Nog even over die nieuwsvoorziening, zie ook mijn bericht van 6 juni: vandaag even gekeken of Leesplein, Leesfeest en Villa Kakelbont ook melden dat hoogleraar Kind en Media (UvA) Patty Valkenburg de Spinozapremie heeft gekregen, samen met Heino Falcke (hoogleraar radioastronomie, Radboud Un.) en Erik Verlinde hoogleraar theoretische natuurkunde, UvA).
Ja ja, kind en media is vast een beetje breed, maar jeugdliteratuur valt er wel degelijk onder, al is het modieus om onder media uitsluitend radio en tv te verstaan. Daarop richt de bekroonde hoogleraar zich trouwens doorgaans ook.
Dus zou ik, als ik de nieuwsvoorziening op Leesgoed naar een hoger plan wou tillen, ervoor zorgen dat dit daar nu juist wél werd vermeld. Met eventueel een verwijzing naar relevante publicaties van Patty Valkenburg en een kanttekening over speculaties over de mate waarin media als tv en internet de media boek en tijdschrift hebben verdrongen. Aan dat laatste ga ik me nu even niet wagen, maar er zijn bronnen: al die onderzoeken naar tijdsbesteding.
Ik weet het, daarvoor is tijd nodig. Die zal vermoedelijk ontbreken.
Dit AI-vrije blog meandert uit over zaken die (soms wat losjes) met lezen en schrijven te maken hebben. Rode draad: jeugdliteratuur verdient aandacht.
Zoeken in deze blog
dinsdag 7 juni 2011
maandag 6 juni 2011
Leesgoed 2011
Er zijn nu twee nummers Leesgoed verschenen met een nieuwe hoofdredactrice (Karin Kustermans) en deels nieuwe redactie, die van moederbedrijf NBD/Biblion mocht investeren in een nieuw uiterlijk en promotie.

Dat nieuwe uiterlijk werd geleverd door Tim Oeyen en Sanny Winters en oogt artistieker dan het voorgaande van Toon Joosen (zie o.a. hier), dat overigens ook nog maar zo'n twee jaar oud was. Men greep terug op het concept van de cover-illustratie: een van Sebastiaan van Doninck voor nummer 1 en van Sanny Winters voor nummer 2. Het is een keuze die direct verwijst naar het hoofdonderwerp van Leesgoed: jeugdliteratuur. Niets mis mee.
Tot en met 2010 gaf de redactie overigens nadrukkelijk te kennen aanpalende onderwerpen niet te schuwen door de ondertitel: 'over boeken, films en meer voor kinderen van 0-15 jaar'. Die heeft de nieuwe redactie veranderd in 'tijdschrift over kinder- en jeugdboeken en hun lezers'.
Dat vind ik jammer, want volgens mijn woordenboeken zijn kinderen jeugdig en begint onze jeugd bij onze geboorte, dus was de aanduiding jeugdboeken voldoende geweest - óf kinderboeken. De vraag is natuurlijk: wanneer houden kinderen op kinderen te zijn en wanneer houdt de jeugd op jeugd te zijn en daaromtrent heerst in onze samenleving grote verwarring, met name bij het gebruik van het woord jongeren. Bovendien is er een belevingsverschil tussen de woorden kinderen en jeugd. (Probeer maar: de ... van tegenwoordig...) Met het eigenaardige kids (kinderen met een grote mond? consumentenkinderen?) ertussenin. Enfin, het zij zo, ik blijf de aanduiding kinder- en jeugdboeken lelijk vinden.
Er is een iets dikkere papiersoort gebruikt. Of dat handig is, betwijfel ik, het is zwaarder en dubbel vouwen is lastig. Wellicht vindt men het wat sjieker ogen.
Er is binnenin een nieuwe lay-out. Die oogt speels, maar intussen is de broodletter, het lettertype waarin de artikelen staan, wel kleiner dan die van 2010. Niettemin leesbaar, vind ik. De vormgeving van de recensierubrieken is eveneens veranderd. De rubrieken beginnen weer bovenaan de pagina. Er is echter een nóg kleiner lettertype toegepast, wat het lezen weer lastiger maakt.
Het praktische katern Boekidee lijkt geïntegreerd en het idee van de uitneembaarheid van dit katern is geheel losgelaten. Ach, dat is even wennen en of Boekidee inderdaad vaak uit het blad werd gehaald betwijfel ik.
Laat ik het kort houden. De nieuwe lay-out oogt ingetogen en fraai, en heeft speelse trekjes. Daarbij is naar mijn idee iets ingeleverd op leesbaarheid en overzicht. En je moet het eind van het stuk opzoeken om er achter te komen wie het schreef, dat vind ik niet handig. Mooi vind ik echter dat soms voor een vollepaginafoto is gekozen.
Interessanter vind ik de inhoudelijke veranderingen. De gastillustratie is weer in volle glorie terug: liefst twee pagina's 'In beeld'. Hulde, ik begon hem te missen en met twee volle pagina's komt de gastillustrator beter tot zijn of haar recht dan met de acht à tien kleine illustraties die de laatste jaren als gastillustraties in Leesgoed te vinden waren. De rubriek 'Voor u geselecteerd' is nieuw: een selectie titels passend bij het thema van het nummer. Waarmee ook nadrukkelijker dat thema wordt neergezet. (Nummer 1: geheimen, naar aanleiding van jeugdboekenweek 2011; nummer 2: Annie M.G. Schmidt, omdat die op 20 mei 100 jaar zou zijn geworden als ze nog geleefd had). De 'Voorpublicatie', een van de ideeën die de laatste jaren in de redactie al eens werden geopperd: in nummer 1 uit Ondergedoken als Anne Frank, in nummer 2 uit De melkweg. Nieuw is ook een rubriekje 'Tien!', met tien opmerkingen bij een onderwerp (auteur?), in nummer 1 over Roald Dahl, in nummer 2, niet verwonderlijk, bij Annie M.G. Schmidt. Ben ik nog niet zo enthousiast over. Liever een leuke (gast)column.
Dit alles laat onverlet dat de redactionele lijn van de laatste jaren lijkt te worden voortgezet: interviews en artikelen die zowel de kinderboekenkenner als de belangstellende lezer iets te bieden hebben, recensies onderverdeeld in de categorieën 0-6, eerste lezers, 8-12, 12+ en non-fictie (de categorie multimedia is gesneuveld) en Boekidee, praktische suggesties om met kinderen en boeken aan de gang te gaan. En dat vervult mij als medevormgever van die lijn natuurlijk met tevredenheid.
Ik mis echter de bijbehorende website.
Ja, hij is nog steeds online. En de nieuwsvoorziening is na enige stilte weer op gang gekomen. Ook de Leespluim wordt netjes bijgehouden en Myrte levert nog steeds haar columns. Maar de agenda houdt op bij september 2010, de recensies worden niet aangevuld, Boekidee evenmin, het nieuws bevat voorzover ik heb nagegaan niets dat niet tegelijk of eerder ook op Laten lezen te vinden is en over de Leesgoedprijs 2011 nog geen nieuws (wat natuurlijk nog kan komen!). In plaats van voorpublicatie van artikelen hobbelt de website aan achter de papieren nummers.
De urgentie ontbreekt kortom om deze website regelmatig te bezoeken. Er valt nog niets ordelijks van te downloaden behalve gehele oude nummers - wat overigens een prettige dienstverlening is. Je kan er geen boeken kopen en wordt bij recensies of andere boekentips ook niet doorverwezen naar boekwinkels. Er wordt abonnees geen korting verleend op boekverkoop - wat toch heel goed zou kunnen, al was het maar op de boeken die NBD/Biblion zelf verkoopt aan bibliotheken. Er is geen forum over kinderboeken, ongeveer zoals dat (bijvoorbeeld!) over jeugdbibliotheekwerk wel te vinden is op de bescheiden website van het (Nederlands) Landelijk Vakberaad Jeugdbibliotheekwerk. Waar treffen recensenten van jeugdliteratuur elkaar? Een aantal bijvoorbeeld op Vertel eens...
De bedoeling van een website bij een tijdschrift is dat de website iets biedt dat de papieren uitgave niet biedt - en vice versa. En dat de website bezoekers naar het tijdschrift leidt - niet omgekeerd. Zo'n website zou dus op zich al het regelmatig bezoeken waard moeten zijn ('niet te missen' voor wie zich met kinderboeken bezighoudt) en ook nog eens belangstelling opwekken voor de papieren uitgave.
Ga er maar aan staan, ik weet het. In mijn laatste jaar als hoofdredacteur en webbeheerder had ik, niet geheel tevreden over de bestaande website, een waslijst ideeën, maar tot uitvoering kwam het niet, want andere zaken gingen vóór of kwamen ertussen en nu ben ik met pensioen.
Tot slot dan nog eens de m.i. sterkste en zwakste zaken. Sterk: 'In beeld', de twee pagina's voor een illustrator. Sterk: de vollepaginafoto bij het interview. Sterk: voortzetting van het streven een tijdschrift te maken dat zowel de kinderboeken-'insider' als de belangstellende relatieve buitenstaander iets te bieden heeft. Sterk: een mooi ogende lay-out. Sterk: goede interviews en artikelen.
Zwak: wel erg klein lettertje in rubrieken. Zwak: te dik papier. Zwak: website hangt er (nog) zwabberig bij en heeft te weinig extra's te bieden.
Wordt vervolgd als nummer 3 verschijnt.
dinsdag 31 mei 2011
Schrijven voor kinderen
Stel, je hebt die 'drang van binnen' (Floortje zwigtman, A.M.G. Schmidtlezing 2011) om te schrijven.
Maar je bent niet zeker van je vaardigheden, of je hebt een tekst geschreven die door de ene na de andere uitgever wordt afgewezen en als je heel eerlijk bent, lijken je vrienden en kennissen net iets te beleefd in hun lof.
Je kan een cursus gaan volgen. Er is voldoende aanbod. Onze Taal biedt een handig overzichtje voor Nederland, voor Vlaanderen is er Creatief schrijven en er is vast nog meer, zie Eigenstart schrijfcursussen. Er is zelfs 'voor iedereen die schrijft' een Schrijven Magazine.
Stel, die drang wijst je naar schrijven voor kinderen. Dan kun je ook bij veel van die cursussen terecht, zie bijvoorbeeld Schrijven Online terecht. Of hier. Of elders.
Waar zou die drang vandaan komen? Het kan zijn dat je sterk de behoefte voelt om je verhaal met anderen te delen. Welk verhaal? Nou, dat verhaal dat al in je hoofd zit en als het ware roept om opgeschreven te worden. Bij verrassing kan dan blijken dat het verhaal vooral voor kinderen is. Er zijn kinderboekauteurs te vinden die volhouden dat ze helemaal niet speciaal voor kinderen schrijven - maar al doende blijkt hun verhaal geschikt voor kinderen of zelfs speciaal bedoeld voor kinderen. Deze auteurs zeggen vaak ook dat ze niet aan een bepaald publiek denken als ze schrijven.
Het kan ook zijn dat je wel een publiek voor ogen hebt: je eigen kinderen, of je schoolklas, je kleinkinderen, enzovoort. Je vindt dat jouw verhaal het verdient om met dat publiek gedeeld te worden. Of je hebt niet echt een verhaal maar vindt dat je het beter kan dan wat anderen voor jouw publiek schrijven en je beleeft er vreugde aan om verhalen te verzinnen. Of je hebt al enige naam gemaakt met verhalen voor volwassenen en wordt uitgenodigd om ook eens voor kinderen te schrijven. Van echt, authentieke 'drang van binnen' is dan inmiddels wellicht al wat minder sprake... Maar dat hoeft geen minder werk op te leveren. Annie M.G. Schmidt, bijvoorbeeld, schreef volgens haar zoon alleen als ze gevraagd werd, blijkt uit een interview in Leesgoed 2011-2. En dat bracht ons toch zeer genietbaar werk.
Joy Cowley schreef voor aspirant-auteurs Writing from the heart, how to write for children. Het boekje (pocket, 80 p., ISBN 978-0-473-17515-3) verscheen oktober 2010 in Auckland, Nieuw-Zeeland, bij Storylines Children's Literature Charitable Trust. Het bestaat uit 11 hoofdstukken na een Introduction: Plot, Dialogue, Discipline, Humour, Writing for the New Reader, Novels for Children and Young Adults, Picture Books, Plays, Poetry, Putting on your Editor's Hat en Presentation.
De Introduction geeft iets van drang weer: 'For me, making stories has been like breathing. It seems that I have always done it, first in pictures, story drawing on any clear space I could find - [...] - an onsessive habit that did not always please my parents.' Die obsessieve gewoonte mondde uit in een omvangrijk oeuvre, zoals haar website laat zien, dat ook redelijk gewaardeerd werd, zoals het lijstje 'Awards and Honours' achteraan haar 'bio notes' toont.
De Introduction vertelt ook hoe ze tot schrijven voor kinderen kwam: 'Doubleday eventually published five of my novels for adults, but at the same time I was writing stories for children, especially for my son edward and others like him who were reluctant readers. Following that was a growing commitment to early reading.'
Uit haar boekje blijkt dat ze bij dat schrijven rekening is gaan houden met haar publiek, wat ook tamelijk logisch is. 'We need to remember that the beginning reader does not have the experience of life and language to cope with certain literary styles.' Zo is 't maar net. Diezelfde betrokkenheid verklaart haar bemoeienis met Storylines en de opbrengst ervan is bedoeld voor dat centrum.
'Enjoy your craft. Do keep your serious adult voice under control, and let the child within you grow wings to fly with the child out there. Writing for children is a very satisfying adventure', zo eindigt ze haar introductie. Daar zit een visie in die negentiende-eeuwers niet begrepen zouden hebben, maar inmiddels gemeengoed is.
Schrijven voor kinderen is moeilijker dan schrijven voor volwassenen, dat benadrukt Cowley keer op keer: hoe jonger de kinderen, hoe moeilijker en schrijven voor de beginnende lezer 'is probably the most difficult level, although it appears simple.' Schrijven vergt voorbereiding, concentratie en discipline. Staaltje voorbereiding: ken je personages zo goed dat je ze kan horen, dat je weet hoe ze er uit zien, welke kleren ze dragen, wat ze denken, wat ze van dingen vinden. Zorg dat ze in je hoofd gaan leven. Concentratie:zorg ervoor dat je niet (te veel) gestoord wordt tijdens het schrijven. (Floortje Zwigtman gaf er ook een fraai staaltje van.) Discipline: wacht niet af tot inspiratie komt, maar zoek die op: reserveer je beste tijd voor het schrijven, liefst dagelijks.
Dat gezegd zijnde, blijkt wel uit haar boekje dat ze er een enorm genoegen aan beleeft. Ik ben geen schrijver van fictie, poëzie of drama, maar volgens mij kunnen beginnende auteurs veel goede, praktische raad halen uit Writing from the heart.
Bestellen? Het kost 25 Australische dollar ofwel ongeveer € 18,50, exclusief verzendkosten. Zie ook hier.
Maar je bent niet zeker van je vaardigheden, of je hebt een tekst geschreven die door de ene na de andere uitgever wordt afgewezen en als je heel eerlijk bent, lijken je vrienden en kennissen net iets te beleefd in hun lof.
Je kan een cursus gaan volgen. Er is voldoende aanbod. Onze Taal biedt een handig overzichtje voor Nederland, voor Vlaanderen is er Creatief schrijven en er is vast nog meer, zie Eigenstart schrijfcursussen. Er is zelfs 'voor iedereen die schrijft' een Schrijven Magazine.
Stel, die drang wijst je naar schrijven voor kinderen. Dan kun je ook bij veel van die cursussen terecht, zie bijvoorbeeld Schrijven Online terecht. Of hier. Of elders.
Waar zou die drang vandaan komen? Het kan zijn dat je sterk de behoefte voelt om je verhaal met anderen te delen. Welk verhaal? Nou, dat verhaal dat al in je hoofd zit en als het ware roept om opgeschreven te worden. Bij verrassing kan dan blijken dat het verhaal vooral voor kinderen is. Er zijn kinderboekauteurs te vinden die volhouden dat ze helemaal niet speciaal voor kinderen schrijven - maar al doende blijkt hun verhaal geschikt voor kinderen of zelfs speciaal bedoeld voor kinderen. Deze auteurs zeggen vaak ook dat ze niet aan een bepaald publiek denken als ze schrijven.
Het kan ook zijn dat je wel een publiek voor ogen hebt: je eigen kinderen, of je schoolklas, je kleinkinderen, enzovoort. Je vindt dat jouw verhaal het verdient om met dat publiek gedeeld te worden. Of je hebt niet echt een verhaal maar vindt dat je het beter kan dan wat anderen voor jouw publiek schrijven en je beleeft er vreugde aan om verhalen te verzinnen. Of je hebt al enige naam gemaakt met verhalen voor volwassenen en wordt uitgenodigd om ook eens voor kinderen te schrijven. Van echt, authentieke 'drang van binnen' is dan inmiddels wellicht al wat minder sprake... Maar dat hoeft geen minder werk op te leveren. Annie M.G. Schmidt, bijvoorbeeld, schreef volgens haar zoon alleen als ze gevraagd werd, blijkt uit een interview in Leesgoed 2011-2. En dat bracht ons toch zeer genietbaar werk.
Joy Cowley schreef voor aspirant-auteurs Writing from the heart, how to write for children. Het boekje (pocket, 80 p., ISBN 978-0-473-17515-3) verscheen oktober 2010 in Auckland, Nieuw-Zeeland, bij Storylines Children's Literature Charitable Trust. Het bestaat uit 11 hoofdstukken na een Introduction: Plot, Dialogue, Discipline, Humour, Writing for the New Reader, Novels for Children and Young Adults, Picture Books, Plays, Poetry, Putting on your Editor's Hat en Presentation.
De Introduction geeft iets van drang weer: 'For me, making stories has been like breathing. It seems that I have always done it, first in pictures, story drawing on any clear space I could find - [...] - an onsessive habit that did not always please my parents.' Die obsessieve gewoonte mondde uit in een omvangrijk oeuvre, zoals haar website laat zien, dat ook redelijk gewaardeerd werd, zoals het lijstje 'Awards and Honours' achteraan haar 'bio notes' toont.
De Introduction vertelt ook hoe ze tot schrijven voor kinderen kwam: 'Doubleday eventually published five of my novels for adults, but at the same time I was writing stories for children, especially for my son edward and others like him who were reluctant readers. Following that was a growing commitment to early reading.'
Uit haar boekje blijkt dat ze bij dat schrijven rekening is gaan houden met haar publiek, wat ook tamelijk logisch is. 'We need to remember that the beginning reader does not have the experience of life and language to cope with certain literary styles.' Zo is 't maar net. Diezelfde betrokkenheid verklaart haar bemoeienis met Storylines en de opbrengst ervan is bedoeld voor dat centrum.
'Enjoy your craft. Do keep your serious adult voice under control, and let the child within you grow wings to fly with the child out there. Writing for children is a very satisfying adventure', zo eindigt ze haar introductie. Daar zit een visie in die negentiende-eeuwers niet begrepen zouden hebben, maar inmiddels gemeengoed is.
Schrijven voor kinderen is moeilijker dan schrijven voor volwassenen, dat benadrukt Cowley keer op keer: hoe jonger de kinderen, hoe moeilijker en schrijven voor de beginnende lezer 'is probably the most difficult level, although it appears simple.' Schrijven vergt voorbereiding, concentratie en discipline. Staaltje voorbereiding: ken je personages zo goed dat je ze kan horen, dat je weet hoe ze er uit zien, welke kleren ze dragen, wat ze denken, wat ze van dingen vinden. Zorg dat ze in je hoofd gaan leven. Concentratie:zorg ervoor dat je niet (te veel) gestoord wordt tijdens het schrijven. (Floortje Zwigtman gaf er ook een fraai staaltje van.) Discipline: wacht niet af tot inspiratie komt, maar zoek die op: reserveer je beste tijd voor het schrijven, liefst dagelijks.
Dat gezegd zijnde, blijkt wel uit haar boekje dat ze er een enorm genoegen aan beleeft. Ik ben geen schrijver van fictie, poëzie of drama, maar volgens mij kunnen beginnende auteurs veel goede, praktische raad halen uit Writing from the heart.
Bestellen? Het kost 25 Australische dollar ofwel ongeveer € 18,50, exclusief verzendkosten. Zie ook hier.
donderdag 26 mei 2011
Lezen: gevaarlijk!
Gisteren, woensdag 25 mei, hield Floortje Zwigtman de 12e Annie M.G. Schmidtlezing in Leiden. De Lokhorstkerk was vol...
... , even vol als voorgaande keren (2010: Marita de Sterck, 2009: Sjoerd Kuyper).
