Zoeken in deze blog

zondag 20 maart 2022

Hoge fijnstraal

 
Kruipklokje, Schijnpapaver, Citroenmelisse, Glanzige ooievaarsbek, Vlinderstruik, Hemelboom, Muurfijnstraal, Schijnaardbei, Nieuw-Zeelandse veldkers, Kransgras, Zegekruid.
Stijf straatliefdegras. Vlakbloempje. Harig vingergras. Muurleeuwenbek, Donzige klaproos, Stijf ijzerhard, Bossalie, Eendagsbloem.
 
 
Ik heb me voorgenomen me dit jaar te verdiepen in planten, en dat zal ik weten. Onlangs ontving ik een welkomstpakket van de vereniging Floron (ze willen het graag in kapitalen: FLORON), welke naam ongetwijfeld iets van doen heeft met flora en onderzoek, en naast streeplijsten e.d. zat daar een aflevering van het tijdschrift Planten. Een erg verklaarbare naam, en het staat vol bijdragen over, inderdaad, planten, meestal vaatplanten. (Ook zo'n mooie term.)

Commentaar bij de inhoud past niet in dit blog. Wel aandacht voor taal en wat me opviel is dat zelfs voor planten die nog niet zo lang in Nederland wonen, botanisten (ja ja) kennelijk al namen hebben bedacht.
(Ik dacht altijd dat het botanici waren, en die blijken ook te bestaan, maar de meesten noemen zich botanist, geloof ik.) (Fytologen zijn uitgestorven.)

Er moet ergens een enthousiaste groep plantenminnaars (fytofielen?) zijn die voor iedere exoot of adventief meteen een Nederlandse naam verzint. Wie weet kom ik daar komende maanden achter. Zij verenigen aandacht voor planten met aandacht voor taal, een mooie combinatie. Ik vond in ieder geval al enkele vermeldingen van 'de werkgroep Nederlandse namen voor wilde planten', namelijk in aankondigingen van een lijst namen van nieuwe cultuurplanten, bijvoorbeeld hier.

Bij al die honderden soorten met soms minuscule verschilletjes (men hoort voor deze studie een loep te hebben, net als bij de studie van kleine beestjes), duizelt het me nu al, maar het is wel een groot genoegen om die namen te repeteren, op te lezen als ware het poëzie. 
Dat helpt me vast verder.

zaterdag 19 maart 2022

Deutsche Jugendliteraturpreis

Deze jeugdliteratuurbekroning bestaat sinds 1956 en reikt jaarlijks prijzen uit aan 'herausragende Werke der Kinder- und Jugendliteratur', zoals dat op de website heet. De organisatie vindt al even lang plaats onder beheer van de Arbeitskreis für Jugendliteratur, financieel gesteund door de regering van de Deutsche Bundesrepublik. De nieuwe deelstaten na de Wende in 1989 voegden zich er zonder veel problemen bij.

Zo nu en dan wint een Nederlandstalige auteur (uit Nederland of Vlaanderen) in een van de categorieën een prijs, met iets grotere frequentie haalt er een de Nominierungen.
Zoals nu in 2022, in de 'Sparte Sachbuch': Das Weltall, oder Das Geheimnis, wie aus nichts etwas wurde, door Jan Paul Schutten en Floor Rieder, vertaald door Verena Kiefer. Het raadsel van alles wat leeft en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel verscheen in 2013 en won ook in Nederland prijzen, waaronder de Gouden Griffel.
 

 
Prettig in deze barre tijden is dat ook een Russische auteur genomineerd is, eveneens in de categorie non-fictie: Alexandra Litwina (Алексаидра Литвина, voor wie Russisch kan lezen, zie hier) en Anna Desnitskaya (Ана Десницкая) met Von Moskau nach Wladiwostok. (Oorspr.: Транссиб, Поезд отправляется!, Samokat.)
Cynisch vermoed ik dat de nominatie plaatsvond vóór 24 februari jl., maar het siert de Arbeitskreis dat ze de nominatie niet heeft ingetrokken.
Een reisje met de Transsiberische zit er voorlopig even niet in...


donderdag 17 maart 2022

TOS

Let op, deze afko rukt in snel tempo op. TOS staat voor taalontwikkelingsstoornis en heeft het al gebracht tot een website. Volgens deze website heeft 50 % van alle kinderen in Nederland een TOS. Deze kinderen 'hebben hardnekkige problemen in de taalontwikkeling, zonder dat er sprake is van andere beperkingen, zoals problemen met het gehoor, ernstige fysieke of emotionele problemen, cognitieve beperkingen of afwijkende omgevingsinvloeden.'

50 % vind ik nogal veel. Ik kan me van mijn lagere-schooltijd (jaren '50) niet herinneren dat er zoveel kinderen een stoornis (van welke aard dan ook) hadden. Ik zat op een tamelijk gewone openbare lagere school in Eindhoven. Meester Kerstens had de zesde klas verdeeld in drie rijen: één voor toekomstig lager beroepsonderwijs, één voor de mulo en één voor gymnasium en hbs. Hij deed op zijn manier aan gedifferentieerd onderwijs. De klassen daarvoor kenden geen verdeling. Meester Kerstens las ook graag voor uit de Katjangs en vervolgdelen, maar dat terzijde.
Ook van de basisschooltijd van mijn zoon kan ik me niet herinneren dat men het op school had over zoveel taalontwikkelingsstoornis (de helft van alle kinderen!), evenmin hoor ik dat van vrienden en kennissen.
Wel hoor ik over scholen waar veel kinderen zijn met een andere moedertaal, die daardoor nogal wat achterstand hebben in te halen. Maar dat valt, hoop ik, niet onder taalontwikkelingsstoornis.

Wellicht verkeerde ik in een niet-representatieve groep.
Wie ben ik om te gaan twijfelen aan de uitkomsten van een 'project dat uitgevoerd werd door het Expertisecentrum Nederlands, Koninklijke Auris en Koninklijke Kentalis, in samenwerking met tien PO-scholen. En dat financieel mogelijk werd gemaakt door een subsidie van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).' Al hebben Auris en Kentalis er volgens mij wel enige baat bij als het aantal kinderen met een TOS hoog is: het levert werk en omzet op.

Misschien is men steeds beter gaan waarnemen. Per slot bestond er in de jaren '50 ook geen ADD en ADHD en ook iets als dyslexie (nauw samenhangend met taalontwikkelingsstoornis) bestond nog niet als etiket. Grappig trouwens dat men omtrent de oorzaken van zowel taalontwikkelingsstoornis als dyslexie nog in het duister tast.
 
Hoe het ook zij, TOS is er en er wordt onderzoek naar gepleegd. 
Bijvoorbeeld door Imme Lammertink. Zij promoveerde in 2020 met een dissertatie getiteld Detecting patterns: relating statistical learning to language proficiency in children with and without Developmental Language Disorder. En ze bedacht dat het fijn zou kunnen zijn om ook kinderen iets te vertellen over taalontwikkelingsstoornis.

Dat vind ik een lovenswaardig initiatief. In deze materie gaat het veel over kinderen, minder voor kinderen - met uitzondering uiteraard van de sessies met kinderen met een taalontwikkelingsstoornis, sorry, een TOS.
Zo ontstond dus het stripboek Het grote TOS mysterie, wat aliens en robots ons kunnen leren over taal, van Imme Lammertink en tekenaar Wouter Goudzwaard.
 
Heb het niet getest, maar ik vermoed dat het boek aan zijn doel beantwoordt: jonge lezers (8+) iets leren over taalontwikkelingsstoornis. En dan specifiek over het idee dat deze stoornis te maken heeft met het niet optimaal kunnen herkennen van patronen.
Het verhaaltje is dun: hoofdpersonen Amir, Jeroen en Naomi zijn aan het handballen. Er is wat onenigheid en Jeroen trapt boos tegen de bal en die gaat door een ruit.
 

 
Een opgewekte vrouw verschijnt en nodigt ze binnen. Zij is Roos de taalwetenschapper. Ze legt uit wat ze doet, taal bestuderen, en nodigt de kinderen uit wat proefjes te doen, o.a. met haar aliens
 


Zo leren zij en wij lezers iets over taal leren en wat er mis kan gaan.Eind goed al goed, ook omdat Jeroen, die zo'n TOS heeft, begrijpt dat-ie wel een stoornis heeft maar daarom nog niet dom is.

Het is een stripboek, over de tekst valt niet veel te melden dan dat-ie tamelijk obligaat is, niet verrassend. Dat moet ook, als je iets goed wil uitleggen.
Het beeld, tja, ik vind het wat vlak, met (op de kleurtjes na) inwisselbare hoofden. Eigenaardig is dat alien Appie het decor (Roos' werkkamer) verlaat en een geheel eigen achtergrond krijgt, alsof het hele gezelschap zich ineens in een park of in een soort maanlandschap bevindt. 
 

(det. p. 19)
 
Verbeelding in verbeelding, dat zal sommige jonge lezers wat moeite kosten.
Kortom, de bedoeling is goed en origineel, de uitvoering had beter gekund.

 
Lammertink, Imme, en Wouter Goudzwaard. Het grote TOS mysterie, wat aliens en robots ons kunnen leren over taal. Levendig Uitgever, 2022. ISBN 978 90 8318 375 6, 24 p.

maandag 7 maart 2022

Ach, voor ons bent u goed genoeg, meneer

Zie! Een docent die soms aan zichzelf twijfelt en dat toont:
 
Toen ik tijdens een les weer eens verzuchtte dat ik het graag eens anders zou willen brengen, dat ik het ook wel eens saai vond en dat ik zo graag een onvergetelijke docent zou willen zijn, bracht zij het terug tot de kern en had ze gelijker dan gelijk toen ze zei: 'Ach, voor ons bent u goed genoeg, meneer.' (p. 103)

Wat zit er al niet in zo'n kort citaat! Bijvoorbeeld: dat de docent vertelt hoe zeer hij zijn best wil doen voor zijn studenten en ronduit verzucht dat hij wel eens tekort schiet. Dat zijn student zich bewust is van de status van ROC-studenten.

Leraar op de fiets is een ontroerend en blij stemmend boek door een dijk van een docent, zo een die je leerlingen graag gunt. En dan vooral leerlingen of studenten van lbo en mbo, want juist zij hebben, denk ik, behoefte aan zulke docenten. Ze staan voor hun vak maar vooral ook voor hun leerlingen, bijna niet kapot te krijgen extraverte rasvertellers die naast vakkennis hun enthousiasme en betrokkenheid inzetten om iets goeds te maken van het onderwijs. Ze vinden lesgeven het fijnste wat er is.
Conrad Berghoef is zo'n docent. Dat blijkt wel uit deze verzameling anekdotes uit de moeilijke jaren 2019-2021, toen er ook op het ROC Friese Poort in Drachten, waar hij werkt, ineens op afstand onderwijs gegeven moest worden, moeizaam via platforms als Teams en Zoom.

Het boek kwam tot stand als vervolg op een bijzondere actie eind 2020 van een van zijn klassen, VP19EF, ja, ik verzin het niet, zo'n naam. (Hij legt het ergens uit.)
Ik citeer Omrop Fryslan:
 
De docent zat klaar voor zijn webcam, om les te geven aan klas VP19EF in Drachten, toen één van de leerlingen vroeg om het op te nemen. Reden: een andere leerling was niet aanwezig en wilde de les achteraf wel graag bekijken. Wat Berghoef echter niet wist, was dat de leerlingen een verrassing voor hem hadden voorbereid, en ze wilden dit graag op video vastleggen.

Toen de les begon had iedereen z'n camera uit, tot frustratie van Berghoef. Maar toen ze ineens gezamenlijk de camera aan deden, hadden de leerlingen allemaal een briefje met dankwoorden voor hun docent voor de camera.
 
Het leverde een ontroerend filmpje op, dat vervolgens zoals dat heet viraal ging. Zie de link hierboven of Berghoefs Twitter-account. Hij zette het erop ná toestemming van zijn klas. Zo'n docent, dus.
Met een lastig vak: Nederlands. Doorgaans niet zo populair in het mbo. Conrad Berghoef slaagde er ook helemaal niet in om zijn vak ineens wél geliefd te maken, maar hij slaagde er wel in om zijn studenten aan het lezen te krijgen en waardering op te wekken voor de inspanning die hij zich getroostte (en nog). Hij laste bij elke les (tweewekelijks dubbel) een twintig minuten leespauze in. Wat ze lazen deed er niet toe, áls ze maar lazen en menig leerling sloeg voor het eerst in haar of zijn leven een boek open. Hij gaf uiteraard desgevraagd wel tips en legde een verzameling boeken aan, eerst wat lukraak, later dankzij een voucher en gesteund door een in 'young adult' gespecialiseerde boekverkoper (van boekhandel Van der Velde in Drachten) een behoorlijke collectie.
 
En toen er geen leerling meer op school mocht komen vanwege covid, bracht Conrad de boeken naar ze toe - per fiets, want toevallig is deze man ook nog een enthousiaste fietser. Honderden kilometers legde hij af. Hoe dat ging, valt ook te lezen in Leraar op de fiets, maar daarnaast en naast de mooie anekdotes heeft hij ook nog wel wat onderwijsheid te bieden.
Een citaat (p. 153), ik kan het niet laten.

Het is een effect van online lessen dat ik al eerder heb gehoord. Ik voel me er ook wel wat schuldig over. Inmiddels heb ik me tot groot tegenstander van online lessen verklaard. Laatst las ik over een instelling die er een oplossing in zag voor het lerarentekort. De school werd weggehoond op social media, en ik huilde mee met de wolven in het bos. Sta ik nog steeds achter: dit soort 'oplossingen' zijn een eufemisme voor 'bezuinigingen', weet ik uit ervaring. Dat klinkt misschien cynisch, maar ik heb net wat te veel 'onderwijsvernieuwing' meegemaakt. Investeer gewoon in mensen, in aantrekkelijkheid van het beroep, in salarissen, arbeidsomstandigheden. Het is even wachten, maar de mensen die leraar willen worden komen dan wel.
Maar online onderwijs is natuurlijk voor veel jongeren een uitkomst, en dat moeten we niet onderschatten.

En zo meer, bijvoorbeeld de fraaie tirade die hij op p. 96 afsteekt (en terecht, denk ik) tegen het zogeheten competentiegericht onderwijs.

Docenten, aanstaande docenten - en verder iedereen: léés dit boek! Hoop in donkere dagen.
 

Berghoef, Conrad. Leraar op de fiets, verhalen van een leraar in bijzondere tijden. Spectrum, 2021. ISBN 978 90 0003 8009 1, 174 p.