Zoeken in deze blog

maandag 30 september 2024

Dikkie tientalig

Enkele dagen na publicatie van de recensie over het tweetalige Rupsje kwam Jet Boeke's Dikkie Dik Zoekboek in 10 talen. Heel vergelijkbaar. De keuze van de talen is fascinerend: Nederlands, Engels, Pools, Arabisch, Farsi, Turks, Spaans, Tigrinya, Oekraiens en Chinees. Blijkens de flaptekst heet Dikkie Dik in alle talen Dikkie Dik, in Europese letters - behalve in het Tigrinya. (Dat is een taal die in Eritrea en een deel van Ethiopië wordt gebruikt.) (Misschien is ዲኪ ዲክ een transscriptie.)
Fries, Papiaments, Tamazight (een Berbertaal), Duits, Frans, Koerdisch en Hindi ontbreken. Tja. Je kan niet alles hebben, dat zou niet meer op de vierkante pagina's kunnen. Jammer, bij die intrigerende fraaie kriebeltjes van Arabisch, Farsi en Tigrinya hadden Hindi-letters wel mooi gestaan, zo ongeveer: डिक्की डिक.
De hond is in het Engels dog, zonder the. En zo verder. Het Spaans heeft de lidwoorden wel. De andere talen hebben geen lidwoorden, dat is handig. In het nest liggen precies drie eieren. De paddenstoel (mushroom) is, net als in Rupsje Nooitgenoeg 100 eerste woordjes first words, rood met witte stippen. Het konijn glimlacht. Op de boerderij is er van alles te zien, zelfs een vrolijk varkentje in de modder, maar niet een moderne stal, een akker en zo'n groot biljartlaken dat tegenwoordig door sommigen (Caroline c.s.) voor weiland wordt versleten. In de tuin is een vijver met witte eendjes, kom daar eens om in de gemiddelde Nederlandse woonwijk, maar pas op, langs de stam van de boom klimt een neefje van Dikkie Dik naar een nest - met drie eieren. Het vogeltje vliegt er angstig bij.
Gelukkig kun je op elke pagina na wat zoeken Dikkie Dik vinden. Zo wordt het toch nog gezellig, en daar ging het toch om. Verder niet zeuren.
 

Boeke, Jet. Dikkie Dik, Zoekboek in 10 talen, Nederlands, Engels, Pools, Arabisch, Farsi, Turks, Spaans, Tigrinya, Oekraiens en Chinees. Gottmer, 2024. ISBN 978 90 257 8009 8, 14 p. 

donderdag 26 september 2024

Kauw van jou

Kauw van jou is een interessant debuut van Kris Terwindt.
 
Eerst dit. Verhalen die me meenemen in het overwinnen of omgaan met pijn, waardeer ik meer dan verhalen die louter ter verstrooiing of opwinding zijn bedoeld. Ze komen dichter bij de essentie van leven. In whodunnits zit natuurlijk altijd pijn maar als die genegeerd wordt en het er enkel omgaat wie de dader is, dan is dat een gemiste kans.
Dat klinkt nogal zwaar, dat van die pijn, maar dat hoeft niet. Humor kan ook pijnbestrijding zijn.
Pijn heeft vele vormen. Een lichamelijke aandoening, een wond, de dood, ook die van een ander. Eenzaamheid, verwaarlozing, verachting, verlating, heimwee, krenking, verlies, verdriet, melancholie, zelfs woede. Tijd heelt alle wonden, zegt men, maar dat kan soms lang duren en vaak blijven er littekens achter - die op hun beurt soms ook pijnlijk zijn. Pijn hoeft niet eens als zodanig benoemd te worden. Zelfs een lichtvoetig verhaal als Iep van Joke van Leeuwen gaat in essentie over pijn en verlossing ervan.
Als de pijn in een ommezien over is, is dat fijn voor het personage, maar saai voor de lezer. Louter tevredenheid inspireert niet. Leedvermaak is afstotend en levert daardoor geen goede verhalen op. Achter pakkende satire gaat gedeelde heimwee naar een niet-bestaande, betere wereld schuil. Zelfs achter een ogenschijnlijk karikaturaal verhaal als Hoe Tortot zijn vissenhart verloor, van Benny Lindelauf en Ludwig Volbeda, schuilt melancholie. Ooit van het menselijk tekort gehoord?
Goede verhalen nemen de lezer mee. Vertellen is een kunst, ook vertellen op papier. Om de auteur György Konrád te citeren: ‘The actual story of a novel is how a writer takes his subject into his possession: it is not the subject that is of interest so much as the gaze that is focused on it, and the tone in which it is told.’ (2009, tijdens een congres.)

Die schrijver gaat schuil achter de verteller. De verteller blijft, de schrijver wordt ouder. De eerste keuze van de schrijver zal zijn: wie vertelt het verhaal, en aan wie. Dat kan resulteren in een briefroman, waarin de brievenschrijvers de vertellers zijn en elkaars publiek. Of er wordt een verteller opgevoerd die een oud manuscript vindt met weer een andere verteller, die weer brieven vindt van een derde, enzovoort. Of een verteller die zijn of haar lezers aanspreekt en terugblikkend meeneemt in een oud avontuur.
Het kan ook resulteren in een verhaal met een volstrekt anonieme verteller, die alle aandacht geeft aan de personages, als het ware in hun hoofd kruipt, een beetje zoals een poppenkastspeler de poppen en een regisseur de acteurs laat handelen en spreken.
Of een verhaal waarin de verteller zelf hoofdpersoon is en als een soort radioverslaggever live vertelt wat er gaande is, of een dagboek suggereert. Die laatste varianten worden door recensenten ook wel met een oerlelijke term een ik-verhaal genoemd. Met name kinderboekrecensenten doen dat en dat komt, vermoed ik, doordat ze die varianten vaker aantreffen in verhalen voor kinderen als in die voor volwassenen, vooral de laatste decennia. En dat komt weer, vermoed ik, doordat schrijfdocenten, - coaches en uitgeverijredacteurs denken dat deze vertelvorm kinderen het meest pakt. Of dat zo is, zou eigenlijk eens onderzocht moeten worden.

Kauw van jou komt uit die laatste categorie. Ik vind dat een beetje jammer. Volgens mij had een anonieme verteller een spannender, beter verhaal opgeleverd. De vertellende hoofdpersoon, het twaalfjarige meisje Pim, komt sowieso wel goed uit de verf, maar een anonieme verteller had meer gelegenheid gekregen om andere personages, met name vriend Thilo en Pims ouders en haar overleden broer Huug, meer kleur en diepte te geven.

Tijd voor een introductie. Ik leen de webtekst van de uitgeverij:

De zomervakantie is pas een week begonnen, maar Pim heeft er nu al helemaal genoeg van. Haar moeder is elke dag aan het werk en haar vader komt niet van de bank af waarop hij nu al bijna een jaar bivakkeert. Bijna een jaar, want over een week is het precies een jaar geleden dat Huug verongelukte. Pims oudere broer.
Als Pim boos in haar eentje een ijsje gaat halen, maakt ze kennis met Thilo, die onlangs in haar flat is komen wonen. Hij laat haar zijn geheim zien – een geheim dat alles te maken heeft met Huug. Maar dat weet Thilo niet.
In de week die volgt, moet Pim keuzes maken. Wat vertelt ze aan wie? En vooral: hoe moet ze door? Want als er een jaar voorbij is, is het echt. Dan komt Huug nooit meer terug. 

Dat geheim is Huugs geheime lab, waarin hij zijn vondsten bewaart en zijn logboek bijhoudt. Een schatkamer voor Thilo, maar een enorme schok voor Pim, die nog altijd niet over het verlies van haar broer kan praten, evenmin als haar ouders.
Er komt een katharsis, een verlossende omslag in het verhaal. Ontroerend, op het sentimentele af. Hoe, dat ga ik hier niet uit de doeken doen, evenmin als de titel. Ja, een kauw speelt een belangrijke rol, dat zit erin.

Laat ik er geen misverstand over bestaan, ik kan dan wat kanttekeningen hebben, maar debutant Kris Terwindt heeft een prijzenswaardig, prachtig verhaal geschreven, dat ruim boven de middelmaat uitstijgt en me nieuwsgierig maakt naar haar tweede boek.
 

Terwindt, Kris. Kauw van jou. Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1686 0, 180 p.

woensdag 25 september 2024

Lezen op school

Een persbericht van Stichting Lezen: de website lezeninhetpo is vernieuwd. Ik geloof het graag, maar heb de oude versie (gelanceerd in 2022) te weinig geraadpleegd om het verschil te zien. Ik weet zelfs niet of het motto nog hetzelfde is:
 
Op de basisschool kan het verschil gemaakt worden tussen lezer en niet-lezer. Hier vind je alle bouwstenen voor effectief leesonderwijs met samenwerking als basis.

Ik dacht: op de basisschool wórdt het verschil gemaakt tussen lezer en niet-lezer. En je hoeft niet per se samen te werken voor effectief leesonderwijs, al zal het zeker helpen.

Omdat ik het verschil niet zie, citeer ik het persbericht:

Op de herziene website zijn actuele ontwikkelingen direct zichtbaar en worden relevante artikelen uitgelicht. Tools zoals een leesscan, waarmee scholen hun leesklimaat kunnen meten, informatie over scholingen voor leerkrachten en bibliotheekmedewerkers en lessuggesties bij kinderboeken zijn gemakkelijk te raadplegen. Verder beschrijft de website onder andere hoe rijke teksten kunnen worden ingezet in de klas en waar deze teksten te vinden zijn.

En:

De aanleiding voor het maken van de eerste versie van lezeninhetpo.nl (gelanceerd in 2022) zijn de scores van Nederlandse leerlingen op de basisvaardigheid ‘lezen’. Deze scores zijn tot op de dag van vandaag niet fundamenteel verbeterd.
Nederlandse kinderen en jongeren blijken in vergelijking met hun leeftijdsgenoten in het buitenland slechter te scoren op complexe begrijpend-leestaken. Wat leesmotivatie betreft, bungelen onze kinderen zelfs helemaal onderaan op de internationale ranglijsten. Om die reden zijn in tal van wetenschappelijke en meer praktijkgerichte rapporten oplossingen aangedragen om het niveau van begrijpend lezen én de leesmotivatie op te krikken.

Dan hebben die twee jaar van lezeninhetpo.nl kennelijk niet veel bijgedragen tot verandering, da's nou jammer. Hopelijk komende jaren beter. En overigens weten we natuurlijk niet hoe die 'scores van Nederlandse leerlingen op de basisvaardigheid "lezen"' er zouden hebben uitgezien zónder die website en alle andere inspanningen van leesbevorderaars. Een voormalige directeur van Stichting Lezen, Barry Wiebenga, merkte al eens terecht op dat het effect van leesbevordering moeilijk te meten is, en met leesbevordering bedoelde hij dan landelijke activiteiten als de Nationale Voorleeswedstrijd en hij had het niet over verandering van onderwijsmethoden, het is goed om dat in het oog te houden.
Want her en der zijn best voorbeelden te vinden van scholen waar het leesonderwijs met sprongen vooruit ging door een andere aanpak, veelal gestoeld op meer gewoon lezen en minder 'begrijpend lezen', zoals die school waar de bevlogen Anne Steenhoff lesgeeft. Hopelijk gaat het in 2025 bij Coutinho te verschijnen De wereld in kinderboeken, leesbevordering in de klas van Erna van Koeven, Femke Ganzeman en ondergetekende hiervoor een goede leidraad bieden.

maandag 23 september 2024

Ooit genoeg?

Eric Carle werd geboren op 25 juni 1929, Syracuse, New York, Verenigde Staten, en stierf 23 mei 2021, Northampton, Massachusetts, Verenigde Staten, net geen 92 jaar oud. Zijn boeken en illustraties gingen de hele wereld over - en overleven hem. Met name The Very Hungry Caterpillor, ofwel Rupsje Nooitgenoeg, een zeldzaam voorbeeld van een vertaling die mooier is dan het origineel, ging een eigen leven leiden. 'THE VERY HUNGRY CATERPILLAR and the CATERPILLAR logo are registered trademarks of Penhuin Random House LLC'. Hoorde ik daar iets rinkelen?
 


Zo verschenen onlangs in Nederland tweetalige uitgaven. We hadden natuurlijk al Rupsje Nooitgenoeg 100 eerste woordjes, maar nu ook tweetalig. Afbeeldingen in de bekende Carle-stijl (waarbij de rups zijn eigen Rupsje is) met daaronder naast het Nederlandse woord het Arabische, Engelse, Poolse of Turkse woord. Ik vond ook een Engels-Spaanse variant, niet verrassend want Spaans is de tweede taal in de VS, en een Engels-Arabische uitgave.
 


Het zijn kijkboeken, bedoeld voor op schoot. De voorlezer dient dus te kunnen lezen en de woorden in beide talen correct te kunnen uitspreken. Het woordbeeld op zich zal de peuter immers weinig zeggen. Dat vergt enige kennis, eigenlijk tweetaligheid, van die voorlezer. Genoeg om bijvoorbeeld woorden als brandweerauto of lieveheersbeestje te kunnen uitspreken. Of juist submarine of paintbrush, in de Nederlands-Engelse uitgave die ik mocht ontvangen. Ik sluit niet uit dat zulke voorlezers bestaan.
In andere omstandigheden heeft die tweetaligheid geen zin. Er bestaat bijvoorbeeld ook een enkeltalige Poolse uitgave, Bardzo głodna gąsienica. Als Poolstalige voorlezer met weinig kennis van het Nederlands zou ik die voor mijn peuter kiezen. En als Turkstalige voorlezer Aç Tırtıl.
 


Over Carle's plaatjes valt nog wel iets op te merken.
Bij blad / leaf duikt alweer die vreetzak van een rups op. Bij de zaden / seeds ben ik blij dat die woorden eronder staan, anders zou ik ze niet als zaad herkennen. Boven trein / train staat een stoomlocomotief afgebeeld... In Nederland en België moet je naar een museum om die te zien. Boven verf / paint is een palet afgebeeld, geen potje verf. Bij de paddenstoel / mushroom is een vliegenzwam afgebeeld, maar niet alle paddenstoelen zijn rood met witte stippen. Zo is er op de informatieve waarde van de plaatjes hier en daar wat af te dingen, al zijn ze nog zo stijlvol. En op de keuze en de indeling van die 100 eerste woordjes eveneens. Waarom twee pagina's 'insecten', inclusief vuurvlieg, krekel en libelle, naast 'dieren' (waaronder vee en huisdieren; bij 'speelgoed' vinden we nog een knuffelbeer / teddy bear en een badeend / rubber duck), alsof insecten geen dieren zijn. Wat moet onze dreumes met cupcake / cupcake? En met een markeerstift / marker waarop-ie absoluut niet mag sabbelen? Zou een lineaal / ruler al enige herkenning oproepen? Enz.
 

Afijn, je kan je peuter er goed mee leren tellen (laatste twee pagina's).
 
 
Carle, Eric, World of. Rupsje Nooitgenoeg 100 eerste woordjes first words, een tweetalig boek Nederlands / Engels. Gottmer, 2024. ISBN 978 90 257 8000 5, 18 p.  


donderdag 5 september 2024

Reinaert is terug

 ... en hoe!
Maria van Donkelaar en Martine van Rooijen hebben er een 'hervertelling op rijm' van gemaakt die klinkt als een klok. Klinken ja, want deze versie laat zich uitstekend voorlezen of voordragen, hoewel je dan de passende, karikaturale prenten van Wendy Panders mist.

Het was Pinksteren. De bomen
en de struiken waren groen.
In het bos van Koning Nobel
was vandaag een boel te doen.

Want de koning hield een Hofdag.
Hij, een leeuw van groot formaat,
had zijn volk bijeengeroepen
net als zijn ministerraad.

Elk dier kon zich bij hem melden
met een klacht over een moord,
ruzie, een gevecht of diefstal.
Iedereen werd aangehoord.

Vooraf gaan een inhoudsopgave: het verhaal is verdeeld in 23 hoofdstukken. En ook twee pagina's waarop de tien belangrijkste personages zich voorstellen: koning Nobel de leeuw, Reinaert de vos, Isengrim de wolf, Bruun de beer, Grimbeert de das, Tibeert de kater, Cuwaert de haas ('een angsthaas kun je mij wel noemen'), Belijn de ram, Cantecleer de haan en Firapeel het luipaard. Reinaert stelt zijn vrouw Hermelien nog voor ('een echtgenote uit duizenden') en Isengrim zijn vrouw Hersint.
Achterin bevindt zich nog een verantwoording, 'Voor wie meer wil weten'. Daarin wordt gemeld dat 'de verhaallijn trouw is gevolgd' en voor zover ik me kan herinneren klopt dat.
Te prijzen valt dat nergens is afgezwakt om de tere kinderziel te ontzien.
Dus Hersint gaat vreemd met Reinaert:

Zij zag Rein al jaren zitten,
en vond hem een lekker ding.
Dat gerotzooi is gebeurd,
geloof me, met haar instemming.

Aldus Grimbeert de das, het enige dier dat het voor Reinaert (zijn oom) opneemt.
Bruun komt zwaar toegetakeld terug aan het hof, en Tibeert klauwt om zich te bevrijden inderdaad in het kruis van de pastoor.

Met zijn nagels uitgeslagen
sprong hij in het blote kruis,
nam pastoor zijn bal te grazen,
als was het een vette muis.

'Oei, daar gaat mijn liefdesleven,'
riep Julocke van verdriet.
Daar moest Reinaert zo om lachen
dat hij harde scheten liet.

Slechts Grimbeert weet zijn oom naar het hof te brengen en met al die klachten is het duidelijk voor Nobel: Reinaert moet hangen. Hem wacht de galg.
 

 
Afijn, daaraan weet de sluwe vos dus te ontsnappen door slim gebruik te maken van de zwakheden van zijn aanklagers, niet in de laatste plaats de hebzucht van de koning. Cynicus Firapeel moet de boel redden. Dat kost Belijn en zijn familie het leven.

'Bruun,' vroeg Isengrim, 'wat vind je?'
'Ik kluif liever in het groen
op een sappig schaap,' zei Beer,
'dan hier te liggen. Ik zeg: doen!'

'Mooi!' zei Firapeel en nam hen
naar het hof van Nobel mee,
waar de deal snel werd gesloten.
Alles was weer pais en vree.

En de vos? Die nam de benen.
Zo ontkwam hij aan de strop.
Maar pas op: toch duikt hij altijd
onverwacht weer ergens op!

Een fabel over de helaas tijdloze zwaktes van (hier als dieren vermomde) mensen. IJdelheid, grootspraak, bedrog, hebzucht, wat niet al. Met een hoofdpersoon die helemaal niet deugt, maar handig van al die zwaktes gebruik weet te maken, de klassieke schelm. Voor leerzame lezertjes van 8 tot 80 en ouder, die tegen een stootje kunnen.
 

Donkelaar, Maria van, & Martine van Rooijen. Het onvergetelijke verhaal van Reinaert de vos, een hervertelling op rijm. Illustraties Wendy Panders. Gottmer, 2024. ISBN 978 90 257 8001 2, 86 p.

zondag 25 augustus 2024

Kinderboek in gestreepte pyjama

The Boy in the Striped Pyjamas van John Boyne (2006) heeft al veel kolommen gehaald, is verfilmd (2008) en tot ballet verwerkt en in veel talen vertaald waaronder Nederlands: De jongen in de gestreepte pyjama, vertaler Jenny de Jonge, 2006.
Of ik het toen gelezen heb weet ik niet, de vertaling kwam onlangs als nieuw of opnieuw langs. (En toen kwam Jantje Akkerman, op zijn paardje achteran.) Wat me opviel is dat leden van een leesclub, een vriendin, de vriendin van die vriendin en veel teksten op internet het verhaal etiketteren als roman. Idealiter zou dat kunnen betekenen: voor alle leeftijden. In praktijk: vooral volwassenen.
Even zoeken. John Boyne zelf schaart het gewoon onder 'boeken' en vermeldt:

Winner: Irish Book Award Children’s Book of the Year, Irish Book Award People’s Choice Book of the Year, Bisto Book of the Year, Que Leer Award Best International Novel of the Year (Spain), Orange Prize Readers Group Book of the Year

Shortlisted for British Book Award, the Border’s New Voices Award; the Ottaker’s Children’s Book Prize, the Paolo Ungari Literary Award (Italy) , Irish Book Award Irish Novel of the Year Award; the Leeds Book Award; the North-East Book Award; the Berkshire Book Award; the Sheffield Book Award; the Lancashire Book Award; Prix Farniente (Belgium); Flemish Young Readers Award; Independent Booksellers Book of the Year; Deutschen Jugend Literatur Preis (Germany)

Longlisted for the Carnegie Medal and the International IMPAC Literary Award.


Daaruit blijkt dat verscheidene jury's hebben onderkend dat dit verhaal in principe heel goed leesbaar is voor kinderen vanaf een jaar of negen, tien. Ook de anonieme maar geredigeerde auteur van de Engelstalige Wikipedia-pagina over Boyne schaart het boek onder 'novels for younger readers'.
 
Het helpt natuurlijk dat het verhaal (op het laatste hoofdstuk na) consequent is geschreven in het perspectief van de negenjarige hoofdpersoon Bruno. Dat die niet zo veel begrijpt van wat er om hem heen in de wereld gebeurt en waarom ze zo nodig moeten verhuizen naar Oudwis (Out With), maakt nou juist het verhaal. Dat hij klein voor zijn leeftijd is en de vriendinnen van zijn zus hem daarom sarrend zes jaar oud noemen (p. 26), is wellicht ingevoegd om het geloofwaardiger te maken dat Bruno een tamelijk naïef jongetje is. Want dat is hij natuurlijk. Een beetje straatwijze negenjarige zou in Berlijn 1943 allang weten wie de baas was en geen Furie (Fury) zeggen in plaats van Führer. Dat zou hem op school wel ingepeperd zijn. Dat zal een huidige tienjarige lezer echter niet weten. Hoe jonger de lezer van dit verhaal, hoe minder scepsis over de naïviteit. Zelfs dat op-een-na-laatste hoofdstuk, in het kamp, is voor jongere lezers wellicht acceptabeler dan voor de oudere, door de wol geverfde lezer die Bruno's blik op de gebeurtenissen wel heel erg ongeloofwaardig vindt. Heeft-ie poep in zijn ogen? Leidt hij helemaal niets af uit het gedrag van de 'soldaten'? Niets boezemt hem angst in - doordat hij helemaal niets begrijpt. Het baart hem hoogstens zorgen dat hij op tijd thuis moet zijn voor het eten. 'We eten vanavond lekker vlees.'

Wat dwars ingaat tegen de trend in jeugdliteratuur (een hoopvol einde) is het verdwijnen van Bruno samen met Shmuel. Juist dat maakte het verhaal tot een hit, want volwassen lezers begrepen wat er zou gaan gebeuren. Dat raakt de al zo vaak gevoerde discussie of een verhaal voor kinderen per se een gelukkig eind zou moeten hebben.
Maar alweer zou een jonge, onwetende lezer in theorie niet verder komen dan het besef dat ze verdwenen. Niet meer dan dat.

En toen werd de ruimte heel donker en op de een of andere manier, ondanks de verwarring die daarop volgde, merkte Bruno dat hij nog steeds Shmuels hand vasthield en niets ter wereld had hem kunnen bewegen die los te laten.

Toch een beetje positiviteit...
En dan ook nog een soort tongue-in-cheek geruststelling, aan het eind van het laatste hoofdstuk.

En dat is het einde van het verhaal over Bruno en zijn familie. Natuurlijk gebeurde dit allemaal heel lang geleden en kan zoiets nu niet meer gebeuren.
Niet in onze tijd.

Onthutsend vond ik berichten dat lezers, nee, vooral kijkers (de film) dachten dat dit 'echt gebeurd' was. Het bleek nodig dat experts gingen uitleggen dat de auteurs zich enige dichterlijke vrijheid had veroorloofd.
 
If a young boy like Shmuel had entered Auschwitz-Birkenau then it is very likely he would have been sent straight to the gas chambers on arrival, just like the majority of children who arrived there, as the Nazis didn’t consider them useful as forced labour. A small number of children were chosen for medical experimentation but these children were kept away from the main camp. Even if Shmuel had been selected for forced labour he would not have had the opportunity to spend most of his days sitting on the outskirts of the camp.

Aldus (bijvoorbeeld) Hannah May Randall in 2019 op Holocaustcentrenorth. Die vervolgens wat voorbeelden noemt van boeken voor kinderen (!) die accurater zouden zijn. Waaronder Anne Franks dagboek en Once van Morrig Gleitzman.

Het is een bekend fenomeen, mensen die fictie voor de werkelijkheid houden. Het doet aan de waarde van Boyne's verhaal niets af, want overeind blijft de essentie: de onvoorwaardelijke vriendschap van Bruno en Shmuel en Bruno's categorisch en intuïtief afwijzen van alles waar zijn vader voor staat. Juist door zijn naïviteit.
Een kinderboek? Jeugdliteratuur? Wat mij betreft wel.
 
 
Boyne, John. De jongen in de gestreepte pyjama. Vertaling Jenny de Jonge. Arena, 2007. ISBN 978 90 6974 782 8, 208 p. Oorspr.: The Boy in the Striped Pyjamas, 2006. De laatste uitgave van de vertaling is bij Meulenhoff, ISBN 978 90 290 9708 6.

NB. In de aanprijzende tekst bij Meulenhoff en elders staat o.a. dit:
 
Als Bruno vrienden wordt met Shmuel wordt hem steeds duidelijker waar hijzelf al die tijd deel van uitmaakte, en wat voor vreselijk lot zijn vriend te wachten staat. Zonder weg terug.

Dat lijkt mij pertinent onjuist. Lees de voorlaatste alinea's van dat een-na-laatste hoofdstuk, waarvan ik de laatste alinea hierboven citeerde:
 
Misschien deed Shmuel zijn mond open om iets terug te zeggen, maar Bruno hoorde het niet meer want op dat moment klonk een luide kreet van de mensen die in de ruimte waren omdat de deur aan de voorkant plotseling werd gesloten en er van de buitenkant een metalig geluid klonk.
Bruno trok een wenkbrauw op, hij begreep de zin van dit alles niet, maar hij nam aan dat gedaan werd om de regen buiten te houden en ervoor te zorgen dat de mensen geen kou konden vatten. 

Van inzicht hier en daarvoor geen enkele sprake.

woensdag 24 juli 2024

Regenwouden en bliksemschichten

Het zijn bescheiden boekjes, vergeleken met de vele overvloedig geïllustreerde, soms prentenboekachtige documentaire boeken (non-fictie; bibliothecarissen zeggen: informatieve boeken) die er voor kinderen op de markt zijn. Beetje zoals de Junior-reeks. Die verscheen oorspronkelijk bij De Ruiter en het vervolg is bij Schoolsupport te vinden als de reeks Junior Informatie. Schoolsupport nam in 2011 Ars Scribendi over van oprichter Robert Richter, die al decennia non-fictie voor kinderen publiceerde en aan zijn pensioen toe was, en werd in 2023 zelf overgenomen door Allkind Group. Zo gaat dat soms.

Leuke boekjes. Maar tegenwoordig is toch alles op internet te vinden?

Jawel, van alles, ook grote onzin. De redacties achter reeksen als Junior Informatie en Spoedcursus Meesterbrein, de reeks waar uitgaven onder vallen als Het hoe en waarom van klimaatverandering ... en wat doen we eraan? en De geheimen van het universum ... en onze plek in de ruimte (zie hier) waarborgen een zekere bescherming tegen onzin en bedriegerij.

Onlangs belandden er weer twee afleveringen van Spoedcursus Meesterbrein op de bespreektafel en het zijn ondanks hun bescheiden formaat puike boekjes, niet alleen door hun opzet maar ook door de keuze van goede vertalers.
Onze rijke regenwouden ... en hoe belangrijk ze zijn voor het leven op aarde werd vertaald door Geert-Jan Roebers, De schokkende waarheid over energie  ... en hoe die onze wereld vormt door Jan Paul Schutten.

Beide boekjes zijn voorzien van een tijdlijn (voorin), een woordenlijst en een register (achterin).
De tijdlijn in Onze rijke regenwouden begint 300 miljoen jaar geleden ('eerste regenwouden') en eindigt in 2022 ('in september gaat er in het Amazonewoud een oppervlak zo groot als Flevoland verloren').
 
 
 



 
De tijdlijn in De schokkende waarheid over energie begint '1 miljoen jaar geleden (waarschijnlijk)' en eindigt in '1980 tot nu' ('grote zorgen overal vanwege klimaatverandering'). Een miljoen jaar geleden (waarschijnlijk) leerden mensen vuur maken. Maar in de tijdlijn staat dat zo:
 
De mens leert om de chemische energie van hout om te zetten in thermische energie en stralingsenergie door het te verbranden.
 
Waarmee de jonge lezer meteen in het onderwerp van het boek wordt gezet: energie. Wat is dat?

De wetenschap is er voor je om eenvoudig uit te leggen hoe alles werkt. Als je op een simpele manier moest uitleggen hoe onze wereld in elkaar zit, dan zou je kunnen zeggen dat die uit twee dingen bestaat: materie en energie.

Met materie bedoelen we alles wat je om je heen ziet: vaste stoffen zoals de aarde, vloeistoffen zoals water en gassen zoals de lucht. De rest bestaat uit energie. Dat is bijvoorbeeld licht, warmte, geluid of elektriciteit.
 

 
Mooi beknopt en een kniesoor die opmerkt dat-ie hier energie met een kleine e zou schrijven. Dat gaat zo verder: ingewikkelde zaken worden zo helder mogelijk uitgelegd. Een gisse tienjarige moet dit kunnen snappen. Neem bijvoorbeeld:
 

 
De beroemde appel die niet ver van de stam valt - maar hij valt. Onderweg verandert de energie van soort.
 
   


Thomas, Isabel. Onze rijke regenwouden ... en hoe belangrijk ze zijn voor het leven op aarde. Vertaald door Geert-Jan Roebers. Ills. Octavia Bromell, Crissie Rodda en Ana Seixas. Gottmer, 2024. ISBN 978 90 257 7839 2, 96 p. Oorspr.: Very Short Introductions for Curious Young Minds: The Earth's Essential Rainforests. Oxford University Press, 2023.

Goldsmith, Mike. De schokkende waarheid over energie  ... en hoe die onze wereld vormt. Vertaald door Jan Paul Schutten. Ills. Ekaterina Gorelova en Ana Seixas. Gottmer, 2024. ISBN 978 90 257 7838 5, 96 p. Oorspr.: Very Short Introductions for Curious Young Minds:the Shocking Truth about Energy. Oxford University Press, 2023. 


dinsdag 23 juli 2024

Is elk einde een nieuw begin?

Dat suggereert de titel van het prentenboek Elk einde is een nieuw begin van Gabby Dawney. De oorspronkelijke titel luidt Round and Round Goes Mother Nature en dat is voorzichtiger. Iets als 'De kringloop van het leven' was wellicht een betere vertaling geweest.
Hoewel uitbundig en adequaat geïllustreerd (door Margaux Samson Abadie alias Nano Février) hoort het niet in de kast prentenboeken voor jonge kinderen, maar bij de afdeling non-fictie (NUR 223). Het is weer eens een voorbeeld van een boek waarvan de afbeeldingen toegankelijk zijn voor pakweg 8+, terwijl de tekst lijkt te mikken op 12+. Hier volgt een citaat over de maanvlinder:

In de afnemende gloed van de zilverkleurige maan vliegt een maanvlinder voorbij.

Met zijn fluweelzachte lijfje, prachtige limoengroene vleugels en elegante staarten is de maanvlinder echt een heel betoverend dier. Door zijn korte levensduur en nachtelijke gewoonten is hij niet vaak te zien en dat maakt hem zo bijzonder.
Zijn Latijnse naam, Actias luna, verwijst naar de Romeinse maangodin. Zoals de meeste motten zijn maanvlinders echte nachtdieren. Als vale, eenzame kleine geesten fladderen ze stilletjes rond in het maanlicht, op zoek naar een partner. Tijd om te eten hebben ze niet, maar dat is ook niet nodig. Er is maar één ding dat ze moeten doen: zorgen voor nageslacht.

Heel beeldend, maar je moet er wel enige leesvaardigheid en achtergrondkennis voor hebben. Het maakt me nieuwsgierig naar de oorspronkelijke tekst. Luna is trouwens gewoon Latijn voor maan.
Wat die partner precies moet doen, staat er niet bij. De cyclus wordt op twee pagina's mooi in beeld gebracht, maar begint bij 1:

Op de blaadjes van een dadelpruim gebeurt iets heel bijzonders. Een vrouwelijke maanvlinder legt haar eitjes. Ze zal niet lang daarna weer de nacht invliegen, want haar werk zit erop.

Dus wat er gebeurt tussen zoeken naar een partner (door een mannelijke vlinder, lees maar) en die eitjes blijft geheim.
 
 
 

Dat geldt ook voor dier drie, de rode reuzenkangoeroe, want hoe die in tekstje 1 zwanger raakt wordt niet vermeld, behalve wellicht in deze frase:

Vaak paart moederkangoeroe niet veel later opnieuw, en dan wordt ze weer zwanger.

Tja, nu maar hopen dat de jonge lezer enig idee heeft omtrent dat paren. Lentekriebels op school gehad? Het komt nergens aan de orde, zo blijft een klein maar essentieel deel van dat 'nieuwe begin' nog geheim.
 
De indeling van het boek gaat van recent naar oer: eerst 'Dieren', dan 'Planten en schimmels', vervolgens 'De aarde' en 'De ruimte'. Die laatste afdeling eindigt merkwaardig genoeg met 'Zwart gat', en van enige cyclus lijkt daar geen sprake.
De indeling binnen die afdelingen lijkt volslagen willekeurig. Zie de dieren: eendagsvlieg, maanvlinder, rode reuzenkangoeroe, libel, vroedmeesterpad, orang-oetan, zeeduivel, octopus, ratelslang, kip, zeepaardje, ijsbeer, naakte molrat, beerdiertje en honingbij. Zie de planten en schimmels: eik, tarwe, springkomkommer, paardenbloem, kokospalm, zonnebloem, appel, paddenstoel, mammoetboom, 'het bos & het woudwijde web', lotusbloem, baobab en venusvliegenvanger. Jammer, want een volgorde van oud naar nieuw of per soortengroep had meer structuur gebracht. Van enige ontwikkeling (ook wel evolutie genoemd) is niets te bekennen.
Dat geldt eveneens voor 'De aarde'. Die afdeling begint met 'Onweer'  en dan volgen 'Vier seizoenen', 'Water', 'Land (continenten)' (hier wel iets over de ontwikkeling van Pangaea naar nu), 'Vulkaan', 'Tornado', 'Berg', 'Zand', 'Gletsjer', 'Diamant (kristal)' en 'Koolstof'.
Bij het onweer wordt iets van cyclus gesuggereerd:

Maar onweersbuien gaan ook weer over. En onder de juiste omstandigheden beginnen ze opnieuw.

Nee, onder de juiste omstandigheden ontstaan weer nieuwe buien... Dat is toch iets anders. 

Om je even te laten proeven van de tekst nog een citaat, over koolstof:

Eeuwig-brandend en transformerend: koolstof is de ruggengraat van alle leven op aarde.

Het scheikundig element koolstof is een niet-metaal. Het is een veelvoorkomende stof die in bijna een vijfde van alle levende dingen te vinden is. Simpel gezegd: zonder koolstof zou er geen leven op aarde zijn. Het is de ultieme recycle-stof van Moeder Natuur, die en oneindige cyclus van transformatie en vernieuwing doorloopt. Koolstof kan zo ruw en bros zijn als een stukje houtskool, maar ook zo hard als een schitterende diamant. Het zit in grafeen, het stevigste materiaal op aarde. Koolstof is een gedaanteverwisselaar die zijn moleculen eindeloos opnieuw rangschikt in andere patronen.

De koolstofatomen laten zich ook heel makkelijk combineren met andere elementen. Maakt het een verbinding met zuurstof, dan ontstaat een gas dat koolstofdioxide heet - afgekort tot CO2. Dit CO2 is een 'broeikasgas' dat zonne-energie op aarde vasthoudt, waardoor die niet terug de ruimte in ontsnapt. Het houdt de aarde op de juiste temperatuur en voorkomt dat de oceanen bevriezen.

