (p. 141-146), vooral momenten uit haar schrijverschap.
'Net als de magiër Thomtidom is Tonke een kei in het opwerpen van façades, het bouwen van nepgevels. Vanbinnen is huize Dragt volkomen onalledaags en volstrekt anders dan je zou verwachten.
Word je al nieuwsgierig? Je komt er niet zomaar binnen. Het huis wordt even streng bewaakt als de Tarenburcht.' O.a. ('tot voor kort') door de automatische telefoonbeantwoorder met de naam Xantippe. Trouwens ook de naam van een robot in de Januaraanse Ambassade.

Dus maken we vooral kennis met wat de verbeelding van Tonke Dragt ons heeft opgeleverd. Daaraan doet ABC Dragt volledig recht, mede dankzij de vele illustraties in kleur. Want Tonke Dragt is natuurlijk een dubbeltalent (zie D): ze schrijft en tekent. Nou ja, tekenen: dat doet ze ook, en goed, maar haar specialiteit zijn bonte collages en daarvan staat het boek vol, waaronder collages die niet eerder in een boek verschenen, zoals die op p. 17.
Ik kan er heel lang naar kijken, naar zulke collages. Ik heb er een gescand, die van p. 91, en moet meteen melden dat die het origineel ietwat afbreuk doet. Maar toch:


Einstein op bezoek in de Januaraanse Ambassade. (Zie uiteraard J, 'Januaraanse Ambassade'.)
Die op p. 93, de Januaraansae Ambassade op een Driekoningenavond, is nog mooier maar te groot voor mijn scanapparaat. 'Vanuit het Verborgen Dal kun je het zien liggen met zijn tientallen torens, hoog oprijzende muren, balkons, bastions, balustrades en ontelbare ramen. Vanbinnen is het een doolhof van trappen, spiegels, deuren en portalen. Alle klokken zijn er van hun wijzers beroofd, zodat er zeeën van tijd zullen zijn, altijd' (p. 75).
In deze ambassade heeft de verbeelding van Tonke Dragt vorm gekregen, ook letterlijk, want ze heeft er thuis een gebouwd. Deuren, klokken, overgangen naar andere werelden, dat is de kern van de verbeelding van Tonke Dragt. Maar er is meer.
Ik complimenteer de auteurs en de uitgeverij. Ze hebben een mooi boek gemaakt.



Joukje Akveld & Annemarie Terhell. ABC Tonke Dragt; De werelden van Tonke Dragt. Leopold, 2013. ISBN 978 90 258 6114 8. Vla-en-wimpel Griffeljury 2014.