Wie wil bijhouden wat er in ons taalgebied gebeurt rond jeugdliteratuur heeft diverse bronnen tot zijn beschikking, ik noem Laten lezen (Leesplein ), Villa Kakelbont, Leesfeest, Jipjip en Vertel eens, maar zeker niet te veronachtzamen is ook het blog van Ted van Lieshout, auteur en grafisch kunstenaar, aan wie ik net voordat ik afzwaaide als hoofdredacteur van Leesgoed (tot eind september ook een geduchte nieuwsbron) de Leesgoedprijs mocht overhandigen.
Veel vaak amusante fait divers op zijn blog, zoals zijn mening over het aanbod van AH, en uiteraard veel over eigen werk (zo ontdekte ik dat Ted ook zingt), maar regelmatig brengt hij nieuws dat niet of nog niet in andere bronnen is te vinden, en bovendien bericht hij uitgebreid over de jeugdliteratuur in zakelijk opzicht: de positie van illustratoren (waarvoor hij zich zeer heeft ingezet) en het modelcontract voor kinderboeken (van auteur met uitgever), dat op 3 december jl. werd overeengekomen na onderhandelingen tussen o.a. VvL en NUV. Om precies te zijn: ' Dit Modelcontract is opgesteld door de Werkgroep Kinderboekenuitgevers (WKU) van de Groep Algemene Uitgevers (GAU) van het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) enerzijds, en de Vereniging van Letterkundigen (VvL), afdeling van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV), anderzijds. ' Wie meer over dit contract wil weten doet er natuurlijk goed aan het te lezen (het is te downloaden bij VvL en NUV), maar doet er ook goed aan de kanttekeningen van Ted te lezen.
Dit blog meandert uit over zaken die (soms wat losjes) met lezen en schrijven te maken hebben. Rode draad: jeugdliteratuur verdient aandacht.
Zoeken in deze blog
maandag 13 december 2010
Lezen leidt tot lezen
... en daarmee tot grotere leesvaardigheid. Nogal wiedes, zou je zeggen, maar het is altijd prettig als zo'n ervaringsgegeven nog eens bevestigd wordt door onderzoek. Dat deed Suzanne Mol voor Stichting Lezen (NL) en op 7 december jl. promoveerde ze met dit onderzoek (titel To read or not to read) aan de Universiteit Leiden, met Adriana Bus als promotor.
Citaat uit het persbericht van de universiteit: ' Het maakt een groot verschil of kinderen en studenten jeugdliteratuur lezen of niet. Voorgelezen worden en zelf lezen brengen een positieve spiraal op gang. Basisschoolleerlingen, middelbare scholieren en studenten die in hun vrije tijd lezen, lezen steeds beter in vergelijking tot hun minder vaak lezende leeftijdgenoten. '
Citaat uit het persbericht van Stichting Lezen: ' Het lezen van literatuur is elementair voor onze plek op de maatschappelijke (lees)ladder. Daarvoor bestaat overtuigend wetenschappelijk bewijs. Deze conclusie trekt promovenda Suzanne Mol op basis van 146 internationale, wetenschappelijke studies, waaraan in totaal meer dan 10.000 kinderen en studenten van 2 tot 22 jaar hebben meegedaan. ' Op het tijdstip van dat bericht was Suzanne Mol overigens geen promovenda meer, maar doctor.
Nu hoort dit onderzoek wellicht thuis in een reeks onderzoeken met gewenste uitkomst en het persbericht van Stichting Lezen roept bij mij enkele vragen op. Wat is een 'maatschappelijke leesladder'? Toch niet hetzelfde als de 'maatschappelijke ladder' die doorgaans als metafoor wordt gehanteerd voor de positie die men inneemt in de samenleving? De universiteit formuleerde het directer: ' Kinderen en jongeren die veel lezen belanden hoger op de maatschappelijke ladder. '
Is er dan een oorzakelijk verband tussen veel lezen en een goede positie in de samenleving of is dit een samenhangend verband dat nog wel enige aanvulling behoeft?
En is alleen 'lezen van literatuur' 'elementair', of kom je er ook als je vooral non-fictie leest?
' Een samenvatting van haar proefschrift komt in de nieuwsbrief van januari 2011. ' lees ik op de website van de universiteit. Wellicht hierin antwoorden.
Ik hoop dat het verband dat Suzanne Mol heeft gevonden geen gymschoenenverband is. Dat is dit: driekwart van de misdadigers blijkt gymschoenen te dragen. Ergo: het dragen van gymschoenen leidt tot misdadigheid. (Ooit gevonden in een geërgerde column van Maarten Keulemans, over het noemen van etnische achtergrond in berichten over gepleegde misdaden. Kan het niet meer terugvinden, maar zie ook deze column over verbanden.)
Wat me in het universiteitsbericht nog opviel was de kanttekening bij het zogenoemde 'interactief voorlezen', dat nogal actief is bevorderd door het Expertisecentrum Nederlands. Ik citeer: ' Mol brengt echter ook een nuancering aan in de heersende mening dat het wenselijk is interactief voor te lezen: niet alle kinderen profiteren gelijkelijk van ‘interactief voorlezen’. Interactief voorlezen blijkt het minst effectief waar de interventie het meest nodig is: in gezinnen waar weinig ervaring is met boeken en in peuterspeelzalen en in kleuterklassen waar vooral kinderen met een verhoogd risico op taal- en leesachterstanden worden voorgelezen door de eigen leerkracht. Het is dus belangrijk om juist in die groepen in kinderen meer te investeren. ' Waarvan acte.
Citaat uit het persbericht van de universiteit: ' Het maakt een groot verschil of kinderen en studenten jeugdliteratuur lezen of niet. Voorgelezen worden en zelf lezen brengen een positieve spiraal op gang. Basisschoolleerlingen, middelbare scholieren en studenten die in hun vrije tijd lezen, lezen steeds beter in vergelijking tot hun minder vaak lezende leeftijdgenoten. '
Citaat uit het persbericht van Stichting Lezen: ' Het lezen van literatuur is elementair voor onze plek op de maatschappelijke (lees)ladder. Daarvoor bestaat overtuigend wetenschappelijk bewijs. Deze conclusie trekt promovenda Suzanne Mol op basis van 146 internationale, wetenschappelijke studies, waaraan in totaal meer dan 10.000 kinderen en studenten van 2 tot 22 jaar hebben meegedaan. ' Op het tijdstip van dat bericht was Suzanne Mol overigens geen promovenda meer, maar doctor.
Nu hoort dit onderzoek wellicht thuis in een reeks onderzoeken met gewenste uitkomst en het persbericht van Stichting Lezen roept bij mij enkele vragen op. Wat is een 'maatschappelijke leesladder'? Toch niet hetzelfde als de 'maatschappelijke ladder' die doorgaans als metafoor wordt gehanteerd voor de positie die men inneemt in de samenleving? De universiteit formuleerde het directer: ' Kinderen en jongeren die veel lezen belanden hoger op de maatschappelijke ladder. '
Is er dan een oorzakelijk verband tussen veel lezen en een goede positie in de samenleving of is dit een samenhangend verband dat nog wel enige aanvulling behoeft?
En is alleen 'lezen van literatuur' 'elementair', of kom je er ook als je vooral non-fictie leest?
' Een samenvatting van haar proefschrift komt in de nieuwsbrief van januari 2011. ' lees ik op de website van de universiteit. Wellicht hierin antwoorden.
Ik hoop dat het verband dat Suzanne Mol heeft gevonden geen gymschoenenverband is. Dat is dit: driekwart van de misdadigers blijkt gymschoenen te dragen. Ergo: het dragen van gymschoenen leidt tot misdadigheid. (Ooit gevonden in een geërgerde column van Maarten Keulemans, over het noemen van etnische achtergrond in berichten over gepleegde misdaden. Kan het niet meer terugvinden, maar zie ook deze column over verbanden.)
Wat me in het universiteitsbericht nog opviel was de kanttekening bij het zogenoemde 'interactief voorlezen', dat nogal actief is bevorderd door het Expertisecentrum Nederlands. Ik citeer: ' Mol brengt echter ook een nuancering aan in de heersende mening dat het wenselijk is interactief voor te lezen: niet alle kinderen profiteren gelijkelijk van ‘interactief voorlezen’. Interactief voorlezen blijkt het minst effectief waar de interventie het meest nodig is: in gezinnen waar weinig ervaring is met boeken en in peuterspeelzalen en in kleuterklassen waar vooral kinderen met een verhoogd risico op taal- en leesachterstanden worden voorgelezen door de eigen leerkracht. Het is dus belangrijk om juist in die groepen in kinderen meer te investeren. ' Waarvan acte.
donderdag 9 december 2010
Kleuters leren wat verhalen zijn
Onlangs berichtte ik over een studiedag van onderzoekers jeugdliteratuur. Ik begreep vandaag dat Coosje van der Pol op 17 december in Tilburg gaat promoveren op haar onderzoek, dat ik in dat verslag vermeldde. Daarmee krijgt de jeugdliteratuur er een doctor bij, aangenomen dat de promovenda slaagt.
Ik vind het een bijzonder onderzoek, omdat het gaat over een manier van voorlezen waardoor de kleuters ' ontdekken wat een verhaal nu precies tot een verhaal maakt '. En niet alleen die kleuters, begreep ik tijdens die studiedag, ook hun juffen en meesters steken er iets van op. ' Ze ' (die kleuters) ' worden zich bijvoorbeeld bewust van het feit dat verhalen "verzonnen" zijn. '
Daar kun je lacherig over doen, maar het spreekt niet vanzelf dat kinderen dat snel doorhebben.
Ik vind het een bijzonder onderzoek, omdat het gaat over een manier van voorlezen waardoor de kleuters ' ontdekken wat een verhaal nu precies tot een verhaal maakt '. En niet alleen die kleuters, begreep ik tijdens die studiedag, ook hun juffen en meesters steken er iets van op. ' Ze ' (die kleuters) ' worden zich bijvoorbeeld bewust van het feit dat verhalen "verzonnen" zijn. '
Daar kun je lacherig over doen, maar het spreekt niet vanzelf dat kinderen dat snel doorhebben.
Meisjes lezen beter dan jongens
Oud nieuws! Talloze onderzoeken bevestigden al wat uit het jongste PISA-verslag zou blijken, volgens krantenberichten (o.a. AD, 7-12-2010).
Dit PISA-verslag heeft in Nederland wat stof doen opwaaien, doordat minister Marja van Bijsterveldt flinke taal is gaan uitslaan over het onderwijs.
Intussen heb ik nog nergens iets kunnen lezen over dat verslag. Ik herinner mij dat er ooit kritische opmerkingen waren over de manier waarop de cijfertjes tot stand komen. In het ene land schijnt men dat soms net wat anders aan te pakken als in het andere. Volgens de Volkskrant maakt China het wel heel bont door de allerbeste cijfertjes van de allervoorlijkste scholen in de allervoorlijkste stad (Shanghai) te sturen. Als het ene 'cohort' maanden in leeftijd scheelt met het andere, kan dat ook schelen. (Daarover gingen o.a. die kritische opmerkingen.)
Hierover t.z.t. meer.
Dit PISA-verslag heeft in Nederland wat stof doen opwaaien, doordat minister Marja van Bijsterveldt flinke taal is gaan uitslaan over het onderwijs.
Intussen heb ik nog nergens iets kunnen lezen over dat verslag. Ik herinner mij dat er ooit kritische opmerkingen waren over de manier waarop de cijfertjes tot stand komen. In het ene land schijnt men dat soms net wat anders aan te pakken als in het andere. Volgens de Volkskrant maakt China het wel heel bont door de allerbeste cijfertjes van de allervoorlijkste scholen in de allervoorlijkste stad (Shanghai) te sturen. Als het ene 'cohort' maanden in leeftijd scheelt met het andere, kan dat ook schelen. (Daarover gingen o.a. die kritische opmerkingen.)
Hierover t.z.t. meer.
Iedereen mag heel internet raadplegen in de Nederlandse bibliotheken
Tenminste, als onze besturen het advies erkennen dat het SIOB heeft laten opstellen door Tom Barkhuysen, 'advocaat te Amsterdam bij Stibbe en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden'.
Volgens hem mogen gemeentebesturen geen filters verplicht stellen in openbare bibliotheken.
' In de eerste plaats is zo'n verplichting in strijd met de vrijheid van meningsuiting en de informatievrijheid, grondrechten die worden beschermd in het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (artikel 10) en de Grondwet (artikel 7). De taak die bibliotheken hebben om vrije toegang te bieden tot informatie, betekent dat er van overheidswege geen censuur wordt gepleegd op die toegang tot informatie, kennis en cultuur. '
' In de tweede plaats blijken gemeenten niet bevoegd om een verplichting op te leggen aan bibliotheken om een internetfilter te plaatsen op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. '
Dat laatste kan een beetje regering zo veranderen, zeker deze: PVV en CDA zullen vast wel voor zijn.
Het eerste vind ik echt belangrijk. Het staat niet vast dat alle bibliotheken daadwerkelijk vrije toegang bieden. Ze mogen wel, maar hoeven niet. De eerste beperking (filter?) zat in het pre-internettijdperk al in de samenstelling van de collectie drukwerk en niemand stoorde zich daar aan, op een enkel incident na. Die beperking viel (en valt) te overwinnen met interbibliothecair leenverkeer, maar dan is de tweede beperking de samenstelling van alle collecties samen.
Nergens staat, geloof ik, voorgeschreven dat bibliotheken alle drukwerk en dragers van beeld en geluid moeten aanbieden. Dus zal ook nergens staan voorgeschreven dat bibliotheken alle websites moeten aanbieden. Maar hier is geen fysieke beperking: met een internet-aansluiting heb je in principe vrije toegang zolang geen lands- of stadsbestuur een filter toepast. We zijn (nog) niet in China.
Dit opent perspectieven voor hormonaal of door handelsgeest bevangen adolescenten, en voor volwassenen die niet helemaal sporen. Maar daarop heeft het SIOB het volgende verzonnen:
' Nederlandse bibliotheken vinden het van groot belang om aan iedereen een veilige omgeving te bieden waar betrouwbare informatie te vinden is. Daarom ontplooien ze verschillende initiatieven om voor kinderen en jongeren veilig internet en mediagebruik te bevorderen. Naast gebruiks- en gedragsregels zetten bibliotheken in op toezicht en controle door medewerkers. Daarnaast is er veel aandacht voor media-educatie door mediacoaches die kinderen wegwijs maken in het veilig gebruiken van internet. '
Veiligheid en media-educatie als toverwoorden. Toezicht! Ja, het wemelt natuurlijk van de medewerkers in die door bezuinigingen getroffen bibliotheken. Front-office-medewerkers die helemaal zijn geschoold in het omgaan met kinderen en jongeren.
Afijn, alles beter dan een overheid die filters gaat plaatsen. Laat die jongens en meisjes maar doen waarvoor ze naar de bibliotheek komen, en zeur niet teveel.
Volgens hem mogen gemeentebesturen geen filters verplicht stellen in openbare bibliotheken.
' In de eerste plaats is zo'n verplichting in strijd met de vrijheid van meningsuiting en de informatievrijheid, grondrechten die worden beschermd in het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (artikel 10) en de Grondwet (artikel 7). De taak die bibliotheken hebben om vrije toegang te bieden tot informatie, betekent dat er van overheidswege geen censuur wordt gepleegd op die toegang tot informatie, kennis en cultuur. '
' In de tweede plaats blijken gemeenten niet bevoegd om een verplichting op te leggen aan bibliotheken om een internetfilter te plaatsen op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. '
Dat laatste kan een beetje regering zo veranderen, zeker deze: PVV en CDA zullen vast wel voor zijn.
Het eerste vind ik echt belangrijk. Het staat niet vast dat alle bibliotheken daadwerkelijk vrije toegang bieden. Ze mogen wel, maar hoeven niet. De eerste beperking (filter?) zat in het pre-internettijdperk al in de samenstelling van de collectie drukwerk en niemand stoorde zich daar aan, op een enkel incident na. Die beperking viel (en valt) te overwinnen met interbibliothecair leenverkeer, maar dan is de tweede beperking de samenstelling van alle collecties samen.
Nergens staat, geloof ik, voorgeschreven dat bibliotheken alle drukwerk en dragers van beeld en geluid moeten aanbieden. Dus zal ook nergens staan voorgeschreven dat bibliotheken alle websites moeten aanbieden. Maar hier is geen fysieke beperking: met een internet-aansluiting heb je in principe vrije toegang zolang geen lands- of stadsbestuur een filter toepast. We zijn (nog) niet in China.
Dit opent perspectieven voor hormonaal of door handelsgeest bevangen adolescenten, en voor volwassenen die niet helemaal sporen. Maar daarop heeft het SIOB het volgende verzonnen:
' Nederlandse bibliotheken vinden het van groot belang om aan iedereen een veilige omgeving te bieden waar betrouwbare informatie te vinden is. Daarom ontplooien ze verschillende initiatieven om voor kinderen en jongeren veilig internet en mediagebruik te bevorderen. Naast gebruiks- en gedragsregels zetten bibliotheken in op toezicht en controle door medewerkers. Daarnaast is er veel aandacht voor media-educatie door mediacoaches die kinderen wegwijs maken in het veilig gebruiken van internet. '
Veiligheid en media-educatie als toverwoorden. Toezicht! Ja, het wemelt natuurlijk van de medewerkers in die door bezuinigingen getroffen bibliotheken. Front-office-medewerkers die helemaal zijn geschoold in het omgaan met kinderen en jongeren.
Afijn, alles beter dan een overheid die filters gaat plaatsen. Laat die jongens en meisjes maar doen waarvoor ze naar de bibliotheek komen, en zeur niet teveel.
donderdag 2 december 2010
Krassen voor een geschenk
Krassen voor een kans in een loterij kwam al voor, maar dit is nieuw: uitgeverij PixelPerfect geeft tijdens de Boekenweek 2011 een e-boek van Lydia Rood cadeau.
' Lydia Rood is de schrijfster van dit ebook met als titel De kop van de pauw. Het verhaal gaat over een sociale-mediastalker, over het Bekende Nederlanderschap, ijdelheid, trots en de prijs van de roem.
Het ebook zal 16 maart beschikbaar komen in de vorm van een zogehetenkrasboek. Een krasboek is de cover van het boek gedrukt op zwaar papier, met flaptekst en een krascode. Met deze unieke code kan de lezer het ebook gratis downloaden op www.ebookgeschenk.nl.
Met het krasboek als fysieke vorm zal het ebook in de winkel worden uitgereikt bij aankoop van een ereader, een luisterboek of na aankoop van een ebook via de website van de winkel. '
Herrie in de tent, want boekenbranchepromotor CPNB is boos dat PixelPerfect de naam Boekenweek gebruikt. Het zal niet helpen dat PP vermeldt ' Het ebookgeschenk en het krasboek zijn een initiatief van PixelPerfect (uitgever van onder meer de eBookstick) in samenwerking met Lydia Rood en houdt geen verband met de activiteiten van de CPNB, die de boekenweek organiseert '.
De CPNB op 1 december:
' In reactie op het initiatief van PixelPerfect Publications om tijdens de Boekenweek 2011 een e-bookgeschenk beschikbaar te stellen, laat de CPNB weten op te treden tegen ieder oneigenlijk gebruik van de naam Boekenweek. Deze naam is beschermd en door de CPNB vastgelegd.
Dit wordt voer voor juristen. Niet handig van PP om precies de periode van de Boekenweek te nemen, heel maart was beter geweest.
Interessanter is natuurlijk het fenomeen dat op zo'n schaal een e-boek wordt weggegeven.
Ik weet momenteel niet hoe het staat met de e-boekverkoop, maar het schijnt iets sneller te gaan dan de boekenbranche voorzag. De eerste e-boeken voor kinderen zijn al verschenen.
Wanneer verschijnt het eerste e-kinderboekenweekgeschenk?
' Lydia Rood is de schrijfster van dit ebook met als titel De kop van de pauw. Het verhaal gaat over een sociale-mediastalker, over het Bekende Nederlanderschap, ijdelheid, trots en de prijs van de roem.
Het ebook zal 16 maart beschikbaar komen in de vorm van een zogehetenkrasboek. Een krasboek is de cover van het boek gedrukt op zwaar papier, met flaptekst en een krascode. Met deze unieke code kan de lezer het ebook gratis downloaden op www.ebookgeschenk.nl.
Met het krasboek als fysieke vorm zal het ebook in de winkel worden uitgereikt bij aankoop van een ereader, een luisterboek of na aankoop van een ebook via de website van de winkel. '
Herrie in de tent, want boekenbranchepromotor CPNB is boos dat PixelPerfect de naam Boekenweek gebruikt. Het zal niet helpen dat PP vermeldt ' Het ebookgeschenk en het krasboek zijn een initiatief van PixelPerfect (uitgever van onder meer de eBookstick) in samenwerking met Lydia Rood en houdt geen verband met de activiteiten van de CPNB, die de boekenweek organiseert '.
De CPNB op 1 december:
' In reactie op het initiatief van PixelPerfect Publications om tijdens de Boekenweek 2011 een e-bookgeschenk beschikbaar te stellen, laat de CPNB weten op te treden tegen ieder oneigenlijk gebruik van de naam Boekenweek. Deze naam is beschermd en door de CPNB vastgelegd.
Uit het persbericht van PixelPerfect Publications wordt volgens de CPNB de suggestie gewekt dat het hier een uitgave van de Boekenweek betreft. “Dat is niet het geval, het gaat hier om een commercieel initiatief dat handig gebruik wil maken van die Boekenweek. De Boekenweek is van iedereen, het is een cultureel, maatschappelijk fenomeen. Daar kan niet een commerciële partij mee aan de haal gaan. In dit geval is het een klein bedrijf, maar ook een grote als Albert Heijn kunnen we dat niet laten doen”, zegt directeur Eppo van Nispen.
Het Boekenweekgeschenk 2011 wordt geschreven door Kader Abdolah en is getiteld De kraai. De CPNB werkt aan de mogelijkheid deze ook al e-book uit te brengen. “De wil is er, maar er moeten nog een paar hobbels worden genomen”, aldus van Nispen. Dit jaar werd tijdens de Boekenweek het jubileumboek Titaantjes als e-book uitgebracht. 'Dit wordt voer voor juristen. Niet handig van PP om precies de periode van de Boekenweek te nemen, heel maart was beter geweest.
Interessanter is natuurlijk het fenomeen dat op zo'n schaal een e-boek wordt weggegeven.
Ik weet momenteel niet hoe het staat met de e-boekverkoop, maar het schijnt iets sneller te gaan dan de boekenbranche voorzag. De eerste e-boeken voor kinderen zijn al verschenen.
Wanneer verschijnt het eerste e-kinderboekenweekgeschenk?
dinsdag 23 november 2010
Lezen in Marokko
Net terug uit Marrakech en Essaouira. Ja, leuk reisje, dank je. Goed weer, lekker eten, prachtige gebouwen enzovoort. Winkeltjes vol tapijten, sieraden, tassen, schalen, theeketeltjes en andere snuisterijen. Kruiden, groentes, vlees, wat niet al en niet te vergeten de sinaasappelsapstalletjes en in Essaouira de visstalletjes met spartelverse vis die ze ter plekke voor je bereiden op houtskoolvuurtjes en omdat het net Fête des Moutons was ook vele vuurtjes op straat waarin de overgebleven schapenkoppen geroosterd en geblakerd werden.
Wat ik niet zag: boeken, en haast geen kranten en tijdschriften.
We verbleven vooral in de binnenstad (medina) en dat vertekent het beeld vast een beetje. Mensen genoeg, in allerlei uitdossingen, stemmingen en bezigheden (of gebrek daaraan), maar wat ze ook deden, niet lezen. Behalve de schermpjes van hun mobiele telefoon, dat wel. In heel de medina van Marrakech naast de Bibliothèque Publique (ja, die is er, net buiten de medina) slechts een of twee stalletjes met kranten en tijdschriften gezien, in die van Essaouira niets, ook niet in de Avenue Mohamed Zerktouni waar toch heel veel Sawiri's hun boodschappen doen.
Kinderen dartelen over straat, dat kan daar nog, en spelen met van genoemde geblakerde schaapskoppen afgerukte hoorns, met voetballen en andere dingen. Maar lezen, nee.
Nu zie je in onze steden ook betrekkelijk weinig lezende mensen op straat, maar wel op terrassen en in bussen en treinen. Terrassen genoeg in beide Marokkaanse binnensteden, vol mannen. De krant lezen deden ze niet, wel kletsen, peinzen en voetbal op tv kijken. Ook in de bus tussen Marrakech en Essaouira werd niet gelezen, voorzover ik kon waarnemen, behalve door toeristen.
Moet tot mijn schande bekennen dat ik er de vijf dagen dat ik daar was niet zo mee bezig ben geweest en niet de moeite heb genomen om boekwinkels (of kinderboekwinkels) op te sporen. Ze zijn er, boekwinkels, in de gidsen van Marrakech heb ik er minstens een vermeld zien staan en enig speurwerk op internet levert me direct twee boekwinkels in Essaouira en een stuk of zeven librairies / papeteries in Marrakech op. Verder weet ik dankzij de berichten van Kees Beekmans en anderen uit Marokko dat er een literair leven is, zowel Franstalig als Arabisch, en ik vond ook een pdf-document uit 2005 over Littérature de jeunesse au Maroc. Daarin wordt gerept over een 'développement remarquable'. En:
pour la première fois, des maisons d'édition ont créé ou développé une production destinée uniquement à la jeunesse tandis que le nombre d'ouvrages publiés depuis cinq ans a pratiquement doublé. Ce développement a été fortement soutenu par les institutions publiques marocaines telles que le Ministère de la Culture et le Ministère de l'Education Nationale.
Kortom, als ik me iets beter had voorbereid had ik wat kunnen vinden, denk ik. Dat neemt niet weg dat de medina's de indruk blijven bieden van een leven zonder boeken en tijdschriften. De enige geschreven teksten zijn de ondertitels op tv (vele tv-schotels op de daken, aan tv geen gebrek) en mobieltjes, plus opschriften op gebouwen.
Iets van deze indruk vond ik bevestigd in een stuk op JDM Magazine, getiteld 'Bibliothèques et librairies: Lire, pourquoi est-ce si compliqué?' Het opent zo: 'La lecture est loin d'être le fort des Marocains.' (Lezen is bepaald niet het sterkste punt van Marokkanen.)
Wat ik niet zag: boeken, en haast geen kranten en tijdschriften.
We verbleven vooral in de binnenstad (medina) en dat vertekent het beeld vast een beetje. Mensen genoeg, in allerlei uitdossingen, stemmingen en bezigheden (of gebrek daaraan), maar wat ze ook deden, niet lezen. Behalve de schermpjes van hun mobiele telefoon, dat wel. In heel de medina van Marrakech naast de Bibliothèque Publique (ja, die is er, net buiten de medina) slechts een of twee stalletjes met kranten en tijdschriften gezien, in die van Essaouira niets, ook niet in de Avenue Mohamed Zerktouni waar toch heel veel Sawiri's hun boodschappen doen.
Kinderen dartelen over straat, dat kan daar nog, en spelen met van genoemde geblakerde schaapskoppen afgerukte hoorns, met voetballen en andere dingen. Maar lezen, nee.
Nu zie je in onze steden ook betrekkelijk weinig lezende mensen op straat, maar wel op terrassen en in bussen en treinen. Terrassen genoeg in beide Marokkaanse binnensteden, vol mannen. De krant lezen deden ze niet, wel kletsen, peinzen en voetbal op tv kijken. Ook in de bus tussen Marrakech en Essaouira werd niet gelezen, voorzover ik kon waarnemen, behalve door toeristen.
Moet tot mijn schande bekennen dat ik er de vijf dagen dat ik daar was niet zo mee bezig ben geweest en niet de moeite heb genomen om boekwinkels (of kinderboekwinkels) op te sporen. Ze zijn er, boekwinkels, in de gidsen van Marrakech heb ik er minstens een vermeld zien staan en enig speurwerk op internet levert me direct twee boekwinkels in Essaouira en een stuk of zeven librairies / papeteries in Marrakech op. Verder weet ik dankzij de berichten van Kees Beekmans en anderen uit Marokko dat er een literair leven is, zowel Franstalig als Arabisch, en ik vond ook een pdf-document uit 2005 over Littérature de jeunesse au Maroc. Daarin wordt gerept over een 'développement remarquable'. En:
pour la première fois, des maisons d'édition ont créé ou développé une production destinée uniquement à la jeunesse tandis que le nombre d'ouvrages publiés depuis cinq ans a pratiquement doublé. Ce développement a été fortement soutenu par les institutions publiques marocaines telles que le Ministère de la Culture et le Ministère de l'Education Nationale.
Kortom, als ik me iets beter had voorbereid had ik wat kunnen vinden, denk ik. Dat neemt niet weg dat de medina's de indruk blijven bieden van een leven zonder boeken en tijdschriften. De enige geschreven teksten zijn de ondertitels op tv (vele tv-schotels op de daken, aan tv geen gebrek) en mobieltjes, plus opschriften op gebouwen.
Iets van deze indruk vond ik bevestigd in een stuk op JDM Magazine, getiteld 'Bibliothèques et librairies: Lire, pourquoi est-ce si compliqué?' Het opent zo: 'La lecture est loin d'être le fort des Marocains.' (Lezen is bepaald niet het sterkste punt van Marokkanen.)
Boek klaar terwijl je wacht
Klein berichtje van Informatie Professional: het American Book Center in Amsterdam heeft als eerste in Nederland een machine die een boek drukt terwijl je wacht. Je kiest een titel uit 3 miljoen voorradige en hupsakee. Gedemonstreerd met gelikt filmpje, dat ook op de site van het ABC staat en eveneens op Youtube te vinden is: hier en hier. Iets over de geschiedenis op Wikipedia, het ding blijkt uit 2007 en voor het eerst in The New York Public Library gebruikt.
Ja, dit ding werd al voorspeld, ook door mij. Kon niet uitblijven en ziedaar. Spaart transport- en opslagkosten, maar spaart natuurlijk niet productie-energie, integendeel, en vormt in dat opzicht een wat navrant contrast met pogingen om op 'duurzame wijze' boeken te produceren, zie bijvoorbeeld hier. De verwende klant versus de mondiale voetafdruk, dat komen we vaker tegen.
Voetafdruk of niet, ik voorspel dat het in ons taalgebied niet bij deze ene machine zal blijven.
Ja, dit ding werd al voorspeld, ook door mij. Kon niet uitblijven en ziedaar. Spaart transport- en opslagkosten, maar spaart natuurlijk niet productie-energie, integendeel, en vormt in dat opzicht een wat navrant contrast met pogingen om op 'duurzame wijze' boeken te produceren, zie bijvoorbeeld hier. De verwende klant versus de mondiale voetafdruk, dat komen we vaker tegen.
Voetafdruk of niet, ik voorspel dat het in ons taalgebied niet bij deze ene machine zal blijven.
vrijdag 12 november 2010
Een bol mannetje
Ik geef het toe: de online winkel heeft me verleid. Een e-bericht met de belofte van 4 cadeaus. De veilige wetenschap dat ik mijn e-postbezorger zo kan instellen dat de onvermijdelijke (denk ik) berichten van de winkel rechtstreeks naar een map of de prullenbak worden geleid.
Ik klikte en er startte in een nieuw tabblad een filmpje. Een ongezond bol mannetje met plakhaar in kantoorscheiding heette me welkom. Dag Herman, fijn dat je er bent.
Oude zak als ik ben, ervaar ik het aangesproken worden met mijn voornaam en het gejij en gejou nog steeds als net een stapje te ver. Ik voel me gereduceerd tot kind, tot onnozele consument. Niets mis met kinderen, wel met onnozele consumenten. Ik ben betrapt, want had ik dit willen vermijden, dan had ik natuurlijk dat bericht meteen moeten weggooien. O.k., ik was hebberig, en ik laat me nu maar even verder leiden. Het gaat per slot om een landelijk bekende winkel, een officieel geregistreerd en erkend bedrijf.
Ik vlieg door een landschap dat sterk lijkt op dat van de Teletubbies naar een grote blauwe bol, de rode loper wordt voor me uitgelegd, ik krijg zicht op het 'enorme' assortiment, de portretten van (ajakkes) Frans Bauer en Anita Kerr schieten even voorbij. Het ongezonde bolle mannetje vertelt een juichverhaal over dat assortiment, de voortreffelijke verzenddiensten enzovoort, ik mag enkele keren als een kind aan een hendel trekken en aan het eind ontvang ik wat cadeautjes.
Het is gelikt, uitermate professioneel - en tegelijk ongemakkelijk en irritant. De ex-uitgever herkent de professionaliteit, met een zucht moet ik erkennen dat de meeste medemensen zo het best worden verleid. Ik hoor tot een minderheid, die zich licht stoort aan het gejij en gejou, aan de grote gelijkmaker (ja, daar heb je die zanger weer, dat winkelkarretje, dat weiland, die muzak). Diezelfde ex-uitgever en ex-hoofdredacteur is benieuwd met welk nieuws de grote online winkel komt op mijn vakgebied, ik herken het kind in mij dat graag aan hendeltjes trekt en cadeautjes krijgt. Die ga ik nu uitpakken.
'Daaag!' 'Tot ziens!'
Ik klikte en er startte in een nieuw tabblad een filmpje. Een ongezond bol mannetje met plakhaar in kantoorscheiding heette me welkom. Dag Herman, fijn dat je er bent.
Oude zak als ik ben, ervaar ik het aangesproken worden met mijn voornaam en het gejij en gejou nog steeds als net een stapje te ver. Ik voel me gereduceerd tot kind, tot onnozele consument. Niets mis met kinderen, wel met onnozele consumenten. Ik ben betrapt, want had ik dit willen vermijden, dan had ik natuurlijk dat bericht meteen moeten weggooien. O.k., ik was hebberig, en ik laat me nu maar even verder leiden. Het gaat per slot om een landelijk bekende winkel, een officieel geregistreerd en erkend bedrijf.
Ik vlieg door een landschap dat sterk lijkt op dat van de Teletubbies naar een grote blauwe bol, de rode loper wordt voor me uitgelegd, ik krijg zicht op het 'enorme' assortiment, de portretten van (ajakkes) Frans Bauer en Anita Kerr schieten even voorbij. Het ongezonde bolle mannetje vertelt een juichverhaal over dat assortiment, de voortreffelijke verzenddiensten enzovoort, ik mag enkele keren als een kind aan een hendel trekken en aan het eind ontvang ik wat cadeautjes.
Het is gelikt, uitermate professioneel - en tegelijk ongemakkelijk en irritant. De ex-uitgever herkent de professionaliteit, met een zucht moet ik erkennen dat de meeste medemensen zo het best worden verleid. Ik hoor tot een minderheid, die zich licht stoort aan het gejij en gejou, aan de grote gelijkmaker (ja, daar heb je die zanger weer, dat winkelkarretje, dat weiland, die muzak). Diezelfde ex-uitgever en ex-hoofdredacteur is benieuwd met welk nieuws de grote online winkel komt op mijn vakgebied, ik herken het kind in mij dat graag aan hendeltjes trekt en cadeautjes krijgt. Die ga ik nu uitpakken.
'Daaag!' 'Tot ziens!'
dinsdag 9 november 2010
Onderzoek naar jeugdliteratuur
Onderzoekers van jeugdliteratuur zijn 'tot bedelen gedoemd', volgens Rita Ghesquiere. Het was de eerste van tien stellingen die ze verkondigde tijdens de meest recente studiedag van en voor onderzoekers van jeugdliteratuur. Die vond op 5 november plaats in de Universiteit van Tilburg en er waren enkele tientallen mensen.
Onderzoek naar jeugdliteratuur heeft geen hoge prioriteit, het is moeilijk fondsen werven. Het is een 'beschermde minderheid', in de schaduw van het onderzoek naar literatuur in het algemeen. Niemand heeft het over onderzoek naar volwassenenliteratuur. Niemand heeft het over volwassenenliteratuur, behalve zij die zich met jeugdliteratuur bezighouden. Voor literatuurwetenschappers is jeugdliteratuur een subgenre, een niche die volgens Rita Ghesquiere altijd een 'blijvende apartheid' blijft, met de term jeugdliteratuur als 'noodzakelijk kwaad'.
Daardoor vertonen onderzoekers van jeugdliteratuur een tweeslachtige houding. Enerzijds willen ze horen bij het literatuuronderzoek, anderzijds veroveren ze graag wat ruimte voor hun object. Misschien, veronderstelde ze, heeft men daarom de term jeugd wat opgerekt. Van babyboekjes tot cross-over-literatuur, het 'corpus is uitgedijd'. En zelfs haalt men soms de volwassenenliteratuur binnen, getuige, aldus Rita, een titel als Goethe für Kinder, een bloemlezing van Peter Härtling (1998). Ik zou daar zelf nog de bundel Wonders aan kunnen toevoegen, die in 1980 door Rolling Stone Press werd uitgegeven. Al geldt natuurlijk voor beide titels dat niet onderzoekers, maar auteurs het initiatief namen.
Die parallel besprak Rita echter ook. Die tweeslachtige houding geldt niet alleen de onderzoekers, maar bijna alle betrokkenen bij de jeugdliteratuur: men wil erbij horen, maar tegelijk het aparte benadrukken. 'Eilandbewoners of bruggenbouwers?'
Is dat wel een tegenstelling, vraag ik mij af. Kunnen eilandbewoners geen bruggenbouwers zijn? Is een eiland geen eiland meer als er enkele bruggen met andere landen zijn?
Het aardige van deze bijeenkomsten is dat er uitvoerig nabesproken wordt, zo ook nu.
Juist literatuuronderzoekers plegen woordmensen te zijn en zich blind te staren op de positie van jeugdliteratuur binnen de literatuur. Maar jeugdliteratuur bestaat uit tekst en beeld, en is ontegenzeggelijk bedoeld voor kinderen. Onderzoek jeugdliteratuur kan niet zonder de context van andere jeugdliteratuur, andere literatuur, beeldende kunst, onderwijs en opvoeding.
Iemand als Coosje van der Pol, die ook een lezing gaf, reageerde in dezelfde trant, uiteraard (gezien haar onderzoek) vooral wijzend op het aandeel van het beeld.
Rita gaf nog een mooi beeld van twee literatuurpleinen, naar aanleiding van een bezoek aan Arras, met zijn prachtige marktplein. 'Maar heb je dat andere plein dan niet gezien?', vroeg iemand haar. 'Dat is kleiner, maar minstens zo mooi. Rita ging er heen en ja, het was er en wat raar dat ze dat niet eerder had gezien. Zo schetste ze een beeld van het grote literatuurplein en het kleinere jeugdliteratuurplein, door zovele bezoekers van het grote plein niet opgemerkt.
Maar, was mijn reactie, aan dat kleine plein staan wel het stripcentrum, het museum voor beeldende kunst, het schoolmuseum (met zijn leesplankjes en aanwijsplaten), het museum voor volkskunde, en het centrum voor vertelkunst. Dat komt allemaal samen op het jeugdliteratuurplein en dan heb ik de theaters nog niet vermeld.
Onderzoeker Willem van der Meiden voegde er nog een museum aan toe: dat van de kinderbijbel. Hij promoveerde op dat onderzoek: ‘Zoo heerlijk eenvoudig’, geschiedenis van de kinderbijbel in Nederland, 2009, Verloren. Hij toonde, net als de overige hier niet genoemde onderzoekers dat de wetenschap van het kinderboek vooral uit boekhouders, vertellers en beschrijvers bestaat, niet uit voorspellers. Tot die laatste categorie hoorde wel Coosje van der Pol, met haar studie naar het 'literair lezen' van en met kleuters. Immers, uit haar beschrijving kan het een en ander over toekomstig gedrag van kleuters afgeleid worden. Zij was dan ook de enige die lezers bij het onderzoek betrokken had.
Met deze conclusie wil ik niet beweren dat voorspellend onderzoek meer waarde heeft dan beschrijvend en boekhoudend onderzoek. Maar als ik Rita's redeneertrant volg, is het wel meer waard - in die zin dat je voor onderzoek met praktische implicaties makkelijker geld krijgt. Voor dat onderzoek naar literaire competenties van kleuters bijvoorbeeld zo'n 185.000 euro, volgens het NWO. (Klinkt veel, maar is geloof ik nog niet de tip van de vleugel van een JSF.) (Die trouwens officieel Lockheed Martin F35A heet en per stuk 50 à 70 miljoen gaat kosten.)
Hoe dan ook, de Nederlandse en Vlaamse onderzoekers van jeugdliteratuur doen er volgens mij goed aan om de traditie van hun jaarlijkse bijeenkomsten voort te zetten.
Diverse, zo niet alle lezingen zullen zeer waarschijnlijk over niet al te lange tijd te vinden zijn in een aflevering van het 'tijdschrift-in-boekvorm' Literatuur zonder leeftijd.
Onderzoek naar jeugdliteratuur heeft geen hoge prioriteit, het is moeilijk fondsen werven. Het is een 'beschermde minderheid', in de schaduw van het onderzoek naar literatuur in het algemeen. Niemand heeft het over onderzoek naar volwassenenliteratuur. Niemand heeft het over volwassenenliteratuur, behalve zij die zich met jeugdliteratuur bezighouden. Voor literatuurwetenschappers is jeugdliteratuur een subgenre, een niche die volgens Rita Ghesquiere altijd een 'blijvende apartheid' blijft, met de term jeugdliteratuur als 'noodzakelijk kwaad'.
Daardoor vertonen onderzoekers van jeugdliteratuur een tweeslachtige houding. Enerzijds willen ze horen bij het literatuuronderzoek, anderzijds veroveren ze graag wat ruimte voor hun object. Misschien, veronderstelde ze, heeft men daarom de term jeugd wat opgerekt. Van babyboekjes tot cross-over-literatuur, het 'corpus is uitgedijd'. En zelfs haalt men soms de volwassenenliteratuur binnen, getuige, aldus Rita, een titel als Goethe für Kinder, een bloemlezing van Peter Härtling (1998). Ik zou daar zelf nog de bundel Wonders aan kunnen toevoegen, die in 1980 door Rolling Stone Press werd uitgegeven. Al geldt natuurlijk voor beide titels dat niet onderzoekers, maar auteurs het initiatief namen.
Die parallel besprak Rita echter ook. Die tweeslachtige houding geldt niet alleen de onderzoekers, maar bijna alle betrokkenen bij de jeugdliteratuur: men wil erbij horen, maar tegelijk het aparte benadrukken. 'Eilandbewoners of bruggenbouwers?'
Is dat wel een tegenstelling, vraag ik mij af. Kunnen eilandbewoners geen bruggenbouwers zijn? Is een eiland geen eiland meer als er enkele bruggen met andere landen zijn?
Het aardige van deze bijeenkomsten is dat er uitvoerig nabesproken wordt, zo ook nu.
Juist literatuuronderzoekers plegen woordmensen te zijn en zich blind te staren op de positie van jeugdliteratuur binnen de literatuur. Maar jeugdliteratuur bestaat uit tekst en beeld, en is ontegenzeggelijk bedoeld voor kinderen. Onderzoek jeugdliteratuur kan niet zonder de context van andere jeugdliteratuur, andere literatuur, beeldende kunst, onderwijs en opvoeding.
Iemand als Coosje van der Pol, die ook een lezing gaf, reageerde in dezelfde trant, uiteraard (gezien haar onderzoek) vooral wijzend op het aandeel van het beeld.
Rita gaf nog een mooi beeld van twee literatuurpleinen, naar aanleiding van een bezoek aan Arras, met zijn prachtige marktplein. 'Maar heb je dat andere plein dan niet gezien?', vroeg iemand haar. 'Dat is kleiner, maar minstens zo mooi. Rita ging er heen en ja, het was er en wat raar dat ze dat niet eerder had gezien. Zo schetste ze een beeld van het grote literatuurplein en het kleinere jeugdliteratuurplein, door zovele bezoekers van het grote plein niet opgemerkt.
Maar, was mijn reactie, aan dat kleine plein staan wel het stripcentrum, het museum voor beeldende kunst, het schoolmuseum (met zijn leesplankjes en aanwijsplaten), het museum voor volkskunde, en het centrum voor vertelkunst. Dat komt allemaal samen op het jeugdliteratuurplein en dan heb ik de theaters nog niet vermeld.
Onderzoeker Willem van der Meiden voegde er nog een museum aan toe: dat van de kinderbijbel. Hij promoveerde op dat onderzoek: ‘Zoo heerlijk eenvoudig’, geschiedenis van de kinderbijbel in Nederland, 2009, Verloren. Hij toonde, net als de overige hier niet genoemde onderzoekers dat de wetenschap van het kinderboek vooral uit boekhouders, vertellers en beschrijvers bestaat, niet uit voorspellers. Tot die laatste categorie hoorde wel Coosje van der Pol, met haar studie naar het 'literair lezen' van en met kleuters. Immers, uit haar beschrijving kan het een en ander over toekomstig gedrag van kleuters afgeleid worden. Zij was dan ook de enige die lezers bij het onderzoek betrokken had.
Met deze conclusie wil ik niet beweren dat voorspellend onderzoek meer waarde heeft dan beschrijvend en boekhoudend onderzoek. Maar als ik Rita's redeneertrant volg, is het wel meer waard - in die zin dat je voor onderzoek met praktische implicaties makkelijker geld krijgt. Voor dat onderzoek naar literaire competenties van kleuters bijvoorbeeld zo'n 185.000 euro, volgens het NWO. (Klinkt veel, maar is geloof ik nog niet de tip van de vleugel van een JSF.) (Die trouwens officieel Lockheed Martin F35A heet en per stuk 50 à 70 miljoen gaat kosten.)
Hoe dan ook, de Nederlandse en Vlaamse onderzoekers van jeugdliteratuur doen er volgens mij goed aan om de traditie van hun jaarlijkse bijeenkomsten voort te zetten.
Diverse, zo niet alle lezingen zullen zeer waarschijnlijk over niet al te lange tijd te vinden zijn in een aflevering van het 'tijdschrift-in-boekvorm' Literatuur zonder leeftijd.
Abonneren op:
Posts (Atom)