Zoeken in deze blog

maandag 19 januari 2026

Op zoek naar mensapen

 Hallo allemaal, ik ben Huw!
 
 

Hee, die kennen we! Zie hier, waar hij verschijnt als vogelexpert en 'experienced polar guide'. 
De man blijkt dus ook nog verstand van mensapen te hebben, wat niet echt blijkt uit zijn Wiki-pagina. (Maar misschien moet die een update krijgen...)
Het boek Eten gorilla's bananen? heeft dezelfde opzet als Houden pinguïns van de kou?, met dezelfde voor- en nadelen. Voor het gemak citeer ik:
 
Huw? Blijkt Welsh te zijn, de Welshe variant op Hugo. Rijmt op het Engelse woord dew (dauw). Toevallig heeft de verteller dezelfde voornaam als een van de auteurs, Huw Lewis Jones en waarachtig, ze lijken op elkaar. Deze Huw is niet alleen auteur, hij is ook een 'experienced polar guide, over the last decade Huw has wandered on both sides of Antarctica and in the Arctic', volgens Poseidon Expeditions. Naast Huw staat 'Sam', die zich presenteert als pinguïntekenaar, in de flaptekst 'vogelkenner' wordt genoemd en volgens haar website een illustrator is met een wat cartooneske stijl.
Werkt zo'n presentatie? Ik weet het niet. Het gevolg is wel dat de lezer rechtstreeks wordt aangesproken, mogelijk vinden sommige kinderen dat aantrekkelijk. Maar het leidt ook tot gewauwel.
 
De websites waarnaar werd verwezen zijn niet echt veranderd, dus Huw blijft poolexpert en Sam een illustrator met een cartooneske stijl. Ze wordt in de flaptekst van Eten gorilla's bananen? niet aangeduid als apenkenner, Huw evenmin als apenexpert. 
 
Sam Caldwell tekent de mensapen redelijk adequaat, op de ogen na: die zijn verdisneyficeerd, cartoon-ogen geworden, net als die van de ook wat stripfiguur-achtige mensen. Jammer.
 
 

Huw mag dan een poolexpert zijn, hij biedt correcte en levendig geschreven wetenswaardigheden over onze verwanten, de mensapen. Meer dan eens benadrukt hij dat wij mensen ook een soort mensapen zijn, zoals in dit overzicht:


Het zal tegen het zere been zijn van hen die geloven dat de mens en alleen de mens van goddelijke oorsprong is.
Fijn is dat er ook drie bekende onderzoekers van mensapen kort worden voorgesteld, Jane Goodall, Dian Fossey en Biruté Galdikos, en dat er een dubbelpagina is besteed aan King Kong en de Yeti.
Wijs is ten slotte deze passage:
 
Mensachtig
 
'Antropomorfisme' betekent dat menselijke eigenschappen, ideeën en emoties worden toegeschreven aan niet-menselijke wezens of dingen. Dit doen we vaak bij dieren, als we vinden dat ze er net als wij uitzien of zich menselijk gedragen. Je voorstellen hoe dieren zich voelen, kan helpen om je ermee verbonden te voelen of je voor ze te interesseren. Maar je moet nooit vergeten dat dieren de wereld op heel andere manieren ervaren dan wij en dat ze vaak niet dezelfde behoeften hebben.
 
Misschien een van de moeilijkste stukjes in het boek... ook voor volwassenen.
 
 
Lewis Jones, Huw, en Sam Caldwell. Eten gorilla's bananen? Vertaling Steven Blaas. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1691 4, 48 p. Orig.: Do Gorilla's Eat Banana's? Thames & Hudson, 2025.   

zaterdag 17 januari 2026

Bert en Ernie 50

Dat uitgerekend Margreet Dolman erop moest wijzen... nou ja, Paul Haenen dus, de stem achter Bert. Het interview in het lifestyle-magazine van de Volkskrant 17-1-2026 ging over Margreet Dolman, want die bestaat 50 jaar. 

 
Maar niet alleen zij! Ook Bert en Ernie van Sesamstraat hebben de vijftig gehaald: op 4 januari 1976 vond de eerste uitzending plaats, zes jaar na de Amerikaanse start van Sesame Street. Op de publieke omroep (NTR Zappelin) zijn ze nog elke dinsdag 's morgens erg vroeg te zien (6.20, fijn dat je kan programmeren) en sinds kort heeft Netflix ze ook.
Paul Haenen:
 
Wim en ik zijn de oudste Bert en Ernie ter wereld. Ik ben bijna 80, hij is 83.
 
Hopelijk kunnen ze nog jaren doorgaan. Het verdriet van Bert en het onverwoestbaar optimisme van Ernie - actueler dan ooit. Zeker met de stemmen van Wim T. Schippers en Paul Haenen.

dinsdag 13 januari 2026

De vitaminemetafoor

Daar is-ie weer! Hij prijkt op de voorkant van Lezen 4-2025. Op instigatie van de redactie of van ontwerpbureau Hocus, dat staat er niet bij.


20 stuks, minimaal 50.000 woorden (tijdseenheid ontbreekt), 'voor meer sociaal begrip, empathie,  vergroot welzijn en carrièrekansen, verbreedt de horizon'. 
Lezen als vitamine. Ergens na WO II dook de metafoor op tussen bevlogen jeugdbibliothecarissen en auteurs, waaronder Annie M.G. Schmidt (1974, 'Voer voor kinderen', Over jeugdliteratuur) en de term bibliotherapie dateert zelfs al uit de 19e eeuw, blijkens een artikel door Toin Duijx in Leesgoed jaargang 1989. Maar maakt bij latere claims wel terecht de strenge kanttekening:
 
Het boek kan enkel hulpmiddel zijn, zoals ook het spel hulpmiddel binnen de therapie kan zijn. Maar ook niet elk spel dat een kleuterleidster met kinderen speelt noemen we therapie.

Geen therapie, maar wel educatie. Dus een aanbeveling van het boek als vitamine op de voorkant van een publicatie betekent: hier gaat het over opvoeding en onderwijs. Op zijn best dus over bekommernis om de ontwikkeling van medemensen, iets dat in de trumpiaanse samenleving verloren dreigt te gaan of wordt toevertrouwd aan de Zonen van Jacob en andere zeloten.
Die bekommernis vinden we in Lezen 4-2025 onder meer in artikelen als 'Lezen op Recept', over leesbevordering in de jeugdgezondheidszorg, een zijlijntje van Boekstart, of 'Het klimaat in de klas', een bespreking van Lezen voor waarden, taal en burgerschap in de klas. Of 'Leerlingen als inspiratiebron', over literatuur in het 'onderwijs in vreemde talen' en dat laatste is nog altijd de benaming van onderwijs in andere talen dan Nederlands.
 
Je zou haast vergeten dat mooie boeken ook kunst zijn. Dat literatuur, het vertellen van een verhaal, ook een kunst is. Gelukkig zien we dat weer in een terugblik door de redactie op het werk van Harrie Geelen, die in 2025 overleed, 'De creatieve nalatenschap van Harrie Geelen'.
En dan treffen we in dit nummer nog veel meer, o.a. een interview met The Tjong Khing en een blik in het atelier van Natascha Stenvert.
Goed bezig, die redactie.
 
 
Lezen 2025-4. ISSN 1570-9698. Stichting Lezen, 2025.  

vrijdag 9 januari 2026

Phlizz


 
Graag aandacht voor de trouwe aanhangers van Lewis Carroll die zich in Nederland hebben verenigd in het Lewis Carroll Genootschap. Het is een ijverig gezelschap, dat een forum biedt voor zowel verzamelaars als onderzoekers. Eens in de zoveel tijd, zo ook januari 2026, verschijnt er een aflevering van het online magazine met de merkwaardige naam Phlizz.
 
Phlizz?
 
Die naam wordt door het genootschap zo verklaard. 
 
Phlizz is een woord dat is bedacht en geïntroduceerd door Lewis Carroll, zie bijvoorbeeld het digitale woordenboek Lexico.com (https://www.lexico.com/en/definition/phlizz). Het komt een aantal keren voor in Sylvie and Bruno.
De eerste keer dat we het aantreffen is in hoofdstuk vi (in de editie van Macmillan uit 1889 op pagina 74/75):
Bruno .. picked a fruit …
“It hasn’t got no taste at all!” he complained. “I couldn’t feel nuffin in my mouf! It’s a – what’s that hard word, Sylvie?”
“It was a Phlizz,” Sylvie gravely replied.
 
Enzovoort. 
Er staat geen naam onder. Op grond van de stijl vermoed ik dat óf Bas Savenije óf de helaas onlangs overleden markante boekhandelaar Casper Schuckink Kool de auteur is. Beiden actieve genootschapsleden.
 
Het genootschap organiseert ieder jaar een symposium. Dit jaar op 26 september, in Deventer. 
 
In Phlizz staan soms zeer lezenswaardige bijdragen, zoals in deze aflevering (januari 2026) 'Wat weet de Belleman?' van vertaler Robbert-Jan Henkes.

donderdag 8 januari 2026

Goed om je heen kijken

Jacobus Pieter (Jac. P.) Thijsse was een goede verteller, die het belangrijk vond dat jong en oud in Nederland met de natuur in aanraking kwam. Met zijn vriend Eli Heimans spande hij zich in om 'het onderwijs in de kennis van planten en dieren op de lagere school in het bijzonder voor de grote steden' te bevorderen (1893, De levende natuur). De Verkade-albums van Thijsse waren een begrip.
 
Als er dus een biografie over hem verschijnt, hoort die hier besproken te worden. Het boek heet De waterzoon, Jac. P. Thijsse, zijn zoon en onze verhouding tot de natuur, door Eva Vriend.
Zijn zoon, dat is Jo, de waterbouwkundig ingenieur die zo'n belangrijke rol speelde bij de indamming van de Zuiderzee, lang directeur was van het Waterloopkundig Laboratorium, het Waterloopbos tot stand bracht en allerlei andere waterbouwkundige kunststukjes verrichtte.
 
Een bijzondere combi, een vader die opriep om plaats te maken voor de natuur en een zoon die het wilde water wilde indammen. Konden ze een beetje met elkaar overweg?
Ja, blijkt uit speurwerk van de biograaf. Jac P. (ze handhaaft de bekende afkorting het hele boek) was een optimist, die begin deze eeuw veel zag in vooruitgang en vond dat bijvoorbeeld de indamming van de Zuiderzee het land ten goede kwam, mits er ruimte zou worden geschapen voor natuurbehoud. Hij was geen romanticus die a priori tegen elke uitbreiding van menselijke bedoening was. Gelukkig voor hem heeft hij de enorme verandering van het boerenland na 1950, met zijn verwoestende uitwerking op de natuur, niet meegemaakt, hij stierf op 8 januari 1945, net voor de bevrijding.
Zoon Jo was een rastechneut, net als vrijwel iedere waterstaatkundige ingenieur in die tijd, en had geen aandacht voor de natuur. Dat veranderde later echter wel, juist na die genoemde jaren '50. De oude Jo bleek meer op zijn vader te lijken dan in zijn jonge jaren. En dat zou kunnen samenhangen met de vele wandelingen in de natuur die papa Thijsse met zijn zoon maakte, met als mantra: goed om je heen kijken, alles is belangrijk.
 
Eva Vriend slaagde erin om enerzijds een beeld te geven van opvattingen over natuur en samenleving en anderzijds twee met elkaar vervlochten portretten af te leveren, met als belangrijkste bron een plastic krat met nagelaten brieven en zo, bij een kleinzoon gevonden. Dat is zonder meer knap.
 
 
 
Vriend, Eva. De waterzoon. Atlas Contact, 2025. ISBN 978 90 450 5189 5, 64 p.   

zondag 4 januari 2026

Ja, mijn kikker!

Je kan je afvragen waarom een meisje een kikker wil.
 
Wie ooit kennis heeft gemaakt met de sprookjes van Grimm, al dan niet in Disney-vermomming, weet: dat meisje wil geen kikker, maar een prins. En het meisje is vermoedelijk een prinses.
En wat een prins en een prinses zijn, dat vertellen ons diezelfde sprookjes plus, later, als je kan lezen, de tv, de asociale media, de tijdschriften bij de kapper, de kranten, enzovoort.
Daardoor vinden we het niet gek dat het meisje met wie het verhaal begint een kroontje op heeft, en haar vader ook en zelfs de rare broek van vader wordt herkend.


 
Het verhaal hier heet Is dit een kikker? van Mireille Geus (tekst) en Sophie Pluim (beeld). Als je niets van prinsessen en kikkers weet, moet dit verhaal raadselachtig zijn.
Voor anderen wil het prinsesje vanzelfsprekend een kikker, want een prins, en even vanzelfsprekend krijgt ze die ook. 
De verrassing zit hem in de prenten. Dit prentenboek is vooral een werk van Sophie Pluim, met de tekst van Mireille Geus als praktische toevoeging. 


 
Zowel prinses als kikker als koning en koningin veranderen namelijk van gestalte naarmate het verhaal vordert, ook wordt het steeds later in het jaar, en een stelletje vogels maakt een nest en brengt jongen voort. De koning verliest net als zijn dochter de kroon en hij verandert zelfs in een paard. 
De kikker verandert uiteraard in een jonge man, maar houdt nog iets kikkerachtigs in kleur, handen en voeten.

 
Mooi gedaan! Zo wordt deze variant op een bekend sprookje een verrassend kijkboek.
 
 
Geus, Mireille, en Sophie PluimIs dit een kikker? Lemniscaat, 2025.   
 

dinsdag 30 december 2025

Aleid Truijens stopt als columnist

Na twintig jaar en duizend stukjes stopt de zeer bij het Nederlands onderwijs betrokken Aleid Truijens als columnist voor de Volkskrant. Het leidde tot een interview met haar door Rik Kuiper en Jasper Daams, in de Volkskrant 30-12-2025.

Aleid Truijens, foto Pauline Niks.
 
Dat Truijens zou uitgroeien tot een van de invloedrijkste onderwijscolumnisten van Nederland – geliefd en gevreesd op scholen en universiteiten – lag niet direct voor de hand. Totdat ze de verhalen hoorde van haar man, die net zijn werk in de journalistiek had verruild voor een baan als leraar Nederlands, en van haar twee kinderen op verschillende Amsterdamse middelbare scholen.

‘Zij vertelden dat Nederlands, vroeger mijn favoriete vak – ik ben het gaan studeren – het meest gehate vak was geworden. Dat vond ik tragisch, maar het maakte me ook nieuwsgierig. Hoe was het zover gekomen?’ Truijens begon ook de parlementaire enquête van de commissie-Dijsselbloem te volgen, die de onderwijsvernieuwingen uit de jaren negentig onderzocht. ‘De conclusies waren tamelijk schokkend.’


En daar schreef ze vanaf dat moment over, niet alleen betrokken maar ook gedegen, goed ingevoerd.
 
Ze vindt dat het niet goed gaat met het onderwijs.
 
‘Ik probeer het niet somber op te schrijven. Maar het verbijstert me dat het telkens nóg slechter kan, dat de resultaten in met name lezen, maar ook schrijven en rekenen, al twintig jaar lang hard hollend achteruitgaan. Iedereen zou daarvan wakker moeten liggen.’
 
En hoe komt dat?
 
‘Door die enorm dikke bestuurslaag. Veel schoolbesturen voelen geen prikkel om zo veel mogelijk uit kinderen te halen en om leraren het beste onderwijs te laten geven. Wel om diploma’s uit te delen, en om kinderen niet te laten blijven zitten. Dat bedrijfje moet floreren en de ouders moeten tevreden zijn.

‘Leraren hebben nog maar weinig te vertellen. Ooit had je als leraar een hoge mate van vrijheid met wat je in de klas deed met je leerlingen. De leraar is vooral een uitvoerder geworden.’
 
En al die onderwijsministers?
 
‘Ze kunnen elkaar allemaal de hand schudden, want vanaf het begin van deze eeuw hebben ze zich allemaal gevoegd in een niet-werkend systeem met autonome schoolbesturen, een wegkijkende overheid en die vroege selectie.’
 
Maar verrassing, er was er een die haar wel beviel, nota bene een VVD-er. 
 
‘Dat zal je misschien verbazen: Dennis Wiersma, hoewel ik nog nooit op de VVD heb gestemd en dat van mijn leven niet zal doen. Wiersma bezocht veel scholen en hij was kritisch op bestuurders en de inspectie. Die twee machtige partijen sprak hij duchtig aan. Leraren liepen met hem weg, ongeacht politieke kleur. Hij nam het voor ze op. En uiteindelijk moest hij vertrekken vanwege beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag.’
 
Helaas, ze stopt. 
 
'Ik hoop dat ik leraren ook heb geïnspireerd en aangemoedigd, vooral als het over het belang van lezen en literatuur gaat. En dat ik op die manier een beetje mijn evangelie heb verspreid.’ 
 
We zullen je missen, Aleid. 


maandag 29 december 2025

De wereld rond

Grappig, zo'n twee weken na een sprookjesachtig prentenboek over Perzikje die de wereld doorreist op zoek naar zijn moederboom, is er een sprookjesachtig prentenboek over een haasje, Haassie, dat de wereld doorreist op zoek naar waar hij vandaan komt. Het is een onderwerp dat kleuters aanspreekt: mama, waar kom ik vandaan?
 
Dit boek onderscheidt zich door de linosnedes van Octavie Wolters. Dubbelpagina, expressief, voegen ze een heel eigen dimensie toe aan de eenvoudige, stijlvaste tekst onderaan 30 bladzijdes.

 
De afgelopen week hadden de vogels al gezongen en was het eerste groen uitgesprongen, maar vandaag sneeuwde het. De wolken waren zwaar en alle bomen waren bedekt met een laagje sneeuw. Het was zo'n dag waarop de tijd lijkt stil te staan, een dag waarop alles kan gebeuren, en je geheimen kunt ontdekken in alles wat je ziet.
Het hazenleger lag in de heuvel die uitkeek over de besneeuwde vallei.
Haassie stak zijn kop over de rand en snoof de koude lucht op. Hij keek naar de hoge spar met zijn sparappels, het sneeuwklokje, de merel in de kastanje.
'Waar komen de bomen vandaan?' vroeg Haassie aan zijn moeder. 'En de vogels?' Hij voelde met zijn pootje aan de sneeuw en keek naar zijn voetafdruk. 'En ik?'
 
Zoek de lente, zeggen zijn ouders. Haassie gaat op weg en het raadselachtige antwoord komt na een achterwaartse reis op intrigerende prenten door vier seizoenen en langs allerlei dieren die de weg wijzen. 
 
Het hazenleger lag in de heuvel die uitkeek over de vallei. De sneeuw was gesmolten, de kastanje bloeide, de merel had een jong gekregen. Daar waren vader haas en moeder haas. Haassie knuffelde ze, zijn moeder streek met haar neus langs zijn lange oren. 
'Ik heb op je gewacht, mijn lieve Haassie,' zei ze zachtjes.
'Ik ben waar ik begonnen ben,' zei Haassie. Zijn moeder knikte.
'Mijn begin, dan ben jij.'

 
Haar begin...? We zullen het maar lezen zoals het bedoeld is, Haassie spreekt die woorden uit.
Een ode aan het leven, maar ook aan het 'zachtrozepluchen knuffelhaasje' dat Octavie kreeg toen ze twee jaar was, van haar tante Els, en dat nog steeds op haar nachtkastje zit, ietwat afgekloven en
 
ik gun ieder kind, nee, ieder mens, bij dezen een Haassie.
 
Dat is lief, dankjewel, Octavie. 
 

Wolders, Octavie. Jij bent mijn begin. Ploegsma, 2025. ISBN 978 90 216 8707 0, 32 p.    

maandag 22 december 2025

Daar gaan we!

Philip Waechter is alweer een oude trouwe, want geboren in 1968 en debutant in 1995 (Papa in Panik), maar verwar hem niet met zijn vader Friedrich Karl Waechter (1936-2008), die naam maakte als vormgever van en tekenaar voor het satirische tijdschrift pardon, waarvoor hij een mooi duiveltje tekende.


Van beide Waechters is werk in Nederlandse uitgaven verschenen. Van Friedrich Karl bijvoorbeeld De Anti-Piet de Smeerpoets (1973), Tafeltje dek je, een nieuw sprookje (1974) en De boeren in de waterput (1978) en nog in 1991 illustraties in De bevroren prins van Christine Nöstlinger. Van Philip Thuiswedstrijd (1998), Emma in het spookhuis (2007) en Thomas kan vliegen! (2015).
Beide Waechters zijn in Duitsland meermaals bekroond, grappig genoeg niet met dezelfde prijzen. Zo ontving Friedrich Karl tweemaal (1975 en 1999) de Jugendliteraturpreis en in 2003 nog de Preis der Binding-Kulturstiftung en Philips eerste bekroning (2004) was de Preis der Stiftung Buchkunst en de laatste tot nu toe in 2021 de Kinderbuchpreis des Landes Nordrhein-Westfalen.
Of vader en zoon het een beetje met elkaar konden vinden? Geen idee, maar ze hebben niets samen gemaakt. 


 
Van Philip verscheen in 2025 het prettige prentenboek Daar gaan we! Prettig want volstrekt pretentieloos, terwijl je er al dan niet samen met kleuter een hele tijd zoet mee kan zijn. Een groot, kartonnen prentenboek met zeven dubbelpaginaplaten. Boven de eerste, hieronder de laatste.

 
Bepaalde figuren van de bovenste plaat zie je ook op de onderste. Eén dame heeft inmiddels een jas gekocht. Iemand houdt op alle platen een paraplu omhoog - behalve op die ene waar het regent. Een stel jonge voetballertjes komt eindelijk aan voetballen toe. Een kip achtervolgt een kuiken, raakt het kwijt en vindt het weer. Let ook op het papieren vliegtuigje. Enzovoort.
 
Er komt behalve twee opschriften op de eerste prent geen woord in voor. De zeven prenten vertellen ook niet een verhaal, wel veel kleine verhaaltjes, zoals dat van de voetballertjes en zie ook de achterkant van het boek. Het is een kijk- en ontdekboek voor jong en oud samen. Zonder pretentie, wel leuk.
 

Waechter, Philip. Daar gaan we! Een ontdek- en zoekboek. Ploegsma, 2025. oorspr.: Jetzt geht's los! Beltz & Gelberg, 2025.   

donderdag 18 december 2025

Meer schoolbibliotheken nu

Ineens toonden Nederlandse parlementariërs zich zeldzaam begaan met de kwaliteit van het Nederlands voortgezet onderwijs. Strikt toevallig net vóór Sinterklaas.
Blijkens een persbericht van Stichting Lezen daalt het aantal schoolbibliotheken in dat onderwijs. Dat bleek uit een enquête onder 580 docenten Nederlands en 281 schoolleiders van scholen met vmbo-, havo- en vwo-onderwijs. Dit
 
onderzoek van Stichting Lezen laat zien dat scholen het belang van lezen breed onderschrijven, maar dat structurele randvoorwaarden achterblijven. Zo geeft een op de vijf schoolleiders aan onvoldoende budget en taakuren te hebben voor leesbevordering. Ruim een derde van de docenten Nederlands zegt dat leesonderwijs enkel binnen hun eigen vak blijft.
 
Aldus het persbericht. 
Een kersvers Tweede Kamerlid genaamd Marjolein Moorman reageerde op dit onderzoek middels twee moties, mede ondertekend door Ilana Rooderkerk (D66) en Diederik Boomsma (JA21), en beide moties werden aangenomen. Zie ook hier. Het was haar eerste optreden in het parlement.


Een nogal vrijblijvende strekking, maar wel een opmerkelijk signaal. Stichting Lezen was er alvast heel blij mee.
 
Tamar van Gelder, directeur-bestuurder van Stichting Lezen, reageert positief: 'Het is ontzettend goed dat de Kamer zich eensgezind uitspreekt over het belang van een schoolbibliotheek. Het klinkt logisch dat iedere leerling toegang moet hebben tot boeken, maar dat is allang niet meer het geval. Dit onderzoek is een eerste stap om te komen tot een eigen, volwaardige schoolbibliotheek op elke school.'
 
Ik help het haar wensen. En mogelijk kunnen we van Marjolein Meerman meer verwachten, de komende tijd. Ze was in haar wethoudersperiode in Amsterdam zeer betrokken bij het onderwijs.