Zoeken in deze blog

dinsdag 7 april 2026

Toen gebeurde het

Klinkt bekend? 
Het is een van de meest voorkomende zinnetjes in verhalen met een doorsneestijl, vooral in verhalen voor kinderen. Een zinnetje dat de verdwijnende aandacht terugroept. Niet gapen, blijf wakker, blijf luisteren! Of: blijf lezen. 
Het zinnetje moet wel een punt hebben. Want daarna valt er, als het goed is, een kleine, hopelijk verwachtingsvolle pauze.
Dus niet als in
 
En toen gebeurde het dat zij struikelden over een boomstronk, en door de schok schoot het giftige stuk appel uit haar keel.  
 
Dat lijkt op de quasibijbelse En het geschiedde ... Maar zoals in 
 
Toen gebeurde het. De cirkel die de rotonde moest voorstellen dijde plotseling uit.
 
Citaat 1 komt uit een knullige versie van 'Sneeuwwitje' (grimmstories.com, een vreemde website zonder bron of verantwoording), en citaat 2 uit een roman van een tot nu toe veel geprezen auteur, Benny Lindelauf. 
 
Daaruit iets meer citaat:
 
Leerlingen kon je het best beschouwen als niet te snuggere honden. Je corrigeerde het slechte gedrag, beloonde het goede. Walter pakte zijn blocnote, legde hem op zijn knieën en tekende de rotonde na. Visuele informatie bleef beter hangen dan verbale of schriftelijke. 
Toen gebeurde het. De cirkel die de rotonde moest voorstellen dijde plotseling uit. In eerste instantie weet hij het aan lijn 9 die hier langskwam, oude rails die een iets te krappe bocht maakten waar de tram schokkend doorheen trok, maar toen hij in zijn achteruitkijkspiegel keek zag hij dat de trambaan leeg was. Toen pas realiseerde hij zich dat het door zijn been kwam. Het zoemde. Zo voelde dat. Het zoemde als een mobiel in de trilstand.
 
We zijn aan het lezen in Het licht tussen onze vingers van Benny Lindelauf.
Inderdaad was de aandacht aan het verslappen. Een veeg teken. 
En dat terwijl het verhaal opent met een in cursieve letters gedrukte episode waarin een man ondersteboven in een eik hangt, met een jonge vogel in zijn armen. De man weet niet hoe hij daar terecht is gekomen. 
In romein (gewone letters) begint dan een anonieme verteller over de wederwaardigheden van ene Walter, rij-instructeur, met een mankement aan zijn rechterbeen dat tot een bijna-ongeluk leidt en, zo wordt al snel duidelijk, autistische trekjes. Vaste waarden: zijn Subaru en de oude hond Montgomery. Gaap.
 
Toen gebeurde het.
 
Daar haakte ik af. Moest ik zo bij de les gehouden worden? Had ik nog wel zin om door te lezen? Het werd bladeren, om daar achter te komen.
Sowieso al een zwaktebod, zo'n begin met een vooruitblik naar een spannende dan wel dramatische episode. Alsof je meteen wil weten hoe het afloopt met die ondersteboven hangende man en alleen daarom zou willen doorlezen. Geef me dan maar zo'n begin:

Call me Ishmael. Some years ago — never mind how long precisely — having little or no money in my purse, and nothing particular to interest me on shore, I thought I would sail about a little and see the watery part of the world. It is a way I have of driving off the spleen and regulating the circulation. 
 
Dat is van Herman Melville, de bekende start van Moby Dick. Ja, die vestigt de aandacht op de verteller. Waarom zou je niet mogen weten wie het verhaal vertelt? Net als in dit beroemde begin:
 
Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht, nr. 37. Het is mijn gewoonte niet romans te schrijven of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen dat gij, lieve lezer, zo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt. 
 
De spelling is wat aangepast, maar de meeste lezers, zeker wat oudere lezers, zullen wel weten dat zo het eerste hoofdstuk van Max Havelaar begint.
 
Bladeren dus. En teruglezen, en weer verder lezen. Gaandeweg wordt duidelijk dat die Walter deel uitmaakt van een gezin waarin veel mis is gegaan. Zoon vermist in de bergen, dochter met eet- en andere stoornissen, heel lastig (en droevig, denkt de lezer). En die Walter houdt graag vast aan bekende patronen. 
Als zijn been die rare onwillekeurige bewegingen houdt, waardoor hij een half jaar rust moet houden (het is lastig rijles geven met zo'n been), vertelt hij dat niet aan zijn vrouw Nettie. Hij gaat vrijwilligerswerk doen bij een opvangcentrum voor ooievaars, maar doet net alsof hij naar zijn werk gaat. Hij neemt de mobiel van zijn zoon over en ontdekt dat die rare contacten had met veel berichten met piemels - maar ook daarover praat hij niet. Ze praten sowieso niet veel, die Nettie en Walter. Door die mobiele telefoon komt hij in dat opvangcentrum ook nog eens in de problemen doordat een ongure stagiaire ontdekt dat hij met die contacten van zijn zoon in de weer is en hem ermee chanteert - en opnieuw, hij houdt het allemaal voor zich. De buurt waarin ze wonen wordt gerenoveerd, ze moeten op termijn hun huis uit, maar Walter schuift alles voor zich uit, al wordt het ene na het andere huis ontruimd.
Niet vreemd dat dit leidt tot crises. 
Tekenend is wat Walter zegt als Nettie (eindelijk) heeft ontdekt dat hij al drie maanden geen rijles heeft gegeven.
 
'Ik belde de rijschool,' zei ze. Ze keek hem aan. 'Ze zeiden dat je al drie maanden geen les meer hebt gegeven.'
Hij wilde haar hand pakken, maar ze trok hem terug. Het was geen boos gebaar, eerder een golf die tot de rand van het strand was gespoeld en nu niet anders meer kon dan zich terugtrekken.
'Ik wilde je niet ongerust maken,' zei hij. 'Het is niets ernstigs. Het stelt niks voor en is al over.' 
 
Ammehoela, denk je dan als lezer, inmiddels aanbeland op p. 133.
En dat wordt alleen maar erger. Onenigheid, o.a. over de buurt, een onafwendbare scheiding, gedoe in het ooievaar-opvangcentrum en tussendoor nog meer vooruitblikken op Walter ondersteboven in de boom, en uiteindelijk de verlossing. Hij wordt ontdekt en uit die boom gehaald en naar het ziekenhuis gebracht. 
 
Ze kijken naar de man die omlaag is getakeld, die in de ambulance wordt geschoven. Ze kijken naar de ambulance die hobbelend over het  bospad wegrijdt, praten met de politieman ter plaatse. Ze laten hun gegevens achter. Dan lopen ze terug, de vogelaars, allebei een beetje rillerig, en ze vraagt: 'Hing er nou écht een man ondersteboven in een eik die vroeg: "Vraag eens hoeveel kinderen ik heb?"'
 
De verkeerde plaatsing van het vraagteken is authentiek.
Einde verhaal? Nee, er is nog een soort vervolg. Jammer, want het zou een mooi treurig einde zijn geweest van een tergend somber verhaal.
 
De operatie duurde vier uur. Toen hij uit de narcose kwam, stond de chirurg voor hem, een jonge man met bolle wangen, hij leek eerder een bakker in opleiding dan arts. Hij zei dat alles 'puik was gegaan'.
 
Nettie kwam één keer langs en stuurde bloemen. Dochter Filippa kwam langs, verrassing, met appels.
 
En hoewel haar polsen  nog steeds aan de dunne kant waren, kon je ze geen satéprikkers meer noemen,
 
Enfin, dit verhaal loopt niet echt af. Dit is de laatste alinea, afsluiting van een ritje naar zijn oude straat:
 
Toen ze terugkwamen en hij Montgomery had ingeladen bleef hij een moment bij de Subaru staan. Terwijl er een weifelende regen begon te vallen, tuurde hij naar zijn autosleutels, voelde het gewicht ervan in zijn hand. Hij bekeek de miezerregen die spatjes maakte op de voorruit van de Subaru, geen spatje was hetzelfde. Het had een handschrift kunnen zijn, dacht Walter. Hij staarde naar de spatjes op de ruit, een stokoud handschrift dat ernaar verlangde ontcijferd te worden, het vroeg alleen de aandacht van iemand, een enkel iemand, een regenlezer, een spatontcijferaar, en alle geheimen van de wereld zouden erin te lezen zijn.

Onder de indruk? Ren naar bibliotheek of boekwinkel.
Doe mij zijn andere werk maar. Zie bijvoorbeeld Hele verhalen voor een halve soldaat.
 
 
Lindelauf, Benny. Het licht tussen onze vingers. Querido, 2026. ISBN 978 90 253 2083 6, 174 p.  
 
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten