De ironisering waarvan Wallace last heeft, is dat continue commentaar op wat je doet en wat je zegt, hoe je bent en hoe je wilt zijn et cetera, et cetera ad infinitum. Het is de last van een topzwaar zelfbewustzijn, een geobsedeerd, zeg maar gerust narcistisch brein dat zichzelf geen moment uit het oog verliest.
Het Ik wordt zo een cipier die het Zelf permanent bewaakt. Tegenwoordig bestaan daar hele penitentiaire instellingen voor, ze hebben digitale namen als Instagram, Facebook, TikTok, LinkedIn, Snapchat, Bluesky, X, maar ook in Wallace’ tijd was het al benauwd genoeg in die kruipruimte tussen Ik en Mijzelf.
Het Ik wordt zo een cipier die het Zelf permanent bewaakt. Tegenwoordig bestaan daar hele penitentiaire instellingen voor, ze hebben digitale namen als Instagram, Facebook, TikTok, LinkedIn, Snapchat, Bluesky, X, maar ook in Wallace’ tijd was het al benauwd genoeg in die kruipruimte tussen Ik en Mijzelf.
En:
Wie oprecht wil zijn, kan het niet meer worden.
Uit het opstel 'Eerlijke eenvoud' van P.F. Thomèse, in de Volkskrant 4-4-2026, katern 'Boeken'.
Wie er even niets van snapt, kan het best het hele opstel lezen. Daarvoor moet je waarschijnlijk wel abonnee zijn of worden van de Volkskrant, maar wellicht is het voor niet-abonnees voor één keer gratis.
De plaat van Fien Jorissen die boven het opstel staat, is mooi maar verduidelijkt niets - tot je het opstel leest.
Hints: zie het al in 1998 verschenen opstel ‘E unibus pluram – Television and U.S. Fiction’ (1993), opgenomen in de essaybundel A Supposedly Fun Thing I’ll Never Do Again – Essays and Arguments (1997) van David Foster Wallace, en 'Un coeur simple' van Gustave Flaubert.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten