Zoeken in deze blog

maandag 2 september 2019

Museum als grabbelton

Stel, je krijgt de opdracht om een boek voor kinderen te maken over een museum dat voornamelijk opgezette of opgeprikte dan wel anderszins bewerkte dode beesten en planten bevat. Het presenteert zich als 'nationaal onderzoekscentrum voor biodiversiteit' en in de kop van de website staat Naturalis Biodiversity Center'. Die opdracht hangt natuurlijk samen met de heropening van het museum op 31 augustus 2019.
Dat is wat je noemt een uitdagende opdracht.

Want oneerbiedig gezegd is het museum vooral een enorme grabbelton van dode dieren en planten, met enkele spectaculaire pronkstukken, met name het geraamte van een dinosaurus, liefkozend Trix genoemd, hoewel iedere gelijkenis met een voormalig vorstin beslist moet worden uitgesloten.
De verhalen bij die dode beesten en planten worden natuurlijk zo aantrekkelijk mogelijk opgedist, maar het blijft wel wetenschap en het museum presenteert zich ook als zodanig..
'Met een van de grootste natuurhistorische collecties ter wereld, onze laboratoria en onze biodiversiteitsdata bieden wij een unieke wetenschappelijke infrastructuur: als het ware een tijdmachine die wetenschappers in staat stelt de biologische en geologische diversiteit van verleden, heden én toekomst in kaart te brengen. Wetenschappelijk onderzoek staat aan de basis van bescherming van onze natuurlijke rijkdommen.'
Tot je dienst. Maak daar maar eens een spannend boek van...

Het museum doet zijn best:
'Zien, doen en beleven: in het nieuwe Naturalis dompelt jong en oud zich straks onder in de wonderlijke wereld die natuur heet. Ga met het hele gezin op ontdekkingstocht in negen fonkelnieuwe tentoonstellingszalen vól met het mooiste uit de natuur - met natuurlijk onze T. rex Trix. En Freek Vonk? Die is er ook weer bij! We zijn vanaf 31 augustus 2019 weer geopend.'
Die 'wonderlijke wereld die natuur heet' is in Naturalis vooral dode natuur. Voor bijzondere levende planten moet je naar een botanische tuin, voor brullende beesten naar een dierentuin. Of naar de film Jurassic Park, om een fictieve brullende tyrannosaurus rex te zien. Om het geraamte in Naturalis tot leven te wekken, zul je je eigen verbeelding wat actiever moeten inschakelen.

Jan Paul Schutten nam die opdracht aan. Het resultaat is Van T. rex tot tandjesgras, dat in zomer 2019 bij Gottmer verscheen. (Al staat op de titelpagina ook het logo van Naturalis.)
Hoe bracht hij het ervan af?

Hij deelde het boek in vijf hoofdstukken: 'Vragen, vragen, vragen', 'Speuren als een detective, verzamelen als een hamster', 'Onderzoeken, uitpluizen en inspecteren', 'Puzzelen en piekeren' en 'Vragen voor de toekomst'. Die hoofdstukken zijn weer verdeeld in zes à tien stukjes, met pakkend bedoelde titels als 'Van bacterie tot blauwe vinvis', 'Hoe vind je een T. rex?', 'Het woud wijde web', 'De oudste tanden ter wereld' en 'Hoe ziet een wereld zonder insecten eruit?'.
Er is ook een inleiding en daarvan luidt de eerste zin: 'Dit boek is voor iedereen die alles wil weten.' Dat is mooi, maar rijkelijk overdreven. Tal van vragen die je zou kunnen verzinnen worden niet beantwoord, met name vragen die over mensen of machines gaan, prangende vragen als 'Waarom voeren mensen zo vaak oorlog?'of 'Gaan machines mensen vervangen?' of 'Wat is elektriciteit?' Of: 'Waartoe zijn wij op aarde?', 'Heeft het leven zin?' Ik noem maar wat...
Op zijn best is dit een boek voor wie heel veel wil weten over de geschiedenis van de natuur. En daarbij voor wie wat wil weten over Naturalis. Want ja, dat museum komt in het boek nadrukkelijk voor. Dat verklaart waarom Trix in alle vijf hoofdstukken voorkomt en om de haverklap onderzoekers van Naturalis opduiken, en ook komt de rol van onderzoek in het algemeen in alle hoofdstukken terug.
Het kan geen enkele kwaad dat herhaaldelijk wordt uitgelegd dat we nooit klaar zijn met onderzoek, dat antwoorden op vragen heel vaak nieuwe vragen oproepen, dat er veel verbanden zijn in de levende natuur die je beter niet kan verbreken, willen we de aarde bewoonbaar houden. Van dat laatste zijn stukjes als 'Het woud wijde web' en 'Hoe ziet een wereld zonder insecten eruit?' fraaie voorbeelden.
En uitleggen, dat kun je wel aan Jan Paul Schutten overlaten. Het is niet altijd eenvoudige kost, maar toch zou een redelijk leesvaardige twaalfjarige dit boek moeten kunnen begrijpen en waarderen.

Een grote rol is weggelegd voor de illustraties en de wijze waarop die over de pagina's zijn verdeeld. Voor beide tekende Wendy Panders en die heeft dat heel goed gedaan. Daardoor is Van T. rex tot tandjesgras behalve een prettig leesboek ook een mooi bladerboek geworden.

 

Die illustraties zijn niet uitsluitend toelichtend en al helemaal niet uitsluitend afbeeldingen van de 'schatten' van Naturalis, al komen die natuurlijk vaak voor. Er zijn allerlei grapjes te vinden.





Zo'n pagina als hierboven (met excuses voor het schaduwrandje links) toont fraai hoe zo'n Naturalis-schat (een opgezette kogelvis) wordt aangevuld met een getekend grapje.

Dus, hoe bracht hij het ervan af? Uitstekend! Met hulp van Wendy Panders. Dit is echt een gezamenlijk werk en het is heel juist dat ze ook zo op de voorkant en titelpagina worden vermeld.
Wel vind ik het jammer dat een register ontbreekt.


Schutten, Jan Paul, tekst, en Wendy Panders, illustraties. Van T. rex tot tandjesgras. Gottmer, 2019. ISBN 978 09 257 7133 1.











Geen opmerkingen:

Een reactie posten