Voor wie er nog nooit van gehoord heeft: de Annie M.G. Schmidtlezing wordt jaarlijks gehouden en is ingesteld vanwege de bijzondere leerstoel voor jeugdliteratuur (officieel de 'Annie M.G. Schmidt-leerstoel voor kinder- en jeugdliteratuur') aan de Universiteit Leiden, sinds 1998 bekleed door Helma van Lierop...
..., die ook aan de Universiteit van Tilburg is verbonden en daar o.a. met Toin Duijx de enige masterstudie jeugdliteratuur in Nederland verzorgt. Hand- en spandiensten worden verleend door IBBY Nederland en als regel verschijnt de lezing in een aflevering van Literatuur zonder leeftijd. Dat de lezing plaatsvindt tijdens de door uitgeverij Querido ingestelde Annie M.G. Schmidtweek (dit jaar zelfs een maand, want op 20 mei werd AMGS 100 jaar geleden geboren, zie ook hier) is geen toeval, maar een kwestie van afstemming.
Floortje Zwigtman dus. (De naam is een pseudoniem van Andrea Oostdijk.) Haar werk zal bekend zijn bij wie meer dan gemiddeld belang stelt in jeugdliteratuur: Wolfsroedel, Spelregels, Schijnbewegingen, Tegenspel, Kersenbloed, Leeuwenmoed, Spiegeljongen en meer. Haar trilogie over Adrian Mayfield (Schijnbewegingen, Tegenspel, Spiegeljongen) kreeg zeer lovende recensies. En zie ook het interview met Floortje Zwigtman in Leesgoed 2007-5.
Een auteur die zo diep gaat, zal wel iets te vertellen hebben, was de verwachting. Wat mij betreft stelde ze niet teleur. Rode draad was de vraag welk nut het schrijven van literatuur heeft, en die vraag mondde uit in een visie waarin verhalen de wereld openen en ruimte laten voor twijfel. En de wereld openen, dat vinden sommige mensen gevaarlijk, vooral diegenen voor wie slechts één waarheid bestaat. Ironische uitroep: 'Pas op, lezen is gevaarlijk.' Want: 'Schrijven is de deur open zetten.'
Nu was ze ruim een uur aan het woord, want die rode draad werd vernuftig gesponnen door een reeks bespiegelingen die leidden van de zusjes Brontë (Emily, Charlotte en Anne) via Hans Christian Andersen en James Baldwin naar Annie M.G. Schmidt, jawel, en verder, en van inspirerende voorbeelden en drang tot schrijven ('zonder de zelfoverschatting van de nog-niet-debutant zou geen verhaal geschreven worden') tot schrijversvraagstukken. (Moet ik kiezen tussen werkelijkheid en verbeelding? 'Leven op papier heeft zijn prijs: geen tijd voor het ware leven.') Met mooie zij-observaties, bijvoorbeeld over Andersen, die zichzelf in zijn verhalen vol zelfspot kon karikaturaliseren, maar als levend persoon geen enkele zelfreflectie kende en behoorlijk irritant kon zijn.
Al luisterend wist ik: deze toespraak is de moeite waard om (nog eens) te lezen. En dat kan: in het zomernummer van Literatuur zonder leeftijd.
... , even vol als voorgaande keren (2010: Marita de Sterck, 2009: Sjoerd Kuyper).
Voor wie er nog nooit van gehoord heeft: de Annie M.G. Schmidtlezing wordt jaarlijks gehouden en is ingesteld vanwege de bijzondere leerstoel voor jeugdliteratuur (officieel de 'Annie M.G. Schmidt-leerstoel voor kinder- en jeugdliteratuur') aan de Universiteit Leiden, sinds 1998 bekleed door Helma van Lierop...
..., die ook aan de Universiteit van Tilburg is verbonden en daar o.a. met Toin Duijx de enige masterstudie jeugdliteratuur in Nederland verzorgt. Hand- en spandiensten worden verleend door IBBY Nederland en als regel verschijnt de lezing in een aflevering van Literatuur zonder leeftijd. Dat de lezing plaatsvindt tijdens de door uitgeverij Querido ingestelde Annie M.G. Schmidtweek (dit jaar zelfs een maand, want op 20 mei werd AMGS 100 jaar geleden geboren, zie ook hier) is geen toeval, maar een kwestie van afstemming.
Floortje Zwigtman dus. (De naam is een pseudoniem van Andrea Oostdijk.) Haar werk zal bekend zijn bij wie meer dan gemiddeld belang stelt in jeugdliteratuur: Wolfsroedel, Spelregels, Schijnbewegingen, Tegenspel, Kersenbloed, Leeuwenmoed, Spiegeljongen en meer. Haar trilogie over Adrian Mayfield (Schijnbewegingen, Tegenspel, Spiegeljongen) kreeg zeer lovende recensies. En zie ook het interview met Floortje Zwigtman in Leesgoed 2007-5.
Een auteur die zo diep gaat, zal wel iets te vertellen hebben, was de verwachting. Wat mij betreft stelde ze niet teleur. Rode draad was de vraag welk nut het schrijven van literatuur heeft, en die vraag mondde uit in een visie waarin verhalen de wereld openen en ruimte laten voor twijfel. En de wereld openen, dat vinden sommige mensen gevaarlijk, vooral diegenen voor wie slechts één waarheid bestaat. Ironische uitroep: 'Pas op, lezen is gevaarlijk.' Want: 'Schrijven is de deur open zetten.'
Nu was ze ruim een uur aan het woord, want die rode draad werd vernuftig gesponnen door een reeks bespiegelingen die leidden van de zusjes Brontë (Emily, Charlotte en Anne) via Hans Christian Andersen en James Baldwin naar Annie M.G. Schmidt, jawel, en verder, en van inspirerende voorbeelden en drang tot schrijven ('zonder de zelfoverschatting van de nog-niet-debutant zou geen verhaal geschreven worden') tot schrijversvraagstukken. (Moet ik kiezen tussen werkelijkheid en verbeelding? 'Leven op papier heeft zijn prijs: geen tijd voor het ware leven.') Met mooie zij-observaties, bijvoorbeeld over Andersen, die zichzelf in zijn verhalen vol zelfspot kon karikaturaliseren, maar als levend persoon geen enkele zelfreflectie kende en behoorlijk irritant kon zijn.
Al luisterend wist ik: deze toespraak is de moeite waard om (nog eens) te lezen. En dat kan: in het zomernummer van Literatuur zonder leeftijd.
woensdag 25 mei 2011
Dag Christiaan
Op 19 mei nam Christiaan van Willenswaard afscheid.
Christiaan wie?

Ja, anders dan sommige prinsessen (zie voorgaand bericht) treedt een beleidsmedewerker zoals Christiaan van Willenswaard niet vaak op de voorgrond. Christiaan verrichtte zijn werk voor Stichting Lezen niet voor het voetlicht, maar in de kleedkamers achter het theater van de leesbevordering, en dat zo'n vijftien jaar lang, dus veel langer dan enig directeur voor deze stichting heeft gewerkt.
Hij was de constante in het overleg, de diplomaat, lobbyist en plannenuitwerker van de stichting. Diplomaat, maar nooit vaag. Lobbyist, maar nooit irreëel. Plannenuitwerker: liefst in samenwerking, en voorzien van een grote dosis belangstelling voor wat anderen doen, en een goed geheugen.
Lobbyist bleef hij tot en met zijn afscheid: alle aanwezigen kregen een badge met de letters TROTS, en die staan voor wat hij vindt dat goede leesbevorderingsprojecten kenmerkt: toetsbaar, realistisch, operationeel, toewijding en samenwerking.
Ik heb zo'n vermoeden dat ze hem gaan missen, bij die stichting. Bestuursvoorzitter Eddy Schuyer liet in zijn toespraakje ook doorschemeren (wat heet) dat er wat freelance opdrachten voor hem klaarlagen.
Christiaan wie?
Ja, anders dan sommige prinsessen (zie voorgaand bericht) treedt een beleidsmedewerker zoals Christiaan van Willenswaard niet vaak op de voorgrond. Christiaan verrichtte zijn werk voor Stichting Lezen niet voor het voetlicht, maar in de kleedkamers achter het theater van de leesbevordering, en dat zo'n vijftien jaar lang, dus veel langer dan enig directeur voor deze stichting heeft gewerkt.
Hij was de constante in het overleg, de diplomaat, lobbyist en plannenuitwerker van de stichting. Diplomaat, maar nooit vaag. Lobbyist, maar nooit irreëel. Plannenuitwerker: liefst in samenwerking, en voorzien van een grote dosis belangstelling voor wat anderen doen, en een goed geheugen.
Lobbyist bleef hij tot en met zijn afscheid: alle aanwezigen kregen een badge met de letters TROTS, en die staan voor wat hij vindt dat goede leesbevorderingsprojecten kenmerkt: toetsbaar, realistisch, operationeel, toewijding en samenwerking.
Ik heb zo'n vermoeden dat ze hem gaan missen, bij die stichting. Bestuursvoorzitter Eddy Schuyer liet in zijn toespraakje ook doorschemeren (wat heet) dat er wat freelance opdrachten voor hem klaarlagen.
Prinsessen op de bres
Ja, Laurentien kenden we al: zij is beschermvrouw van Stichting Lezen en Schrijven, die zich inspant om iedereen, dus ook kinderen, leesvaardigheid bij te brengen, of preciezer: 'wil laaggeletterdheid helpen voorkomen en verminderen door concrete projecten te initiëren en publieke en private organisaties bijeen te brengen'. Haar portret prijkt pront op de openingssitepagina. Ze heeft zelfs kinderboeken geschreven (zoek op Mr. Finney).
Maar ook Máxima springt op de bres. Zij lanceerde op haar 40e verjaardag (17 mei jl.) tijdens de uitreiking van de Appeltjes van Oranje een nieuw initiatief: Kinderen maken Muziek. Als dank nodigt Muziek telt! kinderen uit om een lied te maken dat op 12 juni gezongen zou moeten worden. Ik citeer het persbericht (van 18 mei jl., links door mij aangebracht):
' Het lied wordt gemaakt onder leiding van Muziek telt!-ambassadeurs Edwin Rutten en Winne. Ieder kind dat een instrument speelt of kan zingen, kan reageren. De eerste 40 kinderen die zich aanmelden door een e-mail te sturen naar Nanou@mcn.nl worden uitgenodigd om hierbij te zijn. We zullen het lied in een dag opnemen.
datum: zondag 12 juni 2011
tijd: 11.00 - 16.00 uur
locatie: Muziekcentrum van de Omroep, Hilversum
Deelname is gratis. '
Wat dit te maken heeft met lezen en schrijven? Een lied bestaat als regel uit muziek en tekst... Bij vrijwel alle goede poëzie kan muziek gemaakt worden - als die er niet al meteen bij gemaakt werd.
Maar ook Máxima springt op de bres. Zij lanceerde op haar 40e verjaardag (17 mei jl.) tijdens de uitreiking van de Appeltjes van Oranje een nieuw initiatief: Kinderen maken Muziek. Als dank nodigt Muziek telt! kinderen uit om een lied te maken dat op 12 juni gezongen zou moeten worden. Ik citeer het persbericht (van 18 mei jl., links door mij aangebracht):
' Het lied wordt gemaakt onder leiding van Muziek telt!-ambassadeurs Edwin Rutten en Winne. Ieder kind dat een instrument speelt of kan zingen, kan reageren. De eerste 40 kinderen die zich aanmelden door een e-mail te sturen naar Nanou@mcn.nl worden uitgenodigd om hierbij te zijn. We zullen het lied in een dag opnemen.
datum: zondag 12 juni 2011
tijd: 11.00 - 16.00 uur
locatie: Muziekcentrum van de Omroep, Hilversum
Deelname is gratis. '
Wat dit te maken heeft met lezen en schrijven? Een lied bestaat als regel uit muziek en tekst... Bij vrijwel alle goede poëzie kan muziek gemaakt worden - als die er niet al meteen bij gemaakt werd.
dinsdag 24 mei 2011
Leesgoed 2011-2
Een persberichtje: Leesgoed 2011-2 is uit. Leesplein vindt het kennelijk geen nieuwsitem - ik wel, wat verklaarbaar is voor een oud-hoofdredacteur.
Des te meer omdat ik verneem dat dit nummer op 20 mei is aangeboden aan Flip van Duijn, zoon van Annie M.G. Schmidt. Het nummer is dan ook, volgens het persbericht, 'een nummer van Leesgoed dat volledig gewijd is aan de ‘echte koningin van Nederland’'. Nee, dus niet aan Máxima.
Een knap staaltje publiciteit. Nu de inhoud nog. Ik zie er naar uit en hoop dan een recensie te geven van Leesgoed 2011-1 en 2.
Hieronder Flip van Duijn met het betreffende nummer.
Des te meer omdat ik verneem dat dit nummer op 20 mei is aangeboden aan Flip van Duijn, zoon van Annie M.G. Schmidt. Het nummer is dan ook, volgens het persbericht, 'een nummer van Leesgoed dat volledig gewijd is aan de ‘echte koningin van Nederland’'. Nee, dus niet aan Máxima.
Een knap staaltje publiciteit. Nu de inhoud nog. Ik zie er naar uit en hoop dan een recensie te geven van Leesgoed 2011-1 en 2.
Hieronder Flip van Duijn met het betreffende nummer.
maandag 23 mei 2011
Gelukkige olifant
Dat een bekende columnist en grappenmaker, Youp van 't Hek, een kinderboek heeft geschreven, zal ongetwijfeld ruimschoots de nieuwspagina's halen, niet vanwege de kwaliteit van het boek als wel door de bekendheid van de auteur.
'De verhalen had de cabaretier aanvankelijk verzonnen voor zijn eigen kinderen, maar later besloot hij ze toch op te schrijven.' Aldus Het Parool. Er gaat volgens vele recensenten wel eens iets mis als zo'n beroemdheid een kinderboek maakt.
Ik wacht nieuwsgierig op de recensies.
'De verhalen had de cabaretier aanvankelijk verzonnen voor zijn eigen kinderen, maar later besloot hij ze toch op te schrijven.' Aldus Het Parool. Er gaat volgens vele recensenten wel eens iets mis als zo'n beroemdheid een kinderboek maakt.
Ik wacht nieuwsgierig op de recensies.
dinsdag 17 mei 2011
Geen Absoluut Oordeel
Citaat:
'Nog even over uw brief. U bent bedroefd over een kritiek en u vraagt zich af: is die man rancuneus of wangunstig of onbekwaam? Niets van dat alles. De man vindt het gewoon niet leuk en dat is zijn goed recht. Misschien was hij toevallig ook niet in de goede stemming en hoogstwaarschijnlijk had hij al achtendertig kinderboeken gelezen die week, want recensenten worden overspoeld zo tegen Sinterklaas. Maar afgezien daarvan heeft zo'n man volkomen het recht om iets niet leuk te vinden. Een criticus is namelijk een man. Of een vrouw, maar in elk geval een mens, met een opinie en een smaak en een humeur en een stemming en bepaalde vooroordelen. Hij is niet God. Of het Absolute. En dat is wat wij kunstenaars allemaal willen. We willen het Absolute Oordeel. Maar dat vinden we hier op aarde nooit.'
Dit komt uit een brief van Annie M.G. Schmidt aan auteur Diet Huber, 24 november 1959. Die brief is te vinden in Liefs van Annie - de mooiste brieven van Annie M.G. Schmidt, ingeleid door Annejet van der Zijl (Querido, ISBN 978 90 214 3958 7), en ook geselecteerd door Annejet van der Zijl. Het boek verschijnt deze week vanwege 20 mei: 100e verjaardag van Annie M.G. Schmidt. Zie Laten lezen voor wat er verder nog verschijnt. Het citaat haalde ik uit een bespreking in de Volkskrant van 17-05-2011.
Heldere uitspraak en met zijn relativering helemaal Schmidt.
'Nog even over uw brief. U bent bedroefd over een kritiek en u vraagt zich af: is die man rancuneus of wangunstig of onbekwaam? Niets van dat alles. De man vindt het gewoon niet leuk en dat is zijn goed recht. Misschien was hij toevallig ook niet in de goede stemming en hoogstwaarschijnlijk had hij al achtendertig kinderboeken gelezen die week, want recensenten worden overspoeld zo tegen Sinterklaas. Maar afgezien daarvan heeft zo'n man volkomen het recht om iets niet leuk te vinden. Een criticus is namelijk een man. Of een vrouw, maar in elk geval een mens, met een opinie en een smaak en een humeur en een stemming en bepaalde vooroordelen. Hij is niet God. Of het Absolute. En dat is wat wij kunstenaars allemaal willen. We willen het Absolute Oordeel. Maar dat vinden we hier op aarde nooit.'
Dit komt uit een brief van Annie M.G. Schmidt aan auteur Diet Huber, 24 november 1959. Die brief is te vinden in Liefs van Annie - de mooiste brieven van Annie M.G. Schmidt, ingeleid door Annejet van der Zijl (Querido, ISBN 978 90 214 3958 7), en ook geselecteerd door Annejet van der Zijl. Het boek verschijnt deze week vanwege 20 mei: 100e verjaardag van Annie M.G. Schmidt. Zie Laten lezen voor wat er verder nog verschijnt. Het citaat haalde ik uit een bespreking in de Volkskrant van 17-05-2011.
Heldere uitspraak en met zijn relativering helemaal Schmidt.
Lezen over getallen
Ik geef het toe: als ik in kranten lees over getallen, moeten ze er gek uitzien wil ik ze verifiëren: ik neem maar aan dat ze kloppen, hoewel ik weet dat je journalisten niet blindelings kan vertrouwen, zeker niet als het om getallen gaat. Hoeveel de schuld van Griekenland bedraagt? Ik lees het en vergeet. Of ik lees alleen maar dat 'Griekenland' in 2010 een 'noodlening' van 110 miljard euro ontving. Vage notie van heel veel, maar ik doe er niets mee, vraag me ook nauwelijks af wat de Griekse regering daarvan allemaal betaalt. Ik lees dat 'Amerika' per maand 125 miljard dollar leent 'om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen', en bijna lees ik weer verder.
Toch blijf ik deze keer haken.
125 miljard? Per maand? Zowaar, ik ga even rekenen. Met ongeveer 300 miljoen inwoners betekent het dat de regering van de VS per jaar per inwoner ongeveer 5.000 dollar leent. Nou maar hopen dat de journalist-van-dienst (Diederik van Hoogstraten heet-ie) zijn cijferhuiswerk goed heeft gedaan. Een nulletje meer of minder scheelt meteen een factor tien.
O.k., 5000 dollar. In economisch opzicht ben ik redelijk naïef. Ik denk aan de lening die ik ooit sloot om een huis te kunnen kopen en de schuld die ik, samen met mijn dierbare, dienaangaande nog heb uitstaan. Ik denk: zolang je die leningen kan afbetalen, is er voor een regering weinig aan de hand, behalve dat je je landgenoten moet kunnen uitleggen dat ze enige zin hadden. Per slot kost een lening rente, die weer opnieuw gefinancierd moet worden enzovoort.
Maar waar het me nu om gaat is het gemak waarmee ik zulke rekensommetjes niet uitvoer, de luiheid waarmee mijn ogen en hersens al lezend over zulke getallen heengaan zonder er een zinvol beeld van te scheppen. Waarmee het ook geen wonder is dat ik ze vergeet.
Die 5000 blijft alvast hangen.
Toch blijf ik deze keer haken.
125 miljard? Per maand? Zowaar, ik ga even rekenen. Met ongeveer 300 miljoen inwoners betekent het dat de regering van de VS per jaar per inwoner ongeveer 5.000 dollar leent. Nou maar hopen dat de journalist-van-dienst (Diederik van Hoogstraten heet-ie) zijn cijferhuiswerk goed heeft gedaan. Een nulletje meer of minder scheelt meteen een factor tien.
O.k., 5000 dollar. In economisch opzicht ben ik redelijk naïef. Ik denk aan de lening die ik ooit sloot om een huis te kunnen kopen en de schuld die ik, samen met mijn dierbare, dienaangaande nog heb uitstaan. Ik denk: zolang je die leningen kan afbetalen, is er voor een regering weinig aan de hand, behalve dat je je landgenoten moet kunnen uitleggen dat ze enige zin hadden. Per slot kost een lening rente, die weer opnieuw gefinancierd moet worden enzovoort.
Maar waar het me nu om gaat is het gemak waarmee ik zulke rekensommetjes niet uitvoer, de luiheid waarmee mijn ogen en hersens al lezend over zulke getallen heengaan zonder er een zinvol beeld van te scheppen. Waarmee het ook geen wonder is dat ik ze vergeet.
Die 5000 blijft alvast hangen.
Abonneren op:
Posts (Atom)