Oef.
Een stevige tekst, die meer vragen oproept dan beantwoordt. Wat doet het er toe dat koolstof een niet-metaal is? Wat is een levend ding, is dat geen paradox? Zit er in viervijfde van levende wezens dan geen koolstof? Lijkt me sterk, want in alle organische verbindingen zit koolstof. Wat is het subtiele verschil tussen transformatie en vernieuwing? Waarom staat broeikasgas tussen aanhalingstekens, is het een citaat? En wat doen die oceanen er ineens bij?
Waarom trouwens ineens een paddenstoel tussen die soorten hierboven? De tekst doet vermoeden dat er in het Engels penny bun stond, ofwel eekhoorntjesbrood. Was toch veel leuker geweest?
Nou ja, afijn. Je steekt heus wel iets op uit dit boek, over schimmelnetwerken bijvoorbeeld, of de metamorfosen van een insect. Maar het blijft een vreemd en hier en daar slordig boek. Een gemiste kans.
 
 
Dawnay, Gabby. Elk einde is een nieuw begin, 48 natuurverhalen van over de hele wereld. Vertaald door Sandra Hessels. Lemniscaat, 2023. ISBN 978 90 477 1503 0, 108 p. Oorspr.: Round and Round Goes Mother Nature. Wide Eyed Editions, 2023. 

zondag 14 juli 2024

Lava

Lava: een warme titel voor een hartverwarmend, sprookjesachtig verhaal van Mireille Geus., van wie ik ooit Zo schrijf je een kinderboek (2013) nog eens wil bespreken.
Mooie band en goede flaptekst, die niets weggeven, maar wel adequaat inleiden. Je bent al enigszins voorbereid als je de eerste woorden leest:

Dag 1

Ze zeggen dat je dood bent.
'Etna is dood.'
Gisteren zeiden papa en mama het nog tegen elkaar tijdens het diner, terwijl ze een berg lamsvlees op hun bord laadden, zodat ze niet naar mij hoefden te kijken.
'Ja, onze Etna is dood, ongelooflijk,' zeiden ze en ze legden nog meer dood vlees op hun bord. Alsof ze dat zinnetje steeds maar moesten herhalen om het zelf niet te vergeten.
Ik geloof niet dat je dood bent, ze zeggen maar wat. Ik weet ook niet waar je dan wel bent, maar blijf lezen, want hier wil je bij zijn.

Door het kroontje op het hoofd op de voorkant en de tekst op de achterkant weten we dat er een prinses aan het woord is.
Wanneer? Dat ene zinnetje in de onvoltooid tegenwoordige tijd suggereert dat we er bij zijn, maar het volgende relaas is in de onvoltooid verleden tijd, wat navertellen suggereert. Pas op het het eind van dag 6 herneemt ze de tegenwoordige tijd.
 
Ik weet niet waar je bent, misschien woon je in een geheim land en heet het Dood Land, en kan een levende de geheime ingang niet vinden. Als je kunt, wacht dan op Barrel bij de deur, heet hem welkom. Hij is geweldig.
En stuur me eindelijk een teken, zodat ik weet dat jij daar bent en dat jullie samen zijn.
 
Dat teken komt er. 
En dag 7, de laatste dag, is een brief aan haar ouders. Die eindigt zo:

Dus, lieve papa en mama, nu weten jullie dat ik goed ben aangekomen en aan mijn taak ben begonnen. Ik weet nu dat wonderen bestaan, maar dat ze altijd anders uitpakken dan je dacht. Vanaf hier ga ik verder op mijn pad, de weg zie ik voor me.

Ik ben benieuwd hoe het verdergaat.
 
Liefs
 
Koningin Lava

Dit sprookje duurt dus zeven dagen, maar in die zeven dagen legt Lava een reis af die haar voorgoed verandert. Ze aanvaardt de dood van haar tweelingzus. Ze aanvaardt haar gebreken. De verwende prinses leert het weinige dat ze onderweg heeft te delen met haar reisgezellen. Ze vindt troost en hoop.
Dit klinkt wat raadselachtig, dus ik geef wat details weg. Prinses Lava wordt dertien en moet dan een eigen land gaan besturen, Groot Land. De bedoeling was dat te doen met haar tweelingzus Etna, maar die komt door verdrinking om het leven. Niettemin sturen haar vader en moeder haar op reis, met een jongen en een hond als reisgezel. De oude hond, die uit Groot Land komt, is de enige die de weg terug kent. 
Meer geef ik niet weg. 
Dit is een verhaal vol verdriet en wijsheid - en toch lichtvoetig. Een meesterstuk.

Geus, Mireille. Lava. Lemniscaat, 2023. ISBN 978 90 477 1468 2, 180 p. 

PS. De namen Lava en Etna? Daar kom je vanzelf achter.

zaterdag 13 juli 2024

Tonke Dragt

is gisteren, vrijdag 12 juli, overleden. Zij was een van de beste kinderboekauteurs van Nederland. Ze schreef al enige tijd niet meer, maar haar werk zal ongetwijfeld nog enige tijd in winkels en bibliotheken aanwezig zijn. Onder meer Trouw, de Volkskrant, NOS, De Telegraaf (jawel) en NRC besteedden aandacht aan haar overlijden. Citaat van Rindert Kromhout, die decennialang met haar bevriend was, uit De Telegraaf:

Kromhout verwacht dat het oeuvre van Dragt gelezen zal blijven worden. „Haar verhalen zijn zo tijdloos, ze worden al zestig jaar gelezen en dat blijft nog even zo” zegt hij. „Ik hoop dat de aandacht voor haar overlijden mensen ertoe aanzet om haar werk te gaan herlezen of anders nu te ontdekken.”

Waarvan acte. Mijn favorieten zijn De brief voor de koning, De geheimen van het Wilde Woud en De Torens van Februari.