Zoeken in deze blog

vrijdag 4 september 2026

Poortwachters van de leestijd

Een pleidooi voor schoolbrede leesmomenten in het voortgezet onderwijs: een vast tijdstip waarop gelezen wordt, pakweg een half tot een heel uur, in alle klassen of andere schoolruimtes. Het werkt, volgens Jeroen Dera, hoofddocent aan de Radboud Universiteit, mits schoolbreed gedragen, dus niet gezien als een eigenaardige liefhebberij van de docent Nederlands. 
De kern van dit pleidooi is te vinden in het hoofdstuk 'Leeskwartier voor leesplezier' in deel 4, 'Uit de spagaat', van De spagaat van Jeroen Dera
'Leeskwartier voor leesplezier', maar 'liefst langer dan vijftien minuten, want vijftien minuten worden in de praktijk al snel vijf minuten'. 
 
Dit is dan het eerste en belangrijkste voorstel om 'uit de spagaat' te komen. Die spagaat blijkt te staan voor drie spagaten: 
- 'beleefde en geobserveerde leeswerelden', 
- 'online lezers tussen autonomie en algoritme' en 
- 'lezen als het nu eenmaal moet', een spagaat tussen 'als het moet' en 'als ik wil'.
 
'Ze' lezen niet en haten het vak Nederlands, vooral het literatuuronderwijs.
 
Dat is het beeld dat men heeft van schoolgaande adolescenten, een beeld dat ijverig in stand wordt gehouden doordat men het van elkaar overneemt en het doet het ook zo goed tijdens borrelgesprekken. Ook de 'poortwachters van de leestijd', de docenten literatuuronderwijs, doen hieraan mee.
Uit onderzoek onder de adolescenten zelf blijkt dat ze van elkaar denken dat ze niet van lezen houden en zo mede dat beeld in stand houden. Lezen is niet chill of cool, zoiets.
Maar het klopt niet helemaal. Minstens een derde van de adolescenten leest regelmatig een boek, en nog eens een derde staat er niet zo vijandig tegenover maar zegt 'geen tijd' te hebben. 
 
Het corps boeken dat ze lezen valt echter niet geheel samen met het corps titels dat door die poortwachters aanvaard wordt als besprekenswaardig, wat heet, als 'literatuur'. De ene canon is de andere niet.
Niet geheel is iets anders als geheel niet. Op #BookTok (#BoekTok) aangeprezen titels vallen niet altijd in de smaak van docenten - maar er zijn docenten die veel goed vinden zolang hun leerlingen er iets verstandigs over kunnen zeggen - liefst niet ontleend aan AI. 
'De Lijst' blijkt een monster dat mythische proporties heeft aangenomen - ook in die zin dat het een mythe blijkt dat docenten zo strikt zijn omtrent lijsten. Wel blijkt dat docenten gemiddeld andere titels lezen of voorstellen als hun pupillen. Toch handig, die vele onderzoeken, zowel enquêtes als gesprekken, die Jeroen Dera en collega's uitvoerden. De spagaat staat er vol mee. Daar hebben we wetenschap voor: niet voorschrijven maar uitzoeken hoe het zit. Waarbij toegepaste wetenschap kan leiden tot handige tips, zie boven.
 
En natuurlijk is er die magische categorie literatuur. Die wordt zo weinig en zo vaag omschreven dat in de praktijk geldt: literatuur is wat de docent als zodanig aanduidt. Soms wordt er iets gemompeld over gelaagdheid of diepte. Dera (p. 37):
 
Wat we literatuur noemen, vraagt, kortom, om aftasten en onderhandelen, en dat moet uiteindelijk gebeuren van beide kanten.
 
Lik-me-vestje. Nogmaals, dit is een (lelijk verwoorde) beschrijving van bestaande praktijk, niet een voorschrift.
Zoals taal een dialect is met status (men zegt ook wel: met een leger en een vlag), is literatuur fictie met status. Interessanter dan bij taal is wel de vraag hoe een als literatuur beschouwde tekst aan die status is gekomen. Maar hier is uw recensent even bezig, Dera gaat niet zo ver maar toont wel de 'spagaat' tussen gevestigde opvattingen en de gemiddelde smaak van lezende adolescenten.
 
Die spagaat was er al een tijdje als het om poëzie gaat. Jeroen Dera stipt dat aan onder 'Uit de spagaat?' in 'Breuken en wonden en blaren: over Instagram en TikTok in het poëzieonderwijs'. Hij speelt het klaar om tien pagina's lang opvattingen in kaart te brengen over, inderdaad, 'Instagram en TikTok in het poëzieonderwijs', maar het niet te hebben over die enorme swingende olifant in de kamer, namelijk muziek of preciezer: tekst op muziek.
 
Even een uitstapje naar Kila van der Starre, die in 2021 promoveerde met het proefschrift Poëzie buiten het boek, de circulatie en het gebruik van poëzie, hier gratis te downloaden. Ze werd door John Jansen van Galen geïnterviewd voor Argus 27-8-2026. Kila heeft het in dat interview vooral over poëzie te vinden in 'de openbare ruimte (monumenten, gevels, putdeksels en andere straatpoëzie), sociale media (Instagramgedichten), kranten (overlijdensadvertenties), gebruiksvoorwerpen (de bekende mokken en  badhanddoeken van Plint), de radio (denk aan Candlelight van wijlen Jan van Veen, en aan Ellen Deckwitz) en: het menselijk lichaam' (tattoos) en merkt ook op:
 
In Midden- en Zuid-Amerika is er een samenwerking en kruisbestuiving tussen schrijvers, dichters en muzikanten en worden gedichten vaak op muziek gezet.
 
Niet alleen daar, Kila. Bob Dylan ontving in 2016 nota bene de Nobelprijs voor zijn teksten. Annie M.G. Schmidt schreef poëzie die vaak op muziek is gezet. Al vanouds is het verband tussen poëzie en muziek innig. 
Er zijn stoffige docenten die denken dat poëzie alleen bestaat uit in boekjes gepubliceerde teksten met veel wit om en tussen de regels. Helaas lijkt Dera daar een beetje bij te horen, al wijst hij er op dat je zulke teksten ook op Instagram en elders op het internet kan vinden. Haal de muziek erbij, Jeroen, en die spagaat wordt al minder.
 
Goed, een omissie dus. Maar verder is het een interessant boek, dat bijna verplicht op de leeslijst voor docenten literatuuronderwijs zou moeten staan. 
 

Dera, Jeroen. De spagaat, jonge lezers in tijden van ontlezing. Querido Facto, 2026. ISBN 978 90 2532 089 8, 224 p.