'Hallo, Grote Kunstenaar!' zeg ik. 'Ze zeggen dat u de mens heeft bedacht, met een kwast en een paar strepen verf.
Benen, buik en navel. Zelfs de achterkant van onze oren.
Klopt dat?
Grote Kunstenaar glimlacht. 'Ik zeg niks,' zegt hij. En hij knipoogt.
Zo begint Wonder, een wonderlijk prentenboek van Mark Janssen. Je moet een beetje thuis zijn in de drie monotheïstische godsdiensten om de toespeling op het scheppen van de mens te begrijpen, maar ach, dat zijn we allemaal wel. Een knipoog, wat betekent dat? Dat verdient nader onderzoek, maar niet nu.
De prenten boven deze tekst beslaan twee bladzijden:
Die kondigen min of meer aan wat gaat volgen: experimenten met verf. En chaos.
De niet nader voorgestelde verteller 'ik' gaat op de volgende bladzijden verder. Daar komt de uitdaging.
'Mag ik eerlijk zijn?' vraag ik. 'Ik vind hoe we eruitzien... hoe zal ik het zeggen... een beetje saai.
Altijd de neus in het midden, twee ogen erboven en een mond eronder. Altijd hetzelfde.
'Niet boos worden...' zeg ik eigenwijs. 'Maar ik denk dat ik het beter kan. Ik ben ook kunstenaar!'
'O, echt? Nou, laat maar zien dan... Ik ben benieuwd!' zegt Grote Kunstenaar.
Boven dit tekstje staan twee gewone hoofden afgebeeld, lachend, met mooie tanden, links een meisje (vermoed ik) met blond haar en een huidskleur richting café au lait, rechts een jongen (vermoed ik) met donkere krulletjes en een huidskleur richting koffie met een scheutje melk. (En let even op de achtergrond.)
De verteller gaat aan de gang en schildert de ene kop na de andere, steeds wilder (zie ook voorkant boek), een clown en een verre achterneef van Ronald Grump uit Sesame Street komen langs...
... het wordt steeds wilder, de koppen gaan leven en zichzelf schilderen, de verteller wordt bang en roept
Grote Kunstenaar! Help! HELP!
en
Dan, plotseling, een stem zo luid dat alles trilt:
'GENOEG!'
Grote Kunstenaar spreekt. Alles staat stil.
Ik fluister: 'Oeps... ik wilde alleen... ik dacht... maar het liep een beetje uit de hand,'
Grote Kunstenaar glimlacht. 'Dat is niet erg, Kleine Kunstenaar. Je bent gewoon... enthousiast. Houd dat vooral vast.
'Wil je het nog eens proberen?' vraagt hij. 'Nee...' zeg ik zacht, met een bibber in mijn stem.
'Ik vind mijn ontwerp eigenlijk helemaal niet saai,' zegt Grote Kunstenaar. 'Want dat ben jíj. Jij bent een meesterwerk. Een WONDER! Helemaal perfect. En niets meer aan doen.'
'Ook niet... een heel, héél klein beetje?' fluister ik.
Het antwoord zullen we niet weten, want hier eindigt het verhaal. Je kan er, als je wil, een soort allegorie in zien. De mens die de macht over zijn schepping kwijtraakt, een god die desgevraagd ingrijpt. Iets kleiner: een ouder die ingrijpt. Schilderijen, tekeningen, kunstzinnige voorwerpen die tot leven komen: ook een terugkerend motief in woord- en beeldkunst.
Maar die knipoog, daarover moeten we het nog eens hebben.
Hoe dan ook is dit echter een bijzonder en mooi prentenboek.
Janssen, Mark. Wonder. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1823 9, 26 p.






Geen opmerkingen:
Een reactie posten