Zoeken in deze blog

vrijdag 21 april 2023

Wat doe je voor de klas als je niet van lezen houdt?

Zelden besteedt het tijdschrift Onze taal aandacht aan die vraag, maar in nummer 2023-2 is het raak. Een interview door Machiel Coehorst met 'schrijver en leerkracht' Naomi Smits, naar aanleiding van Wie dit niet leest is gek.
Naomi Smits put uit de praktijk en weet in het interview goed de vinger op de zere plekken in ons leesonderwijs te leggen: het zogenaamde 'begrijpend lezen' en onderwijzers (v/m) die zelf niet lezen.
 
Vraag:
In je boek verbaas je je over leerkrachten die zelf niet van lezen houden. Waarom is het zo belangrijk dat de juf of meester ook voor het eigen plezier geregeld een boek oppakt?

Antwoord:
Wat doe je voor de klas als je niet van lezen houdt?
Nogmaals: lezen is het allerbelangrijkste vak op school. Het hoeft echt niet je grootste hobby te worden, maar het hoort bij je werk. Het is jouw verantwoordelijkheid dat jouw leerlingen lezers worden.

Dit maakt me benieuwd naar het boek.
 
Zie overigens ook Lijstje voor Wiersma.

donderdag 20 april 2023

Spoedcursus

De reeks 'Very Short Introductions' van Oxford University Press is een groot succes, met nu ruim 700 gunstig beoordeelde titels van Abolitionism tot Zionism, en daarom bedacht OUP een aftakking: 'Very Short Introductions for Curious Young Minds', waarvan er nu 10 zijn verschenen.
Vertalingen daarvan verschenen bij Gottmer, tot nu toe vier, onder de mooie beknopte reeksnaam 'Spoedcursus meesterbrein'. Ik had er twee ter bespreking aangevraagd en concludeerde: die meesterbreinen moeten dan wel 10 en ouder zijn, met een behoorlijke leesvaardigheid. De boekjes hebben een harde band, zijn klein (22x13 cm) en stevig, en tellen standaard 96 p.

Het was een veeg teken, vond ik, dat de auteursnaam ontbreekt op de voorkant, maar kennelijk was er door de wat drukke vormgeving geen plaats voor. Op de achterkant en de titelpagina staan gelukkig zowel de naam van de auteur als die van de vertaler en de adviseur, al ontbreekt daar dan weer de ondertitel. 'Geschreven door topexperts' staat er ook nog achterop.
Die drukke vormgeving vind je ook in het boek. Korte teksten, veel spreekballonnen, veel beeld.
Toch is er plaats gemaakt voor een inhoudsopgave, een woordenlijst en een register, en op de voorste schutbladen een tijdlijn. (De achterste schutbladen presenteren de andere deeltjes van de reeks.)
Dit geldt voor beide titels.
 
Het hoe en waarom van klimaatverandering ... en wat doen we eraan? van Clive Gifford en vertaald door Marc ter Horst laat er geen gras over groeien. Er is iets aan de hand, geen ruimte voor kop-in-het-zand-stekerij (zie ook p. 72/73). De tijdlijn ...
 

 
...start met de uitvinding van de stoommachine in 1712 en eindigt in 2030, 'streefdatum waarop landen hun uitstoot flink beperkt moeten hebben'.
Clifford legt eerst iets uit over het klimaat:
 


Heel verstandig om er op te wijzen dat onze aarde al heel wat flinke veranderingen heeft gehad, maar dat die de laatste tweehonderd jaar wel heel snel gaan, all ontbreekt helaas de bekende hockeystick-curve. 
Klimaat, atmosfeer, wat broeikasgassen zijn, het wordt allemaal helder uitgelegd.
Er is, vind ik, ook wel een juiste balans tussen somberte en zorg enerzijds en anderzijds hoop en uitzicht op gunstige ontwikkelingen, met aandacht voor (hoofdstuk 7) 'Wat kan ik zelf doen?' 'Juist' wil wat mij betreft niet zeggen realistisch, maar kom op, mijn scepsis wil ik niet terugvinden in boeken 'for curious young minds'. Dat de mensheid er ondanks wat lichtpuntjes een grote zooi van maakt en nog barre tijden tegemoet gaat kunnen ze altijd nog ontdekken.
Hier nog iets moois over kop-in-het-zand-stekerij:
 


 
De geheimen van het universum ... en onze plek in de ruimte van Mike Goldsmith en  vertaald door Jan Paul Schutten is wat minder verontrustend want letterlijk meer een ver-van-mijn-bed-show.
Ook hier een tijdlijn:
 


De tijdlijn begint bij Copernicus, maar gelukkig vermeldt Mike Goldsmith wel dat 'de oude Grieken' (p. 11) ook al wisten dat de aarde om de zon draait en niet andersom. Zeer belangrijk, want daarmee zijn wij niet het middelpunt van al wat bestaat. Dat dit voor sommige mensen onverteerbaar was en misschien nog is, werkt Goldsmith niet uit, begrijpelijk want compactheid kenmerkt de reeks, maar wel jammer.
Ook een piepklein missertje is dat op p. 17 na de ontdekkingen van Johannes Kepler 'de volgende vraag was niet hoe de planeten bewegen, maar waaróm ze zo bewegen. En daar was meer kennis voor nodig. Gelukkig begon toen het tijdperk van de moderne wetenschap.'
Die 'volgende vraag' was natuurlijk waardoor ze zo bewegen. Waarom alles is zoals het is, die vraag is nog niet eenduidig beantwoord en dat gebeurt vermoedelijk ook nooit. En volgens mij was Johannes Kepler een echte onderzoeker, die dus al bezig met was met 'moderne wetenschap'. Wat er gelukkig is aan de moderne wetenschap, goede vraag die in dit boekje ook niet wordt beantwoord. Een wijs antwoord zou kunnen zijn: gelukkig leert de wetenschap ons dat niet alles voor altijd vaststaat.
 
Toevallig kwam ik dezer dagen in een dagblad een citaat uit 1995 tegen van de natuurkundige Martin Veltman (zie ook hier):

Astronomen weten niets van gravitatie. Eén ding kunnen ze echter fantastisch: plaatjes maken. Wat ze daarop zien weten ze ook niet echt, maar dat laten ze niet merken.
 
Ik dwaal af.
Terug naar dit boekje. Hoe beknopt ook, er staat heel veel in. Zwaartekracht en zwaartekrachtgolven, Einstein, straling en kosmische achtergrondstraling, elektromagnetisch spectrum, spectroscopie, spiraalnevels, zes soorten sterrenstelsels, clusters, zwarte gaten, het mogelijke ontstaan van het heelal in een oerknal, donkere materie, de hele mikmak. En nog helder uitgelegd ook.
En dat Goldsmith erop wijst dat we vooral veel (nog) niet weten, wat Veltman genoegen zou hebben gedaan.
 
 
 
 
Fijne reeks, die 'Spoedcursus meesterbrein'. 
 
 
 
Gifford, Clive, met advies van Dr. Angela Minas. Het hoe en waarom van klimaatverandering. Vertaald door Marc ter Horst. Gottmer, 2023. ISBN 978 90 257 7726 5, 96 p. Oorspr.: The Causes and Impact of Climate Change, OUP, 2022.

Goldsmith, Mike, Dr., met advies van Sunny Vagnozzi. De geheimen van het uniiversum. Vertaald door Jan Paul Schutten. Gottmer, 2023. ISBN 978 90 7725 8, 96 p. Oorspr.: The Secrets of the Universe, OUP, 2022. 

zaterdag 8 april 2023

Woutertje Pieterse Prijs

Helaas moest ik de prijsuitreiking op zaterdagmorgen 8 april 2023 aan mij voorbij laten gaan. Wie afstemde op radio NPO 1, De Taalstaat, kon ernaar luisteren. Even die avond gekeken of het nieuws al de landelijke Nederlandse dagbladen, Nu.nl of NOS Nieuws had bereikt. Jawel, in ieder geval NOS Nieuws en NRC
 


Voor alle zekerheid toch het persbericht:

Woutertje Pieterse Prijs 2023 voor Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda
Kinderboekenprijs uitgereikt tijdens speciale editie van KRO-NCRV’s De taalstaat


Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen zijn de winnaars van de 36e Woutertje Pieterse Prijs voor het mooiste kinderboek van het afgelopen jaar. Zij ontvingen de prijs voor het boek Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda (Uitgeverij Querido). Aan de prijs is een bedrag van €15.000,- verbonden. Dit werd zojuist bekendgemaakt door juryvoorzitter Abdelkader Benali in De kindertaalstaat op NPO Radio 1. Frits Spits presenteerde deze speciale editie van zijn KRO-NCRV programma De taalstaat live vanuit het Kinderboekenmuseum in Den Haag.

De jury: “Na lang en stevig beraad heeft de jury besloten het boek te bekronen dat onze veelstemmige wereld zowel in taal als beeld heerlijk op zijn kop weet te zetten. Een boek dat overloopt van de spitse dialogen, kriebelige weetjes en bijtende spot. Auteur en illustrator zijn een ideaal huwelijk aangegaan in dit stilistisch voorbeeldige boek waarin alles klopt. Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda breekt een lans voor alle dieren. De fraaie, rustige typografie en de prachtige, gevoelige illustraties maken dit tot een boek om te koesteren.”

De kindertaalstaat
Ter gelegenheid van de uitreiking van de Woutertje Pieterse Prijs, presenteerde Frits Spits zijn wekelijkse KRO-NCRV programma niet vanuit de Hilversumse NPO Radio 1-studio, maar live vanuit het Kinderboekenmuseum in Den Haag. De 12-jarige Guus en Julie traden op als zijn co-presentatoren. Gedrieën bespraken zij de zes genomineerde boeken met de betreffende schrijvers en illustratoren. Ook werd het Roverslied vertolkt door Spinvis. Na de bekendmaking bracht presentator en acteur Francis Broekhuijsen een theatrale ode aan het winnende boek.

Over het winnende boek
Bibi Dumon Tak laat dieren aan het woord die spreekbeurten houden over andere dieren. Sommige dieren hebben elkaar nog nooit gezien, anderen kennen elkaar juist heel goed. Zoals de poetsvis, die vooral de scherpe tanden van de haai kent, en de vos, die voornamelijk geïnteresseerd is in de smaak van de gans. De lezer komt veel te weten over het dierenrijk, en dat nu eens niet door de ogen van mensen, maar door die van de dieren zelf.

Nominaties
Naast Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda nomineerde de jury Een kleine geschiedenis van de mens door dierenogen, Joukje Akveld & Djenné Fila (Lannoo), Ik ben hier!, Joke van Leeuwen (Querido), Ik denk dat ik ontvoerd ben, Pim Lammers & Sarah van Dongen (Querido), Mot en de metaalvissers, Sanne Rooseboom & Sophie Pluim (Van Goor) en Patroon, Marco Kunst (Gottmer). De genomineerden ontvangen €1.000,- per boek.

Woutertje Pieterse Prijs
De Woutertje Pieterse Prijs is de prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige jeugd- of kinderboek. De jury bekroont sinds 1988 kinderboeken die uitzonderlijk zijn voor wat betreft taal, genre, thema, illustratie, vorm en/of vormgeving. Dit jaar bestond de jury uit Abdelkader Benali, Jeroen Dera, Susan de Loor, Annemarie Terhell en Jürgen Peeters. De prijs wordt financieel mogelijk gemaakt door de Brook Foundation en De Versterking. 

Einde persbericht. Links van mijn hand. Opmerkelijk: een jury met op één lid na weinig leeservaring met jeugdliteratuur. Dat bedoel ik niet per se als minpunt.
Zie ook de website van de prijs. Zie hier voor mijn bespreking van Patroon.



vrijdag 7 april 2023

De stem

Uit een interview door Mirjam van Hengel met Deborah Levy in de Volkskrant 25-3-2023.

'Wist u meteen wat de stem voor deze boeken was?'

‘Nee, ik moest daarnaar zoeken. Ik moest een stem vinden die zowel zacht als taai, hard, vriendelijk, ruimhartig was, een stem die veel dingen tegelijk kon zijn. Die moet je ontwikkelen, je begint en gaat dimensies toevoegen. Ik dacht bijvoorbeeld na over zelfportretten in de beeldende kunst – ik werd er vandaag nog aan herinnerd omdat hier in Nederland nu die Vermeertentoonstelling is. Kijk naar het Meisje met de parel, een schilderij dat natuurlijk niet beschouwd wordt als een zelfportret van de schilder. Toch heeft die er, zoals in alles wat hij maakte, iets van zichzelf in gelegd. Hij boort een waarheid aan in zichzelf. Dat doet een schrijver ook.'


‘Voor elk boek moet je een andere stem vinden. Iedere schrijver heeft eindeloos veel mogelijkheden. Vrouwen worden van oudsher verondersteld ofwel enorm krachtig te zijn, ofwel fragiel en kwetsbaar, en ook schrijvende vrouwen presenteren zich historisch gezien vaak als het een of het ander. Alsof dat de enige smaken zijn, alsof we zo weinig keuzes hebben in hoe we ons tonen, hoe we ervaren, voelen en denken.’

'Er zijn in uw boeken ook veel stemmen van anderen te horen. Die van de "beste mannelijke vriend", van Celia die het schrijfhuisje verhuurt, van de beroemde schrijver die doet alsof de wereld van hem is. En er zijn citaten van andere schrijvers, overal tussendoor.'

‘In fictie heeft een schrijver zijn "avatars", personages die de verschillende eigenschappen en preoccupaties van de schrijver representeren. Bij een autobiografisch boek is dat anders. Ik moest zoeken naar een manier om ook andere stemmen toe te laten, want je wilt niet dat er alleen maar één stem, één personage aan het woord is, dat wordt claustrofobisch. Om een lezer te interesseren, maar ook om mijzelf te blijven interesseren, heb ik andere personages nodig om de subjectiviteit van de hoofdpersoon te bevragen. Zoals de vriendin in Onroerend goed die zegt: jij hoort juist thuis in de stad, je bent zo sociaal en een diva! Dan ga je je als lezer afvragen: is dat zo?’

In de moderne jeugdliteratuur wordt soms vergeten dat de verteller er toe doet. Wie vertelt, welke stem is aan het woord? Dus vind ik het prettig dat Deborah Levy hier zo uitgebreid over spreekt, over iets dat in drama en andere voordrachtskunst zo vanzelf spreekt. Verhalen komen niet uit de lucht vallen, ze worden verteld.

zaterdag 25 maart 2023

Een pluisje


 
Kan een maand zich iets afvragen?
 
Ja, volgens de mensen achter de Maand van de Filosofie editie 2023 (april, thema: weerloos en waardevol). Lees maar:

De Maand van de Filosofie 2023 vraagt zich af hoe het weerloze en waardevolle zich kan weren tegen de harde cijfers van verdienste, prestige en succes. En vooral hoe waarde weer zijn waarde krijgt.

Bij verdienste kun je nog aan inkomsten, dus 'harde cijfers', denken, maar zijn prestige en succes te vangen in harde cijfers? En is het niet het eigene van waarde dat het geen waarde heeft, maar is?
Zo zet de inleiding waaruit het bovenstaande is geciteerd meteen aan het denken. Niet gek, in dit verband.
 

 
Joke van Leeuwen dacht bij dit thema aan een pluisje, vermoed ik. Er verscheen namelijk een 'kinderboek voor de maand van de filosofie', Dát bedoel ik, zei de zalm, door haar geschreven, en dat gaat over een pluisje.

Op een dag trok de westenwind een pluisje van een dure trui en speelde ermee.
Het pluisje was van wol die niet kriebelde, mooie wol van geduldige schapen, geduldige schapen uit een groot land, een groot land in een ver werelddeel een ver werelddeel op de blauwe aardbol, de blauwe aardbol in het gigantische melkwegstelsel, het gigantische melkwegstelsel in het oneindige heelal.
Zo'n pluisje dus.
Het had echte schubben, maar dat kon je met mensenogen niet zien.
Er is zoveel wat je met mensenogen niet kunt zien.

Zo'n auteur dus. Relativiteit en bewustzijn, in- en uitzoomen in vijf zinnen.
Toen ik twaalf was, omschreef ik mijn adres aldus: Antilopenlaan 4, Eindhoven, Nederland, Europa, wereld, zonnestelsel, heelal. De andere kant op ging nog niet zo goed.

Dat van die schubben tekende ze er maar even bij. Onvervalst Joke van Leeuwen.
 


De wind en het pluisje voeren een gesprek. Stukje daaruit:

'We spelen helemaal niet leuk, wind. Jij speelt met mij, ik niet met jou.'
'Dat komt omdat jij zo'n klein, pietluttig, fluttig, niksig, onooglijk pluisje bent,'zei de wind, 'terwijl ik, westenwind zijnde, op mijn stevigste momenten in staat ben bomen om te duwen, dakpannen weg te laten vliegen en schepen te laten vergaan.'
'Je bent een blaaskaak, wind.'

De wind legt het pluisje in het oor van een mens. Een kampioen, die net een zware kampioensbeker omhoog houdt. Die laat ze vallen doordat ze in haar oor krabt, want het pluisje jeukt. De beker rolt het water in, waar-ie een donderpreek van een zalm over zich heen krijgt. Ja, die van de titel. Een zandkorrel spreekt de zalm aan, maar die ziet hem niet liggen.

'Ik zie echt geen verschil, hoor,' zei ze. 'Jullie zijn gewoon één grote hoop van hetzelfde.'
'Je kijkt niet goed,' zei de zandkorrel. 'O nee? Ik kijk anders gewoon zoals een zalm kijkt, hoor.' 

De zandkorrel (ook getekend, zie boven) spoelt aan op een strand en ontmoet een denker.

'Vergeleken met mij ben je klein,' zei ze, 'maar vergeleken met een bacterie ben je groot. Dus ik weet niet zeker of je klein bent.'
'Maar dan weet u ook niet zeker of u groot bent,' zei de zandkorrel.
'Nee,' zei de denker. 'Dat is zo.'
 
 
 
De denker komt langs een paardenbloem. De paardenbloem ontmoet een regenworm. Die komt terecht in de snavel (en even later de maag) van een zilvermeeuw. De zilvermeeuw heeft een narrig gesprek met een net, bedoeld om meeuwen te weren.

'Ik zorg voor orde. En orde is belangrijk, het is iets onmisbaars. Ik ken mijn taak.'
'Ja, ja,' zei de meeuw. 'Het zal wel. Ik wilde op dat balkon gewoon mijn frietjes opeten. En jij doet meteen alsof ik van plan was de orde te verstoren.'
Het net reageerde niet. Het had geleerd om geen gesprekken te beginnen met tegenstanders.

Het net spreekt een hond, de hond pakt een liniaal, de liniaal wordt meegenomen door een jongetje, samen met een emmer, een schep en een speelgoedautootje. Het speelgoedautootje valt op een straatsteen, die heeft een fijn gesprek met een inktzwam, die met een telefoontje op een aanrecht belandt, een vlieg landt op het bijna lege telefoontje en komt daarna bij een verwaande diamant, die zijn verwaandheid ook nog eens aan een natte paraplu mag uitdragen, welke paraplu even later als 'waardeloos ding' in een prullenbak wordt gesmeten nadat de stormachtige oostenwind hem kapot heeft geblazen, en als die wind gaat liggen doet hij dat op een heuvel met gras waartussen het pluisje ligt.

'Laat me liggen,' zei het pluisje tegen de wind.
'Maar ik ben nu oostenwind, ik kan je terugbrengen.'
'Niet doen,' zei het pluisje, 'die trui kan wel zonder mij. Het is genoeg dat ik weet waar ik vandaan komt.'
 
 
 
Allemaal mooie gesprekjes, ik heb mijn vingers nog gespaard met citeren, want eigenlijk is alles citabel en dat tekent een goed verhaal. Zoals dit dus, met een knipoog naar Lewis Carroll en een buiging naar Hans Christian Andersen.

Nou, o.k., ik kan het niet laten om nog iets te citeren, want tussen de dingen en dieren zit ook nog een mensentoneeltje, ergens bij dat telefoontje en die stinkzwam (p. 72).

De mensenman, die hem altijd zo veel aandacht gaf, was bezig hem te vergeten. Die zat aan de andere kant van de keukendeur met zijn mensenvrouw soep te eten. Hij gaf al zijn aandacht aan haar, want ze was ontslagen en had nu geen werk meer. Ze moest afvloeien. Zo hadden ze dat tegen haar gezegd: afvloeien. Alsof ze slootwater was. En ze was overtollig genoemd. Twintig jaar had ze hard gewerkt en nu was ze overbodig geworden.
'Wie wil mij nog?' zei ze.
'Ik,' zei de mensenman. 'Zal ik nog wat soep opscheppen?'

Kijk, lees, dat is nog eens schrijven... zoals alleen Joke van Leeuwen dat kan.
 

Leeuwen, Joke van. Dát bedoel ik, zei de zalm. Querido, 2022. ISBN 978 90 451 2845 0, 96 p. 'Dit boek is geschreven voor de Maand van de Filosofie 2023.'
 

donderdag 23 maart 2023

Scriptieprijs leesbevordering

De Scriptieprijs Leesbevordering 2020-2022 is gewonnen door Marie Buesink, een student uit Leiden, die eerder Japans studeerde en vervolgens een masteropleiding 'Book and Digital Media Studies' - kennelijk moet dat in het Engels. Zij deed voor in haar masterscriptie onderzoek naar otome, een soort Bouquet-reeksachtige verhalen voor spelcomputers.
De scriptie heet A Novel, a Game, or a ‘Glorified PowerPoint Slideshow’? Otome Visual Novels as Contemporary Ergodic Literature, en werd gemaakt voor haar masteropleiding. Ze onderzocht of otome nu literaire teksten zijn of videogames, en of ze bijdragen aan leesbevordering. Antwoorden: allebei; ja.
 


Buesink denkt dat zulke 'visuele romans' in het bijzonder relevant kunnen zijn voor kinderen en jongeren die weinig lezen of hier moeite mee hebben. ‘De hulpmiddelen in de vorm van beeld en geluid die helpen te snappen wat er wordt verteld, maken lezen toegankelijker. Dat kan een opstapje zijn naar de traditionele literatuur.’
Tja, dat werd en wordt over strips en de Bouquet-reeks ook gezegd. Ik zal de laatste zijn om de mogelijkheid te ontkennen, al vermoed ik dat dit opstapje naar 'de traditionele literatuur' (!) niet vaak gebruikt wordt.
Maar de prijs zij haar van harte gegund.
 
Eervolle vermeldingen waren er voor Sophie Scharff en Thibaut Duthois.
Sophie Scharff studeerde af in Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht met haar masterscriptie Op weg naar een inclusieve leeslijst: een verkennend onderzoek naar evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwelijke auteurs en auteurs van kleur in het literatuuronderwijs. Dat leverde haar de eervolle vermelding op.
Thibaut Duthois deed tijdens zijn lerarenopleiding ervaring op in het OKAN-onderwijs – onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in België. Met zijn masterscriptie Het effect van interactief voorlezen op de leesmotivatie van OKAN-leerlingen: een mixed-method onderzoek studeerde hij af in Pedagogiek en Onderwijskunde aan de Universiteit Gent. Dat leverde hem de eervolle vermelding op.

woensdag 22 maart 2023

Media-ukkiedagen

Het was me bijna ontgaan, maar op 24 tot en met 31 maart vinden de Media-ukkiedagen plaats. Of nee,  moderne marketeers spellen dat anders: Media Ukkie Dagen 2023, ofwel #MUD23. Zo'n spelling heeft vast een hogere conversie.
 


Tijdens de Media Ukkie Dagen van 24 t/m 31 maart 2023 wordt aandacht gevraagd voor mediawijsheid in de opvoeding van kinderen van 0 t/m 6 jaar. We willen allemaal dat kinderen gezond opgroeien met media. Dus letten ouders en opvoeders op de juiste balans tussen mediagebruik en andere activiteiten. En tussen stilzitten en actief bezig zijn. Als professionals kunnen wij hen daarin bijstaan. Tijdens de campagne gaan we binnen die balans aan de slag met hoe kinderen media lezen, luisteren of kijken. Liggend op de bank, of juist actief? Van ver weg, of dichtbij? Kortom, hoe bewegen ze mét media? Op welke manier help jij opvoeders om kinderen in beweging te laten komen met media? Doe mee aan de campagneweek en deel je verhaal!

O ja, willen wij allemaal dat kinderen gezond opgroeien met media? Goed nieuws, maar wie zijn 'wij allemaal'? Wat is 'gezond'? Niet moeilijk doen, Herman, je weet toch...? De week is bedoeld voor 'professionals', van geleerden tot en met bibliotheekassistenten en medewerkers v/m in de kinderopvang, en op 22 maart 10.00-12.00 uur is er een online netwerksessie 'Bewegen met media? Op zoek naar balans'. Hier aanmelden.

Het speuren op internet leverde me nog de onbedoelde bijvangst dat de firma Mannesmann een Druckluftmotor produceert onder de naam MUD 23-1960.

donderdag 16 maart 2023

Stichting Lezen maakt de balans op

Dat gaat dan niet zoals in de kerken, waar Kerkbalans staat voor een inzamelactie. Als de kerken de balans opmaken, komen ze kennelijk steeds tekort.
Het is wellicht meer een balans waarin Stichting Lezen nagaat wat ze heeft bereikt met de beschikbare middelen. 
 


 
Nee, niet helemaal, aldus het persbericht (d.d. 16-2-2023) over komend jubileumcongres 'Lang zullen ze lezen! Leesbevordering toen, nu en in de toekomst' (5 april, Utrecht). Iedereen die aan leesbevordering doet wordt erin betrokken.
 

 
Het jubileum is een goede reden om de balans op te maken van meer dan drie decennia leesbevordering. Welke ontwikkeling hebben we gezien in het leesgedrag, de leesmotivatie en de leesvaardigheid van kinderen en jongeren? Hoe hebben ouders en professionals zich ingezet om kinderen te laten opgroeien tot lezer?

Naast een korte terugblik en een overzicht van de stand van zaken, is Lezen Centraal vooral gericht op de toekomst. Het doel is weliswaar al 35 jaar hetzelfde, de opgave daarentegen verandert voortdurend. Daarom gaan we in op veranderingen in het basis- en voortgezet onderwijs en in de kinderopvang, zoals de bijstelling van de kerndoelen en eindtermen en de toegenomen aandacht voor basisvaardigheden. Ook de betekenis van onderzoek voor de leesbevordering komt aan bod. Tot slot bespreken we hoe we leesbevordering toekomstbestendig kunnen maken. 

 
Die laatste zin is verrassend. Want, zo merkt directeur Gerlien van Dalen op in het redactioneel van Lezen 2023-1:

Het liefst zouden we alle leesbevorderingsorganisaties, inclusief Stichting Lezen, opheffen bij gebrek aan noodzaak.

Dus leesbevordering moet niet toekomstbestendig worden, maar juist gericht op verdwijnen wegens bereiken van gestelde doelen.
Maar ja, alweer volgens Gerlien van Dalen in dat redactioneel:

Zover zijn we nog zeker niet. De leestijd, leesmotivatie en leesvaardigheid zijn immers niet op niveau.

Vechten tegen de bierkaai, lijkt het wel. 35 jaar bestaan, en nog geen einddoel bereikt. Wat zit het toch tegen... En dat ondanks De Nationale Voorleeswedstrijd, De bibliotheek op school, Boekstart en wat niet al, niet te vergeten ook het kwartaalblad Lezen, waarvan onlangs nummer 2023-1 verscheen.
Met in dit nummer o.a. interviews door Mirjam Noorduijn met diezelfde Gerlien van Dalen en met Coen Peppelenbos (het valt wel mee met die ontlezing, vindt hij), en veel andere artikelen en boekbesprekingen.

Lezen. Verschijnt vier keer per jaar. Gratis, vrijwillige bijdrage van € 15,- per jaar.


maandag 13 maart 2023

Boek in een boek

Een bijzonder pakketje van Polly Faber en Klas Fahlén is een pretentieloos, simpel maar smaakvol uitgevoerd prentenboek over 'hoe een boek de wereld rondreist'. Er valt best iets op aan te merken, maar niets ernstigs, en een nieuwsgierig kind van pakweg vier (voorgelezen) tot zeven (zelf lezend?) weet aan het eind iets meer over tja, hoe een boek de wereld doorreist. Niet rondreist, het gaat echt van de ene plek naar de andere, namelijk in veertig dagen (!) van een drukkerij in China (althans, een ver land waar de inpakster Mei-Lan heet) via Pip's Boeken en Jay's oma naar Jay.
 
Ik zou het niet besproken hebben, ware het niet dat dit pakketje een boek is - en wel Een bijzonder pakketje. Dat zien we al op p. 6-7 en het moet de door Gottmer ingeschakelde vormgever (Studio Nico Swanink) wat hoofdbrekens hebben gekost om dat beeld op zijn plek te krijgen in de originele pagina's - waar het natuurlijk Special Delivery heette, de oorspronkelijke titel. Goochelen met InDesign, vermoed ik. Zie ook p. 29, al dient vermeld dat het boek ongepagineerd is. De afbeelding van die pagina hieronder toont dat mijn scanner het formaat niet helemaal aankon (dus ik houd het op deze ene afbeelding) maar ook dat oma een goed cadeau heeft uitgekozen.



Een boek in een boek, dat is te leuk om onvermeld te laten. Een soort Droste-effect, ik houd ervan.
 
Veertig dagen, waaraan doet dat me denken? Eerst aan Jules Verne en zijn reis om de wereld in 80 dagen. En vervolgens aan De reis om de wereld in 40 dagen van Jan Feith, uit 1908, nog tweedehands te koop. Op de titelpagina: De reis om de wereld in veertig dagen of De zoon van Phileas Fogg. Ik betwijfel zeer of dit boek bekend is bij Polly Faber en Klas Fahlén... maar enig zoeken op internet leert me dat in veertig dagen de wereld rondreizen op de een of andere manier in de Engelstalige wereld een ding is. Afijn, zo kom je van het een op het andere.
 
 
Faber, Polly, en Klas Fahlén. Een bijzonder pakketje, hoe een boek de wereld rondreist. Vertaald door J.H. Gever. Gottmer, 2023. ISBN 978 90 257 7660 2, 36 p. Oorspronkelijk: Special Delivery, Nosy Crow, 2022.

donderdag 9 maart 2023

Arnon Grunberg over het geminachte kind

Dat er ruim vijftig jaar na de eerste uitgave opnieuw een editie verschijnt van Het geminachte kind van Guus Kuijer, is natuurlijk mooi. Dat blijft namelijk een hoogst origineel opstel, of beter nog een schotschrift tegen vastgeroeste volwassenen, die hun best doen kinderen zo snel mogelijk in het gareel te krijgen waar ze zelf in zitten. Dat gareel heeft in zijn schotschrift ook nog vaak een god die het gareel in stand houdt.
Het had korter gekund, maar lezenswaardig blijft het. En dat gareel is er ook nog, in soorten en maten.
 
'Dat boek durf ik niet meer te herlezen. Ik was toen een beetje boos over mijn eigen rare jeugd. Die heb ik in Het geminachte kind van me af geschreven,' aldus Guus Kuijer in een interview met Iris Pronk, Trouw 2020, ter gelegenheid van de toekenning van de Constantijn Huygens-prijs.
Arnon Grunberg begint er zijn voorwoord mee en mijmert dan zeer leesbaar een eind verder zonder echt iets opzienbarends toe te voegen, en met de nodige waardering voor het opstel en de auteur, ook al stipt hij enkele contradicties in Kuijers vertoog aan.
Natuurlijk is Kuijers uitspraak in dat interview begrijpelijk. Zoals het in een schotschrift betaamt, schiet hij hier en daar heerlijk uit de bocht (lees in deze uitgave bijvoorbeeld p. 49, 'Volwassen is dus hij die minacht') en met bewijzen maakt hij het zichzelf gemakkelijk door ze gewoon welsprekend te verzinnen. Het is een schotschrift, waarin soms met losse flodders wordt geschoten, geen academische verhandeling. Maar niet zelden treffen die flodders nog steeds doel -  en daarop wijst Grunberg ook.
 

Kuijer, Guus. Het geminachte kind; met een voorwoord van Arnon Grunberg. Querido, 2023. ISBN 978 90 214 7772 5, 166 p.