Zoeken in deze blog

donderdag 3 juni 2021

Het lekkers van planten

Een origineel idee in een mooi vormgegeven boek: Van honingbij tot hagelslag, over al het lekkers dat van planten komt. Als ik 'Over dit boek' goed begrijp kwam het idee van illustrator Marieke van Ditshuizen en vroeg ze culinair journalist Joël Broekaert om mee te doen en de tekst te schrijven.
Dat idee kwam overigens in 2010, toen Marieke van Ditshuizen in Indonesië door het bos liep en zag 'hoe cacao in grote rode peulen aan een iel boompje groeide'. Ze hebben er dus redelijk lang over gedaan.

Welk idee? Nou, om een boek te maken over de oorsprong van veel eetbare zaken die je in onze gematigde streken alleen in de winkel ziet, zoals de cacao uit die rode peulen, thee en koffie. 
Het is echter meer dan dat geworden.



Het boek begint met een lange uitleg over zaden, wat er in zit en hoe ze ontkiemen.


Via de taugé (scheuten) komen we bij de asperges, maar ook bij de wortels.

Als je iets wil opbouwen in het leven, dan heb je een stevige basis nodig. Dat is voor planten niet anders dan voor mensen. Het is niet voor niets dat een babyplantje als eerste een worteltje uit het zaadje steekt. Wortels zorgen voor houvast. Ze verankeren de plant stevig in de grond, zodat die niet wegwaait als het stormt of omvalt als er iemand langsloopt.

Leuk. Wortels als voorraadkamers komen eveneens langs (waaronder pastinaken, schorseneren, bieten, radijsjes  en aardappelen maar ook lotuswortels), en dan komen de bladeren, de stengels en de bloemen en helemaal aan het eind nog schimmels (paddenstoelen en truffels). 
Er zit systeem in dit boek! 
Hoe de voortplanting gaat, wordt gaandeweg ook uitgelegd, en daar komen o.a. de bijen langs, en dus de honing uit de titel.
Al doende komt werkelijk een voorraadkelder aan groente, fruit en noten langs, niet alleen die cacao.
 
 
Het is te merken dat de auteur een lekkerbek is.

Rozen en viooltjes zijn ook lekker om mee te koken, vooral vanwege hun heerlijke geur. Maar de bloemblaadjes zijn zo delicaat dat je ze heel voorzichtig moet behandelen. Banketbakkers bestrijken ze soms met suikerwater. Dan komt er een heel dun, krokant laagje omheen voor de stevigheid.

Je moet het maar net weten..

Net als dat van de vijg:

Een vijg is een bizarre vrucht. 
Eigenlijk is het helemaal geen vrucht: de schil en het vruchtvlees van de vijg zijn de bloembodem. Dat is bij normale bloemen het midden van de bloem dat op het steeltje zit en waar rondom de blaadjes uitsteken. 
Maar bij de vijg is de bloembodem heel groot geworden en zit hij helemaal dichtgevouwen rondom de bloemblaadjes. Als je een vijg openmaakt, zie je allemaal kleine, rode bolletjes. Dat zijn de bloemetjes!

De tekst verdient een pluim - maar de illustraties ook!
De meeste kan ik niet goed weergeven: het zijn dubbelpagina-illustraties en dat redt mijn scanner niet.
Ik vind ze prachtig.
 



Bijzondere uitleg achterin:

Wat extra bijzonder is, is dat dit boek met maar drie kleuren gemaakt is. Wist je dat je met knalroze, citroengeel en felblauw alle kleuren van de hele wereld kunt maken? Bij elke tekening schilderde Marieke de drie kleuren steeds op een apart vel en door die daarna in de computer over elkaar te leggen, kon ze de kleuren mengen.

Ja, magenta, cyaan en geel, de combi komt me bekend voor, al hoort er meestal (en volgens mij ook bij Marieke) zwart bij. Toch een leuke uitleg.

En al met al dus een verrassend, mooi en goed geschreven boek.
 


Broekaert, Joël, & Marieke van Ditshuizen. Van honingbij tot hagelslag, over al het lekkers dat van planten komt. Ploegsma, 2021. ISBN 978 90 216 8148 1, 124 p.

dinsdag 1 juni 2021

Wensnamen

Grappig, vond ik de uitleg in het persbericht (d.d. 26-5-2021) bij de nieuwe naam van voorheen de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen: de Leesjury.

Onze directeur Sylvie Dhaene licht toe: 'De nieuwe naam is rechttoe rechtaan en zegt duidelijk waar het in de Leesjury om draait: boeken lezen én beoordelen. De afkorting KJV was weliswaar erg ingeburgerd, maar voelde voor ons stilaan gedateerd en er ontbrak een link naar lezen. Met de nieuwe naam is dit helder.'

Volgens mij verwijst niets in de naam Leesjury naar beoordelen. Helder is slechts dat de juryleden geacht worden te lezen. We hopen maar dat ze dat ook doen. Ligt in dit geval ook voor de hand, want anders doen ze voor spek en bonen mee.
 
Sylvie Dhaene is directeur van een instelling met een echte wensnaam: Iedereen Leest.
Was het maar waar. En o ironie, deze Vereniging Zonder Winstoogmerk is juist opgericht omdat niet iedereen leest, vandaar campagnes en programma’s zoals Boekstart, Voorleesweek, Jeugdboekenmaand en de Leesjury. De Vlaamse pendant van de Nederlandse Stichting Lezen

Iedereen Leest is net zo'n soort naam als Literatuur zonder leeftijd, dat tijdschrift in pocketvorm dat tot 2019 werd uitgegeven door IBBY Nederland en dat vrijwel uitsluitend ging over jeugdliteratuur. Alle jaargangen van Literatuur zonder leeftijd zijn overigens te vinden in de onvolprezen DBNL.

donderdag 27 mei 2021

Standaardnederlands

Van tijd tot tijd las ik in het onlangs verschenen boek Taalwetten maken en vinden, het ontstaan van het Standaardnederlands, geschreven door Nicoline van der Sijs. Ik moest er een goede leespositie voor vinden, want het 622 bladzijden tellende boek is licht van toon maar zwaar van gewicht.
Licht van toon, maar dat wil niet zeggen dat het een immer onderhoudende tekst is. Inleiding, Hoofdstuk 1 en 2 las ik van voor naar achter uit, maar bij hoofdstuk 3 begon ik stukjes over te slaan. Het is hier en daar wel erg veel. Zo worden bijvoorbeeld álle psalmberijmingen behandeld, tsja, dan zie ik toch uit naar een samenvatting - en die zit er dan ook in.
 
Toch vond ik het verrassend te vernemen dat al in de 17e eeuw, ten tijde van de Republiek, werd gezocht naar een geschreven Nederlands (of Nederduits, dat verschil vond men toen niet zo groot) dat voor inwoners uit alle gewesten in de Republiek te lezen viel. 
En dat volgens de auteur, en ze draagt er veel bewijs voor aan, Nederduitse dialecten uit naburige landen in het (toen nog) Heilige Roomse Rijk daarop een grotere invloed hadden dan het idioom van de Zuidnederlanders, hoewel die toch in groten getale naar Noordnederlandse steden trokken. 
En dat men zich toen al druk maakte over spelling, ja, wanneer niet. Nou, in de Middeleeuwen...
En ook de geschiedenis van onze voornaamwoorden voor de tweede persoon is boeiend om te lezen: van du en ghi naar jij en u, met wat omwegen en nog steeds bestaande varianten, met name in Vlaanderen.
 
Ook vond ik het boeiend om te lezen hoe men in die tijd sprak, voor zover dat valt af te leiden uit berijmingen en beschrijvingen uit die tijd en uit het Afrikaans, dat uit het 17e-eeuwse Hollands is voortgekomen. En eindelijk weet ik waarom de Engelstaligen het over double u hebben als ze w bedoelen.
 
Halverwege besloot ik dat ik ging bladeren, hoewel ik een flink deel van hoofdstuk 8 ('Beregeling van de grammatica') en 10 ('Besluit: vorming, verbreiding, onderhoud en verruiming van de standaardtaal') heb doorgelezen, en ook de passages over de zeventiende-eeuwse dichters en toneelschrijvers in hoofdstuk 9 ('De rol van literaire schrijvers'), waar vooral de rol van Bredero me deed terugdenken aan wat ik ooit aan de universiteit leerde.

De laatste alinea van het laatste hoofdstuk (10):

'Nu onze reis ten einde is, willen we de zeilen strijken, de steven naar land wenden, en de haven in lopen, met deze woorden tot besluit [...]: Leef lang, vaar wel, en als je het beter kunt dan ik, publiceer het dan gerust; zo niet, stem dan in met mijn opvattingen.' - met deze woorden eindigde Arnold Moonen in 1706 zijn grammatica, en ik sluit me graag bij hem aan.

Ik ben zo bescheiden om te denken dat ik het niet beter kan. Taalwetten maken en vinden is een monumentaal standaardwerk, en ook nog naslagwerk.
Wie er iets in wil opzoeken, wordt na ruim dertig bladzijden voetnoten en vijfentwintig bladzijden bibliografie geholpen door een index op personen geheten 'Dramatis personae' van vijf bladzijden met naar ruwe schatting zo'n 250 namen, en voorin een zeer uitgebreide inhoudsopgave.
Ik weet zeker dat ik er van tijd tot tijd iets in zal zoeken.
 
En omdat neerlandici soms lekker kunnen haarkloven, citeer ik ook maar het eerste van de drie citaten naast de titelpagina:

'Tot de kwaadwillige lezer.

Ik voel nu al hoe ze mijn boek belasteren,
't Neuswijze gespuis, dat niemand kan behagen.
Want hoe of wat men schrijft, in 't Nederlands, Latijn of Grieks,
Het mishaagt hun allemaal, honing is bij hen venijn.
Al wat een ander doet, durven ze vrijelijk te laken,
Maar zelf schrijven ze niet, ja, ze zouden het niet kunnen.
Daarom zeg ik vrijmoedig: Gij neuswijze haarklovers,
Laat zelf eens iets het licht zien voor gij van mij tol heft.'

(Willem Baudart, 1605, slotfrase van zijn inleiding bij zijn Apophthegmatus Christiana Ofte Ghedenck-weerdighe, Leersaeme ende aerdighe Spreucken.)


Sijs, Nicoline van der. Taalwetten maken en vinden, het ontstaan van het Standaardnederlands. Sterck & De Vreese, 2021. ISBN 978 90 5615 713 6, 622 p.

woensdag 26 mei 2021

Extreem gênant leven

Schreef ik begin mei 2021 over Maar ik ben jou niet:

'Daar gaan we weer. Als in een radioreportage of dagboek vertelt iemand over haar wedervaren, doorspekt met terugblikken. We beginnen natuurlijk medias in res, middenin het verhaal, gaandeweg komen we achter een naam (in dit geval Jamie), leeftijd (zestien), geslacht (meisje), omstandigheden (moeizaam). We worden geacht mee te gaan met de gedachtestroom van de verteller en daardoor duurt het even tot we begrijpen wat er gaande is. Vergt wat geduld van de lezer die zich niet meteen laat meeslepen.

Er zijn zoveel van dit soort dagboek-achtige verhalen, heel veel met vertellers annex hoofdpersonages in de tienerleeftijd, of young adult zoals dat tegenwoordig in het Nengelands heet, waar marketeers het vocabulaire beïnvloeden.'
 
En zo'n dagboek-achtig verhaal kreeg ik nou juist toegestuurd. Op eigen verzoek, denk ik, want het is wel een debuut. Naam (Lottie), leeftijd (elf, wordt twaalf), geslacht (meisje), omstandigheden (normaal).
Kate Kirby presenteert zich achterin Het extreem gênante leven van Lottie Brooks als 'schrijver en illustrator', en 

heeft een opleiding gedaan in reclame en marketing, en nadat ze een aantal jaar had gewerkt voor Londense reclamebureaus, wat vooral inhield dat ze in dure restaurants zat te doen alsof ze ergens verstand van had, kreeg ze een paar kinderen en besloot ze het blog 'Ouderschap zoals het is' te beginnen, over hoe onrechtvaardig het allemaal is.
Veel mensen zeiden dat haar gevoel voor humor flauw en kinderachtig was, dus vermaakt ze zich nu opperbest met het schrijven van kinderboeken. Het extreem gênante leven van Lottie Brooks is haar eerste boek.
Kate houdt van gin, konijnen, te ver doordenken, de geur van wasserettes en Monster Munch-chips. Ze houdt niet van verliezen met bordspelletjes en over zichzelf schrijven in de derde persoon.
 
Aantal jaar, het staat er echt. Daaraan kan Kate Kirby echter niets doen.
Een reclamevrouw, die te vinden is op Twitter en Instagram, maar er geen eigen website op na houdt. Bij haar Britse uitgever Penguin lees ik: 'The first book in the hilarious new series for children by the bestselling creator of Hurrah For Gin.'.
Hurrah For Gin: A Book For Perfectly Imperfect Parents is er al even en werd opgevolgd door Hurrah for Gin: The Daily Struggles of Archie Adams en Hurray For Gin: The Reluctant Adult', een 'book for the perpetually overwhelmed'.
Dat Instagram-account is wellicht het hierboven bedoelde 'blog', hoewel de webpagina https://hurrahforgin.com ook bestaat. Een interview met haar is hier te vinden. Het bevat onder meer een spotprent over ouderschap:
 


Dit is hoe Kate Kirby tekent! Ook in Het extreem gênante leven van Lottie Brooks.
Het dient benadrukt: dit is een verhaal in woord en beeld.

Dat gaat zo:
 


Lottie is aan het woord. Dit is de derde (iets scheef gezakte, sorry) pagina van haar 'dagboek', dat begint op 11 augustus en eindigt op 16 januari, als ze inmiddels 12 jaar is.
Belangrijkste gebeurtenissen: haar beste vriendin (BFF) Molly is verhuisd naar Australië (en keert einde verhaal terug). Haar moeder raakt zwanger en Lottie krijgt er een zusje bij - dat ze zelf noodgedwongen helpt ter wereld te komen. Ze raakt verstrikt in de muizenissen van meisjesbondgenootschapjes en vriendschappen en dat gaat even flink fout (maar komt einde verhaal goed).
Ook Lottie zelf vindt dit heel belangrijk, laat dat duidelijk zijn, naast het feit dat ze nog steeds geen borsten krijgt. De emoties zwiepen over de pagina's, himmelhoch jauchend, zum Tode betrübt, ze vliegt heerlijk uit de bocht, maar het komt allemaal goed en er zit waarachtig nog een soort moraal in.
Voor zover ik het kan beoordelen zonder originele versie, heeft vertaler Sofia Engelsman goed werk geleverd.

Ik kan mij voorstellen dat veel tien- tot twaalfjarige meisjes dit een heerlijk boek gaan vinden. In het genre is Kirby een waardige opvolger van Sue Townsend.
 

Kirby, Kate. Het extreem gênante leven van Lottie Brooks. Vertaald door Sofia Engelsman. Gottmer, 2021. ISBN 978 90 257 7481 3, 304 p.

maandag 24 mei 2021

Raadselachtig wit

De tekst op de achterkant van Witje vat het boek vaardig samen.
 
Er is een groot wit land, ergens.
Om het land ligt een grote witte zee.
En in het grote witte land staat een groot wit huis...
 
Witje speelt binnen, in haar veilige witte kamer. 's Nachts droomt ze. Haar kleine witte wereld wordt steeds groter. En dan is Witje weer terug bij zichzelf.
 
Zo is het maar net. Toch blijft het een beetje raadselachtig wat er nu precies gebeurt, en waarom. Dromen zijn natuurlijk vaak raadselachtig, maar hier blijft het in het vage waar de droom begint, dat lijkt dus wel meteen bij aanvang,




met die vreemde beelden en even verder

In het grote witte huis woont Witje met haar zus Witske.


Die vervolgens niet meer in het verhaal zit, zodat het lijkt alsof de verteller Witje's spiegelbeeld tot zus heeft benoemd.
Er volgen meer mooie wonderlijke beelden en verrassend is ook de tekst steeds rept van wit terwijl de beelden, hoe wittig ook, toch kleuren tonen. De 'grote witte bloemen en kleine witte bloemen' zijn niet wit... De 'witte bananen' zijn geel. Toch is het niet gek dat alles steeds 'wit' wordt genoemd.

Aan het eind wordt alles steeds groter en 

Op het grote witte schilderij staat een groot wit huis.
Er slaapt een klein meisje in het grote witte bed in het grote witte huis.




Hé, schiet Witje wakker. 'Dat meisje ben ik.'

En daar eindigt het verhaal, dat eigenlijk geen verhaal is. Of twee verwante verhalen ineen: in beelden en in woorden.

Uit de nawoorden van de twee makers blijkt dat ze door kleur in wit zijn geïnspireerd. We hebben hier een verhaal waarvan het thema kleur is, een letterlijk zichtbaar gemaakt thema.
 
Ik citeer Paul de Moor:
'Op een dag zag ik een paarse schijn over een modderige akker. De stammen van de populieren waren rood. De zon zakte in de winter. Paarse akkers en rode bomen? Ik wreef mijn ogen jit, er was beslist iets geks mee. Het begon te sneeuwen en ik zag blauw in het wit. Een mooi fris en zacht blauw, gewassen door de sneeuw. Die dag zag ik dat wit veel kleuren is en dat zwart veel kleuren is en dat veel kleuren veel kleuren zijn. En ik herinner me hoe blij ik was dat ik dat zag.'

En Kaatje Vermeiren:
'Mijn werkkamer is wit. De oude muren bedekt met resten van kleuren uit het verleden. Ik koester ze, ze geven me inspiratie.'

Het leverde me een van de dromerigste boekjes op die me de laatste tijd onder ogen kreeg.
Eigenlijk gaat het nergens over, toch nodigt het uit tot herlezen, bladeren kijken.

Het gaat over kleur. En misschien over eenzaamheid.
 
 

Moor, Paul de, en Kaatje Vermeiren. Witje. Leopold, 2021. ISBN 978 90 258 8028 6, 56 p.
 
NB. Bij het lezen van een stuk over Bluets van Meggie Nelson dacht ik meteen aan Witje.
 
 

zondag 23 mei 2021

Begin invasie van rovers waargenomen

Dat het Nederlands steeds meer woorden ontleent uit het Engels is geen verrassing meer. 
 
Toch vond ik het leuk het mogelijke begin van zo'n ontlening (toegegeven: invasie is erg suggestief) waar te nemen. NRC 22-5-2021 bevatte een berichtje over het voertuig dat een week daarvoor vanuit China op Mars landde, 'Vuurgod uit China veilig geland op Mars'. 
Dat gaat over de 'Marsrover' (daar begint het!) Zhurong (ofdwel Vuurgod).
De 'kar' heet-ie even verderop. Maar na een passage over mislukte landingen wordt gerept over een 'lander met rover' die al in 2019 vanuit China op de achterkant van de maan landde.
'Hun Zhuron-rover lijkt op de vorige generatie Mars-rovers van de NASA'.

Rovers? Wat doen die voertuigen dan? Roven ze gegevens? Stenen?

We hebben, denk ik, te maken met de overname van het Engelse woord rover, zwerver. 'I've been a wild rover, for many a year.'
Eigenlijk zou de kar dus Mars-zwerver moeten heten.
Nam ik hier het begin van een invasie waar? Ik wacht af als het om het woord gaat. Dat er een (bescheiden) invasie op Mars gaande is, lijdt geen twijfel.

zaterdag 22 mei 2021

Tony Blair:
 
All this is happening against the backdrop of a real-world transformation. 
We are living through the most far-reaching upheaval since the 19th-century Industrial Revolution: a technology revolution of the internet, AI, quantum computing, extraordinary advances in genomics, bioscience, clean energy, nutrition, gaming, financial payments, satellite imagery – everything, every sphere of work, leisure and life is subject to its transformative power. 
The question is how it is used: to control humanity or liberate it, to provide opportunities for those presently without opportunity, or to put even more power, wealth and opportunity in the hands of those already well off.

This is the central political challenge of our time, and those who understand this revolution, show how it can be mastered for the benefit of the people, and harness it for the public good, will deservedly win power. 
It is a challenge tailor-made for the progressive cause. It requires active government; a commitment to social justice and equality; an overhaul of public services, particularly health and education; measures to bring the marginalised into society’s mainstream; and a new 21st-century infrastructure.  

Het citaat komt uit een vlammend artikel in New Statesman mei 2021.

Dit artikel zou verplicht leesgoed moeten zijn voor Lilian Ploumen, Jesse Klaver, Laurens Dassen en Lilian Marijnissen. Ja, ook voor Sigrid Kaag.

vrijdag 21 mei 2021

Super!

Mij uit het hart gegrepen. Ofwel: Mohammed Benzakour was me vóór:

Als een cholerische olievlek spreidt zich een nieuw virus door ons land en geen kruid of injectie lijkt ertegen opgewassen. Jong, oud, zwart, wit, geletterd of ongeletterd, de hele natie lijkt aangestoken. Een epidemie par excellence, waarvan ik de naam niet zonder moeite uit m’n strot krijg: super. 
 
U dacht aan brandstof of de buurtwinkel? Welnee. Het betreft hier het alles-overtreffende adjectief dat zich als een gulzige bloedteek vastzuigt aan iedere frase en kennisgeving. Mooi is niet meer mooi, maar voortaan ‘supermooi’; gezellig is niet meer gezellig, we hebben het nu ‘supergezellig’. 

Lees hier verder. Supergaaf!

donderdag 20 mei 2021

Attenborough

Menig volwassen tv-kijker kent de levendige, ietwat hese en zeer Britse stem van Sir David Attenborough die de spectaculaire beelden begeleidt van (o.a.) de zevendelige reeks The Blue Planet II, die in 2017 bij de British Broadcasting Company in première ging, een laat vervolg op de eerste reeks, die al in 2001 verscheen. The Blue Planet II kwam in Nederland in 2018 op tv. De reeks belicht het leven in zee en hoewel de beelden soms spectaculair zijn is de reeks niet per se gericht op spektakel, maar meer op inzicht. Ze geven de kijker een idee hoeveel we verliezen als 'we' (wij mensen) niet iets beter letten op ons natuurlijk erfgoed. Hopelijk denken die kijkers daaraan als ze een keertje in het stemhok staan, en met een beetje goede wil worden ze actief in natuurbescherming. Wie weet. Hoop doet leven, al is het soms moeilijk ageren tegen de graaiers en vervuilers in onze samenleving.

Het boek met de wat wonderlijke tweetalige titel Blauwe planeet, Blue Planet II van Leisa Stewart-Sharpe en Emily Dove is voorzien van een inleiding door David Attenborough.
Die inleiding, op de binnenzijde van het schutblad tegenover de Franse titelpagina, toont net als p. 4 (als ik goed tel, er zijn geen paginanummers), meteen een zwakte van dit boek. 
Dat ligt niet aan de Nederlandse uitgeverij, ik neem aan dat Lemniscaat alleen de Engelse teksten heeft laten vervangen door Nederlandse, wat overigens soms een secuur werkje is want Nederlandse vertalingen zijn doorgaans net iets langer dan het Engelse origineel. In dit geval is de vertaling van Jesse Goossens, naast auteur en vertaler ook werkzaam bij Lemniscaat en bovendien nog gehuwd met Jean-Christophe Boele van Hensbroek, chef-uitgever van Lemniscaat.

Inhoudelijk is er niets mis met die teksten. Typografisch wel: ze zijn gezet in een dun, klein, schreefloos en dus moeilijk leesbaar lettertype. En dan moet je er ook nog goed voor kunnen lezen: ze lijken gericht op lezers van twaalf en ouder die voorzien zijn van een goede leeslamp.
Zie bijvoorbeeld de inleiding door Sir David Attenborough:
 

 
 
Zonde, want met een toegankelijker typografie zou de inhoud beter tot zijn recht komen.
 



Het boek volgt min of meer de indeling van de tv-reeks. Na een overzichtspagina over de oceaan (zie boven) volgen hoofdstukken over 'De diepzee', 'Koraalriffen', 'Groene zeeën', 'Kusten, werelden in beweging' en 'Oneindige oceaan', steeds voorzien van pagina's over 'Verhalen uit...' en 'bewoners van...' en gevolgd door kortere stukken over 'Leven in de verloren stad' (vulkanen op de oceaanbodem), 'Het leven in evenwicht' (bij de koraalriffen), 'Superhelden van de zee', 'Botsende werelden' ('Er staan net zoveel wolkenkrabbers langs de kust als er rotskliffen zijn') en 'Geen enkele schuilplaats':

Wij veroorzaken grote bedreigingen voor het voortbestaan van de oceanen, van klimaatopwarming en overbevissing tot vervuiling van onze wereldzeeën.

Niet erg poëtisch, in essentie wel waar. (Letterlijk niet: die oceanen blijven heus nog wel heel lang bestaan. De vraag is alleen hoeveel leven er in overblijft.)

Voor het geval dat de jonge lezer zich onmachtig en bedroefd gaat voelen, volgt een 'Oproep voor oceaanhelden' van vier pagina's. De eerste twee gaan over de bijdragen van onderzoekers aan onze kennis en het behoud van de oceanen, en vervolgens staan er tips voor wat 'we allemaal, iedere dag, kunnen doen om onze Blauwe Planeet te beschermen'. Die zijn huishoudelijk, op de tip om bomen te planten en mee te helpen met waarnemen na: bespaar energie, gebruik minder plastic, doe aan hergebruik.
Hier ontbreken helaas tips voor hoe je je maatschappelijk zou kunnen roeren door bijvoorbeeld lid te worden van verenigingen die zich inspannen voor natuuronderzoek en natuurbehoud.
 
Met die bovengenoemde hoofdstukken is intussen weinig mis, al lijkt het soms een beetje een grabbelton en heeft mevrouw Dove sommige beesten bijna Disney-oogjes gegeven, zoals hieronder (detail 'Groene zeeën').
 
 



Bijna, gelukkig.
Dat grabbelton-effect is natuurlijk voorspelbaar. Er is zoveel te tonen dat je zowel voor een spectaculaire tv-reeks als voor een boek nu eenmaal moet kiezen. Maar er zijn inleidende tekstjes, zoals bijvoorbeeld bij 'De diepzee'.

Ver buiten het bereik van de zon schuilt onder de golven een buitenaardse wereld: welkom in de diepzee. In deze vreemde wereld, die echt bestaat, hebben vissen poten en kunnen sommige dieren een jaar lang zonder voedsel. Ongelofelijk maar waar: er bevindt zich hier meer leven dan waar dan ook op aarde. Haal dus diep adem en duik mee in de diepzee...

De diepzee is zo uitgestrekt dat hij groter is dan alle andere habitats op aarde samen. Aan de rand van de zonverlichte, ondiepe wateren bevindt zich de grens van het onbekende - de SCHEMERZONE. Het is er duister, koud en de waterdruk is verpletterend. Hoe kan daar iets overleven?
 
Dan volgen tekstjes over diverse (groepen) bewoners, zoals lantaarnvissen, de humboldinktvis, de anoplogaster en de zeepad. De vraag 'Hoe kan daar iets overleven?' wordt niet beantwoord! En de zeebodem is uiteraard niet 'buitenaards', want deel van onze aarde. En de lezer moet weten wat habitats zijn.
Zo valt er meer te miereneuken, hier en daar, maar dat neemt niet weg dat dit boek, zij het zonder muziek en beweging, hetzelfde effect heeft als de tv-reeks: dat dit bestáát, fantastisch.
 

 
Als eerste kennismaking met de onderzeese wereld en met diverse kustbewoners voldoet dit boek zeker wel. De uitgeverij heeft er desgewenst lessuggesties bij.
 


Leisa Stewart-Sharpe en Emily Dove. Blauwe planeet, Blue Planet II. Vert. Jesse Goossens. Lemniscaat, 2021. ISBN 978 90 477 1303 6, 54 p. Oorspr.: Blue Planet II, Puffin Books, 2021.




vrijdag 14 mei 2021

Nog altijd: de burger is vooral niet

Dezer dagen vullen de krantenkolommen e.d. zich weer met de burger. Vandaag toevallig onder meer: het hoofdredactioneel commentaar van NRC (p. 17 van de papieren versie), maar dat gaat over de 'bestuurscultuur' en daarover gaat het alom. De burger is hier weer als vanouds niet: de bestuurder en de politicus. Die zijn kennelijk zelf niet burger.
Of op zo'n website als van de op zich sympathieke coöperatie Land van Ons. Daarop gaat het ergens over burgerwetenschappers, die onderzoek verrichten. Maar zijn beroepsonderzoekers dan geen burgers?
Afijn, wordt herhaald, zie ook hier.