Zoeken in deze blog

maandag 16 januari 2023

Voor kinderen of toch niet?

In Lezen 2022-4 staat onder meer een interview door Annemarie Terhell met Jaap Robben wegens zijn bloemlezing Heel de wereld wordt wakker, het beste van de Nederlandse kinderpoëzie in 333 gedichten.

Op de vraag 'Is kinderpoëzie anders dan die voor volwassenen?' antwoordt hij:

In essentie niet. Het is echt geen trucje om voor kinderen te schrijven. Ik denk dat veel dichters niet anders kunnen dichten dan ze dichten - of ze dat nu voor volwassenen of kinderen doen. Wat je in dit boek tegenkomt is oprechte poëzie. In essentie verschillen emoties van kinderen en volwassenen niet zoveel. Wat wel anders is, is dat je als kind een emotie nog niet altijd kunt benoemen. Van wat zich afspeelt krijg je vaak maar flarden mee, je wordt als kind nog buiten een heleboel dingen gehouden. De beste jeugdpoëzie benoemt die gevoelens. Verklaart ze niet, maar laat je iets ervaren. Poëzie is zo helend, omdat je iets herkent.

Een passage die tot nadenken stemt. Sommige dichters kunnen kennelijk wél anders dichten voor kinderen. Is dat dan geen 'oprechte poëzie' en wat is dat eigenlijk? En dat je 'als kind buiten een heleboel dingen wordt gehouden' (welke dan?), is dat de verklaring voor het niet kunnen benoemen van emoties? Draait het in de poëzie dan altijd om emoties? Is herkenning altijd helend?
Afijn, die vragen werden niet gesteld.
 
Volgende vraag was: 'Wat kan poëzie voor kinderen betekenen?'
Niet echt een makkelijke vraag en de arme Jaap Robben verliest zich dan ook in vaagheden.
 
Het kan troosten, je kunt er iets in herkennen, maar ook kun je de speelsheid van een taal leren. Ik denk dat je als kind vooral te maken krijgt met praktische taal: in je rekenboek, je taalboek, je aardrijkskundeboek. Taal wordt vaak aangeleerd als eenduidige betekenisdrager, maar in poëzie voel je dat er vaak meer tussen de woorden staat. Dat taal niet vaststaat, dat je die kunt vormen, dat je woorden kunt verzinnen, dat er soms meer staat dan er staat. De herkenning, de emoties, de humor die dat oplevert, die zijn waardevol. Goeie poëzie irriteert af en toe ook, het hoeft niet alleen lieflijk en zacht te zijn.
 
'Niet alleen', maar kennelijk wel vooral...
Afijn, dit kan ook een uitglijertje van de interviewer zijn, niet iedere geïnterviewde neemt de moeite om hem of haar in de mond gelegde citaten nauwkeurig te controleren. Laat ik het erop houden dat Robben heeft bedoeld dat poëzie kinderen vaak een ander taalgebruik toont dan wat ze gewend zijn en dat dat een verrijking is.

Er staat natuurlijk wat er staat en daar staat niks tussen, maar sommige woorden en woordcombinaties openen de weg naar een baaierd aan associaties en die kunnen zo overweldigend zijn dat ze leiden tot uitspraken als 'lees maar, er staat niet wat er staat' (ontleend aan Martinus Nijhof, 'Awater', waar het overigens niet die lading heeft). De kunst van de auteur is om die woorden te vinden.

Ik krijg bij het soort kenschetsen van poëzie als die van Jaap Robben de neiging om een van de kortste bekende poëtische teksten te citeren, het aan De Schoolmeester toegeschreven grafschrift:

Hier ligt Poot.
Hij is dood.

Lijkt een voorbeeld van eenduidige beknoptheid te zijn, maar dat is niet zo, want a) wie is Poot?, en b) zou de tweede regel kunnen leiden tot gemijmer over de mogelijkheid dat er onder de zerk ook een niet-dode zou kunnen liggen en lijkt-ie haast bedoeld om ons nog eens ervan te verzekeren dat Poot dood is, nog eens versterkt door het klankrijm en van de mogelijke werking van klankrijm is dit versje dan ook een treffend voorbeeld.
 
Er is uiteraard meer te vinden in dit nummer van Lezen, bijvoorbeeld een interview met illustrator Philip Hopman (wegens de hem in november toegekende en van harte gegunde Max Velthuijs-prijs), en portretjes van drie tieners die door Tik Tok aan het lezen zijn geraakt, zowaar.
Voor wie het niet kent: Lezen is een gratis kwartaalblad, uitgegeven door de gelijknamige stichting, die behartenswaardige bijdragen levert aan de leesbevordering. Het is ook als pdf te downloaden.
 


Intussen blijft de vraag hangen of er ook poëzie is die niet geschikt is voor kinderen, ondanks het idee van Jaap Robben dat er 'in essentie' geen verschil is tussen poëzie voor kinderen of volwassenen. We betreden hiermee het terrein van een bekende discussie. Want zet literatuur of drama of kunst in plaats van poëzie en voilà, we zijn weer thuis, zet de microfoons maar klaar.

Hierbij drie kanttekeningen.
 
1. Het is een open deur, maar dient toch genoemd: er is geen scherp verschil tussen kinderen en volwassenen. We beginnen als baby en eindigen, nou ja, hopelijk ergens op gevorderde leeftijd hoewel dat niet ieder van ons gegeven is. Men heeft het over een 'doorgaande ontwikkeling' en als het goed is komt de wijsheid met de jaren. Ook dat is niet iedereen gegeven. Als het gaat om gevoeligheid, begrip en wijsheid is het dus onzin om eenjarigen, zesjarigen, twaalfjarigen en vijftienjarigen op één hoop te vegen en die kinderen te noemen en het dan voorbij een zekere leeftijd ineens over volwassenen te hebben. 
Als het gaat om maatschappelijke en juridische verantwoordelijkheid is het geen onzin, maar dat is een heel ander verhaal, hoewel hier via het begrip initiatie een bruggetje is.

2. Hiermee hangt samen dat het evident is dat ontvankelijkheid en waardering voor kunst mede samenhangt met de ontwikkeling en dus ook leeftijd van de waarnemer. Deftig geformuleerd hè? Sommige kunst is te moeilijk, dat is hetzelfde maar wat minder deftig. 
Maar hoe en wanneer welke kunst voor wie te moeilijk zou zijn, dat blijkt vaak pas in de praktijk, hoewel veel te voorspellen is omdat bijvoorbeeld, als het om in schrift vastgelegde woordkunst gaat, leesvaardigheid en kennis van vocabulaire een rol spelen. James Joyce' Finnigans Wake voor beginnende lezers: weinig kans op begrip en waardering.
Het is overigens niet evident dat volwassenen in alles verder zijn. Voor bijvoorbeeld (vertalingen van) Jabberwocky zijn twaalfjarigen soms ontvankelijker dan grote groepen van pakweg dertigjarigen. Gemiddeld neemt de speelsheid van de geest af naarmate mensen ouder worden, hoewel er gelukkig opmerkelijke uitzonderingen zijn.

3. Er zijn grote groepen volwassenen die een welomlijnde definitie hebben van niet-volwassenen en vinden dat sommige onderwerpen en beelden taboe zijn voor niet-volwassenen. Hier komen de moralist en de ethicus om de hoek kijken en we krijgen verhandelingen die weinig van doen hebben met kunstzinnigheid. 
Nee, niet achterhaald, maar aan de orde van de dag, zie internet, Facebook, Twitter, enzovoort. Bloot slaat niet dood, maar bloot is vies. Kinderen blootstellen aan (vul in), 'dat doe je niet'.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten