Zoeken in deze blog

donderdag 11 juli 2024

Addergebroed

Fijn woord in een titel, addergebroed. Vrijwel geen lezer die ooit een adder heeft gezien, toch weet iedereen dat hier onheil woedt. Het addergebroed van Slot Thetinga, de titel is raak.
De omslagafbeelding helpt ook, drie figuurtjes weerspiegeld in het oog van een raaf (of een kraai), en de tekst op de achterkant geeft niets prijs.

De verteller begint in onze tijd, een hoofdstukje 'Stille getuigen', en dat blijkt een soort voorwoord. Goed dat het niet zo heet, anders had menigeen het overgeslagen.

Het is koel en schemerig in de kleine grafkelder van de Nicolaaskerk in Wiuwert. Vier houten kisten staan naast elkaar op de stenen vloer. Onder het glas van de deksels zijn lichamen te zien - vier lichamen die daar al eeuwen rusten.

Het zijn wellicht mensen die tot de labadistische sekte hoorden die in de 17e eeuw bij het dorp gevestigd was. Het citaat is geen fictie, in de genoemde kerk liggen inderdaad vier niet-geïdentificeerde mummies, in 1765 ontdekt tijdens werkzaamheden. Over die labadisten wordt wat meer verteld. De laatste alinea's:

Als dit verhaal begint, is het 1686. De labadisten wonen dan al elf jaar op Thetinga. Inmiddels zijn er zo'n 400 mensen, onder wie veel kinderen. Werk is er genoeg. Op het immense terrein van Thetinga is er van alles te doen en ook daarbuiten bezitten de labadisten boerderijen en stukken land.
Jean de Labadie leeft niet meer. De sekte wordt geleid door een andere Fransman: Pierre Yvon. Iedereen mag hem 'papa Yvon' noemen, of op zijn Frans père. 'Want',  zegt hij, 'we vormen één huisgezin en van dat gezin ben ik de vader.'
Maar een gemakkelijke vader is hij niet. Verre van...

Mooie cliffhanger.

En dan begin 1 van 24 hoofdstukken. Zoals zoveel moderne verhalen media in res. En zoals zoveel moderne verhalen voor kinderen in de onvoltooid tegenwoordige tijd, alsof we ter plekke aanwezig zijn.

Hij is kansloos. Jean weet het. Hij wist het al toen hij de twee jongens zag naderen over het smalle akkerpad. Ze zijn groot en sterk en een stuk ouder dan hij. Op zijn minst een jaar of zestien, zeventien, daar kan hij nooit tegenop. Even overweegt hij zich om te draaien en terug te rennen, maar daar ziet hij meteen weer van af. Het heeft geen zin. Ze zijn te dichtbij.

Deze Jean woont bij de labadisten, oftewel 'het Huys',  met zijn moeder en een nieuwe vader, zijn echte wou niet mee. Hij is de hoofdpersoon en de enige wiens gedachten en gevoelens we delen. Uit de benarde situatie (de jongens zijn uit op geld en hij wordt ongenadig in elkaar geslagen) wordt hij gered door 'het gedrocht'. Dat blijkt een meisje te zijn in jongenskleren, dat door het dorp is buitengesloten.
Het begin van veel verwikkelingen. Gaandeweg maakt Jean kennis met de wereld buiten het Huys, waar mensen heel anders met elkaar omgaan en waar minder honger, schijnheiligheid, benepenheid en angst is.
Het leidt uiteindelijk tot zijn vertrek uit het Huys, mét en naar zijn echte vader. Voor het zo ver is, zijn we veel ervaringen rijker, met Jean. Dood, vriendschap, liefde, uitsluiting, twijfel, groei, het zit er allemaal in en ik vertel er verder niets over. Lezen! Dit is een prachtverhaal!
 


Andel, Margaretha van. Het addergebroed van Slot Thetinga. Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1685 3, 280 p.


dinsdag 9 juli 2024

Ha, Anansi

Opnieuw twee boeken van Ivon Cudogham en Moldybird Studio. Het ene ligt er al even, het ander kwam onlangs, en ze gaan over onze honderden jaren oude vriend Anansi. Zie voor eerdere boeken Anansi de spin en de gulzige tijger (3-3-2020, het debuut), Anansi de spin - sterker dan olifant (3-11-2020), Anansi de spin - een koekje van eigen deeg (21-12-2021).
Nu dus Anansi de spin en de verjaardagstaart en Anansi de spin laat Aap weer lachen. Ook nu weer amusante verhalen, hoewel dat laatste verhaal een beetje braaf is, daarin is Anansi wat minder de schelm die hij hoort te zijn en wijzer dan hij doorgaans is. Vind ik jammer.
 
Anansi krijgt een strikje om voor zijn verjaardag.
 
Zoals eerder opgemerkt is het vooral de vormgeving die deze boekjes doen opvallen. Ik zie uit naar volgende schelmenstreken en in 2023 verscheen ook al Het grote Anansi de spin luisterboek, met de goed verstaanbare stem van Iven Cudogham. Het gaat kennelijk goed met de reeks.
Maar tenzij er iets verandert, zal ik ze voorlopig niet meer voor bespreking aanvragen.

 

Cudogham, Iven, & Moldybird Studio. Anansi de spin en de verjaardagstaart en Anansi de spin laat Aap weer lachen. Gottmer, 2023/2024. ISBN 978 90 257 7785 2 en ISBN 978 90 257 7988 7.  

PS. Bij De Slegte en andere winkels is ook nog steeds Het grote Anansiboek van Johan Ferrier en Noni Lichtveld te krijgen, eveneens een pareltje, wegens Noni's mooie prenten.

zondag 7 juli 2024

Ter gelegenheid

Vandaag een mooi gedicht over dichten in De Groene Amsterdammer:

Er was niemand jarig, er was niemand dood.
Het gedicht zelf was de reden.
Als we zeggen: de mensen lezen
geen poëzie meer, wat bedoelen we?
We bedoelen dat ze niet langer voelen.
Allemaal cursussen om iets te worden,
maar niemand doorvoelt wat hij is.
Aan het eind van een gedicht ben je niet langer verloren.
De stekels van schaamte trekken zich terug.
Het leven is een leven lang zoeken naar metaforen
als het afstellen van een autoradio
op een landweg ruis van onbekende stemmen
in een lied dat vaag bekend voorkomt.
Dan een beller lang na middernacht:
ik zou het lied graag nog eens horen.
 
In zijn geheel geciteerd, want het is hier te downloaden.

Het is van Lieke Marsman, 29 juni 2022, uit: Ter gelegenheid van poëzie (2023).

Er is iets met de typografie: op de website staat er na elke twee regels een witregel, in het blad niet. Het is mooier zonder, vind ik, want zinnen stromen soms over van de ene naar de andere regel en dan stokt de witregel, als een ongewenste pauze.

vrijdag 5 juli 2024

LB = DV x ETB x LMH x TK x AD

Jawel, in Rijke taal zit een heuse formule (p. 261). Lijkt een beetje op E=MC2, maar toch anders.
Want voor E, M en C word je geacht getallen in te vullen, terwijl de formule in de kop staat voor:
Leesbegrip = decoderen en vloeiendheid x ervarings- en taalbasis x leesmotivatie en hoeveelheid tekst x tekstkwaliteit x actief denken. Bij vloeiendheid moet je denken aan vloeiend kunnen lezen. De begrippen zijn niet echt in getallen te vertalen, maar niettemin maakt de formule duidelijk wat er bedoeld wordt.

Nu ik op 3 juli aandacht heb geschonken aan het pamflet Een lui letterland van Anne Steenhoff, ontsnap ik er niet aan ook iets te schrijven over dat 432 pagina's dikke boek waarmee auteurs Erna van Koeven en Anneke Smits in 2020 in één klap een term introduceerden die er misschien al was maar sindsdien in elke discussie over het Nederlands leesonderwijs voorkomt: rijke taal. Het ligt al maanden op tafel, ik had het bijna uit toen er allerlei klussen en andere boeken vóór schoven. Het boek samenvatten is onbegonnen werk maar hier een tip: elk van de acht hoofdstukken wordt afgesloten met een samenvatting. Reuze handig, vooral voor aanstaande leerkrachten, maar ook voor argeloze niet-didactisch opgeleide veellezers als ik, die halverwege denken: dat kan ik toch niet allemaal onthouden...
 
Dat hoeft ook niet. Voor de indrukwekkend lange literatuuropgave zit een uitgebreid register, en de inhoudsopgave is dusdanig opgebouwd dat je snel vindt wat de auteurs over bepaalde onderwerpen te berde brengen.
Dat  indrukwekkend' bedoel ik niet spottend. Als iets dit monumentale werk kenmerkt is dat de auteurs hun best hebben gedaan hun uitspraken over het taal- en leesonderwijs op Nederlandse basisscholen met wetenschappelijk bewijsmateriaal te staven. En dat is nodig, want ze halen nogal wat overhoop. 
Ze doen het namelijk overwegend niet goed, die scholen. Er is te veel 'teaching to the test', het onderwijs in taal en lezen is te veel in hokjes ingedeeld, en met de methodes voor begrijpend lezen leer je nauwelijks begrijpen wat je leest. Kortom, wat later door anderen is herhaald, onder meer dus door de al vermelde Anne Steenhoff, dat vind je in dit boek, en dan wetenschappelijk onderbouwd.
Ook zij hebben een visie op 'wat een leraar moet kunnen en kennen' (p. 35). Wie die als aankomend leerkracht leest, zal de moed in de schoenen zinken. Heb je je havo eindelijk met wat moeite afgerond, heb je je net na een vrolijk tussenjaartje ingeschreven aan de afdeling pabo van een onzer hbo-kolossen omdat je 'iets met kinderen' wil, heb je na het bijwerken van je Insta je telefoontje opzij geschoven en het kijken naar die leuke Netflix-serie even uitgesteld (ja, natuurlijk weet ik dat ik overdrijf), lees je:

Als taalleraar heb je veel interesses. Je zorgt dat je op de hoogte blijft van actuele ontwikkelingen door regelmatig kranten en andere actuele teksten te lezen. Je kent je eigen leesvoorkeuren en leest fictie en/of non-fictie. Je bent op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de jeugdliteratuur en kent de jeugdboeken die de leerlingen in je klas lezen. Je reflecteert op de teksten die je schrijft, stelt jezelf in de gelegenheid veel te oefenen met schrijven en je schrijft regelmatig. Je hebt een heldere visie op taal/leesonderwijs en kijkt steeds onderzoekend naar je onderwijspraktijk.
 
Je geeft effectieve instructie in decoderen en spellen. Je daagt je leerlingen uit tot frequent lezen en schrijven. Je verbindt taal met interessante onderwijsthema's en verkent die samen met de leerlingen. Daarbij maak je gebruik van (taal)rijke teksten (fictie en non-fictie) en voer je interessante gesprekken met leerlingen. Je bent creatief in het ontwerpen van motiverende opdrachten. Je beseft dat je verhalen kunt inzetten om leerlingen zichzelf te leren kennen en de levens van anderen te verkennen. Je hebt plezier aan het besteden van aandacht aan bijzondere woorden of mooie bijzondere taaluitingen.
 
Je hebt hoge verwachtingen van je leerlingen. Je volgt hun ontwikkeling en je biedt leerlingen die dat nodig hebben ondersteuning, niet door teksten te vereenvoudigen, maar door hen te helpen teksten te begrijpen of teksten te schrijven. Je maakt in je onderwijs op een creatieve en doordachte manier gebruik van audiovisuele middelen of software.

Ze verwijzen daarna ook nog naar 'Referentieniveau 4F'.
En dat voor een modaal startsalaris van bruto 3300 (netto zo'n 2700), hetgeen onder de huidige regering hoogstwaarschijnlijk niet zal toenemen. Toegegeven, het stijgt in de loop der jaren wel iets en het is wat meer dan vroeger.

Rijke taal biedt een karrenvracht aan zeer goed gefundeerde suggesties hoe het allemaal beter kan, warm aanbevolen, maar aan het vermoedelijk te lage instapniveau van de pabo gekoppeld aan bijbehorend modaal salaris besteden ze geen woord. Wat wellicht ook niet te verwachten valt van twee docenten verbonden aan zo'n opleiding (Hogeschool Windesheim). 
Een basisschoolleraar als Anne Steenhoff past wel bij hun ideaal, denk ik, en dat is dan net als bijvoorbeeld Merel van Vroonhoven nog een typische zij-instromer, maar als ik me de onderzoeksverslagen van Stichting Lezen goed herinner, kan de helft van de ingeschrevenen beter meteen een andere roeping gaan volgen.
 

Koeven, Erna van, en Anneke Smits. Rijke taal, taaldidactiek voor het basisonderwijs. Boom, 2020. ISBN 978 90 244 3394 0, 432 p.

woensdag 3 juli 2024

Hoe krijgen we onze kinderen weer aan het lezen?

Op die vraag zijn de laatste decennia al veel antwoorden gegeven, zonder veel praktisch resultaat, wat scheidend Stichtling Lezen-directeur ook moge verkondigen. (Zie bericht d.d. 23 juni.)
Maar toen was er ineens een boekje van een leerkracht uit het basisonderwijs, verschenen bij een literaire uitgeverij, dat veel stof deed opwaaien: Een lui letterland, van Anne Steenhoff. Zij legt in niet mis te verstane woorden, zonder één vakterm, uit wat er verkeerd is gegaan in het leesonderwijs op Nederlandse basisscholen en hoe het beter kan. Ze kan het weten, want ze bracht het zelf op een Utrechtse basisschool in de praktijk, met succes. Waarbij ze overigens wel de school en de leerlingen mee had. (Ze noemt die niet in haar boek, maar haar LinkedIn-profiel gaf uitkomst.) Niettemin lijken me haar tips zonder meer toepasbaar op andere basisscholen - mits de daar werkende leerkrachten het aankunnen.
 

 
Zie hier het recept. (Dat wil zeggen: haar inhoudsopgave.)
 
- 'Wat kan de leerkracht doen?' Tien stappen:
1. 'Keur je aanbod.' (Kies goede boeken, niet per se populaire, en zeker niet oude meuk van vroeger. Dat laatste zijn mijn woorden, niet die van haar.)
2. 'Zorg voor boeken waarin kinderen zichzelf herkennen en de ander leren kennen.'
3. 'Verleng de leestijd.' (Daarmee bedoelt ze: maak van het kwartiertje vrij lezen minstens een half uur.)
4. 'Zorg voor aanbod op maat, zodat ieder kind zich gezien voelt.'
5. 'Lees voor, vooral aan oudere leerlingen.'
6. 'Verban begrijpend lezen.' Voor wie dit niet snapt: zie (o.a.) Arjan Lubach. (Wel even doorscrollen tot voorbij het midden.)
7. 'Houd rekening met een ongelijke start.' (Het ene kind komt met veel meer culturele bagage op school dan het andere.)
8. 'Onderschat je leerlingen niet.'
9. 'Ga meer met je leerlingen naar de bieb.'
10. 'Durf nieuwe dingen uit te proberen (en tegen het systeem in te gaan).'
 
- 'Wat kunnen opvoeders doen?' Zes tips:
1. Leer je kind dat het oké is om iets eerst nog even niet te kunnen.
2 '(en 3 en 4 en 5 en 6)'. Zorg voor rituelen, maak afspraken, leef vóór, wees betrokken en neem een huisdier. 
Dat laatste kan verwonderen. Zie p. 123:

Tot slot: dat van dat huisdier is geen grapje, al snap ik dat het niet voor iedereen te realiseren is. Jonge kinderen laten voorlezen aan dieren is een beproefde tactiek die bijdraagt aan de leesontwikkeling. Dieren luisteren namelijk - in tegenstelling tot volwassenen - zonder oordeel en verbeteren niet. Dit kan het zelfvertrouwen van kinderen over hun leesvaardigheid vergroten. Gebruik hiervoor bij voorkeur een beetje een welopgevoede hond die luistert naar het commando lig!, of makkelijker nog: een goudvis.

Met 'leef vóór' biedt ze een belangrijke tip. Het heeft weinig zin je kinderen tot lezen aan te zetten als je zelf nooit leest. Zoals het ook weinig zin heeft het telefoongebruik van je kinderen te beperken als je er zelf voortdurend mee in de weer bent.
 
- 'Wat kan de overheid doen?' Vijf adviezen:
1. 'Zorg voor een betere beloning van leraren'.
2. 'Verbeter de pabo.' 
3. 'Maak omscholen makkelijker.'
4. 'Maak goede initiatieven toegankelijker.' 
5. 'Maak alle kinderen automatisch vanaf hun vierde verjaardag lid van de bieb.'
Dat advies over de pabo is een van de felste stukken in haar boek en dat betreft niet alleen het volgens haar extreem moeizame traject voor zij-intreders. 'Stop met mensen in een vormpje te drukken waarin alleen een zeventienjarige die net van de havo komt past.'
'Het niveau van de opleiding moet flink omhoog.' Ze pleit voor het Finse model: een vijfjarige wetenschappelijke opleiding, met bijpassende honorering.

Een niveauverhoging zou wat mij betreft ook binnen het hbo kunnen plaatsvinden, maar dat is een stuk lastiger omdat het een niet-wetenschappelijke praktijkopleiding is waarbinnen geen wetenschappelijke specialisatie in de onderwijsdomeinen wordt verwacht. Op de universiteit kun je met de studenten meer de diepte in en mag je als opleiding ook een hoger verdiepingsniveau verwachten en eisen.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben van mening dat ook mbo- en hbo-studenten zich tot wetenschappelijke verdieping kunnen zetten, we verwachten het alleen niet van ze. En dat is precies wat we wél moeten doen: meer verwachten van de mensen die we nu opleiden tot docent en daarom meer verwachten van de opleiding.

Waarvan akte. Nog een citaat:

Het opleidingsniveau, het gebrek aan flexibiliteit, de kleuterstage en alle andere benoemde problemen: gooi ze op een grote hoop en je snapt waarom er een lerarentekort is. Maar dit was toch een boek over het dalende leesniveau? Ja, maar om het dalende leesniveau te bestrijden hebben we gemotiveerde en goed opgeleide leerkrachten nodig. Om de directe link te zien tussen de dalende onderwijsresultaten en de onbeschikbaarheid van leerkrachten, het missen van onderwijstijd en les krijgen van onbekwame leerkrachten heb je geen hogere wiskunde nodig.

Zo kan ik nog wel meer citaten bieden uit dit schotschrift. Want dat is het, trefzeker maar haastig opgeschreven, wél voorzien van bronnen maar niet grondig geredigeerd en met passages over pabo's waarin haar eigen, niet zo gunstige ervaring wellicht net iets teveel doorklinkt.
 

 
Haar voorstellen zijn zowel zinnig als ontmoedigend. 
 
Zinnig want essentieel. Willen we het leesonderwijs echt verbeteren? Begin bij het begin! Zorg voor scholen met goed voorziene en beheerde schoolbibliotheken en degelijk opgeleide en goed betaalde leerkrachten, en goede openbare (jeugd)bibliotheken, dat is de basis. Al het overige (Kinderboekenweek, Voorleeswedstrijd e.d.) is aanvullende franje. Of, à la Arjan Lubach, de 'voedselbanken van de leescrisis'.
Ontmoedigend, want zo ver zijn we immers lang niet, komende regeringen zie ik niet zo gauw tot actie overgaan, integendeel, en intussen zitten we wel met (aanstaande) leerkrachten die zelf nauwelijks (kunnen) lezen (40 %, begreep ik) en die dit boek ontmoedigd opzij zullen leggen, en pabo-docenten van wie sommigen denken dat hun studenten een beperkte woordenschat hebben ('mijn studenten kennen het woord vignet niet'), niet leergierig zijn ('en ze zoeken dat ook niet op') en weinig vermogen tot abstractie hebben, docenten die kortom geen zin hebben om heel veel van hun studenten te eisen, want stel je voor dat ze afhaken... (Zie ook boven, stap 8.)

Maar toch, leesbevorderaars, leerkrachten, opleiders, politici: lees dit boek!
 

Steenhoff, Anne. Een lui letterland; maar zo krijgen we kinderen weer aan het lezen. Das Mag, 2024. ISBN 978 94 9332 067 3, 184 p.

dinsdag 2 juli 2024

Hoe kun je je haren opzetten als je kletsnat bent?

Het Lewis Carroll Genootschap (NL) is een ietwat in zichzelf gekeerd genootschap van Carroll-liefhebbers. Ik mag me er ook toe rekenen. Het werd opgericht in 1976 en is na een slapend bestaan van ruim 30 jaar sinds 2017 weer actief, wat vooral te danken is aan voorzitter Bas Savenije.
Het houdt ieder jaar in september een symposium annex ruilbeurs en publiceert een online tijdschrift, Phlizz. Voor wie belang stelt in anecdotiek of uitlegkunde rond Lewis Carroll een onderhoudend geval en soms weet de redactie verrassende bijdragen binnen te halen.
Zo ook in Phlizz juli 2024.
Daarin laat namelijk vertaler Robbert-Jan Henkes niet alleen zijn licht schijnen over het relatief zouteloze, aan Carroll toegeschreven hoofdstuk 'The Wasp in the Wig', dat dus waarschijnlijk helemaal niet door Carroll is geschreven, maar ook over verhaaltechnische slordigheidjes in Alice’s Adventures in Wonderland en Through the Looking-Glass and What Alice Found There.
 
 
Carroll, 24 jaar. Foto Lewis Carroll.

Hier een kleine lijst met zestien dingen die ondanks de strenge en strikte logica van Carroll mij voor vraagtekens plaatsen, dertien over Alice’s Adventures in Wonderland, twee over Through the Looking-Glass and What Alice Found There en één over allebei. Als er Carrollianen zijn met antwoorden, ik hou me aanbevolen, op rjhenkes apestaartje xs4all punt nl. 

Ik zal ze niet alle zestien citeren, zie daarvoor Phlizz.
Een selectie:

4 (II.21) Als Alice het over poes Dinah heeft tegen de zwemmende Muis, raakt die geheel van streek: de Muis is bristling all over staat er, maar hoe kun je je haren opzetten als je kletsnat bent? 

6 (VIII.70) Als Alice drie schoppen-hoveniers in de tuin ziet, zijn die de witte bloemen van een large rose-tree rood aan het verven: We put a white one in by mistake, leggen ze Alice uit, we hebben per ongeluk een witte geplant, of er een witte tussengezet. Het zou kunnen dat de rozen net uitgekomen zijn en dat ze nu het verschil pas zien, want anders is het vreemd dat je een volwassen rozenboom (getuige de illustratie) plant, of hij had op de tekening in een pot moeten staan. Hoe zit dat?

8 (VIII.75-76) Als Alice hoort hoe de Koningin tijdens het croquetten al drie van de spelers ter dood heeft veroordeeld for having missed their turns, komt die mededeling niet lang nadat er is gezegd dat er helemaal geen beurten zijn: The players all played at once, without waiting for turns (VIII.74). Zijn er nu wel of geen beurten?

15 (VI.184) Homptie Domptie vraagt aan Alice hoe oud dat ze zei dat ze was en dan staat er: Alice made a short calculation, and said “Seven years and six months.” – terwijl ze nog maar heel kort geleden, op het vorige Veld, haar leeftijd al genoemd had aan de Rode Koningin: I’m seven and a half, exactly (V.174). Dan zou ze op Homptie Dompties vraag niet meer hoeven uitrekenen, maar kon er staan: ‘Daar hoefde Alice niet lang over na te denken,’ of iets dergelijks.

Tja, de arme Charles Lutwidge Dodgson leeft niet meer, wie zal het weten... Maar hij zou zeker gereageerd hebben.


zondag 23 juni 2024

Gerlien van Dalen vertrekt bij Stichting Lezen

 
Het haalde in ieder geval IP, vakblad voor informatieprofessional, directeur Gerlien van Dalen vertrekt na 'exact vijftien jaar', Stichting Lezen. Ik citeer:

‘Samen met het team zijn er grote stappen gezet’, licht Van Dalen toe. ‘Onder leesbevordering en literatuureducatie ligt nu een goede kennisbasis. En de effectieve aanpak van leesbevordering neemt een grote vlucht. Helemaal nu er uit het Masterplan basisvaardigheden een forse financiële impuls wordt gegeven. En structurele borging van leesbevordering staat hoog op de agenda van politiek, bibliotheeksector, onderwijs, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg en lokale politiek. Dit is voor mij een goed moment om nieuwe wegen in te slaan.’

Iets soortgelijks meldde ze in haar hoofdredactionele column in Lezen 2024-2. Daarin schrijft ze ook nog:

De ambities waarmee ik aan deze baan begon heb ik mede dankzij mijn toegewijde en ambitieuze collega's meer dan waar kunnen maken.

Dat siert haar. En laten we hopen dat de opgesomde mijlpalen een vervolg krijgen in de praktijk. Want zoiets kan wel 'hoog op de agenda' staan, nu nog zien of het gaat werken.
Aan de beleidsmakers, onderzoekers en bibliotheekmedewerkers zal het niet liggen, maar in het basisonderwijs staan meer dan ooit leerkrachten voor de klas die zelf niet of nauwelijks lezen. En we krijgen een regering gevormd door politieke partijen waarvan er een of twee doorgaans ronduit vijandig staan tegenover alles wat riekt naar onderzoek en kennis - en dus naar goed onderwijs en een hoogst verdachte bezigheid als lezen. Overigens telt een van die partijen slechts één lid; dat lid trekt echter erg veel publiciteit.

Verder een mooi nummer van Lezen, met bijvoorbeeld een interview met Rian Visser, auteur en zevende kinderboekambassadeur. Ze wil zo zichtbaar mogelijk worden.

donderdag 6 juni 2024

IJzige vrouw

Er zijn meerdere ijzige vrouwen in verhalen en zelfs een in een game: de Ice Queen in Old School Runescape. Een hele bekende is Queen Jadis, alias de White Witch in The Chronicles of Narnia van C.S. Lewis, deel The Lion, the Witch and the Wardrobe. Verder loopt er nog een rond in de Thorgal-stripreeks van Jean Van Hamme en Grzegorz Rosiński.
Maar wellicht de allerbekendste is die van Hans Christian Andersen, 'De Sneeuwkoningin' (Sneedronningen, 1884).
De onbekende Wiki-auteur vermeldt: 'Het verhaal is verfilmd en er zijn verschillende boeken uitgebracht over de sneeuwkoningin, de latere versies zijn zeer uiteenlopend. De sneeuwkoningin is een verhaal over wat er gebeurde nadat de Spiegel van Sneeuwwitje in duizenden stukken kapotviel.' Dat van Sneeuwwitje betwijfel ik, al zal Andersen het sprookje (van de gebroeders Grimm) wel gekend hebben. 
 



Bette Westera en Aida de Jong hebben dit verhaal opgepakt en in geheel eigen woord en beeld opnieuw verteld en verbeeld. De zeven geschiedenissen werden zeven weken (zeven zaterdagen), de jongen en het meisje werden uit de grote stad verplaatst naar een 'kleine boerderij' en werden broer en zus, Arne en Janna. Om het spel met de tijd in dit verhaal te benadrukken, liet de verteller de ouders pakjes kopen die 's winters elke zaterdag uitgepakt mochten worden Daarmee eindigt het verhaal ook, want liggen ze bij aanvang op zolder, bij thuiskomst liggen ze op de vloer rond de keukentafel.
Ik citeer:
 
Ze volgden de rivier en kwamen bij een kleine boerderij. Aan de keukentafel zaten een man en een vrouw. Om hen heen stonden zeven pakjes. Het eerste pakje was zo roze als appelbloesem. Hdet tweede was zo geel als koolzaad. Het derde was zo groen als gras in de lente. Het vierde was zo blauw als het meer in de zomer. Het vijfde was zo wit als verse melk. Het zesde was zo rood als rijpe vossenbessen. Het zevende was zo bruin als een tamme kastanje.

Volgende bladzijde.

Janna opende de deur van de boerderij. Ze had blosjes op haar wangen en de wind had haar rode haren flink in de war geschopt.
'Zijn jullie daar eindelijk?' hoorde ze haar moeder roepen vanuit de keuken. 'Het is al bijna etenstijd.'
Janna liep naar binnen, op de voet gevolgd door Arne, die zijn jas had losgeknoopt en met twee handen Janna's muts vasthield. In de muts lagen twee kakelverse eieren.
'De kippen leggen weer,' riep hij blij. 'Dan is het bijna lente.'

'Hoelang zijn we weggeweest?' vroegen de kinderen, toen ze hun jassen hadden opgehangen en hun klompen uitgeschopt.
'Zeven weken,' antwoordde hun vader met een knipoog.
'En een dag,' voegde hun moeder er glimlachend aan toe. 'Jullie zullen wel honger hebben. Zal ik die twee eitjes voor jullie bakken?'

Waarmee de lezer dus achterblijft met de vraag hoe lang hun avontuur nu duurde, een beetje à la Max en de Maximonsters. Welke werkelijkheid heerst hier? Om de verwarring nog te verhogen liggen de pakjes op de plaat tegenover die slottekst afgebeeld - op zolder. Eh...

Dat is wel een heel ander einde als dat wat Andersen bedacht. Ik citeer de letterlijke Engelse vertaling:

Kay and Gerda held each other by the hand. And as they walked along they had wonderful spring weather. The land was green and strewn with flowers, church bells rang, and they saw the high steeples of a big town. It was the one where they used to live. They walked straight to Grandmother's house, and up the stairs, and into the room, where everything was just as it was when they left it. And the clock said tick-tock, and its hands were telling the time. But the moment they came in the door they noticed one change. They were grown-up now.

The roses on the roof looked in at the open window, and their two little stools were still out there. Kay and Gerda sat down on them, and held each other by the hand. Both of them had forgotten the icy, empty splendor of the Snow Queen's palace as completely as if it were some bad dream. Grandmother sat in God's good sunshine, reading to them from her Bible:

"Except ye become as little children, ye shall not enter into the Kingdom of Heaven."

Kay and Gerda looked into each other's eyes, and at last they understood the meaning of their old hymn:

    "Where roses bloom so sweetly in the vale,
    There shall you find the Christ Child, without fail."

And they sat there, grown-up, but children still-children at heart. And it was summer, warm, glorious summer.

Eén aspect hebben Bette Westera en Aida de Jong echter behouden: 'Both of them had forgotten the icy, empty splendor of the Snow Queen's palace as completely as if it were some bad dream.' Ofwel: twee soorten tijdsbeleving naast elkaar.
 


Tussen begin en einde, die eerste en zevende zaterdag, is er ruime overeenkomst met het origineel. De trollen en de spiegel, natuurlijk, de glassplinter, de deken, de oude vrouw, de kraai, de roversdochter die het meisje (in dit geval Janna) van een rendier voorziet, de prins en prinses, het zit er allemaal in, tot en met het paleis van de Sneeuwkoningin.
Ik ga niet precies beschrijven hoe het verhaal in deze versie verloopt. Het is trouw genoeg aan het origineel om de naam te mogen dragen, tegelijk is het een heel mooie bewerking.
 

Westera, Bette, & Aida de Jong. De Sneeuwkoningin; naar het sprookje van Hans Christian Andersen. Gottmer, 2023. ISBN 978 90 257 7812 5, 64 p. 

dinsdag 4 juni 2024

Vosje in de sneeuw

Rana is een lief voorleesprentenboek over een poolvosje, Rana, dat in een sneeuwbui verdwaalt en weer thuiskomt. Het Hoge Noorden, sneeuw, hier voelt Marieke ten Berge zich thuis, geloof ik.
Zoals vaker in dierenverhalen voor kleuters worden de beesten in de hoofdrol een beetje vermenselijkt.

Hoog in het noorden is de zomer voorbij.
Een zomer waarin de zon niet stopte met schijnen.
De dagen worden kouder en de laatste vogels vertrekken naar warmere plaatsen.
Rana luistert graag naar mama's verhalen.
Over het ouder ijs, de lange poolnacht, de Grote Beer en hoe poolvossen licht maken met hun staart.
 

 
 
Dat laatste verklaart de vertelster, laten we haar voor deze keer Marieke noemen, achterin: er is een oud verhaal dat poolvossen het noorderlicht maken door met hun staarten te zwiepen. Sowieso een stukje met wetenswaardigheden over de poolvos en 'speciale dank voor Oddgeir Sagerup, met wie ik meerdere keren de poolvossen van dichtbij mocht observeren en van wie ik mocht leren'. Wie Oddgeir Sagerup is staat er niet in, maar zie hier.
 


Een poolvos die verhalen vertelt aan haar dochter. Hm, zei Tom Poes. Dat is een verdichtsel, net als dat het verdwaalde vosje op de rug van een beer op weg naar huis geholpen wordt. De beer had kennelijk even geen honger. Want enkele pagina's eerder staat er

Rana is nieuwsgierig.
Ze volgt de sporen van ijsberen: die laten vaak lekkere hapjes liggen.
Maar ze blijft op veilige afstand, want ijsberen hebben altijd trek.
Ook in een kleine poolvos.

Over de aard van die lekkere hapjes verder geen woord. Botjes en graten, resten van poolhazen of zeehonden zouden wellicht ietwat detoneren in dit lieve verhaal.
Uiteraard is het geen probleem, als mensen denkende dieren in een kleuterverhaal. Dagelijkse kost. Het is in dit geval meegenomen dat er toch nog wat relevante informatie meekomt. En de veelal dubbelpagina-prenten zijn heel winters en sfeervol.
 

 
Eén foutje: zie prent boven. In de tekst staat de beer, op de prent ligt-ie, met zijn neus op gelijke hoogte met die van Rana.
 

Ten Berge, Marieke. Rana. Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1381 4, 30p.  



zaterdag 1 juni 2024

EGAG

We staan er al lezend meestal niet zo bij stil, maar elk verhaal wordt verteld.
Ooit was die verteller altijd zichtbaar en dat is hij of zij soms nog: verhalenverteller is nog steeds een beroep. Zie bijvoorbeeld Stichting Vertellen. In sommige Nederlandstalige kringen heet verhalen vertellen trouwens ineens storytelling, waar dat goed voor is weet ik niet.
Waarschijnlijk hadden vertellers al vroeg behoefte om hun personages duidelijker voor het voetlicht te brengen: met stemverbuigingen, handgebaren (herinnert iemand zich nog Indra Kamadjojo en zijn kantjil-verhalen nog?), handpoppen, stokpoppen, geprojecteerde silhouetten en zo meer, tot de verteller geheel uit het zicht verdween en de personages het overnamen met dialogen op een podium of in de aloude poppenkast.
Een andere manier waarop de verteller uit beeld maar niet uit het gehoor verdween was de radio. Voordat tv doorbrak als volksvermaak nummer 1 was het hoorspel heel populair. Met of zonder vertelstem.
 
Al heel vroeg, vanaf de tijd dat men het schrift uitvond, werden verhalen ook opgeschreven. Zo kennen we bijvoorbeeld de Ilias en de Odyssee, Beowulf en het epos over Gilgamesj. Dat nam enorm toe na de uitvinding van de boekdrukkunst. (Ja, dat is een flinke sprong, ik weet het.)

In de eerste eeuwen was in de meeste gedrukte verhalen de verteller nog nadrukkelijk aanwezig, al dan niet met de persoon van de auteur. 
Zeker in de eerste teksten voor kinderen in centsprenten, boeken of tijdschriften werd de jonge lezer vaak toegesproken.
Later, wellicht onder invloed van radioreportages en hoorspelen, beperkte de verteller zich tot het verhaal of een of meerdere van de personages namen het verhaal over. Dat valt dan zo op dat recensenten het soms hebben over ik-verhalen, ter onderscheiding van verhalen waarin personages uitsluitend in de derde persoon voorkomen. Zo is het in ieder geval heel vaak in de hedendaagse jeugdliteratuur. De verteller lijkt er niet toe te doen, tenzij hij of zij een hoofdrol in het verhaal speelt.

Zo komt het dat in een verhaal als De macht van Algas van Marco Kunst de vertelstem volstrekt onpersoonlijk, zo niet kleurloos is en alle episoden, met diverse hoofdpersonages, in de onvoltooid tegenwoordige tijd worden verteld. Inderdaad, als een soort hoorspel, waarbij een innerlijke stem de rol overneemt van de radioverteller en de gesuggereerde geluiden en geuren ook uit eigen verbeelding komen. De bedoeling lijkt me duidelijk: de aandacht moet gericht worden op de personages en wat ze beleven, niet op de verteller.
Toch is er (na de inhoudsopgave) een proloog. Het enige stuk waarin niemand anders dan de verteller aan het woord is, en die moet later dan 2317 leven want hij (of zij, enz.) vertelt in de verleden tijd. Of, en dat lijkt me hier het geval, hij gebruikt de verleden tijd als verteltijd, als in een sprookje, waarbij nog net niet de woorden 'Er was eens' of 'Ooit' in de eerste zin staan.

De wereld veranderde. Het werd warmer. De zeespiegel steeg. Zware stormen trokken over de Noordzee. Ieder jaar waren er meer overstromingen. In het jaar 2197 gaf de regering het westen van Nederland op. Het land werd teruggegeven aan de Noordzee.

[...]

Meer dan een eeuw lang ging het goed, maar de zeespiegel bleef stijgen, de stormen werden nóg zwaarder, en uiteindelijk, in de loop van het jaar 2317...

Einde proloog. We weten nu dat Walcheren net als 'Tessel' een tamelijk geïsoleerd eiland is geworden.

Deel 1, 'De ramp'. 
1. Een zwarte storm en een afgeluisterd gesprek.

De lamp op het bureau van meester Pauwel geeft net genoeg licht om bij voor te lezen. Af en toe flakkert het, als een kampvuur in de nacht. De oude schoolmeester betovert de klas met zijn stem.

En daar gaan we.
Het is 2317 en er wordt nog voorgelezen. Wat een rooskleurig vooruitzicht. Zelfs door een schoolmeester, en de 'groep' is weer klas geworden.
Vanaf nu blijven we gekluisterd aan de radio, behalve dan dat dit een boek is.
 


Het verhaal speelt zich af op Walcheren, kaart op schutbladen voor- en achterin. De inhoudsopgave heeft ons al geleerd dat er drie delen zijn, getiteld 'De ramp', 'De macht van Algas' en 'De opstand'. Dat biedt al wat structuur en een vermoeden van goede afloop.
In enkele zinnen: in een storm breekt de dijk. Een kwaadaardig bedrijf dicht het gat met als prijs de inrichting van het hele eiland voor de productie van algen. De bewoners komen in opstand en mede dankzij de moedige inzet van vier kinderen wordt het bedrijf verdreven.
Nog wat toelichting bij de intrige: het bedrijf (Algas) blijkt de storm zelf te hebben veroorzaakt. Dat ontdekken de vier kinderen samen met enkele volwassenen, ze melden het de wereldregering (het WereldToezicht), het bedrijf moet herstellen en dokken. 
Eind Goed Al Goed (EGAG), een in de jeugdliteratuur nog veel voorkomend principe. Kinderen dient hoop geboden te worden, dat is een strikte regel.

Spanning genoeg, in dit verhaal. Ik kan me zo voorstellen dat hoofdstuk na hoofdstuk op school wordt voorgelezen, iedere dag een, warm aanbevolen. Het bevat voldoende vertrouwde elementen om de sf-elementen, zoals dat mooie reuzenpaard Leun, niet al te raadselachtig of al te bedacht over te laten komen, ze remmen het verhaal niet. En EGAG. Wat een opluchting.

Van echte beklemming, zoals een goed verhaal (al dan niet in de toekomst spelend) die kan veroorzaken, is hier niets te vinden. EGAG, inderdaad, en verdere vriendelijkheden, zoals de afwezigheid van dood en seks en het meteen al te duidelijke verschil tussen goed en slecht, tussen wie deugt en wie niet deugt. Er zit veel van Enid Blytons De Vijf (nog steeds verkrijgbaar!) in dit verhaal.
Het zal het goed doen, en er zitten leuke sf-vondsten in, maar verder is het in principe een volstrekt doorsnee verhaal voor kinderen. Veel actie, weinig diepte. Kunst kan beter.
 

Kunst, Marco. De macht van Algas. Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1679 2, 308 p.