Zoeken in deze blog

zondag 18 juni 2023

Illustratiebiennale Bratislava

Haalt de dagbladen niet, dus dit blog wel. Om de twee jaar vindt er in Bratislava een biënnale plaats waar illustratoren van overal hun werk kunnen tonen. Inzendingen gaan via lokale afdelingen van IBBY, de International Board on Books for Young people, 70 jaar oud, still going strong
De Bienále Ilustracíi Bratislava, 29e editie, vindt plaats van 4 oktober tot en met 3 december 2023 in het cultureel centrum Bibiana, en doorgaans vinden er naast de tentoonstelling nog andere evenementen plaats, zoals een symposium. Voertaal Engels.
Deze biënnale werd opgericht toen Bratislava nog in Tsjechoslowakije lag en een communistisch bewind kende, en heeft de overgang naar een nieuw tijdperk en een nieuwe staat (Slowakije) overleefd, wat mede te danken was aan de in de BIB en IBBY actieve Dušan Roll (1928-2021).
 


De inzendingen van Nederlandse en Belgische illustratoren worden dus geregeld door respectievelijk IBBY Nederland en tja, twee Belgische instellingen, te weten Iedereen leest en IBBY Belgique francophone. De ene keer (nu) een Vlaamse selectie (samen met Villa Verbeelding), de andere (volgende) keer een Waalse, als ik het goed heb.
Voorafgaand aan de opening van de BIB beoordeelt een internationale jury alle tentoongestelde illustraties, die van over de hele wereld zijn ingezonden. De jury kent verschillende prijzen toe: de Grand Prix, vijf Gouden Appels en vijf Medailles, en bestaat uit Amanda Ariawan (Indonesië), Orna Granot (Israel), Renate Habinger (Oostenrijk), Chen Hui (China), Vladimír Král (Slovakije), Odilon Moraes (Brazilië), Gundega Muzikante (Letland), Susanne Sandström (Zweden), Margaret Anne Suggs (Ierland) en Sahar Tarhandeh (Iran).

Zie voor de inzending van IBBY Nederland hier, en voor die uit Vlaanderen hier.

dinsdag 13 juni 2023

Schermen in de kinderopvang

Voor veel ouders is het dagelijkse routine: zet de kinderen voor de tv. Even rust. Officieel zou je mee moeten kijken, dan weet je wat ze zien en horen en kun je erover praten. Dat was in 2013 al het advies van media-hoogleraar Peter Nikken, toen van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Zijn advies: kijk met mate en weet wat kinderen zien. Dat was toen games en zo nog maar net in opmars waren, en TikTok nog niet bestond, weet je nog?
Het komt er niet altijd van, dat meekijken en zo. Laat staan erover praten.

In de kinderopvang deed de tv ook zijn entree, en voor de medewerkers gold bovenvermeld advies natuurlijk ook. Al snel ontwikkelde zich een bescheiden bedrijvigheid voor het maken van tv-uitzendingen voor de kleinste kinderen.
Daar heeft zich een relatief nieuw fenomeen bijgevoegd: online prentenboeken. Zoals bijvoorbeeld dit. Verdringt dat het aloude voorlezen?

Daar is in Nederland onderzoek naar gedaan door medewerkers van Erasmus Universiteit, in opdracht van Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek: Gebruik van en ervaringen met digitale prentenboeken in de kinderopvang berust op een online enquête, ingevuld door 301 pedagogisch medewerkers en locatiemanagers, en tien 'verdiepende interviews'. 
 

 
Ik citeer het persbericht (d.d. 13-6-3034):
 
Van de instellingen die anno 2022 aangeven digitale prentenboeken aan te bieden, doet bijna de helft dit ten minste wekelijks. Instellingen die geen digitale prentenboeken aanbieden, geven aan dat dit komt doordat ze er geen ervaring mee hebben, of niet beschikken over de benodigde apparatuur en boeken.
Het digitale prentenboek is blijkens het onderzoek vooral in trek om de taalontwikkeling en het leesplezier te stimuleren. Pedagogisch medewerkers zetten de digitale versie vaak in ter ondersteuning van het papieren prentenboek: de herhaling zorgt ervoor dat het taalaanbod beklijft. Hoewel driekwart van de pedagogisch medewerkers positief oordeelt over digitale prentenboeken, geven negen op de tien aan vaker papieren prentenboeken te gebruiken. Dit komt doordat ze het schermgebruik op deze leeftijd willen beperken, en positievere effecten verwachten van papieren prentenboeken op de leesmotivatie op latere leeftijd.

De voorkeur voor papier hangt mogelijk samen met een ander aspect: interactie. Zeven op de tien pedagogisch medewerkers zeggen bij het voorlezen van een digitaal prentenboek minder interactie te hebben met de kinderen dan bij een papieren prentenboek. Dit komt vooral doordat het noodzakelijk is om het afspelen van het boek tijdelijk te stoppen. Pedagogisch medewerkers vinden het moeilijk om geschikte pauzemomenten te kiezen. Hierbij speelt ook dat ze de concentratie en onderdompeling van kinderen in het verhaal niet willen verstoren.

Waarvan akte. Het valt dus nogal mee met die verdringing, als we mogen afgaan op deze bevindingen.
En lief dat ze de 'concentratie en onderdompeling van kinderen in het verhaal niet willen verstoren' - al doet me dat op de een of andere manier denken aan die ouders die tijdens het koken hun kinderen voor de tv zetten.

vrijdag 2 juni 2023

Allemaal goede voorlezers?

Persbericht van Stichting Lezen:

'Moeders zijn nog altijd de voornaamste leesopvoeders: zij hebben meer kennis van (recente) kinderliteratuur dan vaders, opa’s en oma’s en kunnen hun kinderen dus ook het beste toegang bieden tot interessante boeken. Voor het overige zijn er geen verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke opvoeders en ook niet tussen ouders en grootouders in de interactie bij het voorlezen. Ouders en grootouders, en mannelijke en vrouwelijke opvoeders, doen gemiddeld ongeveer evenveel inhoudelijke, cognitief uitdagende uitingen tijdens het voorlezen. Dit blijkt uit het onderzoek Twee generaties, een verhaal van Roel van Steensel, hoogleraar Leesgedrag voor Stichting Lezen.

De vraag naar de rol van de grootouders is relevant omdat zij een grote rol in opvoeding en dus ook in de leesopvoeding spelen. Dat er geen verschillen in voorleesinteractie bestaan, betekent dat moeders, vaders, opa’s en oma’s hun (klein)kinderen evenveel stimuleren tijdens het voorlezen. Wel zouden grootouders en vaders meer kennis over actuele kinderliteratuur aangereikt kunnen krijgen. ‘Het mooie van dit onderzoek is dat blijkt dat alle opvoeders, zowel ouders als grootouders, goed kunnen voorlezen’, aldus Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder Stichting Lezen.
'

Dat laatste is een verrassende uitspraak, die ik niet terugvind in de korte samenvatting van het onderzoek. Het zou heel goed nieuws zijn: alle opvoeders in Nederland kunnen goed voorlezen. De Voorleesexpress kan wel ophouden...
Helaas vermoed ik dat Gerlien van Dalen bedoelde dat grootouders gemiddeld even goed voorlezen als ouders.