Zoeken in deze blog

woensdag 7 april 2021

Na de zondvloed

Er vindt een ramp plaats.
 
Hoeveel verhalen beginnen er, nog afgezien van het bijbelse verhaal over de zondvloed,  met een ramp? Sinds Daniel Defoe's Robinson Crusoe: honderden zo niet duizenden, denk ik. Die ramp in Robinson Crusoe was nog maar een schipbreuk. 'Op een onbewoond eiland', pappadapadipá... Kleine mars door de tijd via Lisa Tetzners Die Kinder auf der Insel (die het er nog redelijk af brachten) naar Lord of the Flies van William Golding. Op dát onbewoonde eiland ging het niet zo goed.
 
Eind 19e eeuw vindt er al een invasie van de wereld plaats. The War of the Worlds, H.G. Wells. De wereld gaat nog niet ten onder.

Een eeuw later vindt een enorme ramp plaats, grotendeels door mensen veroorzaakt, en voor lezers anno nu akelig herkenbaar. De samenleving verkruimelt, overlevers zwerven her en der, vinden een weg op de verwoeste aarde, tussen wonderlijke en door genetische experimenten soms gevaarlijke wezens, en vaak staan ze elkaar naar het leven. De MaddAdam-trilogie, Margaret Atwood. Of Memoirs of a Survivor van Doris Lessing, dat pas griezelig wordt als je de achtergrond tot je laat doordringen. Of in het exuberante The Stone Gods van Jeannette Winterson, waarin de somberheid prachtig wordt samengevat in enkele zinnen uit een dialoog:

"Billie,"said Spike, "why are you crying?"
"Because it's hopeless, because we're hopeless, the whole stupid fucking human race."
"Is that why you are crying?"
"And because I wish there was a landing place that wasn't always being torned up."

Voor wie zoiets als MaddAdam achter de kiezen heeft, blijven er weinig zwartere scenario's over. Dan laat ik de Walking Dead en andere dystopische vechtfilms nog maar buiten beschouwing.

Om dat aan kinderen voor te schotelen... 
 
Nee, dan toch maar De wind wijst de weg van Wouter Klootwijk. Dat is, ook al is de samenleving zo ongeveer verdwenen, een vederlicht, lief, bijna zoet verhaal voor pakweg achtjarigen en ouder. 

 
Acht kinderen hebben een in het vage gelaten ramp overleefd en helpen elkaar met overleven. Hier geen twisten en machtsuitoefening, het is pais en vree, van de ramp weten ze niet veel meer, het eerste personage waarmee we kennismaken weet zelfs haar eigen naam niet meer, alleen dat ze bijkwam en onder een tak lag. De enige volwassene die de kinderen ontmoeten is de schipper van een gestrande visserskotter en hij is hen ter wille met advies en voedsel (gedroogde vissen). Hij verdwijnt wel en dat is een van de kleine bittere noten in het verhaal.
Dat ontdekken ze als ze aan het eind van het verhaal zijn schip voor een tweede keer bezoeken. Hij heeft een briefje achtergelaten:

Vera pakt het briefje, kijkt er lang naar.
'Ik wist niet meer dat ik kan lezen, maar ik zie dat ik het kan. Ik geloof dat het een droevig briefje is.'
Langzaam leest ze het voor.
'Een groet van mij. Ik ben er niet meer. Neem zoveel droge vis mee als je wil. En wat ik nog eens zeggen moet, wat zijn we dom geweest, wij mensen. We hebben alle olie opgemaakt. Het ga jullie goed en wees slim. Bokkum.'

Er is ook sprake van overstroming. Maar wij lezers komen verder niets te weten over die ramp. Het verhaal begint met een jongen en een meisje, gaandeweg komen de anderen erbij, ze leren van elkaar, bouwen samen een soort houten hutten, maken een winter mee en dan houdt het op. Niet lang na dit briefje.
Het is een wonder dat ze nog leven, want ze eten niet meer dan wortels, zaden, droge vis (van dat schip) en bruine bonen - die ze zelf zaaien en oogsten. Van een auteur die toch redelijk wat met voedsel heeft (onder het pseudoniem Ben de Cocq), had ik iets meer aandacht voor hun dieet verwacht.
 
 
 
Zoals ik al schreef, een lief verhaal, maar het biedt volgens mij net iets te weinig, zelfs voor de lezers van pakweg acht en ouder voor wie het bedoeld lijkt. Het bijna collectieve geheugenverlies vind ik een misser, het gaat allemaal net iets te goed en het einde is me te abrupt.

'Hij is dood, denk ik', zegt Josje.
Ze blijven die nacht in de stuurhut en denken aan meneer Bokkum.
Dan lopen ze terug naar huis. Ze nemen de bonen weer mee. En de gedroogde vis. Voor later.
'We moeten slim zijn,' zegt Vera.
'Ja, wanneer gaan we daarmee beginnen?',  zegt Jan.
'Gewoon niet dom doen,' zegt JanJan.
Wies en Josje schateren het uit. Dan vallen ze allemaal om in het gras. Van het lachen. 'Gewoon niet dom doen.'

Einde. Tja.
 

Het is me te lief, het idee dat het ineenstorten van een samenleving alleen te maken heeft met dom doen, en niet met slechtheid. Er ontbreekt spanning in dit verhaal, drama.
Jammer. Mooi thema, ongebruikelijk, zou tot ontroering en nadenken kunnen leiden. Het begint ook veelbelovend, met dat meisje dat niet meer weet hoe ze heet, daarna Jan die haar Vera noemt, de anderen, het vlot... maar daarna zakt het in.
Gemiste kans.
 


Klootwijk, Wouter. De wind wijst de weg. Ills. Irene de Goede. Leopold, 2021. ISBN 978 90 258 80787 3, 82 p.
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten