Leuk idee van het enthousiaste groepje recensenten van Vertel eens om een stapeltje boeken te beloven aan wie hun het best weet duidelijk te maken waarom je dat stapeltje zou willen hebben. Ik zou het niet weten. Het zijn allemaal mooie boeken, maar ze hebben behalve dat niets met elkaar te maken.
Nou ja, misschien toch nog iets: het zijn boeken die bestemd zijn voor lezers vanaf tien jaar en ze tonen dat jeugdliteratuur ook literatuur is. Dat mag hier (dit blog) en daar (o.a. Vertel eens) nog steeds benadrukt worden.
Dit blog meandert uit over zaken die (soms wat losjes) met lezen en schrijven te maken hebben. Rode draad: jeugdliteratuur verdient aandacht.
Zoeken in deze blog
dinsdag 19 oktober 2010
maandag 18 oktober 2010
Venema en de anderen
Had ik net dat regeltje geschreven over internet in voorgaand bericht ('Paulus'), krijg ik een telefoontje van een dierbare ex-redactiegenote.
Dat gaat over van alles en nog wat, maar ook over Adriaan Venema, die wat rancuneuze en zeer verbeten auteur over collaboratie en verzet, o.a. in zijn boek Schrijvers, uitgevers & hun collaboratie (1990).
Dat boek is kennelijk vrij van auteursrechten of er is dienaangaande iets geregeld, want het is in zijn geheel te vinden op DBNL, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.
Ze wijst me op bijlage 6 van deel 3a, 'De kleine collaboratie', 'Opgave van de door de Ereraad voor Letterkunde opgelegde uitsluitingen', en dat daarin enige namen te vinden zijn van auteurs van jeugdliteratuur, waaronder auteurs die redelijk gewaardeerd werden als Cor Bruyn, D.A. Cramer-Schaap, Phiny Dick, W.G. van der Hulst, An Rutgers van der Loeff-Basenau, Kees Spierings en Piet Worm.
Ze vond dat wel een nieuwtje. Dat weet ik niet zo, want het gaat om een lijst uit 1990, maar we werden het snel samen eens over de vaststelling dat internet hier wel een bijzondere rol speelt. Wat anders een tamelijk onbekende lijst blijft, alleen te vinden in enkele gespecialiseerde bibliotheken, is nu voor iedereen met een internet-aansluiting toegankelijk.
Overigens was je in Venema's ogen al heel snel een collaborateur, begrijp ik, al heb ik zijn boek nooit gelezen en ga ik dat (ondanks DBNL) ook niet doen.
Dat gaat over van alles en nog wat, maar ook over Adriaan Venema, die wat rancuneuze en zeer verbeten auteur over collaboratie en verzet, o.a. in zijn boek Schrijvers, uitgevers & hun collaboratie (1990).
Dat boek is kennelijk vrij van auteursrechten of er is dienaangaande iets geregeld, want het is in zijn geheel te vinden op DBNL, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.
Ze wijst me op bijlage 6 van deel 3a, 'De kleine collaboratie', 'Opgave van de door de Ereraad voor Letterkunde opgelegde uitsluitingen', en dat daarin enige namen te vinden zijn van auteurs van jeugdliteratuur, waaronder auteurs die redelijk gewaardeerd werden als Cor Bruyn, D.A. Cramer-Schaap, Phiny Dick, W.G. van der Hulst, An Rutgers van der Loeff-Basenau, Kees Spierings en Piet Worm.
Ze vond dat wel een nieuwtje. Dat weet ik niet zo, want het gaat om een lijst uit 1990, maar we werden het snel samen eens over de vaststelling dat internet hier wel een bijzondere rol speelt. Wat anders een tamelijk onbekende lijst blijft, alleen te vinden in enkele gespecialiseerde bibliotheken, is nu voor iedereen met een internet-aansluiting toegankelijk.
Overigens was je in Venema's ogen al heel snel een collaborateur, begrijp ik, al heb ik zijn boek nooit gelezen en ga ik dat (ondanks DBNL) ook niet doen.
Paulus
Een schok van herkenning: ineens hoor ik de openingsmelodie van Paulus de Boskabouter. Ik kijk op het display van de radio en zie: *** dance of an ostracized imp p curzon ronald d corp ***.
Besef dat sommige jeugdherinneringen aan je blijven plakken. Het waren dierbare minuten, die radio-uitzendingen. Achteraf bewondering voor de virtuoziteit waarmee Jean Dulieu (Jan van Oort) al die stemmen weergaf. Achteraf pas ook ontdekte ik dat die mooie stem van een man was die ook goed kon tekenen. De herinneringen blijven die van een stem die veelstemmig was, en die karakteristieke muziek vooraf.
Blijkt natuurlijk dat anderen allang denken te hebben genoteerd om welke muziek het gaat, een deuntje van ene P. Curzon, lees ik niet alleen op het radiodisplay. Ik vind hem terug als Frederick Curzon, en zijn muziekstuk is onder meer te vinden op deel 4 van de cd-reeks 'British Light Music Classics'. Bij de inhoudsopgave staat New London Orchestra/Ronald Corp Hyperion CDA67400 78m DDD, dat verklaart deels dat geheimzinnige ronald d corp. Deels, want ik moet nog verder zoeken om te vinden dat Ronald Corp de stichter is van genoemd orkest, bovendien dirigent en componist.
En wat leer ik verder nog? Dat je die muziek als bladmuziek-pianosolo kon bestellen, als midi van nogal electronische klank gratis kan downloaden en dat de muziek door Jan van Oort zelf en Kees Buurman werd gevonden. Bovendien word ik er in het voorbijgaan aan herinnerd dat bij de omroep ooit alle opnames van Paulus zijn gewist, maar dat een particuliere verzamelaar, een gepensioneerde apotheker, er bijna de helft van kon leveren. Dat stelde Maurits Rubinstein in staat om er een viertal cd's van te maken. Dat laatste wist ik al en ik heb ooit enkele met plezier en heimwee beluisterd. Of de verkoop goed gaat weet ik niet.
Voorts vind ik op Jeugdsentimenten.net het verkeerde stukje, een stukje tv-film, met kinderkoor als entree. Door de samenstellers ook als twijfelachtig gebracht, want, schrijven ze er bij, 'In 1974 komt Paulus opnieuw op de t.v., in een nieuw jasje, met nieuwe figuren, andere stemmen en een nieuwe beginmelodie, maar of dat een verbetering was???' Nee dus. Maar als ik hen was, zou ik een voorbeeld uit de oorspronkelijke opnames plaatsen, met die openingsmelodie.
Over Jean Dulieu vind ik nog een interviewtje met Wim Noordhoek, waaruit blijkt dat hij toentertijd zeer laconiek was over het verdwijnen van de opnames. Maar over Dulieu is natuurlijk nog meer te vinden.
En al deze weetjes binnen een half uur bijeengezocht op internet, met dat stukje muziek en mijn herinneringen als aanleiding.
Kan ik nu nog verklaren waardoor juist deze opnames zo goed bekleven? Kortweg ligt dat volgens mij niet alleen aan de virtuoziteit waarmee die stemmen gebracht werden, maar ook aan de verhalen en personages. Paulus alleen had het, als tamelijk brave kabouter, niet gered zonder allereerst zijn tegenspeelster Eucalypta, onnavolgbaar vertolkt, en zonder Oehoeboeroe, Salomo en Gregorius, allemaal karakters met een verrassend scala aan sterke en minder sterke eigenschappen. In elk verhaal was een zekere dreiging, net als in oude sprookjes, waardoor je als oudere kleuter geboeid werd - en blij was als het dan toch weer net goed afliep.
Besef dat sommige jeugdherinneringen aan je blijven plakken. Het waren dierbare minuten, die radio-uitzendingen. Achteraf bewondering voor de virtuoziteit waarmee Jean Dulieu (Jan van Oort) al die stemmen weergaf. Achteraf pas ook ontdekte ik dat die mooie stem van een man was die ook goed kon tekenen. De herinneringen blijven die van een stem die veelstemmig was, en die karakteristieke muziek vooraf.
Blijkt natuurlijk dat anderen allang denken te hebben genoteerd om welke muziek het gaat, een deuntje van ene P. Curzon, lees ik niet alleen op het radiodisplay. Ik vind hem terug als Frederick Curzon, en zijn muziekstuk is onder meer te vinden op deel 4 van de cd-reeks 'British Light Music Classics'. Bij de inhoudsopgave staat New London Orchestra/Ronald Corp Hyperion CDA67400 78m DDD, dat verklaart deels dat geheimzinnige ronald d corp. Deels, want ik moet nog verder zoeken om te vinden dat Ronald Corp de stichter is van genoemd orkest, bovendien dirigent en componist.
En wat leer ik verder nog? Dat je die muziek als bladmuziek-pianosolo kon bestellen, als midi van nogal electronische klank gratis kan downloaden en dat de muziek door Jan van Oort zelf en Kees Buurman werd gevonden. Bovendien word ik er in het voorbijgaan aan herinnerd dat bij de omroep ooit alle opnames van Paulus zijn gewist, maar dat een particuliere verzamelaar, een gepensioneerde apotheker, er bijna de helft van kon leveren. Dat stelde Maurits Rubinstein in staat om er een viertal cd's van te maken. Dat laatste wist ik al en ik heb ooit enkele met plezier en heimwee beluisterd. Of de verkoop goed gaat weet ik niet.
Voorts vind ik op Jeugdsentimenten.net het verkeerde stukje, een stukje tv-film, met kinderkoor als entree. Door de samenstellers ook als twijfelachtig gebracht, want, schrijven ze er bij, 'In 1974 komt Paulus opnieuw op de t.v., in een nieuw jasje, met nieuwe figuren, andere stemmen en een nieuwe beginmelodie, maar of dat een verbetering was???' Nee dus. Maar als ik hen was, zou ik een voorbeeld uit de oorspronkelijke opnames plaatsen, met die openingsmelodie.
Over Jean Dulieu vind ik nog een interviewtje met Wim Noordhoek, waaruit blijkt dat hij toentertijd zeer laconiek was over het verdwijnen van de opnames. Maar over Dulieu is natuurlijk nog meer te vinden.
En al deze weetjes binnen een half uur bijeengezocht op internet, met dat stukje muziek en mijn herinneringen als aanleiding.
Kan ik nu nog verklaren waardoor juist deze opnames zo goed bekleven? Kortweg ligt dat volgens mij niet alleen aan de virtuoziteit waarmee die stemmen gebracht werden, maar ook aan de verhalen en personages. Paulus alleen had het, als tamelijk brave kabouter, niet gered zonder allereerst zijn tegenspeelster Eucalypta, onnavolgbaar vertolkt, en zonder Oehoeboeroe, Salomo en Gregorius, allemaal karakters met een verrassend scala aan sterke en minder sterke eigenschappen. In elk verhaal was een zekere dreiging, net als in oude sprookjes, waardoor je als oudere kleuter geboeid werd - en blij was als het dan toch weer net goed afliep.
vrijdag 15 oktober 2010
Ongetemde verhalen
Inspirerend verslag door Marita de Sterck over de 'Conference on Reading Promotion and Storytelling for children’ op 6 oktober 2010 in Pretoria. Verhalen voor kinderen - met alles wat het leven kan brengen, dus ook seks en dood. Initiatie in de wereld. Ze deed haar verslag op Villa Kakelbont, zie hier, gedateerd vrijdag 15 oktober.
Marita verzamelde zulke verhalen: zie Stoute meisjes overal, volksverhalen over liefde en lef, of, in de versie voor volwassenen: Bloei, zestig volksverhalen uit de hele wereld die van meisjes vrouwen maken (Manteau).
Het hele congres was een pleidooi voor 'ongetemde verhalen', zoals de Palestijnse vertelster Denes Asad ze noemt, verhalen met zout en peper, eros en thanatos, als 'a cunning reply to the Disneyfication of children’s culture'.
Je kan er het verlangen in lezen naar een wereld waarin kinderen nog naast hun ouders luisterden naar oude verhalen. Die wereld bestaat nog, her en der - maar in Europa en Noord-Amerika wel steeds meer verborgen. De meeste mensen daar vertellen alleen familieverhalen en moppen, de rol van de oude vertellers is overgenomen door boek en film.
Niet alle boeken en films worden geproduceerd door grote bedrijven die met het oog op hun omzet rekening houden met waslijsten al dan niet vermeende gevoeligheden en daardoor nogal gestandaardiseerde en soms versuikerde verhalen leveren, waaruit seks is verbannen en eros en thanatos omzichtig behandeld worden. Maar die grote bedrijven zijn wel smaakmakend.
We hebben een periode achter de rug waarin volwassenen zich inspanden om kinderen te doen opgroeien in hun eigen, zorgvuldig omheinde wereld, een Heile Welt zoals dat in het Duits heette.
Als je Marita's verslag mag geloven, zouden we die periode definitief achter ons hebben gelaten. Enkele gesprekken met gelovige volwassenen volstaan om te beseffen dat dit niet zo is.
Marita verzamelde zulke verhalen: zie Stoute meisjes overal, volksverhalen over liefde en lef, of, in de versie voor volwassenen: Bloei, zestig volksverhalen uit de hele wereld die van meisjes vrouwen maken (Manteau).
Het hele congres was een pleidooi voor 'ongetemde verhalen', zoals de Palestijnse vertelster Denes Asad ze noemt, verhalen met zout en peper, eros en thanatos, als 'a cunning reply to the Disneyfication of children’s culture'.
Je kan er het verlangen in lezen naar een wereld waarin kinderen nog naast hun ouders luisterden naar oude verhalen. Die wereld bestaat nog, her en der - maar in Europa en Noord-Amerika wel steeds meer verborgen. De meeste mensen daar vertellen alleen familieverhalen en moppen, de rol van de oude vertellers is overgenomen door boek en film.
Niet alle boeken en films worden geproduceerd door grote bedrijven die met het oog op hun omzet rekening houden met waslijsten al dan niet vermeende gevoeligheden en daardoor nogal gestandaardiseerde en soms versuikerde verhalen leveren, waaruit seks is verbannen en eros en thanatos omzichtig behandeld worden. Maar die grote bedrijven zijn wel smaakmakend.
We hebben een periode achter de rug waarin volwassenen zich inspanden om kinderen te doen opgroeien in hun eigen, zorgvuldig omheinde wereld, een Heile Welt zoals dat in het Duits heette.
Als je Marita's verslag mag geloven, zouden we die periode definitief achter ons hebben gelaten. Enkele gesprekken met gelovige volwassenen volstaan om te beseffen dat dit niet zo is.
maandag 11 oktober 2010
Russen zijn geen burgers
Igor Yurgens is een adviseur van de regering van Rusland. Volgens Menno Hurenkamp, De Groene Amsterdammer 7-10-2010, heeft hij dit gezegd: 'Russen zijn geen burgers maar een soort stam, massaal dol op belastingontduiken en hun plicht ontlopen.'
Hij deed volgens Menno Hurenkamp deze uitspraak in september op een conferentie 'over de vraag wat de modernisering van Rusland tegenhoudt'.
Zou Yurgens zichzelf ook tot die stam rekenen? Hij is per slot ook een Rus.
En hier zijn burgers dus een type inwoner dat zijn belasting betaalt en zijn plicht doet. Zijn burgerplicht - die term zat er aan te komen.
Wat MH ook nog samenvat als mening van Yurgens: 'voor verandering kan dit land alleen op zijn leiders, niet op zijn bevolking vertrouwen'.
Dat is sterk: die leiders horen dus niet bij de bevolking? En wie is 'dit land' eigenlijk? Een apart iets naast leiders en bevolking? In staat om ergens in te vertrouwen?
(Zie ook Burgers 1.)
Hij deed volgens Menno Hurenkamp deze uitspraak in september op een conferentie 'over de vraag wat de modernisering van Rusland tegenhoudt'.
Zou Yurgens zichzelf ook tot die stam rekenen? Hij is per slot ook een Rus.
En hier zijn burgers dus een type inwoner dat zijn belasting betaalt en zijn plicht doet. Zijn burgerplicht - die term zat er aan te komen.
Wat MH ook nog samenvat als mening van Yurgens: 'voor verandering kan dit land alleen op zijn leiders, niet op zijn bevolking vertrouwen'.
Dat is sterk: die leiders horen dus niet bij de bevolking? En wie is 'dit land' eigenlijk? Een apart iets naast leiders en bevolking? In staat om ergens in te vertrouwen?
(Zie ook Burgers 1.)
zondag 10 oktober 2010
Nooit meer lief
In Vrij Nederland 9-10 een stuk van Anna van Praag, waarin zij een verhaal voor kinderen aankondigt met een hoofdpersoon die valt te omschrijven als 'een rotkind'. Zo wou ze het boek ook noemen, maar dat vond haar uitgever niet goed. Het gaat Nooit meer lief heten en verschijnt op 20 november bij Leopold.
Als ik haar goed begrijp was ze zelf vroeger ook een rotkind, althans een kind dat jat en andere meisjes pest, en wil ze met dit verhaal 'een lans breken voor rotkinderen'.
Sterker, 'bij het boek bied ik workshops aan voor scholen, "lessen voor rotkinderen", waarin ik de quiz "hoe erg ben jij" heb gemaakt. Welke school durft dat aan?'
Jammer.
Sensationeler was het geweest als ze niks geen 'lans had gebroken', want dat riekt toch weer naar hulpverlening, op het rechte pad brengen enzovoort. Heet begrijpelijk, want rotkinderen worden soms rotmensen en daar heeft niemand iets aan, er zijn al genoeg rotmensen. Anna van Praag beschouwt zichzelf inmiddels niet meer als rotmens - ze kijkt terug op het kind dat ze was. Ze wil, denk ik, begrip kweken met haar verhaal.
Uit literair oogpunt was het heel interessant geweest als er een kinderboek zou verschijnen waarin de held echt een rotkind is - en blijft, tot en met het einde en wel zo dat er voor de lezer geen ontsnappen aan is: wegleggen of meegaan (dus virtueel mee rot zijn). Hoe zouden recensenten reageren? En potentiële kopers? Een buitenkansje.
Natuurlijk heeft kinderboekwinkelier Rietje Nivard, aangehaald in het stuk, gelijk als ze zegt: "Kinderen waar iets mee is, dat verkoopt inderdaad heel slecht. Dat is geen leuk cadeautje." 'Want ja,' concludeert Anna van Praag ten slotte, 'dat zijn kinderboeken dus: een cadeautje dat wij grote mensen aan onze kinderen geven. Kinderboekenweek is cadeautjestijd. En hoe verleidelijk is het om iets te geven dat lekker veilig is? Pippi Langkous, altijd goed, en o wat zijn kinderen toch leuk.'
Daarmee haalt ze, wellicht met opzet, een icoon aan dat bekend staat als 'stout' en 'opstandig', maar niet als rotkind. Eerder al gaf ze een kleine leesautobiografie, met deze observatie erbij: 'Een onoverbrugbare kloof lijkt er te liggen tussen de helden uit mijn boeken die consequent opkomen voor de zwakkeren en mijn eigen gedrag - en toch blijf ik stug doorlezen.'
Of het van invloed is geweest?
Anna van Praag noteert dat ze op de middelbare school al 'een stuk braver' was. Ze bleef kinderboeken lezen, 'misschien omdat ik blijf zoeken naar het rotkind dat ikzef was'. 'Ik vind haar niet.' Hoewel, een boek als Lieveling boterbloem, waarin ene meisje haar lievelingspop mishandelt, komt dichtbij en 'lees ik opnieuw en opnieuw'.
Zouden een groeiend bewustzijn en rot zijn elkaar uitsluiten?
Als ik haar goed begrijp was ze zelf vroeger ook een rotkind, althans een kind dat jat en andere meisjes pest, en wil ze met dit verhaal 'een lans breken voor rotkinderen'.
Sterker, 'bij het boek bied ik workshops aan voor scholen, "lessen voor rotkinderen", waarin ik de quiz "hoe erg ben jij" heb gemaakt. Welke school durft dat aan?'
Jammer.
Sensationeler was het geweest als ze niks geen 'lans had gebroken', want dat riekt toch weer naar hulpverlening, op het rechte pad brengen enzovoort. Heet begrijpelijk, want rotkinderen worden soms rotmensen en daar heeft niemand iets aan, er zijn al genoeg rotmensen. Anna van Praag beschouwt zichzelf inmiddels niet meer als rotmens - ze kijkt terug op het kind dat ze was. Ze wil, denk ik, begrip kweken met haar verhaal.
Uit literair oogpunt was het heel interessant geweest als er een kinderboek zou verschijnen waarin de held echt een rotkind is - en blijft, tot en met het einde en wel zo dat er voor de lezer geen ontsnappen aan is: wegleggen of meegaan (dus virtueel mee rot zijn). Hoe zouden recensenten reageren? En potentiële kopers? Een buitenkansje.
Natuurlijk heeft kinderboekwinkelier Rietje Nivard, aangehaald in het stuk, gelijk als ze zegt: "Kinderen waar iets mee is, dat verkoopt inderdaad heel slecht. Dat is geen leuk cadeautje." 'Want ja,' concludeert Anna van Praag ten slotte, 'dat zijn kinderboeken dus: een cadeautje dat wij grote mensen aan onze kinderen geven. Kinderboekenweek is cadeautjestijd. En hoe verleidelijk is het om iets te geven dat lekker veilig is? Pippi Langkous, altijd goed, en o wat zijn kinderen toch leuk.'
Daarmee haalt ze, wellicht met opzet, een icoon aan dat bekend staat als 'stout' en 'opstandig', maar niet als rotkind. Eerder al gaf ze een kleine leesautobiografie, met deze observatie erbij: 'Een onoverbrugbare kloof lijkt er te liggen tussen de helden uit mijn boeken die consequent opkomen voor de zwakkeren en mijn eigen gedrag - en toch blijf ik stug doorlezen.'
Of het van invloed is geweest?
Anna van Praag noteert dat ze op de middelbare school al 'een stuk braver' was. Ze bleef kinderboeken lezen, 'misschien omdat ik blijf zoeken naar het rotkind dat ikzef was'. 'Ik vind haar niet.' Hoewel, een boek als Lieveling boterbloem, waarin ene meisje haar lievelingspop mishandelt, komt dichtbij en 'lees ik opnieuw en opnieuw'.
Zouden een groeiend bewustzijn en rot zijn elkaar uitsluiten?
Drie-en-een-half boek per maand
In opdracht van de Nederlandse Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) heeft het onderzoeksbureau The Choice een onderzoek gehouden onder 6.945 Nederlandse kinderen en jongeren, tussen 7 en 17 jaar, volgens het persbericht 'gelijk verdeeld over basis- en voortgezet onderwijs'. Ik citeer verder (de links heb ik aangebracht, bronnen zowel VOB als Villa Kakelbont):
'Daaruit blijkt dat zij gemiddeld 3,6 boeken per maand lezen. Dat aantal neemt af naarmate de kinderen ouder worden; in de leeftijdsgroep van 16 tot 17 jaar leest men nog maar 2,8 boeken per maand. De uitschieters zijn de 7- tot 9-jarigen die gemiddeld 5,5 boeken per maand lezen.
Bijna 9 op de 10 kinderen had de afgelopen maand één of meerdere boeken gelezen. 20 % van de ondervraagden leest omdat de ouders dat willen. Vrienden blijken geen grote rol te spelen in het leesgedrag; slechts 5 % leest omdat zijn/haar vrienden dat ook doen. 16 % vindt lezen moeilijk.
The Choice voerde het onderzoek in samenwerking met 35 bibliotheken. Het onderzoek karakteriseert de doelgroep in vijf segementen, volgens levensfilosofie: de materialisten, avonturiers, bedachtzamen, sociaal betrokkenen en individualisten. Die zijn vervolgens gekoppeld aan een eerder gemaakt segmentatiemodel voor volwassen leden, de zogenaamde Mosaicsegmentatie.
De oorspronkelijke bedoeling was om per bibliotheek rapportages aan te bieden met betrekking tot de verdeling van de jongerensegmenten bij desbetreffende bibliotheek, maar daar wordt van afgezien omdat de getrokken steekproef te klein is.
The Choice beveelt aan:
- Meer in te delen op basis van leeftijdsgroep
- Bij 7-9-jarigen ouders en onderwijs meer te betrekken
- Collectie en activiteiten voor 10-12-jarigen op dezelfde afdeling als die voor 13+
- Bij 13-15-jarigen de bibliotheek meer positioneren als multimediaal ontmoetingscentrum
- Bij 16-17-jarigen de bibliotheek positioneren als ‘studiemediacentrum’
- Algemeen: de doelgroep nauw betrekken bij de plannen.'
Dit onderzoek pakt volgens mij niet slecht uit voor de bibliotheken als leverancier van leesgoed aan kinderen en jongeren, want ik herinner me dat je uit de statistieken van boekverkopers kan afleiden dat er hooguit 2 kinderboeken per jaar per inwoner worden verkocht. Van de ruim 16 miljoen inwoners die Nederland telt, zijn er ongeveer 2 miljoen 0-10 jaar (bron: Al@din, op gezag van CBS) en 4 miljoen jonger dan 20 (bron: CBS). Als ik nu even uitga van 3 miljoen jonge inwoners van 0-15 jaar, dan komt dat neer op zo'n 5 boeken per jaar per jonge inwoner en dat is veel minder dan de ruim 40 boeken die ze volgens dit bibliotheekonderzoek zouden lezen. Ja, ja, dit is natuurlijk wel een heel snelle los-uit-de-pols gemaakte schatting, maar toch.
Er even van uitgaande dat het goed is dat kinderen en jongeren lezen, valt dus te zeggen: goed werk, bibliotheken!
Maar van die aanbevelingen krijg ik, dankzij ruim dertig jaar ervaring met bibliotheken, wel een déjà vu-gevoel.
Over de statistieken van boekverkopers nog dit: blijkens recente cijfers van onderzoeksbureau GfK bedroeg de omzet aan 'kinderboeken' in 2009 89,4 miljoen euro. Met een (schat ik) gemiddelde verkoopprijs van € 19,50 per boek zou dat ruim 450.000 boeken zijn. Leg ik de gemiddelde prijs op 14,50 dan komt er ruim 610.000 boeken uit. Ga ik van die 3 miljoen inwoners van 0-15 jaar uit, dan kom ik in beide gevallen op nog geen één boek per jaar per inwoner van 0-15 jaar...
Die herinnering van mij was veel te rooskleurig.
'Daaruit blijkt dat zij gemiddeld 3,6 boeken per maand lezen. Dat aantal neemt af naarmate de kinderen ouder worden; in de leeftijdsgroep van 16 tot 17 jaar leest men nog maar 2,8 boeken per maand. De uitschieters zijn de 7- tot 9-jarigen die gemiddeld 5,5 boeken per maand lezen.
Bijna 9 op de 10 kinderen had de afgelopen maand één of meerdere boeken gelezen. 20 % van de ondervraagden leest omdat de ouders dat willen. Vrienden blijken geen grote rol te spelen in het leesgedrag; slechts 5 % leest omdat zijn/haar vrienden dat ook doen. 16 % vindt lezen moeilijk.
The Choice voerde het onderzoek in samenwerking met 35 bibliotheken. Het onderzoek karakteriseert de doelgroep in vijf segementen, volgens levensfilosofie: de materialisten, avonturiers, bedachtzamen, sociaal betrokkenen en individualisten. Die zijn vervolgens gekoppeld aan een eerder gemaakt segmentatiemodel voor volwassen leden, de zogenaamde Mosaicsegmentatie.
De oorspronkelijke bedoeling was om per bibliotheek rapportages aan te bieden met betrekking tot de verdeling van de jongerensegmenten bij desbetreffende bibliotheek, maar daar wordt van afgezien omdat de getrokken steekproef te klein is.
The Choice beveelt aan:
- Meer in te delen op basis van leeftijdsgroep
- Bij 7-9-jarigen ouders en onderwijs meer te betrekken
- Collectie en activiteiten voor 10-12-jarigen op dezelfde afdeling als die voor 13+
- Bij 13-15-jarigen de bibliotheek meer positioneren als multimediaal ontmoetingscentrum
- Bij 16-17-jarigen de bibliotheek positioneren als ‘studiemediacentrum’
- Algemeen: de doelgroep nauw betrekken bij de plannen.'
Dit onderzoek pakt volgens mij niet slecht uit voor de bibliotheken als leverancier van leesgoed aan kinderen en jongeren, want ik herinner me dat je uit de statistieken van boekverkopers kan afleiden dat er hooguit 2 kinderboeken per jaar per inwoner worden verkocht. Van de ruim 16 miljoen inwoners die Nederland telt, zijn er ongeveer 2 miljoen 0-10 jaar (bron: Al@din, op gezag van CBS) en 4 miljoen jonger dan 20 (bron: CBS). Als ik nu even uitga van 3 miljoen jonge inwoners van 0-15 jaar, dan komt dat neer op zo'n 5 boeken per jaar per jonge inwoner en dat is veel minder dan de ruim 40 boeken die ze volgens dit bibliotheekonderzoek zouden lezen. Ja, ja, dit is natuurlijk wel een heel snelle los-uit-de-pols gemaakte schatting, maar toch.
Er even van uitgaande dat het goed is dat kinderen en jongeren lezen, valt dus te zeggen: goed werk, bibliotheken!
Maar van die aanbevelingen krijg ik, dankzij ruim dertig jaar ervaring met bibliotheken, wel een déjà vu-gevoel.
Over de statistieken van boekverkopers nog dit: blijkens recente cijfers van onderzoeksbureau GfK bedroeg de omzet aan 'kinderboeken' in 2009 89,4 miljoen euro. Met een (schat ik) gemiddelde verkoopprijs van € 19,50 per boek zou dat ruim 450.000 boeken zijn. Leg ik de gemiddelde prijs op 14,50 dan komt er ruim 610.000 boeken uit. Ga ik van die 3 miljoen inwoners van 0-15 jaar uit, dan kom ik in beide gevallen op nog geen één boek per jaar per inwoner van 0-15 jaar...
Die herinnering van mij was veel te rooskleurig.
Solomon Burke
Voor iemand van zijn gewicht heeft de vandaag op Schiphol overleden Solomon Burke het nog lang uitgehouden. Hij werd 70 jaar. Genoeg om een prachtig oeuvre na te laten, want wat kon die man zingen.
Ik kreeg het bericht op Nu.nl, met een Youtube-filmpje erbij ingebed. Daarop zingt en speelt hij 'None of us are free'. Ter begeleiding zingt een rijtje in wit gestoken mannen mee. En ik weet niet of het te maken heeft met de zonnebrillen op die oude zwarte koppen en die witte tanden, maar er ploppen reclames op over tandenpoets en Smokey Eye make-up... (Deze reclame ontbreekt overigens op de echte Youtube-versie.)
En hoe komt het dat-ie op Schiphol is overleden? Hij zou 12 oktober een optreden geven in Paradiso, samen met De Dijk. Dat had hij al eerder gedaan: zie (bijvoorbeeld) hier.
Ik kreeg het bericht op Nu.nl, met een Youtube-filmpje erbij ingebed. Daarop zingt en speelt hij 'None of us are free'. Ter begeleiding zingt een rijtje in wit gestoken mannen mee. En ik weet niet of het te maken heeft met de zonnebrillen op die oude zwarte koppen en die witte tanden, maar er ploppen reclames op over tandenpoets en Smokey Eye make-up... (Deze reclame ontbreekt overigens op de echte Youtube-versie.)
En hoe komt het dat-ie op Schiphol is overleden? Hij zou 12 oktober een optreden geven in Paradiso, samen met De Dijk. Dat had hij al eerder gedaan: zie (bijvoorbeeld) hier.
zaterdag 9 oktober 2010
Maartje Bakker ontmoet de burger
Laatst kwam ik wel drie keer zijn schaduw tegen: de burger. Zo merkte journalist Maartje Bakker in de Volkskrant van 2 oktober op dat 'politie, rechtspraak, wetenschap en financiële instellingen aangaven dat ze het afnemende vertrouwen bij de burger als een probleem zien'.
Dus dienders, rechercheurs, advocaten, rechters, aanklagers, onderzoekers, bankbedienden en bankdirecteuren zijn geen burgers, leid ik hieruit af.
Journalist Jeroen Trommelen ziet in de Volkskrant van 5 oktober in het proces tegen Wilders 'een voorbeeld van de toegenomen macht die burgers opeisen in de rechtszaal'. Nu weet ik het zeker: advocaten, rechters en aanklagers zijn geen burgers.
Maartje Bakker heeft de burger ontmoet! Want 'vraag je het de burger, dan geeft hij aan dat hij de klimaatwetenschapper, de gezondheidswetenschapper die adviseert over baarmoederhalskankervaccins, en de politieagent op straat niet vertrouwt'. Onderzoekers zijn dus geen burgers en zij die het klimaat en baarmoederhalskanker bestuderen al helemaal niet. En de politieagent op straat evenmin. Thuis wel? Vast niet.
Behalve misschien als zij trouwt met een boer die niet meer wil boeren. Want zo'n type kiest (Volkskrant 30 september, p. 11) 'voor een burgerbestaan'. Boeren zijn dus ook al geen burgers maar kunnen wel kiezen voor een burgerbestaan, net als militairen, die zich, geloof ik, ook al niet als burger zien Wat is een burgerbestaan?
Help! Waar is de burger? Wie is de burger? Nee, even geen flauwe grappen over hamburgers en zo.
Misschien kom ik wel in aanmerking. Want ik ben geen diender, geen rechercheur, advocaat, rechter, aanklager, bankbediende of -directeur, geen soldaat en zeker geen boer. Ook praktiseer ik niet als wetenschapper. Maar ik ben er wel voor opgeleid en onderzoek graag. Oei, twijfel.
In de Middeleeuwen waren er slaven, lijfeigenen, poorters, boeren, monniken, priesters, edellieden en leden van de Blauwe Schuit. Als ik het etymologisch woordenboek mag geloven was burger een ander woord voor poorter, en poorters waren vrije bewoners van de stad.
Later werd er ook wel gesproken over boeren, burgers en buitenlui. Ook in die trits horen de burgers in de stad thuis en in woorden als citizen, citoyen, ciudadano en grazjdane (Russisch) hoor ik ook de stad klinken.
Aha. Burgers zijn dus stadsbewoners die niet werken bij politie, juristerij, leger, onderzoeksinstellingen en gezondheidszorg. Als ze de politiek ingaan raken ze ook hun burgerschap kwijt, want politici hebben het ook erg vaak over burgers op een wijze die suggereert dat ze daarmee niet zichzelf bedoelen.
Is de burger een deftige vertegenwoordiger van het volk?
Dat roept herinneringen in me op aan lesjes over de Franse revolutie. Noemden die revolutionairen hun landgenoten niet citoyens? De koning en andere edellieden telden, meen ik niet mee en dat kon ook niet, want die waren over de kling gejaagd. Toch een troebele bron: de revolutiemakers stelden, als ik het goed heb, in 1789 een stuk op over les Droits de l'Homme et du Citoyen. De rechten van de mens en de burger.
Het wordt steeds gekker: mensen en burgers als twee verschillende categorieën? Of waren sommige mensen meer mens dan anderen en daarom citoyen?
Hoe dan ook hadden niet alleen mensen maar ook burgers ineens rechten. Aangezien tegenwoordig iedereen voor de wet gelijk is, is dus ineens iedereen een burger.
Maar wat is dan merkwaardig dat met burger haast altijd iemand anders wordt bedoeld dan de spreker of schrijver. Zelden hoor je 'wij burgers...', nee, als regel duikt de burger in politieke teksten op als een wat griezelig beest, dat weliswaar rechten en plichten heeft (tegenwoordig steeds meer plichten), maar verder een beetje omzichtig behandeld en verzorgd dient te worden. Of gemanipuleerd.
Dat geldt ook voor het volk. Maar daarover (avanti popolo!) en over stammen een andere keer.
Ik blijf zoeken naar de burger en zal daarover berichten.
Dus dienders, rechercheurs, advocaten, rechters, aanklagers, onderzoekers, bankbedienden en bankdirecteuren zijn geen burgers, leid ik hieruit af.
Journalist Jeroen Trommelen ziet in de Volkskrant van 5 oktober in het proces tegen Wilders 'een voorbeeld van de toegenomen macht die burgers opeisen in de rechtszaal'. Nu weet ik het zeker: advocaten, rechters en aanklagers zijn geen burgers.
Maartje Bakker heeft de burger ontmoet! Want 'vraag je het de burger, dan geeft hij aan dat hij de klimaatwetenschapper, de gezondheidswetenschapper die adviseert over baarmoederhalskankervaccins, en de politieagent op straat niet vertrouwt'. Onderzoekers zijn dus geen burgers en zij die het klimaat en baarmoederhalskanker bestuderen al helemaal niet. En de politieagent op straat evenmin. Thuis wel? Vast niet.
Behalve misschien als zij trouwt met een boer die niet meer wil boeren. Want zo'n type kiest (Volkskrant 30 september, p. 11) 'voor een burgerbestaan'. Boeren zijn dus ook al geen burgers maar kunnen wel kiezen voor een burgerbestaan, net als militairen, die zich, geloof ik, ook al niet als burger zien Wat is een burgerbestaan?
Help! Waar is de burger? Wie is de burger? Nee, even geen flauwe grappen over hamburgers en zo.
Misschien kom ik wel in aanmerking. Want ik ben geen diender, geen rechercheur, advocaat, rechter, aanklager, bankbediende of -directeur, geen soldaat en zeker geen boer. Ook praktiseer ik niet als wetenschapper. Maar ik ben er wel voor opgeleid en onderzoek graag. Oei, twijfel.
In de Middeleeuwen waren er slaven, lijfeigenen, poorters, boeren, monniken, priesters, edellieden en leden van de Blauwe Schuit. Als ik het etymologisch woordenboek mag geloven was burger een ander woord voor poorter, en poorters waren vrije bewoners van de stad.
Later werd er ook wel gesproken over boeren, burgers en buitenlui. Ook in die trits horen de burgers in de stad thuis en in woorden als citizen, citoyen, ciudadano en grazjdane (Russisch) hoor ik ook de stad klinken.
Aha. Burgers zijn dus stadsbewoners die niet werken bij politie, juristerij, leger, onderzoeksinstellingen en gezondheidszorg. Als ze de politiek ingaan raken ze ook hun burgerschap kwijt, want politici hebben het ook erg vaak over burgers op een wijze die suggereert dat ze daarmee niet zichzelf bedoelen.
Is de burger een deftige vertegenwoordiger van het volk?
Dat roept herinneringen in me op aan lesjes over de Franse revolutie. Noemden die revolutionairen hun landgenoten niet citoyens? De koning en andere edellieden telden, meen ik niet mee en dat kon ook niet, want die waren over de kling gejaagd. Toch een troebele bron: de revolutiemakers stelden, als ik het goed heb, in 1789 een stuk op over les Droits de l'Homme et du Citoyen. De rechten van de mens en de burger.
Het wordt steeds gekker: mensen en burgers als twee verschillende categorieën? Of waren sommige mensen meer mens dan anderen en daarom citoyen?
Hoe dan ook hadden niet alleen mensen maar ook burgers ineens rechten. Aangezien tegenwoordig iedereen voor de wet gelijk is, is dus ineens iedereen een burger.
Maar wat is dan merkwaardig dat met burger haast altijd iemand anders wordt bedoeld dan de spreker of schrijver. Zelden hoor je 'wij burgers...', nee, als regel duikt de burger in politieke teksten op als een wat griezelig beest, dat weliswaar rechten en plichten heeft (tegenwoordig steeds meer plichten), maar verder een beetje omzichtig behandeld en verzorgd dient te worden. Of gemanipuleerd.
Dat geldt ook voor het volk. Maar daarover (avanti popolo!) en over stammen een andere keer.
Ik blijf zoeken naar de burger en zal daarover berichten.
vrijdag 8 oktober 2010
Vakvrouw
Gisteren heeft zich een vakvrouw naast de brievenbus gevestigd. Wat een bouwwerk - het is het mooiste web van de tuin.
Dit is ze van dichtbij:
Nawoord: ze heeft het drie dagen uitgehouden. Daarna waren zij en haar web verdwenen.
Dit is ze van dichtbij:
Nawoord: ze heeft het drie dagen uitgehouden. Daarna waren zij en haar web verdwenen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
16cm100dpi.jpg)
10cm100dpi.jpg)