Zoeken in deze blog

dinsdag 20 april 2021

Rap over stotteren

Rapper Typhoon ontving de Willem Wilminkprijs voor zijn rap (een lied kun je zoiets niet noemen) ‘Stotteren’, die hij maakte voor Het Klokhuis. Voor de zevende editie van deze kinderliederenwedstrijd kwamen ruim 150 inzendingen binnen. De jury (Thijs Borsten, Ageeth de Haan, Fay Lovsky, Trudie Lucardie en Jeroen Schipper) nomineerde vijf nummers. ‘Stotteren’ kreeg de prijs. 
 


Vermoedelijk zijn hier vooral de goede bedoelingen bekroond, samen met het effect dat deze troostrijke rap kan hebben. Poëtisch kun je de tekst niet noemen. Wel duidelijk verstaanbaar en begrijpelijk.
De prijs haalde de pers wel (o.a. Trouw, RTL, nu.nl, Klokhuis), maar er was ook weer niet heel veel publiciteit. Dat verdient zo'n initiatief als een prijs voor het beste lied voor kinderen wel.



maandag 12 april 2021

'Een gemankeerde antiquaar'

In SGKJ-Berichten nr. 99 (voorjaar 2021) staat een lezenswaardig interview met emeritus-hoogleraar Piet Buijnsters door Bea Ros. Het interview is overgenomen uit de website Radboud Erfgoed van de Radboud Universiteit.

SGKJ-Berichten is het gedrukte (maar ook online te lezen) orgaan van de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur en waarmee die zich bezighoudt is al in de naam gegeven, al blijft het veronderstelde onderscheid tussen kinder- en jeugdliteratuur rijkelijk vaag, nog vager dan dat tussen jeugdliteratuur en volwassenenliteratuur. De club is springlevend en organiseert o.a. twee keer per jaar een excursie of/en studiebijeenkomst, al heeft het coronavirus SARS-CoV-2 daar even een hindernis voor opgeworpen. Onder de begunstigers vindt men zowel antiquaars als onderzoekers.
Wie Nederlands als moedertaal heeft en zich interesseert voor de geschiedenis van kinderboeken, raad ik van harte aan zich aan te sluiten bij de SGKJ.

In de Berichten is doorgaans van alles te vinden over oude kinderboeken en verzamelaars of onderzoekers van jeugdliteratuur en in de persoon van Piet Buijnsters komt dat mooi bij elkaar. Deze specialist 18e- en 19e-eeuwse letterkunde heeft grote belangstelling voor de jeugdliteratuur uit die periode en verzamelt graag, o.a. oude kinderboeken, maar ook stuiversromannetjes als bijvoorbeeld Berigt omtrent het leven, het karakter en de laatste godsdienst-aandoeningen der beruchte vergiftigster Hester Rebekka Nepping, het soort geschriftjes dat hij zelf 'schurkenlevens' noemt, en tegenwoordig overigens alleen maar 'zestiende-eeuwse grafiek'. 
Uit het interview blijkt dat zijn huis propvol boeken staat. De interviewer krijgt vanwege corona geen rondleiding, maar 'Overal staan boeken, verzekert Buijnsters me. "Alleen op de wc niet."' Zijn vrouw, Leontine Buijnsters-Smet, deelt zijn belangstelling. Samen schreven ze Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800 (1979), Lust en leering. Geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw (2001) en Papertoys. Speelprenten en papieren speelgoed in Nederland (1640-1920) (2005).

Zijn vrouw komt niet aan het woord, maar Piet Buijnsters, die zichzelf op een gegeven moment 'een gemankeerde antiquaar' noemt, lijkt me een onderhoudende verteller. Bea Ros weet in ieder geval smakelijk weer te geven hoe hij vertelt over een van zijn grote helden, de verzamelaar ('boekenjager'), Michel Buisman:

Veel van mijn collega's dachten dat hij allang dood was en schreven over 'wijlen' M. Buisman. Maar ik bezocht hem elke maand in zijn villa in Ede. Alleen, want hij was vrijgezel en bepaald niet gesteld op vrouwen. Hij woonde in een kast van een huis, helemaal vol boeken. Buisman zat daar innig vergenoegd tussen. Hij had nooit meer dan een kwartje voor een boek betaald.
Ik vroeg hem wel eens of ik er een paar mocht overnemen. Maar meer dan één tegelijk wilde hij nooit kwijt en ik moest daarna ook altijd meteen weggaan. Na jaren zei ik: meneer Buisman, er werd nooit getutoyeerd, dat snapt u wel, 'meneer  Buisman, die boeken van u, waar gaan die straks naartoe? Ik ben erin geïnteresseerd.'
Toen hij is overleden, werd ik opgebeld door de notaris. Alles overnemen kon niet, dan had ik er twee huizen bij moeten kopen. Maar ik ben er met mijn Opel record naartoe gereden en ik heb die helemaal volgeladen. De rest is op een veiling verkocht. Ik heb ook de hele correspondentie van Buisman gekregen. Daar zaten nog briefjes bij van leerlingen nadat hij een ongeluk met de tram had gekregen. 'Lieve meester, hoe gaat het nu met uw been?'



 


woensdag 7 april 2021

Na de zondvloed

Er vindt een ramp plaats.
 
Hoeveel verhalen beginnen er, nog afgezien van het bijbelse verhaal over de zondvloed,  met een ramp? Sinds Daniel Defoe's Robinson Crusoe: honderden zo niet duizenden, denk ik. Die ramp in Robinson Crusoe was nog maar een schipbreuk. 'Op een onbewoond eiland', pappadapadipá... Kleine mars door de tijd via Lisa Tetzners Die Kinder auf der Insel (die het er nog redelijk af brachten) naar Lord of the Flies van William Golding. Op dát onbewoonde eiland ging het niet zo goed.
 
Eind 19e eeuw vindt er al een invasie van de wereld plaats. The War of the Worlds, H.G. Wells. De wereld gaat nog niet ten onder.

Een eeuw later vindt een enorme ramp plaats, grotendeels door mensen veroorzaakt, en voor lezers anno nu akelig herkenbaar. De samenleving verkruimelt, overlevers zwerven her en der, vinden een weg op de verwoeste aarde, tussen wonderlijke en door genetische experimenten soms gevaarlijke wezens, en vaak staan ze elkaar naar het leven. De MaddAdam-trilogie, Margaret Atwood. Of Memoirs of a Survivor van Doris Lessing, dat pas griezelig wordt als je de achtergrond tot je laat doordringen. Of in het exuberante The Stone Gods van Jeannette Winterson, waarin de somberheid prachtig wordt samengevat in enkele zinnen uit een dialoog:

"Billie,"said Spike, "why are you crying?"
"Because it's hopeless, because we're hopeless, the whole stupid fucking human race."
"Is that why you are crying?"
"And because I wish there was a landing place that wasn't always being torned up."

Voor wie zoiets als MaddAdam achter de kiezen heeft, blijven er weinig zwartere scenario's over. Dan laat ik de Walking Dead en andere dystopische vechtfilms nog maar buiten beschouwing.

Om dat aan kinderen voor te schotelen... 
 
Nee, dan toch maar De wind wijst de weg van Wouter Klootwijk. Dat is, ook al is de samenleving zo ongeveer verdwenen, een vederlicht, lief, bijna zoet verhaal voor pakweg achtjarigen en ouder. 

 
Acht kinderen hebben een in het vage gelaten ramp overleefd en helpen elkaar met overleven. Hier geen twisten en machtsuitoefening, het is pais en vree, van de ramp weten ze niet veel meer, het eerste personage waarmee we kennismaken weet zelfs haar eigen naam niet meer, alleen dat ze bijkwam en onder een tak lag. De enige volwassene die de kinderen ontmoeten is de schipper van een gestrande visserskotter en hij is hen ter wille met advies en voedsel (gedroogde vissen). Hij verdwijnt wel en dat is een van de kleine bittere noten in het verhaal.
Dat ontdekken ze als ze aan het eind van het verhaal zijn schip voor een tweede keer bezoeken. Hij heeft een briefje achtergelaten:

Vera pakt het briefje, kijkt er lang naar.
'Ik wist niet meer dat ik kan lezen, maar ik zie dat ik het kan. Ik geloof dat het een droevig briefje is.'
Langzaam leest ze het voor.
'Een groet van mij. Ik ben er niet meer. Neem zoveel droge vis mee als je wil. En wat ik nog eens zeggen moet, wat zijn we dom geweest, wij mensen. We hebben alle olie opgemaakt. Het ga jullie goed en wees slim. Bokkum.'

Er is ook sprake van overstroming. Maar wij lezers komen verder niets te weten over die ramp. Het verhaal begint met een jongen en een meisje, gaandeweg komen de anderen erbij, ze leren van elkaar, bouwen samen een soort houten hutten, maken een winter mee en dan houdt het op. Niet lang na dit briefje.
Het is een wonder dat ze nog leven, want ze eten niet meer dan wortels, zaden, droge vis (van dat schip) en bruine bonen - die ze zelf zaaien en oogsten. Van een auteur die toch redelijk wat met voedsel heeft (onder het pseudoniem Ben de Cocq), had ik iets meer aandacht voor hun dieet verwacht.
 
 
 
Zoals ik al schreef, een lief verhaal, maar het biedt volgens mij net iets te weinig, zelfs voor de lezers van pakweg acht en ouder voor wie het bedoeld lijkt. Het bijna collectieve geheugenverlies vind ik een misser, het gaat allemaal net iets te goed en het einde is me te abrupt.

'Hij is dood, denk ik', zegt Josje.
Ze blijven die nacht in de stuurhut en denken aan meneer Bokkum.
Dan lopen ze terug naar huis. Ze nemen de bonen weer mee. En de gedroogde vis. Voor later.
'We moeten slim zijn,' zegt Vera.
'Ja, wanneer gaan we daarmee beginnen?',  zegt Jan.
'Gewoon niet dom doen,' zegt JanJan.
Wies en Josje schateren het uit. Dan vallen ze allemaal om in het gras. Van het lachen. 'Gewoon niet dom doen.'

Einde. Tja.
 

Het is me te lief, het idee dat het ineenstorten van een samenleving alleen te maken heeft met dom doen, en niet met slechtheid. Er ontbreekt spanning in dit verhaal, drama.
Jammer. Mooi thema, ongebruikelijk, zou tot ontroering en nadenken kunnen leiden. Het begint ook veelbelovend, met dat meisje dat niet meer weet hoe ze heet, daarna Jan die haar Vera noemt, de anderen, het vlot... maar daarna zakt het in.
Gemiste kans.
 


Klootwijk, Wouter. De wind wijst de weg. Ills. Irene de Goede. Leopold, 2021. ISBN 978 90 258 80787 3, 82 p.