Zoeken in deze blog

maandag 1 december 2014

'Uitgevers springen soms achteloos om met oud goud in hun fonds'

Op 21 november vond in Den Haag een symposium plaats, georganiseerd door de Jan Campert-stichting, over 'vijf klassieke kinderboeken'.
Die vijf:




Aad Meinderts prees in zijn inleiding natuurlijk de Jan Campert-stichting. Eigenlijk prees hij dus (mede) zichzelf, als voorzitter van het bestuur van die stichting, die zou zijn als een 'ANWB-bord dat wijst naar beloofde land van mooie boeken'.

Helma van Lierop gaf meteen een periodekader aan die vijf klassiekers, door te verwijzen naar een eerste symposium van de Jan Campert-stichting over jeugdliteratuur in 1991, 'Literatuur zonder leeftijd', door Anton Korteweg voorzien van het motto 'Het woelt hier om verandering'.
Vervolgens keerde ze terug naar het congres Boek en Jeugd in 1951 en schoot ze in sneltreintempo door zo'n veertig jaar jeugdliteratuur, te beginnen met en Annie M.G. Schmidt en Han G. Hoekstra, en eindigend bij Els Pelgrom.
Annie M.G. Schmidt en Han G. Hoekstra trokken aandacht met hun werk. Die aandacht werd, aldus Helma van Lierop, vastgehouden door Miep Diekmann, 'de Cassandra van de jeugdliteratuur', en An Rutgers van der Loeff-Basenau.

Volgden de namen Paul Biegel, Tonke Dragt, als 'high fantasy'-achtige auteurs temidden van oprukkend sociaal-realisme en engagement, het soort verhalen dat Willem Wilmink zou verleiden tot het opstel Van elfenland tot echtscheiding. Ze refereerde nog even aan de Griffel der Griffels (2004), die werd toegekend aan De brief voor de koning van Tonke Dragt.
Na dat 'onverbloemde realisme' en de werkgroepen die zich bezighielden met wereldbeelden en wat dies meer zij belandde ze bij Guus Kuijer en zijn Madelief, volgens de auteur 'bekroond om de verkeerde reden', aldus Helma van Lierop, en ze verwees nog even naar Kuijer als pamflettist (Het geminachte kind) en zijn pleidooi voor de 'geïnfantiliseerde volwassene'.
Vervolgens kwam er 'ruimte voor verwondering', met bijvoorbeeld Joke van Leeuwen en Toon Tellegen, en kwamen er auteurs als Imme Dros en Wim Hofman. En er kwam een prijs als de Woutertje Pieterse Prijs, met opzet vernoemd naar een dwars hoofdpersoon.

Ze eindigde zoals gemeld met Els Pelgrom en de vraag wat een kinderboek klassiek maakt.
En daarop had ze (gelukkig) geen pasklaar antwoord.

Klassiek is in dit verband een tekst die vele jaren na verschijnen nog wordt gelezen en gewaardeerd. Hoe dat komt, dat is niet eenvoudig te verklaren. Het ligt voor de hand dat zo'n tekst appelleert aan door velen gedeelde ervaringen en gevoelens, maar welke ervaringen en gevoelens, zie dat maar eens sluitend onder woorden te brengen.

Bregje Boonstra hield een spitse inleiding over de drie meest geprezen titels van Els Pelgrom, te weten De kinderen van het Achtste Woud, De eikelvreters en Kleine Sofie en Lange Wapper, stipte de 'oerthema's' armoede, onrecht, dood en nieuwsgierigheid aan, kwam uit bij het menselijk vermogen als Pelgroms belangrijkste thema en vond dat eigenlijk Kleine Sofie en Lange Wapper hier als klassieke titel vermeld had moeten worden. Ze vermeldde ook dat zowel De kinderen van het Achtste Woud als De eikelvreters niet meer verkrijgbaar zijn. 'Uitgevers springen soms achteloos om met oud goud in hun fonds.'

Sterker, tijdens het interview dat Harry Bekkering later met haar hield, zei Els Pelgrom dat onlangs 800 exemplaren van De eikelvreters door de papierversnipperaar zijn gehaald. Dat kreeg ze te horen toen het al gebeurd was.

Na de gesproken column van haar broer Herman Koch, kwam Harry Bekkering aan het woord over Krassen in het tafelblad, met mooie citaten ('Mevrouwen hebben haar waarmee ze naar de kapper moeten') en een bespreking van de 'kinderblik' als term van de literatuuronderzoeker Maria Lypp. De erkenning van die blik, de waardering ervan, daar gaat het om in goede jeugdliteratuur - zoals Krassen in het tafelblad.
Floortje Zwigtman ('geboren in het jaar van Kruistocht in spijkerbroek', en klassieker die ontbrak in dit rijtje) volgde met een gesproken column over Krassen in het tafelblad. 'Hoe zou het zijn om als volwassene een klassiek kinderboek te lezen dat ik als kind niet las.' En over het 'pijnlijkste moment na een leven van zwijgen', de vergeving aan het eind: 'Stil maar jongen'.

De lunchtijd bood de gelegenheid om het Kinderboekenmuseum weer eens te bekijken.

 

Links een van de zitjes, rechts een geraamte met op tafel glazen voor bloedslobberwijn. Nog nooit gezien, dit museum? Ga vooral eens, liefst met kinderen. Begin met de film Papiria en de inktpotvraat.

In het al genoemde interview, na de lunchpauze, kwamen uiteraard niet alleen die 800 exemplaren van De eikelvreters in de papierversnipperaar langs, maar ook boerderij Herikhuizen en eigen herinneringen als basis voor De kinderen van het Achtste Woud, het compliment dat Annejet van der Zijl ('toen nog onbekend') ooit in NRC Handelsblad gaf voor Kleine Sofie en Lange Wapper, 'Dante voor beginners', en dat ze De eikelvreters eigenlijk bedoeld had voor lezers van zestien en ouder, maar de uitgeverij (Querido) oordeelde daar anders over. 'Maar als jullie er "vanaf tien" op zetten, trek ik het terug'.
En over de veelgehoorde opmerking dat Kleine Sofie en Lange Wapper meer voor volwassenen zou zijn dan voor kinderen: 'Heel vervelend en idioot'.

Annemarie Terhell schetste vervolgens in grote streken een beeld van vier illustratoren: Carl Hollander ('een van de meest vergeten illustratoren van zijn generatie'), Fiep Westendorp, Mance Post en Tonke Dragt. Die laatste was treffend gekozen, want dat Dragt ook illustreert blijft vaak ongenoemd. (Gelukkig niet in ABC Dragt, de werelden van Tonke Dragt.)

Pjotr van Lenteren liet zijn licht schijnen over De kleine kapitein van Paul Biegel - hij veronderstelde, bij wijze van grap, dat hij daarvoor was uitgekozen wegens zijn lengte. Hij kwam uitgebreid terug op de recensie die Kees Fens ooit schreef over dat boek, waarin hij het 'afbrak tot aan de grond'. Zijn vertoog is nu al te lezen op zijn blog. Mooi citaat van Biegel, hij zou gezegd hebben dat zijn fantasie een 'loeiende koe is die iedere dag gemolken moet worden'.

Na de gesproken column van Eva Rovers over De kleine kapitein (met aandacht voor Bange Toontje, 'de enige die een ontwikkeling doormaakt'), kwam nog eens Annemarie Terhell over Tonke Dragt aan het woord. Ze memoreerde o.a. haar opgroeien tussen de Indische wouden en ridderverhalen, de heimwee naar die omgeving. En uiteraard werd vermeld dat het boek The letter for the king (2013! vertaling Laura Watkinson) in Engeland een groot succes is.
Regisseur Pieter Verhoeff vertelde vervolgens in een amusant vertoog de ontstaansgeschiedenis van de film De brief voor de koning. Dat begon als 'troostproject' na het vervallen van de verfilming van het prachtige verhaal Ali en Nino van Kurban Said.

En toen moest ik er vandoor. Daardoor miste ik helaas o.a. de uiteenzetting door Joke Linders over Jip en Janneke.

De lezingen worden gepubliceerd in het Jaarboek 2015 van de Jan Campertstichting, dat in januari 2015 verschijnt.

woensdag 19 november 2014

Lezen is leuk... en wat is er leuker dan één project?

Lezen is leuk: die boodschap wil Stichting Lezen er wel intimmeren. Ik denk dat ze daarom het initiatief 'Lezen is leuk' van de Stichting Kinderpostzegels heeft ondersteund, zie ook hier. Als ik het persbericht goed begreep valt het bij die stichting onder het project Preventie schooluitval.




Uit het persbericht:
'Lezen is leuk! richt zich op de ondersteuning van basisscholen die voornamelijk in de krimpgebieden Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Oost Groningen en Zuid-Limburg liggen. Honderd scholen in deze gebieden waar het aantal leerlingen eerder daalt dan stijgt, krijgen een speciale boekenkast, gevuld met actuele boeken voor alle groepen van het basisonderwijs. 
Daardoor verbetert de leesomgeving op de scholen, waar leerlingen en hun ouders gestimuleerd worden om meer (voor) te lezen. 
Lezen bevordert de taalontwikkeling en leidt in het algemeen tot betere schoolprestaties. Veel lezen heeft een bewezen positief effect op alle onderdelen van de cito. In mei dit jaar ging de eerste Lezen is leuk!-bibliotheek open in Veendam.'

En:

'Ilja van Haaren, directeur Stichting Kinderpostzegels: “De komende twee jaar steunen we honderd basisscholen in gebieden waar het lezen wel een steuntje in de rug kan gebruiken. Op die manier kunnen we ook iets terug doen voor al die kinderen die zich inzetten om kinderpostzegels te verkopen”.

Bibliotheek op school
De scholen die de goedgevulde boekenkast ontvangen gaan meedoen aan het programma de Bibliotheek op school van Stichting Lezen en de bibliotheeksector. Met de Bibliotheek op school gaan bibliotheken, basisscholen en gemeente strategische meerjarige samenwerkingsverbanden aan. Het doel is om lees- en taalvaardigheid en mediawijsheid van kinderen te verbeteren. Bovendien krijgen alle kinderen een Boekenbon van 10 euro, waarmee ze tijdens de aftrap van het project een boek voor zichzelf kunnen uitzoeken.'



Dat is het tweede project in korte tijd dat scholen in staat stelt zonder veel kosten een kast met boeken te verwerven. Eerder dit jaar was er Kwartiermakers, zie ook dit blog. Een gisse school kan zich voor beide projecten melden.

Nooit weg, dit soort projecten. Dat neemt niet weg dat een goede school een schoolbibliotheek zou moeten hebben, zodanig bekostigd dat er van continuïteit kan worden gesproken. Dat is waar men zich bij De bibliotheek op school ook voor inspant. Misschien dat dit filmpje inspireert.


zaterdag 15 november 2014

Wat heet poëzie 6

Ja, daar hebben we er weer een. Deze keer van Johanna Geels.

De avond dat mijn vader door een biedermeierstoel heen zakte

We aten soep op schoot. De hond beschermde grommend zijn pantoffel. Boven zijn kop hing een foto van mij als vierjarige in een kanariepak.
Tot die avond had ik altijd gedacht dat ik mijn zus, de hond of de biedermeierstoel was. Hij kraakte vervaarlijk onder mijn vader die oreerde alsof er een landelijke staking was uitgeroepen die dag en hij de vakbondsleider was.
Net voor hij bezweek fluisterde mijn zus dat ze vroeger altijd dacht dat ze een jongetje was dat Hänsel heette. Terwijl het hout als versplinterd bot tegen opa's portret op vloog gooide de hond zijn kop in zijn nek en jankte dat alles onomstotelijk waar was.

Onder het kopje Poëzie afgedrukt in De Gids 2014-7. Een fascinerend verhaaltje - en zulke korte verhaaltjes zijn een genre apart, A.L. Snijders is er een meester in. Maar is dit poëzie?

Ik moet eerlijk zijn. Het stond zo afgedrukt:

De avond dat mijn vader door een biedermeierstoel heen zakte

We aten soep op schoot. De hond beschermde grommend zijn pantoffel. Boven zijn kop hing een foto van mij als vierjarige in een kanariepak.

Tot die avond had ik altijd gedacht dat ik mijn zus, de hond of de biedermeierstoel was. 

Hij kraakte vervaarlijk onder mijn vader die oreerde alsof er een landelijke staking was uitgeroepen die dag en hij de vakbondsleider was.

Net voor hij bezweek fluisterde mijn zus dat ze vroeger altijd dacht dat ze een jongetje was dat Hänsel heette. 

Terwijl het hout als versplinterd bot tegen opa's portret op vloog gooide de hond zijn kop in zijn nek en jankte dat alles onomstotelijk waar was.

Iets meer wit, ja. Wordt het daardoor poëzie?
Hier zijn er nog enkele van haar, op haar eigen blog. Tedere verhaaltjes.

'Wat heet poëzie' 1-5? Zie labelwolk onderaan. Of hier.

donderdag 13 november 2014

Wat een foto!


Pontificaal op de website van de Volkskrant 11-11-2014: deze foto van enkele machthebbers, bijeen op de APEC-top in China.

Wat een foto!
Links lacht Hassanal Boliah, sultan van Brunei, in zijn vuistje. Wij hebben olie, en voorlopig is de wereld daar verslingerd aan. Misschien mag ik daarom ook vooraan op de foto.
In het midden staat Xi Jinping, gastheer en grote roerganger van China. Natuurlijk in het midden! Hij gebaart naar rechts alsof hij iets te berde brengt, maar die twee luisteren oppervlakkig, áls ze dat al doen.
De tweede van links, Vladimir Poetin, president van Rusland, kijkt de andere kant op, alsof hij daar in de verte iets ziet wat zijn aandacht méér trekt als de woorden van zijn gastheer. Hij glimlacht verholen, want hij denkt er het zijne van - van wat dan ook. Hij zal later zijn slag wel slaan. De pose is misschien ook nodig als Xi het woord expliciet tot Hassanal richtte, Vladimir passerend.
Helemaal rechts gebaart Barack Obama ongeveer net als zijn gastheer. Hij zal hem toch niet na-apen? Hij bevindt zich aan de rand, maar heeft wél een aandachtige luisteraar. Dat is echter de vrouw van Xi en die staat daar alleen omdat ze vandaag gastvrouw is. Er vallen geen zaken met haar te doen. Nóg een vrouw, vlak achter Obama, richt een bewonderende blik op hem. Ja, Barack doet het goed bij de vrouwen, maar bij Xi en Vladimir kan hij even geen potje breken, lijkt het.

Wat alle vier heren verbindt: dat jasje dat ze dragen, ongetwijfeld speciaal voor deze gelegenheid. Brack heeft echter geen naamplaatje op (ze weten toch wel wie ik ben). Of is het geen naamplaatje maar een ereteken dat hij moet ontberen?
De jasjes verhullen wat de heren eronder dragen. Maar goed ook, want dan blijkt dat de grote Chinese roerganger waarschijnlijk een kostuum van Europese snit draagt, zoals op de foto's op de APEC-site is te zien. Barack en Vladimir ook, maar dat verwachten we van hen. Dat van de sultan is een slag donkerder van dat van de drie anderen. Olie? Of is hij toch van een andere orde dan die drie?
Die speciale jasjes lijken wel een soort sjiek schoolkostuum. Vast van Chinese zijde.

dinsdag 11 november 2014

Zwarte Piet staat er gekleurd op 2




In de eerste aflevering van het Sinterklaasjournaal (NTR), op 11 november, verscheen Sinterklaas met Zwarte Pieten. Presentatrice Dieuwertje Blok vroeg: 'De allerbelangrijkste vraag van de hele wereld is: komen de Pieten ook mee? Sommige mensen vinden Piet namelijk maar ouderwets.'
'Daarom neem ik ze juist mee', zei Sinterklaas. [...] 'Dan wordt het weer ouderwets gezellig in Nederland. Dat is al honderden jaren zo geweest en dat zal altijd wel zo blijven.' En prompt verschenen ze in beeld. Ze spraken overigens een keurig soort acteurs-Nederlands. Dieuwertje werd ondersteund (in het Pietenhuis), door Dolores Leeuwin, een zwarte presentatrice met een prachtige naam.
Om vooruit te lopen op de intocht in Amsterdam: áls Sinterklaas een kruis droeg, was dat onzichtbaar, door een flinke baard.

Sinterklaas zal niet in zijn eerste leugentje of marketingpraat gestikt zijn, dat van die honderden jaren gezelligheid met de Pieten is natuurlijk onzin. Zwarte Piet verscheen voor het eerst in 1850, in een boekje van Jan Schenkman. (Zie echter ook hier.)
Maar het beeld was een stellingname (statement, heet dat in nieuw-Nederlands).

Intussen wisselden Robert en oom Herman in De Groene Amsterdammer 6-11-2014 beschaafd van gedachten over Zwarte Piet. Nee, niet ik of mijn oom Herman zaliger, maar Vuijsje, oom van Robert.
Ze bleken allebei de redelijkheid zelve, en waarover ze het toch niet meteen eens konden worden vatte neef Robert zo samen:
'Over naar het ingewikkelde woord buitenstaanders. 
Wanneer het gaat om buitenstaanders in de zin van mensen die niet in Nederland wonen, heb ik een kanttekening en ik denk dat we hier arriveren bij het gedeelte waar we het niet over eens zijn. Over de hele wereld hebben mensen sterk verschillende gebruiken en gewoontes. Mensen uit andere delen van de wereld kunnen die tradities mal vinden. Ik betwijfel of het verstandig is om naar een ander land te gaan en de lokale bevolking te dwingen tot verandering. 
Wat buitenstaanders in sommige gevallen wel kunnen doen: met een betere en meer frisse blik ergens naar kijken. In sommige gevallen ziet een buitenstaander iets wat jou niet meer opvalt omdat je er al zo vaak naar hebt gekeken. Zwarte Piet is daar een goed voorbeeld van.

Nog iets waar we het niet over eens zijn: dat het pietendebat intussen menigeen de neus uit komt. Zo van: we hebben het er nu al zo vaak over gehad dat het gezeur wordt, dus laten we er maar over ophouden. 
Ik vind dat geen valide argument. Toen zwarte Nederlanders eindelijk de moed verzamelden om massaal te laten weten dat ze zich niet prettig voelden bij Zwarte Piet, hadden de andere Nederlanders ook kunnen vragen: waarom vinden jullie dit zo onprettig, wat is er aan de hand? Gezien de geschiedenis lijkt me dat een normale vraag. 
Dat is niet gebeurd. De andere Nederlanders lieten weten: wij beslissen nu voor jullie dat het niet kwetsend is, dus we zien geen reden om het te veranderen. Door die reactie is deze lange discussie ontstaan.'

Wordt waarschijnlijk vervolgd.



Zie hier Zwarte Piet staat er gekleurd op 1.

NB. Hier een stukje uit een vertaling van Der Struwwelpeter van Heinrich Hoffmann (1845):



Daar kwam de groote Nik'laas aan,
Die had een' inkt pot voor zich staan,
Zoo groot, ja, grooter dan de maan.
Hij sprak: ‘Komt kind'ren, hoort mij aan,
En laat dien moor met vrede gaan!
Het is zijn schuld toch waarlijk niet.’
Dat hij zoo zwart als steenkool ziet’
(Vertaling: W.P. Razoux)

NB2. Aanbevolen literatuur:
Booy, Frits. Op zoek naar Zwarte Piet. Stichting Nationaal Sint Nicolaas Comité, 2008, 2e herz. dr.
Uitverkocht, maar vast nog in deze of gene bibliotheek te raadplegen. De eerste druk verscheen in 2003.

NB3. Uitspraak van de Hoge Raad op 12 november:

'​De burgemeester van Amsterdam heeft de vergunningaanvraag voor de Sinterklaasintocht voor 2013 terecht alleen getoetst aan de eisen van openbare orde en veiligheid. Hij is niet bevoegd de vraag te beantwoorden of van de figuur van 'Zwarte Piet' een discriminerend effect uitgaat en daardoor een schending oplevert van het grondrecht op respect voor het privéleven en het discriminatieverbod.
Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (12 november 2014), waarin zij tot een andere beslissing komt dan de rechtbank Amsterdam in juli van dit jaar (Zie Burgemeester moet beslissing Sinterklaasintocht herzien). Tegen de uitspraak van de rechtbank waren de burgemeester van Amsterdam en Stichting Pietengilde bij de Afdeling bestuursrechtspraak in hoger beroep gekomen.' Zie hier.




zaterdag 8 november 2014

Ga toch fietsen!

Ja, dat roept de een wel eens tegen de ander, als-ie boos is.
En vermoedelijk bracht dat Joukje Akveld op het idee van een prentenboek. Al kan het idee natuurlijk ook van de uitgever zijn gekomen, of illustrator Philip Hopman.



Auteur Joukje Akveld schreef er d.d. 10 juli 2014 op haar site dit over:
'Het is af en het gaat in het najaar verschijnen: Ga toch fietsen!, een nieuwe prentenboekentekst van mij met tekeningen van Philip Hopman. We bezochten er samen de fietsbeurs voor in de RAI. Wat eerst een meneer en een mevrouw waren werden later twee dieren en nog weer later de panda Boese en de hond Willem. Philip maakte twee fietsenmakers van ze met een zaak aan huis. Nijvere zzp’ers die elkaar af en toe even spuugzat zijn. Dan roepen ze van dit en van dat en vliegt er iets onaardigs door de lucht. Als Willem dan zegt "ach, ga toch fietsen, jij," pakt Boese zijn fiets en vertrekt.'
Dit stukje bevat de informatie dat de twee hoofdpersonen van het verhaal eerst twee mensen waren, en later veranderden in dieren.

Onwillekeurig moest ik denken aan de vele prentenboeken van Richard Scarry, barstensvol dieren, en o.a. bekend geworden doordat in zijn boeken het varken het vlees van zijn soortgenoten verkoopt, waarvan ik hieronder twee varianten toon:

 Zie links onder:

En:



Gezellig, willen werken in een winkel waar ze het vlees van je geslachte familieleden verkopen. Afijn, over Scarry valt veel te melden, maar dat zal ik hier niet doen.

Waarom verhalen vertellen over mensen en ze dan als dieren afbeelden?
Het kan zijn dat men denkt dat kinderen zich makkelijk vereenzelvigen met dierfiguren - wat ze inderdaad makkelijker doen dan grote mensen.
Het kan ook zijn dat het de bedoeling is middels de beestachtige vermomming juist bepaalde menselijke eigenschappen uit te vergroten, tot in het karikaturale toe. Carl Barks wist er wel enigszins raad mee, en hij liet overigens zijn dieren een keer de beesten voederen:



Marten Toonder koos trefzekere diervermommingen voor professor Sickbock, assistent Pieps, markies de Cantecleer, burgemeester Dickerdack en niet te vergeten de heer Bommel zelf, waarbij nog zij opgemerkt dat hij deze mengde met mensen in min of meer menselijke gedaante, zoals schilder Terpen Tijn.



Dat zijn dan nog figuren die in huizen wonen en verder een mens-achtig bestaan hebben. Er zijn ook nog die figuren die een wat dierlijker bestaan hebben (bijvoorbeeld in een holletje wonen) en toch menselijk gedrag vertonen, zoals die in The wind in the willows, Peter RabbitWinnie-the-Pooh, Paulus de Boskabouter en de filosofen uit het werk van Toon Tellegen.
Het past allemaal in een heel oude traditie, stammend uit een tijd dat mensen minder strikt onderscheid maakten tussen henzelf en dieren. Al duizenden jaren schenken mensen hun goden een beestachtig uiterlijk. De oude Egyptenaren deden dat bijvoorbeeld. Maar ook de Indiërs geven hun goden soms dierlijke trekjes. Zie bijvoorbeeld hieronder Anubis, de Egyptische god die de doden begeleidde (afbeelding uit de Papyrus van Hunefer), en de Indische god Ganesha.

   

Men kende bepaalde beesten vanouds een symbolische waarde en/of een karakter toe, en rollen in mythen en sagen. Vele leeuwen en adelaars sieren wapenschilden. Een heel verhalengenre is erop gebaseerd, met Reinaart de Vos als een van de bekendste voorbeelden. Ene Laurike in 't Veld heeft dienaangaande iets behartenswaardigs geschreven over Maus, van Art Spiegelman.
Er valt nog veel meer over te melden. Maar...

Ga toch fietsen!

... voordat deze recensie ontaardt in een verhandeling over verhalen met dieren die geen dieren zijn (en dan laat ik de weerwolf en de vampier nog buiten beschouwing), terug naar Boese en Willem, de hoofdpersonen in Ga toch fietsen!.
Ik begrijp dat ik de auteur en de illustrator nog eens moet vragen wat hen ertoe bewoog om hun verhaalfiguren te veranderen van een 'meneer en een mevrouw' in twee oude vrienden in de vermomming van een panda en een hond.
Boese is een binnenvetter, zo'n type dat niet direct boos kan uitvallen maar eerst in zichzelf een tijd moet tieren en razen. En dat ziet er in pandagedaante goed uit. Hier zien we de twee ruziemakers, links Willem, rechts Boese.



Willem zien we van achteren. Hij heft zijn arm en het tafereel wekt de suggestie dat vooral hij aan het woord is. 'Ach, ga toch fietsen, jij!' roept hij boos en dat doet Boese.



Willem kijkt hem na.



Dit zijn de enige beelden die ik geef: het tonen van details doet de paginagrote prenten van Philip Hopman tekort. Maar ze laten zien hoe het kiezen van een dierenvermomming een bepaald karakter kan suggereren.

Het verhaal in woorden is zo beknopt dat ik het in zijn geheel zou kunnen citeren. Dat doe ik natuurlijk niet, maar wel iets, om te tonen in welke stijl Joukje Akveld schreef:

'Boese en Willen hadden ruzie.
Dat ging ongeveer zo:
"Kun je nou nooit een keer!"
"Moet jij nou altijd weer!"
"Je denkt toch niet dat ik!"
En iets met aangebrand.
Er vloog iets door de lucht, maar het was niet raak.
Willem riep: "Ach, ga toch fietsen, jij!"
Dat deed Boese.
Er zat een donderwolk in zijn hoofd.
Het bliksemde tussen zijn oren.'

Boese gaat dus op pad. Rechtsaf, rechtdoor, 'over een lange weg', linksaf, rechtdoor, met de pont mee,

'De overkant leek op zijn eigen kant, alleen leger.'

En

'Achter hem hoorde hij een geluid.
Het klonk als heel veel fietsbanden op een verharde weg.
Boese keek achterom.
Het waren heel veel fietsbanden op een verharde weg.'

Linksaf, weer linksaf.

'Hij dacht aan wat Willem had gezegd.
"Ach, misschien kan ik best wel eens een keertje..." zei hij tegen zichzelf.
"En misschien moet ik inderdaad niet altijd weer..."'

Brug over, naar rechts., 'bij een lange weg', terug naar huis.

'Willem stond bij de deur.
"Ik dacht dat ik misschien toch..." zei hij.
Hij krabbelde verlegen op zijn hoofd.
"Ach ja," zei Boese. "Zoiets dacht ik eigenlijk ook."
Ze gingen naar binnen en aten aan de keukentafel.
"Wel een beetje aangebrand," zei Willem.
En: "Nu is het ook nog koud."
Boese glimlachte.
Morgen, dacht hij, gaan we samen fietsen.'

Ik vind dat meesterlijk geschreven. Deze ruzie is echt heel mooi onder woorden gebracht. Prachtig zoals Boese's 'donderwolk' langzaam verdwijnt. Een samenvatting zou het verhaal tekort doen. (Maar dat geldt voor alle goede verhalen.) Eén mooi detail nog noemen: dat Boese op zijn weg terug de wind mee heeft.

Maar natuurlijk zijn het vooral de prenten van Philip Hopman die het verhaal maken. Er is veel op te zien. De verleiding om de tocht van Boese in kaart te brengen heb ik laten schieten, maar het is grappig dat de lange weg terugkeert, compleet met ijscoman, bomen en meer.
Er hangt een klok in de bocht van hun straat: acht uur bij het begin, kwart voor zes aan het eind. Een stevig dagje fietsen! (En die muzikant bij de buren maar spelen... Zou hij een pauze hebben genomen?)
Aan de muur van hun keuken hangt een reeks foto's die toont dat de heren elkaar lang kennen - en al veel fietsten. Intrigerend is ook linksonder de foto van beiden in jacket en strikje, naast elkaar. En, in verband met mijn inleiding, een prent van twee fietsers met de tekst 'Le chien au vélo'.
De twee zijn fietsenmakers, verkopen fietsen, en overal wemelt het van de fietsen in allerlei fantastische soorten en maten. Het zijn sowieso volle straten, met ook nog andere voertuigen dan fietsen, bestuurd door eh, dieren, of zo. Zie boven.
Waarbij dient opgemerkt, eveneens in het licht van mijn inleiding, dat voor het raam van hun buurhuis twee honden met strikjes duidelijk beestachtiger zijn dan alle andere als dier vermomde wezens. Maar gelukkig zijn er geen varkens die varkensvlees verkopen. (Wel een walrus die vis verkoopt. Maar dat is logisch, toch?)
Halverwege de rit terug koopt Boese bloemen - dat wordt niet in woorden verteld, wel in beeld. En verder is er zoals gezegd nog van alles te zien, het zijn prenten om lang en aandacht te bekijken, Philip Hopman heeft zich heerlijk uitgeleefd. Met vele fijne details die je pas na goed kijken ziet, zoals het vertrek en de terugkeer van niet alleen Boese, maar ook een oude dame en een dame in rose, het liefhebbend stel boven de taartenwinkel, die bokkige man die aan het begin met een boeket op zijn balkon staat te wachten en aan het eind naar binnen gaat - met boeket. Heeft-ie de hele dag staan wachten?
Zo en nog veel meer. De bouwstijlen: één prent met iets onmiskenbaar Amsterdams: de hijsbalken bovenaan twee huizen. Maar verder zouden de huizen in een reeks Europese landen passen en Boese passeert een café met het opschrift velo café. De pont: een wolk van een boot en die auto's erbovenop (inclusief dubbeldekker) komen er volgens mij nooit meer af. En zo verder. Ga dat zien, ga dat zien.

Nog even iets over de titel. Die is raak gekozen, maar er is nóg een boek met die titel Ga toch fietsen!, van Thomas Braun (Nieuw Amsterdam, 2011). Ook verscheen in 2008 bij Boekscout Ga toch fietsen van P.J.G.A. Derix. En zie verder hier en daar. Enfin, lijkt me allemaal geen probleem.

Hopman, Philip, en Joukje Akveld. Ga toch fietsen! Querido, 2014. ISBN 978 90 451 1674 7, NUR 273, 

donderdag 6 november 2014

Regels van de zomer

Het oog staarde me al enige tijd aan.


Een boek van flink formaat, een typisch prentenboek, met een raadselachtige titel. 
Achterop staat: 'Hou je aan de regels. Vooral als je ze niet begrijpt.'
Nog raadselachtiger.

Helaas staat er nog iets achterop. Reclametekst: 

'Shaun Tan groeide op als jongste van twee broers. Die ervaring inspireerde hem tot dit prentenboek, dat net als De aankomst, De rode boom en Het ding en ik van een verbluffende schoonheid is.

Over de boeken van Shaun Tan:
"Tan toont zich meester in tekeningen die alles zeggen. Beter, die alles laten voelen." NRC Handelsblad
"Volstrekt uniek, essentieel én leeftijdloos." De Morgen'

Ik wil graag zelf zien of ik het boek mooi vind, al heb ik begrip voor het citeren uit recensies. (Het boek moet verkocht worden...)
Dat van die broers mag informatief zijn, het stuurt ook de manier van kijken. Jammer. 
Dat begint al met de voorkant. Die jongen met zijn handen in de zakken van zijn lange broek, bij die opwinddino, dat is dan zeker een oudere broer. Misschien heeft-ie zojuist dat oog over het hoofd van zijn broertje geschoven. Dat kijkt daardoor met een groot oog naar de wereld, maar is ook meteen half opgesloten. De gemelijke blik van zijn oudere broer ziet hij niet. Die loopt weg, samen met de dino, die misschien ook kijkt, alsof hij tot leven is gewekt.

Dat oog, voorop, moet je overigens even voelen, even met een vinger eroverheen.

Sla je het boek open, dan zie je die oudere broer (of is het toch een vriendje, ik hoef me van die tekst achterop niets aan te trekken!) wegvliegen in een soort rode stoomvliegmachine. Het andere jongetje, in korte broek, rent erachteraan. Neem me mee!, zou hij kunnen roepen. Daarna volgen pas het colofon en de titelpagina.

Anders dan andere boeken van Shaun Tan bevat dit boek tekst. Achttien regels, waarvan zestien regels van de zomer.

'Dit heb ik de afgelopen zomer geleerd:
Je mag nooit een rode sok aan de waslijn hangen.
Je mag nooit de laatste olijf opeten.
Je mag nooit je jampot laten vallen.
Je mag 's nachts nooit de achterdeur open laten staan.
Je mag nooit op een slak trappen.' En zo verder tot de laatste regel:
'Dat is het zo'n beetje.
Elke regel krijgt een hele pagina, die voorzien lijkt van lichte, vage vegen verf in tinten die min of meer corresponderen met de bijhorende prent, alsof die nog een beetje nat was toen het boek werd dichtgeslagen. Maar toch ook weer niet zo dat je contouren terugziet.
Zelfs zonder prenten zijn deze regels pure poëzie. in al hun beknopte absurdisme. De vertaling is overigens van Bart Moeyaert.

Die laatste zin, 'Dat is het zo'n beetje', staat bij een plaat die beide jongens toont op een bank, met een bak chips (o.i.d.) tussen zich in, kijkend naar de tv. De muur hangt vol tekeningen, sommige figuren daarop komen bekend voor, want die bewoonden prenten daarvóór, in een heel andere gedaante.
De prent daarna, de laatste, toont een kraai die op een gevallen kroontje zit. Het zijn de enige prenten die je met wat goede wil 'realistisch' zou kunnen noemen, de andere zijn absurdistisch, taferelen uit Dalí-achtige dromen. Die laatste prent is trouwens niet echt de laatste, want die schutbladprent met die rode stoomvliegmachine keert op de laatste schutbladen terug.

De woorden mogen poëzie zijn, de prenten maken dit verhaal. Boze, hoopvolle, angstige dromen, in gloedvolle kleuren en met wilde landschappen en vreemde wezens - en kraaien.
Hier bijvoorbeeld de prent bij de eerste zomerregel, 'Je mag nooit een rode sok aan de waslijn hangen.'


En hier die bij 'Je mag nooit op een slak trappen'.


En mooi is ook de tweepaginaprent die voorafgaat aan 'Dit heb ik de afgelopen zomer geleerd'.


Het zijn prenten om lang naar te kijken.

Deze is ook heel mooi, bij de regel 'Je mag nooit je sleutels aan een onbekende geven'.


Die correspondeert namelijk met de prent bij 'Dat is het zo'n beetje', die ik niet kan weergeven omdat ik geen bruikbaar bestand op internet vond. Zelf scannen doet de prent beslist tekort, maar hier is een detail:



Zit er een lijn in het verhaal? Jazeker.

Het verhaal wordt op gang gebracht door die eerste tweepaginaprent die hierboven is weergegeven. Die toont van wie de vertellende hoofdpersoon ('ik') het een en ander heeft geleerd. Volgen dertien regels met bijpassende prenten. Die lijken te tonen wat voor verschrikkelijks of eigenaardigs er gebeurt als je de regel overtreedt, en die regels zijn allemaal iets wat je vooral nooit moet doen.
Na regel dertien, 'Je mag nooit wachten op het spijt me', met prent waarop de verteller in een soort kachelachtige stoomsneeuwschuiver lijkt opgesloten, volgen drie dubbelpaginaprenten waarop dat ding door landschappen schuift, met steeds meer volgende kraaien. En dan volgt een regel die iets vermeldt wat je wél moet doen in plaats van nooit:
'Je moet altijd een betonschaar bij je hebben.' Oudere jongen op fiets komt met verlossende betonschaar aanfietsen.


Waarna nog twee regels volgen, de een opnieuw met iets dat je altijd moet doen (de weg naar huis weten, en je ziet de jongste op het stuur van de fiets van de oudste, op weg door een grimmig landschap), de ander weer met iets dat je nooit moet doen, maar toch klinkt dat wel positief:
'Je mag de laatste dag van de zomer nooit missen.' En de prent toont hoe de oudste de jongste van een ladder over of op een muur helpt. Waarna een vrolijke dubbelpaginaprent volgt waarop de twee muziek lopen te maken in een decor van reuzenfruit. En dan volgt 'Dat is het zo'n beetje', zie boven.

Er is een lijn van negatief, culminerend in een gevecht tussen de twee en een soort gevangenname, waarbij de oudste een kroontje krijgt aangereikt door een kraai, naar positief. Met wat verbeelding kun je je voorstellen dat de oudste zijn broer of vriend eerst overmeestert en opsluit en vervolgens weer bevrijdt en thuisbrengt, en zijn kroon inlevert. Aan een kraai.
Je kan er wat inleggen, in dit verhaal. Een ruzie tussen oudere en jongere broer (of vriend), een ontwikkeling in de relatie tussen  oudere en jongere broer (of vriend). Een soort ontgroening. Ga je gang, het is niet verboden; dit verhaal brengt bij uitstek ieders verbeelding op gang.

Er is op die prenten nog veel meer te zien. Een zijlijntje zijn die kraaien en het kroontje. Maar allerlei voorwerpen en wezens komen ook terug in diverse prenten, bijvoorbeeld dat oog en de opwinddino van het voorplat, de aardbei van het verknalde plan, een van de strenge vogels bij de olijf, sommige muren, elektriciteitsmasten, de portretten van een kat, en zo meer. De kraai komt op bijna alle prenten voor - soms moet je even zoeken. Sommige voorwerpen lijken op blikken speelgoed. Bij het gevecht (regel 'Je mag nooit vragen waarom') lijkt wel een afvaardiging van hen aanwezig, ze kijken toe. En we vinden ze later terug als tekeningen aan de muur van de kamer. Droom- en andere uitleggers kunnen naar hartelust hun gang gaan! Ik gun het ze graag maar ga me er zelf niet aan bezondigen.

Er val heel veel te genieten en te mijmeren met dit prachtige boek!

Shaun Tan. Regels van de zomer. Querido, 2013. ISBN 978 90 451 1626 6 / NUR 274. Vertaling Bart Moeyaert. Oorspr. titel Rules of Summer, 2013.



donderdag 30 oktober 2014

Boekenwolk

Een bericht d.d. 8-6-2012, op Leesplein, onvolprezen nieuwssite over jeugdliteratuur:

Nieuw: cloudbased kinderbibliotheek
Redacteur en schrijfster Rikky Schrever heeft Boekenwolk ontwikkeld. Het is een digitale bibliotheek waarin kinderen e-boeken kunnen bekijken en lezen. De eerste uitgeverijen hebben zich al aangemeld om kinderboeken in de boekencloud te zetten.
Schrever heeft zo’n dertig kinderboeken op haar naam staan, meest kartonnen boekjes voor kleinsten. Een groot deel is niet meer leverbaar. ´Mijn verhalen liggen ergens stof te verzamelen, terwijl ze digitaal een tweede leven kunnen leiden. Belangrijker nog: op zo’n sexy apparaat als een iPad of andere tablet zijn kinderen misschien makkelijker tot lezen te verleiden.´
Dat was voor haar de aanleiding om een plan uit te werken om kinderboeken in de cloud beschikbaar te stellen. Ze stapte naar Yindo, die hun platform aan de digitale kinderbibliotheek ter beschikking willen stellen.

Enkele uitgevers reageerden terughoudend. Ze vinden het allemaal een sympathiek initiatief, maar de één vond het verdienmodel niet goed genoeg en de ander zag het niet direct voor zich dat kinderen digitaal zouden willen lezen. Schrever: ´Dat verbaasde me, want kinderen lezen natuurlijk allang digitaal, op laptops, tablets, smartphones en zelfs op het digibord op school.´
Andere uitgeverijen reageerden wel enthousiast. ´De pioniers Gottmer en Kluitman boden meteen een aantal boeken aan. Ik heb met 50 uitgeverijen contact, ze zijn van positief tot afwachtend.´ Alleen de Vlaamse uitgeverij De Vries-Brouwers zei pertinent geen interesse te hebben.

Ook een aantal auteurs heeft aangegeven meteen te willen meedoen. ´Maar ik wil deelname in eerste instantie via de uitgeverij regelen, vooral omdat veel auteurs juist bij een uitgeverij zitten omdat ze zich niet met dit soort zaken willen bezighouden. Ik merk wel dat het heel sterk leeft bij auteurs.´

De boeken komen beschikbaar via een abonnement van ca. € 8,- per maand. Schrever: ´Het is natuurlijk duurder dan een bibliotheekabonnement, wat gratis is voor kinderen. Maar het is maar wat je als referentie neemt. Een abonnement op een tijdschrift of de sportschool is weer duurder.´ Ze heeft een enquête gehouden om te onderzoeken wat mensen zouden willen betalen, maar er kwam geen duidelijk bedrag uit. ´Ik moet het gewoon proberen, het is trial and error. Ik moet de standaard gaan zetten, want Boekenwolk is de eerste cloudbased kinderbibliotheek.´

Als er voldoende leesvoer is, kan Boekenwolk van start gaan. Schrever streeft naar september.
Bron: Boekblad.  '
Einde bericht.

Natuurlijk eens gekeken naar die 'boekenwolk'.



Tja, en toen viel het stil. Bovenstaand bericht schreef ik ergens vlak na 8 juni 2012.
Op de een of andere manier kwam ik er niet toe het af te ronden en het belandde bij de concept-berichten, waar ik het op 29 oktober 2014 tegenkwam.

Onmiddellijk gekeken of Boekenwolk nog bestaat en ja, het bestaat nog. Vergeleken met bovenstaande aankondiging zijn er enkele details veranderd. Het uiterlijk is iets anders geworden, als ik vergelijk met het plaatje hierboven. De prijs zakte: bij een jaarabonnement € 5,90 per maand. Het aantal boeken: onder 'abonnement' wordt 'ruim 300' vermeld, en wat zoeken op de aangeboden categorieën bevestigt dat: tientallen, en niet meer haar eigen boeken. Wie bijvoorbeeld klikt op 'avontuurlijke boeken' krijgt 93 titels in beeld.

Die categorieën:
Avontuurlijke kinderboeken, AVI boekjes voor groep 3/4, Dierenboeken, Dyslexie kinderboeken, Grappige kinderboeken, Kinderboeken vanaf 10 jaar, Voetbalboeken, Sportboeken (Kinderboekenweek 2013), Feestboeken (Kinderboekenweek 2014), Floortje Bellefleur, Boeken van Suzanne Buis.

Dat zijn, voorzichtig uitgedrukt, tamelijk ongelijksoortige categorieën, meer labels, en diverse titels hebben meerdere labels.
Hoogvliegers zijn het meestal niet, die titels (met onder meer het volledige werk van Cok Grashoff, lijkt het wel), maar er zitten toch best aardige tussen, van auteurs als Thea Dubelaar, Bies van Ede, Mylou Freeman, Rian Visser, Pieter van Oudheusden, Nanda Roep, Harmen van Straaten, Gitte Spee, Klaas Verplancke (Appelmoes) en Edward van de Vendel.
Je kunt zoeken op leeftijd, AVI-niveau en categorie, maar ook per schrijver. Dat levert ook een goede indruk op van het soort boeken. Ik heb niet geteld, maar die 'ruim 300' van hierboven zal wel kloppen. Je kunt bladeren in de boeken, om een indruk te krijgen.

Wie zich abonneert, heeft onbeperkt toegang tot de aangeboden titels. Tussen de 100 en 200 titels (schat ik) voor € 6,65 per maand (3 maanden), € 6,35 (6 maanden) of € 5,90 per maand (jaarabonnement). Alle abonnementen stoppen (heel fatsoenlijk) automatisch na afloop van de abonnementsperiode. Het lezen gaat online. Je koopt dus toegang tot e-boeken, niet de boeken zelf, en in die zin is Boekenwolk dus een soort bibliotheek.
De Nederlandse openbare bibliotheken bieden momenteel rond 390 e-titels in de categorie 'kind en jeugd', en een geleend e-boek blijft drie weken leesbaar. Het gemiddelde bibliotheekabonnement kost, schat ik, zo'n € 40,-, maar de openbare bibliotheken bieden, gelukkig, nog steeds een gratis abonnement voor mensen van 0-18 jaar en waarschijnlijk (en hopelijk) blijft dat zo.

Als het om e-boeken voor de jeugd gaat, is Boekenwolk een sterke aanbieder geworden. Compliment voor Rikky Schrever, dat ze dit heeft weten door te zetten. 'Rikky Schrever, moeder van twee dochters, [...] vindt lezen belangrijk, maar ze heeft ook een drukke baan. Ze heeft niet altijd zin en tijd om naar de bieb te fietsen.'
Dat zal vaker voorkomen.
Toch ontzeggen zulke ouders zich veel moois. Want het aanbod van gewone kinderboeken in een goed voorziene openbare bibliotheek is zeer veel groter en veelzijdiger dan dat van de e-boeken in Boekenwolk (en de bibliotheek). Bladeren en snuffelen gaat er ook veel beter en de meeste bibliotheken doen moeite om ook buiten de gangbare werktijden open te zijn.
Ook een bezoek aan een kinderboekwinkel kan die drukke ouder leren dat het aanbod van e-kinderboeken in Boekenwolk echt nog heel beperkt is en Bol.com, bijvoorbeeld, biedt onder e-boeken in de categorie 'Kind & jeugd', subcategorie 'Romans en zelf lezen' zo'n 1490 titels aan, waarvan ruim 600 voor de leeftijdsgroep 6-9 jaar.

vrijdag 24 oktober 2014

Elfen bestaan

... althans, dat geloven meer mensen dan we denken.
Ik ga de dissertatie The Spiritual Tolkien Milieu: A Study of Fiction-based Religion van Markus Davidsen niet bespreken, maar vond de samenvatting (hier in het Engels) wel opmerkelijk wegens zijn aandacht voor een 'type of religion that uses fiction as authoritative texts'.
Hij noemt titels als Star Wars (George Lucas) en Stranger in a Strange Land (Robert Heinlein), maar zijn dissertatie richt zich op volgelingen (want zo kun je ze wel noemen) van Tolkien, The Lord of the Rings, die vanaf 1960 van zich laten horen. Ik citeer:

'De eerste religieuze praktijken die waren geïnspireerd door Tolkiens verhalen ontstonden laat in de jaren zestig, na het verschijnen van de paperbackversie van The Lord of the Rings in 1965. Hippies lazen het boek tijdens LSD‐trips om hun spirituele ervaring te verdiepen en in 1969 stichtte een groep provo’s uit Amsterdam de hippiecommune De Hobbitstee in Wapserveen in Drenthe. 
Sommige lezers vroegen zich af of The Lord of the Rings moest worden gelezen als een parabel over Faery (Elfenland). Zij sloten zich aan bij het opkomende neopaganisme en raakten geïnteresseerd in de Keltische en Germaanse mythologieën waar Tolkien zijn inspiratie mede vandaan had. 
In de twee decennia na het verschijnen van de paperback, en met name na de postume publicatie van The Silmarillion in 1977, ontwikkelden zich twee religieuze bewegingen, Tolkien‐religie en de elfenbeweging.'

Nog wat mooie citaten, uit beide samenvattingen:

'The construction of the Elves as a superior race is also the concern of the alternative historians discussed in chapter 12, “Esoteric Historians on the ‘Truth’ Behind Tolkien’s Elves”. The chapter focuses on Laurence Gardner and Nicholas de Vere who use Tolkien’s literary mythology to legitimise their conspiracy theories about a royal, Elven blood‐line which includes Christ and Charlemagne. 
While they do not directly integrate elements from Tolkien’s narratives into their religious beliefs and practices, they seek out similarities between Tolkien’s texts and bloodline lore and use these similarities to suggest that Tolkien possessed esoteric knowledge which he hinted at in his books. 
In this way, the alternative historians construct Tolkien as a fellow esotericist and attempt to rub his prestige as a mythologist and philologist off onto their own speculations.'

'Het spirituele Tolkien‐milieu is heel klein, maar fiction‐inspired religion komt tamelijk veel voor, zeker als daarbij naast de leden van georganiseerde fiction‐based religions ook de vele religieuze bricoleurs worden meegeteld die inspiratie vinden in boeken als The Da Vinci Code van Dan Brown en in films als Avatar van James Cameron. 
Martin Ramstedt stelt dat het toenemende religieuze gebruik van fictie een algemene ontwikkeling in hedendaagse religie weerspiegelt, namelijk een metaphorical turn van letterlijk naar metaforisch geloof en van ritueel naar spel. 
Tegen deze achtergrond is het interessant om te zien dat aanhangers van Tolkien‐religie verrassend letterlijk geloven en benadrukken dat hun geloof categorisch verschilt van het spel van fans. Doorgaans lezen zij Tolkiens verhalen op mytho‐kosmologische wijze: de verhalen zijn volgens hen verzonnen, maar gaan wel over bestaande bovennatuurlijke entiteiten. 
Zij stellen dus dat de Valar en de elfen echte spirituele wezens zijn die in contact kunnen treden met mensen op aarde, maar wier thuis zich bevindt in een spirituele dimensie, ver in de kosmische ruimte of in een andere tijd.'

Ik pikte uit de diverse berichten op de lekker verwarrend deels Engelse, deels Nederlandse website van Universiteit Leiden op dat de dissertatie de eerste 'monografie' zou worden uit een reeks over op fictie gebaseerde religies. En dat Markus Davidsen in 2012 al een artikel schreef over hetzelfde onderwerp, 'The Spiritual Milieu Based on J.R.R. Tolkien’s Literary Mythology', in Handbook of Hyper-real Religions (Brill, red. A. Possamai e.a.).

Dat The Lord of the Rings (In de ban van de ring) van J.R.R. Tolkien heel aantrekkelijk bleek voor allerlei zweverige types wist ik wil, dat het zo ver ging was me even ontgaan...
Voor de liefhebbers: hier de trailer van de gelijknamige films. En zie, just for fun, ook hier.




donderdag 23 oktober 2014

Zwarte Piet staat er gekleurd op


In de aanloop tot 5 december neemt de aandacht toe voor Zwarte Piet. Of om Bert Wagendorp te citeren in de Volkskrant van 16-9 jl.: 'ik dacht aan de komende twaalf weken tot 5 december, en aan het Pietengezeur dat weer over ons zal komen'. Hij schreef zijn stukje naar aanleiding van de aankondiging door Geert Wilders dat zijn club een wetsvoorstel gaat indienen dat de overheid zou verplichten tot het laten optreden van uitsluitend zwarte Zwarte Pieten met Sinterklaas.
En dat terwijl alom pogingen worden gedaan om Zwarte Piet een ander kleurtje te geven.



Zo kwam uitgeverij Ploegsma met een boek, Sinterklaasje kom maar binnen met je piet, de sinterklaasliedjes van nu, dat keurig aangepast is aan nieuwe opvattingen. Ik citeer de aankondiging:

Veel van de 'oude' sinterklaasliedjes die wij allemaal kennen stammen nog uit de 19e eeuw. Dat was een tijd waarin er heel anders werd gekeken naar dingen als opvoeding, speelgoed, en donkere mensen. In heel veel oude sinterklaasliedjes komen zinnetjes voor die vandaag de dag onbegrijpelijk klinken.

Daarom hebben Paul Passchier en Thedo Keizer de stapel oude liedjes afgestoft en aangepast aan deze tijd. Daarbij zijn ze zorgvuldig te werk gegaan, en niet overdreven gaan moderniseren. Sommige zinnetjes klinken nog steeds wat ouderwets, zoals "Makkers, staakt uw wild geraas!", maar zijn te mooi om te veranderen. Bovendien is Sinterklaas, zoals hij zelf regelmatig zegt, ook een ouderwetse man. Niet voor niks reist hij nog steeds met een stoomboot!

Maar geen kind ontvangt nog cadeaus in 'lege lege tonnen'. Niemand krijgt nog een roe als hij stout is, of speelt met een 'bromtol met een zweep erbij'. En dat Piet het goed meent ondanks dat hij 'zwart als roet' is, is natuurlijk ook onzin. 

Met deze hernieuwde teksten en die ouderwetse Sint met zijn vrolijke pieten willen we graag verder de 21e eeuw in. Uiteindelijk is het Sinterklaasfeest een feest voor iedereen, en dat moet het blijven! Daaraan levert dit boek (mét cd), dat op 9 oktober verschijnt, een grote bijdrage.  '
De woorden zwart, zak en roe komen niet voor in deze sinterklaasliedjes, de kaatseballen werden chocomunten en kinderen zijn niet meer stout, maar vooral heel erg blij.

'Sinterklaasje, kom maar binnen met je Piet,
want we zingen allemaal blij een lied.
Misschien heeft u wel even tijd,
voordat u weer naar Spanje rijdt.
Kom dan maar even bij ons aan
en laat uw paardje maar buiten staan.
En we zingen en we springen 
en we zijn zo blij,
en we dansen samen,
zij aan zij.
En we zingen en we springen 
en we zijn zo blij,
en we dansen samen,
zij aan zij.'

Ook de gard verdween, niemand maakt zich meer druk om 'wie de koek krijgt, wie de gard', het is alleen maar ''t Grote feest gaat weer van start'. Om met twee oude virtuele politici te spreken: 'geen gezeik, iedereen rijk', cadeautjes voor alle kinderen.
Daarmee is een zeer kenmerkend trekje uit dat 'grote feest' weggenomen, namelijk dat die cadeautjes een beloning zijn voor goed gedrag. Sint wordt hier niet blij van, nu lijkt-ie net de Kerstman. En zeg nou zelf, dat manneke op de voorplaat, dat heeft niets strengs meer.

Zo kwamen er meer boeken, hieronder bespreek ik er nog een, maar er is bijvoorbeeld ook De vrienden van Sinterklaas van Sjoerd Kuyper en Harmen van Straaten (Hoogland & Van Klaveren), waarin pieten allerlei kleuren hebben.

Ja, daarmee begon natuurlijk het geraas van oude makkers.
Oude makker Lodewijk Osse, voorzitter van de Stichting Sinterklaasintocht Assen (volgens NRC 23-09-2014), in een heerlijk ouderwetse middenstanderstekst:
'Onze Sinterklaasintocht zal dit jaar in zijn meest oorspronkelijke vorm zijn en groter dan ooit, met 400 Zwarte Pieten en 9 praalwagens. We willen laten zien dat wij niet om willen buigen voor protest. We zijn niet doof voor de geluiden en hebben begrip voor iedereen, maar dat moet ook wederzijds zijn. Het gemieter over de kleur van Zwarte Piet kennen wij niet.'

Maar (zelfde bron) 'Utrecht heeft ‘een brede dialoog rond Piet’ georganiseerd, zegt een woordvoerder van de gemeente:
Daarbij houden we rekening met gevoeligheden, zonder het traditionele karakter van de intocht drastisch of versneld te veranderen.
Op verschillende plaatsen zeggen comités dat ze met de keuze voor het soort intocht wachten op het oordeel van de Raad van State, die zich volgende maand in hoger beroep buigt over de uitspraak van de Amsterdamse rechter dat Zwarte Piet discriminerend zou zijn. Of op een ‘landelijke richtlijn’, waarbij sommigen denken dat die van minister Asscher (Integratie) zal komen (nee, zegt zijn woordvoerder) of van een landelijke Sinterklaasvereniging (dan zou er niks veranderen), of van de NTR, die het beeldbepalende Sinterklaasjournaal uitzendt en live de landelijk intocht in Gouda, maar de omroep zegt nog niets.'

Oude makker Meindert Fennema betoogde in de Volkskrant 9-10-2014 dat 'de overheid' zich in ieder geval niet met de discussie moet bemoeien. 'Racisme verbieden? Het begint met Zwarte Piet en eindigt met de guillotine!' Hij wijst op de verwarring van racisme (een mentale instelling) en rassendiscriminatie (een handeling) en meent dat zij die Zwarte Piet helemaal niet racistisch vinden 'eigenlijk al in het discours van hun tegenstanders stappen'. Racisme verbieden vindt hij 'in strijd met de vrijheid van meningsuiting'. Waarbij hij zelf dus een 'mentale instelling' verwart met de uiting van een mening. Tja.

Er werd een Stichting Vrienden van Sinterklaas opgericht, die 'het instandhouden van het cultuurgoed rondom het Sinterklaasfeest' tot doel heeft en o.a. wat boeken etaleert over het ontstaan van Zwarte Piet.

Een grote supermarktketen deed Zwarte Piet alvast tijdelijk in de ban: 'Albert Heijn doet Zwarte Piet grotendeels in de ban. In de grootste supermarktketen van Nederland zal de beeltenis van Piet alleen nog op snoepgoed opduiken. Dat meldt het AD. In reclames en campagnes binnen en buiten de winkels is de donkere metgezel van Sinterklaas straks niet meer te zien. Op de posters speelt een wit ongeschminkt jongetje de rol van Piet. Volgens woordvoerder Els van Dijk is er binnen hoofdconcern Ahold ,,lang en goed'' nagedacht over het besluit. Het bedrijf wil niet doof zijn voor het maatschappelijk debat rond Zwarte Piet ,,dat de laatste tijd duidelijk is verhard. Je moet iets met zo'n discussie''. ' Aldus het Utrechtjournaal op 9-10-2014. Maar later werd die ban weer opgeheven.
Arnon Grunberg leverde daarop d.d. 17-10 dit spitse commentaar:

'Volgens Bas Blokker in NRC Handelsblad raakt Zwarte Piet aan onze "nationale identiteit" maar de Frankfurter Allgemeine Zeitung behandelt de kwestie in de economische bijlage van die krant. Ahold, moederconcern van Albert Heijn, zo schreef FAZ, wilde producten met Zwarte Piet in de ban doen, maar toen uit een peiling bleek dat van 1.500 personen 94 procent van plan was de kinderen met Zwarte Piet op te voeden, kwam het bedrijf van deze plannen terug. Angst voor omzetdaling verricht wonderen.
De FAZ citeerde uit het rijmpje waarmee Ahold de terugkeer van Zwarte Piet bekendmaakte. In het Duits klinkt het beter: "Von dieser Nachricht, lieber Piet, ist überhaupt nichts wahr. Du liegst bis oben hin in unseren Regalen, genau wie jedes Jahr."
Zwarte Piet is omzet. Vermoedelijk is onze nationale identiteit eveneens gewoon omzet.'
Daarmee zou Lodewijk Osse (zie boven) het van harte eens moeten zijn, net als de uitgevers van de genoemde boeken. In stilte natuurlijk, handelaars zeggen zoiets liever niet hardop, dat bederft de sfeer.

En zo golfde en golft het 'pietengezeur' door. Gewild onderwerp op verjaardagen en aan de borreltafel. Maar ook in de Raad van State, die zich er op 16-10-2014 over boog, nadat een rechtszaak d.d. 03-07 (! zie hier en hier) bij de Rechtbank van Amsterdam leidde tot hoger-beroepen. (Uitspraak in november, begreep ik.)




Begin oktober verscheen Alleen maar stoute kinderen van Robert Vuijsje en Heleen Brulot (Leopold), en dat leverde meteen publiciteit op in de Volkskrant 15-10-2014 en Trouw van 12-10-2014.
Robert Vuijsje had overigens in de Volkskrant 12-10-2013 al eens een artikel gewijd aan de pieten.

Twee citaten uit zijn artikel van 2013:

'Afgelopen maandag vielen we geheel per toeval midden in een uitzending van Pauw & Witteman terwijl Quinsy Gario aan het woord was over Zwarte Piet. Quinsy is een activist die ik nog kende van de bezwaren die hij maakte tegen mijn boek Alleen maar nette mensen en dan vooral de verfilming daarvan. 

Hij was een van de zwarte mensen die, vond ik, niet het verschil konden zien tussen een boek over racisme en een racistisch boek. Een van de mensen die alarm sloegen over de beschrijving van de zwarte personages, maar het er kennelijk mee eens waren dat alle blanke bewoners van Amsterdam-Zuid werden afgeschilderd als racisten. Toen ik hem zag was mijn eerste gedachte dan ook: daar gaan we weer. 

Gekwetst
Inderdaad vertelde Quinsy weer over zijn bezwaren tegen Zwarte Piet. Lynn is van Surinaamse afkomst en ik niet, toch legde ik haar even uit hoe het werkt: wanneer iemand overal door wordt gekwetst devalueert het de kracht van zijn argumenten. Nu is het een boek, of een film, dan weer Zwarte Piet, volgende keer de kwaliteit van de excuses voor de slavernij. 

Je kunt niet het recht opeisen dat iedereen zich maar aan jou moet aanpassen. Vroeger ging ik naar alle thuiswedstrijden van Ajax. Nu heb ik geen zin meer om twee uur lang te luisteren naar tienduizenden mensen die schreeuwen over joden die al dan niet aan het gas moeten. Van die mensen eis ik ook niet dat ze daarmee ophouden.'

Zijn vrouw echter
'vertelde hoe ze het Sinterklaasfeest als kind had beleefd. Dat het ongemakkelijk voelde en pijnlijk en verwarrend. Waarom praatte Zwarte Piet met een Surinaams accent terwijl hij zogenaamd uit Spanje kwam? Zwarte Piet was, iets anders kon je er echt niet van maken, de knecht van Sinterklaas. 
Hij was geschminkt in dezelfde kleur als Lynn, betekende het dat haar witte klasgenoten haar ook als een knecht zouden zien? 
Ik pakte mijn telefoon en belde de enige zwarte klasgenoot die ik had op de lagere school. Ook Arnie is iemand die ik in de vijfendertig jaar dat ik hem ken nooit heb horen klagen over complotten die de witte man tegen hem zou smeden. 
Wij zaten op school in de tijd dat we met de hele klas demonstreerden tegen Deetman en de neutronenbom - als twaalfjarigen waren we politiek bewust. Arnie vertelde dat Zwarte Piet ieder jaar onze klas in kwam en oerwoudgeluiden maakte. Hij had dezelfde eenzaamheid gevoeld als Lynn. 
Ik kon me helemaal niets herinneren van oerwoudgeluiden.'

Kennelijk bracht dit hem tot het maken van het prentenboek Alleen maar stoute kinderen.

In het interview in Trouw ventileert hij een jaar later min of meer hetzelfde, en in de Volkskrant 15-10-2014 mocht hij nog eens zijn licht laten schijnen over de pietenkwestie, en dan vooral het racisme dat eraan ten grondslag ligt. Waarbij gezegd dient dat zijn argumenten alleszins redelijk zijn.
Sterk is vooral zijn behandeling van het 'rondje misverstanden'.

Opschudding genoeg, dus, en Robert Vuijsje is voortrekker van de gekleurde piet geworden.
Het prentenboek zelf heeft weinig om het lijf. Twee kinderen spelen Zwarte Piet, althans, 'willen pietje zijn' (liever dan Sinterklaas) en beschilderen vervolgens zichzelf en gaandeweg het hele huis met alle mogelijke kleuren. Tot moeder thuiskomt en schrikt van de bende.

'"Kleurenpietjes?" mam zucht. "Maar waarom zit overal verf op?"
"Vind je het niet mooi?" vraagt Daantje. "We hebben met de verf gespeeld!"
Sammie knikt. "We wilden allebei een pietje zijn."
"En toen werd ik groen en blauw en geel, en Sammie wilde ook een kleurenpietje zijn," zegt Daantje. "Een piet kan toch alle kleuren zijn?"'

Enfin, dat is mama met ze eens, maar ze zijn 'wel heel stout geweest'. Sammie en Daantje besluiten dan 'opruimpietjes' te worden. Eind goed al goed.

Als volwassen lezer dacht ik allereerst dat moeders reactie wel wat erg luchtig was: wel eens geprobeerd gemorste verf te verwijderen van vloeren, muren, gordijnen, een kat, meubels enzovoort? In het minst ongeloofwaardige geval was het wáterverf. Maar dat staat niet in het verhaal en ook de illustraties tonen dat niet.
Die tonen wel zwarte Zwarte Pieten die alles verbaasd gadeslaan - en op de laatste pagina, waar de heldjes in bed liggen, veranderd zijn in lachende gekleurde pieten.
Vlot verhaaltje, leuke karikaturale prenten (die de twee kinderen ietwat ADHD-achtig tonen), grappig maar ietwat ongeloofwaardig, en vooral niet meer dan dat. Jammer, Robert, je mag je scharen bij die andere auteurs van grotemensenliteratuur die dachten dat schrijven voor kleine mensen een peuleschilletje was. Het boek mag in die grote kast met vriendelijke middelmaat.

Wie nog wat 'oude' sinterklaasliedjes zoekt, kan (tot wanneer? zie hun inleiding) nog terecht op (o.a.) Liedjesland.
Waaronder bijvoorbeeld:

   Arme Zwarte Piet, wat zie ik nou?
   Jij ziet pimpelpaars en bont en blauw (enz., heel actueel :-))

En de oude voltreffer:

   De zak van Sinterklaas,
   Sinterklaas, Sinterklaas,
   De zak van Sinterklaas,
   o jongens, jongens
   't is zo'n baas! (enz.)