Zoeken in deze blog

donderdag 20 mei 2021

Attenborough

Menig volwassen tv-kijker kent de levendige, ietwat hese en zeer Britse stem van Sir David Attenborough die de spectaculaire beelden begeleidt van (o.a.) de zevendelige reeks The Blue Planet II, die in 2017 bij de British Broadcasting Company in première ging, een laat vervolg op de eerste reeks, die al in 2001 verscheen. The Blue Planet II kwam in Nederland in 2018 op tv. De reeks belicht het leven in zee en hoewel de beelden soms spectaculair zijn is de reeks niet per se gericht op spektakel, maar meer op inzicht. Ze geven de kijker een idee hoeveel we verliezen als 'we' (wij mensen) niet iets beter letten op ons natuurlijk erfgoed. Hopelijk denken die kijkers daaraan als ze een keertje in het stemhok staan, en met een beetje goede wil worden ze actief in natuurbescherming. Wie weet. Hoop doet leven, al is het soms moeilijk ageren tegen de graaiers en vervuilers in onze samenleving.

Het boek met de wat wonderlijke tweetalige titel Blauwe planeet, Blue Planet II van Leisa Stewart-Sharpe en Emily Dove is voorzien van een inleiding door David Attenborough.
Die inleiding, op de binnenzijde van het schutblad tegenover de Franse titelpagina, toont net als p. 4 (als ik goed tel, er zijn geen paginanummers), meteen een zwakte van dit boek. 
Dat ligt niet aan de Nederlandse uitgeverij, ik neem aan dat Lemniscaat alleen de Engelse teksten heeft laten vervangen door Nederlandse, wat overigens soms een secuur werkje is want Nederlandse vertalingen zijn doorgaans net iets langer dan het Engelse origineel. In dit geval is de vertaling van Jesse Goossens, naast auteur en vertaler ook werkzaam bij Lemniscaat en bovendien nog gehuwd met Jean-Christophe Boele van Hensbroek, chef-uitgever van Lemniscaat.

Inhoudelijk is er niets mis met die teksten. Typografisch wel: ze zijn gezet in een dun, klein, schreefloos en dus moeilijk leesbaar lettertype. En dan moet je er ook nog goed voor kunnen lezen: ze lijken gericht op lezers van twaalf en ouder die voorzien zijn van een goede leeslamp.
Zie bijvoorbeeld de inleiding door Sir David Attenborough:
 

 
 
Zonde, want met een toegankelijker typografie zou de inhoud beter tot zijn recht komen.
 



Het boek volgt min of meer de indeling van de tv-reeks. Na een overzichtspagina over de oceaan (zie boven) volgen hoofdstukken over 'De diepzee', 'Koraalriffen', 'Groene zeeën', 'Kusten, werelden in beweging' en 'Oneindige oceaan', steeds voorzien van pagina's over 'Verhalen uit...' en 'bewoners van...' en gevolgd door kortere stukken over 'Leven in de verloren stad' (vulkanen op de oceaanbodem), 'Het leven in evenwicht' (bij de koraalriffen), 'Superhelden van de zee', 'Botsende werelden' ('Er staan net zoveel wolkenkrabbers langs de kust als er rotskliffen zijn') en 'Geen enkele schuilplaats':

Wij veroorzaken grote bedreigingen voor het voortbestaan van de oceanen, van klimaatopwarming en overbevissing tot vervuiling van onze wereldzeeën.

Niet erg poëtisch, in essentie wel waar. (Letterlijk niet: die oceanen blijven heus nog wel heel lang bestaan. De vraag is alleen hoeveel leven er in overblijft.)

Voor het geval dat de jonge lezer zich onmachtig en bedroefd gaat voelen, volgt een 'Oproep voor oceaanhelden' van vier pagina's. De eerste twee gaan over de bijdragen van onderzoekers aan onze kennis en het behoud van de oceanen, en vervolgens staan er tips voor wat 'we allemaal, iedere dag, kunnen doen om onze Blauwe Planeet te beschermen'. Die zijn huishoudelijk, op de tip om bomen te planten en mee te helpen met waarnemen na: bespaar energie, gebruik minder plastic, doe aan hergebruik.
Hier ontbreken helaas tips voor hoe je je maatschappelijk zou kunnen roeren door bijvoorbeeld lid te worden van verenigingen die zich inspannen voor natuuronderzoek en natuurbehoud.
 
Met die bovengenoemde hoofdstukken is intussen weinig mis, al lijkt het soms een beetje een grabbelton en heeft mevrouw Dove sommige beesten bijna Disney-oogjes gegeven, zoals hieronder (detail 'Groene zeeën').
 
 



Bijna, gelukkig.
Dat grabbelton-effect is natuurlijk voorspelbaar. Er is zoveel te tonen dat je zowel voor een spectaculaire tv-reeks als voor een boek nu eenmaal moet kiezen. Maar er zijn inleidende tekstjes, zoals bijvoorbeeld bij 'De diepzee'.

Ver buiten het bereik van de zon schuilt onder de golven een buitenaardse wereld: welkom in de diepzee. In deze vreemde wereld, die echt bestaat, hebben vissen poten en kunnen sommige dieren een jaar lang zonder voedsel. Ongelofelijk maar waar: er bevindt zich hier meer leven dan waar dan ook op aarde. Haal dus diep adem en duik mee in de diepzee...

De diepzee is zo uitgestrekt dat hij groter is dan alle andere habitats op aarde samen. Aan de rand van de zonverlichte, ondiepe wateren bevindt zich de grens van het onbekende - de SCHEMERZONE. Het is er duister, koud en de waterdruk is verpletterend. Hoe kan daar iets overleven?
 
Dan volgen tekstjes over diverse (groepen) bewoners, zoals lantaarnvissen, de humboldinktvis, de anoplogaster en de zeepad. De vraag 'Hoe kan daar iets overleven?' wordt niet beantwoord! En de zeebodem is uiteraard niet 'buitenaards', want deel van onze aarde. En de lezer moet weten wat habitats zijn.
Zo valt er meer te miereneuken, hier en daar, maar dat neemt niet weg dat dit boek, zij het zonder muziek en beweging, hetzelfde effect heeft als de tv-reeks: dat dit bestáát, fantastisch.
 

 
Als eerste kennismaking met de onderzeese wereld en met diverse kustbewoners voldoet dit boek zeker wel. De uitgeverij heeft er desgewenst lessuggesties bij.
 


Leisa Stewart-Sharpe en Emily Dove. Blauwe planeet, Blue Planet II. Vert. Jesse Goossens. Lemniscaat, 2021. ISBN 978 90 477 1303 6, 54 p. Oorspr.: Blue Planet II, Puffin Books, 2021.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten